De voorzitter opent de zitting op 05/02/2026 om 19:40.
De raad neemt kennis van:
E-mailbericht van 3 oktober 2025 en van 2 december 2025 van DVV Midwest.
In 2018 werd bij de opstart van de werking van DVV Midwest onder begeleiding van kantoor Vandelanotte een prefilling opgemaakt om een ruling met de BTW commissie aan te vragen.
Bij de opmaak van het aanvraagdossier voor de ruling, heeft Vandelanotte gemotiveerd dat de werking van DVV Midwest onder verschillende uitzonderingsgronden valt zoals opgenomen in de BTW circulaire waardoor DVV Midwest vrijgesteld zou zijn van BTW.
Deze ruling werd uiteindelijk nooit formeel beoordeeld door de BTW commissie omdat men geen uitspraak kon doen over het voorafgaandelijk karakter.
Sindsdien heeft DVV Midwest steeds gewerkt volgens de afgesproken principes in de prefilling.
Dit betekent dat een transparante boekhouding wordt gevoerd (aanvullend volgens BBC), dat voor intergemeentelijk personeel een duidelijk overzicht wordt bijgehouden van de verschillende kosten, die volgens een afgesproken verdeelsleutel verdeeld worden onder de deelnemende besturen.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 24 oktober 2025 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een remediëringstraject na een forensische audit.
Besluit van 17 december 2025 van het college van burgemeester en schepenen betreffende (voorlopige) goedkeuring van de samenwerkingsovereenkomst KDV 'IGS Midwest' (kostendelende vereniging IGS Midwest).
Statuten DVV Midwest van 22 december 2017, gewijzigd op 18 december 2018.
De besturen hebben in het najaar 2024 de beslissing genomen om de NIP werking in te kantelen van PZ RIHO naar DVV Midwest.
Naast Midwest-gemeenten maken ook niet-Midwest-gemeenten gebruik van deze dienstverlening (wat momenteel ook zo behouden zou blijven).
Gelet op dit nieuw gegeven, keurde de raad van bestuur goed om advies in te winnen van Joost De Bauw, BTW expert.
Om te voldoen aan de voorwaarden van het Wetboek BTW dient DVV Midwest, op basis van het advies van Joost De Bauw, een nieuwe zelfstandige groepering op te richten met bijhorende administratieve formaliteiten.
In uitvoering hiervan is een samenwerkingsovereenkomst opgemaakt om een kostendelende vereniging ‘intergemeentelijk samenwerking Midwest’ op te richten die ter goedkeuring wordt voorgelegd.
Toelichting door de heer Derudder, burgemeester.
niet van toepassing
niet van toepassing
niet van toepassing
Artikel 1.
De gemeenteraad neemt akte van oprichting van de kostendelende vereniging “intergemeentelijke samenwerking Midwest”.
Artikel 2.
De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst goed.
Artikel 3.
De gemeenteraad machtigt de heer Derudder, burgemeester, en de heer Carl Vereecke, algemeen directeur, om namens de gemeenteraad de nuttige stukken mbt. de aktename van de oprichting van de kostendelende vereniging “intergemeentelijke samenwerking Midwest” en mbt. de goedkeuring van de samenwerkingsovereenkomst met DVV Midwest te ondertekenen.
Artikel 4.
Een afschrift van deze beslissing wordt bezorgd op dvv-midwest@midwest.be.
In toepassing van het reglement toekennen titel ereschepen, ereraadslid en ereraadslid OCMW worden op verzoek van gewezen mandatarissen en raadsleden eretitels toegekend.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 24 oktober 2025 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een remediëringstraject na een forensische audit.
Besluit van de Vlaamse Regering van 6 juli 2018 houdende het statuut van de lokale mandataris, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 30 juni 2023 tot wijziging van artikel 14, 15, 53, 54, 56 en 58 van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 juli 2018 houdende het statuut van de lokale mandataris.
Besluit van de gemeenteraad van 4 september 2014 betreffende het vaststellen van het reglement toekennen titel ereschepen, ereraadslid en ereraadslid OCMW.
Vanaf legislatuur 2019-2024 komen volgende gewezen mandatarissen gemeente en OCMW in aanmerking voor volgende eretitels:
Jacques Goemaere was ononderbroken gemeenteraadslid sedert 2 januari 2001 tot aan zijn overlijden op 8 juli 2022.
De heer Goemaere was tevens schepen van 2 januari 2013 tot en met 5 september 2013 en voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst van 3 januari 2019 tot aan zijn overlijden.
In toepassing van het reglement toekennen titel ereschepen, ereraadslid en ereraadslid OCMW, vastgesteld in de gemeenteraad van 4 september 2014, werden de hierboven vermelde gewezen mandatarissen of bij overleden mandatarissen de familie per brief gevraagd om door middel van een invuldocument een verzoek tot het (postuum) toekennen eretitel in te dienen bij de gemeenteraad.
Volgende gewezen mandatarissen of bij overleden mandatarissen de familie hebben het verzoek tot toekennen eretitel terugbezorgd aan het gemeentebestuur:
Voor bovengenoemde gewezen mandatarissen met uitzondering van Jacques Goemaere is een uittreksel uit het strafregister aan het dossier toegevoegd.
De gemeenteraad gaat over tot geheime stemming.
Toelichting door de heer Claerhout, voorzitter van de gemeenteraad.
niet van toepassing
niet van toepassing
niet van toepassing
De gemeenteraad gaat over tot geheime stemming.
18 stembrieven worden in de bus gevonden:
Jacques Goemaere (postuum), Marc Tieberghien, Marleen Lefebre, Stijn Manhaeghe en Annelies Braeckevelt hebben de volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen bekomen.
Enig artikel
De titel ereraadslid wordt toegekend aan:
Decreet van 3 februari 2023 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft de oprichting van een deontologische commissie bij de gemeenteraad en de districtsraad.
Op 7 januari 2026 heeft het college van burgemeester en schepenen en het vast bureau een afsprakennota ""SAMEN DENKEN WERKEN van het politiek & ambtelijk management" goedgekeurd, waarin het belang van een deontologische code voor het bestuur en voor het personeel werd onderstreept.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 24 oktober 2025 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een remediëringstraject na een forensische audit.
Decreet van 3 februari 2023 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft de oprichting van een deontologische commissie bij de gemeenteraad en de districtsraad.
Besluit van 5 februari 2026 van de gemeenteraad betreffende deontologische code van de gemeenteraad: vaststellen.
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 4 februari 2026 betreffende deontologische code van het college van burgemeester en schepenen: vaststellen.
Ingevolge het decreet van 3 februari 2023 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft de oprichting van een deontologische commissie bij de gemeenteraad en de districtsraad, zijn alle lokale besturen in Vlaanderen verplicht om een deontologische commissie op te richten.
De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn richten elk een eigen deontologische commissie in.
De deontologische commissie voor de gemeenteraad is bevoegd voor:
De deontologische commissie voor de raad voor maatschappelijk welzijn is bevoegd voor:
De samenstelling van de deontologische commissie van de gemeenteraad kan gelijkaardig of identiek zijn aan de samenstelling van de deontologische commissie van de raad voor maatschappelijk welzijn.
De deontologische code regelt de samenstelling, de werking en de bevoegdheid van de deontologische commissie.
Toelichting door de heer Claerhout, voorzitter van de gemeenteraad.
niet van toepassing
niet van toepassing
niet van toepassing
Artikel 1
De gemeenteraad heft het besluit van 4 mei 2023 van de gemeenteraad betreffende deontologische code van de gemeenteraad: (her-)vaststellen op met ingang van 6 februari 2026.
Artikel 2
De gemeenteraad keurt volgende deontologische code goed met ingang van 6 februari 2026:
Inhoudsopgave
1.
Voorkomen van (de schijn van) belangenvermenging en cliëntelisme
1.1.
Een lid van de gemeenteraad staat in al zijn of haar handelen, in het besluitvormingsproces en in het contact met burgers, steeds in dienst van het algemeen belang.
1.2.
Een lid van de gemeenteraad gaat actief en uit zichzelf alle vormen van belangenvermenging (en de schijn ervan) tegen.
Dit betekent dat:
1.3.
Een lid van de gemeenteraad vervult de rol van aanspreekpunt en informatiebemiddelaar voor de burger steeds op neutrale basis, zonder persoonlijke bevoordeling van één of meerdere burgers in een dossier, dan wel het wekken van de schijn daarvan.
1.4.
Ter voorkoming van overschrijding van de onder 1.1 en 1.2 beschreven normen, engageren alle leden van de gemeenteraad zich tot het aanleveren, en up-to-date houden van de volgende gegevens bij de algemeen directeur:
De leden van de gemeenteraad kunnen op eenvoudig verzoek bij de algemeen directeur inzage bekomen van deze lijsten.
1.5.
Ter voorkoming van overschrijding van de norm beschreven onder 1.3 zorgt de algemeen directeur ervoor dat dossier-behandelende personeelsleden alle tussenkomsten opnemen in het desbetreffende administratieve dossier.
Louter informatieve vragen of vragen/tussenkomsten van uitvoerende mandatarissen in het kader van hun functionele en hiërarchische relaties met de behandelende personeelsleden of diensten, vallen daarbuiten.
2.
Tegengaan van oneigenlijke beïnvloeding en de schijn ervan
2.1.
Een lid van de gemeenteraad mag zijn of haar invloed en stem niet laten kopen of beïnvloeden door, noch aanbieden voor geld, goederen, diensten of andere gunsten, die hem gegeven of beloofd werden.
2.2.
Een lid van de gemeenteraad moet actief en uit zichzelf de schijn van beïnvloeding en partijdigheid tegengaan.
2.3.
De mandataris doet dit door:
Bovendien houdt het lid van de gemeenteraad rekening met de timing en context, waarbinnen de uitnodiging wordt gedaan, met het doel de schijn van beïnvloeding te minimaliseren.
2.4.
Het geven van geschenken aan, dan wel het uitnodigen van derden gebeurt nooit in eigen naam, maar altijd in naam van het lokaal bestuur.
Daarbij zal men er steeds waakzaam voor zijn alle vormen van partijdigheid, bevoordeling en/of uitsluiting te vermijden.
2.5.
Ter bevordering van de transparantie en het voorkomen van enige schijn van beïnvloeding spreken de mandatarissen onderling af dat:
3.
Verantwoord gebruik van faciliteiten en middelen van het lokaal bestuur
3.1.
Een lid van de gemeenteraad gebruikt de voorzieningen en eigendommen van het lokaal bestuur niet voor privé-doeleinden.
3.2.
Leden van de gemeenteraad gaan verantwoord en op sobere wijze om met publieke middelen en vergoedingen, die tot hun beschikking staan.
3.3.
Leden van de gemeenteraad, die gebruik maken van de onkostenvergoedingen, leggen hierover op een transparantie wijze en volgens de afgesproken procedure verantwoording af.
3.4.
De algemeen directeur, of een hiervoor aangestelde medewerker, rapporteert jaarlijks over de gedeclareerde onkostenvergoedingen aan de gemeenteraad.
4.
Zorgvuldige omgang met informatie
4.1.
Een lid van de gemeenteraad bewaakt het geheime karakter en de vertrouwelijkheid van informatie.
Dit betekent dat een lid van de gemeenteraad:
Een uitzondering kan worden gemaakt wanneer de wet openbaarheid voorschrijft.
4.2.
Leden van de gemeenteraad gaan discreet en voorzichtig om met de informatie, waartoe zij toegang hebben.
Dit houdt onder andere in dat een lid van de gemeenteraad:
4.3.
Leden van de gemeenteraad gebruiken de informatie, waartoe zij toegang hebben vanuit hun ambt, nooit voor het eigen belang of voor het persoonlijke of zakelijke belang van derden.
4.4.
Leden van de gemeenteraad zijn open en eerlijk over de redenen en inzichten op basis waarvan zij hun stem uitbrengen.
4.5.
Voor de eenduidigheid en transparantie over informatieaanvraag, -ontvangst en -deling spreken de leden van de gemeenteraad af dat:
5.
Respectvolle omgang met anderen
5.1.
Alle leden van de gemeenteraad gaan op respectvolle wijze om met elkaar, de algemeen directeur en andere personeelsleden, evenals met de burgers, in woord, gebaar en geschrift.
5.2.
Leden van de gemeenteraad zaaien geen twijfel over elkaars integriteit.
Zij erkennen en bevestigen elkaar actief in hun streven naar het dienen van het algemeen belang vanuit hun ambt, rol en politieke kleur.
5.3.
Leden van de gemeenteraad onthouden zich in het openbaar, dus ook in openbare raads- en commissievergaderingen, van negatieve uitlatingen over individuele personeelseden.
5.4.
Een lid van de gemeenteraad staat op dezelfde gewetensvolle manier ten dienste van alle burgers, zonder onderscheid van geslacht, geaardheid, huidskleur, afstamming, sociale stand, nationaliteit, filosofische en/of religieuze overtuiging, ideologische voorkeur of persoonlijke gevoelens.
5.5.
Bij onenigheid in de onderlinge omgang of de gang van zaken tijdens of buiten vergaderingen gaan de leden van de gemeenteraad, eventueel onder begeleiding, in eerste instantie het gesprek aan met elkaar.
6.
Het voorkomen van mogelijke schendingen
6.1.
Wanneer een lid van de gemeenteraad twijfelt of een eigen handeling een overtreding van de code zou kunnen zijn, moet dit discreet bespreekbaar gemaakt kunnen worden.
Dit kan zijn binnen de eigen fractie, met een collega gemeenteraadslid of met de algemeen directeur.
6.2.
Wanneer een lid van de gemeenteraad twijfelt over een nog niet uitgevoerde handeling van een andere gemeenteraadslid, dan waarschuwt hij of zij die persoon, eventueel met het advies om informatie in te winnen bij de algemeen directeur.
7.
Het signaleren van vermoedens van schendingen van de deontologische code
7.1.
Wanneer een gemeenteraadslid eraan twijfelt of een regel van de deontologische code is overtreden door een ander gemeenteraadslid, kan hij of zij dit bij voorkeur aankaarten bij zijn collega gemeenteraadslid in kwestie.
Indien er goede redenen zijn om dit niet te doen, dan kan het gemeenteraadslid de kwestie voorleggen aan de algemeen directeur.
Al dan niet na een gesprek met de algemeen directeur, kan het gemeenteraadslid overgaan tot een formele melding bij de voorzitter van de deontologische commissie.
Vanaf dit moment start het formele handhavingsproces onder mandaat van de deontologische commissie.
7.2.
De volgende personen kunnen een melding van een schending van de deontologische code doen bij de deontologische commissie:
8.
Het duiden en onderzoeken van vermoedens van schendingen van de deontologische code
8.1.
De gemeenteraad stelt een deontologische code op de voor de gemeenteraad.
Het doel van de deontologische commissie is eerst en vooral het bevorderen van het zelfcorrigerend vermogen van het lokaal bestuur.
In de deontologische code worden de volgende zaken vastgelegd over de deontologische commissie:
samenstelling:
bevoegdheid:
werking:
8.2.
De deontologische commissie mandateert de algemeen directeur om een ontvankelijkheidstoets uit te voeren.
De algemeen directeur kan daarin bijgestaan worden door interne en/of externe experten.
Om de ontvankelijkheid te onderzoeken zal een gesprek plaatsvinden met de melder.
Een melding is ontvankelijk wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:
(1)
Niet alle vermoedens kunnen onderzocht worden of vragen om onderzoek – denk aan een schending van artikel 5 (interpersoonlijke schendingen), waarbij geen getuigen van het voorval aanwezig zijn).
Iedere melding wordt vertrouwelijk behandeld.
In deze fase is de naam van de melder en degene over wie de melding gaat slechts bekend bij de leden van de deontologische commissie en bij de eventueel door de algemeen directeur aangestelde experten.
8.3.
De algemeen directeur formuleert een ontvankelijkheidsadvies en stuurt dit, inclusief de onderliggende stukken, die deel uitmaken van het advies, aan de leden van de bevoegde deontologische commissie ter beoordeling.
Indien de leden van de deontologische commissie niet binnen de vijf werkdagen bezwaar maken op het advies, dan wordt het advies over de ontvankelijkheid formeel omgezet in een beslissing van de deontologische commissie, als uiteindelijk verantwoordelijke voor de beslissing.
Indien één lid bewaar aantekent tegen het advies van de algemeen directeur, zal de bevoegde deontologische commissie bijeenkomen voor de bespreking van het advies.
Wanneer het advies luidt dat een melding ontvankelijks is, neemt de algemeen directeur de onderzoeksvraag op in het advies van de deontologische commissie.
Wanneer een melding niet-ontvankelijk is, betekent dit meteen het einde van de formele procedure.
De melder wordt hierover schriftelijk geïnformeerd door de algemeen directeur, in naam van de bevoegde deontologische commissie.
Een melder kan een melding ook zelf intrekken.
Wanneer de melding uitsluitend te maken heeft met de onderlinge relatie tussen 2 of meer personen, betekent dit in principe het einde van de formele procedure.
Bij een schending van de andere gedragsregels (bijvoorbeeld belangenvermenging) zal de formele procedure blijven lopen.
De melding is in dat geval niet (meer) gebonden aan degene, die de melding doet.
8.4.
Bij een ontvankelijke melding start de algemeen directeur, onder mandaat van de bevoegde deontologische commissie, een vooronderzoek.
De algemeen directeur kan zich hierbij door interne en/of externe experten bij laten staan.
De vermeende schender wordt schriftelijk op de hoogte gesteld van het vooronderzoek door de algemeen directeur, behalve wanneer de bevoegde deontologische commissie acht dat dit het vooronderzoek kan schaden.
De vermeende schender wordt erop gewezen dat deze zich tijdens het proces mag laten bijstaan door een raadsman naar keuze.
De commissie bepaalt waaruit het vooronderzoek zal bestaan.
Het vooronderzoek bestaat in ieder geval uit:
8.5.
De algemeen directeur brengt schriftelijk advies uit aan de bevoegde deontologische commissie op basis van het vooronderzoek.
Het conceptadvies wordt eerst ter lezing voorgelegd aan de voorzitter van de bevoegde deontologische commissie.
Vervolgens wordt het concept ter inzage voorgelegd aan de vermeende schender, zodat deze de kans heeft schriftelijke opmerkingen te formuleren bij het conceptadvies.
Deze opmerkingen worden als bijlage toegevoegd aan het schriftelijk advies aan de bevoegde deontologische commissie.
Het advies van de algemeen directeur, waarover de bevoegde deontologische commissie beraadslaagt, beslaat in principe vijf mogelijke scenario’s, waarop de commissie zich zal richten:
8.6.
De bevoegde deontologische commissie oordeelt op basis van het advies van de algemeen directeur over de te nemen vervolgstappen.
De melder en de vermeende schender hebben het recht om in deze fase te worden gehoord door de bevoegde deontologische commissie.
Voor beiden geldt dat zij zich kunnen laten bijstaan door een raadsman.
Geen van beide partijen is verplicht zich te laten horen.
De commissie kan in het kader van het vooronderzoek ook getuigen horen.
Na het bestuderen van het advies van de algemeen directeur en het horen van de betrokkenen bespreekt de commissie het vermoeden van schending en wordt een gemotiveerd advies overgemaakt aan de gemeenteraad.
De wijze van communiceren vanuit de gemeenteraad over de voorliggende zaak is onderdeel van het advies van de bevoegde deontologische commissie.
Indien de bevoegde deontologische commissie een schending heeft vastgesteld – omdat de schender deze heeft toegegeven of omdat ze uit onderzoek is gebleken – dan neemt ze in haar advies ook de meest passende, proportionele vorm van afhandeling op, inclusief een beschrijving van de verzwarende en verzachtende omstandigheden bij het voorstel van afhandeling.
Er wordt een uitzondering gemaakt op deze regelen wanneer:
De commissie streeft in haar oordeel naar unanimiteit.
Een simpele meerderheid van uitgebrachte stemmen volstaat om tot een oordeel te komen.
Indien er evenveel stemmen voor als tegen een oordeel zijn, dan heeft de voorzitter de doorslaggevende stem.
Een lid van de bevoegde deontologische commissie kan ervoor kiezen een afwijkend standpunt op te tekenen en, met het advies aan de gemeenteraad, mee te sturen.
9.
Het zich uitspreken over schendingen van de deontologische code
9.1.
De gemeenteraad beoordeelt of een gemeenteraadslid een schending heeft begaan.
De gemeenteraad doet dit op basis van het gemotiveerd advies van de deontologische commissie.
Als de gemeenteraad beslist om af te wijken van het advies, dan moet de vermeende schender de kans krijgen om zich tijdens de besloten zitting van de gemeenteraad uit te spreken over de beslissing.
Wanneer de gemeenteraad vaststelt dat de deontologische code geschonden werd door een gemeenteraadslid, dan kan de raad:
9.2.
Via de gemeenteraadsvoorzitter en de burgemeester communiceert de gemeenteraad over haar oordeel en (indien mogelijk) de gronden daarvan.
De bevoegde deontologische commissie adviseert de gemeenteraad vóór elke (externe) communicatie.
10.
Het evalueren van de deontologische code
Minimaal één keer per bestuursperiode evalueert de gemeenteraad de deontologische code.
De gemeenteraad vraagt daarvoor eerst advies aan de bevoegde deontologische commissie.
Daarbij wordt onder meer bekeken of de code nog actueel is, of ze nog goed werkt en of ze nageleefd wordt.
Decreet van 3 februari 2023 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft de oprichting van een deontologische commissie bij de gemeenteraad en de districtsraad.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 24 oktober 2025 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een remediëringstraject na een forensische audit.
Decreet van 3 februari 2023 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft de oprichting van een deontologische commissie bij de gemeenteraad en de districtsraad.
Besluit van de gemeenteraad van 4 mei 2023 betreffende deontologische code van de gemeenteraad: (her-)vaststellen.
Ingevolge het decreet van 3 februari 2023 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft de oprichting van een deontologische commissie bij de gemeenteraad en de districtsraad, zijn alle lokale besturen in Vlaanderen verplicht om een deontologische commissie op te richten.
Bij besluit van 5 februari 2026 heeft de gemeenteraad de regels in verband met de samenstelling van de deontologische commissie van de gemeente vastgelegd:
De samenstelling van de deontologische commissie van de gemeenteraad kan gelijkaardig of identiek zijn aan de samenstelling van de deontologische commissie van de raad voor maatschappelijk welzijn.
INSPRAAK.nu stelt volgende persoon voor als:
Oostrozebeke.nu stelt volgende persoon voor als:
Toelichting door de heer Claerhout, raadslid en voorzitter van de gemeenteraad.
niet van toepassing
niet van toepassing
niet van toepassing
De gemeenteraad gaat over tot digitale geheime stemming.
18 stembrieven worden geregistreerd: 18 ja-stemmen.
De voorgedragen raadsleden bekomen 18 ja-stemmen en bekomen derhalve de volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen voor het voorliggend besluit tot aanstelling als effectief of plaatsvervangend lid van de deontologische commissie van de gemeenteraad.
Artikel 1
De heer Koen Vandenbroucke, raadslid, wordt aangeduid als lid van de deontologische commissie van de gemeenteraad voor de fractie INSPRAAK.nu.
De heer Dirk Rogge, raadslid wordt aangeduid als lid van de deontologische commissie van de gemeenteraad voor de fractie Oostrozebeke.nu.
De heer Robbe Coorevits, raadslid, wordt aangeduid als lid van de deontologische commissie van de gemeenteraad voor de fractie Oostrozebeke.nu.
De heer Glenn Coppens, raadslid, wordt aangeduid als lid van de deontologische commissie van de gemeenteraad voor de fractie Vlaams Belang Oostrozebeke.
Artikel 2
De heer Koen De Mets, raadslid, wordt aangeduid als plaatsvervangend lid van de deontologische commissie van de gemeenteraad voor de heer Koen Vandenbroucke van de fractie INSPRAAK.nu.
Mevrouw Veerle Holsbeke, raadslid, wordt aangeduid als plaatsvervangend lid van de deontologische commissie van de gemeenteraad voor de heer Dirk Rogge van de fractie Oostrozebeke.nu.
Mevrouw Annelies Gevaert, raadslid, wordt aangeduid als plaatsvervangend lid van de deontologische commissie van de gemeenteraad voor de heer Robbe Coorevits van de fractie Oostrozebeke.nu.
Mevrouw Inge Noyez, raadslid, wordt aangeduid als plaatsvervangend lid van de deontologische commissie van de gemeenteraad voor de heer Glenn Coppens van de fractie Vlaams Belang Oostrozebeke.
Artikel 3
De heer Hans Claerhout, raadslid en voorzitter van de gemeenteraad, wordt aangeduid als voorzitter van de deontologische commissie van de gemeenteraad, die vervangen kan worden bij toepassing van het artikel 7 § 5, derde lid, 1° en 2° van het decreet over het lokaal bestuur.
E-mail van 1 december 2025 van DVV Midwest.
Sinds 1 augustus 2007 bestaat er een intergemeentelijke dienst nood- en interventieplanning in de schoot van de politiezone RIHO.
Deze dienst kende door de jaren heen een gestage groei, aangezien steeds meer gemeenten interesse toonden om aan te sluiten.
Het aantal samenwerkende gemeenten schommelde de voorbije jaren tussen de 9 en 12 (bovenop de 3 ‘stichtende gemeenten’ Roeselare, Izegem en Hooglede).
Koninklijk besluit van 22 mei 2019 betreffende Koninklijk besluit betreffende de noodplanning en het beheer van noodsituaties op het gemeentelijk en provinciaal niveau en betreffende de rol van de burgemeesters en de provinciegouverneurs in geval van crisisgebeurtenissen en -situaties die een coördinatie of een beheer op nationaal niveau vereisen.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 24 oktober 2025 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een remediëringstraject na een forensische audit.
Ministeriële omzendbrief van 14 mei 2024 betreffende het koninklijk besluit van 22 mei 2019 betreffende de noodplanning en het beheer van noodsituaties op het gemeentelijk en provinciaal niveau en betreffende de rol van de burgemeesters en de provinciegouverneurs in geval van crisisgebeurtenissen en -situaties die een coördinatie of een beheer op nationaal niveau vereisen, waarbij verwezen wordt naar samenwerking om de continuïteit van de dienstverlening te garanderen.
Besluit van 7 januari 2026 van het college van burgemeester en schepenen betreffende de samenwerkingsovereenkomst 'Dienst Nood- en InterventiePlanning' NIP 2026-2031 - financiële verdeelsleutel: goedkeuren.
Nieuwsbrief Nationaal Crisiscentrum (NCCN).
Het nieuwe ‘Wetboek Noodplanning en Crisisbeheer’, waarvan de Ministerraad de eerste lezing goedgekeurd heeft op 29 maart 2024.
Het ontwerp voor het nieuwe KB Noodplanning en Crisisbeheer op lokaal en operationeel niveau ter vervanging van het KB van 22 mei 2019, waarbij voornamelijk aandacht gaat naar de verdere professionalisering van de noodplanning en het crisisbeheer en waarbij er veel belang wordt gehecht aan de nazorg en de herstelfase.
Statuten DVV Midwest van. 22 december 2017, gewijzigd op 18 december 2018.
Rechtspositieregeling en arbeidsreglement DVV Midwest, goedgekeurd door de raad van bestuur in zitting van 22 oktober 2019.
E-mailbericht van 10 december 2025 van de rekenplichtige van de PZ Midow en financieel directeur van Wielsbeke aan de financieel directeurs van de deelnemende gemeenten van de PZ Midow.
In 2024 werd door de deelnemende Midwest-besturen, Politiezone (PZ) RIHO en DVV Midwest beslist om de NIP werking in te kantelen in DVV Midwest.
Hiervoor werd een implicatienota opgemaakt.
Het huidige werkingsgebied bestaat uit 17 gemeenten waarvan 12 gemeenten lid zijn van DVV Midwest.
Het gaat om Ardooie, Dentergem (vraag tot toetreding bij DVV Midwest lopende), Hooglede, Ingelmunster, Izegem, Lichtervelde, Oostrozebeke, Pittem, Roeselare, Staden, Wielsbeke en Wingene.
Daarnaast doen ook Torhout, Beernem, Oostkamp, Zedelgem en Zonnebeke beroep op deze dienstverlening.
Het bestuur van Moorslede wenst eveneens toe te treden tot deze dienstverlening.
De financiële verdeelsleutel voor de NIP werking binnen de PZ RIHO was geregeld in samenwerkingsovereenkomsten die om een aantal jaar werden vernieuwd.
De bestaande samenwerkingsovereenkomsten, die gewoon werden overgenomen door DVV Midwest, lopen af eind 2025.
Deze moeten dus vernieuwd worden, wat op zich los staat van de inkanteling in DVV Midwest.
Was de NIP werking in de PZ RIHO gebleven, dan had er daar een verlenging moeten gebeuren.
Voor de verderzetting van de samenwerking vanaf 1 januari 2026, werd aan het Midwestoverleg van 28 november 2025 een voorstel van financiële verdeelsleutel voorgelegd.
Aangezien niet-Midwest-besturen eveneens gebruik maken van de ondersteuning vanuit DVV Midwest wordt aan deze besturen gevraagd hiervoor een jaarlijkse vergoeding bij te dragen voor de ondersteunende dienstverlening.
Teneinde niet driejaarlijks eenzelfde debat te moeten voeren, wordt voorgesteld afspraken te maken voor onbepaalde duur.
Om te voldoen aan de voorwaarden van de BTW circulaire zal, o.a. voor NIP, een kostendelende vereniging worden opgericht vanaf januari 2026.
Volgende financiële verdeelsleutel wordt voorgesteld:
De financiële bijdrage voor de gemeente Oostrozebeke bedraagt vanaf 1 januari 2026 derhalve jaarlijks € 18 120,60.
Volgens het e-mailbericht van de rekenplichtige van de PZ Midow en financieel directeur van Wielsbeke aan de financieel directeurs van de deelnemende gemeenten van de PZ Midow zullen de financiële bijdragen van de gemeenten Dentergem, Ingelmunster, Oostrozebeke en Wielsbeke in het NIP-samenwerking binnen DVV Midwest voor 2026 ten laste genomen worden door de PZ Midow.
Vanaf 2027 zullen de deelnemende gemeenten in de PZ Midow elk instaan voor hun aandeel volgens de financiële verdeelsleutel.
Toelichting door de heer Derudder, burgemeester.
De uitgave voor de financiële bijdrage van de gemeente Oostrozebeke voor de dienst Nood- en InterventiePlanning van DVV Midwest voor de legislatuur 2026-2031 wordt vastgelegd op actie 211, op budgetrekening 0490-00 / 6131002.
Het gunstig visum nummer VSM/2026/002 van 14 januari 2026 van de heer Masschaele, financieel directeur.
niet van toepassing
niet van toepassing
Artikel 1.
De gemeenteraad/college keurt de nota ‘overzicht werking NIP 2007 – 2025’ en het voorstel van financiële verdeelsleutel goed.
Deze verdeelsleutel wordt toegepast vanaf 1 januari 2026.
Het aandeel van de gemeente Oostrozebeke bedraagt derhalve jaarlijks € 18 120,60 vanaf 1 januari 2026 en zal voor 2026 ten laste genomen worden door de PZ Midow.
Artikel 2.
De gemeenteraad machtigt de heer Derudder, burgemeester, en de heer Carl Vereecke, algemeen directeur, om namens de gemeenteraad de nuttige stukken mbt. de goedkeuring van de nota 'overzicht werking NIP 2007-2025' en van het voorstel van financiële verdeelsleutel te ondertekenen.
Artikel 3.
Een afschrift van deze beslissing wordt bezorgd op dvv-midwest@midwest.be.
E-mail van 25 november 2025 van de algemeen directeur van de gemeente Wielsbeke.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 24 oktober 2025 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een remediëringstraject na een forensische audit.
De gemeentebesturen van Wielsbeke en Oostrozebeke pleegden de voorbije maanden overleg om een gezamenlijke opdracht in de markt te zetten inzake de realisatie van een kunstgrasveld.
Het studiebureau Demey wordt belast met de opmaak van het bestek en de uitvoeringsopvolging ervan conform het raamcontract ‘aanstellen ontwerper 2019 – 2025’. Binnen dit bestek worden twee percelen opgemaakt zijnde:
Toelichting door de heer Van D'huynslager, schepen.
Niet van toepassing
niet van toepassing
De heer Vandenbroucke, raadslid.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst "Aanleg van kunstgrasvelden in de gemeenten Wielsbeke en Oostrozebeke" goed als volgt:
SAMENWERKINGSOVEREENKOMST “Aanleg van kunstgrasvelden in de gemeente Wielsbeke en Oostrozebeke”
Tussen:
de gemeente Wielsbeke,
met kantoren aan de Rijksweg 314 te 8710 Wielsbeke,
vertegenwoordigd door de heer Vincent Herman, voorzitter van de gemeenteraad,
en de heer Bruno Debrabandere, algemeen directeur,
hierna genoemd ‘de gemeente Wielsbeke’
en
de gemeente Oostrozebeke,
met kantoren aan de Ernest Brengierstraat 6 te 8780 Oostrozebeke,
vertegenwoordigd door Hans Claerhout, voorzitter van de gemeenteraad,
en de heer Carl Vereecke, algemeen directeur,
hierna genoemd 'de gemeente Oostrozebeke';
WORDT OVEREENGEKOMEN HETGEEN VOLGT:
De gemeentebesturen van Wielsbeke en Oostrozebeke pleegden de voorbije maanden overleg om een gezamenlijke opdracht in de markt te zetten inzake de realisatie van een kunstgrasveld.
Het studiebureau Demey werd ondertussen door de gemeente Wielsbeke belast met de opmaak van het bestek en de uitvoeringsopvolging ervan conform het raamcontract ‘aanstellen ontwerper 2019 – 2025’. Binnen dit bestek worden twee percelen opgemaakt zijnde:
Artikel 1
Wielsbeke en Oostrozebeke beslissen, in uitvoering van artikel 48 van de wet van 17 juni 2016 betreffende de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten, de hoger beschreven werken in het algemeen belang samen te voegen en Wielsbeke aan te duiden om in gezamenlijke naam bij de gunning en de uitvoering van de hierna vermelde opdrachten van werken en diensten als opdrachtgevend bestuur (bouwheer) op te treden.
Het gunningsbesluit voor het bestek met 2 percelen (1. Kunstgrasveld Hernieuwenburg en 2. Kunstgrasveld Mandelmeersen) wordt als bijlage gevoegd bij onderhavige overeenkomst.
Artikel 2
Conform de wetgeving inzake de overheidsopdrachten schrijft Wielsbeke als opdrachtgevend bestuur voor de hierna volgende opdrachten van diensten de gunningprocedure uit, maakt het gunningverslag op en wijst de opdracht toe.
Wielsbeke zal als opdrachtgevend bestuur de kennisgeving van de goedkeuring van de gunning van de opdrachten van diensten van de gezamenlijke werken slechts betekenen nadat de gemeente Oostrozebeke heeft ingestemd met het gunningvoorstel en een document heeft overgemaakt waaruit blijkt dat zij zonder voorbehoud akkoord gaat met de gunning van haar deel van de opdracht en dat zij voor de betaling ervan de nodige financiële middelen heeft voorzien.
In elk geval zal de gemeente Oostrozebeke haar al dan niet akkoord geven binnen de maand nadat zij hierom werd verzocht.
§1.
Wielsbeke organiseert als opdrachtgevend bestuur de opdracht voor de studie van de gezamenlijke werken aan de hand van een typeovereenkomst en wijst de opdracht toe.
Partijen staan in voor de studie en de goedkeuring van het ontwerp voor het deel van de opdracht dat te hunnen laste is. Beide partijen nemen tegenover Wielsbeke als opdrachtgevend bestuur de volledige verantwoordelijkheid voor dit ontwerp, voor de technische bepalingen, die zij ter zake in het bestek laten inlassen en voor alle wijzigingen of bijwerken, die tijdens de uitvoering van de gezamenlijke werken noodzakelijk blijken en verband houden met de uitvoering van de werken te hunnen laste.
De kost van de opdracht voor de studie en de opvolging van de gezamenlijke werken wordt evenredig verdeeld tussen de partijen overeenkomstig het aandeel van elk der partijen op basis van de ramingen of de eindafrekening van de gezamenlijke werken.
§2.
In uitvoering van de wetgeving en de reglementering met betrekking tot de veiligheid op tijdelijke of mobiele bouwplaatsen (koninklijk besluit van 25 januari 2001) stelt Wielsbeke als opdrachtgevend bestuur één gemeenschappelijke veiligheidscoördinator–ontwerp aan die tijdens de fase van het ontwerp van de gezamenlijke werken de veiligheidscoördinatie zal uitvoeren.
Partijen zien er op toe dat de veiligheidscoördinator–ontwerp zijn opdracht, samenhangend met hun aandeel in de gezamenlijke opdracht, ten allen tijde volledig en adequaat vervult, dat hij betrokken wordt bij alle etappes van de werkzaamheden betreffende de uitwerking, wijzigingen en aanpassingen van het ontwerp van de gezamenlijke werken en dat hij alle informatie krijgt die nodig is voor de uitvoering van zijn opdracht. De dienstverlener aan wie de studieopdracht is toegewezen, zal hiertoe eveneens door Wielsbeke als opdrachtgevend bestuur contractueel worden verplicht.
De partijen nemen met betrekking tot de praktische uitvoering van deze opdracht de volledige verantwoordelijkheid op voor elk hun eigen aandeel ten aanzien van Wielsbeke als opdrachtgevend bestuur.
Wielsbeke ziet er als opdrachtgevend bestuur op toe dat bij het einde van de opdracht een exemplaar van het veiligheids- en gezondheidsplan (VPG), het aangepaste coördinatiedagboek en postinterventiedossier met betrekking tot de gezamenlijke werken door de veiligheidscoördinator–ontwerp wordt overgemaakt aan alle partijen.
De kost van de opdracht veiligheidscoördinator–ontwerp wordt evenredig verdeeld tussen de partijen op basis van het geraamde aandeel van elk der partijen in de gezamenlijke werken.
§3.
In uitvoering van de wetgeving en de reglementering met betrekking tot de codes van goede praktijk voor het werken met uitgegraven bodem (het Decreet van 27 oktober 2006, het VLAREBO-besluit van één juni 2012 en de codes van goede praktijk van 01.08.2008 stelt Wielsbeke als opdrachtgevend bestuur de bodemsaneringdeskundige aan voor het opstellen van het technisch verslag.
Wielsbeke staat als opdrachtgevend bestuur in voor het conform verklaren van het technisch verslag.
Het opdrachtgevend bestuur voegt het door een erkende bodembeheersorganisatie conform verklaarde technisch verslag toe aan het aanbestedingsdossier.
De kost van de opdracht van de bodemsaneringdeskundige, het conformverklaren, de extra gerelateerde prestaties door het studiebureau, … wordt evenredig verdeeld tussen de partijen op basis van het geraamde aandeel grondverzet van elk der partijen in de gezamenlijke werken.
§4.
In uitvoering van de wetgeving en de reglementering met betrekking tot de veiligheid op tijdelijke of mobiele bouwplaatsen (K.B. 25.01.2001) stelt Wielsbeke als opdrachtgevend bestuur één gemeenschappelijke veiligheidscoördinator–verwezenlijking aan die tijdens de fase van de uitvoering van de gezamenlijke werken de veiligheidscoördinatie zal uitvoeren.
Elke partij ziet er voor haar deel op toe dat de veiligheidscoördinator-verwezenlijking zijn opdracht te allen tijde volledig en adequaat vervult, dat hij betrokken wordt bij alle etappes van de werkzaamheden betreffende de verwezenlijking van de gezamenlijke werken en dat hij alle informatie krijgt die nodig is voor de uitvoering van zijn opdracht. Ook de aannemer aan wie de opdracht tot uitvoering zal gegund worden, zal hiertoe door Wielsbeke als opdrachtgevend bestuur worden verplicht.
Alle partijen nemen met betrekking tot de praktische uitvoering van deze opdracht de volledige verantwoordelijkheid op ten aanzien van Wielsbeke als opdrachtgevend bestuur.
Wielsbeke ziet er als opdrachtgevend bestuur op toe dat bij het einde van de opdracht een exemplaar van het aangepaste VGP, coördinatiedagboek en postinterventiedossier met betrekking tot de gezamenlijke werken door de veiligheidscoördinator-verwezenlijking aan alle partijen wordt overgemaakt.
§5.
Tracimat-regelgeving (sloopopvolging)
Overeenkomstig de bepalingen van artikel 4.3.5. Vlarema zal het opdrachtgevend bestuur een sloopopvolgingsplan opmaken door een bij een sloopbeheerorganisatie aangesloten deskundige en conform laten verklaren door een erkende sloopbeheerorganisatie.
Het opdrachtgevend bestuur voegt het conform verklaarde sloopovolgingsplan toe aan het bestek.
De studiekosten voor de opmaak van het sloopopvolgingsplan worden verdeeld a rato van ieders aandeel in de percelen.
§6.
Elke partij staat in voor het verwerven van de vergunningen en onteigeningen die nodig zijn voor de uitvoering van de werken te haren laste.
Artikel 3 - Werken ten laste van de gemeenten Wielsbeke en Oostrozebeke
De werken ten laste van Wielsbeke en deze ten laste van Oostrozebeke worden in de, bij het bestek horende, opmeting onder afzonderlijke percelen vermeld en maken het voorwerp uit van afzonderlijke, door de aannemer op te stellen, vorderingsstaten.
In artikel 95 van het koninklijk besluit van 14 januari 2013 van de administratieve bepalingen van het bijzonder bestek, zal de speciale aandacht van de aannemer hierop gevestigd worden.
Artikel 4 - Gunningsprocedure
Conform de wetgeving inzake de overheidsopdrachten schrijft Wielsbeke als opdrachtgevend bestuur voor de opdracht van werken de gunningprocedure uit, staat in voor de opening der inschrijvingen, maakt het gunningverslag op en wijst de opdracht van werken toe. Aangezien de opdracht van werken één ondeelbaar geheel vormt worden de gezamenlijke werken toevertrouwd aan de laagste regelmatige bieder voor de totale opdracht van werken.
Wielsbeke als opdrachtgevend bestuur zal de kennisgeving van de goedkeuring van de gezamenlijke werken slechts betekenen nadat Oostrozebeke heeft ingestemd met het gunningvoorstel en een document heeft overgemaakt waaruit blijkt dat zij zonder voorbehoud akkoord gaat met de gunning van het gedeelte der werken te haren laste en dat zij voor de betaling ervan de nodige financiële middelen heeft voorzien.
Desnoods verzoekt Wielsbeke als opdrachtgevend bestuur de aannemers om een verlenging van de geldigheidsduur der inschrijvingen in afwachting van het akkoord van Oostrozebeke.
In elk geval zal Oostrozebeke haar al dan niet akkoord geven binnen de maand nadat zij hierom werd verzocht. Zoniet kan, in geval van zware nalatigheid, de partij die verantwoordelijk is voor de vertraging de financiële gevolgen ervan ten laste worden gelegd.
Artikel 5 – Borgtocht
Als opdrachtgevend bestuur verzoekt Wielsbeke de aannemer de borgtocht te stellen.
Deze heeft betrekking op de totaliteit der werken.
Wielsbeke kan als opdrachtgevend bestuur beslag leggen op de ganse borgtocht, maar zal deze geheel of gedeeltelijk aanwenden ten voordele van de partij (de gemeente Wielsbeke en/of de gemeente Oostrozebeke) ten aanzien van wie de aannemer tekort is geschoten en dit in verhouding tot de werkelijke kostprijs van de werken.
Artikel 6 – Leiding der werken
Als opdrachtgevend bestuur duidt Wielsbeke de leidend ambtenaar aan. De leidend ambtenaar neemt de leiding der werken waar.
Dit betekent dat hij alleen gemachtigd is om – voor alle werken, wie ze ook ten laste neemt – opdrachten te geven aan de aannemer, proces-verbaal van ingebrekestelling op te maken, proces-verbaal van voorlopige en definitieve oplevering der werken op te maken, de werken te schorsen, vorderingsstaten goed te keuren, verrekeningen op te maken en voor te stellen, eventuele maatregelen van ambtswege voor te stellen, enz.
Voorafgaandelijk aan zijn beslissing zal de leidend ambtenaar advies vragen aan alle belanghebbende partij(en).
Indien er geen tegenstrijdigheden kunnen uit voortvloeien zijn deze adviezen bindend.
De gevraagde adviezen moeten worden gegeven binnen een termijn die de vlotte vooruitgang der werken waarborgt.
Alle partijen dragen de volledige verantwoordelijkheid, ook het financiële aangaande hun verleende adviezen.
Artikel 7 – Toezicht der werken
Alle partijen duiden bij gunning der werken een toezichter aan voor het toezicht op hun deel der werken.
Artikel 8 - Wijzigingen aan de opdracht
Wijzigingen aan de opdracht voor elk van de partijen hun deel ten laste kunnen autonoom worden genomen.
Deze dienen echter wel via het opdrachtgevend bestuur te worden doorgegeven aan de aannemer.
De eventuele verrekeningen die hiermee gepaard gaan zullen ten laste zijn van de partij die verantwoordelijk is voor het perceel ten haren laste.
Artikel 9 - Vrijwaring
Behoudens ingeval een zware fout of nalatigheid vanwege Wielsbeke als opdrachtgevend bestuur, verbindt Oostrozebeke zich ertoe om, met betrekking tot de werken te haren laste, Wielsbeke als opdrachtgevend bestuur volledig te vrijwaren en in alle geschillen vrijwillig tussen te komen.
Wielsbeke verstrekt als opdrachtgevend bestuur alle inlichtingen ten behoeve van de gerechtelijke procedure.
Deze verbintenis van vrijwaring is van toepassing in beide richtingen en is wederkerig ten aanzien van Oostrozebeke.
In geval de aansprakelijkheid van beide partijen bewezen wordt in het kader van een geschil en beide partijen gehouden worden de schade aan een derde te vergoeden, zullen de partijen de gebeurlijke aansprakelijkheid op zich nemen op basis van het aandeel van elk van der partijen in de samengevoegde opdracht en instaan voor de financiële gevolgen van deze aansprakelijkheid op basis van dit aandeel. Ingeval een gerechtelijke procedure opgestart wordt tegen één van de partijen, zal de andere partij, op eenvoudig verzoek van de eerstgenoemde partij, vrijwillig tussenkomen in het hangende geschil.
Artikel 10 - Betalingsverbintenissen
De opdrachten van werken en diensten worden uitgevoerd, deels voor rekening van Wielsbeke en deels voor rekening van Oostrozebeke.
Alle partijen beschikken over 30 kalenderdagen om de betalingsvoorstellen/facturen na te zien en/of eventueel te verbeteren.
In geval van laattijdige betaling door één van de partijen staat deze alleen in voor de daaruit voortvloeiende verwijlintresten of andere schadevergoedingen en zal de in gebreke gebleven partij de andere partij volledig vrijwaren.
§1.
Per partij maakt het studiebureau afzonderlijke facturen op.
§2.
Per partij maakt de veiligheidscoördinator-ontwerp en -verwezenlijking afzonderlijke facturen op.
§3.
Per partij maakt de bodemsaneringdeskundige afzonderlijke facturen op.
§4.
Per partij maakt het studiebureau afzonderlijke facturen op voor de opmaak van het sloopopvolgingsplan incl. de conformverklaring van het sloopopvolgingsplan door een erkende sloopbeheerorganisatie.
§5.
Per partij maakt de aannemer afzonderlijke betalingsaanvragen, vorderingsstaten en facturen op. De betalingsaanvragen en vorderingsstaten worden ingediend bij het opdrachtgevend bestuur met kopie aan de leidend ambtenaar.
Per afzonderlijk deel in de meetstaat worden eveneens afzonderlijke betalingsaanvragen en kopieën van de vorderingsstaat ingediend bij de betalende partijen, d.w.z. voor
Voor de opdracht van werken beschikken alle partijen over een termijn van 30 kalenderdagen om de vorderingsstaten na te zien en/of eventueel te verbeteren.
De al dan niet verbeterde betalingsaanvragen en vorderingsstaten worden ter goedkeuring voorgelegd aan de leidend ambtenaar.
Na ontvangst van de door de leidend ambtenaar verbeterde en goedgekeurde betalingsaanvragen en vorderingsstaten doen de partijen voor het aandeel te hunnen laste een verzoek tot facturatie.
Wielsbeke en Oostrozebeke zullen instaan voor de betaling van de aannemer binnen de termijn voorzien in artikel 95 van het koninklijk besluit van 14 januari 2013.
Artikel 11 – Boetes en kortingen wegens minwaarde
De boetes en/of kortingen wegens minwaarde, die duidelijk overeenstemmen met een bepaald aandeel van de opdrachten van werken of diensten komen ten goede aan de betrokken partij.
De andere boetes (van algemene aard) en/of kortingen wegens minwaarde, die niet onmiddellijk toewijsbaar zijn aan een bepaald deel van de desbetreffende opdracht worden pro rata van de inschrijvingsbedragen voor de verschillende partijen verdeeld over de partijen.
Artikel 12 – Voorlopige en definitieve oplevering – Vrijgave borgtocht
Aangezien het één globale aanneming betreft, worden de voorlopige en definitieve oplevering verleend voor de gehele aanneming.
Voor het plaatsbezoek voorafgaandelijk aan de voorlopige en definitieve oplevering worden alle partijen tijdig en reglementair uitgenodigd door de leidend ambtenaar zodat aan allen de mogelijkheid wordt geboden tegensprekelijk hun opmerkingen te formuleren en desnoods te laten opnemen in het proces-verbaal van oplevering.
Indien de partijen oordelen dat de werken niet opgeleverd kunnen worden, geven zij hierover een duidelijke motivatie. De leidend ambtenaar beslist, zoals beschreven in artikel 6.
De voorlopige en definitieve oplevering worden door de leidend ambtenaar gegeven. De processen-verbaal van de voorlopige en de definitieve oplevering worden door de leidend ambtenaar opgesteld en aan alle partijen overgemaakt.
De vrijgave van de borg heeft betrekking op de gehele aanneming.
Artikel 13 – Waarborgperiode
Tijdens de waarborgperiode zal Oostrozebeke aan Wielsbeke als opdrachtgevend bestuur elke eventuele gebrekkige uitvoering aan de infrastructuur rapporteren.
Wielsbeke zal als opdrachtgevend bestuur vervolgens met de aannemer contact opnemen in verband met de nodige herstellingswerken.
Artikel 14 - Bevoegde rechtbanken/hoven en toepasselijk recht
Alle geschillen waartoe deze Overeenkomst aanleiding zou kunnen gevel, vallen onder de uitsluitende beveogde van de rechtbanken van West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk en hoven van Gent.
Opgemaakt in tweevoud op ...,
waarvan elke partij erkent een voldoende ondertekend exemplaar te hebben ontvangen.
Namens de gemeente Wielsbeke
Bruno Debrabandere Vincent Herman
Algemeen directeur voorzitter gemeenteraad
Namens de gemeente Oostrozebeke
Carl Vereecke Hans Claerhout
Algemeen directeur voorzitter gemeenteraad.
Artikel 2
Een afschrift van deze beslissing wordt bezorgd op de gemeente Wielsbeke (bruno.debrabandere@wielsbeke.be).
De actualisatie van het gemeentelijk algemeen nood- en interventieplan.
Het gunstig advies van de veiligheidscel van 6 november 2025 betreffende het herwerkte en geactualiseerde gemeentelijk algemeen nood- en interventieplan.
Koninklijk besluit van 22 mei 2019 betreffende Koninklijk besluit betreffende de noodplanning en het beheer van noodsituaties op het gemeentelijk en provinciaal niveau en betreffende de rol van de burgemeesters en de provinciegouverneurs in geval van crisisgebeurtenissen en -situaties die een coördinatie of een beheer op nationaal niveau vereisen.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 24 oktober 2025 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een remediëringstraject na een forensische audit.
Ministeriële omzendbrief van 14 mei 2024 betreffende het koninklijk besluit van 22 mei 2019 betreffende de noodplanning en het beheer van noodsituaties op het gemeentelijk en provinciaal niveau en betreffende de rol van de burgemeesters en de provinciegouverneurs in geval van crisisgebeurtenissen en -situaties die een coördinatie of een beheer op nationaal niveau vereisen, waarbij verwezen wordt naar samenwerking om de continuïteit van de dienstverlening te garanderen.
Het nieuwe ‘Wetboek Noodplanning en Crisisbeheer’, waarvan de Ministerraad de eerste lezing goedgekeurd heeft op 29 maart 2024.
Het ontwerp voor het nieuwe KB Noodplanning en Crisisbeheer op lokaal en operationeel niveau ter vervanging van het KB van 22 mei 2019, waarbij voornamelijk aandacht gaat naar de verdere professionalisering van de noodplanning en het crisisbeheer en waarbij er veel belang wordt gehecht aan de nazorg en de herstelfase.
Ministeriële omzendbrief NPU-1 van 26 oktober 2006 betreffende de nood- en interventieplannen.
Ministeriële omzendbrief NPU-2 van 30 maart 2009 betreffende het nood- en interventieplan van de gouverneur.
Ministeriële omzendbrief NPU-3 van 30 maart 2009 betreffende de goedkeuring van de provinciale nood- en interventieplannen.
Ministeriële omzendbrief NPU-1 van 30 maart 2009 betreffende de disciplines.
Het verslag van 6 november 2025 van de gemeentelijke veiligheidscel.
Het besluit van 19 november 2025 van de gouverneur betreffende de goedkeuring van het nood- en interventieplan van de gemeente Oostrozebeke.
Het bijgevoegd gemeentelijk algemeen nood- en interventieplan werd herwerkt en geactualiseerd.
Het bijgevoegd gemeentelijk algemeen nood- en interventieplan werd besproken en goedgekeurd op de veiligheidscel van 6 november 2025.
Het bijgevoegd gemeentelijk algemeen nood- en interventieplan werd goedgekeurd door de gouverneur van West-Vlaanderen op 19 november 2025.
Toelichting van de heer Derudder, burgemeester.
niet van toepassing
niet van toepassing
niet van toepassing
Artikel 1
Het besluit van 11 maart 2010 van de gemeenteraad betreffende het gemeentelijk algemeen nood- en interventieplan wordt opgeheven.
Artikel 2
Het herwerkte en geactualiseerde gemeentelijk nood- en interventieplan, dat als bijlage gevoegd wordt bij dit besluit, wordt goedgekeurd.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit wordt verzonden aan de gouverneur van West-Vlaanderen en ter kennisgeving verstuurd aan DVV MIdwest (Noodplanning en Crisisbeheer - noodplanning@midwest.be) te 8800 Roeselare, Spanjestraat, 141/2.
De e-mail van 28 oktober van Joke Delepierre, gezondheidspromotor van Gezondheidsmakers betreffende info algemene dienstverlening en Plus-formules Gezondheidsmakers.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 24 oktober 2025 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een remediëringstraject na een forensische audit.
Het decreet Lokaal sociaal beleid van 9 februari 2018 het laatst gewijzigd door het programmadecreet bij de begroting van 2023 - Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (artikels 58-72) van 16 december.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen, het laatst gewijzigd door het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2023 betreffende de beleids-en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen.
Decreet van 31 mei 2023 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid, laatst gewijzigd bij decreet van 19 december 2025 tot wijziging van de regelgeving over het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 30 januari 2009 betreffende de logo's het laatst gewijzigd door het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2024 betreffende wijziging besluit van de Vlaamse Regering 30 januari 2009 betreffende de logo's, wat betreft de erkenning, de werkingsgebieden en de financiering.
De levensverwachting stijgt, maar veel ziektes zijn nog steeds het gevolg van een ongezonde leefstijl en/of een ongezonde omgeving.
Dit, samen met de toenemende zorgvraag door vergrijzing en de groeiende gezondheidskloof, maakt ziektepreventie en gezondheidsbevordering meer dan ooit noodzakelijk.
Het lokaal bestuur, als meest burgernabije niveau, speelt hierin een cruciale rol.
Het effectief bewezen project ‘Gezonde Gemeente’ helpt lokale besturen stapsgewijs te komen tot een structureel preventief gezondheidsbeleid met aandacht voor leefstijl, leefomgeving en gelijke gezondheidskansen.
Op 4 september 2025 keurde de gemeenteraad het charter 'Gezonde gemeente/stad 2025-2030 goed.
De gemeente Oostrozebeke wenst mee te werken aan een Gezonde Gemeente en is zich bewust van het belang van een lokaal preventief gezondheidsbeleid
Het project 'gezonde gemeente' is kenmerkend door zijn vraag gestuurd en integraal karakter, waarbij gemeente Oostrozebeke zelf bepaalt welke gezondheidsthema’s worden aangepakt, geadviseerd en ondersteund door Gezondheidsmakers.
Door deelname aan dit project maakte Oostrozebeke haar beleidsintenties op het vlak van preventieve gezondheid publiek via het ondertekenen van het vernieuwde charter ‘Gezonde Gemeente’.
Dit charter heeft de gemeente Oostrozebeke ondertekend op 17 oktober 2025 voor de huidige legislatuur 2025–2030.
Oostrozebeke engageert zich om verder werk te maken van een samenhangend, integraal preventief gezondheidsbeleid.
Dit beleid heeft als doel iedereen, en de meest kwetsbaren in het bijzonder, kansen en stimulansen te bieden om gezond te leven in een gezonde omgeving.
Dit gebeurt door in te zetten op diverse succesfactoren, waaronder: het opnemen van visie en prioriteiten in het lokaal meerjarenplan 2026-2031, heldere en inclusieve communicatie, burgerparticipatie, samenwerking over beleidsdomeinen heen (HiAP), deskundigheid en leiderschap, het voorzien van tijd en middelen, en het werken aan het verkleinen van de gezondheidsongelijkheid via proportioneel universalisme.
De voorgestelde samenwerkingsovereenkomst met Gezondheidsmakers regelt de concrete samenwerking voor de implementatie van het project ‘Gezonde Gemeente’ voor de periode 1 januari 2026 tot 31 december 2031, samenvallend met de looptijd van het meerjarenplan. Om het preventief gezondheidsbeleid vorm te geven, installeert het lokaal bestuur bij voorkeur een stuurgroep ‘Gezonde Gemeente’.
Met ingang van 1 januari 2026 is er de vernieuwde en geüniformeerde dienstverleningsstructuur van Gezondheidsmakers.
Gezondheidsmakers (vroeger LOGO) ondersteunt lokale en regionale partners bij de implementatie van het Vlaamse preventieve gezondheidsbeleid, afgestemd op lokale noden. Het vernieuwde model garandeert uniformiteit, kwaliteit en continuïteit in het aanbod.
De dienstverlening wordt opgesplitst in twee complementaire luiken:
1. Algemene dienstverlening (gratis):
Dit betreft een brede dienstverlening die gratis wordt aangeboden met consistente kwaliteit en in overeenstemming met de kernopdracht.
Deze dienstverlening is beschikbaar voor elke gemeente of stad in Vlaanderen.
Een Gezonde gemeente/stad kan beroep doen op de algemene dienstverlening van Gezondheidsmakers voor de uitwerking van een stappenplan om te groeien als Gezonde Gemeente/stad.
De algemene dienstverlening omvat onder meer:
2. Plusformule (betalend - verdiepend):
Dit is een aanvullend aanbod van betalende diensten, bedoeld om de expertise van Gezondheidsmakers te valoriseren en partners deels te ontzorgen bij noden die extra expertise, mankracht, tijd of middelen vereisen.
De plusformule bestaat uit Plus-Trajecten (compact, medium, uitgebreid, op maat) voor langdurige begeleiding en ad hoc ondersteuning.
Mogelijke extra betalende diensten omvatten:
De Plusformule werkt met credits. Voor 2026 gelden volgende tarieven: 75 euro per credit vanaf 10 credits, 85 euro per credit voor minder dan 10 credits of ad hoc vragen.
Deze credits dienen binnen het kalenderjaar opgenomen te worden en zijn niet overdraagbaar naar een volgend jaar.
Na 2026 zal deze prijszetting geëvalueerd worden en kan dit mogelijks aangepast worden.
Hierover zal steeds in volle transparantie gecommuniceerd worden.
Gezondheidsmakers wenst de samenwerking vast te leggen in een overeenkomst met een actieplan, planning en taakverdeling.
Gezondheidsmakers waakt er hierbij over dat de inzet van de Plusformules strategisch ingebed is in het preventieve gezondheidsbeleid van de gemeente of stad en niet beperkt blijft tot losse, eenmalige initiatieven zonder opvolging of evaluatie van de impact.
Toelichting door mevrouw Geldhof, schepen.
De uitgave is voorzien in het meerjarenplan 2026-2030, actie 925, budgetrekening 0980-00/6143008.
niet van toepassing
niet van toepassing
Artikel 1
De gemeenteraad beslist de samenwerkingsovereenkomst 2026–2031 met Gezondheidsmakers Westhoek en Midwest en de gemeente Oostrozebeke te ondertekenen:
de samenwerkingsovereenkomst 2026 – 2031 met Gezondheidsmakers Westhoek en Midwest en de gemeente Oostrozebeke
de uitrol van een lokaal preventief gezondheidsbeleid voor de periode 2026-2031
De gemeente Oostrozebeke,
waarvan de zetel gevestigd is te 8780 Oostrozebeke, E. Brengierstraat 6;
en vertegenwoordigd door:
de heer Hans Claerhout, voorzitter van de gemeenteraad,
en de heer Carl Vereecke, algemeen directeur;
en
de Gezondheidsmakers vzw,
waarvan de zetel gevestigd is te 2000 Antwerpen, Jodenstraat 44;
vertegenwoordigd door:
de heer Nico Carpriau, voorzitter,
en de heer Diederik Derijcke, ‘Gezondheidsmakers Westhoek en Midwest’.
komen het volgende overeen:
Artikel 1: Voorwerp
Deze samenwerkingsovereenkomst regelt de concrete samenwerking tussen de gemeente Oostrozebeke en de ‘Gezondheidsmakers Westhoek en Midwest’ voor de implementatie van het project ‘Gezonde Gemeente’, dat als doel heeft het ontwikkelen van een performant lokaal gezondheidsbeleid.
Artikel 2: Inwerkingtreding en duur
Deze samenwerkingsovereenkomst gaat in op 1 januari 2026 en loopt af op 31 december 2031.
Wanneer één van beide partijen ophoudt te bestaan, eindigt de samenwerkingsovereenkomst automatisch.
Bij het verstrijken van de termijn van de samenwerkingsovereenkomst wordt de samenwerkingsovereenkomst niet stilzwijgend verlengd.
De samenwerking kan verlengd worden middels het sluiten van een nieuwe samenwerkingsovereenkomst.
Beide partijen maken hun intenties tot verdere samenwerking ten laatste 3 maanden voor het verstrijken van de termijn aan elkaar bekend.
Artikel 3: Engagement gemeente Oostrozebeke
Gemeente Oostrozebeke engageert zich om verder werk te maken van een samenhangend, integraal preventief gezondheidsbeleid.
Dit beleid biedt iedereen, en de meest kwetsbaren in het bijzonder, kansen en stimuleert hen om gezond te leven in een gezonde omgeving.
Om dit te realiseren, werkt gemeente Oostrozebeke aan de volgende succesfactoren van een kwalitatief gezondheidsbeleid:
Om het preventief gezondheidsbeleid vorm te geven, installeert het lokaal bestuur bij voorkeur een stuurgroep ‘Gezonde Gemeente’.
Artikel 4: Dienstverlening Gezondheidsmakers
Gezondheidsmakers ondersteunt lokale en regionale partners bij de implementatie van het Vlaamse preventieve gezondheidsbeleid.
De dienstverlening wordt afgestemd om hier optimaal invulling aan te geven.
Gezondheidsmakers voorziet kwaliteitsvolle informatie over preventiemethodieken en materialen, adviseert en ondersteunt bij de uitwerking van hun preventieve gezondheidsbeleid en de implementatie van die methodieken en bouwt bruggen tussen lokale én bovenlokale partners.
Uitgangspunten algemene dienstverlening
Onze algemene dienstverlening biedt een sterke basis voor een preventief gezondheidsbeleid.
In elke samenwerking brengen we een informatieve en inspirerende aanpak met individuele ondersteuning en een activerende begeleiding.
We bieden een stevig vertrekpunt met praktische info en tools op maat van het lokaal beleid.
De algemene dienstverlening biedt:
Gezonde Gemeente:
Een Gezonde gemeente kan beroep doen op de Algemene dienstverlening van Gezondheidsmakers voor de uitwerking van een stappenplan om te groeien als Gezonde Gemeente/Stad.
Plusformule
Elke lokale organisatie kan - naast de gratis algemene dienstverlening - beroep doen op de Plusformule, onze dienstverlening tegen betaling.
De Plusformule maakt het mogelijk om complexe uitdagingen op een gelaagde en doordachte manier te benaderen, met gerichte keuzes, die de effectiviteit verhogen en ondersteuning bieden in capaciteit en expertise.
De plusformule bestaat uit Plus-Trajecten (Compact, Medium, Uitgebreid, Op Maat) voor langdurige begeleiding en ad hoc ondersteuning.
Plus-Trajecten bieden begeleiding en projectcoördinatie, nazorg in evaluatie en advies, maatwerk in communicatie.
Mogelijke extra betalende diensten omvatten:
De prijszetting voor de Plusformule gebeurt aan de hand van credits.
In 2026 kost 1 credit 85 euro. Vanaf 10 credits, wordt 75 euro per credit gevraagd.
Deze credits dienen binnen het kalenderjaar opgenomen te worden en zijn niet overdraagbaar naar een volgend jaar.
Na 2026 zal deze prijszetting geëvalueerd worden en kan dit mogelijks aangepast worden.
Hierover zal steeds in volle transparantie gecommuniceerd worden.
Voor 2026 koopt gemeente Oostrozebeke 0 credits in.
De concrete invulling wordt samen met de contactpersoon bij Gezondheidsmakers (zie artikel 6) bekeken en vastgelegd.
Het inkopen van credits in de periode na 2026 wordt tijdig ingepland in onderling overleg.
De contactpersoon bij Gezondheidsmakers zal gemeente Oostrozebeke verder helpen bij vragen over de dienstverlening.
Artikel 5: Externe projectcommunicatie
Voor acties en projecten die in samenwerking met de ondertekenende partijen georganiseerd worden, wordt in de communicatie steeds verwezen naar deze samenwerking.
Dit gebeurt met de vermelding ‘In samenwerking met Gezondheidsmakers Westhoek en Midwest’.
Acties/projecten m.b.t. gezondheidsbevordering & ziektepreventie worden zoveel mogelijk opgehangen onder de vlag ‘Gezonde Gemeente/Stad’.
Artikel 6: Interne communicatie
Joke Delepierre, gezondheidspromotor van Gezondheidsmakers Westhoek en Midwest, is voor gemeente Oostrozebeke de vaste contactpersoon.
Het departementshoofd mens van gemeente Oostrozebeke (i.c. Ellen Moerman), en het hoofdmaatschappelijk werker van OCMW Oostrozebeke (i.c. Sabine Wyseure) zijn voor Gezondheidsmakers Westhoek en Midwest de vaste contactpersonen.
Zij engageren zich om minimaal jaarlijks met elkaar in overleg te gaan om de voortgang van het lokaal preventief gezondheidsbeleid te bespreken.
Opgemaakt in 2 exemplaren.
Te Oostrozebeke op ../../2026
Voor de gemeente Oostrozebeke
de heer Hans Claerhout de heer Carl Vereecke
voorzitter van de gemeenteraad algemeen Directeur
Voor Gezondheidsmakers vzw
mevrouw Sara Bertels, de heer Diederik Derijcke
algemeen directeur Gezondheidsmakers teamcoach Westhoek en Midwest
in opdracht van de heer Nico Capriau,
voorzitter Gezondheidsmakers.
Artikel 2
De gemeenteraad neemt kennis van de vernieuwde dienstverlening van Gezondheidsmakers vanaf 2026, bestaande uit de gratis algemene dienstverlening en de betalende Plusformule.
Artikel 3
De gemeenteraad mandateert het college van burgemeester en schepenen, de bevoegde diensten en de bevoegde ambtenaren om proactief gebruik te maken van de gratis algemene dienstverlening van Gezondheidsmakers, inclusief de verplichte jaarlijkse planningsgesprekken, het gebruik van beleidsinstrumenten (zoals de groeimeter) en de ondersteuning van de MMK-diensten.
Artikel 4
De gemeenteraad mandateert het college van burgemeester en schepenen, de bevoegde diensten en de bevoegde ambtenaren om, in samenspraak met de gezondheidspromotor, lokale noden en prioriteiten te analyseren en waar nodig een Plusformule voor te stellen.
Artikel 5
Voor 2026 koopt gemeente Oostrozebeke geen aantal credits in.
De concrete invulling hiervan wordt in overleg met de contactpersoon van Gezondheidsmakers bepaald en schriftelijk vastgelegd.
De inkoop van credits voor de periode na 2026 wordt tijdig en in onderling overleg ingepland.
Indien gebruik wordt gemaakt van de Plusformule, worden de bevoegde ambtenaren gemandateerd om een samenwerkingsovereenkomst en een bijhorende offerte op te stellen, waarin duidelijke budgettaire afspraken worden gemaakt over het aantal credits en het bijhorende tarief.
De e-mail van raadslid Wim Behaeghe van 1 februari 2026 namens de fractie INSPRAAK.nu.
De e-mail van raadslid Inge Noyez van 3 februari 2026 namens de fractie INSPRAAK.nu.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 24 oktober 2025 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een remediëringstraject na een forensische audit.
Besluit van de gemeenteraad van 4 september 2025 betreffende huishoudelijk reglement van de gemeenteraad: intrekken bestaand en goedkeuren nieuw, inzonderheid artikel 13.
De vragen van de raadsleden Koen Vandenbroucke, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen De Mets en Inge Noyez.
De antwoorden van Carine Geldhof, Olivier De Marez, Jonas Van D'huynslager, schepenen en de burgemeester.
niet van toepassing
niet van toepassing
niet van toepassing
Er wordt geen besluit genomen.
De voorzitter sluit de zitting op 05/02/2026 om 21:08.
Namens gemeenteraad,
Carl Vereecke
algemeen directeur
Hans Claerhout
raadslid-voorzitter