De voorzitter opent de zitting op 04/12/2025 om 19:54.
De raad neemt kennis van:
Het aangetekend schrijven van CREAT Services dv van 13 oktober 2025 betreffende buitengewone algemene vergadering van dinsdag 16 december 2025 om 14u30.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 6 december 2024 tot wijziging van artikel 6 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een verbeterende akte als gevolg van een arrest dat de verkiezingsuitslag wijzigt.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 6 februari 2025 betreffende CREAT aankoopcentrale (TMVS) - algemene vergadering: aanduiden van een vertegenwoordiger en van een plaatsvervanger, waarbij de heer De Marez, 1ste schepen, werd aangeduid als vertegenwoordiger voor het OCMW van Oostrozebeke, en de heer Derudder, burgemeester, als plaatsvervangend vertegenwoordiger, voor de algemene vergadering van CREAT tot het einde van de legislatuur 2025-2030.
Oostrozebeke is aangesloten bij de opdrachthoudende vereniging CREAT Services dv.
Het OCMW van Oostrozebeke ontving op 13 oktober 2025 een aangetekend schrijven van CREAT Services dv om deel te nemen aan de buitengewone algemene vergadering, die op dinsdag 16 december 2025 plaatsvindt in Flanders Expo, Maaltekouter 1, 9051 Gent met volgende agenda:
De nuttige documenten voor de buitengewone algemene vergadering van 16 december 2025 werden bij het aangetekend schrijven van 13 oktober 2025 gevoegd:
Agenda
Vertegenwoordigers algemene vergadering
Toelichting door de heer De Marez, 1ste schepen.
niet van toepassing
niet van toepassing
niet van toepassing
Artikel 1
De raad keurt de agenda van de buitengewone algemene vergadering van CREAT Services dv van 16 december 2025 goed:
Artikel 2
De vertegenwoordiger van het OCMW, die zal deelnemen aan de buitengewone algemene vergadering van 16 december 2025, zal zijn/haar stemgedrag afstemmen op de beslissing genomen in onderhavig besluit en de punten van de agenda van de buitengewone algemene vergadering van 16 december 2025 goedkeuren.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit wordt verzonden naar avcreatservices@creat.be.
De raad voor maatschappelijk welzijn stelt het deel van het meerjarenplan 2026 - 2031: Raad 4_12_2025 van het OCMW vast.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 6 december 2024 tot wijziging van artikel 6 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een verbeterende akte als gevolg van een arrest dat de verkiezingsuitslag wijzigt.
Besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale [en de provinciale] besturen, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse regering van 14 juli 2023.
Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningen-stelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale [en de provinciale (ing. MB 12 september 2018, art. 1, I: 1 januari 2020)] besturen, het laatst gewijzigd bij ministerieel besluit van 8 december 2023 tot wijziging van diverse bepalingen van het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.
Omzendbrief KBBJ/ABB-2025/1 van 18 juli 2025 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheercyclus.
Het gunstig visum VSM/2025/046 van 13 november 2025 van Siegfried Masschaele, financieel directeur.
Het gunstig advies van het managementteam van 21 oktober 2025.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur reikt oplossingen aan om een echt geïntegreerd lokaal sociaal beleid mogelijk te maken, met respect voor de verschillende rechtspersonen, die erbij betrokken zijn.
Daaruit volgt dat de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW) een gezamenlijk meerjarenplan opstellen, dat door beide raden wordt vastgesteld.
Op die manier kan een geïntegreerd lokaal sociaal beleid maximaal worden gerealiseerd: beide rechtspersonen hebben samen één doelstellingenboom, waarbij de doelstellingen van het OCMW en die van de gemeente vervlochten zijn.
Omdat de gemeente en het OCMW een geïntegreerd meerjarenplan maken, wordt het financiële evenwicht voor die twee besturen als één geheel gepresenteerd en beoordeeld.
Omdat elke rechtspersoon voor de eigen verplichtingen en verbintenissen blijft instaan, blijft in het meerjarenplan een duidelijk onderscheid bestaan tussen de kredieten van de gemeente en die van het OCMW.
Dat komt tot uiting in het schema met het overzicht van de kredieten (schema M3), waarin de kredieten voor de gemeente en het OCMW apart worden opgenomen.
Minstens een keer per jaar wordt het meerjarenplan aangepast, waarbij in elk geval de kredieten voor het volgende boekjaar worden vastgesteld.
Als dat nodig is, kunnen daarbij ook de kredieten voor het lopende boekjaar worden aangepast.
Daarnaast kan het meerjarenplan, als dat nodig is, ook worden aangepast om alleen de kredieten voor het lopende boekjaar aan te passen.
Bij elke aanpassing van het meerjarenplan wordt het resultaat van de intussen vastgestelde jaarrekeningen verwerkt.
De goedkeuring van de gemeenteraad is nodig omdat de gemeente de financiële gevolgen moet dragen van de keuzes, die de raad voor maatschappelijk welzijn maakt.
Die besluitvorming kan het best als volgt verlopen:
• de raad voor maatschappelijk welzijn stelt eerst zijn deel van de aanpassing meerjarenplan vast;
• de gemeenteraad stelt vervolgens zijn deel van de aanpassing meerjarenplan vast;
• de gemeenteraad keurt ten slotte het deel goed dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld.
Het ontwerp van het meerjarenplan bevat volgende documenten:
niet van toepassing
niet van toepassing
De heren Vande Maele, Vandenbroucke en Coppens, en mevrouw Noyez, raadsleden.
Artikel 1
Het meerjarenplan 2026 - 2031: Raad 04_12_2025 van het deel OCMW wordt vastgesteld.
Artikel 2
Het budgettair resultaat van het boekjaar van het OCMW in 2026 bedraagt: -1 467 854,00 euro.
Het gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar van het OCMW in 2026 bedraagt: -1 927 478 euro en het gecumuleerd budgettair resultaat 2026 bedraagt: -3 395 332,00 euro.
Het beschikbaar budgettair resultaat van het OCMW in 2026 bedraagt -3 395 332,00 euro
Er zijn geen onbeschikbare gelden.
De autofinancieringsmarge boekjaar van het OCMW in 2026 bedraagt: -1 098 845,00 euro.
De kredieten van het OCMW voor het boekjaar 2026 worden vastgesteld.
| Soort krediet |
Totaal bedrag voor 2026 |
| Totaal exploitatie-uitgaven |
7 733 303,00 |
| Totaal exploitatie-ontvangsten |
6 868 785,00 |
| Totaal investeringsuitgaven |
369 009 |
| Totaal investeringsontvangsten |
0,00 |
| Totaal financieringsuitgaven |
234 327,00 |
| Totaal financieringsontvangsten |
0,00 |
Artikel 3
Het geconsolideerd budgettair resultaat van het boekjaar in 2026 bedraagt:-1 631 464,00 euro.
Het geconsolideerd gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar in 2026 bedraagt: 6 384 303,00 euro en het geconsolideerd gecumuleerd budgettair resultaat 2026 bedraagt: 4 752 839,00 euro.
Er zijn geconsolideerd geen onbeschikbare gelden.
De geconsolideerde autofinancieringsmarge boekjaar in 2026 bedraagt: 718 674,00 euro en de geconsolideerde gecorrigeerde autofinancieringsmarge in 2026 bedraagt: 639 870,00 euro.
Artikel 4
Het geconsolideerd beschikbaar budgettair resultaat in 2031 bedraagt: 3 356 189 euro.
De geconsolideerde autofinancieringsmarge boekjaar in 2031 bedraagt: 729 220 euro en de geconsolideerde gecorrigeerde autofinancieringsmarge in 2026 bedraagt: 858 248 euro.
De raad voor maatschappelijk welzijn stelt het deel van de meerjarenplanaanpassing 12 2020 - 2027: Raad 04_12_2025 (BP2020_2027-12) van het OCMW vast.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 6 december 2024 houdende een verbeterende akte als gevolg van een arrest dat de verkiezingsuitslag wijzigt.
Besluit van 30 maart 2018 van de Vlaamse regering over de beleids- en beheerscyclus van de lokale [en de provinciale] besturen, het laatst gewijzigd bij besluit van 14 juli 2023 van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen.
Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningen-stelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale [en de provinciale (ing. MB 12 september 2018, art. 1, I: 1 januari 2020)] besturen, het laatst gewijzigd bij ministerieel besluit van 8 december 2023 tot wijziging van het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen.
Omzendbrief KB/ABB 2019/4 van 3 mei 2019 over de strategische meerjarenplannen 2020-2025 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.
Besluit van van 5 december 2019 van de raad voor maatschappelijk welzijn betreffende meerjarenplan 2020-2025 van het deel OCMW: vaststellen.
Besluit van 5 december 2019 van de gemeenteraad betreffende meerjarenplan 2020-2025 van het deel OCMW: goedkeuren.
Besluit van 2 juli 2020 van de raad voor maatschappelijk welzijn betreffende aanpassing meerjarenplan 1 2020-2025 van het deel OCMW: vaststellen.
Besluit van 2 juli 2020 van de gemeenteraad betreffende aanpassing meerjarenplan 1 2020-2025 van het deel OCMW goedkeuren.
Besluit van 3 december 2020 van de raad voor maatschappelijk welzijn betreffende aanpassing meerjarenplan 2 2020 - 2025: Raad 03_12_2020(BP2020_2025-2) van het deel OCMW: vaststellen.
Besluit van 3 december 2020 van de gemeenteraad betreffende aanpassing meerjarenplan 2 2020 - 2025: Raad 03_12_2020(BP2020_2025-2) van het deel OCMW: goedkeuren.
Besluit van 3 juni 2021 van de raad voor maatschappelijk welzijn betreffende meerjarenplanaanpassing 3 2020 - 2025: Raad 03_06_2021 van het deel OCMW: vaststellen.
Besluit van 3 juni 2021 van de gemeenteraad betreffende meerjarenplanaanpassing 3 2020 - 2025: Raad 03_06_2021 van het deel OCMW: goedkeuren.
Besluit van 2 december 2021 van de raad voor maatschappelijk welzijn betreffende meerjarenplanaanpassing 4 2020 - 2025: Raad 02_12_2021 van het deel OCMW: vaststellen.
Besluit van 2 december 2021 van de gemeenteraad betreffende meerjarenplanaanpassing 4 2020 - 2025: Raad 02_12_2021 van het deel OCMW: goedkeuren.
Besluit van 2 juni 2022 van de raad voor maatschappelijk welzijn betreffende meerjarenplanaanpassing 5 2020 - 2025: Raad 02_06_2022 van het deel OCMW: vaststellen.
Besluit van 2 juni 2022 van de gemeenteraad betreffende meerjarenplanaanpassing 5 2020 - 2025: Raad 02_06_2022 van het deel OCMW: goedkeuren.
Besluit van 8 december 2022 van de raad voor maatschappelijk welzijn betreffende meerjarenplanaanpassing 6 2020 - 2025: Raad 08_12_2022 van het deel OCMW: vaststellen.
Besluit van 8 december 2022 van de gemeenteraad betreffende meerjarenplanaanpassing 6 2020 - 2025: Raad 08_12_2022 van het deel OCMW: goedkeuren.
Besluit van 6 juli 2023 van de raad voor maatschappelijk welzijn betreffende meerjarenplanaanpassing 7 2020 - 2025: Raad 06_07_2023 van het deel OCMW: vaststellen.
Besluit van 6 juli 2023 van de gemeenteraad betreffende meerjarenplanaanpassing 7 2020 - 2025: Raad 06_07_2023 van het deel OCMW: goedkeuren.
Besluit van 7 december 2023 van de raad voor maatschappelijk welzijn betreffende meerjarenplanaanpassing 8 2020 - 2026: Raad 07_12_2023 van het deel OCMW: vaststellen.
Besluit van 7 december 2023 van de gemeenteraad betreffende meerjarenplanaanpassing 8 2020 - 2026: Raad 07_12_2023 van het deel OCMW: goedkeuren.
Besluit van 6 juni 2024 van de raad voor maatschappelijk welzijn betreffende meerjarenplanaanpassing 9 2020 - 2026: Raad 06_06_2024 van het deel OCMW: vaststellen.
Besluit van 6 juni 2024 van de gemeenteraad betreffende meerjarenplanaanpassing 9 2020 - 2026: Raad 06_06_2024 van het deel OCMW: goedkeuren.
Besluit van 7 november 2024 van de raad voor maatschappelijk welzijn betreffende meerjarenplanaanpassing 10 2020 - 2027: Raad 07_11_2024 van het deel OCMW: vaststellen.
Besluit van 7 november 2024 van de gemeenteraad betreffende meerjarenplanaanpassing 10 2020 - 2027: Raad 07_11_2024 van het deel OCMW: goedkeuren.
Besluit van 3 juli 2025 van de raad voor maatschappelijk welzijn betreffende meerjarenplanaanpassing 11 2020 - 2027: Raad 03_07_2025 van het deel OCMW: vaststellen
Besluit van 3 juli 2025 van de gemeenteraad betreffende meerjarenplanaanpassing 11 2020 - 2027: Raad 03_07_2025 van het deel OCMW: goedkeuren
Gunstig visum met nummer VSM/2025/044 van 13 november 2025 van de heer Masschaele, financieel directeur.
Gunstig advies van het managementteam van 21 oktober 2025.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur reikt oplossingen aan om een echt geïntegreerd lokaal sociaal beleid mogelijk te maken, met respect voor de verschillende rechtspersonen, die erbij betrokken zijn.
Daaruit volgt dat de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW) een gezamenlijk meerjarenplan opstellen, dat door beide raden wordt vastgesteld.
Op die manier kan een geïntegreerd lokaal sociaal beleid maximaal worden gerealiseerd: beide rechtspersonen hebben samen één doelstellingenboom, waarbij de doelstellingen van het OCMW en die van de gemeente vervlochten zijn.
Omdat de gemeente en het OCMW een geïntegreerd meerjarenplan maken, wordt het financiële evenwicht voor die twee besturen als één geheel gepresenteerd en beoordeeld.
Omdat elke rechtspersoon voor de eigen verplichtingen en verbintenissen blijft instaan, blijft in het meerjarenplan een duidelijk onderscheid bestaan tussen de kredieten van de gemeente en die van het OCMW.
Dat komt tot uiting in het schema met het overzicht van de kredieten (schema M3), waarin de kredieten voor de gemeente en het OCMW apart worden opgenomen.
Minstens een keer per jaar wordt het meerjarenplan aangepast, waarbij in elk geval de kredieten voor het volgende boekjaar worden vastgesteld.
Als dat nodig is, kunnen daarbij ook de kredieten voor het lopende boekjaar worden aangepast.
Daarnaast kan het meerjarenplan, als dat nodig is, ook worden aangepast om alleen de kredieten voor het lopende boekjaar aan te passen.
Bij elke aanpassing van het meerjarenplan wordt het resultaat van de intussen vastgestelde jaarrekeningen verwerkt.
De goedkeuring van de gemeenteraad is nodig omdat de gemeente de financiële gevolgen moet dragen van de keuzes, die de raad voor maatschappelijk welzijn maakt.
Die besluitvorming kan het best als volgt verlopen:
• de raad voor maatschappelijk welzijn stelt eerst zijn deel van de aanpassing meerjarenplan vast;
• de gemeenteraad stelt vervolgens zijn deel van de aanpassing meerjarenplan vast;
• de gemeenteraad keurt ten slotte het deel goed dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld.
Het ontwerp van aanpassing meerjarenplan bevat volgende documenten:
niet van toepassing
niet van toepassing
niet van toepassing
Artikel 1
De meerjarenplanaanpassing 12 2020 - 2027: Raad 04_12_2025 (BP2020_2027-12) van het deel OCMW, bestaande uit de strategische nota, het financieel doelstellingenplan (M1), de staat van het financieel evenwicht (M2), de staat van het financieel evenwicht: wijzigingsvariant (M2W) en het overzicht van de kredieten (M3) wordt vastgesteld.
Artikel 2
Het budgettair resultaat van het boekjaar van het OCMW in 2025 bedraagt: -1.529.159,00 euro.
Het gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar van het OCMW in 2025 bedraagt: -398.319,00 euro en het gecumuleerd budgettair resultaat 2025 bedraagt: - 1.927.478,00 euro.
Het beschikbaar budgettair resultaat van het OCMW in 2025 bedraagt -1.927.478,00 euro.
Er zijn geen onbeschikbare gelden.
De autofinancieringsmarge boekjaar van het OCMW in 2025 bedraagt: - 1.127.205,00 euro.
De kredieten van het OCMW voor het boekjaar 2025 worden vastgesteld.
| Soort krediet |
Totaal bedrag voor 2025 |
| Totaal exploitatie-uitgaven |
7.590.710,00 euro |
| Totaal exploitatie-ontvangsten |
6.688.715,00 euro |
| Totaal investeringsuitgaven |
401.954,00 euro |
| Totaal investeringsontvangsten |
0,00 euro |
| Totaal financieringsuitgaven |
225.210,00 euro |
| Totaal financieringsontvangsten |
0,00 euro |
Artikel 3
Het geconsolideerd budgettair resultaat van het boekjaar in 2025 bedraagt: -2.179.918,00 euro.
Het geconsolideerd gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar in 2025 bedraagt: 8.564.221,00 euro en het geconsolideerd gecumuleerd budgettair resultaat 2025 bedraagt: 6.384.304,00 euro.
Er zijn geconsolideerd geen onbeschikbare gelden.
De geconsolideerde autofinancieringsmarge boekjaar in 2025 bedraagt: 1.055.706,00 euro en de geconsolideerde gecorrigeerde autofinancieringsmarge in 2025 bedraagt: 956.553,00 euro.
Artikel 4
Het geconsolideerd beschikbaar budgettair resultaat in 2025 bedraagt: 6.384.304,00 euro.
De geconsolideerde autofinancieringsmarge boekjaar in 2025 bedraagt: 1.055.706,00 euro en de geconsolideerde gecorrigeerde autofinancieringsmarge in 2025 bedraagt: 956.553,00 euro.
De raad voor maatschappelijk welzijn is exclusief bevoegd om de nominatieve subsidies toe te kennen.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 6 december 2024 tot wijziging van artikel 6 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een verbeterende akte als gevolg van een arrest dat de verkiezingsuitslag wijzigt.
Beraad van het vast bureau van 15 oktober 2025 betreffende bespreking aanpassing meerjarenplan december 2025: cijfers.
Besluit van de raad van maatschappelijk welzijn van 4 december 2025 betreffende Meerjarenplanaanpassing 12 2020 - 2027: Raad 04_12_2025 van het deel OCMW: vaststellen.
Artikel 41, tweede lid, 23° van het decreet over het lokaal bestuur, stelt dat de bevoegdheid om nominatieve subsidies toe te kennen een exclusieve bevoegdheid is van de raad van maatschappelijk welzijn.
De nominatieve subsidies voor 2025, opgenomen in het vastgestelde en door de raad van maatschappelijk welzijn goedgekeurde Meerjarenplanaanpassing 12 2020 - 2027: Raad 04_12_2025 BP2020_2025-12 worden toegekend.
De toelichting door mevrouw Geldhof, schepen.
niet van toepassing
niet van toepassing
niet van toepassing
Enig artikel
De nominatieve subsidies 2025 worden toegekend:
BP2020_2027-12/2025/1333/0900-02/6493040/OCMW/VASTB/800/IP-GEEN/U
Algemene werkingssubsidies aan Dyzo
Begunstigde: Dyzo
Bedrag: 500,00;
BP2020_2027-12/2025/1324/0959-01/6494516/OCMW/VASTB/800/IP-GEEN/U
Algemene werkingssubsidie aan Curando vzw
Begunstigde: Curando VZW
Bedrag: 105.000,00;
BP2020_2027-12/2025/1324/0959-01/6640510/OCMW/VASTB/800/IP-GEEN/U
Toegestane investeringssubsidies aan Curando vzw
Begunstigde: Curando VZW
Bedrag: 55.000,00.
De raad voor maatschappelijk welzijn is exclusief bevoegd om de nominatieve subsidies toe te kennen.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 6 december 2024 tot wijziging van artikel 6 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een verbeterende akte als gevolg van een arrest dat de verkiezingsuitslag wijzigt.
Beraad van het vast bureau van 15 oktober 2025 betreffende bespreking meerjarenplan december 2026-2031: cijfers.
Besluit van de raad van maatschappelijk welzijn van 4 december 2025 betreffende Meerjarenplan 2026 - 2031: Raad 04_12_2025 van het deel OCMW: vaststellen.
Artikel 41, tweede lid, 23° van het decreet over het lokaal bestuur, stelt dat de bevoegdheid om nominatieve subsidies toe te kennen een exclusieve bevoegdheid is van de raad van maatschappelijk welzijn.
De nominatieve subsidies voor 2026-2031, opgenomen in het vastgestelde en door de raad van maatschappelijk welzijn goedgekeurde Meerjarenplan 2026 - 2031: Raad 04_12_2025 BP2026_2031 worden toegekend.
De toelichting door mevrouw Geldhof, schepen.
niet van toepassing
niet van toepassing
niet van toepassing
Enig artikel
De nominatieve subsidies 2026-2031 worden toegekend:
BP2026_2031-0/2026/1333/0900-02/6493040/OCMW/VASTB/800/IP-GEEN/U
Algemene werkingssubsidies aan Dyzo
Begunstigde: Dyzo
Bedrag: 500,00;
BP2026_2031-0/2026/1324/0959-01/6494516/OCMW/VASTB/800/IP-GEEN/U
Algemene werkingssubsidie aan Curando vzw
Begunstigde: Curando vzw
Bedrag: 107.100,00;
BP2026_2031-0/2026/1324/0959-01/6640510/OCMW/VASTB/800/IP-GEEN/U
Toegestane investeringssubsidies aan Curando vzw
Begunstigde: Curando vzw
Bedrag: 55.000,00.
De vaststelling dat het verwerpen van een erfenis geen invloed op de verplichting tot het betalen van de begrafeniskosten geeft aanleiding tot de wijziging van het reglement voor begrafenissen.
Wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, het laatst gewijzigd bij de wet van 29 februari 2024 betreffende wijziging diverse wetten tot instelling van een wettelijk kader voor de elektronische uitwisseling tussen de OCMW's en de burgers en tot invoering van diverse verplichtingen voor OCMW's met betrekking tot de behandeling van een steunaanvraag.
Organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, het laatst gewijzigd bij de wet van 14 maart 2024 betreffende wijzging wet 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën van vreemdelingen.
Wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, het laatst gewijzigd bij de wet van 29 februari 2024 betreffende wijziging diverse wetten tot instelling van een wettelijk kader voor de elektronische uitwisseling tussen de OCMW's en de burgers en tot invoering van diverse verplichtingen voor OCMW's met betrekking tot de behandeling van een steunaanvraag.
Decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, laatst gewijzigd bij decreet van 14 juli 2025 over het platform voor overlijdensadministratie.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 6 december 2024 tot wijziging van artikel 6 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een verbeterende akte als gevolg van een arrest dat de verkiezingsuitslag wijzigt.
Oud Burgerlijk Wetboek, artikelen 203, 205, 208 en 213.
Besluit van 4 april 2018 betreffende sociale dienstverlening - begrafenis: bespreken en goedkeuren reglement m.b.t. begrafenissen.
In 2018 werd een reglement opgemaakt dat geldt als leidraad voor de maatschappelijk werkers van het OCMW in het geval zij een vraag tot tussenkomst in de begrafeniskosten krijgen.
Zo worden deze steundossiers op een uniforme manier behandeld.
De prijzen worden in het nieuwe regelement geïndexeerd.
Jaarlijks wordt vanaf 2026 een indexering van 2% voorzien.
Het verwerpen van een erfenis heeft juridisch gezien geen invloed op de verplichting tot het betalen van de begrafeniskosten.
In het vorig reglement werden de begrafeniskosten in dat geval niet teruggevorderd bij de onderhoudsplichtigen.
De sociale dienst stelt echter voor om dit te behouden en enkel terug te vorderen bij erfgenamen die de erfenis niet verwerpen en dit omwille van volgende redenen:
Toelichting door mevrouw Vervaeck, schepen en voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst.
De uitgaven zijn voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie 232, budgetrekening 0900-02/6482260.
De inkomsten zijn voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie 232, budgetrekening 0900-02/7482260.
niet van toepassing
niet van toepassing
Artikel 1
De raad heft het besluit van 4 april 2018 betreffende sociale dienstverlening - begrafenis: bespreken en goedkeuren reglement m.b.t. begrafenissen op.
Artikel 2
De raad stelt het reglement tussenkomst in begrafeniskosten als volgt vast:
Artikel 1 Voorwaarden voor tussenkomst
Het OCMW Oostrozebeke kan tussenkomen in begrafeniskosten indien de overledene op de dag van overlijden ingeschreven is in de bevolkingsregisters, het vreemdelingen-of wachtregister van de gemeente Oostrozebeke of ten gevolge van wet van 2 april 1965 ten laste zijn van het OCMW Oostrozebeke.
Het OCMW van Oostrozebeke is tevens bevoegd voor een dakloze overleden, die op het grondgebied van Oostrozebeke komt te overlijden.
Artikel 2 Doelgroep
Het OCMW komt tussen bij behoeftige personen zonder nabestaanden of bij onvoldoende middelen van nabestaanden, mits sociaal onderzoek.
Het OCMW komt uitzonderlijk tussen voor overleden personen voor wie zich geen nabestaanden melden voor het regelen van de uitvaart.
Artikel 3 Bewoners woonzorgcentrum
Bewoners van het woonzorgcentrum, die ten laste zijn van het OCMW mogen een reserve van 3 000 euro behouden op hun zicht- of spaarrekening voor toekomstige begrafeniskosten.
Artikel 4 Aanvraagprocedure
Erfgenamen of begrafenisondernemer dienen het OCMW te contacteren de eerstvolgende werkdag na overlijden.
Indien dit niet gebeurt, wordt de aanvraag behandeld als een gewone steunaanvraag.
Bij afwezigheid van een wilsbeschikking wordt standaard gekozen voor crematie.
Artikel 5 – Praktische regeling van de uitvaart
De door het OCMW aangestelde begrafenisondernemer staat in voor de organisatie van een sobere maar respectvolle uitvaart. Deze omvat:
1. Vervoer en opvang
2. Verzorging van de overledene
3. Afscheid
4. Administratie en formaliteiten
5. Uitvaartplechtigheid
6. Uitvoering van de uitvaart
7. Symboliek en graf
8. Crematie
9. Gelijkheid en waardigheid
10. Locatie en communicatie
11. Kostprijs:
Jaarlijks wordt dit bedrag met ingang van 1 januari met 2% geïndexeerd.
De factuur op naam van de overledene wordt bezorgd aan het OCMW of aan de bank (indien de overledene niet behoeftig is).
Bij een overledene voor wie zich geen nabestaanden melden voor het regelen van de uitvaart en die niet behoeftig is, wordt de kosten van een sobere en respectvolle begrafenis bepaald door de begrafenisondernemer.
Artikel 6 Onderhoudsplicht
Begrafeniskosten zijn een last van de nalatenschap. De begrafeniskosten zijn verplicht te betalen op basis van de onderhoudsplicht (art. 203, 205 en 213 burgerlijk wetboek).
Ouders zijn verplicht tot onderhoud van de kinderen, kinderen tot onderhoud van de ouders in de mate waarin deze laatsten behoeftig zijn.
Ze kunnen worden verhaald op erfgenamen indien:
Hun vermogen wordt bepaald via sociaal-financieel onderzoek. Hierbij kan rekening gehouden worden met de schaal van tussenkomsten (wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijk integratie).
Artikel 7 Terugvordering
Bij verwerping van de nalatenschap dient deze verwerping aangetoond te worden met het attest afgeleverd door de rechtbank van 1ste aanleg of een notaris. Bij het ontbreken van dit attest binnen de 3 maanden na overlijden zullen de kosten toch moeten betaald worden door de erfgenamen.
De begrafeniskosten worden dan teruggevorderd bij de erfgenamen die niet verwerpen.
De ten laste genomen kosten kunnen al dan niet geheel of gedeeltelijk teruggevorderd worden volgens artikel 98 §2 van de organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van 8 juli 1976 en artikel 205 van het Burgerlijk Wetboek (verplichting is afhankelijk van het vermogen).
Hierbij kan er rekening gehouden worden met de schaal van tussenkomsten bepaald bij de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijk integratie.
Artikel 8 Goedkeuring Bijzonder Comité
Elk dossier wordt afzonderlijk onderzocht en voorgelegd aan het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst.
Afwijkingen zijn enkel mogelijk via gemotiveerd sociaal verslag.
In dringende gevallen beslist de voorzitter, met bekrachtiging op de eerstvolgende bijzonder comité voor de sociale dienst..
Artikel 9 Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.
Schrapping van de subsidies in het kader van sociale en culturele participatie, toelage in het kader van diftar m.i.v. 1 januari 2026.
Wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, het laatst gewijzigd bij de wet van 29 februari 2024 betreffende wijziging diverse wetten tot instelling van een wettelijk kader voor de elektronische uitwisseling tussen de OCMW's en de burgers en tot invoering van diverse verplichtingen voor OCMW's met betrekking tot de behandeling van een steunaanvraag.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 6 december 2024 tot wijziging van artikel 6 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een verbeterende akte als gevolg van een arrest dat de verkiezingsuitslag wijzigt.
Wet van 4 september 2002 betreffende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiële maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering, het laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 26 oktober 2014 tot uitvoering van artikel 3 van de wet van 4 september 2002 betreffende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiële maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering.
Omzendbrief van 13 april 2010 betreffende het 'preventief sociaal energiebeleid' in het kader van het Gas- en Elektriciteitsfonds [+ handleiding].
Besluit van de Vlaamse Regering van 13 maart 2009 betreffende de openbare dienstverplichtingen in de vrijgemaakte elektriciteits- en aardgasmarkt, het laatst gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse regering van 12 november 2010 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 maart 2009 betreffende de sociale openbare dienstverplichtingen in de vrijgemaakte elektriciteit- en aardgasmarkt, wat betreft de invoering van een minimale levering van aardgas tijdens de winterperiode.
Besluit van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 houdende de subsidies en de eraan gekoppelde voorwaarden voor de realisatie van specifieke dienstverlenging door gezinsopvang en groepsopvang van baby’s en peuters, het laatst gewijzigd door het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2025 betreffende wijziging subsidiebesluit van 22 november 2013 betreffende hervorming van het systeem inkomenstarief.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 14 december 2000 betreffende kennisname van en besluit naar aanleiding van de nota van Sabine Wyseure, maatschappelijk werker betreffende ‘aanvullende steun’ houdende de vaststelling van een kaderbesluit voor de toekenning van verschillende vormen van aanvullende steun, het laatst gewijzigd door het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 6 juli 2023 betreffende sociale dienstverlening - aanvullende steun: hervaststellen van het reglement aanvullende steun.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 20 december 2010 betreffende sociale dienstverlening - minimale levering van aardgas tijdens de winterperiode via budgetmeter: principebesluit.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 5 juli 2016 betreffende sociale dienstverlening - besteding van de subsidie toegekend aan het OCMW ter betreffende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiële maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering.
Besluit van de gemeenteraad van 4 mei 2017 betreffende gecoördineerd retributiereglement: hervaststellen, het laatst gewijzigd bij besluit van de gemeenteraad van 5 september 2024 betreffende gecoördineerd retributiereglement: voorwaarden: aanvullen en wijzigen
Besluit van 6 juli 2023 van de raad voor maatschappelijk welzijn betreffende sociale dienstverlening - aanvullende steun: hervaststellen van het reglement aanvullende steun.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 4 september 2025 betreffende sociale dienstverlening: terbeschikkingstelling door de gemeente Oostrozebeke van de woningen, gelegen te Oostrozebeke, Markt 17 en E. Brengierstraat 2: goedkeuren.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 2 oktober 2025 betreffende sociale dienstverlening - besteding van de subsidie toegekend aan het OCMW ter bevordering van maatschappelijke participatie en culturele en sportieve ontplooiing van gebruikers van dienstverlening van openbare centra voor maatschappelijk welzijn 2025: goedkeuren
Besluit van het vast bureau van 22 oktober 2025 betreffende lijst van de tarieven vanaf 1 januari 2026: vaststellen.
Sinds 2010 wordt door het OCMW van Oostrozebeke, in het kader van de armoedebestrijding voor dergelijke maatschappelijk kwetsbare personen of gezinnen, voor de meest frequent voorkomende vormen van steun de toepassingsmodaliteiten vastgelegd in een kaderbesluit “aanvullende steun” (besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 14 december 2000 betreffende kennisname van en besluit naar aanleiding van de nota van Sabine Wyseure, maatschappelijk werker betreffende ‘aanvullende steun’ houdende de vaststelling van een kaderbesluit voor de toekenning van verschillende vormen van aanvullende steun).
De laatste aanpassing werd ingevoerd met ingang van 1 januari 2023.
Het reglement aanvullende steun en de referentienorm worden gebruikt om te bepalen:
Het reglement aanvullende steun bevat de algemene en specifieke voorwaarden, waaraan begunstigden moeten voldoen om recht te hebben op bepaalde vormen van ondersteuning.
Er wordt gebruik gemaakt van de REMI-tool om uit te rekenen of iemand in aanmerking komt voor aanvullende steun.
Recent vernamen alle OCMW's dat de (jaarlijkse) subsidies maatschappelijke participatie en culturele en sportieve ontplooiing van gebruikers van dienstverlening met ingang van 1 januari 2026 geschrapt worden (2025: 2 215 euro).
Deze subsidies worden in Oostrozebeke aangewend voor de toekenning van de vrijetijdstoelage en toelage kansarme kinderen.
Jaarlijks wordt hiervoor 5600 euro voorzien. In 2024 werd 2756,32 euro gebruikt.
De sociale dienst stelt voor om toch deze tussenkomsten te behouden. Deze toelage zorgt er voor dat gezinnen met een beperkt budget toch kunnen deelnemen aan sport, cultuur en ontspanning.
Op die manier wordt sociale uitsluiting voorkomen en draagt bij aan een gevoel van gelijkwaardigheid.
In de zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn van 6 november 2025 werd een tussenkomst in Diftar van 20 euro voorzien voor personen met recht op aanvullende steun.
In zitting van 4 september 2025 werd door de gemeenteraad beslist dat de crisis-en doorgangswoningen ter beschikking gesteld worden aan de Woondienst Regio Izegem.
Algemeen worden de tussenkomsten in dienstverlening weinig gebruikt. De Pamperbank is een onderdeel geworden van de voedselbedeling.
Sedert vorig jaar wordt een maand na de toekenning van aanvullende steun een Geïndividualiseerd Project voor Maatschappelijke Dienstverlening (GPMD) afgesloten.
Dit stond nog niet in het reglement.
Deze wijzigingen zijn aanleiding voor een aantal aanpassingen in het reglement nl.
Toelichting door mevrouw Vervaeck, schepen en voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst.
De uitgaven zijn voorzien in het meerjarenplan 2026-2031:
De inkomsten zijn voorzien in het meerjarenplan 2026-2031;
niet van toepassing
niet van toepassing
Artikel 1
De raad heft het besluit van 6 juli 2025 van de raad voor maatschappelijk welzijn betreffende sociale dienstverlening - aanvullende steun: hervaststellen van het reglement aanvullende steun op.
Artikel 2
De raad stelt volgend reglement voor aanvullende steun opnieuw vast:
Artikel 1
Het reglement ‘aanvullende steun’ bevat de algemene en specifieke voorwaarden, waaraan begunstigden moeten voldoen om recht te hebben op bepaalde vormen van ondersteuning.
Aanvullende steun wordt toegekend op maat van de cliënt en zorgt ervoor dat een aantal basisbehoeften kunnen ingevuld worden:
Artikel 2
Om te beoordelen of iemand recht heeft op aanvullende steun wordt gebruik gemaakt van de ‘REMI’-tool, die integraal deel uitmaakt van het sociaal verslag.
1. Inkomen (van de aanvrager en de personen waarmee hij feitelijk samenwoont):
2. Uitgaven: de vaste kosten, die noodzakelijk zijn om een menswaardig leven te kunnen leiden, worden in rekening gebracht:
REMI maakt gebruik van referentiebudgetten.
Dit zijn korven van goederen en diensten die illustreren wat gezinnen minimaal nodig hebben om aan alle behoeften te kunnen voldoen die noodzakelijk zijn om volwaardig te kunnen participeren aan de samenleving.
Leefgeld (voeding, kleding, verzorging, ontspanning, onderhouden van relaties en onderhoud van de woning) en toekomstige voorzieningen (d.i. spaargeld om de duurzame consumptiegoederen te kunnen vervangen) worden in REMI rechtstreeks berekend aan de hand van referentiebudgetten.
In onderstaande gevallen worden de reële uitgaven ingebracht nl.:
Andere afspraken zijn:
Artikel 3
Om recht te hebben op één of meerdere vormen van aanvullende steun:
Artikel 4
Aanvullende steun moet aangevraagd worden bij de sociale dienst van het OCMW, Ernest Brengierstraat 6 te 8780 Oostrozebeke, telefonisch op het nummer 056/67 11 50 of per e-mail gericht aan sociaalhuis@oostrozebeke.be.
Voor cliënten met een actief dossier bij het OCMW Oostrozebeke doet de begeleidend maatschappelijk werker de aanvraag van ambtswege.
Artikel 5
De maatschappelijk werker voert een sociaal onderzoek uit en maakt een sociaal verslag op.
Het bijzonder comité voor de sociale dienst neemt een individueel besluit tot toekenning, weigering, herziening of stopzetting van het recht op één of meerdere vormen van aanvullende steun.
De voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst kan in dringende gevallen tot dringende hulpverlening beslissen.
Artikel 6
Het recht op aanvullende steun gaat in vanaf 1 januari of vanaf de datum vermeld in het besluit van het bijzonder comité voor de sociale dienst tot en met 30 juni of tot en met 31 december van het lopend kalenderjaar.
Voor personen die bij het OCMW in schuldbemiddeling of budgetbeheer zijn, wordt de aanvullende steun toegekend tot en met 31 december van het lopende kalenderjaar.
Binnen de maand na toekenning wordt een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke dienstverlening, verder GPMI genoemd afgesloten.
Hierin worden de afspraken om de situatie van de cliënt te verbeteren afgesproken.
Minimum halfjaarlijks, bij wijzigingen in het dossier of bij een evaluatie wordt het recht op of verlenging/stopzetting van de aanvullende steun bekeken.
Bij een negatieve evaluatie van het GPMD kan de sociale dienst voorstellen om de aanvullende steun stop te zetten.
Artikel 7
Tenzij anders bepaald, wordt de toegekende aanvullende steun uitbetaald op het bankrekeningnummer van de aanvrager.
Er worden enkel facturen in aanmerking genomen die gedateerd zijn vanaf de ingangsdatum van de aanvullende steun.
Er zijn volgende uitzonderingen:
Andere facturen moeten ten laatste tegen de uiterste betaaldatum binnengebracht worden bij de sociale dienst.
Artikel 8
Volgende vormen van aanvullende steun kunnen – onder de vermelde bijkomende voorwaarden – toegekend worden:
8.1. Huurtoelage
Om recht te hebben op een huurtoelage moet de aanvrager bijkomend aan de volgende voorwaarden voldoen
De huurtoelage is het bedrag van de maandelijkse huur (lopende maand) dat hoger ligt dan 1/3 van het maandinkomen (voorafgaand) en bedraagt maximum 100,00 euro per maand.
De huurtoelage kan niet gecumuleerd worden met de Vlaamse huursubsidie of Vlaamse huurpremie.
Wanneer de Vlaamse huursubsidie of huurpremie toegekend wordt met terugwerkende kracht, moet de huurtoelage voor deze periode terugbetaald worden aan het OCMW.
Het OCMW kan niet meer terugvorderen dan hetgeen het voor die periode heeft uitbetaald.
8.2. Energietoelage
De energietoelage is:
Betrokkene dient zijn betalingsbewijzen bij te houden en over te maken aan het OCMW vóór 30 september.
De tussenkomst wordt dan begin oktober in één keer aan de begunstigde overgemaakt via een bijkomende oplading van de budgetmeter.
Het bijzonder comité voor de sociale dienst kan bijkomend beslissen om de toekenning te koppelen aan een energiescan.
8.3. Tenlasteneming van de jaarlijkse bijdrage ziekenfonds/zorgpremie/hospitalisatieverzekering van het lopende jaar.
Er is een integrale ten laste name van de jaarlijkse ziekenfondsbijdrage(n) en zorgpremie.
Voor de hospitalisatieverzekering(en) is dit met een maximum van 130,00 euro per persoon per jaar.
8.4. Tussenkomst in farmaceutische kosten
Voor medicatie op doktersvoorschrift komt het OCMW voor 50% tussen in de oplegkosten.
De tussenkomst is op jaarbasis en per persoon beperkt tot het plafondbedrag van de maximumfactuur.
Bij vaststelling van misbruik (o.a. opzettelijk laten bijschrijven door de huisarts van medicatie, die ook zonder doktersvoorschrift kan bekomen worden), kan deze vorm van aanvullende steun ingetrokken worden.
Voor personen in schuldbemiddeling mag de apotheker maandelijks de volledige factuur overmaken aan de maatschappelijk werker/dossierbeheerder.
Anderen moeten zelf 50% betalen, de apotheker bezorgt het OCMW een factuur voor de onbetaalde 50%.
8.5. Vrijetijdstoelage – toelage kansen voor ieder knd
De vrijetijdstoelage is een toelage ten bedrage van maximum 100,00 euro per persoon per jaar voor:
De toelage voor kinderen (tot 18 jaar) van gebruikers is een toelage van maximum 100,00 euro per persoon per jaar.
Deze toelage is bedoeld voor de deelname aan sociale programma's:
8.6. Eén euro-actie (nog tot eind 2026)
Naast de vrijetijdstoelage en de toelage voor kinderen kan een gerechtigde op aanvullende steun en zijn/haar gezin voor de prijs van 1,00 euro per persoon per evenement naar evenementen gaan, die georganiseerd worden in de gemeente Oostrozebeke.
Een begeleider naar keuze mag mee voor diezelfde prijs.
Het OCMW bezorgt hiervoor een geselecteerd aanbod aan de gerechtigden.
In dat geval zal het OCMW ook voor de kaarten zorgen.
De gerechtigde mag ook zelf een voorstel doen.
8.7. Tussenkomst in speelpleinwerking, Tsjaka en SWAP (nog tot eind 2026)
Naast de vrijetijdstoelage en de toelage voor kinderen heeft een gerechtigde op aanvullende steun en zijn/haar gezin recht op een tussenkomst van 50% wanneer zijn/haar kind naar de speelpleinwerking gaat of deelneemt aan een Tsjaka kamp of een SWAP activiteit.
8.8. Voedselbedeling
Een gerechtigde op aanvullende steun en zijn/haar gezin mag om de veertien dagen een voedselpakket afhalen bij het OCMW van Oostrozebeke op de vastgestelde datum.
Indien betrokkene zonder verwittiging één keer nalaat om zijn/haar voedselpakket op te halen, wordt deze steunverlening met onmiddellijke ingang stopgezet voor de rest van de termijn.
Betrokkene wordt hiervan schriftelijk op de hoogte gebracht.
Betrokkene kan een tweede aanvraag doen maar indien hij/zij opnieuw nalaat om zijn/haar voedselpakket op te halen, wordt geen nieuwe aanvraag meer behandeld gedurende het lopende kalenderjaar.
De aanvraag voor een eenmalig dringend voedselpakket kan ook ingediend worden door huisartsen, de scholen uit Oostrozebeke, buitenschoolse kinderopvang de Wiemkes te Oostrozebeke, voor-en naschoolse kinderopvang Pluto te Oostrozebeke en Kind en Gezin en De Meyere Lindsay van de hulpgroep “Helpen waar het kan”.
8.9. Eerste leeftijdsmelk
Dit is een tussenkomst in de aankoop van één doos eerste leeftijdsmelk per week gedurende de eerste 6 maanden na de geboorte.
De aanvraag kan ook ingediend worden door Kind en Gezin.
Een toekenning is dan geldig voor 3 maanden en tot het kind van de aanvrager de leeftijd van zes maanden heeft.
8.10. Fietsen via Veloods
Dit is een eenmalige tussenkomst per gezinslid voor de aankoop van een fiets bij Veloods met een maximumprijs van 150,00 euro.
De tussenkomst van de cliënt bedraagt 20,00 euro voor een volwassene en 10,00 euro voor een kind. 8
8.11. Recht op sociaal tarief buitenschoolse kinderopvang ‘de Wiemkes’ te Oostrozebeke
Gerechtigden op aanvullende steun waarvan de kinderen gebruik maken van de buitenschoolse kinderopvang ‘de Wiemkes’ komen in aanmerking voor een sociaal tarief.
Een uittreksel van het besluit wordt overgemaakt aan de buitenschoolse kinderopvang.
8.12. Recht op individueel verminderd tarief kinderopvang ‘Kind en Gezin’
Gerechtigden op aanvullende steun waarvan de kinderen gebruik maken van kinderopvang komen in aanmerking voor het individueel verminderd tarief kinderopvang ‘Kind en Gezin’.
Een gerechtigde op aanvullende steun kan recht hebben op:
Een uittreksel van dit besluit wordt overgemaakt aan Kind en Gezin.
De toekenning is één jaar geldig.
8.13. Minimale levering via de aardgasbudgetmeter
Gerechtigden op aanvullende steun met een aardgasbudgetmeter kunnen beroep doen op de minimale levering via de aardgasbudgetmeter gedurende de winterperiode vastgesteld door de minister van energie.
8.14. Iedereen verdient vakantie
Gerechtigden op aanvullende steun en zijn/haar gezin kunnen gebruik maken van het aanbod van iedereen verdient vakantie.
8.15 Verjaardagpakketten
Kinderen van 1 tot 12 jaar van gerechtigden op aanvullende steun hebben recht op een verjaardagpakket.
8.16 Tussenkomst in diftar
Gerechtigden op aanvullende steun krijgen per gezin jaarlijks 20 euro op hun diftar rekening gestort.
Artikel 9
Dit besluit gaat in vanaf 1 januari 2026 voor de nieuwe aanvragen en de (half)jaarlijkse herzieningen.
Er werden geen vragen ingediend.
De voorzitter sluit de zitting op 04/12/2025 om 22:14.
Namens raad voor maatschappelijk welzijn,
Carl Vereecke
algemeen directeur
Hans Claerhout
raadslid-voorzitter