Het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 16 december 2020 houdende de vaststelling van de rechtspositieregeling.
Ingevolge de bepalingen van het artikel 56, § 3, 2° van het decreet over het lokaal bestuur heeft het college van burgemeester en schepenen de bevoegdheid om personeel aan te stellen en te ontslaan, evenals de sanctie- en tuchtbevoegdheid ten aanzien van het personeel, met behoud van de toepassing van de bevoegdheid van de gemeenteraad, vermeld in artikel 41, tweede lid, 6°, van dit decreet en de gevallen waarin die bevoegdheid door of krachtens de wet of het decreet aan de gemeenteraad is opgedragen.
Het college van burgemeester en schepenen kan conform de bepalingen van het artikel 57, 1ste lid, van het decreet bepaalde bevoegdheden delegeren aan de algemeen directeur.
Deze oefent de bevoegdheden die hem zijn toevertrouwd persoonlijk uit; de algemeen directeur kan bepaalde bevoegdheden toevertrouwen aan andere personeelsleden van de gemeente.
Bij besluit van het college van burgemeester en schepenen van 31 oktober 2019 werden o.a. de hiernavolgende bevoegdheden toevertrouwd aan de algemeen directeur:
Bij besluit van het college van burgemeester en schepenen van 16 december 2020 werd het hoofdstuk 2.4. 'specifieke bepalingen voor de aanwerving in de betrekkingen die ingesteld worden ter uitvoering van werkgelegenheidsmaatregelen van de hogere overheid en in sommige tijdelijke betrekkingen' van de rechtspositieregelingen heringedeeld en er wordt niet meer gewerkt met gelegenheidspersoneel.
Behalve bij de uitdrukkelijke toewijzing van een bevoegdheid als vermeld in artikel 2, § 2, tweede lid, aan de gemeenteraad kan de gemeenteraad overeenkomstig artikel 41, 1ste en 2de lid, van het decreet over het lokaal bestuur, bij reglement bepaalde bevoegdheden toevertrouwen aan het college van burgemeester en schepenen.
De gemeenteraad kan overeenkomstig artikel 41, 2de lid, 2° van het decreet over het lokaal bestuur aan het college van burgemeester en schepenen de bevoegdheid toevertrouwen om gemeentelijke reglementen vast te stellen over personeelsaangelegenheden.
Bij uitzonderlijke hitte is het soms aangewezen om dringend een besluit te nemen voor een (tijdelijke) aanpassing van de arbeidstijd voor de buitendiensten binnen het departement ruimte.
In voorkomend geval kan een dergelijk besluit genomen worden door de algemeen directeur, op voorwaarde dat het college van burgemeester en schepenen deze bevoegdheid heeft gedelegeerd aan de algemeen directeur.
Het reglement tot delegatie van bevoegdheden aan de algemeen directeur wordt hieraan geconformeerd zonder verdere inhoudelijke aanpassingen.
Om het overzicht te bewaren wordt een coördinerend besluit genomen.
De algemeen directeur zal bij het uitoefenen van de delegatie ervoor zorgen dat het bevoegd lid van het college van burgemeester en schepenen telefonisch of per e-mailbericht wordt ingelicht van de te nemen beslissing.
Bij het uitoefenen van de bevoegdheid tot (tijdelijke) aanpassing van de arbeidstijd voor de buitendiensten binnen het departement ruimte ingevolge de hitte, zal de algemeen directeur hiervan kennis geven aan het college van burgemeester en schepenen op de eerstvolgende zitting na het goedkeuren van dit besluit.
niet van toepassing
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 24 oktober 2025 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een remediëringstraject na een forensische audit, meer bepaald artikel 57, 1ste lid.
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 31 oktober 2019 betreffende reglement tot delegatie van bevoegdheden aan de algemeen directeur.
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 16 december 2020 betreffende rechtspositieregeling voor het personeel van de gemeente: vaststellen.
Artikel 1
Het reglement houdende de delegatie van bevoegdheden aan de algemeen directeur wordt als volgt (her-)vastgesteld:
Artikel 1
Het college van burgemeester en schepenen vertrouwt de uitoefening van de volgende bevoegdheden toe aan de algemeen directeur:
Artikel 2
Onder aanstellingsbevoegdheid wordt begrepen: alle voorbereidende handelingen, die leiden tot aanstelling, onder meer:
Artikel 3
Onder ontslagbevoegdheid wordt begrepen:
Artikel 2
De algemeen directeur zal bij het uitoefenen van de delegatie ervoor zorgen dat het bevoegd lid van het college van burgemeester en schepenen telefonisch of per e-mailbericht wordt ingelicht van de te nemen beslissing.
Bij het uitoefenen van de bevoegdheid tot (tijdelijke) aanpassing van de arbeidstijd voor de buitendiensten binnen het departement ruimte ingevolge de hitte, zal de algemeen directeur hiervan kennis geven aan het college van burgemeester en schepenen op de eerstvolgende zitting na het goedkeuren van dit besluit.
Artikel 3
Het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 16 december 2020 betreffende reglement tot delegatie van bevoegdheden aan de algemeen directeur: (her-)vastellen, wordt opgeheven.
Artikel 4
Dit reglement treedt in werking vanaf 10 juli 2026.