Terug
Gepubliceerd op 11/12/2025

Besluit  raad voor maatschappelijk welzijn

do 04/12/2025 - 20:00

Sociale dienstverlening: reglement tussenkomst begrafeniskosten - hervaststellen

Aanwezig: Hans Claerhout, raadslid-voorzitter
Luc Derudder, voorzitter vast bureau
Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, schepenen
Ilse Vervaeck, voorzitter BCSD
Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, raadsleden
Carl Vereecke, algemeen directeur
aanleiding

De vaststelling dat het verwerpen van een erfenis geen invloed op de verplichting tot het betalen van de begrafeniskosten geeft aanleiding tot de wijziging van het reglement voor begrafenissen.

juridische overwegingen

Wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, het laatst gewijzigd bij de wet van 29 februari 2024 betreffende wijziging diverse wetten tot instelling van een wettelijk kader voor de elektronische uitwisseling tussen de OCMW's en de burgers en tot invoering van diverse verplichtingen voor OCMW's met betrekking tot de behandeling van een steunaanvraag.

Organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, het laatst gewijzigd bij de wet van 14 maart 2024 betreffende wijzging wet 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën van vreemdelingen.

Wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, het laatst gewijzigd bij de wet van 29 februari 2024 betreffende wijziging diverse wetten tot instelling van een wettelijk kader voor de elektronische uitwisseling tussen de OCMW's en de burgers en tot invoering van diverse verplichtingen voor OCMW's met betrekking tot de behandeling van een steunaanvraag.

Decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, laatst gewijzigd bij decreet van 14 juli 2025 over het platform voor overlijdensadministratie.

Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 6 december 2024 tot wijziging van artikel 6 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een verbeterende akte als gevolg van een arrest dat de verkiezingsuitslag wijzigt.

Oud Burgerlijk Wetboek, artikelen 203, 205, 208 en 213.

Besluit van 4 april 2018 betreffende sociale dienstverlening - begrafenis: bespreken en goedkeuren reglement m.b.t. begrafenissen.

feiten, context en argumentatie

In 2018 werd een reglement opgemaakt dat geldt als leidraad voor de maatschappelijk werkers van het OCMW in het geval zij een vraag tot tussenkomst in de begrafeniskosten krijgen.

Zo worden deze steundossiers op een uniforme manier behandeld.

De prijzen worden in het nieuwe regelement geïndexeerd.

Jaarlijks wordt vanaf 2026 een indexering van 2% voorzien.

Het verwerpen van een erfenis heeft juridisch gezien geen invloed op de verplichting tot het betalen van de begrafeniskosten.

In het vorig reglement werden de begrafeniskosten in dat geval niet teruggevorderd bij de onderhoudsplichtigen.

De sociale dienst stelt echter voor om dit te behouden en enkel terug te vorderen bij erfgenamen die de erfenis niet verwerpen en dit omwille van volgende redenen: 

  • het is sociaal rechtvaardiger om enkel erfgenamen die baten ontvangen uit de nalatenschap te laten bijdragen aan de kosten. Wie niets ontvangt, zou ook geen financiële last moeten dragen;
  • terugvorderen bij erfgenamen, die de erfenis aanvaarden is eenvoudiger: zij zijn gekend, hebben toegang tot de nalatenschap en zijn juridisch aansprakelijk. Bij de verwerpers is er vaak geen juridische basis
    en is er meer kans op betwisting;
  • niet elke verwerper is onderhoudsplichtig. De band (bv. tussen broers/zussen) is vaak onvoldoende om terugvordering te rechtvaardigen;
  • sociaal onderzoek toont vaak aan dat de verwerpers geen middelen hebben of geen band met de overledene, hetgeen terugvordering moreel en praktisch moeilijk maakt.

Toelichting door mevrouw Vervaeck, schepen en voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst.

financiële impact

De uitgaven zijn voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie 232, budgetrekening 0900-02/6482260.

De inkomsten zijn voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie 232, budgetrekening 0900-02/7482260.

Publieke stemming
Aanwezig: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, Carl Vereecke
Voorstanders: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez
Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
besluit

Artikel 1

De raad heft het besluit van 4 april 2018 betreffende sociale dienstverlening - begrafenis: bespreken en goedkeuren reglement m.b.t. begrafenissen op.

Artikel 2

De raad stelt het reglement tussenkomst in begrafeniskosten als volgt vast:

Artikel 1 Voorwaarden voor tussenkomst

Het OCMW Oostrozebeke kan tussenkomen in begrafeniskosten indien de overledene op de dag van overlijden ingeschreven is in de bevolkingsregisters, het vreemdelingen-of wachtregister van de gemeente Oostrozebeke of ten gevolge van wet van 2 april 1965 ten laste zijn van het OCMW Oostrozebeke.

Het OCMW van Oostrozebeke is tevens bevoegd voor een dakloze overleden, die op het grondgebied van Oostrozebeke komt te overlijden.

Artikel 2 Doelgroep

Het OCMW komt tussen bij behoeftige personen zonder nabestaanden of bij onvoldoende middelen van nabestaanden, mits sociaal onderzoek.

Het OCMW komt uitzonderlijk tussen voor overleden personen voor wie zich geen nabestaanden melden voor het regelen van de uitvaart.

Artikel 3 Bewoners woonzorgcentrum

Bewoners van het woonzorgcentrum, die ten laste zijn van het OCMW mogen een reserve van 3 000 euro behouden op hun zicht- of spaarrekening voor toekomstige begrafeniskosten.

Artikel 4 Aanvraagprocedure

Erfgenamen of begrafenisondernemer dienen het OCMW te contacteren de eerstvolgende werkdag na overlijden.

Indien dit niet gebeurt, wordt de aanvraag behandeld als een gewone steunaanvraag.

Bij afwezigheid van een wilsbeschikking wordt standaard gekozen voor crematie.

Artikel 5 – Praktische regeling van de uitvaart

De door het OCMW aangestelde begrafenisondernemer staat in voor de organisatie van een sobere maar respectvolle uitvaart. Deze omvat:

1. Vervoer en opvang

    • Ophaling van de overledene binnen 24 uur na melding van overlijden;
    • Vervoer naar het funerarium (eigen of dat van een collega-ondernemer);
    • Minimaal verblijf in het funerarium.

2. Verzorging van de overledene

    • Wassen en aankleden van het lichaam;
    • Opbaren tot de begrafenis of crematie, conform regelgeving en met respect.

3. Afscheid

    • Mogelijkheid tot een laatste groet in het funerarium;
    • Voorziening van een lijkwade en een eenvoudige, verzorgde doodskist (goedkoopste model);
    • Indien nodig: een rouwkleed over de kist of urne.

4. Administratie en formaliteiten

    • Vervulling van alle wettelijke verplichtingen (bv. aangifte overlijden bij het gemeentebestuur).

5. Uitvaartplechtigheid

    • Afspraken met bedienaar van de dienst (religieus of levensbeschouwelijk), in overleg met sociale dienst of familie;
    • Plechtigheid start ten vroegste om 9 u.;
    • Mogelijkheid tot plechtigheid in de aula van de ondernemer;
    • De aula moet geschikt zijn voor alle geloofsovertuigingen;
    • Indien geen plechtigheid: gebed of overweging op het kerkhof, na overleg met sociale dienst.

6. Uitvoering van de uitvaart

    • Begrafenis of crematie met:
      • Lijkwagen;
      • Twee personeelsleden;
      • Ceremoniemeester;
    • Personeel draagt gepaste kledij en toont ceremoniële ingetogenheid.

7. Symboliek en graf

    • Plaatsing van een symbool op het graf of strooiweide, aangepast aan overtuiging van de overledene.

8. Crematie

    • Vervoer naar crematorium.
    • Regeling van crematie en assenverstrooiing volgens wettelijke bepalingen;
    • Terbeschikkingstelling van een sierurne voor transport;
    • As kan verstrooid worden of meegenomen worden.

9. Gelijkheid en waardigheid

    • Uitvoering gebeurt zodanig dat geen onderscheid zichtbaar is tussen een uitvaart van een behoeftig of bemiddeld persoon.

10. Locatie en communicatie

    • Begrafenis of assenverstrooiing vindt bij voorkeur plaats op het kerkhof van Oostrozebeke;
    • Er worden geen rouwbrieven of rouwgedachtenissen voorzien;
    • Keuze tussen:
      • Teraardebestelling met kruis op het graf;
      • Crematie (enkel op weekdagen), met: uitstrooiing op de asweide.

11. Kostprijs:

    • Begrafenis: maximum 1 800 euro (exclusief 6% btw);
    • Crematie: maximum 2 000 euro (exclusief 6% btw + 170 euro ingravering).

Jaarlijks wordt dit bedrag met ingang van 1 januari met 2% geïndexeerd.

De factuur op naam van de overledene wordt bezorgd aan het OCMW of aan de bank (indien de overledene niet behoeftig is).

Bij een overledene voor wie zich geen nabestaanden melden voor het regelen van de uitvaart en die niet behoeftig is, wordt de kosten van een sobere en respectvolle begrafenis bepaald door de begrafenisondernemer.

Artikel 6 Onderhoudsplicht

Begrafeniskosten zijn een last van de nalatenschap. De begrafeniskosten zijn verplicht te betalen op basis van de onderhoudsplicht (art. 203, 205 en 213 burgerlijk wetboek).
Ouders zijn verplicht tot onderhoud van de kinderen, kinderen tot onderhoud van de ouders in de mate waarin deze laatsten behoeftig zijn.

Ze kunnen worden verhaald op erfgenamen indien:

    • De erfgenaam wettelijk onderhoudsplichtig is;
    • De overledene behoeftig en de erfgenaam vermogend is;
    • De kosten in verhouding staan tot de levensstandaard van de overledene.

Hun vermogen wordt bepaald via sociaal-financieel onderzoek. Hierbij kan rekening gehouden worden met de schaal van tussenkomsten (wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijk integratie).

Artikel 7 Terugvordering

Bij verwerping van de nalatenschap dient deze verwerping aangetoond te worden met het attest afgeleverd door de rechtbank van 1ste  aanleg of een notaris. Bij het ontbreken van dit attest binnen de 3 maanden na overlijden zullen de kosten toch moeten betaald worden door de erfgenamen.  

De begrafeniskosten worden dan teruggevorderd bij de erfgenamen die niet verwerpen.

De ten laste genomen kosten kunnen al dan niet geheel of gedeeltelijk teruggevorderd worden volgens artikel 98 §2 van de organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van 8 juli 1976 en artikel 205 van het Burgerlijk Wetboek (verplichting is afhankelijk van het vermogen).

Hierbij kan er rekening gehouden worden met de schaal van tussenkomsten bepaald bij de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijk integratie.

Artikel 8 Goedkeuring Bijzonder Comité

Elk dossier wordt afzonderlijk onderzocht en voorgelegd aan het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst.

Afwijkingen zijn enkel mogelijk via gemotiveerd sociaal verslag.

In dringende gevallen beslist de voorzitter, met bekrachtiging op de eerstvolgende bijzonder comité voor de sociale dienst..

Artikel 9 Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.