Schrapping van de subsidies in het kader van sociale en culturele participatie, toelage in het kader van diftar m.i.v. 1 januari 2026.
Wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, het laatst gewijzigd bij de wet van 29 februari 2024 betreffende wijziging diverse wetten tot instelling van een wettelijk kader voor de elektronische uitwisseling tussen de OCMW's en de burgers en tot invoering van diverse verplichtingen voor OCMW's met betrekking tot de behandeling van een steunaanvraag.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 6 december 2024 tot wijziging van artikel 6 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een verbeterende akte als gevolg van een arrest dat de verkiezingsuitslag wijzigt.
Wet van 4 september 2002 betreffende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiële maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering, het laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 26 oktober 2014 tot uitvoering van artikel 3 van de wet van 4 september 2002 betreffende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiële maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering.
Omzendbrief van 13 april 2010 betreffende het 'preventief sociaal energiebeleid' in het kader van het Gas- en Elektriciteitsfonds [+ handleiding].
Besluit van de Vlaamse Regering van 13 maart 2009 betreffende de openbare dienstverplichtingen in de vrijgemaakte elektriciteits- en aardgasmarkt, het laatst gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse regering van 12 november 2010 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 maart 2009 betreffende de sociale openbare dienstverplichtingen in de vrijgemaakte elektriciteit- en aardgasmarkt, wat betreft de invoering van een minimale levering van aardgas tijdens de winterperiode.
Besluit van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 houdende de subsidies en de eraan gekoppelde voorwaarden voor de realisatie van specifieke dienstverlenging door gezinsopvang en groepsopvang van baby’s en peuters, het laatst gewijzigd door het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2025 betreffende wijziging subsidiebesluit van 22 november 2013 betreffende hervorming van het systeem inkomenstarief.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 14 december 2000 betreffende kennisname van en besluit naar aanleiding van de nota van Sabine Wyseure, maatschappelijk werker betreffende ‘aanvullende steun’ houdende de vaststelling van een kaderbesluit voor de toekenning van verschillende vormen van aanvullende steun, het laatst gewijzigd door het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 6 juli 2023 betreffende sociale dienstverlening - aanvullende steun: hervaststellen van het reglement aanvullende steun.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 20 december 2010 betreffende sociale dienstverlening - minimale levering van aardgas tijdens de winterperiode via budgetmeter: principebesluit.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 5 juli 2016 betreffende sociale dienstverlening - besteding van de subsidie toegekend aan het OCMW ter betreffende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiële maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering.
Besluit van de gemeenteraad van 4 mei 2017 betreffende gecoördineerd retributiereglement: hervaststellen, het laatst gewijzigd bij besluit van de gemeenteraad van 5 september 2024 betreffende gecoördineerd retributiereglement: voorwaarden: aanvullen en wijzigen
Besluit van 6 juli 2023 van de raad voor maatschappelijk welzijn betreffende sociale dienstverlening - aanvullende steun: hervaststellen van het reglement aanvullende steun.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 4 september 2025 betreffende sociale dienstverlening: terbeschikkingstelling door de gemeente Oostrozebeke van de woningen, gelegen te Oostrozebeke, Markt 17 en E. Brengierstraat 2: goedkeuren.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 2 oktober 2025 betreffende sociale dienstverlening - besteding van de subsidie toegekend aan het OCMW ter bevordering van maatschappelijke participatie en culturele en sportieve ontplooiing van gebruikers van dienstverlening van openbare centra voor maatschappelijk welzijn 2025: goedkeuren
Besluit van het vast bureau van 22 oktober 2025 betreffende lijst van de tarieven vanaf 1 januari 2026: vaststellen.
Sinds 2010 wordt door het OCMW van Oostrozebeke, in het kader van de armoedebestrijding voor dergelijke maatschappelijk kwetsbare personen of gezinnen, voor de meest frequent voorkomende vormen van steun de toepassingsmodaliteiten vastgelegd in een kaderbesluit “aanvullende steun” (besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 14 december 2000 betreffende kennisname van en besluit naar aanleiding van de nota van Sabine Wyseure, maatschappelijk werker betreffende ‘aanvullende steun’ houdende de vaststelling van een kaderbesluit voor de toekenning van verschillende vormen van aanvullende steun).
De laatste aanpassing werd ingevoerd met ingang van 1 januari 2023.
Het reglement aanvullende steun en de referentienorm worden gebruikt om te bepalen:
Het reglement aanvullende steun bevat de algemene en specifieke voorwaarden, waaraan begunstigden moeten voldoen om recht te hebben op bepaalde vormen van ondersteuning.
Er wordt gebruik gemaakt van de REMI-tool om uit te rekenen of iemand in aanmerking komt voor aanvullende steun.
Recent vernamen alle OCMW's dat de (jaarlijkse) subsidies maatschappelijke participatie en culturele en sportieve ontplooiing van gebruikers van dienstverlening met ingang van 1 januari 2026 geschrapt worden (2025: 2 215 euro).
Deze subsidies worden in Oostrozebeke aangewend voor de toekenning van de vrijetijdstoelage en toelage kansarme kinderen.
Jaarlijks wordt hiervoor 5600 euro voorzien. In 2024 werd 2756,32 euro gebruikt.
De sociale dienst stelt voor om toch deze tussenkomsten te behouden. Deze toelage zorgt er voor dat gezinnen met een beperkt budget toch kunnen deelnemen aan sport, cultuur en ontspanning.
Op die manier wordt sociale uitsluiting voorkomen en draagt bij aan een gevoel van gelijkwaardigheid.
In de zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn van 6 november 2025 werd een tussenkomst in Diftar van 20 euro voorzien voor personen met recht op aanvullende steun.
In zitting van 4 september 2025 werd door de gemeenteraad beslist dat de crisis-en doorgangswoningen ter beschikking gesteld worden aan de Woondienst Regio Izegem.
Algemeen worden de tussenkomsten in dienstverlening weinig gebruikt. De Pamperbank is een onderdeel geworden van de voedselbedeling.
Sedert vorig jaar wordt een maand na de toekenning van aanvullende steun een Geïndividualiseerd Project voor Maatschappelijke Dienstverlening (GPMD) afgesloten.
Dit stond nog niet in het reglement.
Deze wijzigingen zijn aanleiding voor een aantal aanpassingen in het reglement nl.
Toelichting door mevrouw Vervaeck, schepen en voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst.
De uitgaven zijn voorzien in het meerjarenplan 2026-2031:
De inkomsten zijn voorzien in het meerjarenplan 2026-2031;
Artikel 1
De raad heft het besluit van 6 juli 2025 van de raad voor maatschappelijk welzijn betreffende sociale dienstverlening - aanvullende steun: hervaststellen van het reglement aanvullende steun op.
Artikel 2
De raad stelt volgend reglement voor aanvullende steun opnieuw vast:
Artikel 1
Het reglement ‘aanvullende steun’ bevat de algemene en specifieke voorwaarden, waaraan begunstigden moeten voldoen om recht te hebben op bepaalde vormen van ondersteuning.
Aanvullende steun wordt toegekend op maat van de cliënt en zorgt ervoor dat een aantal basisbehoeften kunnen ingevuld worden:
Artikel 2
Om te beoordelen of iemand recht heeft op aanvullende steun wordt gebruik gemaakt van de ‘REMI’-tool, die integraal deel uitmaakt van het sociaal verslag.
1. Inkomen (van de aanvrager en de personen waarmee hij feitelijk samenwoont):
2. Uitgaven: de vaste kosten, die noodzakelijk zijn om een menswaardig leven te kunnen leiden, worden in rekening gebracht:
REMI maakt gebruik van referentiebudgetten.
Dit zijn korven van goederen en diensten die illustreren wat gezinnen minimaal nodig hebben om aan alle behoeften te kunnen voldoen die noodzakelijk zijn om volwaardig te kunnen participeren aan de samenleving.
Leefgeld (voeding, kleding, verzorging, ontspanning, onderhouden van relaties en onderhoud van de woning) en toekomstige voorzieningen (d.i. spaargeld om de duurzame consumptiegoederen te kunnen vervangen) worden in REMI rechtstreeks berekend aan de hand van referentiebudgetten.
In onderstaande gevallen worden de reële uitgaven ingebracht nl.:
Andere afspraken zijn:
Artikel 3
Om recht te hebben op één of meerdere vormen van aanvullende steun:
Artikel 4
Aanvullende steun moet aangevraagd worden bij de sociale dienst van het OCMW, Ernest Brengierstraat 6 te 8780 Oostrozebeke, telefonisch op het nummer 056/67 11 50 of per e-mail gericht aan sociaalhuis@oostrozebeke.be.
Voor cliënten met een actief dossier bij het OCMW Oostrozebeke doet de begeleidend maatschappelijk werker de aanvraag van ambtswege.
Artikel 5
De maatschappelijk werker voert een sociaal onderzoek uit en maakt een sociaal verslag op.
Het bijzonder comité voor de sociale dienst neemt een individueel besluit tot toekenning, weigering, herziening of stopzetting van het recht op één of meerdere vormen van aanvullende steun.
De voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst kan in dringende gevallen tot dringende hulpverlening beslissen.
Artikel 6
Het recht op aanvullende steun gaat in vanaf 1 januari of vanaf de datum vermeld in het besluit van het bijzonder comité voor de sociale dienst tot en met 30 juni of tot en met 31 december van het lopend kalenderjaar.
Voor personen die bij het OCMW in schuldbemiddeling of budgetbeheer zijn, wordt de aanvullende steun toegekend tot en met 31 december van het lopende kalenderjaar.
Binnen de maand na toekenning wordt een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke dienstverlening, verder GPMI genoemd afgesloten.
Hierin worden de afspraken om de situatie van de cliënt te verbeteren afgesproken.
Minimum halfjaarlijks, bij wijzigingen in het dossier of bij een evaluatie wordt het recht op of verlenging/stopzetting van de aanvullende steun bekeken.
Bij een negatieve evaluatie van het GPMD kan de sociale dienst voorstellen om de aanvullende steun stop te zetten.
Artikel 7
Tenzij anders bepaald, wordt de toegekende aanvullende steun uitbetaald op het bankrekeningnummer van de aanvrager.
Er worden enkel facturen in aanmerking genomen die gedateerd zijn vanaf de ingangsdatum van de aanvullende steun.
Er zijn volgende uitzonderingen:
Andere facturen moeten ten laatste tegen de uiterste betaaldatum binnengebracht worden bij de sociale dienst.
Artikel 8
Volgende vormen van aanvullende steun kunnen – onder de vermelde bijkomende voorwaarden – toegekend worden:
8.1. Huurtoelage
Om recht te hebben op een huurtoelage moet de aanvrager bijkomend aan de volgende voorwaarden voldoen
De huurtoelage is het bedrag van de maandelijkse huur (lopende maand) dat hoger ligt dan 1/3 van het maandinkomen (voorafgaand) en bedraagt maximum 100,00 euro per maand.
De huurtoelage kan niet gecumuleerd worden met de Vlaamse huursubsidie of Vlaamse huurpremie.
Wanneer de Vlaamse huursubsidie of huurpremie toegekend wordt met terugwerkende kracht, moet de huurtoelage voor deze periode terugbetaald worden aan het OCMW.
Het OCMW kan niet meer terugvorderen dan hetgeen het voor die periode heeft uitbetaald.
8.2. Energietoelage
De energietoelage is:
Betrokkene dient zijn betalingsbewijzen bij te houden en over te maken aan het OCMW vóór 30 september.
De tussenkomst wordt dan begin oktober in één keer aan de begunstigde overgemaakt via een bijkomende oplading van de budgetmeter.
Het bijzonder comité voor de sociale dienst kan bijkomend beslissen om de toekenning te koppelen aan een energiescan.
8.3. Tenlasteneming van de jaarlijkse bijdrage ziekenfonds/zorgpremie/hospitalisatieverzekering van het lopende jaar.
Er is een integrale ten laste name van de jaarlijkse ziekenfondsbijdrage(n) en zorgpremie.
Voor de hospitalisatieverzekering(en) is dit met een maximum van 130,00 euro per persoon per jaar.
8.4. Tussenkomst in farmaceutische kosten
Voor medicatie op doktersvoorschrift komt het OCMW voor 50% tussen in de oplegkosten.
De tussenkomst is op jaarbasis en per persoon beperkt tot het plafondbedrag van de maximumfactuur.
Bij vaststelling van misbruik (o.a. opzettelijk laten bijschrijven door de huisarts van medicatie, die ook zonder doktersvoorschrift kan bekomen worden), kan deze vorm van aanvullende steun ingetrokken worden.
Voor personen in schuldbemiddeling mag de apotheker maandelijks de volledige factuur overmaken aan de maatschappelijk werker/dossierbeheerder.
Anderen moeten zelf 50% betalen, de apotheker bezorgt het OCMW een factuur voor de onbetaalde 50%.
8.5. Vrijetijdstoelage – toelage kansen voor ieder knd
De vrijetijdstoelage is een toelage ten bedrage van maximum 100,00 euro per persoon per jaar voor:
De toelage voor kinderen (tot 18 jaar) van gebruikers is een toelage van maximum 100,00 euro per persoon per jaar.
Deze toelage is bedoeld voor de deelname aan sociale programma's:
8.6. Eén euro-actie (nog tot eind 2026)
Naast de vrijetijdstoelage en de toelage voor kinderen kan een gerechtigde op aanvullende steun en zijn/haar gezin voor de prijs van 1,00 euro per persoon per evenement naar evenementen gaan, die georganiseerd worden in de gemeente Oostrozebeke.
Een begeleider naar keuze mag mee voor diezelfde prijs.
Het OCMW bezorgt hiervoor een geselecteerd aanbod aan de gerechtigden.
In dat geval zal het OCMW ook voor de kaarten zorgen.
De gerechtigde mag ook zelf een voorstel doen.
8.7. Tussenkomst in speelpleinwerking, Tsjaka en SWAP (nog tot eind 2026)
Naast de vrijetijdstoelage en de toelage voor kinderen heeft een gerechtigde op aanvullende steun en zijn/haar gezin recht op een tussenkomst van 50% wanneer zijn/haar kind naar de speelpleinwerking gaat of deelneemt aan een Tsjaka kamp of een SWAP activiteit.
8.8. Voedselbedeling
Een gerechtigde op aanvullende steun en zijn/haar gezin mag om de veertien dagen een voedselpakket afhalen bij het OCMW van Oostrozebeke op de vastgestelde datum.
Indien betrokkene zonder verwittiging één keer nalaat om zijn/haar voedselpakket op te halen, wordt deze steunverlening met onmiddellijke ingang stopgezet voor de rest van de termijn.
Betrokkene wordt hiervan schriftelijk op de hoogte gebracht.
Betrokkene kan een tweede aanvraag doen maar indien hij/zij opnieuw nalaat om zijn/haar voedselpakket op te halen, wordt geen nieuwe aanvraag meer behandeld gedurende het lopende kalenderjaar.
De aanvraag voor een eenmalig dringend voedselpakket kan ook ingediend worden door huisartsen, de scholen uit Oostrozebeke, buitenschoolse kinderopvang de Wiemkes te Oostrozebeke, voor-en naschoolse kinderopvang Pluto te Oostrozebeke en Kind en Gezin en De Meyere Lindsay van de hulpgroep “Helpen waar het kan”.
8.9. Eerste leeftijdsmelk
Dit is een tussenkomst in de aankoop van één doos eerste leeftijdsmelk per week gedurende de eerste 6 maanden na de geboorte.
De aanvraag kan ook ingediend worden door Kind en Gezin.
Een toekenning is dan geldig voor 3 maanden en tot het kind van de aanvrager de leeftijd van zes maanden heeft.
8.10. Fietsen via Veloods
Dit is een eenmalige tussenkomst per gezinslid voor de aankoop van een fiets bij Veloods met een maximumprijs van 150,00 euro.
De tussenkomst van de cliënt bedraagt 20,00 euro voor een volwassene en 10,00 euro voor een kind. 8
8.11. Recht op sociaal tarief buitenschoolse kinderopvang ‘de Wiemkes’ te Oostrozebeke
Gerechtigden op aanvullende steun waarvan de kinderen gebruik maken van de buitenschoolse kinderopvang ‘de Wiemkes’ komen in aanmerking voor een sociaal tarief.
Een uittreksel van het besluit wordt overgemaakt aan de buitenschoolse kinderopvang.
8.12. Recht op individueel verminderd tarief kinderopvang ‘Kind en Gezin’
Gerechtigden op aanvullende steun waarvan de kinderen gebruik maken van kinderopvang komen in aanmerking voor het individueel verminderd tarief kinderopvang ‘Kind en Gezin’.
Een gerechtigde op aanvullende steun kan recht hebben op:
Een uittreksel van dit besluit wordt overgemaakt aan Kind en Gezin.
De toekenning is één jaar geldig.
8.13. Minimale levering via de aardgasbudgetmeter
Gerechtigden op aanvullende steun met een aardgasbudgetmeter kunnen beroep doen op de minimale levering via de aardgasbudgetmeter gedurende de winterperiode vastgesteld door de minister van energie.
8.14. Iedereen verdient vakantie
Gerechtigden op aanvullende steun en zijn/haar gezin kunnen gebruik maken van het aanbod van iedereen verdient vakantie.
8.15 Verjaardagpakketten
Kinderen van 1 tot 12 jaar van gerechtigden op aanvullende steun hebben recht op een verjaardagpakket.
8.16 Tussenkomst in diftar
Gerechtigden op aanvullende steun krijgen per gezin jaarlijks 20 euro op hun diftar rekening gestort.
Artikel 9
Dit besluit gaat in vanaf 1 januari 2026 voor de nieuwe aanvragen en de (half)jaarlijkse herzieningen.