De voorzitter opent de zitting op 05/03/2026 om 19:25.
De heer Vandenbroucke, raadslid.
De heer De Marez, 1ste schepen.
De raad neemt kennis van:
E-mailbericht van 16 januari 2026 van DVV Midwest (coördinator vrije tijd).
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 24 oktober 2025 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een remediëringstraject na een forensische audit, deel 3, titel 3 betreffende intergemeentelijk samenwerken in het bijzonder.
Statuten van DVV Midwest, 22 december 2017, laatst gewijzigd op 9 december 2025.
Strategisch plan DVV Midwest 2026-2031, goedgekeurd door de raad van bestuur van Midwest dd. 26 september 2025.
Bovenlokaalcultuurdecreet van 8 maart 2024 (hoofdstuk3, afdeling 4, artikel 40-44) met volgende subsidievoorwaarden voor de bovenlokale netwerken vrijetijdsparticipatie:
Het Bovenlokaal Cultuurdecreet (2024) bepaalt de inhoudelijke opdrachten voor het bovenlokaal netwerk vrijetijdsparticipatie (hoofdstuk 3, afdeling 4, artikel 40):
Deze afsprakennota kwam tot stand via een participatief proces met diverse stakeholders (gemeenten en verenigingen voor personen in armoede) met ruimte voor inspraak en dialoog.
De aftrap van het proces bestond uit een algemene infosessie over de werking van een IGS cultuur (21 januari 2025) aan actoren (cultuurambtenaren, schepenen, algemeen directeurs, burgemeesters) uit de vijftien besturen.
Gelijktijdig werden trends, noden en troeven van de ruime regio in kaart gebracht in een omgevingsanalyse.
In de periode oktober-december werden met een werkgroep (met een vertegenwoordiging van de elf gemeenten) tijdens vier werksessies, onder begeleiding van Publiq-Demos, de missie, visie en het doelenkader met strategische en operationele doelen vorm gegeven.
In november-december 2025 werd dat doelenkader verder afgetoetst in de intervisiegroepen (medewerkers) en clusters (schepenen) cultuur, jeugd, sport en welzijn.
Deze input vormde de basis voor het uitschrijven van de afsprakennota.
Na goedkeuring door de gemeenteraden (tussen januari en maart 2026) volgt de formele goedkeuring door de raad van bestuur van DVV Midwest.
De Afsprakennota wordt ingediend tegen 1 april 2026.
De Vlaamse regering neemt ten laatste op 1 oktober 2026 een beslissing.
Vanuit een gedeelde missie en visie werd een samenhangend doelenkader uitgewerkt dat bestaat uit strategische doelstellingen, operationele doelstellingen en concrete acties (Afsprakennota: p. 50-53 en bijlage 2).
Toelichting door mevrouw Vervaeck, schepen van cultuur.
Het Bovenlokaal Cultuurdecreet (2024) bepaalt de (financiële) subsidievoorwaarden (hoofdstuk 3, afdeling 4, artikel 44): de Vlaamse Regering beslist na kennisname van de adviezen van de beoordelingscommissie, vermeld in artikel 22, over de toekenning en het bedrag van een werkingssubsidie aan een intergemeentelijk samenwerkingsverband voor een bovenlokaal netwerk vrijetijdsparticipatie als vermeld in artikel 40.
De werkingssubsidies worden toegekend voor een periode van zes jaar of voor de resterende duur van de subsidieperiode.
In de afsprakennota wordt volgende financiering voorgesteld:
Dit is voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031: ACT-1342/0709-00/6135900.
niet van toepassing
De heer Van D'huynslager, schepen, verlaat de zitting tijdens de bespreking van het agendapunt en vervoegt terug de vergadering vóór de stemming van het agendapunt.
De heer Vandenbroucke, raadslid.
Enig artikel
De gemeenteraad keurt de Afsprakennota Bovenlokaal Netwerk Vrijetijdsparticipatie Midwest met inbegrip van een meerjarenplan 2027-2032 goed.
Eind 2017 werd DVV Midwest opgericht.
In 2021 werd de werking van de erfgoedcel TERF hierin geïntegreerd.
De erfgoedcel fungeert binnen DVV Midwest als het aanspreekpunt voor cultureel erfgoed en neemt het erfgoedbeleid en de erfgoedwerking van de deelnemende gemeenten in handen.
Bij de administratieve voorbereiding van de nieuwe beleidsperiode heeft DVV Midwest in het voorjaar 2025 aan de vijftien Midwestgemeenten gevraagd of zij wensten deel te nemen aan het intergemeentelijk samenwerkingsverband van de erfgoedcel voor de periode 2027-2032.
De volgende gemeenten hebben zich akkoord verklaard om deel te nemen aan dit samenwerkingsverband: Hooglede, Ingelmunster, Izegem, Lichtervelde, Moorslede, Oostrozebeke, Roeselare, Staden en Wingene.
De werking zal verdergaan onder de naam erfgoedcel Midwest.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 24 oktober 2025 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een remediëringstraject na een forensische audit.
Decreet van 23 december 2021 houdende de ondersteuning van cultureelerfgoedwerking (citeeropschrift: Cultureelerfgoeddecreet), gewijzigd bij decreet van 4 mei 2024 tot wijziging van verschillende decreten, wat betreft de regiovorming.
Besluit van de gemeenteraad van 4 december 2025 betreffende meerjarenplan 2026-2031: raad 04_12_2025 van het deel gemeente: vaststellen.
Om de werking van de erfgoedcel vanaf 2027 te kunnen verderzetten voor het gewijzigde werkingsgebied en om subsidies te kunnen aanvragen voor de periode 2027-2032, moeten de nodige documenten ingediend worden bij de Vlaamse overheid.
Dit moet uiterlijk tegen 1 april 2026 gebeuren.
Het belangrijkste document hierbij is het beleidsplan.
Daarin wordt uiteengezet hoe erfgoedcel Midwest de deelnemende lokale besturen zal ondersteunen op het vlak van cultureel erfgoed.
Aan dit beleidsplan is een meerjarenbegroting gekoppeld die eveneens moet worden ingediend.
Tot slot dient een aanvraagdossier te worden ingevuld via het KIOSK-platform.
Oostrozebeke sluit voor het eerst aan bij deze erfgoedcel.
Toelichting door mevrouw Vervaeck, schepen van cultuur.
In het subsidiedossier wordt volgende financiering voorgesteld:
| Aantal inw. jan. '25 |
Bijdrage per bestuur € |
|
| Hooglede |
10.305 |
4.307 |
| Ingelmunster |
11.583 |
4.841 |
| Izegem |
29.384 |
12.280 |
| Lichtervelde |
9.437 |
3.944 |
| Moorslede |
11.487 |
4.801 |
| Oostrozebeke |
7.998 |
3.343 |
| Staden |
11.684 |
4.883 |
| Wingene |
20.764 |
8.678 |
| Roeselare |
66.819 |
27.925 |
| Totaal |
179.461 |
75.000 |
Dit is voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031 op ACT-2212/0113-00/6131002.
niet van toepassing
niet van toepassing
Artikel 1
De gemeenteraad gaat akkoord met de aanvraag tot werkingssubsidies voor een dienstverlenende rol op bovenlokaal niveau met betrekking tot cultureel erfgoed.
Vanaf 2027 gaat de erfgoedcel verder onder de naam erfgoedcel Midwest, voor de volgende gemeenten: Hooglede, Ingelmunster, Izegem Lichtervelde, Moorslede, Oostrozebeke, Roeselare, Staden en Wingene.
Artikel 2
De gemeenteraad gaat akkoord met het beleidsplan, de meerjarenbegroting en het KIOSK-dossier die ingediend zullen worden in het kader van de aanvraag tot subsidie voor de beleidsperiode 2027-2032.
Tot 2020 was Cultuur Midwest gekend als de bovenlokale cultuurwerking van projectvereniging BIE, met een toenmalig werkingsgebied van zeven gemeenten: Hooglede, Lichtervelde, Ingelmunster, Izegem, Moorslede, Roeselare en Staden.
De cultuurnota 2020-2025 werd goedgekeurd en verlengd in 2026.
Eind 2020 werd de projectvereniging ontbonden en kantelde de cultuur- en erfgoedwerking in binnen het grotere regionale verband van de dienstverlenende vereniging Midwest (DVV Midwest).
Naast de vroegere ‘BIE-gemeenten’ maken ook de gemeenten Ardooie, Dentergem, Ledegem, Oostrozebeke, Pittem, Tielt, Wielsbeke en Wingene deel uit van DVV Midwest.
Met uitzondering van gemeente Wingene, bleef - ook na de inkanteling in DVV Midwest - het structurele werkingsgebied van de bovenlokale cultuur- en erfgoedwerking tijdens de vorige beleidsperiode beperkt tot de kerngroep van de vroegere projectvereniging.
Op projectmatige basis en in het kader van een dienstverlening brede regio werd gezocht naar ruimere samenwerking binnen de volledige regio.
Op die manier werd geleidelijk aan een draagvlak gecreëerd voor een ruimere structurele samenwerking.
Bij de administratieve voorbereiding van de nieuwe beleidsperiode heeft DVV Midwest in het voorjaar 2025 aan de vijftien Midwestgemeenten gevraagd of zij wensten deel te nemen aan een intergemeentelijk samenwerkingsverband cultuur voor de periode 2027-2032.
In de periode 2027-2032 breidt Cultuur Midwest uit van acht naar de vijftien gemeenten: Ardooie, Dentergem, Hooglede, Ingelmunster, Izegem, Ledegem, Lichtervelde, Moorslede, Oostrozebeke, Pittem, Roeselare, Staden, Tielt, Wielsbeke en Wingene.
Op die manier richt de bovenlokale cultuurwerking zich de komende beleidsperiode op het volledige werkingsgebied van de referentieregio Midwest (zie: strategisch plan DVV Midwest, 2026-2031).
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 24 oktober 2025 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een remediëringstraject na een forensische audit, meer bepaald deel 3, titel 3 betreffende intergemeentelijk samenwerken in het bijzonder.
Statuten van DVV Midwest, 22 december 2017, laatst gewijzigd op 9 december 2025.
Strategisch plan DVV Midwest 2026-2031, goedgekeurd door de raad van bestuur van Midwest dd. 26 september 2025.
Bovenlokaal Cultuurdecreet van 8 maart 2024, met volgende subsidievoorwaarden (hoofdstuk 3, afdeling 3, artikel 35) voor de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden (verder IGS):
Besluit van de gemeenteraad van 4 december 2025 betreffende meerjarenplan 2026-2031: raad 04_12_2025 van het deel gemeente: vaststellen.
Het Bovenlokaal Cultuurdecreet (2024) bepaalt de inhoudelijke opdrachten voor het intergemeentelijk samenwerkingsverband (hoofdstuk 3, afdeling 3, artikel 33):
De InterGemeentelijke Samenwerking (IGS) dient op uiterlijk 1 april 2026 een aanvraag in voor de subsidieperiode 2027-2032.
Het dossier bevat:
De Vlaamse Regering beslist op uiterlijk 1 oktober 2026.
Deze cultuurnota kwam tot stand via een participatief proces met diverse stakeholders met ruimte voor inspraak en dialoog.
Gezien de ambitie om de schaalgrootte van de bovenlokale cultuurwerking te verbreden van acht naar vijftien besturen, bestond de aftrap van het proces uit een algemene infosessie, i.s.m. OP/TIL, over de werking van een IGS Cultuur (30 januari 2025) aan actoren (cultuurambtenaren, schepenen, algemeen directeurs, burgemeesters) uit de vijftien besturen.
Gelijktijdig werden trends, noden en troeven van de ruime regio in kaart gebracht in een omgevingsanalyse.
De huidige werking werd geëvalueerd in de vorm van een online bevraging van zowel het team alsook de acht aangesloten besturen in april 2025 en verder besproken en verfijnd op de stuurgroepoverleggen van 28 april (bibliothecarissen) en 8 mei (cultuurambtenaren).
Ook de missie en visie werden er afgetoetst en bijgesteld.
Na de beslissing van het Midwestoverleg (burgemeestersoverleg) op 5 juli 2025 (en bekrachtigd in het strategisch plan, dd. 26 september 2025) om de bovenlokale cultuurwerking uit te breiden naar vijftien besturen, kon het beleidsplanningstraject verdergezet worden.
Tijdens de adviesgroep van 18 september 2025 werden, onder externe begeleiding van Werklicht, beleidsprioriteiten, strategische doelstellingen en acties opgesteld met (culturele) actoren uit de vijftien gemeenten (o.a. cultuurambtenaren, schepenen, bibliothecarissen, culturele actoren).
Deze input het meerjarenplan meerjarenbegroting. In november 2025 werd dat doelenkader verder afgetoetst met stuurgroepen (cultuurambtenaren), intervisiegroepen (bibliothecarissen) en cluster (schepenen).
Na goedkeuring door de gemeenteraden (tussen januari en maart 2026) volgt de formele goedkeuring door de raad van bestuur van DVV Midwest.
De cultuurnota en het meerjarenplan wordt ingediend tegen 1 april 2026.
De beslissing van de Vlaamse Regering wordt ten laatste op 1 oktober genomen.
Vanuit een gedeelde missie en visie werd een samenhangend doelenkader uitgewerkt dat bestaat uit strategische doelstellingen, operationele doelstellingen en concrete acties (Cultuurnota: p. 37-46 en bijlage 2).
Voor Oostrozebeke is het de eerste keer dat wordt deelgenomen aan het IGS Cultuur Midwest.
Toelichting door mevrouw Vervaeck, schepen van cultuur.
Het Bovenlokaal Cultuurdecreet (2024) bepaalt de (financiële) subsidievoorwaarden (hoofdstuk 3, afdeling 3, artikel 39):
In het subsidiedossier wordt volgende financiering voorgesteld:
Dit is voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031: ACT-2212/0171-00/6494506.
niet van toepassing
niet van toepassing
Artikel 1
De gemeenteraad keurt de Cultuurnota en het Meerjarenplan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband Cultuur Midwest 2027-2032 goed.
Artikel 2
De gemeenteraad verklaart op eer dat het jaarlijks een (geïndexeerde) gemeentelijke bijdrage zal inbrengen voor het intergemeentelijk samenwerkingsverband Cultuur Midwest ten bedrage van € 0,52 per inwoner als onderdeel van de algemene gemeentelijke bijdrage aan DVV Midwest.
De bespreking op het lokaal woonoverleg van 25 maart 2025, en navolgend overleg met de Woondienst Regio Izegem en de 5 gemeenten, die tot haar werkingsgebied behoren, inzake het actualiseren van het premiereglement tot toekenning van een aanpassingspremie voor het levenslang wonen in een woning (gelijkvormig opmaken met de aangesloten steden en gemeenten bij de Woondienst Regio Izegem, verwerken van kleine verbeteringen en verduidelijkingen).
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een remediëringstraject na een forensische audit.
Vlaamse Codex Wonen van 2021, het laatst gewijzigd bij decreet van 19 december 2025 betreffende programmadecreet bij de begroting van 2026.
Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, het laatst gewijzigd bij besluit van 19 december 2025 tot wijziging van diverse bepalingen van het Energiebesluit van 19 november 2010 en van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, wat betreft de Mijn VerbouwPremie, de EPC-labelpremie, en de kortingsbonnen.
Besluit van de gemeenteraad van 1 oktober 2015 betreffende gemeentelijk reglement tot toekenning van een aanpassingspremie voor het levenslang wonen in een woning: hervaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 14 november 2019 betreffende gemeentelijk reglement tot toekenning van een aanpassingspremie voor het levenslang wonen in een woning: hervaststellen.
Op het lokaal woonoverleg van 25 maart 2025 werden de cijfergegevens van de werking van de Woondienst in 2024 toegelicht.
In het desbetreffend rapport werd o.m. een overzicht gegeven van het aantal aanvragen en het aantal toekenningen van de gemeentelijke premies.
Deze cijfergegevens, alsook het feit dat we nog steeds aan het begin van een nieuwe legislatuur staan, gaven aanleiding om de gemeentelijke premiereglementen te evalueren met het oog op een bijsturing waar nodig.
De Woondienst Regio Izegem coördineerde deze evaluatie, die tegelijkertijd in de 5 gemeenten van het werkingsgebied werd gehouden.
In geval van de aanpassingspremie voor het levenslang wonen in een woning bleek dat er zich een aantal inhoudelijke aanpassingen opdringen, waaronder het optrekken van de leeftijdsgrens naar 60+ en het bijsturen van de inkomensgrenzen.
Zowel in het reglement als de bijhorende technische nota moesten bovendien een aantal technische aanpassingen doorgevoerd worden.
In bijlage bij onderhavig besluit worden zowel het reglement als de technische nota met voorstel van wijzigingen, evenals hun respectievelijke gecoördineerde versies opgenomen.
Toelichting door mevrouw Vervaeck, schepen.
De uitgave is voorzien in het exploitatiebudget 2026, actie 1513, budgetrekening 0600-00/6491403/500.
niet van toepassing
niet van toepassing
Artikel 1
Het besluit van de gemeenteraad van van 14 november 2019 betreffende gemeentelijk reglement tot toekenning van een aanpassingspremie voor het levenslang wonen in een woning: hervaststellen, wordt opgeheven per 1 mei 2026.
Artikel 2
Het gemeentelijk reglement tot toekenning van een aanpassingspremie voor het levenslang wonen in een woning wordt als volgt hervastgesteld:
DOEL
Artikel 1
Om het levenslang wonen te stimuleren en aldus huishoudens de mogelijkheid te bieden zolang mogelijk in een thuissituatie te kunnen blijven wonen, wordt binnen de perken van het daartoe op het gemeentelijk budget voorziene krediet een premie toegekend aan de particuliere personen, die op het grondgebied van de gemeente Oostrozebeke in hun woning aanpassingen doorvoeren ter bevordering van hun huidige of toekomstige specifieke leefsituatie, en dit voor zover voldaan wordt aan de voorwaarden van onderhavig reglement.
DEFINITIES
Artikel 2:
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
VOORWAARDEN
Artikel 3
§1
Het inkomen dat in aanmerking wordt genomen is het gezamenlijk belastbaar inkomen van twee jaar vóór aanvraagdatum van de premie-aanvrager en de persoon met wie hij wettelijk of feitelijk samenwoont.
Dit inkomen mag niet hoger zijn dan:
Het inkomen van inwonende kinderen tot en met 25 jaar wordt niet in aanmerking genomen.
§2
Op datum van toekenning van de premie moet de premie-aanvrager en de persoon met wie hij wettelijk of feitelijk samenwoont het bewijs leveren dat hij niet meer dan 1 woning in exclusieve volle eigendom of in volle vruchtgebruik bezit.
AANPASSINGSWERKEN
Artikel 4
§1
De werken hebben een aanpassing van de woning of deel van de woning in het kader van zorgwonen op het oog, waarbij er naar gestreefd wordt om alle noodzakelijke werkzaamheden uit te voeren die het levenslang wonen mogelijk maken.
Uitvoering van de werken is mogelijk per categorie en kan gespreid worden in tijd.
De werken moeten uitgevoerd worden conform de bepalingen in de technische nota’s die deel uitmaken van het reglement.
§2
Volgende categorieën van aanpassingswerken komen in aanmerking:
§3
Het college van burgemeester en schepenen oordeelt soeverein over de in aanmerking komende werken, op basis van het advies van de technisch adviseur, en kan zo nodig bijkomende werken opleggen teneinde het levenslang wonen mogelijk te maken.
§4
Het geheel van de uit te voeren werken die voor betoelaging in aanmerking komen, moet tenminste:
§5
Op straffe van verval van de premie mogen de werken slechts uitgevoerd worden na het bekomen van de eventueel vereiste omgevingsvergunning.
PREMIE
Artikel 5
§1
De basispremie voor de aanpassingspremie aan de onder dit reglement bedoelde woning bedraagt 25 % van de kostprijs van de uitgevoerde werken onder de categorieën A t.e.m. E (btw niet inbegrepen), met een maximum van 500,00 euro per categorie.
§2
De premie voor de facultatieve categorie F bedraagt 25% van de kostprijs van de uitgevoerde werken (BTW niet inbegrepen), met een maximum van € 150.
Artikel 6
§1
De premie-aanvrager verbindt er zich toe de gewestelijke en enige andere premies aan te vragen, waarop hij recht zou hebben in verband met de uit te voeren werken aan de onder dit reglement bedoelde woning, het bewijs van hun aanvraag voor te leggen en mededeling te geven van de beslissingen over de toegekende toelagen.
Deze verbintenis geldt afzonderlijk per categorie op datum van het indienen van de facturen met oog op de definitieve toekenning van de premie.
§2
De som van de gewestelijke en enige andere premies die zouden bekomen zijn voor de uitvoering van betoelaagbare werken aan een woning mag per categorie niet meer bedragen dan 75 % van de totale kostprijs, btw niet-inbegrepen.
Is dit wel het geval, dan wordt de gemeentelijke premie evenredig verminderd of niet meer uitbetaald.
Artikel 7
De premie per categorie kan voor de betreffende woning maar eenmaal aangevraagd worden door de dezelfde premie-aanvrager.
PROCEDURE
Artikel 8
§1
De aanvraag moet ten laatste 45 kalenderdagen vóór de aanvang van de werken, bij middel van het daartoe beschikbaar gesteld formulier, tegen ontvangstbewijs ingediend worden bij het gemeentebestuur Oostrozebeke, Woondienst, E. Brengierstraat 6 te 8780 OOSTROZEBEKE.
De datum op het ontvangstbewijs geldt als aanvraagdatum.
§2
Indien blijkt dat de installatie van een traplift (categorie B) dringend noodzakelijk is kan er een uitzondering voorzien worden op artikel 8 §1 van het reglement.
De premie-aanvraag dient dan uiterlijk 3 maanden na factuurdatum ingediend te worden.
Artikel 9
Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd alle onderzoeken te doen of te laten doen, die nuttig of nodig geacht worden omtrent de vervulling van de voorwaarden tot het bekomen van de gemeentelijke premie(s).
Weigering tot medewerking aan deze onderzoeken brengt verval van het recht op de premie mee.
Artikel 10
Het bedrag van de premie wordt per categorie vastgesteld en uitbetaald op voorlegging van kopieën van de officiële facturen, op naam van de premie-aanvrager, van de uitvoerende aannemers en/of van de aankoopfacturen van de aanvragers, die de werken zelf uitvoeren.
SLOTBEPALINGEN
Artikel 11
Alle ten aanzien van de gemeente Oostrozebeke aangegane verbintenissen vervallen van rechtswege bij overlijden van de premie-aanvrager, bij onteigening of volledige vernieling van de woning.
Artikel 12
Alle betwistingen over de toepassing van onderhavig reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Betwistingen moeten binnen een termijn van één maand na kennisgeving aan de premie-aanvrager en per aangetekende brief gericht worden aan het college van burgemeester en schepenen, E. Brengierstraat 6 te 8780 OOSTROZEBEKE.
Artikel 13
De premie levenslang wonen kan gecumuleerd worden met de andere gemeentelijke premies, voor zover voldaan wordt aan de gestelde voorwaarden.
Dubbele betoelaging van eenzelfde factuur is evenwel uitgesloten.
Artikel 3
De technische nota bij onderhavig reglement, die meer informatie bevat over de werken, die in aanmerking komen, wordt hervastgesteld zoals opgenomen in bijlage bij onderhavig besluit.
Artikel 4
Dit besluit treedt op 1 mei 2026 in werking.
De bespreking op het lokaal woonoverleg van 25 maart 2025, en navolgend overleg met de Woondienst Regio Izegem en de 5 gemeenten die tot haar werkingsgebied behoren, inzake het actualiseren van het gemeentelijk reglement tot toekenning van een verbeterings- en energiebesparende premie voor woningen (gelijkvormig opmaken met de aangesloten steden en gemeenten bij de Woondienst Regio Izegem, verwerken van kleine verbeteringen en verduidelijkingen).
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een remediëringstraject na een forensische audit.
Vlaamse Codex Wonen van 2021, het laatst gewijzigd bij decreet van 19 december 2025 betreffende programmadecreet bij de begroting van 2026.
Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, het laatst gewijzigd bij besluit van 19 december 2025 tot wijziging van diverse bepalingen van het Energiebesluit van 19 november 2010 en van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, wat betreft de Mijn VerbouwPremie, de EPC-labelpremie, en de kortingsbonnen.
Besluit van de gemeenteraad van 1 oktober 2025 betreffende gemeentelijk reglement tot toekenning van een verbeterings- en energiebesparende premie voor woningen: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 4 mei 2023 betreffende gemeentelijk reglement tot toekenning van een verbeterings- en energiebesparende premie voor woningen: wijzigen.
Op het lokaal woonoverleg van 25 maart 2025 werden de cijfergegevens van de werking van de Woondienst in 2024 toegelicht.
In het desbetreffend rapport werd o.m. een overzicht gegeven van het aantal aanvragen en het aantal toekenningen van de gemeentelijke premies.
Deze cijfergegevens, alsook het feit dat we nog steeds aan het begin van een nieuwe legislatuur staan, gaven aanleiding om de gemeentelijke premiereglementen te evalueren met het oog op een bijsturing waar nodig.
De Woondienst Regio Izegem coördineerde deze evaluatie, die tegelijkertijd in de 5 gemeenten van het werkingsgebied werd gehouden.
In geval van de verbeterings- en energiebesparende premie dringen zich een aantal inhoudelijke en technische aanpassingen op, o.m. omdat de Vlaamse overheid een grondige aanpassing heeft doorgevoerd van de Mijn Verbouwpremie (MVP).
De gemeentelijke verbeteringspremie wordt maximaal afgestemd op de Vlaamse MVP.
De MVP focust volledig op energetische investeringen.
De gemeentelijke verbeteringspremie kan hierop een belangrijke aanvulling zijn door enerzijds de focus te leggen op woningkwaliteit, en anderzijds door via aanvraag vóór de werken een adviserende rol op te nemen t.a.v. eigenaars:
Een aantal voorwaarden om in aanmerking te komen voor de gemeentelijke verbeteringspremie worden eveneens afgestemd op de voorwaarden tot het verkrijgen van een Mijn Verbouwpremie.
Voorts worden zowel in het gemeentelijk reglement als de bijhorende technische nota een aantal technische aanpassingen doorgevoerd.
In bijlage bij onderhavig besluit worden zowel het reglement als de technische nota met voorstel van wijzigingen, evenals hun respectievelijke gecoördineerde versies opgenomen.
Toelichting door mevrouw Vervaecke, schepen.
De uitgave is voorzien in het exploitatiebudget 2026, actie 1513, budgetrekening 0600-00/6491403/500.
niet van toepassing
niet van toepassing
Artikel 1
Het besluit van de gemeenteraad van 4 mei 2023 betreffende gemeentelijk reglement tot toekenning van een verbeterings- en energiebesparende premie voor woningen: wijzigen, wordt opgeheven per 1 mei 2026.
Artikel 2
Het gemeentelijk reglement tot toekenning van een verbeteringspremie voor woningen wordt als volgt hervastgesteld:
DOEL
Artikel 1
Om het bestaande woningenbestand in de gemeente Oostrozebeke te verbeteren, wordt binnen de perken van het daartoe op het gemeentelijke budget voorziene krediet een premie toegekend aan de particuliere personen, die op het grondgebied van de gemeente Oostrozebeke overgaan tot verbeteringswerken aan een bestaande woning met bouwdatum ouder dan 30 jaar en dit voor zover voldaan wordt aan de voorwaarden van onderhavig reglement.
Indien het een woning betreft die gesloopt wordt, kan de premie verkregen worden voor zover er een nieuwe woning gebouwd wordt en dit voor zover voldaan wordt aan de voorwaarden van onderhavig reglement.
De bouw van de nieuwe woning wordt in dit geval gelijkgesteld met renovatie van een bestaande woning (vernieuwbouw).
DEFINITIES
Artikel 2:
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
VOORWAARDEN
Artikel 3
De verbeteringspremie kan aangevraagd worden door de eigenaar-bewoner.
Artikel 4
§1
Het inkomen dat in aanmerking wordt genomen is het gezamenlijk belastbaar inkomen van twee jaar vóór aanvraagdatum van de premie-aanvrager en de persoon met wie de premie-aanvrager wettelijk of feitelijk samenwoont of zal samenwonen.
Dit inkomen mag niet hoger zijn dan de inkomensgrenzen, die gelden voor de inkomenscategorieën 3 en 4 van de Vlaamse Mijn Verbouwpremie.
Het inkomen van inwonende kinderen tot en met 25 jaar wordt niet in aanmerking genomen.
§2
Op datum van toekenning van de premie mag de premie-aanvrager niet meer dan één woning in exclusieve volle eigendom of in niet gedeeld vruchtgebruik bezitten.
Voor werken die bedoeld zijn om twee kleinere woningen om te bouwen tot een enkele eengezinswoning, worden deze twee woningen beschouwd als één eigendom.
De eigendommen van inwonende kinderen tot en met 25 jaar worden niet in aanmerking genomen.
§3
Het niet-geïndexeerde kadastraal inkomen van de woning mag niet meer dan 1 200,00 euro bedragen.
Voor werken die bedoeld zijn om twee kleinere woningen om te bouwen tot één enkele eengezinswoning, mag de optelsom van het niet-geïndexeerde kadastraal inkomen van beide woningen niet meer dan 1 200,00 euro bedragen.
Artikel 5
De premie-aanvrager moet de verbintenis aangaan de woning niet te verkopen binnen een periode van 5 jaar, te rekenen vanaf de datum van definitieve toekenning van de laatste premie.
Artikel 6
§1
De werken hebben een integrale verbetering van de woning op het oog, die nodig en onontbeerlijk zijn om op doelmatige en grondige wijze de woonkwaliteit van de bestaande woning aan te passen en te verbeteren volgens de vereisten, die op het huidig ogenblik gesteld in de Vlaamse Codex Wonen worden aan een gezonde, veilige, aangepaste en voldoende ruime en energiezuinige huisvesting.
Uitvoering van de werken is mogelijk per categorie.
§2
Het college van burgemeester en schepenen oordeelt soeverein over de in aanmerking komende werken.
Volgende categorieën van verbeteringswerken komen in aanmerking (meer info is opgenomen in de technische nota):
§3
Met het oog op een verantwoorde uitvoering van de werkzaamheden kan het college van burgemeester en schepenen een verplichte volgorde opleggen van de uitvoering van de in aanmerking komende categorieën.
§4
Het college van burgemeester en schepenen kan voor de uitvoering van de werken binnen een bepaalde categorie werken opleggen, in het bijzonder met het oog op het verzekeren van de veiligheid en/of gezondheid van de bewoners.
§5
Komen niet in aanmerking voor toekenning van de verbeteringspremie: onderhouds-, herstellings- en verfraaiingswerken, werken aan garages, afhankelijkheden, bijgebouwen en veranda’s, werken ten gevolge van schade gedekt door een verzekeringspolis.
Artikel 7
Het geheel van de uit te voeren werken die voor subsidiëring in aanmerking komen, moet per categorie ten minste 1 000,00 euro bedragen, btw niet inbegrepen.
Artikel 8
Op straffe van verval van de premie mogen de werken slechts uitgevoerd worden na het bekomen van de eventueel vereiste omgevingsvergunning.
Op straffe van verval van de premie moet de premie aangevraagd worden vóór aanvang van de werken en mogen de werken ook niet aangevat zijn vooraleer er een controle door de Woondienst Regio Izegem werd uitgevoerd.
PREMIE
Artikel 9
§1
De basispremie voor de werken aan de onder dit reglement bedoelde woning bedraagt per categorie 25 % van de kostprijs van de uitgevoerde werken of materialen, btw niet-inbegrepen, met een maximum van 600,00 euro.
§2
De premie van de laatst uitgevoerde categorie van alle in aanmerking komende categorieën A t.e.m. G, vermeld in de principiële toekenning, wordt verhoogd met 20 % van de totaal toegekende premie voor alle uitgevoerde categorieën samen, met een minimum van 200,00 euro.
Om deze verhoogde premie te kunnen bekomen dient de elektrische installatie van de volledige woning te worden gekeurd door een erkend keuringsorgaan.
§3
Binnen een periode van 10 jaar, ingaande op de dag van de eerste aanvraag, kan per woning niet meer dan de onder dit reglement voorziene maximumtoelage verkregen worden.
Artikel 10
In geval van verkoop van de woning binnen een periode van 5 jaar na datum van de definitieve toekenning van de laatst toegekende premie, is de volledige premie terug te betalen door de premie-aanvrager.
Bovendien wordt een schadevergoeding van toepassing ten belope van het bedrag van de premie bij verkoop tijdens het eerste jaar na toekenning, en ten belope van 50 % van het bedrag van de premie bij verkoop tijdens het tweede jaar na toekenning.
Artikel 11
§1
De premie-aanvrager verbindt er zich toe de gewestelijke, en enige andere premies aan te vragen, waarop hij recht zou hebben in verband met de uit te voeren werken aan de onder dit reglement bedoelde woning, het bewijs van hun aanvraag voor te leggen en mededeling te geven van de beslissingen over de toegekende toelagen.
§2
De som van de gewestelijke en enige andere premies die zouden bekomen zijn voor de uitvoering van betoelaagbare werken aan de premiewoning mag niet meer bedragen dan 75 % van de totale kostprijs, btw niet inbegrepen.
Is dit wel het geval, dan wordt de gemeentelijke premie verminderd of niet meer uitbetaald.
Indien na mededeling van het bedrag van de toekenning van de gewestelijke of enige andere premies zou blijken dat door het reeds uitbetaalde deel van de gemeentelijke premie de totale som van de toegekende premies meer dan 75 % van de kostprijs (btw niet inbegrepen) bedraagt, zal het college van burgemeester en schepenen het reeds uitbetaalde deel van het premiebedrag terugvorderen.
PROCEDURE
Artikel 12
§1
De aanvraag moet ten laatste 45 kalenderdagen vóór de aanvang van de werken of bij vernieuwbouw 45 dagen vóór de sloop van het oude pand, bij middel van het daartoe beschikbaar gesteld formulier, tegen ontvangstbewijs ingediend worden bij het gemeentebestuur Oostrozebeke, dienst huisvesting, E. Brengierstraat 6 te 8780 OOSTROZEBEKE.
De datum op het ontvangstbewijs geldt als aanvraagdatum.
§2
De datum van de facturen van alle in aanmerking komende categorieën mag niet ouder zijn dan 5 jaar na de principiële toekenning van de eerste categorie, te rekenen vanaf de datum van de brief met melding van de principiële toekenning.
Deze facturen moeten binnen de 7 jaar na de principiële goedkeuring ingediend worden bij het gemeentebestuur Oostrozebeke, dienst huisvesting, E. Brengierstraat 6 te 8780 OOSTROZEBEKE.
Mits een gemotiveerde aanvraag kan het college van burgemeester en schepenen een afwijking toestaan van deze termijn.
Artikel 13
Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd alle onderzoeken te doen of te laten doen, die nuttig of nodig geacht worden omtrent de vervulling van de voorwaarden tot het bekomen van de gemeentelijke premie.
Weigering tot medewerking aan deze onderzoeken brengt verval van het recht op de premie mee.
Artikel 14
Het bedrag van de premie wordt door het college van burgemeester en schepenen vastgesteld en uitbetaald op voorlegging van kopieën van de officieel genummerde facturen, op naam van de premie-aanvrager van de uitvoerende aannemers en/of van de aankoopfacturen van de aanvragers die de werken zelf uitvoeren.
SLOTBEPALINGEN
Artikel 15
Alle ten aanzien van de gemeente Oostrozebeke aangegane verbintenissen vervallen van rechtswege bij overlijden van de premie-aanvrager, bij onteigening of volledige vernieling van de woning.
Artikel 16
§1
Alle betwistingen over de toepassing van onderhavig reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Betwistingen moeten binnen een termijn van één maand na kennisgeving aan de premie-aanvrager en per aangetekende brief gericht worden aan het college van burgemeester en schepenen, E. Brengierstraat 6 te 8780 Oostrozebeke.
§2
Bij betwisting over de in artikel 5, 6 en 10 genomen beslissing kan door de premie-aanvrager binnen een termijn van één maand een verzoek tot heroverweging worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 17
De verbeteringspremie kan gecumuleerd worden met een andere gemeentelijke premie, voor zover voldaan wordt aan de gestelde voorwaarden.
Dubbele betoelaging van eenzelfde factuur is evenwel uitgesloten.
Artikel 3
De technische nota bij onderhavig reglement, die meer informatie bevat over de werken die in aanmerking komen, wordt hervastgesteld zoals opgenomen in bijlage bij onderhavig besluit.
Artikel 4
Dit besluit treedt op 1 mei 2026 in werking.
Bepaling in het lokaal energie- en klimaatpact betreffende ‘opvolgmoment’ in de subsidiemodule, met indiendeadline 1 mei 2026.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 24 oktober 2025 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een remediëringstraject na een forensische audit.
Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen.
Bestuursdecreet van 7 december 2018, het laatst gewijzigd bij decreet van 19 april 2024 over de operationalisering van een Vlaamse Nutsregulator.
Besluit van de Vlaamse regering van 19 november 2010 houdende algemene bepalingen over het energiebeleid [citeeropschrift "het Energiebesluit van 19 november 2010"], het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse regering van 19 december 2025 tot wijziging van diverse bepalingen van het Energiebesluit van 19 november 2010 en van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, wat betreft de Mijn VerbouwPremie, de EPC-labelpremie, en de kortingsbonnen.
Goedkeuring van het Vlaams energie- en klimaatplan 2021-2030 van 9 december 2019.
Regeerakkoord van de Vlaamse regering voor 2024-2029.
Besluit van de gemeenteraad van 3 november 2016 betreffende burgemeestersconvenant: goedkeuring duurzaam energieactieplan (SEAP) voor de groep 'Klimaatoverleg Midwest'.
Besluit van de gemeenteraad van 7 februari 2019 betreffende ondertekening burgemeestersconvenant 2030 (CoM 2030).
Besluit van de gemeenteraad van 6 februari 2020 betreffende burgemeestersconvenant: goedkeuring van het gezamenlijk duurzaam energie- en klimaatactieplan (SECAP optie 2) voor de groep Klimaatoverleg Midwest.
Besluit van de gemeenteraad van 2 september 2021 betreffende ondertekening lokaal energie- en klimaatpact: goedkeuren.
Besluit van de gemeenteraad van 2 februari 2023 betreffende Lokaal energie- en klimaatpact 1.0: rapportage 'opvolgmoment'.
Besluit van de gemeenteraad van 1 februari 2024 betreffende Lokaal energie- en klimaatpact 1.0: rapportage 'opvolgmoment'.
Besluit van de gemeenteraad van 6 maart 2025 betreffende Lokaal energie- en klimaatpact 1.0: rapportage 'opvolgmoment'.
Besluit van de gemeenteraad van 4 december 2025 betreffende meerjarenplan 2026-2031: Raad 04_12_2025 van het deel gemeente: vaststellen.
Oostrozebeke ondertekende in september 2021 het 'Lokaal Energie- en Klimaatpact' (LEKP). Betreft het LEKP 1.0.
In essentie biedt het pact financiële middelen voor het uitvoeren van acties rond vier werven:
De doelstellingen zijn bepaald voor Vlaanderen.
Tegen 2030 wordt ernaar gestreefd om samen (over heel Vlaanderen) de heel concreet gestelde doelen over de werven op niveau Vlaanderen te halen.
Het gaat daarbij om een inspanningsverbintenis.
Naast het collectief werken aan de doelen binnen de werven, zijn er ook een aantal individuele verplichtingen per gemeente:
De Vlaamse overheid engageert zich om:
Vlaanderen biedt financiële middelen per gemeente.
Het principe van 'een euro voor een euro' wordt gehanteerd (trekkingsrecht met 50 % cofinanciering).
De Vlaamse Regering besliste echter om het Lokaal Energie- en Klimaat Pact (LEKP) trapsgewijs af te bouwen, totdat het op 1 januari 2027 zal ophouden te bestaan.
Als het Vlaams Parlement het ontwerp van het Programmadecreet goedkeurt, wordt het LEKP-decreet en het uitvoeringsbesluit opgeheven op 1 januari 2027. Tot dan blijven de LEKP 1.0 doelstellingen van kracht.
Op 13 juni 2025 kende de Vlaamse Regering een vijfde en laatste subsidie toe aan gemeenten die intekenden op LEKP 1.0.
Die wordt uitbetaald op 30 april 2026 en kan nog tot eind 2026 gebruikt worden om de LEKP-doelstellingen verder te zetten.
Gemeenten moeten in 2026 en 2027 nog rapporteren over de voortgang van het LEKP.
De rapporteringsverplichting voor gemeenten blijft immers gelden voor alle uitbetaalde subsidieronden.
Het LEKP zal worden herleid tot een structureel dialoogplatform.
Rapportering gebeurt sinds 2025 via een excelformulier.
Dit formulier maakt integraal deel uit van dit besluit.
Voor de uitgevoerde werken in werkjaar 2025 is tegen 1 mei 2026 een 'opvolgmoment' voorzien, bestaande uit een besluit van de gemeenteraad, waarin alle uitgevoerde werken worden opgelijst en het voornoemde excelformulier, waarin de financiële rapportage wordt gedaan.
Hieronder een overzicht voor Oostrozebeke en dit per werf en binnen de individuele verplichtingen:
Toelichting door mevrouw Geldhof, schepen.
De inkomsten zijn voorzien in meerjarenplan 2026 - 2031, op het investeringskrediet van 2026, actie 1437, budgetrekening 0350-00/1500000/300 en op het exploitatiekrediet van 2026, actie 1437, budgetrekening 0350-00/7405003/300.
niet van toepassing
De heer Vandenbroucke, raadslid.
De gemeenteraad keurt de rapportage ('opvolgmoment') voor het Lokaal Energie- en Klimaatpact goed.
Het gemeentebestuur van Oostrozebeke gaf aan mee te willen stappen in het LEADER-project "Biodiverse klimaatrobuuste tuinen", zoals opgesteld door vzw Regionaal Landschap West-Vlaamse Hart.
Wetboek van 23 maart 2019 betreffende wetboek van vennootschappen en verenigingen, het laatst gewijzigd bij decreet van 13 oktober 2023 tot bepaling van de specifieke regels over de pacht (citeeropschrift: "Vlaams Pachtdecreet van 13 oktober 2023").
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 24 oktober 2025 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een remediëringstraject na een forensische audit.
Publicatie van de oprichtingsakte Regionaal Landschap West-Vlaamse Hart vzw van 31 maart 2023, neergelegd voor publicatie in het Belgisch Staatsblad op 5 april 2023.
Besluit van de gemeenteraad van 7 september 2023 betreffende toetreding tot regionaal Landschap West-Vlaamse Hart vzw: goedkeuren.
De vzw Regionaal Landschap West-Vlaamse Hart heeft een LEADER-project binnengehaald, genaamd “Biodiverse klimaatrobuuste tuinen”.
Ook gemeenten Wielsbeke, Staden, Dentergem en Wingene stapten in het project.
Oostrozebeke zal, samen met de vzw, de komende drie jaar rond dit thema werken.
Doel van dit LEADER-project:
Dit zal gebeuren met onder andere volgende middelen:
De totale projectkost wordt gesteld op 376 142,39 euro, waarvan de bijdrage van de gemeente 4 200,00 euro per jaar wordt gesteld.
Het project loopt gedurende 3 jaar.
Met deze bijdrage kan het Regionaal Landschap in elke gemeente:
Het bestuur kan met andere woorden samen met het Regionaal Landschap enkele mooie projecten realiseren voor een bedrag dat lager ligt dan de effectieve financiële insteek.
Voor de realisatie van deze projecten wordt een afsprakennota opgemaakt tussen de vzw Regionaal Landschap West-Vlaamse Hart en het gemeentebestuur van Oostrozebeke.
De uitgave is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 op het exploitatiekrediet, actie 1436, budgetrekening 0350-00/6143008.
niet van toepassing
De heer Vandenbroucke, raadslid.
Enig artikel
De gemeenteraad keurt de afsprakennota tussen vzw Regionaal Landschap West-Vlaamse Hart en het gemeentebestuur van Oostrozebeke voor uitwerking van het LEADER-project "Biodiverse klimaatrobuuste tuinen" goed.
De tekst van de afsprakennota is de volgende:
Afsprakennota
in kader van het project LEADER Biodiverse klimaatrobuuste tuinen.
Tussen:
de vzw Regionaal Landschap West-Vlaamse hart,
waarvoor optreedt:
de heer Roeland Vanlerberghe,
algemeen coördinator,
hierna genoemd ‘RLWVH’;
en
de gemeente Oostrozebeke,
vertegenwoordigd door de gemeenteraad,
voor wie optreden de heer Hans Claerhout,
raadslid-voorzitter,
en de heer Carl Vereecke,
algemeen directeur,
hierna genoemd ‘de gemeente’.
Beschrijving van het LEADER-project
Met dit project willen we inwoners en lokale besturen ondersteunen om hun tuinen en woonomgeving groener, biodiverser en klimaatrobuuster te maken.
We bouwen een vrijwilligerswerking met tuincoaches uit die bewoners persoonlijk advies geven.
Daarnaast voorzien we praktische ondersteuning via plantenpakketten en de installatie van regenwatertonnen.
We realiseren demoprojecten op openbaar domein als inspirerende voorbeelden van kleinschalige onthardings- en vergroeningsacties.
We organiseren een campagne rond geveltuinen en bieden laagdrempelige infosessies aan over biodiversiteit en klimaatadaptatie, zowel voor burgers als voor tuinaannemers.
De resultaten volgen we op via burgerwetenschap en BioBlitz-evenementen.
Met dit project maken we van de tuin een schakel in het netwerk van basiskwaliteit natuur en een hefboom voor bewustwording, participatie en klimaatweerbaarheid.
Het project Biodiverse klimaatrobuuste tuinen loopt van 1 januari 2026 tot 31 december 2028.
Engagementen RLWVH
Het RLWVH engageert zich om de volgende taken uit te voeren:
Engagementen van de gemeente
De gemeente engageert zich tot:
Communicatieafspraken
Het RLWVH en de gemeente communiceren allen over het project Biodiverse klimaatrobuuste tuinen als zijnde een samenwerking tussen de gemeente, RLWVH en de provincie West-Vlaanderen, medegefinancierd door de Europese Unie.
Van elke communicatieactie maken minimaal de volgende elementen deel uit:
E-mail van 15 december 2025 van de dienst facturatie van De Watergroep betreffende afvoertarieven 2026: in te vullen templates.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 24 oktober 2025 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een remediëringstraject na een forensische audit.
Decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, laatst gewijzigd bij decreet van 26 april 2024 tot wijziging van de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen, de Vlaamse codex ruimtelijke ordening van 15 mei 2009 en het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018.
Besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2024 over de invulling van de gemeentelijke saneringsverplichting
Beslissing van de gemeenteraad van 8 december 2005 betreffende goedkeuren van het ontwerp van overeenkomst tussen de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening en de gemeente Oostrozebeke met betrekking tot het saneren va het door de Vlaamse Maatschappij aan haar abonnees geleverde water op het grondgebied van Oostrozebeke.
Beslissing van de gemeenteraad van 8 juni 2006 betreffende overeenkomst tussen gemeente Oostrozebeke en de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening met betrekking tot de sanering van de door de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening aan haar abonnees geleverde water: goedkeuren.
Beslissing van de gemeenteraad van 3 juli 2025 betreffende De Watergroep - overdracht gemeentelijke saneringsverplichting - overeenkomst: goedkeuren.
Besluit van de gemeenteraad van 3 juli 2025 betreffende het meerjarenplan 2026-2031: doelstellingenboom: vaststellen.
Het Besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2024 betreffende de invulling van de gemeentelijke saneringsverplichting (in werking getreden op 18 april 2024) legt een aantal openbare dienstverplichtingen op aan de gemeentelijke rioolbeheerders.
In het kader van de overeenkomst betreffende de overdracht van de gemeentelijke saneringsverplichting (het saneringscontract), is De Watergroep verplicht om de gemeente als rioolbeheerder te bevragen over de saneringstarieven, die de gemeente wenst toe te passen voor het kalenderjaar 2026.
Het decretaal maximaal toegelaten tarief voor de gemeentelijke bijdrage is het tarief van de bovengemeentelijke bijdrage vermenigvuldigd met een factor.
Voor het jaar 2026 is deze factor 1,15.
Deze is onveranderd gebleven ten opzichte van het jaar 2025.
Indien de gemeente deze maximumfactor of een percentage ervan wenst te hanteren, kan de gemeente dit zo invullen in de bijlagen.
Bijlage 1 – Gemeentelijke standaardtarieven
Indien de gemeente de maximumfactor of een percentage ervan wenst te hanteren, kan de gemeente dit in de bijlagen invullen.
De rioolbeheerder dient hier de tarieven vast te leggen voor de volgende categorieën:
A. Voor niet-GV-heffingsplichtigen
-> de gemeente dient in te vullen:
Basistarief voor huishoudelijk verbruik: met een wooneenheid
Vlaktarief voor niet-huishoudelijk verbruik: zonder wooneenheid
B. Voor GV-heffingsplichtigen
1. Afvoertarief voor niet-landbouwers:
-> de gemeente dient aan te kruisen welke systeem u wenst voor tariefberekening:
- Systeem1: Uniform tarief op basis van waterverbruik (analoog aan vlaktarief voor niet-huishoudelijk verbruik uit A)
OF
- Systeem2: Individueel tarief op basis van vuilvracht
-> indien de gemeente kiest voor een individueel tarief, dient de gemeente aan te kruisen welk type aftopping zij wenst toe te passen.
2. Afvoertarief voor landbouwers
-> de gemeente dient niets te bepalen gezien deze steeds een individueel tarief op basis van vuilvracht krijgen.
Bijlage 2 – Vrijstellingen en kortingen
In deze bijlage kan de gemeente aangeven welke ecologische, economische en/of sociale vrijstellingen of kortingen van toepassing zijn voor uw gemeente.
Ecologische vrijstelling: in geval van IBA in collectief beheer, kan een maximaal afvoertarief bepaald worden met de factor 2,15 maal de bovengemeentelijke bijdrage/vergoeding.
De gemeente kan echter een lager tarief of volledige vrijstelling voorzien.
-> de gemeente dient in te vullen welk tarief de gemeente wenst toe te passen
Economische vrijstelling: de gemeente kan kiezen om een volumekorting te verlenen op het verbruik van niet-huishoudelijke klanten.
-> de gemeente dient de verbruik schijven in te vullen samen met de gegeven korting of het toe te passen tarief per schijf.
Sociale vrijstelling: deze worden door bevoegde instanties verleend.
De rioolbeheerder kan hierover geen beslissingen nemen.
Decretaal wordt 80% sociale vrijstelling verleend.
Toelichting door de heer De Marez, 1ste schepen.
niet van toepassing
niet van toepassing
niet van toepassing
Artikel 1
De gemeenteraad beslist om voor het jaar 2026 volgende tarieven toe te passen:
Artikel 2
De burgemeester en de algemeen directeur worden gemachtigd voor de uitvoering van dit besluit, onder meer de ondertekening van
Artikel 3
Dit besluit wordt bezorgd aan De Watergroep, PB 20102, B-1101 Scanning, en aan het secretariaat van De Watergroep (paula.debroey@dewatergroep.be).
Na de installatie van een nieuwe gemeenteraad moet een nieuwe GECORO worden aangesteld.
Het betreft de benoeming van de voorzitter, de leden en hun plaatsvervangers en de vaste secretaris.
In toepassing van de artikel 27, §1, 1° van het decreet over het lokaal bestuur verlaat mevrouw Geldhof, schepen, de zitting tijdens de behandeling van dit punt.
Vlaamse codex ruimtelijke ordening, het laatst gewijzigd bij decreet van 17 mei 2024 tot wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en diverse andere decreten, wat betreft de milieueffectrapportage, inzonderheid titel 1, hoofdstuk 3, afdeling 3 (artikels 1.3.3 en 1.3.4).
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 24 oktober 2025 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een remediëringstraject na een forensische audit.
Besluit van de Vlaamse regering van 19 mei 2000 tot vaststelling van nadere regels voor de samenstelling, de organisatie en de werkwijze van de provinciale, intergemeentelijke en gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse regering van 7 september 2018 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 mei 2000 tot vaststelling van nadere regels voor de samenstelling, de organisatie en de werkwijze van de provinciale en gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening, wat betreft de intergemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening
Besluit van de Vlaamse regering van 3 juli 2009 tot vaststelling van een deontologische code voor de leden van de Vlaamse, provinciale en gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 tot bepaling van nadere regels voor de opmaak, de vaststelling en de herziening van ruimtelijke beleidsplannen en tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering in het kader van de regeling van de ruimtelijke beleidsplanning.
Besluit van de gemeenteraad van 7 februari 2019 betreffende oprichten van een gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening.
Besluit van de gemeenteraad van 1 oktober 2020 betreffende gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening: wijzigen, benoemen van de voorzitter, van de deskundigen en hun plaatsvervanger, van de vertegenwoordigers van de maatschappelijke geledingen en hun plaatsvervanger en van de vaste secretaris.
Besluit van de gemeenteraad van 5 november 2020 betreffende gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening: hernemen wijzigen, benoemen van de voorzitter, van de deskundigen en hun plaatsvervanger, van de vertegenwoordigers van de maatschappelijke geledingen en hun plaatsvervanger en van de vaste secretaris.
Besluit van de gemeenteraad van 3 december 2020 betreffende huishoudelijk reglement gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening: goedkeuren.
Besluit van de gemeenteraad van 7 oktober 2021 betreffende gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening: goedkeuren wijziging samenstelling.
Besluit van de gemeenteraad van 4 december 2025 betreffende oprichten van een gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening.
De Gemeentelijke Commissie voor Ruimtelijke Ordening (GECORO) speelt een belangrijke rol in het gemeentelijk ruimtelijk beleid, onder meer omdat ze een decretaal omschreven adviesrol opneemt bij de opmaak van beleidsinstrumenten zoals (de herziening van) het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan, gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen, en stedenbouwkundige verordeningen.
Daarnaast kan ze advies geven, opmerkingen maken of voorstellen doen over alle aangelegenheden met betrekking tot de gemeentelijke ruimtelijke ordening, op eigen initiatief of op verzoek van het college van burgemeester en schepenen of de gemeenteraad.
Een gemeente met minder dan 10 000 inwoners moet beschikken over een GECORO met minimum 7 en maximum 9 leden, waarvan er 1/4 (waaronder de voorzitter) deskundigen inzake ruimtelijke ordening zijn.
De overige leden zijn vertegenwoordigers van de voornaamste maatschappelijke geledingen binnen de gemeente.
Ieder lid, met uitzondering van de voorzitter, heeft een plaatsvervanger.
Leden van de gemeenteraad of het schepencollege kunnen geen lid van de adviescommissie zijn.
De leden van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening worden benoemd voor zes jaar.
Hun benoeming is hernieuwbaar.
Na de installatie van een nieuwe gemeenteraad wordt overgegaan tot de benoeming van een nieuwe commissie.
De nieuwe commissie treedt pas aan nadat de gemeenteraad de leden ervan heeft benoemd en nadat de toezichttermijn, vermeld in artikel 332 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, is verstreken.
De oude commissie blijft zolang aan.
Het lid dat voortijdig zijn mandaat stopzet, wordt vervangen door zijn plaatsvervanger tot een nieuw lid is benoemd.
De regelingen inzake evenwichtige vertegenwoordiging van vrouwen en mannen, vermeld in artikel 304, § 3, tweede lid, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, zijn van overeenkomstige toepassing op de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening.
De gemeenteraad beslist over volgende zaken:
Hiervoor wordt in de eerste plaats gesteund op de vorm en werking van de huidige GECORO.
In het besluit van de gemeenteraad van 4 december 2025 werd, naast het bepalen van praktische aangelegenheden zoals de presentiegelden en het vast secretariaat, beslist de volgende geledingen aan te duiden om deel uit te maken van de GECORO:
Omzendbrief BB 2007/03 over de toepassing van artikel 200 van het gemeentedecreet en van artikel 193 van het provinciedecreet over de man-vrouwverhouding in adviesraden en overlegstructuren, verduidelijkt dat deze verhouding enkel verplicht van toepassing is op de effectieve leden, niet de plaatsvervangende.
Met het oog op het samenstellen van een nieuwe GECORO werd een openbare oproep gelanceerd in het gemeentelijk infoblad van december 2024.
Verdere informatie was te vinden op de gemeentelijke website en sociale media.
Deze oproep was zowel gericht naar kandidaten uit de maatschappelijke geledingen als kandidaat-deskundigen.
De maatschappelijke geledingen werden bovendien per brief uitgenodigd om kandidaat-leden voor te dragen op 6 februari 2025; ook de zetelende deskundigen werden aangeschreven.
Kandidaat-deskundigen zijn verplicht hun kandidatuur te onderbouwen met titels en verdiensten en moeten aantonen dat zij voeling hebben met de gemeente.
Op basis van de respons op de verschillende oproepen werd het bovenvermeld aantal leden per maatschappelijke geleding bepaald, waarbij bijvoorbeeld de geleding van handelaars ingekanteld werd in die van de zelfstandigen/werkgevers.
De voorzitter van de gemeentelijk commissie voor ruimtelijke ordening moet een deskundige zijn inzake ruimtelijke ordening, en moet bijgevolg die deskundigheid aantonen met titels en verdiensten.
Deze deskundigheid blijkt vooral uit het beroep en de opleiding van de kandidaat.
Volgende personen hebben zich kandidaat gesteld als deskundige:
Alle kandidaat-deskundigen konden hun deskundigheid voldoende aantonen.
Op 28 januari 2026 maakte het college van burgemeester en schepenen een rankschikking op tot aanduiding van de voorzitter, waarbij de heer Michiel Deweirdt, wonende Veerstraat 21 te 9031 Drongen, voorgedragen wordt als voorzitter van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening gezien zijn uitgebreide ervaring als advocaat op gebied van ruimtelijke ordening en vergunningen, als voorzitter van de Vlaamse commissie voor onroerend erfgoed en zijn vele publicaties in vaktijdschriften rond ruimtelijke ordening.
Mevrouw Lies Luyckx, Stationsstraat 48, 8780 Oostrozebeke wordt voorgedragen als tweede deskundige en de heer Nico Verhelst, Ingelmunstersteenweg 30, 8780 Oostrozebeke als plaatsvervanger van de tweede deskundige.
Deze rangorde werd opgemaakt op basis van de resp. curricula vitae van de kandidaat-deskundigen en meer bepaald op basis van hun deskundigheid op het gebied van ruimtelijke ordening in het algemeen en ruimtelijke planning in het bijzonder.
De aangeleverde stavingsstukken werden ter beschikking gesteld van de leden van de gemeenteraad.
De heer Dieter Jehs, gemeentelijk omgevingsambtenaar en wonende Stationsstraat 102A te 8780 Oostrozebeke wordt voorgedragen als vaste secretaris van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening.
Met zijn dossierkennis als gemeentelijk omgevingsambtenaar is Dieter Jehs de logische persoon om opnieuw de administratieve en logistieke coördinatie van de GECORO op zich te nemen.
Een lid van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening moet voeling hebben met wat in de gemeente leeft en voor een bepaalde maatschappelijke geleding herkenbaar zijn en aanvaard worden als vertegenwoordiger.
Volgende maatschappelijke geledingen hebben de in onderstaande tabel opgenomen personen voordragen om deel uit te maken van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening:
| Geselecteerde maatschappelijke geledingen en het aantal leden |
Vereniging |
Effectief lid |
Plaatsvervanger |
| Vereniging van landbouwers: 1 lid |
Landelijke Gilde Hoogleenstraat 3 8780 Oostrozebeke |
Wim Vanhaverbeke Hoogleenstraat 12 8780 Oostrozebeke |
Tom Destoop Papegaaistraat 11 8780 Oostrozebeke |
| Milieu- en natuurverenigingen: 1 lid |
Natuurpunt De Torenvalk vzw Zwartegevelstraat 66 8700 Tielt |
Lander Van Nieuwenhuyse Ingelmunstersteenweg 110 8780 Oostrozebeke |
Thijs Declercq Zwartegevelstraat 66 8700 Tielt |
| Vereniging van werknemers: 1 lid |
ACW/Beweging.net Henri Horriestraat 31 8800 Roeselare |
Jean-Marie Bonte Hoogstraat 90 8780 Oostrozebeke |
Marleen Martin-Debacker Halewijnstraat 17 8780 Oostrozebeke |
| Vereniging van zelfstandigen en/of werkgevers: 3 leden |
Unie van zelfstandige ondernemers Hoogstraat 61 8780 Oostrozebeke |
Andy Verschelde Leegstraat 22 8780 Oostrozebeke |
Evelyn Vanspeybrouck Boomgaardstraat 9 8780 Oostrozebeke |
| Markant Hendrik I-lei 296 1800 Vilvoorde |
Vanessa Lasou Leegstraat 22 8780 Oostrozebeke |
Aline Holvoet Leegstraat 19 8780 Oostrozebeke |
|
| VOKA – Kamer van Koophandel President Kennedylaan 9A 8500 Kortrijk |
Sarah Spenninck President Kennedylaan 9A 8500 Kortrijk |
Matthieu Marisse President Kennedylaan 9A 8500 Kortrijk |
Conform artikel 27 §1 1° van het decreet over het lokaal bestuur is het voor een gemeenteraadslid verboden deel te nemen aan de bespreking en de stemming over aangelegenheden waarin hij of zij een rechtstreeks belang heeft, hetzij persoonlijk, hetzij als vertegenwoordiger, of waarbij de echtgenoot, of bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben.
Dat verbod strekt niet verder dan de bloed- en aanverwanten tot en met de tweede graad als het gaat om de voordracht van kandidaten, benoemingen, ontslagen, afzettingen en schorsingen.
Voor de toepassing van deze bepaling worden personen die een verklaring van wettelijke samenwoning als vermeld in artikel 1475 van het Burgerlijk Wetboek hebben afgelegd, met echtgenoten gelijkgesteld.
De gemeenteraad moet rekening houden met het feit dat het rechtsgeldig samenstellen van de GECORO vereist dat er dat ten hoogste twee derde van de effectieve leden van hetzelfde geslacht mag zijn.
Om die reden maakte het college van burgemeester en schepenen op 28 januari 2025 het volgende voorstel op tot afvaardiging van de maatschappelijke geledingen, rekening houdend met bovenvermeld voorstel van voorzitter en effectieve deskundige:
| Geselecteerde maatschappelijke geleden en het aantal leden |
Vereniging |
Effectief lid |
plaatsvervanger |
| Vereniging van landbouwers: 1 lid |
Landelijke Gilde Hoogleenstraat 3 8780 Oostrozebeke |
Wim Vanhaverbeke Hoogleenstraat 12 8780 Oostrozebeke |
Tom Destoop Papegaaistraat 11 8780 Oostrozebeke |
| Milieu- en natuurverenigingen: 1 lid |
Natuurpunt De Torenvalk vzw Zwartegevelstraat 66 8700 Tielt |
Lander Van Nieuwenhuyse Ingelmunstersteenweg 110 8780 Oostrozebeke |
Thijs Declercq Zwartegevelstraat 66 8700 Tielt |
| Vereniging van werknemers: 1 lid |
ACW/Beweging.net Henri Horriestraat 31 8800 Roeselare |
Jean-Marie Bonte Hoogstraat 90 8780 Oostrozebeke |
Marleen Martin-Debacker Halewijnstraat 17 8780 Oostrozebeke |
| Vereniging van zelfstandigen en/of werkgevers: 3 leden
|
Unie van zelfstandige ondernemers Hoogstraat 61 8780 Oostrozebeke |
Andy Verschelde Leegstraat 22 8780 Oostrozebeke |
Evelyn Vanspeybrouck Boomgaardstraat 9 8780 Oostrozebeke |
| Markant Hendrik I-lei 296 1800 Vilvoorde |
Vanessa Lasou Leegstraat 22 8780 Oostrozebeke |
Aline Holvoet Leegstraat 19 8780 Oostrozebeke |
|
| VOKA – Kamer van Koophandel President Kennedylaan 9A 8500 Kortrijk |
Sarah Spenninck President Kennedylaan 9A 8500 Kortrijk |
Matthieu Marisse President Kennedylaan 9A 8500 Kortrijk |
Volgens artikel 11 van het huishoudelijk reglement van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening, zoals goedgekeurd bij besluit van 3 december 2020 van de gemeenteraad nodigt de GEmeentelijke COmmissie Ruimtelijke Ordening (GECORO) voor elke vergadering een vertegenwoordiger uit van elke politieke fractie in de gemeenteraad.
Deze personen kunnen de toelichtingen bijwonen en deelnemen aan een eventuele bespreking van het onderwerp, maar mogen de beraadslaging over het advies van de commissie en de stemming erover niet bijwonen, tenzij die delen van de vergadering openbaar worden gehouden met toepassing van het derde lid.
Zij kunnen in ieder geval niet deelnemen aan die beraadslaging over het advies en de stemming erover.
Volgende gemeentelijke fracties dragen volgende raadsleden voor:
De raad gaat over tot één geheime stemming van de samenstelling van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (GECORO).
Toelichting door de heer Derudder, burgemeester.
niet van toepassing
niet van toepassing
niet van toepassing
De gemeenteraad gaat over tot één geheime stemming.
17 stembrieven worden geteld: 17 ja-stemmen.
De voorgedragen kandidaten bekomen 17 ja-stemmen en bekomen derhalve de volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen voor het voorliggend besluit tot aanstelling als effectief of plaatsvervangend lid in de GECORO of als waarnemend lid van de gemeentelijke politieke fracties in de GECORO.
Artikel 1
De gemeenteraad benoemt de volgende personen tot lid van de Gemeentelijke Commissie voor Ruimtelijke Ordening (GECORO):
Artikel 2
De gemeenteraad beslist om volgende personen namens de gemeentelijke fracties voor te dragen als waarnemers:
Artikel 3
Een kopie van dit besluit wordt verzonden aan de deputatie van de provincie West-Vlaanderen.
Op 28 oktober 2025 werd door Vandeputte Katrien, wonende te 8531 Harelbeke, Muizelstraat, 162 en Vanhaecke BVBA, Otteca 1, 8780 Oostrozebeke een omgevingsvergunningsaanvraag ingediend bij de provincie West-Vlaanderen voor het regulariseren van nieuw weeglokaal, van 2 technische ruimtes en van de gewijzigde aanleg van een weegbrug en het plaatsen van een nieuwe betonplaat, voor het plaatsen batterijen en voor de plaatsing van de batterijen zelf + het opheffen van buurtweg nummer 14 voor de site, gelegen te 8780 Oostrozebeke, Otteca, 1.
Decreet van 5 april 1995 betreffende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM), laatst gewijzigd bij decreet van 21 maart 2025 tot wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
Decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, laatst gewijzigd bij decreet van 17 mei 2024 tot wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en diverse andere decreten, wat betreft de milieueffectrapportage.
Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, laatst gewijzigd bij decreet van 21 november 2025 tot wijziging van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, wat het vermijden van een belangenconflict betreft bij omgevingsvergunningen die door een gemeente of provincie zijn aangevraagd.
Besluit van 27 november 2015 van de Vlaamse regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, laatst gewijzigd bij ministerieel besluit van 21 november 2025 tot wijziging van bijlage 1, 2, 3, 6, 7, 19 en 20 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, wat betreft de gevolgen van de inwerkingtreding van de modernisering M.E.R.
Decreet van 15 juli 2016 betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, laatst gewijzigd bij decreet van 26 april 2024 tot wijziging van diverse decreten, wat betreft de implementatie van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023.
Decreet van 3 mei 2019 betreffende de gemeentewegen, laatst gewijzigd (artikel 26) bij arrest van 7 oktober 2021 van het Grondwettelijk Hof.
Vlaamse codex ruimtelijke ordening, laatst gewijzigd bij decreet van 19 december 2025 betreffende programmadecreet bij de begroting 2026 en alle uitvoeringsbesluiten (https://omgeving.vlaanderen.be/nl/uitvoeringsbesluiten).
Het besluit van 13 april 2022 van het college van burgemeester en schepenen betreffende de gemeentelijke adviesraad voor milieu en natuur: advies op eigen initiatief: advies trage wegen.
Volgens artikel 14 van het decreet houdende de gemeentewegen heeft eenieder het recht om een verzoekschrift in te dienen bij de gemeente, waarin gemotiveerd wordt dat een gemeenteweg, of een deel ervan, getroffen is door een dertigjarig niet-gebruik door het publiek.
In het kader van een omgevingsvergunningsaanvraag voor de regularisatie van verschillende constructies werd een motivatienota toegevoegd tot afschaffing van chemin nummer 14.
In de nota worden volgende argumenten aangereikt:
"De buurtweg is in onbruik.
Op 13 augustus 2008 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning verleend voor het plaatsen van een toegangspoort.
De weg werd in 2008 dan ook afgesloten door de aanvragers door het plaatsen van een poort.
Dit toont aan dat de buurtweg al zeer lange tijd in onbruik is.
Volgens de ontvangen informatie past de afschaffing van deze buurtweg dan ook binnen de beleidsdoelstellingen van Oostrozebeke.
De vraag wordt gesteld tot afschaffing van de buurtweg.
De buurtweg wordt niet gebruikt en de aanvragers wensen de regularisatie te bekomen van een weegbrug die op de buurtweg geplaatst werd.
Hoewel dit feit de doorgang niet belemmert, wordt toch de afschaffing van de buurtweg gevraagd.
Dit is mogelijk op grond van artikel 12 van het Gemeentewegendecreet.
Krachtens deze bepaling is het dus mogelijk om een afschaffing van een buurtweg te vragen via een omgevingsvergunningsaanvraag.
Hiervoor is wel vereist dat de afschaffing past in het kader van de realisatie van de bestemming van de gronden.
Volgens het gewestplan Roeselare-Tielt, goedgekeurd op 17/12/1979, zijn de gronden gelegen in agrarisch gebied.
De weegbrug werd aangelegd in het kader van de landbouwfunctie, namelijk om het zelf aangebrachte voer te kunnen wegen, alsook de kippen bij het uitladen en wegladen.
Bijgevolg past de afschaffing van de buurtweg in het kader van de realisatie van de landbouwfunctie.
Artikel 12 van het Gemeentewegendecreet bepaalt ook dat het aanvraagdossier een ontwerp van rooilijnplan bevat dat voldoet aan de voorwaarden die het decreet stelt op vlak van de vorm en inhoud van gemeentelijke rooilijnplannen.
Deze voorwaarden zijn opgenomen in artikel 20 van het Gemeentewegendecreet.
Bij de aanvraag werd een grafisch plan opgenomen waarin de op te heffen rooilijn werd opgenomen, de kadastrale vermelding van de sectie, de nummers en de oppervlakte van de aanpalende kadastrale percelen en onroerende goederen en de naam van de eigenaars van de aanpalende kadastrale percelen en onroerende goederen.
Het grafisch plan bevat ook een meerwaardeberekening.
De berekening van de meerwaarde gebeurde overeenkomstig artikel 28 van het Gemeentewegendecreet.
Artikel 28 bepaalt dat de waardevermeerdering geacht wordt nihil te zijn als de gemeenteweg verdwenen is omdat de gemeenteweg bebouwd werd krachtens een rechtsgeldige, niet-vervallen vergunning, die werd verleend voor 1 september 2019.
Dit is hier het geval, op 13 augustus 2008 werd door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Oostrozebeke om een poort te bouwen op de plaats van de buurtweg.
Door het bouwen van die poort werd de toegang tot de buurtweg verhinderd en (minstens) sindsdien bestaat de buurtweg dus fysiek niet meer.
Uit voorgaande redenering blijkt dus dat de voorwaarden van artikel 28, §2, derde lid voldaan zijn en er dus gesteld kan worden dat de waardevermeerdering geacht wordt nihil te zijn.
Uit voorgaande redenering blijkt dat de aanvraag voldoet aan de voorwaarden die opgenomen zijn in artikel 12 van het Gemeentewegendecreet."
Er wordt in het aanvraag dossier verwezen naar alternatieve routes:
"De afschaffing van buurtweg nummer 14 en een deel van buurtweg nr. 18 zou, mocht deze nog gebruikt worden, quod non, niet leiden tot een zgn. ‘missing link’.
Er zijn namelijk verschillende alternatieve routes die naar dit punt leiden.
De buurtweg nummer 14 vormt de verbinding tussen Otteca en de Nieuwenhovestraat.
Deze verbinding is ook mogelijk via de Muizelweg en de Kanaalweg.
Er zijn in de buurt ook andere buurtwegen aanwezig, die quasi geen omweg behoeven om hetzelfde punt te bereiken."
De aanvrager concludeert als volgt:
"De aanvraag betreffende de afschaffing van buurtweg nummer 14 en een deel van buurtweg nr. 18 is aanvaardbaar omdat:
Omtrent deze aanvraag werd een openbaar onderzoek gerealiseerd, dit liep van 20 december 2025 tot 18 januari 2026.
Daarbij werd één bezwaarschrift ingediend.
Volgende elementen komen aan bod in dit bezwaarschrift:
"De aanvraag tot afschaffing van buurtweg nummer 14 en een deel van buurtweg nummer 18:
De gemeenteraad neemt kennis van het bezwaarschrift, bespreekt hierna het bezwaarschrift en neemt volgend standpunt in omtrent de afschaffing van de buurtweg:
Op 13 april 2022 heeft het college van burgemeester en schepenen kennis genomen van het advies op eigen initiatief van de gemeentelijke adviesraad voor milieu en natuur (MINA-raad) inzake trage wegen en zal dit als basis gebruiken voor de uitwerking van een gemeentelijke visie op trage wegen.
In dit advies heeft de MINA-raad aangaande Chemin nummer 14 volgend advies gegeven:
"5.45.
Nr. 56 (Chemin nr. 14: Otteca - Nieuwenhovestraat)
Mobiliteit: Geen meerwaarde op bestaande wegen
Recreatie: Geen meerwaarde op bestaande wegen
Impact omgeving: De weg is verhard door de eigenaar, maar ook afgesloten aan beide kanten.
Deze weg biedt geen recreatieve meerwaarde noch een mobiele meerwaarde.
Kosten onderhoud: /
Realiseerbaarheid: /
Conclusie:
Deze trage weg valt niet in een ruilverkaveling.
Er zijn genoeg recreatieve alternatieven aanwezig.
De weg werd door de eigenaar verhard en afgesloten.
Deze weg kan worden geschrapt.
De gemeente dient te bepalen of deze weg door het verliezen van haar openbaar karakter een waardevermeerdering heeft verkregen."
De gemeenteraad dient vervolgens af te toetsen en te oordelen of de opheffing kan worden toegestaan.
Toelichting door mevrouw Geldhof, schepen.
niet van toepassing
niet van toepassing
De heer Vandenbroucke, raadslid.
Artikel 1
Het bezwaar wordt ontvankelijk, doch ongegrond, verklaard.
Artikel 2
De gemeenteraad keurt de gedeeltelijke afschaffing van buurtweg nummer 14 als verbinding tussen Otteca en de Nieuwenhovestraat op het grondgebied van Oostrozebeke, gelegen op de site te 8780 Oostrozebeke, Otteca, 1, goed.
De e-mail van raadslid Wim Behaeghe van 2 maart 2026 namens de fractie INSPRAAK.nu.
De e-mail van raadslid Inge Noyez van 2 maart 2026 namens de fractie Vlaams Belang Oostrozebeke.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 24 oktober 2025 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een remediëringstraject na een forensische audit.
Besluit van de gemeenteraad van 4 september 2025 betreffende huishoudelijk reglement van de gemeenteraad: intrekken bestaand en goedkeuren nieuw, inzonderheid artikel 13.
De vragen van de raadsleden Koen Vandenbroucke, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Inge Noyez en Glenn Coppens.
De antwoorden van Olivier De Marez, Carine Geldhof en Jonas Van D'huynslager, schepenen.
niet van toepassing
niet van toepassing
niet van toepassing
Er wordt geen besluit genomen.
De voorzitter sluit de zitting op 05/03/2026 om 21:27.
Namens gemeenteraad,
Carl Vereecke
algemeen directeur
Hans Claerhout
raadslid-voorzitter