De vraag van de sociale dienst om met ingang van 3 juni 2022 een aantal aanpassingen te doen in het reglement aanvullende steun en de referentienorm.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 25 februari 2022 tot wijziging van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en het decreet van 3 mei 2019 houdende de havenkapiteindienst.
Organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, het laatst gewijzigd bij de wet van 26 november 2021 tot wijziging van artikel 98 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020 tot wijziging van diverse decreten en besluiten van de codificatie van de decreten betreffende het Vlaamse woonbeleid.
Wet van 4 september 2002 betreffende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiële maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering, het laatst gewijzigd bij wet van 23 december 2005 betreffende wijziging van de wet van 4 september 2002 houdende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiële maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering;
Omzendbrief van 13 april 2010 betreffende het 'preventief sociaal energiebeleid' in het kader van het Gas- en Elektriciteitsfonds [+ handleiding].
Besluit van de Vlaamse Regering van 13 maart 2009 betreffende de openbare dienstverplichtingen in de vrijgemaakte elektriciteits- en aardgasmarkt, het laatst gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse regering van 12 november 2010 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 maart 2009 betreffende de sociale openbare dienstverplichtingen in de vrijgemaakte elektriciteit- en aardgasmarkt, wat betreft de invoering van een minimale levering van aardgas tijdens de winterperiode.
Koninklijk besluit van 8 april 2003 houdende toekenning van een subsidie van 6.200.000 euro aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn teneinde de sociale en culturele participatie en ontplooiing van hun cliënten te bevorderen, het laatst gewijzigd door het Koninklijk besluit van 29 juni 2021 houdende toekenning van een financiële tegemoetkoming aan bepaalde openbare centra voor maatschappelijk welzijn als gevolg van de hervorming van de maatregelen ter bevordering van de participatie en sociale activering van de gebruikers van de dienstverlening voor het jaar 2021.
Koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques, het laatst gewijzigd bij besluit van 16 mei 2019 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques en van het koninklijk besluit van 7 juni 2007 betreffende het opleidingsfonds dienstencheques.
Omzendbrief van 20 december 2016 betreffende de toelage ter bevordering van de participatie en sociale activering van OCMW-gebruikers vanaf 2017.
Besluit van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 houdende de subsidies en de eraan gekoppelde voorwaarden voor de realisatie van specifieke dienstverlenging door gezinsopvang en groepsopvang van baby’s en peuters, het laatst gewijzigd door het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2019 tot wijziging van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, wat betreft het toelaten van verschillende prijssystemen in een kinderopvanglocatie met het systeem inkomenstarief, en tot wijziging van artikel 8 van het Procedurebesluit van 9 mei 2014.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 14 december 2000 betreffende kennisname van en besluit naar aanleiding van de nota van Sabine Wyseure, maatschappelijk werker betreffende ‘aanvullende steun’ houdende de vaststelling van een kaderbesluit voor de toekenning van verschillende vormen van aanvullende steun, het laatst gewijzigd door het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 7 mei 2020 betreffende het vaststellen van het reglement voor aanvullende steun en het aanpassen van de referentienorm met ingang van 8 mei 2020.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 20 december 2010 betreffende sociale dienstverlening - minimale levering van aardgas tijdens de winterperiode via budgetmeter: principebesluit.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 5 juli 2016 betreffende sociale dienstverlening - besteding van de subsidie toegekend aan het OCMW ter betreffende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiële maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering.
Besluit van de gemeenteraad van 4 mei 2017 betreffende gecoördineerd retributiereglement: hervaststellen, het laatst gewijzigd bij besluit van de gemeenteraad van 7 februari 2019 betreffende gecoördineerd retributiereglement: hoofdstuk 4 begraafplaatsen: wijzigen in het bijzonder artikel 14.1.1.2.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 14 september 2009 betreffende sociale dienstverlening - besteding van de subsidie toegekend aan het OCMW ter bevordering van de maatschappelijke participatie en de culturele en sportieve ontplooiing van de gebruikers van de dienstverlening voor de periode vanaf 1 mei 2009 tot en met 31 december 2009: principebesluit, het laatst gewijzigd door het besluit van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn van 2 september 2021 betreffende sociale dienstverlening - besteding van de subsidie toegekend aan het OCMW ter bevordering van de maatschappelijke participatie en de culturele en sportieve ontplooiing van de gebruikers van de dienstverlening van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn voor het jaar 2021.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 16 december 2014 betreffende sociale dienstverlening - dienstenonderneming Net-Werk: vaststellen van een bijdrage in dienstencheques met ingang van 1 januari 2015.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 5 december 2019 betreffende sociale dienstverlening - reglement betreffende klusjesdienst: wijzigen.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 7 februari 2019 betreffende sociale dienstverlening: transitwoningen: doorgangswoning: verblijfs-en begeleidingsovereenkomst: vaststellen.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 7 februari 2019 betreffende sociale dienstverlening: transitwoningen: crisiswoning: voorwaarden vaststellen.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 7 februari 2019 betreffende sociale dienstverlening: transitwoningen: crisiswoning: verblijfs- en begeleidingsovereenkomst: vaststellen.
Besluit van het vast bureau van 9 maart 2022 betreffende lijst van tarieven vanaf 1 april 2022: vaststellen.
Binnen de gemeente zijn er inwoners, die het niet gemakkelijk hebben om een menswaardig bestaan te leiden, waarbij we in het bijzonder denken aan personen en gezinnen, die door omstandigheden in een schuldsituatie zijn terecht gekomen en/of die leven van een minimum inkomen;
Sinds 2010 werd door het OCMW van Oostrozebeke, in het kader van de armoedebestrijding voor dergelijke maatschappelijk kwetsbare personen of gezinnen, voor de meest frequent voorkomende vormen van steun de toepassingsmodaliteiten vastgelegd in een kaderbesluit “aanvullende steun” (besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 14 december 2000 betreffende kennisname van en besluit naar aanleiding van de nota van Sabine Wyseure, maatschappelijk werker betreffende ‘aanvullende steun’ houdende de vaststelling van een kaderbesluit voor de toekenning van verschillende vormen van aanvullende steun).
Het reglement aanvullende steun en de referentienorm worden gebruikt om te bepalen:
Het reglement aanvullende steun bevat de algemene en specifieke voorwaarden, waaraan begunstigden moeten voldoen om recht te hebben op bepaalde vormen van ondersteuning.
Het voorbije jaar zijn er een aantal bijkomende vormen van ondersteuning bijgekomen.
Het is aangewezen het reglement aanvullende steun in dit kader te herzien en waar nodig, de aanpassingen door te voeren om een vastgesteld kader te hebben dat over alle diensten heen zo gelijklopend mogelijk is.
Het toekennen van aanvullende steun is geen wettelijke verplichting.
Een gedeelte van de middelen om dit te financieren komt vanuit subsidies (energietoelage, sociale en culturele participatie, minimale levering aardgas via de budgetmeter), een gedeelte wordt gefinancierd door het OCMW.
Volgende zaken in het reglement aanvullende steun werden verduidelijkt of gewijzigd:
Toelichting door de heer Goemaere, schepen.
De uitgaven zijn voorzien in het meerjarenplan 2020-2025:
De inkomsten zijn voorzien in het meerjarenplan 2020-2025;
Enig artikel
Het reglement voor aanvullende steun met ingang van 3 juni 2022 wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 1
Het reglement ‘aanvullende steun’ bevat de algemene en specifieke voorwaarden, waaraan begunstigden moeten voldoen om recht te hebben op bepaalde vormen van ondersteuning.
Aanvullende steun wordt toegekend op maat van de cliënt en zorgt ervoor dat een aantal basisbehoeften kunnen ingevuld worden:
Artikel 2
Om te beoordelen of iemand recht heeft op aanvullende steun wordt gebruik gemaakt van de ‘referentienorm’, die ingevuld integraal deel uitmaakt van het sociaal verslag.
De referentienorm is een Excel-document, waarin het maandelijkse inkomen en de maandelijkse uitgaven van de aanvrager tegenover elkaar gezet worden.
Bij de berekening van het inkomen en de uitgaven in het Excel-document worden de volgende begrippen gehanteerd:
1. inkomen:
2. uitgaven: de vaste kosten, die noodzakelijk zijn om een menswaardig leven te kunnen leiden, worden in rekening gebracht:
Ook voor personen in collectieve schuldenregeling wordt een volledig beeld van de totale financiële situatie opgemaakt. Wanneer het niet mogelijk is om voldoende info van de schuldbemiddelaar te bekomen en de cliënt dreigt hiervan het slachtoffer te worden, kan uitgegaan worden van het effectief ontvangen bedrag aan leefgeld en de extra’s van de schuldbemiddelaar. Er kan aan uitgavenzijde dan ook slechts rekening worden gehouden met de kosten, die de cliënt zelf moet betalen met dit leefgeld (en dus niet met de kosten of de extra’s, die de schuldbemiddelaar betaalt).
Artikel 3
Om recht te hebben op één of meerdere vormen van aanvullende steun:
Artikel 4
Aanvullende steun moet aangevraagd worden bij de sociale dienst van het OCMW, Ernest Brengierstraat 6 te 8780 Oostrozebeke, telefonisch op het nummer 056/67 11 50 of per e-mail gericht aan sociaalhuis@oostrozebeke.be.
De betreffende maatschappelijk werker doet de aanvraag voor cliënten met een actief dossier bij het OCMW Oostrozebeke.
Artikel 5
De sociale dienst voert een sociaal onderzoek uit en maakt een sociaal verslag op.
Het bijzonder comité voor de sociale dienst neemt een individueel besluit tot toekenning, weigering, herziening of stopzetting van het recht op één of meerdere vormen van aanvullende steun.
De voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst kan in dringende gevallen tot dringende hulpverlening beslissen.
Artikel 6
Het recht op aanvullende steun gaat in vanaf 1 januari of vanaf de datum vermeld in het besluit van het bijzonder comité voor de sociale dienst tot en met 30 juni of tot en met 31 december van het lopend kalenderjaar.
Voor personen, die bij het OCMW in schuldbemiddeling zijn, wordt de aanvullende steun toegekend tot en met 31 december van het lopende kalenderjaar.
Artikel 7
Tenzij anders bepaald, wordt de toegekende aanvullende steun uitbetaald op het bankrekeningnummer van de aanvrager.
Er worden enkel facturen in aanmerking genomen, gedateerd vanaf de ingangsdatum van de aanvullende steun (met uitzondering van achterstallige energie- en waterfacturen).
Facturen moeten binnen de maand binnengebracht worden bij de sociale dienst.
Artikel 8
Om de volgende vormen van aanvullende steun, onder de vermelde bijkomende voorwaarden toe te kennen:
8.1. Huurtoelage
Om recht te hebben op een huurtoelage moet de aanvrager bijkomend aan de volgende voorwaarden voldoen:
De huurtoelage is het bedrag van de maandelijkse huur (lopende maand) dat hoger ligt dan 1/3 van het maandinkomen (voorafgaand) en bedraagt maximum 100,00 euro per maand.
De huurtoelage kan niet gecumuleerd worden met de Vlaamse huursubsidie of Vlaamse huurpremie. Wanneer de Vlaamse huursubsidie of huursubsidie toegekend wordt met terugwerkende kracht, moet de huurtoelage voor deze periode terugbetaald worden aan het OCMW. Het OCMW kan niet meer terugvorderen dan hetgeen het voor die periode heeft uitbetaald.
Het bijzonder comité voor de sociale dienst kan bijkomend beslissen om de toekenning te koppelen aan budgetbeheer en/of begeleiding door de Woondienst Regio Izegem.
8.2. Energietoelage
De energietoelage is:
Betrokkene dient zijn betalingsbewijzen bij te houden en over te maken aan het OCMW vóór 30 september.
De tussenkomst wordt dan begin oktober in één keer aan de begunstigde overgemaakt via een bijkomende oplading van de budgetmeter.
Wanneer vastgesteld wordt dat de tussentijdse facturen bewust laag gehouden werden om in aanmerking te komen voor een energietoelage, wordt niet tussengekomen.
8.3. Tenlasteneming van de jaarlijkse bijdrage ziekenfonds/zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden (zorgverzekering)/hospitalisatieverzekering van het lopende jaar.
Er is een integrale ten laste name van de jaarlijkse ziekenfondsbijdrage(n) en zorgbudget(ten) voor zwaar zorgbehoevenden.
Voor de hospitalisatieverzekering(en) is dit met een maximum van 100,00 euro per persoon per jaar.
8.4. Tussenkomst in farmaceutische kosten
Voor medicatie op doktersvoorschrift komt het OCMW voor 50% tussen in de oplegkosten.
De tussenkomst is op jaarbasis en per persoon beperkt tot het plafondbedrag van de maximumfactuur.
Bij vaststelling van misbruik (o.a. opzettelijk laten bijschrijven door de huisarts van medicatie, die ook zonder doktersvoorschrift kan bekomen worden), kan deze vorm van aanvullende steun ingetrokken worden.
Voor personen in schuldbemiddeling mag de apotheker maandelijks de volledige factuur overmaken aan de maatschappelijk werker/dossierbeheerder.
Anderen moeten zelf 50% betalen.
De apotheker bezorgt het OCMW een factuur voor de onbetaalde 50%.
8.5. Vrijetijdstoelage – toelage voor kinderen
De vrijetijdstoelage is een toelage ten bedrage van maximum 100,00 euro per persoon per jaar voor:
De toelage voor kinderen (tot 18 jaar) van gebruikers is een toelage van maximum 100,00 euro per persoon per jaar.
Deze toelage is bedoeld voor de deelname aan sociale programma's:
Bijkomend wordt voor een volwassene tussengekomen in het lidgeld van de bibliotheek van Oostrozebeke of per kind in het huurgeld van 4 spelen per jaar in de spelotheek.
8.6. één euro-actie
Naast de vrijetijdstoelage en de toelage voor kinderen kan een gerechtigde op aanvullende steun en zijn/haar gezin voor de prijs van 1,00 euro per persoon per evenement naar evenementen gaan, die georganiseerd worden in de gemeente Oostrozebeke.
Een begeleider naar keuze mag mee voor diezelfde prijs.
Het OCMW bezorgt hiervoor een geselecteerd aanbod aan de gerechtigden.
In dat geval zal het OCMW ook voor de kaarten zorgen.
De gerechtigde mag ook zelf een voorstel doen.
8.7. Tussenkomst in speelpleinwerking, Tsjaka en SWAP
Naast de vrijetijdstoelage en de toelage voor kinderen heeft een gerechtigde op aanvullende steun en zijn/haar gezin recht op een tussenkomst van 50% wanneer zijn/haar kind naar de speelpleinwerking gaat of deelneemt aan een Tsjaka kamp of een SWAP activiteit.
8.8. Voedselbedeling
Een gerechtigde op aanvullende steun en zijn/haar gezin mag maandelijks een voedselpakket afhalen bij het OCMW van Oostrozebeke op de vastgestelde datum.
Personen van wie het leefgeld lager is dan bepaald in de referentienorm mogen maandelijks, in overleg met hun maatschappelijk werker, een bijkomend voedselpakket afhalen.
Indien betrokkene zonder verwittiging één keer nalaat om zijn/haar voedselpakket op te halen, wordt deze steunverlening met onmiddellijke ingang stopgezet voor de rest van de termijn.
Betrokkene wordt hiervan schriftelijk op de hoogte gebracht.
Betrokkene kan een tweede aanvraag doen maar indien hij/zij opnieuw nalaat om zijn/haar voedselpakket op te halen, wordt geen nieuwe aanvraag meer behandeld gedurende het lopende kalenderjaar.
8.9. Eerste leeftijdsmelk
Dit is een tussenkomst in de aankoop van één doos eerste leeftijdsmelk per week gedurende de eerste 6 maanden na de geboorte.
De aanvraag kan ook ingediend worden door Kind en Gezin.
Een toekenning is dan geldig voor 3 maanden en tot het kind van de aanvrager de leeftijd van zes maanden heeft.
8.10. Fietsen via Veloods
Dit is een eenmalige tussenkomst per gezinslid voor de aankoop van een fiets bij Veloods met een maximumprijs van 150,00 euro.
De tussenkomst van de cliënt bedraagt 10,00 euro voor een volwassene en 5,00 euro voor een kind.
8.11. Recht op sociaal tarief buitenschoolse kinderopvang ‘de Wiemkes’ te Oostrozebeke
Gerechtigden op aanvullende steun, waarvan de kinderen gebruik maken van de buitenschoolse kinderopvang ‘de Wiemkes’, komen in aanmerking voor een sociaal tarief.
Een uittreksel van het besluit wordt overgemaakt aan de buitenschoolse kinderopvang.
De toekenning is één jaar geldig.
8.12. Recht op individueel verminderd tarief kinderopvang ‘Kind en Gezin’
Gerechtigden op aanvullende steun, waarvan de kinderen gebruik maken van kinderopvang, komen in aanmerking voor het individueel verminderd tarief kinderopvang ‘Kind en Gezin’.
Een gerechtigde op aanvullende steun kan recht hebben op:
Een uittreksel van dit besluit wordt overgemaakt aan Kind en Gezin.
De toekenning is één jaar geldig.
8.13. Minimale levering via de aardgasbudgetmeter
Gerechtigden op aanvullende steun met een aardgasbudgetmeter kunnen beroep doen op de minimale levering via de aardgasbudgetmeter gedurende de winterperiode vastgesteld door de minister van energie.
8.14. Iedereen verdient vakantie
Gerechtigden op aanvullende steun en zijn/haar gezin kunnen gebruik maken van het aanbod van iedereen verdient vakantie.
8.15 Verjaardagpakketten
Kinderen van 1 tot 12 jaar van gerechtigden op aanvullende steun hebben recht op een verjaardagspakket.
8.16. Betaalbare dienstverlening
Gebruikers en zijn/haar gezin, die beroep doen op volgende dienstverlening van het OCMW en die gerechtigd zijn op aanvullende steun, hebben recht op het sociaal tarief bij:
Gerechtigden op aanvullende steun die, omwille van tijdelijke of permanente zorgbehoevendheid, beroep doen op een traiteur die maaltijden aan huis levert of beroep doen op een dienstenonderneming, komen in aanmerking voor een tussenkomst.
De zorgbehoevendheid of noodzaak wordt bepaald door de huisarts/specialist.
8.17 Pamperbank Oostrozebeke
Gerechtigden op aanvullende steun mogen gebruik maken van de Pamperbank van Oostrozebeke.
Een pakket bestaat uit 25 luiers.
Hij/zij betaalt de bijdrage, die vastgelegd werd door ‘Samen Sterker’, de coöperatieve onderneming waarmee samen gewerkt wordt voor de organisatie van de pamperbank.
8.18 Digitalisering: internet voor iedereen
Gerechtigden op aanvullende steun zonder internetverbinding kunnen aansluiten bij Proximus voor All of Telenet
Artikel 9
De aangepaste referentienorm (zie bijlage) blijft geldig.
Artikel 10
Dit besluit gaat in vanaf 1 juli 2022 voor de nieuwe aanvragen en de (half)jaarlijkse herzieningen.
Artikel 11
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 20 november 2019 betreffende sociale dienstverlening - aanvullende steun: vaststellen reglement aanvullende steun en aanpassen referentienorm met ingang van 1 januari 2020 wordt het luik sociale dienstverlening - aanvullende steun: vaststellen reglement aanvullende steun opgegeven.