Terug
Gepubliceerd op 03/08/2022

Notulen  raad voor maatschappelijk welzijn

do 02/06/2022 - 20:00 raadszaal
Aanwezig: Anne-Sophie Verschoore, raadslid-voorzitter
Luc Derudder, burgemeester
Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Olivier De Marez, schepenen
Jacques Goemaere, voorzitter BCSD
Marleen Lefebre, Stijn Manhaeghe, Annelies Braeckevelt, Koen Vandenbroucke, Koen Castelein, Greet Desmet, Marijke Verbeke, Nadine Dejonckheere, Dirk De Keyzer, Flore Vanluchene, Wim Behaeghe, Cyriel Seys, raadsleden
Carl Vereecke, algemeen directeur
Verontschuldigd: Davy Verhulst, raadslid

De voorzitter opent de zitting op 02/06/2022 om 19:58.

  • Openbaar

    • kennisname

      • Kennisnames verslag van het dagelijks bestuur van 28 april 2022 van Woondienst Regio Izegem agenda van raad van bestuur Woondienst Regio Izegem van 23 mei 2022

        Aanwezig: Anne-Sophie Verschoore, raadslid-voorzitter
        Luc Derudder, burgemeester
        Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Olivier De Marez, schepenen
        Jacques Goemaere, voorzitter BCSD
        Marleen Lefebre, Stijn Manhaeghe, Annelies Braeckevelt, Koen Vandenbroucke, Koen Castelein, Greet Desmet, Marijke Verbeke, Nadine Dejonckheere, Dirk De Keyzer, Flore Vanluchene, Wim Behaeghe, Cyriel Seys, raadsleden
        Carl Vereecke, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Davy Verhulst, raadslid
        besluit

        De raad neemt kennis van:

        • verslag van het dagelijks bestuur van 28 april 2022 van Woondienst Regio Izegem
        • agenda van raad van bestuur Woondienst Regio Izegem van 23 mei 2022
    • budget en financiën

      • Vaststellen van de jaarrekening van het OCMW van het boekjaar 2021: a de beleidsevaluatie b de financiële nota c de toelichting bij de jaarrekening

        Aanwezig: Anne-Sophie Verschoore, raadslid-voorzitter
        Luc Derudder, burgemeester
        Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Olivier De Marez, schepenen
        Jacques Goemaere, voorzitter BCSD
        Marleen Lefebre, Stijn Manhaeghe, Annelies Braeckevelt, Koen Vandenbroucke, Koen Castelein, Greet Desmet, Marijke Verbeke, Nadine Dejonckheere, Dirk De Keyzer, Flore Vanluchene, Wim Behaeghe, Cyriel Seys, raadsleden
        Carl Vereecke, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Davy Verhulst, raadslid
        aanleiding

        De jaarrekening 2021 van het OCMW moet vastgesteld worden.

        juridische overwegingen

        Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 25 februari 2022 tot wijziging van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en het decreet van 3 mei 2019 houdende de havenkapiteindienst.

        Besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale [en de provinciale] besturen, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse regering van 7 september 2018 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.

        Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningen-stelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale [en de provinciale (ing. MB 12 september 2018, art. 1, I: 1 januari 2020)] besturen, het laatst gewijzigd bij ministerieel besluit van 12 september 2018 tot wijziging van diverse bepalingen van het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.

        Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 5 december 2019 betreffende meerjarenplan 2020-2025 van het deel OCMW: vaststellen.

        Besluit van de gemeenteraad van 5 december 2019 betreffende meerjarenplan 2020-2025 van het deel OCMW: goedkeuren.

        Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 2 juli 2020 betreffende aanpassing meerjarenplan 1 2020-2025 van het deel OCMW: vaststellen.

        Besluit van de gemeenteraad van 2 juli 2020 betreffende aanpassing meerjarenplan 1 2020-2025 van het deel OCMW goedkeuren.

        Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 3 december 2020 betreffende aanpassing meerjarenplan 2 2020 - 2025:  Raad 03_12_2020(BP2020_2025-2) van het deel OCMW: vaststellen.

        Besluit van de gemeenteraad van 3 december 2020 betreffende aanpassing meerjarenplan 2 2020 - 2025:  Raad 03_12_2020(BP2020_2025-2) van het deel OCMW: goedkeuren.

        Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 3 juni 2021 betreffende meerjarenplanaanpassing 3 2020 - 2025: Raad 03_06_2021 van het deel OCMW: vaststellen.

        Besluit van de gemeenteraad van 3 juni 2021 betreffende meerjarenplanaanpassing 3 2020 - 2025: Raad 03_06_2021 van het deel OCMW: goedkeuren.

        Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 2 december 2021 betreffende meerjarenplanaanpassing 4 2020 - 2025: Raad 02_12_2021 van het deel OCMW: vaststellen.

        Besluit van de gemeenteraad van 2 december 2021 betreffende meerjarenplanaanpassing 4 2020 - 2025: Raad 02_12_2021 van het deel OCMW: goedkeuren.

        Gunstig advies van het managementteam van 17 mei 2022.

        feiten, context en argumentatie

        Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur reikt oplossingen aan om een echt geïntegreerd lokaal sociaal beleid mogelijk te maken, met respect voor de verschillende rechtspersonen, die erbij betrokken zijn.

        Daaruit volgt dat de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW) een gezamenlijke (geconsolideerde) jaarrekening opmaken, dat door beide raden wordt vastgesteld.

        Op die manier kan een geïntegreerd lokaal sociaal beleid maximaal worden gerealiseerd: beide rechtspersonen hebben samen één doelstellingenboom, waarbij de doelstellingen van het OCMW en die van de gemeente vervlochten zijn.

        De gemeente en haar OCMW vormen samen 1 rapporteringsentiteit en maken één geïntegreerde jaarrekening.

        Daarin wordt de financiële toestand van die twee besturen als één geheel gepresenteerd en beoordeeld.

        Omdat elke afzonderlijke rechtspersoon voor de eigen verplichtingen en verbintenissen blijft instaan, blijft in de geconsolideerd jaarrekening een duidelijk onderscheid bestaan tussen de kredieten van de gemeente en die van het OCMW.  

        Dat komt tot uiting in het schema met de realisatie van de kredieten (schema J3), waarin de kredieten voor de gemeente en het OCMW apart worden opgenomen.

        De gemeentelijke bijdrage voor het OCMW is niet meer opgenomen in het meerjarenplan. De gemeente moet wel zorgen dat het OCMW haar financiële verplichtingen kan nakomen. 

        Dit heeft als gevolg dat de tussenkomst van de gemeente in het kader van het thesauriebeheer van het OCMW niet gebudgetteerd wordt, maar wel jaarlijks geboekt wordt in de resultaatverwerking bij de jaarrekening.

        De gemeente verleent een tussenkomst in het boekhoudkundig tekort van basis van het budgettair resultaat van het boekjaar van het OCMW.

        De jaarrekening wordt vastgesteld voor 30 juni van het boekjaar volgend op het boekjaar waarop de rekening betrekking heeft.

        Die besluitvorming kan het best als volgt verlopen:

        • de raad voor maatschappelijk welzijn stelt eerst zijn deel van de gezamenlijke jaarrekening vast;
        • de gemeenteraad stelt vervolgens zijn deel van de gezamenlijke jaarrekening vast;
        • de gemeenteraad keurt ten slotte het deel goed dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld en stelt zo de gezamenlijke jaarrekening van de gemeente en het OCMW definitief vast.

        Het ontwerp van geconsolideerde jaarrekening bevat volgende documenten:

        • Beleidsevaluatie;
        • Financiële nota:
          • De doelstellingenrekening (J1);
          • De staat van het financieel evenwicht (J2);
          • De realisatie van de kredieten (J3);
          • De balans (J4);
          • De staat van opbrengsten en kosten (J5);
        • Toelichting:
          • Het overzicht ontvangsten en uitgaven naar functionele aard (T1);
          • Het overzicht ontvangsten en uitgaven naar economische aard (T2);
          • Investeringsprojecten - per prioritaire actie (T3);
          • Het overzicht van de evolutie van de financiële schulden (T4);
          • Toelichting bij de balans (T5);
          • Overzicht van de financiële risico's;
          • Waarderingsregels;
          • Verklaring materiële verschillen;
          • Toelichting over kosten en opbrengsten met een buitengewone invloed op het budgettair resultaat;
          • Overzicht van de overgedragen kredieten ivm investering en financiering;
          • Verwijzing naar de plaats waar bijkomende documentatie beschikbaar is.

        Toelichting van de heer De Marez, schepen, en de heer Masschaele, financieel directeur.

        financiële impact

        niet van toepassing

        Publieke stemming
        Aanwezig: Anne-Sophie Verschoore, Luc Derudder, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Olivier De Marez, Jacques Goemaere, Marleen Lefebre, Stijn Manhaeghe, Annelies Braeckevelt, Koen Vandenbroucke, Koen Castelein, Greet Desmet, Marijke Verbeke, Nadine Dejonckheere, Dirk De Keyzer, Flore Vanluchene, Wim Behaeghe, Cyriel Seys, Carl Vereecke
        Voorstanders: Luc Derudder, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Olivier De Marez, Jacques Goemaere, Anne-Sophie Verschoore, Nadine Dejonckheere, Dirk De Keyzer, Flore Vanluchene, Cyriel Seys
        Onthouders: Marleen Lefebre, Stijn Manhaeghe, Annelies Braeckevelt, Koen Vandenbroucke, Koen Castelein, Greet Desmet, Marijke Verbeke, Wim Behaeghe
        Resultaat: Met 10 stemmen voor, 8 onthoudingen
        besluit

        Artikel 1

        De jaarrekening voor het boekjaar 2021 van het deel van het OCMW wordt samen met de verplichte bijlagen vastgesteld.

        De financiële toestand van de jaarrekening voor het boekjaar 2021 van het deel van het OCMW is als volgt:

        Het budgettaire resultaat boekjaar van het deel van het OCMW bedraagt -825 172 euro.

        Het gecumuleerde budgettaire resultaat van het vorig boekjaar van het deel van het OCMW bedraagt 689 705 euro.

        Het gecumuleerde budgettaire resultaat van het deel van het OCMW bedraagt -135 467 euro.

        Er zijn geen onbeschikbare reserves bij het deel van het OCMW.

        Het beschikbaar budgettair resultaat van het deel van het OCMW bedraagt -135 467 euro.

        De autofinancieringsmarge van het deel van het OCMW bedraagt -593 136 euro.

        De gecorrigeerde autofinancieringsmarge van het deel van het OCMW bedraagt -849 616 euro

        Artikel 2

        De financiële toestand van de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar 2021 is als volgt:

        Het geconsolideerd budgettaire resultaat boekjaar bedraagt -2 265 808 euro.

        Het geconsolideerd gecumuleerde budgettaire resultaat van het vorig boekjaar bedraagt 10 183 667 euro.

        Het geconsolideerd gecumuleerde budgettaire resultaat bedraagt 7 917 859 euro.

        Er zijn geen onbeschikbare reserves.

        Het geconsolideerd beschikbaar budgettair resultaat bedraagt 7 917 859 euro.

        De geconsolideerd autofinancieringsmarge bedraagt 2 351 183 euro.

        De geconsolideerde gecorrigeerde autofinancieringsmarge bedraagt 2 101 148 euro.

        Artikel 3

        De geconsolideerde balans voor het boekjaar 2021 wordt vastgesteld.

        Het geconsolideerde balanstotaal bedraagt 59 173 669 euro.

        Artikel 4

        De geconsolideerde staat van opbrengsten en kosten voor het boekjaar 2021 wordt vastgesteld.

        Het operationeel overschot bedraagt 718 864 euro.

        Het financieel overschot bedraagt 178 308 euro.

        Het overschot van het boekjaar bedraagt 897 172 euro.

        Artikel 5

        De gemeente verleent een tussenkomst in het boekhoudkundig tekort van basis van het budgettair resultaat van het boekjaar van het OCMW, voor 2021 betekent dit: 825 172 euro.

      • Meerjarenplanaanpassing 5 2020 - 2025: Raad 02_06_2022 van het deel OCMW: vaststellen

        Aanwezig: Anne-Sophie Verschoore, raadslid-voorzitter
        Luc Derudder, burgemeester
        Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Olivier De Marez, schepenen
        Jacques Goemaere, voorzitter BCSD
        Marleen Lefebre, Stijn Manhaeghe, Annelies Braeckevelt, Koen Vandenbroucke, Koen Castelein, Greet Desmet, Marijke Verbeke, Nadine Dejonckheere, Dirk De Keyzer, Flore Vanluchene, Wim Behaeghe, Cyriel Seys, raadsleden
        Carl Vereecke, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Davy Verhulst, raadslid
        aanleiding

        De raad voor maatschappelijk welzijn stelt het deel van de meerjarenplanaanpassing 5 2020 - 2025:  Raad 02_06_2022(BP2020_2025_5) van het OCMW vast.

        juridische overwegingen

        Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 25 februari 2022 tot wijziging van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en het decreet van 3 mei 2019 houdende de havenkapiteindienst.

        Besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale [en de provinciale] besturen, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse regering van 7 september 2018 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.

        Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningen-stelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale [en de provinciale (ing. MB 12 september 2018, art. 1, I: 1 januari 2020)] besturen, het laatst gewijzigd bij ministerieel besluit van 12 september 2018 tot wijziging van diverse bepalingen van het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.

        Omzendbrief KBBJ/ABB-2020/3 van 18 september 2020 over de aanpassing van de meerjarenplannen 2020-2025 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.

        Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 5 december 2019 betreffende meerjarenplan 2020-2025 van het deel OCMW: vaststellen.

        Besluit van de gemeenteraad van 5 december 2019 betreffende meerjarenplan 2020-2025 van het deel OCMW: goedkeuren.

        Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 2 juli 2020 betreffende aanpassing meerjarenplan 1 2020-2025 van het deel OCMW: vaststellen.

        Besluit van de gemeenteraad van 2 juli 2020 betreffende aanpassing meerjarenplan 1 2020-2025 van het deel OCMW goedkeuren.

        Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 3 december 2020 betreffende aanpassing meerjarenplan 2 2020 - 2025:  Raad 03_12_2020(BP2020_2025-2) van het deel OCMW: vaststellen.

        Besluit van de gemeenteraad van 3 december 2020 betreffende aanpassing meerjarenplan 2 2020 - 2025:  Raad 03_12_2020(BP2020_2025-2) van het deel OCMW: goedkeuren.

        Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 3 juni 2021 betreffende meerjarenplanaanpassing 3 2020 - 2025: Raad 03_06_2021 van het deel OCMW: vaststellen.

        Besluit van de gemeenteraad van 3 juni 2021 betreffende meerjarenplanaanpassing 3 2020 - 2025: Raad 03_06_2021 van het deel OCMW: goedkeuren.

        Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 2 december 2021 betreffende meerjarenplanaanpassing 4 2020 - 2025: Raad 02_12_2021 van het deel OCMW: vaststellen.

        Besluit van de gemeenteraad van 2 december 2021 betreffende meerjarenplanaanpassing 4 2020 - 2025: Raad 02_12_2021 van het deel OCMW: goedkeuren.

        Gunstig advies van het managementteam van 17 mei 2022.

        feiten, context en argumentatie

        Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur reikt oplossingen aan om een echt geïntegreerd lokaal sociaal beleid mogelijk te maken, met respect voor de verschillende rechtspersonen, die erbij betrokken zijn.

        Daaruit volgt dat de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW) een gezamenlijk meerjarenplan opstellen, dat door beide raden wordt vastgesteld.

        Op die manier kan een geïntegreerd lokaal sociaal beleid maximaal worden gerealiseerd: beide rechtspersonen hebben samen één doelstellingenboom, waarbij de doelstellingen van het OCMW en die van de gemeente vervlochten zijn.

        Omdat de gemeente en het OCMW een geïntegreerd meerjarenplan maken, wordt het financiële evenwicht voor die twee besturen als één geheel gepresenteerd en beoordeeld.

        Omdat elke rechtspersoon voor de eigen verplichtingen en verbintenissen blijft instaan, blijft in het meerjarenplan een duidelijk onderscheid bestaan tussen de kredieten van de gemeente en die van het OCMW.

        Dat komt tot uiting in het schema met het overzicht van de kredieten (schema M3), waarin de kredieten voor de gemeente en het OCMW apart worden opgenomen.

        Minstens een keer per jaar wordt het meerjarenplan aangepast, waarbij in elk geval de kredieten voor het volgende boekjaar worden vastgesteld.

        Als dat nodig is, kunnen daarbij ook de kredieten voor het lopende boekjaar worden aangepast.

        Daarnaast kan het meerjarenplan, als dat nodig is, ook worden aangepast om alleen de kredieten voor het lopende boekjaar aan te passen.

        Bij elke aanpassing van het meerjarenplan wordt het resultaat van de intussen vastgestelde jaarrekeningen verwerkt.

        De goedkeuring van de gemeenteraad is nodig omdat de gemeente de financiële gevolgen moet dragen van de keuzes, die de raad voor maatschappelijk welzijn maakt.

        Die besluitvorming kan het best als volgt verlopen:

        • de raad voor maatschappelijk welzijn stelt eerst zijn deel van de aanpassing meerjarenplan vast;
        • de gemeenteraad stelt vervolgens zijn deel van de aanpassing meerjarenplan vast;
        • de gemeenteraad keurt ten slotte het deel goed dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld.

        Het ontwerp van aanpassing meerjarenplan bevat volgende documenten:

        • Strategische nota;
        • Financiële nota:
          • Het financiële doelstellingenplan (M1);
          • De staat van het financieel evenwicht (M2);
          • De staat van het financieel evenwicht: wijzigingsvariant (M2W)
          • Het overzicht van de kredieten (M3).
        • Toelichting:
          • Het overzicht ontvangsten en uitgaven naar functionele aard (T1);
          • Het overzicht ontvangsten en uitgaven naar economische aard (T2);
          • Het overzicht ontvangsten en uitgaven naar economische aard: wijzigingsvariant (T2W);
          • Investeringsprojecten - per prioritaire actie (T3);
          • Het overzicht van de evolutie van de financiële schulden (T4);
          • Overzicht van de financiële risico's
          • Beschrijving grondslagen en assumpties
          • Overzicht lijst investeringen;
          • Motivering van de wijzigingen;
          • Verwijzing naar de plaats waar bijkomende documentatie beschikbaar is.
        Toelichting van de heer De Marez, schepen, en de heer Masschaele, financieel directeur.
        financiële impact

        niet van toepassing

        Publieke stemming
        Aanwezig: Anne-Sophie Verschoore, Luc Derudder, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Olivier De Marez, Jacques Goemaere, Marleen Lefebre, Stijn Manhaeghe, Annelies Braeckevelt, Koen Vandenbroucke, Koen Castelein, Greet Desmet, Marijke Verbeke, Nadine Dejonckheere, Dirk De Keyzer, Flore Vanluchene, Wim Behaeghe, Cyriel Seys, Carl Vereecke
        Voorstanders: Luc Derudder, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Olivier De Marez, Jacques Goemaere, Anne-Sophie Verschoore, Nadine Dejonckheere, Dirk De Keyzer, Flore Vanluchene, Cyriel Seys
        Onthouders: Marleen Lefebre, Stijn Manhaeghe, Annelies Braeckevelt, Koen Vandenbroucke, Koen Castelein, Greet Desmet, Marijke Verbeke, Wim Behaeghe
        Resultaat: Met 10 stemmen voor, 8 onthoudingen
        besluit

        Artikel 1 

        De meerjarenplanaanpassing 5 2020 - 2025: Raad 02_06_2022 van het deel OCMW, bestaande uit de strategische nota, het financieel doelstellingenplan (M1), de staat van het financieel evenwicht (M2), de staat van het financieel evenwicht: wijzigingsvariant (M2W) en het overzicht van de kredieten (M3) wordt vastgesteld.

        Artikel 2

        Het budgettair resultaat van het boekjaar van het OCMW in 2025 bedraagt: -1 320 204,00 euro.

        Het gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar van het OCMW in 2025 bedraagt: -4 518 229,00 euro en het gecumuleerd budgettair resultaat 2025 bedraagt: -5 838 433,00 euro.

        Het beschikbaar budgettair resultaat van het OCMW in 2025 bedraagt -5 838 433,00 euro

        Er zijn geen onbeschikbare gelden.

        De autofinancieringsmarge boekjaar van het OCMW in 2025 bedraagt: -1 257 454,00 euro en de gecorrigeerde autofinancieringsmarge bedraagt in 2025: -1 440 491,00 euro.

        Artikel 3

        Het budgettair resultaat van het boekjaar van het OCMW in 2022 bedraagt: -1 645 418,00 euro.

        Het gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar van het OCMW in 2022 bedraagt: -135 467,00 euro en het gecumuleerd budgettair resultaat 2022 bedraagt: -1 780 885,00 euro.

        Het beschikbaar budgettair resultaat van het OCMW in 2022 bedraagt -1 780 885,00 euro

        Er zijn geen onbeschikbare gelden.

        De autofinancieringsmarge boekjaar van het OCMW in 2022 bedraagt: -1 415 626,00 euro en de gecorrigeerde autofinancieringsmarge bedraagt in 2022: -1 653 885,00 euro.

        De kredieten van het OCMW voor het boekjaar 2022 (M3) worden vastgesteld.

        Soort krediet

        Totaal bedrag voor 2022

        Totaal exploitatie-uitgaven 

        7 110 348,00

        Totaal exploitatie-ontvangsten

        5 916 403,00

        Totaal investerings-uitgaven

        464 836,00

        Totaal investerings-ontvangsten

        235 044,00

        Totaal financierings-uitgaven

        221 681,00

        Totaal financierings-ontvangsten

        0,00

        Artikel 4

        Het geconsolideerd budgettair resultaat van het boekjaar in 2025 bedraagt: -378 518,00 euro.

        Het geconsolideerd gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar in 2025 bedraagt: 3 851 183,00 euro en het geconsolideerd gecumuleerd budgettair resultaat 2025 bedraagt: 3 472 665,00 euro.

        Er zijn geconsolideerd geen onbeschikbare gelden.

        Het geconsolideerd beschikbaar budgettair resultaat in 2025 bedraagt: 3 472 665,00 euro.

        De geconsolideerde autofinancieringsmarge boekjaar in 2025 bedraagt: 129 034,00 euro en de geconsolideerde gecorrigeerde autofinancieringsmarge in 2025 bedraagt: 5 607,00 euro.

    • sociale zaken

      • Sociale dienstverlening - aanvullende steun: vaststellen reglement aanvullende steun

        Aanwezig: Anne-Sophie Verschoore, raadslid-voorzitter
        Luc Derudder, burgemeester
        Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Olivier De Marez, schepenen
        Jacques Goemaere, voorzitter BCSD
        Marleen Lefebre, Stijn Manhaeghe, Annelies Braeckevelt, Koen Vandenbroucke, Koen Castelein, Greet Desmet, Marijke Verbeke, Nadine Dejonckheere, Dirk De Keyzer, Flore Vanluchene, Wim Behaeghe, Cyriel Seys, raadsleden
        Carl Vereecke, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Davy Verhulst, raadslid
        aanleiding

        De vraag van de sociale dienst om met ingang van 3 juni 2022 een aantal aanpassingen te doen in het reglement aanvullende steun en de referentienorm.

        juridische overwegingen

        Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 25 februari 2022 tot wijziging van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en het decreet van 3 mei 2019 houdende de havenkapiteindienst.

        Organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, het laatst gewijzigd bij de wet van 26 november 2021 tot wijziging van artikel 98 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.

        Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020 tot wijziging van diverse decreten en besluiten van de codificatie van de decreten betreffende het Vlaamse woonbeleid.

        Wet van 4 september 2002 betreffende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiële maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering, het laatst gewijzigd bij wet van 23 december 2005 betreffende wijziging van de wet van 4 september 2002 houdende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiële maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering;

        Omzendbrief van 13 april 2010 betreffende het 'preventief sociaal energiebeleid' in het kader van het Gas- en Elektriciteitsfonds [+ handleiding].

        Besluit van de Vlaamse Regering van 13 maart 2009 betreffende de openbare dienstverplichtingen in de vrijgemaakte elektriciteits- en aardgasmarkt, het laatst gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse regering van 12 november 2010 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 maart 2009 betreffende de sociale openbare dienstverplichtingen in de vrijgemaakte elektriciteit- en aardgasmarkt, wat betreft de invoering van een minimale levering van aardgas tijdens de winterperiode.

        Koninklijk besluit van 8 april 2003 houdende toekenning van een subsidie van 6.200.000 euro aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn teneinde de sociale en culturele participatie en ontplooiing van hun cliënten te bevorderen, het laatst gewijzigd door het Koninklijk besluit van 29 juni 2021 houdende toekenning van een financiële tegemoetkoming aan bepaalde openbare centra voor maatschappelijk welzijn als gevolg van de hervorming van de maatregelen ter bevordering van de participatie en sociale activering van de gebruikers van de dienstverlening voor het jaar 2021.

        Koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques, het laatst gewijzigd bij besluit van 16 mei 2019 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques en van het koninklijk besluit van 7 juni 2007 betreffende het opleidingsfonds dienstencheques.

        Omzendbrief van 20 december 2016 betreffende de toelage ter bevordering van de participatie en sociale activering van OCMW-gebruikers vanaf 2017.

        Besluit van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 houdende de subsidies en de eraan gekoppelde voorwaarden voor de realisatie van specifieke dienstverlenging door gezinsopvang en groepsopvang van baby’s en peuters, het laatst gewijzigd door het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2019 tot wijziging van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, wat betreft het toelaten van verschillende prijssystemen in een kinderopvanglocatie met het systeem inkomenstarief, en tot wijziging van artikel 8 van het Procedurebesluit van 9 mei 2014.

        Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 14 december 2000 betreffende kennisname van en besluit naar aanleiding van de nota van Sabine Wyseure, maatschappelijk werker betreffende ‘aanvullende steun’ houdende de vaststelling van een kaderbesluit voor de toekenning van verschillende vormen van aanvullende steun, het laatst gewijzigd door het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 7 mei 2020 betreffende het vaststellen van het reglement voor aanvullende steun en het aanpassen van de referentienorm met ingang van 8 mei 2020.

        Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 20 december 2010 betreffende sociale dienstverlening - minimale levering van aardgas tijdens de winterperiode via budgetmeter: principebesluit.

        Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 5 juli 2016 betreffende sociale dienstverlening - besteding van de subsidie toegekend aan het OCMW ter betreffende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiële maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering.

        Besluit van de gemeenteraad van 4 mei 2017 betreffende gecoördineerd retributiereglement: hervaststellen, het laatst gewijzigd bij besluit van de gemeenteraad van 7 februari 2019 betreffende gecoördineerd retributiereglement: hoofdstuk 4 begraafplaatsen: wijzigen  in het bijzonder artikel 14.1.1.2.

        Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 14 september 2009 betreffende sociale dienstverlening - besteding van de subsidie toegekend aan het OCMW ter bevordering van de maatschappelijke participatie en de culturele en sportieve ontplooiing van de gebruikers van de dienstverlening voor de periode vanaf 1 mei 2009 tot en met 31 december 2009: principebesluit, het laatst gewijzigd door het besluit van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn van 2 september 2021 betreffende sociale dienstverlening - besteding van de subsidie toegekend aan het OCMW ter bevordering van de maatschappelijke participatie en de culturele en sportieve ontplooiing van de gebruikers van de dienstverlening van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn voor het jaar 2021.

        Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 16 december 2014 betreffende sociale dienstverlening - dienstenonderneming Net-Werk: vaststellen van een bijdrage in dienstencheques met ingang van 1 januari 2015.

        Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 5 december 2019 betreffende sociale dienstverlening - reglement betreffende klusjesdienst: wijzigen.

        Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 7 februari 2019 betreffende sociale dienstverlening: transitwoningen: doorgangswoning: verblijfs-en begeleidingsovereenkomst: vaststellen.

        Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 7 februari 2019 betreffende sociale dienstverlening: transitwoningen: crisiswoning: voorwaarden vaststellen.

        Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 7 februari 2019 betreffende sociale dienstverlening: transitwoningen: crisiswoning: verblijfs- en begeleidingsovereenkomst: vaststellen.

        Besluit van het vast bureau van 9 maart 2022 betreffende lijst van tarieven vanaf 1 april 2022: vaststellen.

        feiten, context en argumentatie

        Binnen de gemeente zijn er inwoners, die het niet gemakkelijk hebben om een menswaardig bestaan te leiden, waarbij we in het bijzonder denken aan personen en gezinnen, die door omstandigheden in een schuldsituatie zijn terecht gekomen en/of die leven van een minimum inkomen;

        Sinds 2010 werd door het OCMW van Oostrozebeke, in het kader van de armoedebestrijding voor dergelijke maatschappelijk kwetsbare personen of gezinnen, voor de meest frequent voorkomende vormen van steun de toepassingsmodaliteiten vastgelegd in een kaderbesluit “aanvullende steun” (besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 14 december 2000 betreffende kennisname van en besluit naar aanleiding van de nota van Sabine Wyseure, maatschappelijk werker betreffende ‘aanvullende steun’ houdende de vaststelling van een kaderbesluit voor de toekenning van verschillende vormen van aanvullende steun).

        Het reglement aanvullende steun en de referentienorm worden gebruikt om te bepalen:

        • of iemand in aanmerking komt voor een financiële tussenkomst van het OCMW;
        • of iemand een recht opent op (externe) dienstverlening;
        • of iemand in aanmerking komt voor de sociale tarieven van de eigen (of andere) dienstverlening of de buitenschoolse kinderopvang.

        Het reglement aanvullende steun bevat de algemene en specifieke voorwaarden, waaraan begunstigden moeten voldoen om recht te hebben op bepaalde vormen van ondersteuning.

        Het voorbije jaar zijn er een aantal bijkomende vormen van ondersteuning bijgekomen.

        Het is aangewezen het reglement aanvullende steun in dit kader te herzien en waar nodig, de aanpassingen door te voeren om een vastgesteld kader te hebben dat over alle diensten heen zo gelijklopend mogelijk is.

        Het toekennen van aanvullende steun is geen wettelijke verplichting.

        Een gedeelte van de middelen om dit te financieren komt vanuit subsidies (energietoelage, sociale en culturele participatie, minimale levering aardgas via de budgetmeter), een gedeelte wordt gefinancierd door het OCMW.

        Volgende zaken in het reglement aanvullende steun werden verduidelijkt of gewijzigd:

        • Zorgverzekering noemt nu zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden;
        • Recht op vakantieparticipatie wordt iedereen verdient vakantie (naamswijziging van de dienst);
        • Bijkomende vormen van aanvullende steun werden toegevoegd: verjaardagspakketten, pamperbank Oostrozebeke, digitalisering: internet voor iedereen;
        • Betaalbare dienstverlening vanuit het OCMW wordt betaalbare dienstverlening;
        • Sociaal tarief thuisbezorgde maaltijden wordt tussenkomst bij maaltijden aan huis geleverd door een traiteur wegens stopzetting van de dienst thuisbezorgde maaltijden door het OCMW.
        • Tussenkomst bij dienstenonderneming Net Werk wordt tussenkomst bij dienstenonderneming.

        Toelichting door de heer Goemaere, schepen.

        financiële impact

        De uitgaven zijn voorzien in het meerjarenplan 2020-2025:

        • actie 1332, budgetrekening ACT-1332/0900-02/6481050;
        • actie 1332, budgetrekening ACT-1332/0900-02/6482010;
        • actie 1332, budgetrekening ACT-1332/0900-02/6482011;
        • actie 1332, budgetrekening ACT-1332/0900-02/6482051;
        • actie 1332, budgetrekening ACT-1332/0930-02/6482053;
        • actie 1342, budgetrekening ACT-1342/0900-02/6481080;
        • actie 1342, budgetrekening ACT-1342/0900-02/6481082
        • actie 1343, budgetrekening ACT-1343/0900-02/6481020.

        De inkomsten zijn voorzien in het meerjarenplan 2020-2025;

        • actie 334, budgetrekening ACT-334/0930-00/7450000.
        • actie 1332, budgetrekening ACT-1332/0900-02/6481050;
        • actie 1332, budgetrekening ACT-1332/0900-02/7408305;
        • actie 1342, budgetrekening ACT-1342/0900-02/7408004;
        • actie 1343, budgetrekening ACT-1343/0900-02/7481020;
        • actie 1352, budgetrekening ACT-1352/0946-00/7005001;
        • actie 1352, budgetrekening ACT-1352/0947-00/7020010;
        • actie 1352, budgetrekening ACT-1342/0948-02/7020040.
        Publieke stemming
        Aanwezig: Anne-Sophie Verschoore, Luc Derudder, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Olivier De Marez, Jacques Goemaere, Marleen Lefebre, Stijn Manhaeghe, Annelies Braeckevelt, Koen Vandenbroucke, Koen Castelein, Greet Desmet, Marijke Verbeke, Nadine Dejonckheere, Dirk De Keyzer, Flore Vanluchene, Wim Behaeghe, Cyriel Seys, Carl Vereecke
        Voorstanders: Luc Derudder, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Olivier De Marez, Jacques Goemaere, Anne-Sophie Verschoore, Marleen Lefebre, Stijn Manhaeghe, Annelies Braeckevelt, Koen Vandenbroucke, Koen Castelein, Greet Desmet, Marijke Verbeke, Nadine Dejonckheere, Dirk De Keyzer, Flore Vanluchene, Wim Behaeghe, Cyriel Seys
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        besluit

        Enig artikel

        Het reglement voor aanvullende steun met ingang van 3 juni 2022 wordt als volgt vastgesteld:

        Artikel 1

        Het reglement ‘aanvullende steun’ bevat de algemene en specifieke voorwaarden, waaraan begunstigden moeten voldoen om recht te hebben op bepaalde vormen van ondersteuning.

        Aanvullende steun wordt toegekend op maat van de cliënt en zorgt ervoor dat een aantal basisbehoeften kunnen ingevuld worden:

          • voedsel (voedselbedeling, voedselinzameling federatie Oostrozebeke-Wielsbeke, eerste leeftijdsmelk);
          • betaalbaar wonen (huurtoelage);
          • energie (energietoelage, minimale levering via de aardgasbudgetmeter);
          • medische zorg (jaarlijkse bijdrage ziekenfonds/zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden (zorgverzekering)/hospitalisatieverzekering, tussenkomst in farmaceutische kosten);
          • sociale en culturele participatie (vrijetijdstoelage – toelage voor kinderen,  iedereen verdient vakantie - 1 euro actie – tussenkomst speelplein, SWAP, Tsjaka);
          • mobiliteit (fietsen via Veloods);
          • betaalbare kinderopvang (recht op sociaal tarief buitenschoolse kinderopvang ‘de Wiemkes” te Oostrozebeke, recht op individueel verminderd tarief kinderopvang ‘Kind en Gezin’);
          • verjaardagspakketten
          • Pamperbank Oostrozebeke;
          • betaalbare dienstverlening: tussenkomst bij maaltijden aan huis geleverd door een traiteur, dienstenonderneming, klusjesdienst, crisiswoning, doorgangswoning;
          • Digitalisering: internet voor iedereen.

        Artikel 2

        Om te beoordelen of iemand recht heeft op aanvullende steun wordt gebruik gemaakt van de ‘referentienorm’, die ingevuld integraal deel uitmaakt van het sociaal verslag.

        De referentienorm is een Excel-document, waarin het maandelijkse inkomen en de maandelijkse uitgaven van de aanvrager tegenover elkaar gezet worden.

        Bij de berekening van het inkomen en de uitgaven in het Excel-document worden de volgende begrippen gehanteerd:

        1. inkomen:

          • loon, uitkeringen, tegemoetkomingen, premies, kinderbijslag, ontvangen alimentatiegelden,…;
          • het gemiddelde van het inkomen van de voorbije 3 maanden;
          • jaarlijkse toelagen, premies en tegemoetkomingen worden niet in rekening gebracht (vb. studietoelage, vakantiegeld, eindejaarstoelage,…);
          • spaargelden en onroerende goederen mogen niet hoger zijn dan hetgeen is bepaald voor het bekomen van een leefloon.

        2. uitgaven: de vaste kosten, die noodzakelijk zijn om een menswaardig leven te kunnen leiden, worden in rekening gebracht:

          • bepaalde vaste kosten zijn de volledige effectieve uitgaven en worden volledig in rekening gebracht (vb. huur, energie);
          • voor andere kosten geeft de referentienorm het maximale bedrag aan dat kan ingecalculeerd worden (vb. telefonie);
          • er moet steeds een effectieve uitgave zijn; uitzondering hierop is de jaarlijkse reserve voor onvoorziene kosten; Dit forfaitair bedrag wordt steeds ingecalculeerd;
          • de kosten inzake mobiliteit worden in rekening gebracht in zoverre deze noodzakelijk zijn voor werk, school, sollicitaties, …;
          • andere kosten zijn mogelijk, maar dienen gemotiveerd te worden.

        Ook voor personen in collectieve schuldenregeling wordt een volledig beeld van de totale financiële situatie opgemaakt. Wanneer het niet mogelijk is om voldoende info van de schuldbemiddelaar te bekomen en de cliënt dreigt hiervan het slachtoffer te worden, kan uitgegaan worden van het effectief ontvangen bedrag aan leefgeld en de extra’s van de schuldbemiddelaar. Er kan aan uitgavenzijde dan ook slechts rekening worden gehouden met de kosten, die de cliënt zelf moet betalen met dit leefgeld (en dus niet met de kosten of de extra’s, die de schuldbemiddelaar betaalt).

        Artikel 3

        Om recht te hebben op één of meerdere vormen van aanvullende steun:

          • moet de aanvrager ingeschreven zijn in het bevolkings- of vreemdelingenregister van Oostrozebeke;
          • moet er voor kinderen van de aanvrager, die niet ingeschreven zijn in het bevolking- of vreemdelingenregister van de gemeente een bezoekregeling of co-ouderschap zijn;
          • geeft de aanvrager elke voor het sociaal onderzoek nuttige inlichting en machtiging;
          • resulteert de ingevulde ‘referentienorm’ in een negatief saldo;
          • voldoet de aanvrager desgevallend aan de specifieke voorwaarden gekoppeld aan de steunvorm;
          • werkt de begunstigde actief mee aan een verbetering van zijn situatie.

        Artikel 4

        Aanvullende steun moet aangevraagd worden bij de sociale dienst van het OCMW, Ernest Brengierstraat 6 te 8780 Oostrozebeke, telefonisch op het nummer 056/67 11 50 of per e-mail gericht aan sociaalhuis@oostrozebeke.be.

        De betreffende maatschappelijk werker doet de aanvraag voor cliënten met een actief dossier bij het OCMW Oostrozebeke.

        Artikel 5

        De sociale dienst voert een sociaal onderzoek uit en maakt een sociaal verslag op.

        Het bijzonder comité voor de sociale dienst neemt een individueel besluit tot toekenning, weigering, herziening of stopzetting van het recht op één of meerdere vormen van aanvullende steun.

        De voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst kan in dringende gevallen tot dringende hulpverlening beslissen. 

        Artikel 6

        Het recht op aanvullende steun gaat in vanaf 1 januari of vanaf de datum vermeld in het besluit van het bijzonder comité voor de sociale dienst tot en met 30 juni of tot en met 31 december van het lopend kalenderjaar.

        Voor personen, die bij het OCMW in schuldbemiddeling zijn, wordt de aanvullende steun toegekend tot en met 31 december van het lopende kalenderjaar. 

        Artikel 7

        Tenzij anders bepaald, wordt de toegekende aanvullende steun uitbetaald op het bankrekeningnummer van de aanvrager.

        Er worden enkel facturen in aanmerking genomen, gedateerd vanaf de ingangsdatum van de aanvullende steun (met uitzondering van achterstallige energie- en waterfacturen).

        Facturen moeten binnen de maand binnengebracht worden bij de sociale dienst.

        Artikel 8

        Om de volgende vormen van aanvullende steun, onder de vermelde bijkomende voorwaarden toe te kennen:

        8.1. Huurtoelage

        Om recht te hebben op een huurtoelage moet de aanvrager bijkomend aan de volgende voorwaarden voldoen:

          • ingeschreven zijn bij minstens één sociale huisvestingsmaatschappij en één sociaal verhuurkantoor en deze inschrijving jaarlijks actualiseren;
          • volmacht geven zodat de sociale dienst het verloop van voormelde inschrijvingen kan opvolgen;
          • bereid zijn in te gaan op elk woningaanbod van de sociale huisvestingsmaatschappij;
          • een maandelijkse huur betalen, die gelijk is aan of hoger dan 1/3 van het maandelijks inkomen en niet hoger is dan de maximumhuurprijs conform de ‘Vlaamse huursubsidie’.
          • maandelijks voor de 15de van de maand, een bewijs van inkomsten van de voorafgaande maand en een bewijs van betaling van de huur van de lopende maand (niet van toepassing bij een lopende dossier schuldbemiddeling bij het OCMW van Oostrozebeke) bezorgen aan het OCMW.

        De huurtoelage is het bedrag van de maandelijkse huur (lopende maand) dat hoger ligt dan 1/3 van het maandinkomen (voorafgaand) en bedraagt maximum 100,00 euro per maand.

        De huurtoelage kan niet gecumuleerd worden met de Vlaamse huursubsidie of Vlaamse huurpremie. Wanneer de Vlaamse huursubsidie of huursubsidie toegekend wordt met terugwerkende kracht, moet de huurtoelage voor deze periode terugbetaald worden aan het OCMW. Het OCMW kan niet meer terugvorderen dan hetgeen het voor die periode heeft uitbetaald.

        Het bijzonder comité voor de sociale dienst kan bijkomend beslissen om de toekenning te koppelen aan budgetbeheer en/of begeleiding door de Woondienst Regio Izegem.

        8.2. Energietoelage

        De energietoelage is:

          • een jaarlijkse maximale tussenkomst van 300,00 euro in de afrekeningsfactuur van elektriciteit, gas of water of een openstaande energieschuld;
          • of, als er een recht is op de minimale levering via aardgasbudgetmeter, de tenlastename van de tussenkomst van betrokkene (30%) gedurende de volledige periode;
          • of een jaarlijkse maximale tussenkomst van 30% met een maximum van 300,00 euro per huishouden bij:
            • de aankoop van stookolie, hout, pellets of kolen (evt. na aftrek van een verwarmingstoelage);
            • opladingen van de aardgasbudgetmeter tussen 15 april en 15 september (dit om zomeropladingen te stimuleren).

        Betrokkene dient zijn betalingsbewijzen bij te houden en over te maken aan het OCMW vóór 30 september.

        De tussenkomst wordt dan begin oktober in één keer aan de begunstigde overgemaakt via een bijkomende oplading van de budgetmeter.

        Wanneer vastgesteld wordt dat de tussentijdse facturen bewust laag gehouden werden om in aanmerking te komen voor een energietoelage, wordt niet tussengekomen. 

        8.3. Tenlasteneming van de jaarlijkse bijdrage ziekenfonds/zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden (zorgverzekering)/hospitalisatieverzekering van het lopende jaar.

        Er is een integrale ten laste name van de jaarlijkse ziekenfondsbijdrage(n) en zorgbudget(ten) voor zwaar zorgbehoevenden.

        Voor de hospitalisatieverzekering(en) is dit met een maximum van 100,00 euro per persoon per jaar.

        8.4. Tussenkomst in farmaceutische kosten

        Voor medicatie op doktersvoorschrift komt het OCMW voor 50% tussen in de oplegkosten.

        De tussenkomst is op jaarbasis en per persoon beperkt tot het plafondbedrag van de maximumfactuur.

        Bij vaststelling van misbruik (o.a. opzettelijk laten bijschrijven door de huisarts van medicatie, die ook zonder doktersvoorschrift kan bekomen worden), kan deze vorm van aanvullende steun ingetrokken worden.

        Voor personen in schuldbemiddeling mag de apotheker maandelijks de volledige factuur overmaken aan de maatschappelijk werker/dossierbeheerder.

        Anderen moeten zelf 50% betalen.

        De apotheker bezorgt het OCMW een factuur voor de onbetaalde 50%.

        8.5. Vrijetijdstoelage – toelage voor kinderen

        De vrijetijdstoelage is een toelage ten bedrage van maximum 100,00 euro per persoon per jaar voor:

          • de volledige of gedeeltelijke financiering van de deelname door de gebruikers aan sociale, sportieve of culturele manifestaties;
          • de volledige of gedeeltelijke financiering van de deelname door de gebruikers aan sociale, culturele of sportieve verenigingen met inbegrip van lidgeld en de voor de deelname noodzakelijke benodigdheden en uitrustingen;
          • de ondersteuning en de financiering van initiatieven, die de toegang en participatie van de doelgroep tot de nieuwe informatie- en communicatietechnologieën bevorderen.

        De toelage voor kinderen (tot 18 jaar) van gebruikers is een toelage van maximum 100,00 euro per persoon per jaar.

        Deze toelage is bedoeld voor de deelname aan sociale programma's:

          • maatschappelijke dienstverlening in het kader van onderwijsondersteuning;
          • maatschappelijke dienstverlening in het kader van psychologische ondersteuning voor het kind of voor de ouders in het kader van de raadpleging van een specialist;
          • maatschappelijke dienstverlening in het kader van paramedische ondersteuning;
          • steun bij aankoop van pedagogisch materiaal en spellen.

        Bijkomend wordt voor een volwassene tussengekomen in het lidgeld van de bibliotheek van Oostrozebeke of per kind in het huurgeld van 4 spelen per jaar in de spelotheek.

        8.6. één euro-actie

        Naast de vrijetijdstoelage en de toelage voor kinderen kan een gerechtigde op aanvullende steun en zijn/haar gezin voor de prijs van 1,00 euro per persoon per evenement naar evenementen gaan, die georganiseerd worden in de gemeente Oostrozebeke.

        Een begeleider naar keuze mag mee voor diezelfde prijs.

        Het OCMW bezorgt hiervoor een geselecteerd aanbod aan de gerechtigden.

        In dat geval zal het OCMW ook voor de kaarten zorgen.

        De gerechtigde mag ook zelf een voorstel doen.

        8.7. Tussenkomst in speelpleinwerking, Tsjaka en SWAP

        Naast de vrijetijdstoelage en de toelage voor kinderen heeft een gerechtigde op aanvullende steun en zijn/haar gezin recht op een tussenkomst van 50% wanneer zijn/haar kind naar de speelpleinwerking gaat of deelneemt aan een Tsjaka kamp of een SWAP activiteit.

        8.8. Voedselbedeling

        Een gerechtigde op aanvullende steun en zijn/haar gezin mag maandelijks een voedselpakket afhalen bij het OCMW van Oostrozebeke op de vastgestelde datum.

        Personen van wie het leefgeld lager is dan bepaald in de referentienorm mogen maandelijks, in overleg met hun maatschappelijk werker, een bijkomend voedselpakket afhalen.

        Indien betrokkene zonder verwittiging één keer nalaat om zijn/haar voedselpakket op te halen, wordt deze steunverlening met onmiddellijke ingang stopgezet voor de rest van de termijn.

        Betrokkene wordt hiervan schriftelijk op de hoogte gebracht.

        Betrokkene kan een tweede aanvraag doen maar indien hij/zij opnieuw nalaat om zijn/haar voedselpakket op te halen, wordt geen nieuwe aanvraag meer behandeld gedurende het lopende kalenderjaar.

        8.9. Eerste leeftijdsmelk

        Dit is een tussenkomst in de aankoop van één doos eerste leeftijdsmelk per week gedurende de eerste 6 maanden na de geboorte.

        De aanvraag kan ook ingediend worden door Kind en Gezin.

        Een toekenning is dan geldig voor 3 maanden en tot het kind van de aanvrager de leeftijd van zes maanden heeft.

        8.10. Fietsen via Veloods

        Dit is een eenmalige tussenkomst per gezinslid voor de aankoop van een fiets bij Veloods met een maximumprijs van 150,00 euro.

        De tussenkomst van de cliënt bedraagt 10,00 euro voor een volwassene en 5,00 euro voor een kind.

        8.11. Recht op sociaal tarief buitenschoolse kinderopvang ‘de Wiemkes’ te Oostrozebeke

        Gerechtigden op aanvullende steun, waarvan de kinderen gebruik maken van de buitenschoolse kinderopvang ‘de Wiemkes’, komen in aanmerking voor een sociaal tarief.

        Een uittreksel van het besluit wordt overgemaakt aan de buitenschoolse kinderopvang.

        De toekenning is één jaar geldig.

        8.12. Recht op individueel verminderd tarief kinderopvang ‘Kind en Gezin’

        Gerechtigden op aanvullende steun, waarvan de kinderen gebruik maken van kinderopvang, komen in aanmerking voor het individueel verminderd tarief kinderopvang ‘Kind en Gezin’.

        Een gerechtigde op aanvullende steun kan recht hebben op:

          • 50% van het berekende inkomenstarief;
          • het standaard minimumtarief;
          • het laagst mogelijk tarief.

        Een uittreksel van dit besluit wordt overgemaakt aan Kind en Gezin.

        De toekenning is één jaar geldig.

        8.13. Minimale levering via de aardgasbudgetmeter

        Gerechtigden op aanvullende steun met een aardgasbudgetmeter kunnen beroep doen op de minimale levering via de aardgasbudgetmeter gedurende de winterperiode vastgesteld door de minister van energie.

        8.14. Iedereen verdient vakantie

        Gerechtigden op aanvullende steun en zijn/haar gezin kunnen gebruik maken van het aanbod van iedereen verdient vakantie.

        8.15 Verjaardagpakketten

        Kinderen van 1 tot 12 jaar van gerechtigden op aanvullende steun hebben recht op een verjaardagspakket.

        8.16. Betaalbare dienstverlening

        Gebruikers en zijn/haar gezin, die beroep doen op volgende dienstverlening van het OCMW en die gerechtigd zijn op aanvullende steun, hebben recht op het sociaal tarief bij:

          • de klusjesdienst;
          • de crisiswoning;
          • de doorgangswoning.

        Gerechtigden op aanvullende steun die, omwille van tijdelijke of permanente zorgbehoevendheid, beroep doen  op een traiteur die maaltijden aan huis levert of  beroep doen op een dienstenonderneming, komen in aanmerking voor een tussenkomst.

        De zorgbehoevendheid of noodzaak wordt bepaald door de huisarts/specialist.

        8.17 Pamperbank Oostrozebeke

        Gerechtigden op aanvullende steun mogen gebruik maken van de Pamperbank van Oostrozebeke.

        Een pakket bestaat uit 25 luiers.

        Hij/zij betaalt de bijdrage, die vastgelegd werd door ‘Samen Sterker’, de coöperatieve onderneming waarmee samen gewerkt wordt voor de organisatie van de pamperbank.

        8.18 Digitalisering: internet voor iedereen

        Gerechtigden op aanvullende steun zonder internetverbinding kunnen aansluiten bij Proximus voor All of Telenet

        Artikel 9

        De aangepaste referentienorm (zie bijlage) blijft geldig.

        Artikel 10

        Dit besluit gaat in vanaf 1 juli 2022 voor de nieuwe aanvragen en de (half)jaarlijkse herzieningen.

        Artikel 11

        Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 20 november 2019 betreffende sociale dienstverlening - aanvullende steun: vaststellen reglement aanvullende steun en aanpassen referentienorm met ingang van 1 januari 2020 wordt het luik sociale dienstverlening - aanvullende steun: vaststellen reglement aanvullende steun opgegeven.

    • personeelszaken

      • Reglement voor de inzet van uitzendarbeid bij het OCMW: goedkeuren

        Aanwezig: Anne-Sophie Verschoore, raadslid-voorzitter
        Luc Derudder, burgemeester
        Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Olivier De Marez, schepenen
        Jacques Goemaere, voorzitter BCSD
        Marleen Lefebre, Stijn Manhaeghe, Annelies Braeckevelt, Koen Vandenbroucke, Koen Castelein, Greet Desmet, Marijke Verbeke, Nadine Dejonckheere, Dirk De Keyzer, Flore Vanluchene, Wim Behaeghe, Cyriel Seys, raadsleden
        Carl Vereecke, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Davy Verhulst, raadslid
        aanleiding

        De noodzaak om een beroep te kunnen doen op uitzendkrachten voor de invulling van bepaalde tijdelijke functies.

        juridische overwegingen

        Wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers, het laatst gewijzigd bij wet van 12 juni 2020 houdende diverse bepalingen inzake de detachering van werknemers.

        Koninklijk besluit van 7 december 2018 inzake de definiëring van uitzonderlijk werk in uitvoering van artikel 1, §4 van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers.

        Decreet van 10 december 2010 betreffende de private arbeidsbemiddeling, het laatst gewijzigd bij decreet van 29 maart 2019 betreffende de opleidingscheques voor werknemers, de invoering van een registratieverplichting voor sportmakelaars en tot wijziging van diverse andere bepalingen inzake het beleidsdomein Werk en Sociale Economie.

        Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 25 februari 2022 tot wijziging van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en het decreet van 3 mei 2019 houdende de havenkapiteindienst.

        Decreet van 27 april 2018 betreffende de uitzendarbeid in de Vlaamse overheidsdiensten en de lokale besturen.

        Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 15 november 2010 betreffende personeel OCMW: toetreding tot Jobpunt Vlaanderen.

        feiten, context en argumentatie

        Het decreet van 27 april 2018 laat bepaalde vormen van uitzendarbeid toe. Uitzendarbeid is maar mogelijk bij een lokaal bestuur nadat de raad heeft beslist in welke gevallen hij een beroep wil doen op uitzendarbeid binnen de krijtlijnen van het decreet.

        De raad kan ervoor kiezen om één, meer of alle vormen van uitzendarbeid toe te laten bij het bestuur.

        Er zijn 8 mogelijkheden:

        • de tijdelijke vervanging van een contractueel personeelslid van wie de arbeidsovereenkomst is geschorst;
        • de tijdelijke vervanging van een contractueel personeelslid van wie de arbeidsovereenkomst is beëindigd;
        • de tijdelijke vervanging van een contractueel personeelslid met deeltijdse loopbaanonderbreking of met vermindering van de arbeidsprestaties in het kader van het zorgkrediet;
        • de tijdelijke vervanging van een ambtenaar die zijn ambt niet of deeltijds uitoefent;
        • een tijdelijke vermeerdering van werk;
        • de uitvoering van uitzonderlijk werk;
        • uitzendarbeid in het kader van tewerkstellingstrajecten;
        • uitzendarbeid voor artistieke prestaties of artistieke werken.

        Daarnaast kan de raad nadere regels vaststellen, waaronder praktische regels worden verstaan alsook eventuele bijkomende beperkingen die het bestuur zichzelf oplegt.

        De raad kan bepalen om enkel binnen bepaalde diensten een beroep te doen op uitzendarbeid.

        De maximale duur van een bepaalde vorm van uitzendarbeid moet worden vastgelegd.

        Die duur mag nooit langer zijn dan 12 maanden, verlengingen inclusief.

        Een uitzendkracht kan verschillende uitzendopdrachten na elkaar vervullen als de reden voor de uitzendarbeid telkens verschillend is en met dien verstande dat voor elke reden de maximale duurtijd 12 maanden bedraagt.

        Bij een nieuwe vorm of nieuwe vervanging begint de duurtijd opnieuw te lopen.

        De raad moet ook regelen hoe en wanneer het bestuur:

        • de vakorganisaties op de hoogte zal brengen als een uitzendkracht aan het werk gaat bij het bestuur;
        • de jaarlijkse globale informatie over de uitzendkrachten aan het plaatselijk hoog overlegcomité zal bezorgen.

        Het is niet mogelijk uitzendkrachten in te zetten:

        • in geval van staking of lock-out;
        • met opeenvolgende dagcontracten;
        • voor een tijdelijke vervanging van een ambtenaar die zijn ambt definitief heeft stopgezet;
        • in het kader van het motief instroom.

        Het erkend uitzendkantoor waarop een beroep wordt gedaan, moet normalerwijze door het vast bureau aangesteld worden conform de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten.

        Omdat het OCMW toetrad tot Poolstok cvba (voorheen Jobpunt Vlaanderen) moet het zelf geen procedure voeren doch kan het als vennoot gebruik maken van de uitzendbureaus, waarmee Poolstok een raamovereenkomst afsloot.

        Het vast bureau is bevoegd om uitzendkrachten in dienst te nemen binnen de mogelijkheden en regels, die de raad heeft vastgesteld.

        Deze bevoegdheid zal toevertrouwd worden aan de algemeen directeur.

        Er is een gunstig advies van het managementteam van 19 april 2022.

        Er is een protocol van akkoord van 9 mei 2022 van het bijzonder onderhandelingscomité van de plaatselijke overheidsdiensten.

        De termijn van de onderhandelingen werd in onderling akkoord beperkt zodat de besluiten tijdig kunnen genomen worden.

        Ons bestuur vindt het aangewezen om binnen de diensten van het OCMW, onder strikte voorwaarden, een beroep te kunnen doen op uitzendarbeid.

        Aangezien de normale aanwervingsprocedure de regel moet blijven, is het niet aangewezen om uitzendarbeid voor elk motief mogelijk te maken binnen ons bestuur.

        De volgende vormen van uitzendarbeid zijn relevant om op te nemen:

        • de tijdelijke vervanging van een contractueel personeelslid van wie de arbeidsovereenkomst is geschorst;
        • de tijdelijke vervanging van een contractueel personeelslid van wie de arbeidsovereenkomst is beëindigd;
        • de tijdelijke vervanging van een contractueel personeelslid met deeltijdse loopbaanonderbreking of met vermindering van de arbeidsprestaties in het kader van het zorgkrediet;
        • de tijdelijke vervanging van een ambtenaar die zijn ambt niet of deeltijds uitoefent;
        • een tijdelijke vermeerdering van werk;
        • de uitvoering van uitzonderlijk werk.

         Er kan pas een beroep gedaan worden op uitzendarbeid na het nagaan of volgende pistes mogelijk zijn:

        • Er is een actieve wervingsreserve voor de betrokken functie die een beschikbare kandidaat oplevert.
        • Het bestuur kan een aanwervingsprocedure opstarten aangezien er geen dringend karakter is.
        • Het bestuur kan een beschikbare kandidaat zoeken door een bevraging aan de personeelsleden met een deeltijds contract of deeltijdse opdracht (tijdelijke uitbreiding contract of opdracht).
        • Het bestuur kan voor tijdelijke vervangingen ook via de verkorte procedure overeenkomstig de eigen rechtspositieregeling een geschikte kandidaat zoeken.

        Vanwege de kostprijs zal de maximale toegelaten termijn, inclusief verlengingen, worden vastgesteld op zes maand(en). 

        Toelichting door de heer Luc Derudder, voorzitter vast bureau.

        financiële impact

        Voor de tewerkstelling van uitzendkrachten moet rekening worden gehouden met de coëfficiënt die het uitzendbureau aanrekent.

        De coëfficiënt is gelijk aan een percentage van het brutoloon van de functie die met uitzendarbeid ingevuld wordt.

        De uitzendbureau(s) waar Poolstok cvba mee werkt, rekenen een coëfficient aan die verschillend is volgens het niveau en het soort functie. 

        Publieke stemming
        Aanwezig: Anne-Sophie Verschoore, Luc Derudder, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Olivier De Marez, Jacques Goemaere, Marleen Lefebre, Stijn Manhaeghe, Annelies Braeckevelt, Koen Vandenbroucke, Koen Castelein, Greet Desmet, Marijke Verbeke, Nadine Dejonckheere, Dirk De Keyzer, Flore Vanluchene, Wim Behaeghe, Cyriel Seys, Carl Vereecke
        Voorstanders: Luc Derudder, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Olivier De Marez, Jacques Goemaere, Anne-Sophie Verschoore, Marleen Lefebre, Stijn Manhaeghe, Annelies Braeckevelt, Koen Vandenbroucke, Koen Castelein, Greet Desmet, Marijke Verbeke, Nadine Dejonckheere, Dirk De Keyzer, Flore Vanluchene, Wim Behaeghe, Cyriel Seys
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        besluit

        Artikel 1

        Er kan binnen de afdelingen/diensten van het OCMW een beroep worden gedaan op uitzendarbeid overeenkomstig de voorwaarden en modaliteiten opgenomen in dit besluit.

        Artikel 2

        Er kan in de volgende gevallen een beroep worden gedaan op uitzendarbeid overeenkomstig de voorwaarden en modaliteiten opgenomen in dit besluit:

        • de tijdelijke vervanging van een contractueel personeelslid van wie de arbeidsovereenkomst is geschorst;
        • de tijdelijke vervanging van een contractueel personeelslid van wie de arbeidsovereenkomst is beëindigd;
        • de tijdelijke vervanging van een contractueel personeelslid met deeltijdse loopbaanonderbreking of met vermindering van de arbeidsprestaties in het kader van het zorgkrediet;
        • de tijdelijke vervanging van een ambtenaar die zijn ambt niet of  deeltijds uitoefent;
        • een tijdelijke vermeerdering van werk;
        • de uitvoering van uitzonderlijk werk;
          • de werkzaamheden met het oog op de kortstondige uitvoering van gespecialiseerde opdrachten die een bijzondere beroepsbekwaamheid vereisen;
          • de arbeid om het hoofd te bieden aan een voorgekomen of dreigend ongeval en de dringende arbeid aan machines of materieel;
          • de werken die betrekking hebben op het opstellen van een inventaris of een balans.

        Artikel 3

        Er wordt voor een termijn van maximaal zes maand(en) gebruik gemaakt van de uitzendarbeid.  

        Per vorm van uitzendarbeid kan er nooit langer dan zes maanden gebruik worden gemaakt van uitzendarbeid, en dit met inbegrip van eventuele verlengingen.

        Artikel 4

        Het is niet mogelijk uitzendkrachten in te zetten:

        • in geval van staking of lock-out;
        • met opeenvolgende dagcontracten;
        • voor een tijdelijke vervanging van een ambtenaar die zijn ambt definitief heeft stopgezet;
        • in het kader van het motief instroom.

        Artikel 5

        Het OCMW brengt de vakorganisaties ervan op de hoogte dat een uitzendkracht aan de slag gaat bij het bestuur:

        • Uiterlijk de dag voor de uitzendkracht begint te werken, en  ook één dag vóór elke verlenging. In geval van overmacht mag de aanstelling uitzonderlijk gebeuren na de vastgelegde termijn, maar wel nog steeds vóór de uitzendkracht het werk binnen het bestuur aanvat.
        • Via e-mail, met vermelding van de vorm van uitzendarbeid, de functie, de verwachte duur van tewerkstelling en het uitzendkantoor dat zal optreden als werkgever.

        Artikel 6

        In het eerste hoog overlegcomité van het kalenderjaar bezorgt het OCMW de globale informatie over de inzet van uitzendkrachten in het voorafgaande kalenderjaar.

        Die informatie bevat minstens:

        • per vorm van uitzendarbeid:
          • het aantal uitzendkrachten;
          • de functies;
          • de loonbarema’s;
          • de uurprestaties;
          • de eventuele verlengingen;
        • de totale kostprijs van de uitzendkrachten;
        • de gegevens over alle eventuele arbeidsongevallen, waarbij uitzendkrachten betrokken waren.

        Artikel 7

        De uitzendkrachten moeten voldoen aan de toelatings- en aanwervingsvoorwaarden zoals deze gelden voor de eigen personeelsleden.

        De uitzendkrachten, die aan de slag gaan bij een lokaal bestuur, zijn onderworpen aan de Bestuurstaalwet (SWT) wat betreft hun taalgebruik (de door de SWT voorgeschreven bestuurstaal) en moeten daarom het Nederlands gebruiken in hun opdrachten, die ze voor de het OCMW uitvoeren.

        De deontologische code voor de eigen personeelsleden is eveneens van toepassing op de uitzendkrachten.

        Artikel 8

        De aanstelling van het uitzendbureau/de uitzendbureaus met wie de uitzendarbeid in uitvoering van onderhavig besluit wordt gesloten, wordt toevertrouwd aan Poolstok.

    • vragen

      • Vragen

        Aanwezig: Anne-Sophie Verschoore, raadslid-voorzitter
        Luc Derudder, burgemeester
        Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Olivier De Marez, schepenen
        Jacques Goemaere, voorzitter BCSD
        Marleen Lefebre, Stijn Manhaeghe, Annelies Braeckevelt, Koen Vandenbroucke, Koen Castelein, Greet Desmet, Marijke Verbeke, Nadine Dejonckheere, Dirk De Keyzer, Flore Vanluchene, Wim Behaeghe, Cyriel Seys, raadsleden
        Carl Vereecke, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Davy Verhulst, raadslid
        aanleiding

        De e-mail van raadslid Marleen Lefebre van 1 juni 2022 namens de fractie INSPRAAK.nu.

        juridische overwegingen

        Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 25 februari 2022 tot wijziging van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en het decreet van 3 mei 2019 houdende de havenkapiteindienst.

        Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 7 maart 2019 betreffende huishoudelijk reglement van de OCMW-raad, het laatst gewijzigd bij besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 27 januari 2022, inzonderheid artikel 12.

        feiten, context en argumentatie

        De vragen van de raadslid Annelies Braeckevelt.

        De antwoorden van Jacques Goemaere, schepen.

        financiële impact

        niet van toepassing

        besluit

        Er wordt geen besluit genomen.

De voorzitter sluit de zitting op 02/06/2022 om 21:55.

Namens raad voor maatschappelijk welzijn,

Carl Vereecke
algemeen directeur

Anne-Sophie Verschoore
raadslid-voorzitter