De voorzitter opent de zitting op 04/06/2026 om 19:31.
De heer Masschaele, financieel directeur, is aanwezig op de vergadering van de gemeenteraad voor de bespreking van de agendapunten:
De raad neemt kennis van:
De gemeenteraad neemt kennis van de brieven van 22 april 2026 van de gouverneur van West-Vlaanderen aangaande de klacht tegen het gemeenteraadsbesluit van 5 maart 2026 – Opheffing buurtweg chemin nummer 14: goedkeuren – toezichtsbeslissing.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 24 oktober 2025 wat betreft een remediëringstraject na een forensische audit, meer bepaald artikel 332, §1.
De gemeenteraad heeft op 5 maart 2026 een besluit goedgekeurd betreffende de gedeeltelijke afschaffing van buurtweg nummer 14 als verbinding tussen Otteca en de Nieuwenhovestraat op het grondgebied van Oostrozebeke, gelegen op de site te 8780 Oostrozebeke, Otteca, 1.
Tegen dit besluit werd een klacht geformuleerd op een geanonimiseerde wijze:
De gemeenteraad besloot tot opheffing van de buurtweg nummer 14.
Er werd advies gevraagd aan de gemeentelijke adviesraad voor milieu en natuur.
Artikel 2 van het erkenningsbesluit gemeentelijke adviesraden bepaalt het volgende:
"... De erkende raden worden om advies gevraagd op basis van hun bevoegdheid.
...
De gemeentelijke adviesraad voor milieu en natuur zal om advies worden gevraagd voor alle aangelegenheden die te maken hebben met het milieu- en natuurbeleid."
Het is de vraag waarom advies gevraagd werd aan de gemeentelijke adviesraad voor milieu en natuur.
Wat heeft het opheffen van een buurtweg te maken met milieu- en natuurbeleid?
Er is ook een gemeentelijke adviesraad voor veilig verkeer.
Artikel 2 van het erkenningsbesluit gemeentelijke adviesraden bepaalt ook het volgende:
"... De gemeenteraad en het college van burgemeester en schepenen zal de gemeentelijke adviesraad voor veilig verkeer betrekken bij de voorbereiding en de uitvoering van het gemeentelijke verkeersbeleid."
De gemeenteraad heeft geen advies gevraagd aan de gemeentelijke adviesraad voor veilig verkeer.
Nochtans heeft het afschaffen van een buurtweg een impact op het gemeentelijke verkeersbeleid.
Er mag verwacht worden dat de gemeenteraad zijn eigen regels, vastgelegd in het erkenningsbesluit naleeft.
Tevens werd tegen de opheffing van de buurtweg 14 een bezwaar ingediend.
Het bezwaar werd ongegrond verklaard.
Evenwel is de motivering om het bezwaar ongegrond te verklaren onvoldoende draagkrachtig.
Het kan niet dat in de ene gemeente (Harelbeke) het bezwaar gegrond verklaard wordt en in de andere gemeente (Oostrozebeke) ongegrond verklaard wordt.
Wat de gemeente Harelbeke betreft verwijs ik naar het besluit van de gemeenteraad van 23 februari 2026 betreffende afschaffen deel Buurtweg nr. 18 - Nieuwenhovestraat te Hulste.
Het Agentschap Binnenlands Bestuur heeft op 25 maart 2025 deze klacht doorgestuurd aan het college van burgemeester en schepenen van Oostrozebeke.
Het college van burgemeester en schepenen van Oostrozebeke heeft deze klacht als volgt beantwoord:
"De overgemaakte klacht tegen het besluit van de gemeenteraad van 5 maart 2026 betreffende opheffing buurtweg chemin nummer 14: goedkeuren omvat drie componenten, respectievelijk:
1.
de adviesvraag gemeentelijke adviesraad milieu en natuur (Minaraad)
Zoals het gecontesteerde besluit van de gemeenteraad van 5 maart 2026 betreffende opheffing buurtweg chemin nummer 14: goedkeuren vermeldt, heeft het college van burgemeester en schepenen op 13 april 2022 kennisgenomen van een advies op eigen initiatief van de Minaraad inzake trage wegen.
In dit advies op eigen initiatief, dat de gemeente als basis zal gebruiken voor de uitwerking van een globale gemeentelijke visie op trage wegen, wordt voorgesteld om chemin nr. 14 te schrappen, dit wegens gebrek aan meerwaarde op vlak van mobiliteit en van recreatie.
Gezien er bijgevolg in het kader van het gemeenteraadsbesluit van 5 maart 2026 geen advies gevraagd werd aan de Minaraad, is dit onderdeel van de klacht zonder voorwerp.
Het is daarenboven niet duidelijk hoe het inwinnen van een (volgens de klacht irrelevant) advies op zich aanleiding zou kunnen geven tot een gegronde klacht; enkel de motivering voor het opheffen van de buurtweg kan ter discussie gesteld worden, ongeacht of deze motivering door de gemeenteraad zelf opgesteld werd, dan wel of de gemeenteraad zich een motivering van een andere instantie of adviesraad, al dan niet uitgebracht ten gevolge van een expliciete adviesvraag, eigen heeft gemaakt.
2.
het ontbreken van een advies door de adviesraad voor veilig verkeer
Het besluit van de gemeenteraad tot opheffing van de buurtweg van 5 maart 2026 betreffende opheffing buurtweg chemin nummer 14: goedkeuren vormde een geïntegreerd onderdeel van de omgevingsvergunningsprocedure voor de regularisatie van een aantal constructies op de bedrijfssite (dossiernummer omgevingsloket: OMV_2025124184), met name in vorm van de ‘zaak der wegen’.
Dergelijke integratie is decretaal voorzien, en is in dit geval verdedigbaar gezien de ruimtelijke overlap tussen de te regulariseren constructies (in casu de weegbrug) en het tracé van de voormalige buurtweg.
Zoals in de klacht terecht aangehaald, werd geen advies gevraagd aan de adviesraad voor veilig verkeer. Drie elementen zijn hier van belang:
3.
een onvoldoende draagkrachtige weerlegging van het ingediend bezwaar, en in het verlengde daarvan, het besluit van de gemeenteraad van Harelbeke van 23 februari 2026 betreffende afschaffen deel buurtweg nr. 18 – Nieuwenhovestraat te Hulste, waarmee tot weigering van de afschaffing besloten werd
Voor het draagkrachtig weerleggen van het ingediend bezwaar wordt integraal verwezen naar het eerder vermelde advies op eigen initiatief van de Minaraad, waarvan het college van burgemeester en schepenen op 13 april 2022 kennisnam.
Dit advies omvat een inventarisatie van de trage wegen op het volledig grondgebied van de gemeente, gevolgd door een gemotiveerde aanbeveling voor het behoud dan wel het opheffen of verplaatsen van die trage wegen.
Met andere woorden, het gaat om een grondige analyse gebaseerd op een uniforme methodiek, waarbij de lokale kenmerken als basis dienden.
In casu werd gewezen op het ontbreken van een meerwaarde op het vlak van mobiliteit en recreatie, en op het (eerder door het college van burgemeester en schepenen vergunde) de facto in onbruik stellen via de plaatsing van, en dus afsluiting door, een poort. De gemeenteraad van de gemeente Oostrozebeke heeft deze draagkrachtige motivering expliciet tot de hare gemaakt.
Voor wat de enigszins te betreuren discrepantie met het besluit van de gemeenteraad van Harelbeke betreft, is het belangrijk te verwijzen naar de discretionaire bevoegdheid van de gemeenteraad bij de ‘zaak der wegen’.
De aftoetsing van de artikelen 3 en 4 van het gemeentewegendecreet zal hierbij per definitie casuïstisch zijn, en bijgevolg een opportuniteitsbeoordeling inhouden, die steeds in zekere mate subjectief is.
In onderhavige casus is het duidelijk dat voor de gemeenteraad van Oostrozebeke de bestaande toestand (het feit dat de buurtweg al sinds 2009 via een stedenbouwkundige vergunning buiten gebruik gesteld werd door de plaatsing van een poort, het gebruik ervan door landbouwbedrijfsactiviteiten, die minstens de veiligheid op de buurtweg niet bevorderen) en de bijkomende motivering in het advies van de Minaraad deden besluiten tot het opheffen van de buurtweg.
Voor de gemeenteraad van Harelbeke daarentegen primeert blijkens hun overeenkomstig besluit de visie op het gemeentelijk wegennet in termen van veilige en duurzame verbindingen voor fietsers en wandelaars.
Er kan evenwel opgemerkt worden dat deze visie evenwel niet verder geëxpliciteerd werd, noch verduidelijkt wordt hoe de aspecten van veiligheid en duurzaamheid te verzoenen zijn met de bedrijfsmobiliteit op het tracé van de buurtweg.
De verwijzing naar de beschrijvende nota in de omgevingsvergunning, meer bepaald de vaststelling dat noch de weegbrug noch de bijhorende infrastructuur op zich de doorgang op de buurtweg belemmeren, omvat op zich geen afdoende motivering inzake verkeersveiligheid.
Analoog voor de vaststelling dat de buurtweg zich aan de rand van het bedrijf bevindt, vs. dwars door het bedrijf loopt: deze lijkt voorbij te gaan aan het feit dat de buurtweg de enige ontsluiting van het bedrijf vormt, waarlangs alle transport- en andere bewegingen moeten gebeuren.
Met andere woorden, uit de respectievelijke gemeenteraadsbesluiten komt een differentiële afweging van prioriteiten naar voor, maar hieruit kan geenszins een gebrekkige motivering aan de zijde van Oostrozebeke afgeleid worden, wel integendeel."
Het Agentschap Binnenlands Besluit heeft op 22 april 2026 aan de klager medegedeeld dat de klacht over de opheffing van buurtweg nummer 14 werd onderzocht en dat deze klacht niet kan worden beoordeeld omdat het Agentschap Binnenlands Bestuur niet bevoegd is en gaf hierbij volgende toelichting:
"Het decreet van 3 mei 2019 houdende gemeentewegen regelt de aanleg, verplaatsing, wijziging en opheffing van de gemeentewegen.
Tegen een besluit van de gemeenteraad tot definitieve vaststelling van de opheffing van een gemeenteweg kan een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering (artikel 24 §1, eerste lid van het gemeentewegendecreet).
Meer informatie m.b.t. de ontvankelijkheidsvereisten en het verloop van deze beroepsprocedure kan u vinden onder volgende link: https://www.vlaanderen.be/een-gemeenteweg-aanleggen verplaatsen-wijzigen-of-opheffen.
Mijn ambt is, gelet op het bestaan van deze decretaal voorziene beroepsmogelijkheden, niet bevoegd."
Luidens artikel 332, §1 van het decreet over het lokaal bestuur worden alle besluiten en opmerkingen van de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad of van de raad voor maatschappelijk welzijn.
Toelichting door mevrouw Geldhof, schepen, en de heer Vereecke, algemeen directeur.
niet van toepassing
niet van toepassing
niet van toepassing
De gemeenteraad neemt kennis van de beslissing van 22 april 2026 van de gouverneur van West-Vlaanderen aangaande de klacht tegen besluit gemeenteraad Oostrozebeke van 5 maart 2026 betreffende opheffing buurtweg chemin nummer 14.
Aangetekend schrijven van 3 april 2026 met de agenda van de algemene vergadering van Creat Services van 16 juni 2026 om 14.30 uur in Flanders Expo, Maaltekouter 1 te 9051 Gent.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 24 oktober 2025 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een remediëringstraject na een forensische audit.
Besluit van de gemeenteraad van 6 februari 2025 betreffende CREAT aankoopcentrale (TMVS) - algemene vergadering: aanduiden van een vertegenwoordiger en van een plaatsvervanger, waarbij de heer De Marez, 1ste schepen, werd aangeduid als vertegenwoordiger voor de Gemeente Oostrozebeke, en de heer Derudder, burgemeester, als plaatsvervangend vertegenwoordiger, voor de algemene vergadering van CREAT tot het einde van de legislatuur 2025-2030.
Oostrozebeke is aangesloten bij de opdrachthoudende vereniging Creat Services DVV.
De gemeente Oostrozebeke ontving op 3 april 2026 een aangetekend schrijven van Creat Services om deel te nemen aan de algemene vergadering, die op dinsdag 16 juni 2026 plaatsvindt in Flanders Expo, Maaltekouter 1 te 9051 Gent met volgende agenda:
De nuttige documenten voor de algemene vergadering van 16 juni 2026 werden bij het schrijven van 3 april 2026 gevoegd:
De vergadering zal fysiek plaatsvinden met digitale inbelmogelijkheid via Zoom.
Toelichting door de heer De Marez, 1ste schepen.
niet van toepassing
niet van toepassing
niet van toepassing
Artikel 1
De raad keurt de agenda van de algemene vergadering van 16 juni 2026 van CREAT Services dv goed:
Artikel 2
De vertegenwoordiger van de gemeente, die zal deelnemen aan de algemene vergadering van 16 juni 2026, zal zijn stemgedrag afstemmen op de beslissing genomen in onderhavig gemeenteraadsbesluit en de punten van de agenda van de algemene vergadering van 16 juni 2026 goedkeuren.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit wordt verzonden naar AVCreatServices@creat.be.
De jaarrekening 2025 van de gemeente moet vastgesteld worden.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 24 oktober 2025 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een remediëringstraject na een forensische audit.
Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse regering van 7 september 2018 betreffende wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.
Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningen-stelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale [en de provinciale (ing. MB 12 september 2018, art. 1, I: 1 januari 2020)] besturen, het laatst gewijzigd bij ministerieel besluit van 12 september 2018 tot wijziging van diverse bepalingen van het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.
Het besluit van de gemeenteraad van 5 december 2019 betreffende meerjarenplan 2020-2025 van het deel gemeente: vaststellen.
Het besluit van de gemeenteraad van 5 december 2019 betreffende meerjarenplan 2020-2025 van het deel OCMW: goedkeuren.
Besluit van de gemeenteraad van 2 juli 2020 betreffende aanpassing meerjarenplan 1 2020-2025 van het deel gemeente: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 2 juli 2020 betreffende aanpassing meerjarenplan 1 2020-2025 van het deel OCMW: goedkeuren.
Besluit van de gemeenteraad van 3 december 2020 betreffende aanpassing meerjarenplan 2 2020 - 2025: Raad 03_12_2020(BP2020_2025-2) van het deel gemeente: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 3 december 2020 betreffende aanpassing meerjarenplan 2 2020 - 2025: Raad 03_12_2020(BP2020_2025-2) van het deel OCMW: goedkeuren.
Besluit van de gemeenteraad van 3 juni 2021 betreffende aanpassing meerjarenplan 3 2020 - 2025: Raad 03_06_2021 van het deel gemeente: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 3 juni 2021 betreffende aanpassing meerjarenplan 3 2020 - 2025: Raad 03_06_2021 van het deel OCMW: goedkeuren.
Besluit van de gemeenteraad van 2 december 2021 betreffende aanpassing meerjarenplan 4 2020 - 2025: Raad 02_12_2021 (BP2020_2025_4) van het deel gemeente: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 2 december 2021 betreffende aanpassing meerjarenplan 4 2020 - 2025: Raad 02_12_2021 (BP2020_2025_4) van het deel OCMW: goedkeuren.
Besluit van de gemeenteraad van 2 juni 2022 betreffende aanpassing meerjarenplan 5 2020 - 2025: Raad 02_06_2022 van het deel gemeente: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 2 juni 2022 betreffende aanpassing meerjarenplan 5 2020 - 2025: Raad 02_06_2022 van het deel OCMW: goedkeuren.
Besluit van de gemeenteraad van 8 december 2022 betreffende aanpassing meerjarenplan 6 2020 - 2025: Raad 08_12_2022 (BP2020_2025_6) van het deel gemeente: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 8 december 2022 betreffende aanpassing meerjarenplan 6 2020 - 2025: Raad 08_12_2022 (BP2020_2025_6) van het deel OCMW: goedkeuren.
Besluit van de gemeenteraad van 7 december 2023 betreffende meerjarenplanaanpassing 8 2020 – 2026: Raad 07_12_2023 van het deel gemeente: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 7 december 2023 betreffende meerjarenplanaanpassing 8 2020 – 2026: Raad 07_12_2023 van het deel OCMW: goedkeuren.
Besluit van de gemeenteraad van 6 juni 2024 betreffende meerjarenplanaanpassing 9 2020 - 2026: Raad 06_06_2024 van het deel gemeente: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 6 juni 2024 betreffende meerjarenplanaanpassing 9 2020 - 2026: Raad 06_06_2024 van het deel OCMW: goedkeuren.
Besluit van de gemeenteraad van 7 november 2024 betreffende meerjarenplanaanpassing 10 2020 - 2027: Raad 07_11_2024 van het deel gemeente: vaststellen.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 7 november 2024 betreffende meerjarenplanaanpassing 10 2020 - 2027: Raad 07_11_2024 van het deel OCMW: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 7 november 2024 betreffende meerjarenplanaanpassing 10 2020 - 2027: Raad 07_11_2024 van het deel OCMW: goedkeuren.
Besluit van de gemeenteraad van 3 juli 2025 betreffende meerjarenplanaanpassing 11 2020 - 2027: Raad 03_07_2025 van het deel gemeente: vaststellen.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 3 juli 2025 betreffende meerjarenplanaanpassing 11 2020 - 2027: Raad 03_07_2025 van het deel OCMW: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 3 juli 2025 betreffende meerjarenplanaanpassing 11 2020 - 2027: Raad 03_07_2025 van het deel OCMW: goedkeuren.
Besluit van de gemeenteraad van 4 december 2025 betreffende meerjarenplanaanpassing 12 2020 - 2027: Raad 04_12_2025 van het deel gemeente: vaststellen.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 4 december 2025 betreffende meerjarenplanaanpassing 12 2020 - 2027: Raad 04_12_2025 van het deel OCMW: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 4 december 2025 betreffende meerjarenplanaanpassing 12 2020 - 2027: Raad 04_12_2025 van het deel OCMW: goedkeuren.
Gunstig advies van het managementteam van 19 mei 2026.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur reikt oplossingen aan om een echt geïntegreerd lokaal sociaal beleid mogelijk te maken, met respect voor de verschillende rechtspersonen, die erbij betrokken zijn.
Daaruit volgt dat de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW) een gezamenlijke (geconsolideerde) jaarrekening opmaken, dat door beide raden wordt vastgesteld.
Op die manier kan een geïntegreerd lokaal sociaal beleid maximaal worden gerealiseerd: beide rechtspersonen hebben samen één doelstellingenboom, waarbij de doelstellingen van het OCMW en die van de gemeente vervlochten zijn.
De gemeente en haar OCMW vormen samen 1 rapporteringsentiteit en maken één geïntegreerde jaarrekening.
Daarin wordt de financiële toestand van die twee besturen als één geheel gepresenteerd en beoordeeld.
Omdat elke afzonderlijke rechtspersoon voor de eigen verplichtingen en verbintenissen blijft instaan, blijft in de geconsolideerd jaarrekening een duidelijk onderscheid bestaan tussen de kredieten van de gemeente en die van het OCMW.
Dat komt tot uiting in het schema met de realisatie van de kredieten (schema J3), waarin de kredieten voor de gemeente en het OCMW apart worden opgenomen.
De gemeentelijke bijdrage voor het OCMW is niet meer opgenomen in het meerjarenplan.
De gemeente moet wel zorgen dat het OCMW haar financiële verplichtingen kan nakomen.
Dit heeft als gevolg dat de tussenkomst van de gemeente in het kader van het thesauriebeheer van het OCMW niet gebudgetteerd wordt, maar wel jaarlijks geboekt wordt in de resultaatverwerking bij de jaarrekening.
De gemeente verleent een tussenkomst in het boekhoudkundig tekort van basis van het budgettair resultaat van het boekjaar van het OCMW.
De jaarrekening wordt vastgesteld voor 30 juni van het boekjaar volgend op het boekjaar waarop de rekening betrekking heeft.
Die besluitvorming kan het best als volgt verlopen:
Het ontwerp van geconsolideerde jaarrekening bevat volgende documenten:
Toelichting van de heer De Marez, 1ste schepen, en de heer Masschaele, financieel directeur.
niet van toepassing
niet van toepassing
niet van toepassing
Artikel 1
De jaarrekening voor het boekjaar 2025 van het deel van de gemeente wordt samen met de verplichte bijlagen vastgesteld.
De financiële toestand van de jaarrekening voor het boekjaar 2025 van het deel van de gemeente is als volgt:
Het budgettaire resultaat boekjaar van het deel van de gemeente bedraagt 1 074 859 euro.
Het gecumuleerde budgettaire resultaat van het vorig boekjaar van het deel van de gemeente bedraagt 8 962 540 euro.
Het gecumuleerde budgettaire resultaat van het deel de gemeente bedraagt 10 037 399 euro.
Er zijn geen onbeschikbare reserves bij het deel van de gemeente.
Het beschikbaar budgettair resultaat van het deel van de gemeente bedraagt 10 037 399 euro.
De autofinancieringsmarge van het deel van de gemeente bedraagt 2 939 931 euro.
Artikel 2
De financiële toestand van de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar 2025 is als volgt:
Het geconsolideerd budgettaire resultaat boekjaar bedraagt 19 345 euro.
Het geconsolideerd gecumuleerde budgettaire resultaat van het vorig boekjaar bedraagt 8 564 221 euro.
Het geconsolideerd gecumuleerde budgettaire resultaat bedraagt 8 583 566 euro.
Er zijn geen onbeschikbare reserves.
Het geconsolideerd beschikbaar budgettair resultaat bedraagt 8 583 566 euro.
De geconsolideerd autofinancieringsmarge bedraagt 2 167 329 euro.
De geconsolideerde gecorrigeerde autofinancieringsmarge bedraagt 2 067 070 euro.
Artikel 3
De geconsolideerde balans voor het boekjaar 2025 wordt vastgesteld.
Het geconsolideerde balanstotaal bedraagt 72 019 916 euro.
Artikel 4
De geconsolideerde staat van opbrengsten en kosten voor het boekjaar 2025 wordt vastgesteld.
Het operationeel tekort bedraagt -612 537 euro.
Het financieel overschot bedraagt 316 814 euro.
Het tekort van het boekjaar bedraagt -295 723 euro.
Artikel 5
De gemeente verleent een tussenkomst in het boekhoudkundig tekort van basis van het budgettair resultaat van het boekjaar van het OCMW, voor 2025 betekent dit: 1 055 514 euro.
De jaarrekening voor het boekjaar 2025 van het OCMW moet goedgekeurd worden.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 24 oktober 2025 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een remediëringstraject na een forensische audit.
Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse regering van 7 september 2018 betreffende wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.
Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningen-stelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale [en de provinciale (ing. MB 12 september 2018, art. 1, I: 1 januari 2020)] besturen, het laatst gewijzigd bij ministerieel besluit van 12 september 2018 tot wijziging van diverse bepalingen van het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 5 december 2019 betreffende meerjarenplan 2020-2025 van het deel OCMW: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 5 december 2019 betreffende meerjarenplan 2020-2025 van het deel OCMW: goedkeuren.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 2 juli 2020 betreffende aanpassing meerjarenplan 1 2020-2025 van het deel OCMW: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 2 juli 2020 betreffende aanpassing meerjarenplan 1 2020-2025 van het deel OCMW goedkeuren.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 3 december 2020 betreffende aanpassing meerjarenplan 2 2020 - 2025: Raad 03_12_2020(BP2020_2025-2) van het deel OCMW: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 3 december 2020 betreffende aanpassing meerjarenplan 2 2020 - 2025: Raad 03_12_2020(BP2020_2025-2) van het deel OCMW: goedkeuren.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 3 juni 2021 betreffende meerjarenplanaanpassing 3 2020 - 2025: Raad 03_06_2021 van het deel OCMW: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 3 juni 2021 betreffende meerjarenplanaanpassing 3 2020 - 2025: Raad 03_06_2021 van het deel OCMW: goedkeuren.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 2 december 2021 betreffende meerjarenplanaanpassing 4 2020 - 2025: Raad 02_12_2021 van het deel OCMW: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 2 december 2021 betreffende meerjarenplanaanpassing 4 2020 - 2025: Raad 02_12_2021 van het deel OCMW: goedkeuren.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 2 juni 2022 betreffende meerjarenplanaanpassing 5 2020 - 2025: Raad 02_06_2022 van het deel OCMW: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 2 juni 2022 betreffende meerjarenplanaanpassing 5 2020 - 2025: Raad 02_06_2022 van het deel OCMW: goedkeuren.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 8 december 2022 betreffende meerjarenplanaanpassing 6 2020 - 2025: Raad 08_12_2022 van het deel OCMW: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 8 december 2022 betreffende meerjarenplanaanpassing 6 2020 - 2025: Raad 08_12_2022 van het deel OCMW: goedkeuren.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 7 december 2023 betreffende meerjarenplanaanpassing 8 2020 - 2026: Raad 07_12_2023 van het deel OCMW: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 7 december 2023 betreffende meerjarenplanaanpassing 8 2020 - 2026: Raad 07_12_2023 van het deel OCMW: goedkeuren.
Besluit van de gemeenteraad van 6 juni 2024 betreffende meerjarenplanaanpassing 9 2020 - 2026: Raad 06_06_2024 van het deel OCMW: goedkeuren.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 7 november 2024 betreffende meerjarenplanaanpassing 10 2020 - 2027: Raad 07_11_2024 van het deel OCMW: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 7 november 2024 betreffende meerjarenplanaanpassing 10 2020 - 2027: Raad 07_11_2024 van het deel OCMW: goedkeuren.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 3 juli 2025 betreffende meerjarenplanaanpassing 11 2020 - 2027: Raad 03_07_2025 van het deel OCMW: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 3 juli 2025 betreffende meerjarenplanaanpassing 11 2020 - 2027: Raad 03_07_2025 van het deel OCMW: goedkeuren.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 4 december 2025 betreffende meerjarenplanaanpassing 12 2020 - 2027: Raad 04_12_2025 van het deel OCMW: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 4 december 2025 betreffende meerjarenplanaanpassing 12 2020 - 2027: Raad 04_12_2025 van het deel OCMW: goedkeuren.
Gunstig advies van het managementteam van 19 mei 2026.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur reikt oplossingen aan om een echt geïntegreerd lokaal sociaal beleid mogelijk te maken, met respect voor de verschillende rechtspersonen, die erbij betrokken zijn.
Daaruit volgt dat de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW) een gezamenlijke (geconsolideerde) jaarrekening opmaken, dat door beide raden wordt vastgesteld.
Op die manier kan een geïntegreerd lokaal sociaal beleid maximaal worden gerealiseerd: beide rechtspersonen hebben samen één doelstellingenboom, waarbij de doelstellingen van het OCMW en die van de gemeente vervlochten zijn.
De gemeente en haar OCMW vormen samen 1 rapporteringsentiteit en maken één geïntegreerde jaarrekening.
Daarin wordt de financiële toestand van die twee besturen als één geheel gepresenteerd en beoordeeld.
Omdat elke afzonderlijke rechtspersoon voor de eigen verplichtingen en verbintenissen blijft instaan, blijft in de geconsolideerd jaarrekening een duidelijk onderscheid bestaan tussen de kredieten van de gemeente en die van het OCMW.
Dat komt tot uiting in het schema met de realisatie van de kredieten (schema J3), waarin de kredieten voor de gemeente en het OCMW apart worden opgenomen.
De gemeentelijke bijdrage voor het OCMW is niet meer opgenomen in het meerjarenplan.
De gemeente moet wel zorgen dat het OCMW haar financiële verplichtingen kan nakomen.
Dit heeft als gevolg dat de tussenkomst van de gemeente in het kader van het thesauriebeheer van het OCMW niet gebudgetteerd wordt, maar wel jaarlijks geboekt wordt in de resultaatverwerking bij de jaarrekening.
De gemeente verleent een tussenkomst in het boekhoudkundig tekort van basis van het budgettair resultaat van het boekjaar van het OCMW.
De jaarrekening wordt vastgesteld voor 30 juni van het boekjaar volgend op het boekjaar waarop de rekening betrekking heeft.
Die besluitvorming kan het best als volgt verlopen:
Het ontwerp van geconsolideerde jaarrekening bevat volgende documenten:
Toelichting van de heer De Marez, 1ste schepen, en de heer Masschaele, financieel directeur.
niet van toepassing
niet van toepassing
niet van toepassing
Artikel 1
De jaarrekening voor het boekjaar 2025 van het deel van het OCMW wordt samen met de verplichte bijlagen goedgekeurd.
De financiële toestand van de jaarrekening voor het boekjaar 2025 van het deel van het OCMW is als volgt:
Het budgettaire resultaat boekjaar van het deel van het OCMW bedraagt -1 055 514 euro.
Het gecumuleerde budgettaire resultaat van het vorig boekjaar van het deel van het OCMW bedraagt -398 319 euro.
Het gecumuleerde budgettaire resultaat van het deel van het OCMW bedraagt -1 453 833 euro.
Er zijn geen onbeschikbare reserves van het deel van het OCMW.
Het beschikbaar budgettair resultaat van het deel van het OCMW bedraagt -1 453 833 euro.
De autofinancieringsmarge van het deel van het OCMW bedraagt -772 602 euro.
Artikel 2
De financiële toestand van de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar 2025 is als volgt:
Het geconsolideerd budgettaire resultaat boekjaar bedraagt 19 345 euro.
Het geconsolideerd gecumuleerde budgettaire resultaat van het vorig boekjaar bedraagt 8 564 221 euro.
Het geconsolideerd gecumuleerde budgettaire resultaat bedraagt 8 583 566 euro.
Er zijn geen onbeschikbare reserves.
Het geconsolideerd beschikbaar budgettair resultaat bedraagt 8 583 566 euro.
De geconsolideerd autofinancieringsmarge bedraagt 2 167 329 euro.
De geconsolideerde gecorrigeerde autofinancieringsmarge bedraagt 2 067 070 euro.
Artikel 3
De geconsolideerde balans voor het boekjaar 2025 wordt vastgesteld.
Het geconsolideerde balanstotaal bedraagt 72 019 916 euro.
Artikel 4
De geconsolideerde staat van opbrengsten en kosten voor het boekjaar 2025 wordt vastgesteld.
Het operationeel tekort bedraagt -612 537 euro.
Het financieel overschot bedraagt 316 814 euro.
Het tekort van het boekjaar bedraagt -295 723 euro.
Artikel 5
De gemeente verleent een tussenkomst in het boekhoudkundig tekort van basis van het budgettair resultaat van het boekjaar van het OCMW, voor 2025 betekent dit: 1 055 514 euro.
De gemeenteraad stelt haar deel van meerjarenplanaanpassing 1 2026 - 2031: Raad 04_06_2026 (BP2026_2031-1) vast.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, het laatst gewijzigd bij decreet van 24 oktober 2025 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een remediëringstraject na een forensische audit
Besluit van 30 maart 2018 van de Vlaamse regering over de beleids- en beheerscyclus van de lokale [en de provinciale] besturen, het laatst gewijzigd bij besluit van 13 maart 2026 van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen, wat betreft de bestrijding van de betalingsachterstand.
Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningen-stelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale [en de provinciale (ing. MB 12 september 2018, art. 1, I: 1 januari 2020)] besturen, het laatst gewijzigd bij ministerieel besluit van 8 december 2023 tot wijziging van het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen.
Omzendbrief KBBJ/ABB-2025/1 van 18 juli 2025 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheercyclus.
Besluit van 4 december 2025 van de gemeenteraad betreffende meerjarenplan 2026 - 2031: Raad 04_12_2025 van het deel gemeente: vaststellen.
Besluit van 4 december 2025 van de gemeenteraad betreffende meerjarenplan 2026 - 2031: Raad 04_12_2025 van het deel OCMW: goedkeuren.
Gunstig visum met nummer VSM/2026/025 van 13 mei 2026 van de heer Masschaele, financieel directeur.
Gunstig advies van het managementteam van 19 mei 2026.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur reikt oplossingen aan om een echt geïntegreerd lokaal sociaal beleid mogelijk te maken, met respect voor de verschillende rechtspersonen, die erbij betrokken zijn.
Daaruit volgt dat de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW) een gezamenlijk meerjarenplan opstellen, dat door beide raden wordt vastgesteld.
Op die manier kan een geïntegreerd lokaal sociaal beleid maximaal worden gerealiseerd: beide rechtspersonen hebben samen één doelstellingenboom, waarbij de doelstellingen van het OCMW en die van de gemeente vervlochten zijn.
Ook het financiële evenwicht wordt beoordeeld voor de gemeente en het OCMW samen.
Omdat elke rechtspersoon voor de eigen verplichtingen en verbintenissen blijft instaan, blijft in het meerjarenplan een duidelijk onderscheid bestaan tussen de kredieten van de gemeente en die van het OCMW.
Dat komt tot uiting in het schema met het overzicht van de kredieten (schema M3), waarin de kredieten voor de gemeente en het OCMW apart worden opgenomen.
Minstens een keer per jaar wordt het meerjarenplan aangepast, waarbij in elk geval de kredieten voor het volgende boekjaar worden vastgesteld.
Als dat nodig is, kunnen daarbij ook de kredieten voor het lopende boekjaar worden aangepast.
Daarnaast kan het meerjarenplan, als dat nodig is, ook worden aangepast om alleen de kredieten voor het lopende boekjaar aan te passen.
Bij elke aanpassing van het meerjarenplan wordt het resultaat van de intussen vastgestelde jaarrekeningen verwerkt.
De gemeente en het OCMW hebben een geïntegreerd meerjarenplan maar hebben wel nog hun eigen bevoegdheid voor de vaststelling ervan.
Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moet eerst zijn eigen deel van het meerjarenplan vaststellen.
Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld.
De goedkeuring van de gemeenteraad is nodig omdat de gemeente de financiële gevolgen moet dragen van de keuzes, die de raad voor maatschappelijk welzijn maakt.
Die besluitvorming kan het best als volgt verlopen:
• de raad voor maatschappelijk welzijn stelt eerst zijn deel van de aanpassing meerjarenplan vast;
• de gemeenteraad stelt vervolgens zijn deel van de aanpassing meerjarenplan vast;
• de gemeenteraad keurt ten slotte het deel goed dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld.
Het ontwerp van aanpassing meerjarenplan bevat volgende documenten:
niet van toepassing
niet van toepassing
niet van toepassing
Artikel 1
De meerjarenplanaanpassing 1 2026 - 2031: Raad 04_06_2026 (BP2026_2031-1) bestaande uit de strategische nota, het financieel doelstellingenplan (M1), de staat van het financieel evenwicht (M2), de staat van het financieel evenwicht: wijzigingsvariant (M2W) en het overzicht van de kredieten (M3) wordt vastgesteld.
Artikel 2
Het budgettair resultaat van het boekjaar van de gemeente in 2026 bedraagt: -1 377 540 euro.
Het gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar van de gemeente in 2026 bedraagt: 10 037 399 euro en het gecumuleerd budgettair resultaat 2026 bedraagt: 8 659 859 euro.
Het beschikbaar budgettair resultaat van de gemeente in 2026 bedraagt 8 659 859 euro.
Er zijn geen onbeschikbare gelden.
De autofinancieringsmarge boekjaar van de gemeente in 2026 bedraagt: 1 859 323 euro.
| Soort krediet |
Totaal bedrag voor 2026 |
| Totaal exploitatie-uitgaven |
11 398 219 |
| Totaal exploitatie-ontvangsten |
13 893 999 |
| Totaal investerings-uitgaven |
6 667 344 |
| Totaal investerings-ontvangsten |
3 235 953 |
| Totaal financierings-uitgaven |
669 288 |
| Totaal financierings-ontvangsten |
227 359 |
Artikel 3
Het geconsolideerd budgettair resultaat van het boekjaar in 2026 bedraagt: - 2 909 381 euro.
Het geconsolideerd gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar in 2026 bedraagt: 8 583 566 euro en het geconsolideerd gecumuleerd budgettair resultaat 2026 bedraagt: 5 674 185 euro.
Er zijn geconsolideerd geen onbeschikbare gelden.
Het geconsolideerd beschikbaar budgettair resultaat in 2026 bedraagt: 5 674 185 euro.
De geconsolideerde autofinancieringsmarge boekjaar in 2026 bedraagt: 794 176 euro en de geconsolideerde gecorrigeerde autofinancieringsmarge in 2026 bedraagt: 715 372 euro.
De gemeenteraad keurt het deel van de meerjarenplanaanpassing 1 2026 - 2031: Raad 04_06_2026 van het OCMW goed.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, het laatst gewijzigd bij decreet van 24 oktober 2025 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een remediëringstraject na een forensische audit
Besluit van 30 maart 2018 van de Vlaamse regering over de beleids- en beheerscyclus van de lokale [en de provinciale] besturen, het laatst gewijzigd bij besluit van 13 maart 2026 van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen, wat betreft de bestrijding van de betalingsachterstand.
Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningen-stelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale [en de provinciale (ing. MB 12 september 2018, art. 1, I: 1 januari 2020)] besturen, het laatst gewijzigd bij ministerieel besluit van 8 december 2023 tot wijziging van het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen.
Omzendbrief KBBJ/ABB-2025/1 van 18 juli 2025 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheercyclus.
Besluit van 4 december 2025 van de raad van maatschappelijk welzijn betreffende meerjarenplan 2026 - 2031: Raad 04_12_2025 van het deel OCMW: vaststellen.
Besluit van 4 december 2025 van de gemeenteraad betreffende meerjarenplan 2026 - 2031: Raad 04_12_2025 van het deel OCMW: goedkeuren.
Gunstig visum met nummer VSM/2026/026 van 13 mei 2026 van de heer Masschaele, financieel directeur.
Gunstig advies van het managementteam van 19 mei 2026.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur reikt oplossingen aan om een echt geïntegreerd lokaal sociaal beleid mogelijk te maken, met respect voor de verschillende rechtspersonen, die erbij betrokken zijn.
Daaruit volgt dat de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW) een gezamenlijk meerjarenplan opstellen, dat door beide raden wordt vastgesteld.
Op die manier kan een geïntegreerd lokaal sociaal beleid maximaal worden gerealiseerd: beide rechtspersonen hebben samen één doelstellingenboom, waarbij de doelstellingen van het OCMW en die van de gemeente vervlochten zijn.
Ook het financiële evenwicht wordt beoordeeld voor de gemeente en het OCMW samen.
Omdat elke rechtspersoon voor de eigen verplichtingen en verbintenissen blijft instaan, blijft in het meerjarenplan een duidelijk onderscheid bestaan tussen de kredieten van de gemeente en die van het OCMW.
Dat komt tot uiting in het schema met het overzicht van de kredieten (schema M3), waarin de kredieten voor de gemeente en het OCMW apart worden opgenomen.
Minstens een keer per jaar wordt het meerjarenplan aangepast, waarbij in elk geval de kredieten voor het volgende boekjaar worden vastgesteld.
Als dat nodig is, kunnen daarbij ook de kredieten voor het lopende boekjaar worden aangepast.
Daarnaast kan het meerjarenplan, als dat nodig is, ook worden aangepast om alleen de kredieten voor het lopende boekjaar aan te passen.
Bij elke aanpassing van het meerjarenplan wordt het resultaat van de intussen vastgestelde jaarrekeningen verwerkt.
De gemeente en het OCMW hebben een geïntegreerd meerjarenplan maar hebben wel nog hun eigen bevoegdheid voor de vaststelling ervan.
Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moet eerst zijn eigen deel van het meerjarenplan vaststellen.
Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld.
De goedkeuring van de gemeenteraad is nodig omdat de gemeente de financiële gevolgen moet dragen van de keuzes, die de raad voor maatschappelijk welzijn maakt.
Die besluitvorming kan het best als volgt verlopen:
• de raad voor maatschappelijk welzijn stelt eerst zijn deel van de aanpassing meerjarenplan vast;
• de gemeenteraad stelt vervolgens zijn deel van de aanpassing meerjarenplan vast;
• de gemeenteraad keurt ten slotte het deel goed dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld.
Het ontwerp van aanpassing meerjarenplan bevat volgende documenten:
niet van toepassing
niet van toepassing
niet van toepassing
Artikel 1
De meerjarenplanaanpassing 1 2026- 2031: Raad 04_06_2026 (BP2026_2031-1) van het deel OCMW, bestaande uit de strategische nota, het financieel doelstellingenplan (M1), de staat van het financieel evenwicht (M2), de staat van het financieel evenwicht: wijzigingsvariant (M2W) en het overzicht van de kredieten (M3) wordt vastgesteld.
Artikel 2
Het budgettair resultaat van het boekjaar van het OCMW in 2026 bedraagt: -1 531 841 euro.
Het gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar van het OCMW in 2026 bedraagt: -1 453 833 euro en het gecumuleerd budgettair resultaat 2026 bedraagt: -2 985 674.
Het beschikbaar budgettair resultaat van het OCMW in 2026 bedraagt -2 985 674.
Er zijn geen onbeschikbare gelden.
De autofinancieringsmarge boekjaar van het OCMW in 2026 bedraagt: -1 065 146.
De kredieten van het OCMW voor het boekjaar 2026 worden vastgesteld.
| Soort krediet |
Totaal bedrag voor 2026 |
| Totaal exploitatie-uitgaven |
7 816 294 |
| Totaal exploitatie-ontvangsten |
6 985 475 |
| Totaal investerings-uitgaven |
466 695 |
| Totaal investerings-ontvangsten |
0 |
| Totaal financierings-uitgaven |
234 327 |
| Totaal financierings-ontvangsten |
0 |
Artikel 3
Het geconsolideerd budgettair resultaat van het boekjaar in 2026 bedraagt: -2 909 381 euro.
Het geconsolideerd gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar in 2026 bedraagt: 8 583 566 euro en het geconsolideerd gecumuleerd budgettair resultaat 2026 bedraagt: 5 674 185 euro.
Er zijn geconsolideerd geen onbeschikbare gelden.
Het geconsolideerd beschikbaar budgettair resultaat in 2026 bedraagt: 5 674 185 euro.
De geconsolideerde autofinancieringsmarge boekjaar in 2026 bedraagt: 794 176 euro en de geconsolideerde gecorrigeerde autofinancieringsmarge in 2026 bedraagt: 715 372 euro.
De gemeenteraad is exclusief bevoegd om de nominatieve subsidies toe te kennen.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, het laatst gewijzigd bij decreet van 24 oktober 2025 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een remediëringstraject na een forensische audit.
Besluit van 4 december 2025 van de gemeenteraad betreffende meerjarenplan 2026 - 2031: Raad 04_12_2025 van het deel gemeente: vaststellen.
Besluit van 4 december 2025 van de gemeenteraad betreffende nominatieve subsidies 2026: toekennen.
Artikel 41, tweede lid, 23° van het decreet over het lokaal bestuur, stelt dat de bevoegdheid om nominatieve subsidies toe te kennen een exclusieve bevoegdheid is van de gemeenteraad.
De nominatieve subsidies voor 2026-2031, opgenomen in het vastgestelde en door de gemeenteraad goedgekeurde Meerjarenplan 2026 - 2031: Raad 04_06_2026 BP2026_2031 worden toegekend.
De toelichting zal gegeven worden door de heer Van D'huynslager, schepen.
niet van toepassing
niet van toepassing
De heer Behaeghe, raadslid.
Enig artikel
De nominatieve subsidies 2026-2031 worden toegekend:
Brief van IVIO van 2 maart 2026 betreffende retributiereglement ophalen en verwerken huishoudelijk afval en het met huishoudelijk afval vergelijkbaar bedrijfsafval.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 24 oktober 2025 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een remediëringstraject na een forensische audit.
Wet van 4 mei 2023 houdende invoeging van boek XIX "Schulden van de consument" in het Wetboek van economisch recht, het laatst gewijzigd bij wet van 5 november 2023 houdende diverse bepalingen inzake economie.
Besluit van de gemeenteraad van 5 oktober 2017 betreffende invullen van het begrip dagelijks bestuur: hervaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 6 februari 2025 betreffende reglement tot delegatie van bevoegdheden aan het college van burgemeester en schepenen: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 4 december 2025 betreffende gecoördineerd retributiereglement: voorwaarden: aanvullen en wijzigen.
Besluit van de gemeenteraad van 4 december 2025 betreffende gecoördineerd retributiereglement: tarieven: wijzigen.
Aanpassing hoofdstuk 5:
De ophaling van het restafval en GFT in bakken startte begin 2026.
Artikel 5.1.1.2. omtrent indexering van de tarieven wordt gewijzigd en aangevuld/verduidelijkt.
Deze indexering wordt voor het eerst toegepast op 1 januari 2027.
Ondanks het feit de afrondingen van de opgehaalde gewichten wettelijk bepaald zijn volgens internationale standaard- en ijkingsbesluiten, is het aan te raden om deze bepalingen voor alle volledigheid op te nemen in het gecoördineerd retributiereglement, deel voorwaarden.
Deze voorwaarden worden opgenomen in een nieuw artikel 5.1.1.3.
De bepalingen in deze aanvullingen gaan onmiddellijk in.
Toelichting door mevrouw Vervaeck, schepen.
Inkomsten zijn voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.
niet van toepassing
De heren Vande Maele en Vanden Broucke, raadsleden.
De heer De Marez, 1ste schepen.
Artikel 1
Het gecoördineerd retributiereglement wordt als volgt vastgesteld:
Hoofdstuk 1 - INLEIDENDE BEPALINGEN
Artikel 1.1.1.1
Ons besluit van 19 december 2013 betreffende gecoördineerd retributiereglement: vaststellen en de latere wijzigingen (gemeenteraad van 4 september 2014, 5 maart 2015, 4 juni 2015, 3 september 2015, 4 februari 2016, 2 juni 2016) worden opgeheven per 1 juli 2016.
De voorwaarden voor de retributies worden vastgelegd door de gemeenteraad.
Artikel 1.1.1.2
Een vereniging wordt erkend als een erkende vereniging indien de vereniging:
Alle andere verenigingen worden als niet erkende vereniging beschouwd.
Artikel 1.1.1.3
Onder een dagperiode wordt verstaan:
Artikel 1.1.1.4
Indien de deelnameprijs gebaseerd wordt op een berekening wordt het bekomen bedrag als volgt afgerond:
Artikel 1.1.1.5
Jaarlijks worden de prijzen voor het gebruik van lokalen, terreinen of bergingen aangepast aan de index van de consumptieprijzen. Het betreft de onderafdeling 8.3.1, 8.3.2.1 en 8.3.3, de afdeling 8.4,de afdelingen 9.4, 9.5 (met uitzondering van de artikels 9.5.1.2 en 9.5.1.3), afdeling 9.6, afdeling 9.7 en artikel 17.1.1.1.
Jaarlijks worden de deelnameprijzen voor activiteiten aangepast aan de index van de consumptieprijzen. Het betreft hoofdstuk 12.
Zesjaarlijks wordt bij aanvang van het schooljaar de prijs van de zwembeurten aangepast aan de gezondheidsindex. Het betreft onderafdeling 12.4.
De aangepaste prijzen zijn van toepassing vanaf 1 september.
De formule is de volgende:
Basisprijs x indexcijfer der consumptieprijzen van de maand januari van het jaar/indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand juni 2019.
Voor onderafdeling 12.4: prijs van toepassing schooljaar voor ingebruikname x gezondheidsindex augustus kalenderjaar aanpassing / gezondheidsindex augustus jaar datum van ingebruikname.
De prijs wordt afgerond op 50 eurocent.
De tarieven die van toepassing zijn, staan op de website of worden opgenomen in de communicatie van het gemeentebestuur.
Het tarief van toepassing op het ogenblik van de opmaak van de factuur of eindfactuur wordt toegepast.
Het ter beschikking stellen van zalen met drankafname in de culturele infrastructuur in onderhevig aan btw.
De prijzen voor het gebruik van zalen in de culturele infrastructuur zijn steeds inclusief btw.
Bij gebruik van een zaal zonder drankafname wordt standaard een forfait voor drank aangerekend.
Deze forfait van 5% zit vervat in de prijs.
Artikel 1.1.1.6
Overgangsbepaling: De vorderingen of contracten, welke opgemaakt werden, op basis van het bestaande retributiereglement blijven behouden en worden niet aangepast aan het gewijzigd tarief.
Hoofdstuk 2 - ALGEMENE ZAKEN
Voor het afleveren van administratieve prestaties wordt een retributie aangerekend.
Hoofdstuk 3 - FOTOKOPIEDIENST
Artikel 3.1.1.1
De vermelde prijzen zijn de prijs per blad.
Artikel 3.1.1.2
De kopieën genomen in het kader van het decreet op de openbaarheid worden aangerekend aan het tarief van de verenigingen. Dit geldt ook voor de afschriften van de akten en stukken betreffende het bestuur van de gemeente in toepassing van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad. In uitzonderlijke gevallen wordt door het schepencollege de kostprijs bepaald.
Afdeling 3.2 Verenigingen
Artikel 3.2.1.1
Deze tarieven zijn enkel van toepassing voor erkende verenigingen bij aanvragen via de fotokopiedienst.
De tarieven voor particulieren zijn van toepassing, indien geen gebruik gemaakt wordt van de fotokopiedienst.
Hoofstuk 4 - BEGRAAFPLAATSEN
[...]
Hoofdstuk 5 - AFVAL
Artikel 5.1.1.1
Met ingang van 1 januari 2026 is een retributie verschuldigd voor het ophalen en verwerken van huishoudelijk en met huishoudelijk vergelijkbare afvalstoffen.
De afvalstoffen worden aangeboden in de door IVIO voorziene afvalbakken of zakken, of aangebracht naar een IVIO-inzamelcontainer, waarbij een retributie wordt betaald, die minstens gelijk is aan de prijs per kilogram voor de toegepaste diftar restafval en GFT en de prijs voor de reguliere afvalzak voor het PMD.
Artikel 5.1.1.2 indexering
De bedragen, vermeld in artikel 5.1.1.1. van het gecoördineerd retributiereglement: tarieven zijn gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex (basisjaar 2025).
Deze bedragen worden telkens op 1 januari van het aanslagjaar aangepast en dit voor het eerst op 1 januari 2027.
Die aanpassing gebeurt door vermenigvuldiging met de coëfficiënt, die wordt verkregen door het indexcijfer van de maand september van het jaar dat voorafgaat aan het aanslagjaar, te delen door het indexcijfer van de maand september van het jaar dat voorafgaat aan de inwerkingtreding van dit reglement (1 januari 2026).
Het zo verkregen bedrag wordt afgerond op twee decimalen na de komma volgens de rekenkundige afronding (kleiner dan 5 afronding naar beneden, groter of gelijk aan 5, afronding naar boven).
Hierbij wordt er voor restafval rekening gehouden met de minimum- en maximumtarieven die vastgelegd zijn in het VLAREMA.
Artikel 5.1.1.3 Weging ijking en afronding
De weging van afval gebeurt met geijkte en periodiek gecontroleerde weegsystemen conform de Metrologiewet en de toepasselijke Europese normen, meer bepaald OIML R51 Klasse Y(b) voor automatische weegwerktuigen. De door het meetsysteem geregistreerde massa is bindend.
De aangerekende hoeveelheid wordt uitgedrukt in kilogram en afgerond per 0,50 kg.
Drempel:
Artikel 5.1.1.4
De scholen worden vrijgesteld van betaling van PMD zak 120 liter (blauw). Deze vrijstelling gebeurt door het leveren van PMD-zakken door het gemeentebestuur in de loop van de maand juni.
Artikel 5.1.1.5
De gemeente geeft opdracht aan de intergemeentelijke vereniging IVIO te zorgen voor de verdeling van de afvalzakken en -bakken in het IVIO-werkingsgebied.
De burgers bevoorraden zich bij de verdeelpunten voor PMD-zakken, aangeduid door de gemeente in overleg met de intergemeentelijke vereniging IVIO.
De containers worden bekomen via het hoofdkantoor van IVIO of na afspraak via het recyclagepark.
Thuislevering is mogelijk mits het betalen van een leveringskost. Er kunnen kosten gerekend worden voor herstellingen, vervangingen en wissel.
Ook deze kosten, zoals opgelijst als bijlage aan de gebruikersvoorwaarden, worden jaarlijks geïndexeerd.
Artikel 5.1.1.6
De gemeente machtigt de opdrachthoudende vereniging IVIO om de retributie-inkomsten, verschuldigd voor het ophalen en verwerken van huishoudelijk afval, in haar naam te innen.
Artikel 5.1.1.7
De retributie wordt contant ingevorderd tegen afgifte van de betreffende zakken voor wat betreft PMD.
Voor restafval en gft laden de burgers een saldo op de diftarrekening, via het digitaal portaal of via onze recyclageparken.
Per ophaling wordt het omgerekend bedrag in euro/kg afgetrokken van het opgeladen saldo.
De totaal betaalde retributie komt de gemeenten toe en wordt verrekend op hun jaarlijkse bijdrage.
Artikel 5.1.1.8
[...]
Artikel 5.1.1.9
[...]
Artikel 5.1.1.10 overgangsmaatregel
Na omschakeling naar restafval en GFT in bakken kunnen gele restafvalzakken met opschrift IVIO de eerstvolgende twee ophaalbeurten nog aangeboden worden via de reguliere huis aan huis inzameling.
Tot één juni 2026 mogen de restafvalzakken met het opschrift IVIO verder aangeboden worden op het recyclagepark zonder meerprijs.
Daarna kan men nog terecht met de zak op het recyclagepark mits betaling van een opleg ten bedrage van het verschil tussen de aankoopprijs van de zak en het verrekend diftartarief.
Hoofdstuk 6 - HUWELIJKSPLECHTIGHEDEN
Artikel 6.1.1.2
De huwelijken, volgens tarief 1, zijn deze die plaatsvinden op de vastgestelde dagen en uren, namelijk op donderdag en vrijdag tussen 16.30 u. en 18.30 u.
Artikel 6.1.1.3
De huwelijken, volgens tarief 2, zijn deze die plaatsvinden
Op zaterdag na 14.30 u. en op zondag worden geen huwelijken voltrokken.
Artikel 6.1.1.4
De verschillende retributies zullen door de toekomstige echtgenoten bij het opmaken van het dossier betaald worden. In geval het huwelijk door onvoorziene omstandigheden niet kan plaatsvinden, zal de retributie worden terugbetaald.
Hoofdstuk 7 - KERMISSEN
Afdeling 7.1 Standplaats op de kermis
Onderafdeling 7.1.1 Standplaats op de kermis – abonnementen
[...]
Onderafdeling 7.1.2 Standplaats op de kermis – losse plaatsen
[...]
Artikel 7.1.2.1
Het standgeld wordt berekend op basis van de ingenomen oppervlakte van de attractie: (btw niet van toepassing)
Hoofdstuk 8 - CULTURELE INFRASTRUCTUUR
Artikel 8.1.1.1
De culturele infrastructuur omvat het gemeenschapscentrum “O.C. Mandelroos”, gemeenschapszaal “Tjuf”en de “Ginstezaal”.
[...]
Afdeling 8.2 Algemeen
Artikel 8.2.1.1
Het gebruik van de culturele infrastructuur is gratis voor activiteiten, vergaderingen of opleidingen georganiseerd door:
Voor reservatieaanvragen, die niet vallen onder de hoger vermelde punten, vallen:
Artikel 8.2.1.2
Op de tarieven van de volledige Eenaemezaal met of zonder podium wordt een vermindering van 50 % toegestaan voor erkende en niet erkende verenigingen indien deze zaal minimum drie keer ter beschikking gesteld wordt binnen het werkjaar van de vereniging (activiteiten in één keer aan te vragen).
De geplande activiteiten moeten voor eigen leden zijn of voor een ruimer publiek. Vergaderingen, repetities, klaarzetten of opruimen komen niet in aanmerking.
De geplande activiteiten moeten ook effectief doorgaan.
Een annulatie telt niet mee als activiteit.
In geval van een annulatie wordt de factuur herberekend.
De vermindering wordt niet toegestaan voor fuiven.
Artikel 8.2.1.3
Straatcomités, klasjaren en wijkfeesten van Oostrozebeke (geen persoonlijk initiatief) en politieke fracties die deel uitmaken van de gemeenteraad mogen eenmaal per jaar de culturele infrastructuur huren aan tarief erkende vereniging.
Er mogen geen fuiven georganiseerd worden door straatcomités, klasjaren en wijkfeesten.
Wordt beschouwd als een wijkfeest of straatcomité:
Wordt beschouwd als een klasjaar:
Artikel 8.2.1.4
Organisaties ten voordele van een goed doel mogen éénmaal per jaar de culturele infrastructuur huren aan tarief erkende vereniging. Er moet een budget bezorgd worden bij de aanvraag (ten laatste drie maanden voor de Eenaemezaal en ten laatste één maand voor de andere zalen) en een afrekening uiterlijk twee maanden na de activiteit.
Hoofdstuk 9 - GEMEENTELIJK SPORTCENTRUM “DE MANDELMEERSEN”
Afdeling 9.1 Sportactiviteiten ingericht door de gemeente
[...]
Afdeling 9.2 Recreatiesportkoffers
Artikel 9.2.1.1
| Recreatiesportkoffers kunnen gehuurd worden door
|
|
|
Afdeling 9.3 Volksspelen
Artikel 9.3.1.1
| Volkspelen kunnen gehuurd worden door:
|
|
|
Afdeling 9.4 Huur sportinfrastructuur voor sportactiviteiten
Artikel 9.4.1.2
Het college van burgemeester en schepenen kan, in afwijking van de tarieven vastgesteld voor de huur van de sporthallen, zaal met parketvloer, vergaderzaal, voetbalvelden, tennisvelden, douches en kleedkamers, aan individuen die voldoen aan de voorwaarden van de huurovereenkomsten een voordeliger tarief toekennen. De toegestane vermindering mag maximum 50 % bedragen.
Artikel 9.4.1.3
| Een voordeliger tarief wordt toegekend aan de Oostrozebeekse schoolgaande jeugd, jonger dan 20 jaar die tijdens de weekdagen van de schoolvakanties de vrije uren van de sportinfrastructuur huren |
|
|
Afdeling 9.5 Huurovereenkomsten
Artikel 9.5.1.1
De huurprijzen van de huurovereenkomsten voor erkende en niet-erkende verenigingen worden bepaald op een percentage van de werkelijke huurprijs volgens schalen:
Artikel 9.5.1.4
| Er wordt een minimum huurprijs van een huurcontract bepaald. |
|
|
Artikel 9.5.1.5
| KSCOR betaalt een vaste huurprijs/maand voor gebruik van de voetbalvelden voor trainingen en wedstrijden met uitzondering van tornooien. Bij onbespeelbaarheid van de voetbalvelden door weersomstandigheden of door overmacht kan KSCOR tijdens de vrije uren van de sporthal binnen trainen. |
|
|
Artikel 9.5.1.6
| KSCOR-jeugd betaalt een vaste huurprijs/maand voor gebruik van de voetbalvelden voor trainingen en wedstrijden met uitzondering van tornooien. Bij onbespeelbaarheid van de voetbalvelden door weersomstandigheden of door overmacht kan KSCOR-jeugd en KSCOR tijdens de vrije uren van de sporthal binnen trainen. |
|
|
Artikel 9.5.1.7
| Tennisclub Oostrozebeke betaalt een vaste huurprijs voor de periode van 1 april tot 31 oktober voor het gebruik van de buitentennisvelden met uitzondering van tornooien |
|
|
Afdeling 9.6 Gebruik sportinfrastructuur voor andere dan sportactiviteiten
Onderafdeling 9.6.1 Huur binnensportinfrastructuur en van de speelweide voor andere dan sportactiviteiten
De binnensportinfrastructuur en de speelweide kan door erkende verenigingen gehuurd worden voor andere dan sportactiviteiten.
Onderafdeling 9.6.2 Gebruik van de sportinfrastructuur voor commerciële doeleinden
Artikel 9.6.2.1
Commerciële activiteiten zijn activiteiten gebaseerd op het maken van winst voor personen of commerciële organisaties/verenigingen.
Artikel 9.6.2.2
| Er wordt een onderscheid gemaakt in tarief voor Oostrozebeekse inwoners en niet-Oostrozebekeekse inwoners. |
|
|
Hoofdstuk 10 - GEMEENTELIJKE OPENBARE BIBLIOTHEEK
Afdeling 10.1 Lidgeld
Artikel 10.1.1.1
Om lid te zijn van de gemeentelijke openbare bibliotheek wordt een lidmaatschap aangerekend.
Artikel 10.2.1.1
[...]
Afdeling 10.2 Leengeld
Per exemplaar wordt een leengeld betaald.
Artikel 10.2.1.5 Promotie
In het kader van de promotie van de bibliotheek kunnen bonnen uitgedeeld worden voor gratis uitleningen.
In het kader van de promotie van de boekenverkoop kunnen bonnen uitgedeeld worden voor gratis boeken uit de boekenverkoop.
Afdeling 10.6 Cursussen
Artikel 10.6.1.1 Cursusgeld
Cursussen georganiseerd door het gemeentebestuur van Oostrozebeke kunnen enkel gevolgd worden door inwoners van Oostrozebeke en door de medewerkers van de Dienstenwinkel Oostrozebeke.
In het cursusgeld is per les één koffie of frisdrank inbegrepen en de syllabus;
Artikel 10.6.1.2 Voorwaarden
Hoofdstuk 11 - GEMEENTELIJKE UITLEENDIENST
Artikel 11.1.1.1
Servies en bestek van het gemeenschapscentrum “O.C. Mandelroos” worden steeds afgenomen en betaald per bak.
Artikel 11.1.1.3
Voor de huurprijs van toestellen die aan slijtage onderworpen zijn, wordt volgend principe gehanteerd: 0,5 % van de aankoopprijs (21 % btw).
Artikel 11.1.1.4
| Bij laattijdig terugbrengen van het uitgeleende materiaal wordt een schadevergoeding gevraagd per dag per set: |
|
|
Artikel 11.1.1.5
Het OCMW Oostrozebeke, de gemeentelijke adviesraden en de Oostrozebeekse scholen zijn vrijgesteld van het betalen van zowel de huurprijs als de waarborg.
Erkende en niet-erkende verenigingen zijn vrijgesteld van het betalen van huurprijs voor bestek en vaatwerk voor gebruik van dit materiaal tijdens vergaderingen en repetities.
Erkende en niet-erkende verenigingen krijgen een korting van 50 % op de huurprijs van bestek en vaatwerk indien men minimum drie keer binnen het werkjaar van een vereniging een activiteit heeft, waarbij bestek en vaatwerk wordt gehuurd (vergaderingen en repetities tellen niet mee - gebruik in één keer aan te vragen).
De politieke fracties die deel uitmaken van de gemeenteraad beperkt tot de gesloten fractievergaderingen, die doorgaan in de culturele infrastructuur, zijn vrijgesteld van het betalen van de huurprijs en waarborg voor een dataprojector.
Artikel 11.1.1.6
Voor de ontlening van materialen, zowel binnen als buiten het gemeenschapscentrum “O.C. Mandelroos” moet geen waarborg betaald worden.
Artikel 11.1.1.7
Voor het vervoer voor erkende en niet erkende verenigingen wordt per rit een uurloon aangerekend. Erkende verenigingen betalen niet voor de ritten waarbij de vlaggenmasten en/of de luifeltent wordt vervoerd. Transport gebeurt enkel binnen de grenzen van de gemeente Oostrozebeke.
Dit artikel geldt niet voor het OCMW Oostrozebeke, de gemeentelijke adviesraden en de Oostrozebeekse scholen.
Artikel 11.1.1.8
Per activiteit moet leengeld betaald worden.
Voor nadars en verkeerssignalisatie is dit beperkt tot drie kalenderdagen, dag van ophalen en terugbrengen niet inbegrepen.
Artikel 11.1.1.9
Het gemeentebestuur van Oostrozebeke stelt 1600 herbruikbare bekers gratis ter beschikking voor activiteiten van verenigingen en particulieren binnen de culturele infrastructuur. Erkende verenigingen mogen de 1600 herbruikbare bekers gratis gebruiken voor activiteiten en evenementen buiten de culturele infrastructuur. De organisatie van wijkfeesten valt onder de noemer "erkende vereniging". Buurt- en straatfeesten vallen onder de noemer "particulier".
De aanvraag van de herbruikbare bekers kan via de website van Oostrozebeke of aan het loket van "O.C. Mandelroos".
De herbruikbare bekers worden per box aangeboden. Een box bevat 200 herbruikbare bekers.
De aanvraag kan ten vroegste één jaar en ten laatste één maand voor de activiteit worden aangevraagd. De eerste aanvrager geniet de voorkeur.
De herbruikbare bekers worden ten vroegste twee werkdagen voor de activiteit afgehaald, ten laatste één dag na de activiteit worden de herbruikbare bekers teruggebracht. De ontlener zorgt ervoor dat alle herbruikbare bekers afgewassen en afgedroogd terug in de bakken worden geplaatst.
| Waarborg gebruik herbruikbare bekers: cash te betalen bij afhalen |
||
| Kost per verloren of beschadigde beker |
||
| Kost per opbergbox in geval niet proper inleveren van herbruikbare bekers |
||
| Schade aan opbergbox herbruikbare beker |
||
| Boete bij laattijdig inleveren (per opbergbox) |
De gebruiker verbindt zich er toe het ontleende materiaal in geen geval aan derden uit te lenen of te verhuren.
Hoofdstuk 14 - BUITENSCHOOLSE KINDEROPVANG “DE WIEMKES”
Afdeling 14.1 Ouderbijdragen
Artikel 14.1.1.1
In de ouderbijdragen zijn de verplichte tussendoortjes inbegrepen.
Voor de woensdagnamiddag geldt het voordeligste tarief (ofwel tarief halfuurbijdrage ofwel tarief schoolvrije dagen en vakantiedagen).
De ouderbijdragen verhogen elk jaar op 1 januari met de procentuele stijging van het gezondheidsindexcijfer. Dit gebeurt volgens deze formule: huidig tarief x gezondheidsindex van oktober van het huidig kalenderjaar / gezondheidsindex van oktober van het vorig kalenderjaar.
Artikel 14.1.1.2
Als de financiële situatie van de ouder(s) daartoe aanleiding geeft, kan een sociaal tarief gehanteerd worden. Indien een ouder denkt hiervoor in aanmerking te komen, neemt hij/zij contact op met de coördinator. Na een sociaal onderzoek door het OCMW beslist het college van burgemeester en schepenen of het sociaal tarief wordt toegestaan. Dit besluit wordt jaarlijks herzien.
Afdeling 14.2 Supplementaire bijdragen voor de kinderopvang
Artikel 14.2.1.1
Naast de ouderbijdragen moet supplementair betaald worden:
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Hoofdstuk 15 - VERLAGEN, VERLEGGEN EN VERBREDEN VAN OPRITTEN AAN BESTAANDE WEGEN
Artikel 15.1.1.1
Deze werken worden rechtstreeks door de aannemer, aangesteld door de gemeente, aan de aanvrager gefactureerd.
Hoofdstuk 17 - GEMEENTELIJKE WERKPLAATS
Artikel 17.1.1.1
| In de gemeentelijke werkplaats kan berging gehuurd worden door erkende verenigingen. |
|
|
Hoofdstuk 18 - OMGEVING
Artikel 18.1.1.1
Voor de behandeling van een vraag tot stedenbouwkundig uittreksel wordt een retributie aangerekend.
Artikel 2
De gemeenteraad keurt de bijlage met de kosten voor de comfortdiensten containers rest/gft, horende bij artikel 5.1.1.5. van dit reglement goed.
Artikel 3
Dit reglement treedt in werking vanaf de datum van goedkeuring van dit besluit.
De noodzaak om met de nieuw samengestelde gemeentelijke commissie ruimtelijke ordening het bestaande huishoudelijk reglement te evalueren en waar nodig aan te passen.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een remediëringstraject na een forensische audit.
Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, het laatst gewijzigd bij decreet van 6 maart 2026 tot wijziging van verschillende decreten van het beleidsdomein Omgeving, in het kader van de implementatie van Europese regelgeving over hernieuwbare energie, kritieke grondstoffen en netto-nultechnologie.
Besluit van de Vlaamse regering van 19 mei 2000 betreffende regels voor de samenstelling, de organisatie en de werkwijze van de provinciale en gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening, laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse regering van 7 september 2018 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 mei 2000 tot vaststelling van nadere regels voor de samenstelling, de organisatie en de werkwijze van de provinciale en gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening, wat betreft de intergemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening.
Besluit van de Vlaamse regering van 3 juli 2009 tot vaststelling van een deontologische code voor de leden van de provinciale en gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 tot bepaling van nadere regels voor de opmaak, de vaststelling en de herziening van ruimtelijke beleidsplannen en tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering in het kader van de regeling van de ruimtelijke beleidsplanning.
Besluit van de gemeenteraad van 4 december 2025 betreffende oprichten van een gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening.
Besluit van de gemeenteraad van 5 maart 2026 betreffende Gemeentelijke Commissie voor Ruimtelijke Ordening (GECORO): wijzigen, benoemen van de voorzitter, van de deskundigen en hun plaatsvervanger, van de vertegenwoordigers van de maatschappelijke geledingen en hun plaatsvervanger en van de vaste secretaris.
Na de installatie van een nieuwe gemeenteraad moet ook de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (GECORO) heropgericht worden.
De gemeenteraad beslist hierbij over volgende zaken:
Punten (1) en (2) gebeurden respectievelijk op 4 december 2025 en 5 maart 2026. Onderhavig besluit omvat punt (3).
Omdat de eerste vergadering louter het nazicht en desgewenst aanpassen van het huishoudelijk reglement betrof, en omdat de nieuwe leden van de GECORO nog niet vertrouwd zijn met het digitaal platform dat gebruikt wordt om te vergaderen en te notuleren (e-Notulen), werd besloten om deze vergadering digitaal te organiseren.
Door de stemgerechtigde leden werden geen voorstellen tot aanpassing ingediend.
Op 29 april 2026 werden door de afgevaardigde van de fractie INSPRAAK.nu een aantal inhoudelijke opmerkingen op het huishoudelijk reglement via e-mail overgemaakt aan de secretaris van de GECORO, met de leden in CC.
Dit werd de dag erna opgevolgd door de secretaris via dezelfde weg, en eveneens met de andere leden van de GECORO in CC, door de betreffende artikels te contextualiseren en voor te stellen om ze desgewenst te behandelen bij de eerste fysieke vergadering van de GECORO.
Indien nodig kan aansluitend een aangepaste versie van het huishoudelijk reglement vastgesteld worden door de gemeenteraad.
Toelichting door mevrouw Geldhof, schepen.
niet van toepassing
niet van toepassing
niet van toepassing
De raad keurt het huishoudelijk reglement van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening goed.
De tekst van het huishoudelijk reglement luidt als volgt:
HUISHOUDELIJK REGLEMENT VAN DE GEMEENTELIJKE COMMISSIE VOOR RUIMTELIJKE ORDENING
I. Doel en adviesbevoegdheid
Artikel 1.
De ‘gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening’ hierna de commissie genoemd, heeft als doel het behoud, de verbetering en uitwerking van een goede ruimtelijke ordening binnen de gemeente.
De ruimtelijke ordening is gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling, waarbij de ruimte beheerd wordt ten behoeve van de huidige generatie, zonder dat de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang worden gebracht.
Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen.
Er wordt rekening gehouden met de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen.
Op deze manier wordt gestreefd naar ruimtelijke kwaliteit.
Artikel 2.
De commissie vergadert ten minste tweemaal per jaar en vervult de opdrachten haar toegekend door de Vlaamse codex ruimtelijke ordening.
Deze opdrachten zijn:
II. Wijze van samenroepen, agenderen en laten agenderen
Artikel 3.
De commissie wordt door de voorzitter bijeengeroepen. Is de voorzitter verhinderd, dan roept de tweede deskundige de vergadering bijeen.
Artikel 4.
De voorzitter moet de vergadering samenroepen binnen vijftien dagen na het verzoek van:
Artikel 5.
De voorzitter stelt in overleg met de secretaris de agenda vast.
Artikel 6.
Elk lid van de commissie kan agendapunten voorstellen voor de volgende vergadering.
Het voorstel van agendapunt wordt vooraf op het secretariaat bezorgd en is vergezeld van een toelichtende nota.
Een agendapunt dat niet op de agenda voorkomt, kan besproken worden op het einde van de vergadering mits dit vergezeld is van een verklarende nota en tweederde van de aanwezige leden hiermee instemmen.
Deze stemming vindt plaats bij de aanvang van de vergadering.
Artikel 7.
Het college van burgemeester en schepenen kan bij hoogdringendheid een agendapunt bijvoegen.
Daartoe richt het college van burgemeester en schepenen een brief aan de voorzitter van de commissie die hem ten laatste drie dagen voor de dag van de samenkomst van de commissie bezorgd wordt.
III. Uitnodigingen
Artikel 8.
Het secretariaat van de commissie verstuurt de uitnodigingen met agenda via de internetapplicatie e-Notulen naar de effectieve en de plaatsvervangende leden, evenals naar het raadslid afgevaardigd door de politieke fracties in de gemeenteraad en eventuele externe genodigden.
Leden, afgevaardigden en externe genodigden kunnen vragen om de agenda ook via e-mail te ontvangen.
Deze vraag wordt via e-mail gesteld aan het adres ‘gecoro@oostrozebeke.be’.
De uitnodiging wordt ten minste tien kalenderdagen vóór de vergadering verstuurd.
Bij ieder agendapunt wordt een korte toelichting toegevoegd.
Artikel 9.
Indien een effectief lid niet aanwezig kan zijn op een samenkomst van de commissie laat hij of zij zich vervangen door zijn of haar plaatsvervanger.
Het behoort tot de verantwoordelijkheid van het effectief lid om zijn of haar plaatsvervanger te verwittigen.
Het effectief lid laat ten minste 3 dagen voor de vergadering aan het secretariaat weten indien hij of zij zich laat vervangen door zijn of haar plaatsvervanger.
Dit kan enkel schriftelijk via e-mail.
Indien het plaatsvervangend lid eveneens verhinderd is om de samenkomst van de commissie bij te wonen, laat het plaatsvervangend lid dit minimum 1 dag voor de vergadering aan het secretariaat weten via ‘gecoro@oostrozebeke.be’.
IV. Externe genodigden
Artikel 10.
De commissie kan voor de behandeling van een onderwerp al de nodige instanties en personen of betrokkenen uitnodigen voor een toelichting en een eventuele bespreking van het onderwerp.
Die personen mogen evenwel de beraadslaging over het advies van de commissie en de stemming erover niet bijwonen.
Zij kunnen in ieder geval niet deelnemen aan die beraadslaging over het advies en de stemming erover.
Onder deze instanties of betrokkenen wordt onder andere verstaan, de bevoegde schepen, de ontwerper, de aanvrager van een omgevingsvergunning, belanghebbenden, externe deskundigen.
Artikel 11.
De commissie nodigt voor elke vergadering een vertegenwoordiger uit van elke politieke fractie in de gemeenteraad.
Deze personen kunnen de toelichtingen bijwonen en deelnemen aan een eventuele bespreking van het onderwerp, maar mogen de beraadslaging over het advies van de commissie en de stemming erover niet bijwonen, tenzij die delen van de vergadering openbaar worden gehouden met toepassing van artikel 14.
Zij kunnen in ieder geval niet deelnemen aan die beraadslaging over het advies en de stemming erover.
Artikel 12.
Plaatsvervangende leden worden steeds uitgenodigd en aangemoedigd om aan de toelichtingen en besprekingen deel te nemen.
In gevallen waarbij de corresponderende effectieve leden of het corresponderend effectief lid eveneens aanwezig zijn of is, kunnen de plaatsvervangende leden evenwel niet deelnemen aan de beraadslaging en de stemming.
V. Kennisname vóór de vergadering van documenten
Artikel 13.
Indien de documenten in verband met de agendapunten niet beschikbaar zouden zijn via de internetapplicatie e-Notulen (of, in de gevallen waarbij het lid daarom verzocht had, niet per e-mail meegestuurd werden), kunnen alle leden van de commissie, evenals de afgevaardigden en externe genodigden deze raadplegen op het secretariaat van de commissie.
Dit kan na afspraak tijdens de kantooruren vanaf de dag van de uitnodiging, en, indien deze kantooruren dit toelaten, tot één uur voor de vergadering.
VI. Verloop van de vergaderingen
Artikel 14.
De zittingen van de commissie zijn in principe niet openbaar en vinden plaats in de lokalen ter beschikking gesteld door het gemeentebestuur.
Slechts bij eenparigheid van stemmen kan de commissie beslissen, onverminderd de wettelijke regels inzake de persoonlijke levenssfeer, dat een vergadering geheel of gedeeltelijk openbaar wordt gehouden.
In dat geval mogen evenwel de niet-leden, andere dan de personen die zijn uitgenodigd voor een toelichting en de vertegenwoordigers van de politieke fracties, niet deelnemen aan de besprekingen.
Deelname aan de beraadslaging over het advies en de stemming erover is enkel mogelijk voor de stemgerechtigde leden.
Artikel 15.
De vergaderingen van de commissie worden geleid door de voorzitter.
Bij diens afwezigheid wordt de vergadering geleid door de tweede deskundige, of, indien van toepassing, zijn of haar plaatsvervanger.
Is hij of zij ook afwezig, wordt de vergadering geleid door het in leeftijd oudste lid aanwezig op de vergadering.
De voorzitter leidt de vergadering op dergelijke manier dat de inbreng van alle leden gegarandeerd is.
Artikel 16.
Tenzij in geval van een openbare zitting mogen de aanwezigen, die geen lid zijn van de commissie met uitzondering van het personeel van het secretariaat, de beraadslaging en de stemming over de te formuleren adviezen niet bijwonen.
De voorzitter vraagt bij aanvang van de beraadslaging in voorkomend geval de niet-leden om de vergadering te verlaten.
De bespreking beperkt zich tot het inwinnen van inlichtingen en het meedelen van standpunten.
De beraadslaging oordeelt over de ingenomen standpunten.
VII. Beraadslaging en stemming
Artikel 17.
De stemmingen gebeuren met handopsteking met gewone meerderheid van stemmen van de aanwezige leden (de effectieve leden of hun respectievelijke plaatsvervangers).
Bij een gelijk aantal stemmen is de stem van de voorzitter beslissend.
De stemming is geheim wanneer het gaat om personen of wanneer minstens één derde van de aanwezige stemgerechtigde leden er om verzoekt.
VIII. Het verslag en het formuleren van de adviezen
Artikel 18.
Het verslag van de commissie wordt door de secretaris opgemaakt. Het verslag wordt uiterlijk tien werkdagen na de vergadering ter beschikking gesteld via de internetapplicatie e-Notulen, of, ingeval een lid hier schriftelijk om verzoekt, verstuurd per e-mail, naar zowel de effectieve als de plaatsvervangende leden.
Indien deze niet reageren binnen de vijf kalenderdagen na verzending van het verslag wordt het verslag geacht te zijn goedgekeurd.
Indien een lid een opmerking maakt, gebeurt de goedkeuring van dit agendapunt op de volgende vergadering.
Artikel 19.
De goedgekeurde verslagen zijn openbaar en liggen ter inzage op het gemeentehuis in overeenstemming met het bestuursdecreet van 7 december 2018, en latere wijzigingen.
Artikel 20.
De adviezen worden binnen de tien werkdagen na de vergadering schriftelijk overgemaakt aan de gemeentelijke omgevingsambtenaar, het college van burgemeester en schepenen, of de gemeenteraad.
Het advies bevat, naast het meerderheidsstandpunt, eveneens de minderheidsstandpunten, indien het advies niet met eenparigheid van stemmen werd goedgekeurd.
IX. Geldigheid van de vergadering
Artikel 21.
De commissie kan slechts geldig beslissen wanneer ten minste de helft van haar stemgerechtigde leden aanwezig is.
Is die voorwaarde niet vervuld, dan kan de commissie op haar eerstvolgende vergadering, ongeacht het aantal aanwezige leden, geldig beslissen over de onderwerpen, die waren geagendeerd voor de vergadering waarop onvoldoende stemgerechtigde leden aanwezig waren, op voorwaarde dat de nieuwe vergadering niet binnen de vierentwintig uur na de eerste plaatsheeft.
De uitnodigingstermijn van artikel 8 geldt in dit geval niet.
Voor nieuwe agendapunten is opnieuw de aanwezigheid van de meerderheid van de leden vereist.
X. Werkingsmiddelen, vergoedingen en ontslag
Artikel 22.
De gemeenteraad beslist over het toekennen van presentiegelden, reis- en verblijfsvergoedingen.
Artikel 23.
Het secretariaat van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening bevindt zich op het gemeentehuis van Oostrozebeke.
De briefwisseling wordt gericht aan de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening Oostrozebeke, Ernest Brengierstraat 6, 8780 Oostrozebeke (e-mail ‘gecoro@oostrozebeke.be’).
Artikel 24.
De benoeming van de leden van de commissie is gebonden aan de legislatuur van de gemeenteraad.
Hun benoeming is hernieuwbaar.
Na de installatie van een nieuwe gemeenteraad wordt overgegaan tot de benoeming van een nieuwe commissie.
De oude commissie blijft zolang aan tot de samenstelling van de nieuwe commissie wordt goedgekeurd.
Artikel 25.
Elk lid van de commissie dat zonder verantwoording driemaal achtereenvolgens afwezig is, is ambtshalve ontslagnemend.
De voorzitter brengt de betrokkene daarvan schriftelijk op de hoogte.
Artikel 26.
Het lid dat voortijdig zijn mandaat stopzet, wordt vervangen door zijn plaatsvervanger tot het nieuwe lid is benoemd.
XI. Deontologie
Artikel 27.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009 tot vaststelling van een deontologische code voor de leden van de provinciale en gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening, en latere wijzigingen (in bijlage), geldt onverkort.
Artikel 28.
Een vastgesteld miskennen van deze deontologische principes kan aanleiding geven, al naargelang de aard van de miskenning, tot ontzetting uit het mandaat waartoe de gemeenteraad kan beslissen.
Artikel 29.
De voorzitter en de secretaris vertegenwoordigen de commissie naar buiten toe.
Contacten met de media worden vermeden om de objectiviteit en de sereniteit van de werking niet in het gedrang te brengen.
XII. Studieopdrachten en interne werkgroepen.
Artikel 30.
Voor het onderzoeken van bijzondere vraagstukken kan de commissie, volgens de bestaande regelgeving, een studieopdracht geven aan externe deskundigen.
Indien de noodzaak zich voordoet zal de werkwijze bepaald worden in een addendum van het huishoudelijk reglement.
De contracten met externe deskundigen worden gesloten via de gemeentelijke bestuursorganen. Hierbij wordt de regelgeving op de overheidsopdrachten nageleefd.
Artikel 31.
Voor het onderzoeken van bijzondere vraagstukken kan de commissie, met meerderheid van stemmen, beslissen tot het inrichten van een of meerdere werkgroepen.
Elke werkgroep bevat minstens één deskundige uit de commissie.
De documenten opgemaakt door een werkgroep hebben nooit een autonoom karakter en dienen ter voorbereiding van de agenda van de commissie.
De e-mail van raadslid Inge Noyez van 1 juni 2026 namens de fractie Vlaams Belang Oostrozebeke.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 24 oktober 2025 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een remediëringstraject na een forensische audit.
Besluit van de gemeenteraad van 4 september 2025 betreffende huishoudelijk reglement van de gemeenteraad: intrekken bestaand en goedkeuren nieuw, inzonderheid artikel 13.
De vragen van de raadslid Inge Noyez.
De antwoorden van Carine Geldhof en Ilse Vervaeck, schepenen.
niet van toepassing
niet van toepassing
niet van toepassing
Er wordt geen besluit genomen.
De voorzitter sluit de zitting op 04/06/2026 om 22:01.
Namens gemeenteraad,
Carl Vereecke
algemeen directeur
Hans Claerhout
raadslid-voorzitter