De voorzitter opent de zitting op 07/07/2022 om 20:04.
De voorzitter vraagt de vergadering om een minuut stilte ter nagedachtenis van het heengaan van Aloïs, kleinkind van de burgemeester.
Ingevolge het fietsongeval van de heer Goemaere, schepen, zal de schepen tijdelijk zijn ambt als raadslid niet kunnen opnemen en zal tijdelijk in zijn vervanging worden voorzien.
Dit blijkt overduidelijk uit het hiervoor bestemd medisch getuigschrift.
Decreet van 8 juli 2011 houdende de organisatie van de lokale en provinciale verkiezingen en houdende wijziging van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, het Provinciedecreet van 9 december 2005 en het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn [citeeropschrift: "het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011"], het laatst gewijzigd bij decreet van 25 mei 2018 houdende wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, van de decreten van 4 mei 2018 over het samenvoegen van welbepaalde gemeenten, van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011 en van het Provinciedecreet van 9 december 2005.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 25 februari 2022 tot wijziging van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en het decreet van 3 mei 2019 houdende de havenkapiteindienst.
Proces-verbaal van 14 oktober 2018 van het gemeentelijk hoofdbureau betreffende de gemeenteraadsverkiezingen in de gemeente Oostrozebeke van 14 oktober 2018.
Besluit van 3 januari 2019 van de gemeenteraad betreffende kennisname van de beslissing van 5 december 2018 van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen over de geldigheid van de verkiezingen van 14 oktober 2018 in de gemeente Oostrozebeke.
Besluit van 3 januari 2019 van de gemeenteraad betreffende onderzoek van de geloofsbrieven van de gemeenteraadsleden en eedaflegging.
Besluit van 3 januari 2019 van de gemeenteraad betreffende onderzoek van de geloofsbrieven van een opvolgend gemeenteraadslid ingevolge afstand en eedaflegging opvolger.
Besluit van 4 juli 2019 van de gemeenteraad betreffende onderzoek van de geloofsbrieven van het opvolgend raadslid.
Besluit van 4 juli 2019 van de gemeenteraad betreffende eedaflegging gemeenteraadslid.
Door een verkeersongeval op donderdag 16 juni 2022 kan de heer Goemaere, schepen, tijdelijk zijn ambt als raadslid niet opnemen.
Dit blijkt uit het hiervoor bestemd medisch getuigschrift.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur:
Artikel 14 van het decreet over het lokaal bestuur stelt dat het gemeenteraadslid dat als verhinderd wordt beschouwd, tijdelijk vervangen wordt door zijn opvolger, die wordt aangewezen overeenkomstig artikel 169 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011.
De eerstvolgende opvolger op de lijst nr. 7 Oostrozebeke.nu, mevrouw Marleen Martin-Debacker, werd uitgenodigd.
De volgende documenten werden bezorgd aan de voorzitter van de gemeenteraad:
De raad gaat over tot het nazicht van de geloofsbrieven van mevrouw Martin-Debacker in toepassing van artikel 6 § 3 van het decreet over het lokaal bestuur.
Uit onderzoek van de geloofsbrieven blijkt dat mevrouw Martin-Debacker voldoet aan de verkiesbaarheidsvoorwaarden en zich niet in een situatie van onverenigbaarheid bevindt.
In openbare zitting en in handen van mevrouw Anne-Sophie Verschoore, raadslid-voorzitter, legt mevrouw Martin-Debacker volgende eed af: "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen".
Door het onderzoek van de geloofsbrieven en de erop volgende eedaflegging als gemeenteraadslid, wordt mevrouw Martin-Debacker van rechtswege als geïnstalleerd lid van de raad voor maatschappelijk welzijn beschouwd.
Toelichting door mevrouw Verschoore, voorzitter van de gemeenteraad.
niet van toepassing
niet van toepassing
Mevrouw Lefebre, raadslid.
Artikel 1
De raad neemt kennis van de verhindering van de heer Goemaere, schepen, als gemeenteraadslid vanaf 1 juli 2022 tot en met 31 december 2022.
Artikel 2
De geloofsbrieven van mevrouw Martin-Debacker, opvolger voor lijst nr. 7 Oostrozebeke.nu, worden goedgekeurd.
Artikel 3
De raad neemt er kennis van dat mevrouw Martin-Debacker, opvolger, voor lijst nr. 7 Oostrozebeke.nu, het tijdelijke mandaat van raadslid zal opnemen.
Artikel 4
Mevrouw Martin-Debacker legt de eed af in handen van de voorzitter: "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen."
Artikel 5
De voorzitter verklaart mevrouw Martin-Debacker tijdelijk aangesteld in het mandaat van raadslid tijdens de verhindering van de heer Goemaere, raadslid.
Artikel 6
Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen.
Het is decretaal bepaald dat de rangorde van de gemeenteraadsleden wordt vastgesteld.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 25 februari 2022 tot wijziging van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en het decreet van 3 mei 2019 houdende de havenkapiteindienst.
Besluit van 3 januari 2019 van de gemeenteraad betreffende vaststelling van de rangorde van de gemeenteraadsleden.
Besluit van 7 juli 2022 van de gemeenteraad betreffende onderzoek van de geloofsbrieven van een opvolgend gemeenteraadslid en eedaflegging.
Artikel 6 § 7 van het decreet over het lokaal bestuur stelt dat:
"De rangorde van de gemeenteraadsleden wordt tijdens de installatievergadering van de nieuwe gemeenteraad onmiddellijk na de eedaflegging van de gemeenteraadsleden vastgesteld.
Het gemeenteraadslid met de hoogste anciënniteit neemt de hoogste rang in.
Bij gelijke anciënniteit neemt het gemeenteraadslid dat bij de laatste volledige vernieuwing van de gemeenteraad het hoogste aantal naamstemmen heeft behaald, de hoogste rang in.
Bij een gelijk aantal naamstemmen neemt het gemeenteraadslid van wie de lijst bij de laatste volledige vernieuwing van de gemeenteraad de meeste stemmen heeft behaald de hoogste rang in.
De opvolgers, die na de installatievergadering als gemeenteraadslid worden geïnstalleerd, nemen in volgorde van hun eedaflegging een rang in."
Bijgevolg wordt de rangorde van de gemeenteraadsleden tijdelijk, tijdens de vervanging van de heer Goemaere, schepen-raadslid, als volgt vastgesteld:
|
|
voornaam |
familienaam |
eerste ambtsaanvaarding |
naamstemmen 2018 |
| 1 |
Luc |
Derudder |
31/01/1990 |
1 160 |
| 2 |
Marleen |
Lefebre |
02/01/2007 |
1 458 |
| 3 |
Olivier |
De Marez |
09/10/2008 |
453 |
| 4 |
Carine |
Geldhof |
02/01/2013 |
622 |
| 5 |
Stijn |
Manhaeghe |
02/01/2013 |
526 |
| 6 |
Annelies |
Braeckevelt |
02/01/2013 |
489 |
| 7 |
Koen |
Vandenbroucke |
02/01/2013 |
475 |
| 8 |
Anne-Sophie |
Verschoore |
02/01/2013 |
371 |
| 9 |
Koenraad |
Castelein |
06/09/2018 |
430 |
| 10 |
Greet |
Desmet |
03/01/2019 |
663 |
| 11 |
Marijke |
Verbeke |
03/01/2019 |
497 |
| 12 |
Jonas |
Van D'huynslager |
03/01/2019 |
496 |
| 13 |
Davy |
Verhulst |
03/01/2019 |
441 |
| 14 |
Nadine |
Dejonckheere |
03/01/2019 |
351 |
| 15 |
Dirk |
De Keyzer |
03/01/2019 |
308 |
| 16 |
Flore |
Vanluchene |
03/01/2019 |
305 |
| 17 |
Wim |
Behaeghe |
04/07/2019 |
345 |
| 18 |
Cyriel |
Seys |
03/12/2020 |
200 |
| 19 |
Marleen |
Martin-Debacker |
07/07/2022 |
198 |
Toelichting door de heer Derudder, burgemeester.
niet van toepassing
niet van toepassing
niet van toepassing
De rangorde van de gemeenteraadsleden wordt tijdelijk tijdens de verhindering van de heer Goemaere, schepen-raadslid, door mevrouw Martin-Debacker als volgt vastgesteld:
|
|
voornaam |
familienaam |
| 1 |
Luc |
Derudder |
| 2 |
Marleen |
Lefebre |
| 3 |
Olivier |
De Marez |
| 4 |
Carine |
Geldhof |
| 5 |
Stijn |
Manhaeghe |
| 6 |
Annelies |
Braeckevelt |
| 7 |
Koen |
Vandenbroucke |
| 8 |
Anne-Sophie |
Verschoore |
| 9 |
Koenraad |
Castelein |
| 10 |
Greet |
Desmet |
| 11 |
Marijke |
Verbeke |
| 12 |
Jonas |
Van D'huynslager |
| 13 |
Davy |
Verhulst |
| 14 |
Nadine |
Dejonckheere |
| 15 |
Dirk |
De Keyzer |
| 16 |
Flore |
Vanluchene |
| 17 |
Wim |
Behaeghe |
| 18 |
Cyriel |
Seys |
| 19 |
Marleen |
Martin-Debacker |
De raad neemt kennis van:
Artikel 303, §3 van het decreet over het lokaal bestuur.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 25 februari 2022 tot wijziging van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en het decreet van 3 mei 2019 houdende de havenkapiteindienst.
Besluit van de Vlaamse regering van 16 mei 2014 houdende de voorwaarden voor erkenning en attest van toezicht en het kwaliteitsbeleid voor buitenschoolse gezinsopvang en groepsopvang, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse regering van 25 januari 2019 houdende aanpassing van de besluiten van de Vlaamse regering aan de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).
Besluit van de gemeenteraad van 20 december 2007 betreffende reglement klachtenbehandeling: vaststelling.
Het artikel 302 van het decreet over het lokaal bestuur bepaalt dat zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn bij reglement een systeem van klachtenbehandeling moeten organiseren.
Het artikel 50 van het besluit van de Vlaamse regering houdende de voorwaarden voor erkenning en attest van toezicht en het kwaliteitsbeleid voor buitenschoolse gezinsopvang en groepsopvang, bepaalt voor de buitenschoolse kinderopvang ‘De Wiemkes’:
“De organisator van gezinsopvang of groepsopvang met een erkenning heeft een procedure voor klachtenbehandeling waarin minstens een ontvangstmelding, een onderzoek en een schriftelijke mededeling van het resultaat aan de klager is opgenomen, alsook binnen welke termijnen dat gebeurt. Daarnaast registreert de organisator de klachten waarbij minstens de volgende gegevens worden opgenomen:
1° een omschrijving of samenvatting van de klacht;
2° het resultaat van de klachtenbehandeling in termen van gegrond, ongegrond of onduidelijk.”
Het artikel 303 § 3 van het decreet over het lokaal bestuur bepaalt dat de algemeen directeur jaarlijks rapporteert aan de gemeenteraad over de klachten ingediend tegen de gemeente en aan de raad voor maatschappelijk welzijn over de klachten ingediend tegen het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.
Toelichting door Luc Derudder, burgemeester.
niet van toepassing
niet van toepassing
Mevrouw Lefebre, raadslid.
Enig artikel
De gemeenteraad neemt er akte van dat er in 2021 bij het gemeentebestuur geen klachten werden ingediend.
E-mail van 24 mei 2022 vanwege DVV Midwest met als onderwerp ‘Digibanken – goedkeuring samenwerkingsovereenkomst’.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 25 februari 2022 tot wijziging van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en het decreet van 3 mei 2019 houdende de havenkapiteindienst.
Statuten van DVV Midwest van 22 december 2017, het laatst gewijzigd op 18 december 2018.
Strategisch plan DVV Midwest 2020 – 2025 – regionale ICT visie.
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 7 juni 2022 betreffende digibanken: aanvraagdossier, samenwerkingsovereenkomst, begroting en planning: (principiële) goedkeuring.
Vanuit de bevoegd Vlaams minister voor economie, innovatie, werk, sociale economie en landbouw, worden middelen ter beschikking gesteld voor de oprichting van digibanken.
Het streefdoel is om 100 digibanken in Vlaanderen op te starten.
Regio Midwest had via DVV Midwest ingetekend op het voortraject voor het project Digibanken.
Hiervoor ontving Midwest 15 000 euro subsidie.
Voor de begeleiding van dit voortraject deed Midwest beroep op WVI.
De doelstelling van het project is drieledig:
Bij het ingediende dossier is het in Midwest de bedoeling partnerschappen uit te bouwen, een strategisch plan uit te werken en een dossier in te dienen voor een vervolgtraject, een zgn. “implementatietraject”, dat kan gehonoreerd worden met een subsidie van 500 000 euro.
Aan het Midwestoverleg van 3 mei ll. heeft Karen Viaene toelichting gegeven bij het traject tot nu toe alsook zijn een aantal voorstellen voorgesteld, die de link naar het dossier voor het “implementatietraject” leggen.
Deze dossiers dienen tegen 16 juni ek. ingediend te worden.
De algemeen directeurs kregen de toelichting op het overleg van 4 mei 2022.
Toelichting gebeurde eveneens aan de cluster welzijn op 19 april ll.
De cluster ging akkoord met de geformuleerde voorstellen.
Op 19 mei ll. was er een extra cluster ICT, waar dezelfde toelichting gegeven werd en men zich ook akkoord verklaarde.
De voorbije week zijn met vertegenwoordigers van elk van de drie subregio’s gesprekken gevoerd om het dossier inhoudelijk vorm te geven.
Voor regio Midwest zijn 3 aanvraagdossiers voorbereid georiënteerd rond de 3 subregio’s Tielt, Izegem, Roeselare.
Op het Midwestoverleg van 3 mei ll. werden volgende afspraken gemaakt.
Het Midwestoverleg gaat akkoord met:
De inzet van lokale capaciteit werd ondertussen bevraagd bij de algemeen directeurs op het overleg op 4 mei ll. Vanuit het ADO wordt aangegeven dat de voorkeur gaat naar een regionale aanwerving van de noodzakelijke profielen aangezien de lokale capaciteit en expertise slechts beperkt of niet beschikbaar is.
De regionale profielen kunnen dan beperkt en indien noodzakelijk aangevuld worden met lokale capaciteit.
Indien geen geschikt personeel gevonden wordt, is de piste van uitbesteden van de opdracht te overwegen.
Om het projectdossier tegen 16 juni 2022 te kunnen indienen, werd het aanvraagdossier principieel goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 7 juni 2022.
Toelichting door de heer Van D'huynslager, schepen.
Zie 'DIGIBANKEN - begroting' als bijlage.
Dit project wordt gesubsidieerd.
niet van toepassing
Mevrouw Lefebre, raadslid.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het aanvraagdossier voor de subregio Izegem goed.
De aanvraagdossiers voor de 3 subregio’s (Roeselare/Izegem/Tielt) worden via DVV Midwest ingediend.
Artikel 2
De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst Digibank Midwest Regio Izegem, de begroting en de planning, zoals als bijlage gevoegd, goed.
Artikel 4
Een afschrift van het besluit van de gemeenteraad wordt bezorgd op dvv-midwest@midwest.be.
Vanaf 1 september 2022 zijn de inkomsten van de zwembeurten van de Oostrozebeekse scholen in het intergemeentelijk zwembad in Wielsbeke voor de gemeente Oostrozebeke.
De voorwaarden van een zwembeurt moeten vastgesteld worden.
Naar aanleiding van een veranderde werkwijze voor het aanvragen van materialen uit andere bibliotheken, zal er een aanpassing gebeuren van de kostprijs hiervoor in het gecoördineerd retributiereglement.
Tegelijk zal het leengeld voor materialen uit de spelotheek worden aangepast.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 25 februari 2022 tot wijziging van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en het decreet van 3 mei 2019 houdende de havenkapiteindienst.
Besluit gemeenteraad van 7 juli 2017 betreffende afsluiten samenwerkingsovereenkomst met de gemeenten Wielsbeke en Dentergem betreffende de oprichting van een nieuw zwembad
Besluit gemeenteraad van 7 september 2017 betreffende afsluiten overeenkomst met de vzw Vrije Katholieke Centrumscholen en de vzw Schoolcomité Sint-Jozef inzake het gebruik van het zwembad te Wielsbeke
Overeenkomst van 28 september 2017 afgesloten tussen het gemeentebestuur van Oostrozebeke en de vzw Schoolcomité Sint-Jozef inzake het gebruik van het zwembad te Wielsbeke
Overeenkomst van 28 september 2017 afgesloten tussen het gemeentebestuur van Oostrozebeke en de vzw Vrije Katholieke Centrumscholen inzake het gebruik van het zwembad te Wielsbeke
Besluit van de gemeenteraad van 5 oktober 2017 betreffende invullen van het begrip dagelijks bestuur: hervaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 4 mei 2017 betreffende gecoördineerd retributiereglement: hervaststellen, het laatst gewijzigd bij besluit van het college van burgemeester en schepenen van 17 maart 2021 betreffende gecoördineerd retributiereglement: tarieven culturele infrastructuur voor bedrijven: wijzigen.
Besluit van de gemeenteraad van 2 mei 2019 betreffende erkenningsbesluit gemeentelijke adviesraden: vaststellen, het laatst gewijzigd bij besluit van de gemeenteraad van 31 maart 2022 betreffende opstart lokaal economische raad.
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 13 april 2022 betreffende gecoördineerd retributiereglement: tarief en voorwaarden: advies vragen.
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 4 mei 2022 betreffende gecoördineerd retributiereglement: tarieven bibliotheek: wijzigen: advies vragen.
1.
Met betrekking tot de voorwaarden voor zwembeurt(en)
Op 11 oktober 2017 werd de samenwerkingsovereenkomst met de gemeenten Wielsbeke en Dentergem betreffende de oprichting van een nieuw intergemeentelijk zwembad ondertekend.
De overeenkomst met de vzw Vrije Katholieke Centrumscholen en de overeenkomst met de vzw Schoolcomité Sint-Jozef inzake het gebruik van het zwembad te Wielsbeke werd door beide scholen ondertekend.
De werken lopen op zijn einde.
Vanaf 1 september 2022 kunnen de Oostrozebeekse scholen gaan zwemmen in het nieuw zwembad.
De gemeente Oostrozebeke factureert de zwembeurten rechtstreeks aan de scholen.
De voorwaarde van de retributie moeten vastgesteld worden.
Artikel 3 van de overeenkomsten afgesloten tussen het gemeentebestuur en de scholen stelt dat het gemeentebestuur van Oostrozebeke zich engageert om de volgende prijs van een zwembeurt per kind aan te rekenen zijnde de prijs van toepassing het schooljaar voor ingebruikname.
Telkens om de zes jaar bij aanvang van het schooljaar wordt deze prijs geïndexeerd volgens de formule: (prijs van toepassing schooljaar voor ingebruikname) x (gezondheidsindex augustus kalenderjaar aanpassing)/(gezondheidsindex augustus jaar datum van ingebruikname cf. artikel 4).
Het tarief voor schoolzwemmen voor de Oostrozebeekse scholen werd behandeld door het college van burgemeester en schepenen en vastgelegd op 1,75 euro/kind/zwembeurt voor de kleuters en lagere school.
De indexering wordt toegevoegd aan artikel 1.1.1.5 van de voorwaarden van het gecoördineerd retributiereglement.
Er is gunstig advies van de gemeentelijke sportraad van 31 mei 2022.
2.
Met betrekking tot het leengeld voor een spel/materiaal uit de spelotheek
Het leengeld voor een spel/materiaal uit de spelotheek werd in de loop van 2019 en begin 2020 gewijzigd naar 1,50 euro en vervolgens 2,00 euro. Voor 2022 wordt dit (door indexering) 2,50 euro.
Dit leengeld is het enige element van het bibliotheekreglement dat niet werd vastgelegd in het gezamenlijke regionale reglement van de BART-bibliotheken dat sinds april 2020 van kracht is.
Dit werd zo beslist omdat Oostrozebeke als enige een dergelijke spelotheek aanbiedt.
Het tarief kan dus éénvoudig gewijzigd worden door lokale besluitvorming.
Het aantal uitleningen was na de eerste verhogingen al een stukje gedaald (van ongeveer 1 300 naar 1 000 per jaar) en is sinds corona verder gehalveerd (tot ongeveer 500 per jaar).
Met een verlaging van het leengeld naar 1,00 euro en een loskoppeling van de indexering hopen we het aanbod weer aantrekkelijker te maken.
Opnieuw meer uitleningen kunnen het lagere tarief compenseren.
Een aanpassing van het gecoördineerd retributiereglement is nodig.
Er werd gunstig advies verleend door de bibliotheekraad op 10 mei 2022.
Toelichting door de heer Van D'huynslager, schepen.
De inkomsten zullen voorzien worden in het meerjarenplan 2020-2025, actie 1231, budgetrekening 0741-00/7020200.
De inkomsten zijn voorzien in het meerjarenplan 2020-2025, op het ontvangstkrediet van het jaar 2022: IP-geen, actie 942, budgetrekening 0703-03/7020000.
niet van toepassing
Mevrouwen Verbeke en Lefebre, raadsleden.
Artikel 1
Het gecoördineerd retributiereglement wordt als volgt vastgesteld.
Hoofdstuk 1 - INLEIDENDE BEPALINGEN
Artikel 1.1.1.1
Ons besluit van 19 december 2013 betreffende gecoördineerd retributiereglement: vaststellen en de latere wijzigingen (gemeenteraad van 4 september 2014, 5 maart 2015, 4 juni 2015, 3 september 2015, 4 februari 2016, 2 juni 2016) worden opgeheven per 1 juli 2016.
De voorwaarden voor de retributies worden vastgelegd door de gemeenteraad.
Artikel 1.1.1.2
Een vereniging wordt erkend als een erkende vereniging indien de vereniging:
Alle andere verenigingen worden als niet erkende vereniging beschouwd.
Artikel 1.1.1.3
Onder een dagperiode wordt verstaan:
Artikel 1.1.1.4
Indien de deelnameprijs gebaseerd wordt op een berekening wordt het bekomen bedrag als volgt afgerond:
Artikel 1.1.1.5
Jaarlijks worden de prijzen voor het gebruik van lokalen, terreinen of bergingen aangepast aan de index van de consumptieprijzen. Het betreft de onderafdeling 8.3.1, 8.3.2.1 en 8.3.3, de afdeling 8.4,de afdelingen 9.4, 9.5 (met uitzondering van de artikels 9.5.1.2 en 9.5.1.3), afdeling 9.6, afdeling 9.7 en artikel 17.1.1.1.
Jaarlijks worden de deelnameprijzen voor activiteiten aangepast aan de index van de consumptieprijzen. Het betreft hoofdstuk 12.
Zesjaarlijks wordt bij aanvang van het schooljaar de prijs van de zwembeurten aangepast aan de gezondheidsindex. Het betreft onderafdeling 12.4.
De aangepaste prijzen zijn van toepassing vanaf 1 september.
De formule is de volgende:
Basisprijs x indexcijfer der consumptieprijzen van de maand januari van het jaar/indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand juni 2019.
Voor onderafdeling 12.4: prijs van toepassing schooljaar voor ingebruikname x gezondheidsindex augustus kalenderjaar aanpassing / gezondheidsindex augustus jaar datum van ingebruikname.
De prijs wordt afgerond op 50 eurocent.
De tarieven die van toepassing zijn, staan op de website of worden opgenomen in de communicatie van het gemeentebestuur.
Het tarief van toepassing op het ogenblik van de opmaak van de factuur of eindfactuur wordt toegepast.
Het ter beschikking stellen van zalen met drankafname in de culturele infrastructuur in onderhevig aan btw. De prijzen voor het gebruik van zalen in de culturele infrastructuur zijn steeds inclusief btw. Bij gebruik van een zaal zonder drankafname wordt standaard een forfait voor drank aangerekend. Deze forfait van 5% zit vervat in de prijs.
Artikel 1.1.1.6
Overgangsbepaling: De vorderingen of contracten, welke opgemaakt werden, op basis van het bestaande retributiereglement blijven behouden en worden niet aangepast aan het gewijzigd tarief.
Hoofdstuk 2 - ALGEMENE ZAKEN
Voor het afleveren van administratieve prestaties wordt een retributie aangerekend.
Hoofdstuk 3 - FOTOKOPIEDIENST
Artikel 3.1.1.1
De vermelde prijzen zijn de prijs per blad.
Artikel 3.1.1.2
De kopieën genomen in het kader van het decreet op de openbaarheid worden aangerekend aan het tarief van de verenigingen. Dit geldt ook voor de afschriften van de akten en stukken betreffende het bestuur van de gemeente in toepassing van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad. In uitzonderlijke gevallen wordt door het schepencollege de kostprijs bepaald.
Afdeling 3.2 Verenigingen
Artikel 3.2.1.1
Deze tarieven zijn enkel van toepassing voor erkende verenigingen bij aanvragen via de fotokopiedienst. De tarieven voor particulieren zijn van toepassing, indien geen gebruik gemaakt wordt van de fotokopiedienst, uitgezonderd bij gebruik van een kopieerpasje bibliotheek.
Hoofstuk 4 - BEGRAAFPLAATSEN
[...]
Hoofdstuk 5 - AFVAL
Artikel 5.1.1.4
De scholen worden vrijgesteld van betaling van PMD zak 120 liter (blauw). De scholen worden per jaar vrijgesteld van de betaling van de huisvuilzak (geel) voor 1,5 zak per leerling. Het aantal leerlingen wordt bepaald op basis van de schoolbevolking op de eerste schooldag van februari van het schooljaar waarin 1 januari van het vrijstellingsjaar valt. Deze vrijstelling gebeurt door het leveren van zakken door het gemeentebestuur in de loop van de maand juni.
Artikel 5.1.1.5
De gemeente geeft opdracht aan de intercommunale I.V.I.O. te zorgen voor de verdeling van de huisvuilzakken in het I.V.I.O. werkingsgebied. De burgers bevoorraden zich bij de verdeelpunten, aangeduid door de gemeente in overleg met de intercommunale I.V.I.O..
Artikel 5.1.1.6
De gemeente machtigt de opdrachthoudende vereniging I.V.I.O. om de retributie-inkomsten, verschuldigd voor het ophalen en verwerken van huishoudelijk afval, te innen.
Artikel 5.1.1.7
De retributie wordt contant ingevorderd tegen afgifte van de betreffende zakken. De invordering van de retributie zal desnoods in overeenstemming met de wetsbepalingen betreffende de burgerlijke procedure gebeuren.
Artikel 5.1.1.8
Het college van burgemeester en schepenen beslist over een verlaging van de tarieven van artikel 5.1.1.3. Een pakket kan samengesteld worden waarbij de promotieprijs niet meer bedraagt dan 50 % van de normale prijs.
Artikel 5.1.1.9
Een retributie is verschuldigd voor de ophaling van grofvuil en groot elektrisch materiaal. Dit systeem houdt in dat inwoners die dat wensen bepaalde voorwerpen/materialen van grof vuil en elektrisch en elektronisch materiaal (AEEA) kunnen laten ophalen. De inwoners moeten de vraag stellen aan I.V.I.O. Volgens het van toepassing zijnde politiereglement.
Artikel 5.1.1.10
Artikel 5.1.1.2 overgangsmaatregel
§1: Tot de uitputting van de voorraad mogen de oude modellen “grote rode en zwarte” restafvalzakken met het opschrift I.V.I.O. verder worden gebruikt mits ze voorzien zijn van een door I.V.I.O. ter beschikking gestelde sticker met een totale waarde van 0,30 euro (btw n.v.t.).
§2: Hetzelfde geldt voor het oude model “kleine rode” restafvalzak met het opschrift I.V.I.O. die verder mag worden gebruikt mits ze voorzien zijn van één door I.V.I.O. ter beschikking gestelde halve sticker ter waarde van 0,15 euro (btw n.v.t.).
Hoofdstuk 6 - HUWELIJKSPLECHTIGHEDEN
Artikel 6.1.1.2
De huwelijken, volgens tarief 1, zijn deze die plaatsvinden op de vastgestelde dagen en uren, namelijk op donderdag en vrijdag tussen 16.30 u. en 18.30 u.
Artikel 6.1.1.3
De huwelijken, volgens tarief 2, zijn deze die plaatsvinden
Op zaterdag na 14.30 u. en op zondag worden geen huwelijken voltrokken.
Artikel 6.1.1.4
De verschillende retributies zullen door de toekomstige echtgenoten bij het opmaken van het dossier betaald worden. In geval het huwelijk door onvoorziene omstandigheden niet kan plaatsvinden, zal de retributie worden terugbetaald.
Hoofdstuk 7 - KERMISSEN
Afdeling 7.1 Standplaats op de kermis
Onderafdeling 7.1.1 Standplaats op de kermis – abonnementen
[...]
Onderafdeling 7.1.2 Standplaats op de kermis – losse plaatsen
[...]
Artikel 7.1.2.1
Het standgeld wordt berekend op basis van de ingenomen oppervlakte van de attractie: (btw niet van toepassing)
Hoofdstuk 8 - CULTURELE INFRASTRUCTUUR
Artikel 8.1.1.1
De culturele infrastructuur omvat het gemeenschapscentrum “O.C. Mandelroos”, gemeenschapszaal “Tjuf”en de “Ginstezaal”.
[...]
Afdeling 8.2 Algemeen
Artikel 8.2.1.1
Het gebruik van de culturele infrastructuur is gratis voor activiteiten, vergaderingen of opleidingen georganiseerd door:
Voor reservatieaanvragen, die niet vallen onder de hoger vermelde punten, vallen:
Artikel 8.2.1.2
Op de tarieven van de volledige Eenaemezaal met of zonder podium wordt een vermindering van 50 % toegestaan voor erkende en niet erkende verenigingen indien deze zaal minimum drie keer ter beschikking gesteld wordt binnen het werkjaar van de vereniging (activiteiten in één keer aan te vragen).
De geplande activiteiten moeten voor eigen leden zijn of voor een ruimer publiek. Vergaderingen, repetities, klaarzetten of opruimen komen niet in aanmerking.
De geplande activiteiten moeten ook effectief doorgaan. Een annulatie telt niet mee als activiteit. In geval van een annulatie wordt de factuur herberekend.
De vermindering wordt niet toegestaan voor fuiven.
Artikel 8.2.1.3
Straatcomités, klasjaren en wijkfeesten van Oostrozebeke (geen persoonlijk initiatief) en politieke fracties die deel uitmaken van de gemeenteraad mogen eenmaal per jaar de culturele infrastructuur huren aan tarief erkende vereniging.
Er mogen geen fuiven georganiseerd worden door straatcomités, klasjaren en wijkfeesten.
Wordt beschouwd als een wijkfeest of straatcomité:
Wordt beschouwd als een klasjaar:
Artikel 8.2.1.4
Organisaties ten voordele van een goed doel mogen éénmaal per jaar de culturele infrastructuur huren aan tarief erkende vereniging. Er moet een budget bezorgd worden bij de aanvraag (ten laatste drie maanden voor de Eenaemezaal en ten laatste één maand voor de andere zalen) en een afrekening uiterlijk twee maanden na de activiteit.
Hoofdstuk 9 - GEMEENTELIJK SPORTCENTRUM “DE MANDELMEERSEN”
Afdeling 9.1 Sportactiviteiten ingericht door de gemeente
[...]
Afdeling 9.2 Recreatiesportkoffers
Artikel 9.2.1.1
| Recreatiesportkoffers kunnen gehuurd worden door
|
|
|
Afdeling 9.3 Volksspelen
Artikel 9.3.1.1
| Volkspelen kunnen gehuurd worden door:
|
|
|
Afdeling 9.4 Huur sportinfrastructuur voor sportactiviteiten
Artikel 9.4.1.2
Het college van burgemeester en schepenen kan, in afwijking van de tarieven vastgesteld voor de huur van de sporthallen, zaal met parketvloer, vergaderzaal, voetbalvelden, tennisvelden, douches en kleedkamers, aan individuen die voldoen aan de voorwaarden van de huurovereenkomsten een voordeliger tarief toekennen. De toegestane vermindering mag maximum 50 % bedragen.
Artikel 9.4.1.3
| Een voordeliger tarief wordt toegekend aan de Oostrozebeekse schoolgaande jeugd, jonger dan 20 jaar die tijdens de weekdagen van de schoolvakanties de vrije uren van de sportinfrastructuur huren |
|
|
Afdeling 9.5 Huurovereenkomsten
Artikel 9.5.1.1
De huurprijzen van de huurovereenkomsten voor erkende en niet-erkende verenigingen worden bepaald op een percentage van de werkelijke huurprijs volgens schalen:
Artikel 9.5.1.4
| Er wordt een minimum huurprijs van een huurcontract bepaald. |
|
|
Artikel 9.5.1.5
| KSCOR betaalt een vaste huurprijs/maand voor gebruik van de voetbalvelden voor trainingen en wedstrijden met uitzondering van tornooien. Bij onbespeelbaarheid van de voetbalvelden door weersomstandigheden of door overmacht kan KSCOR tijdens de vrije uren van de sporthal binnen trainen. |
|
|
Artikel 9.5.1.6
| KSCOR-jeugd betaalt een vaste huurprijs/maand voor gebruik van de voetbalvelden voor trainingen en wedstrijden met uitzondering van tornooien. Bij onbespeelbaarheid van de voetbalvelden door weersomstandigheden of door overmacht kan KSCOR-jeugd en KSCOR tijdens de vrije uren van de sporthal binnen trainen. |
|
|
Artikel 9.5.1.7
| Tennisclub Oostrozebeke betaalt een vaste huurprijs voor de periode van 1 april tot 31 oktober voor het gebruik van de buitentennisvelden met uitzondering van tornooien |
|
|
Afdeling 9.6 Gebruik sportinfrastructuur voor andere dan sportactiviteiten
Onderafdeling 9.6.1 Huur binnensportinfrastructuur en van de speelweide voor andere dan sportactiviteiten
De binnensportinfrastructuur en de speelweide kan door erkende verenigingen gehuurd worden voor andere dan sportactiviteiten.
Onderafdeling 9.6.2 Gebruik van de sportinfrastructuur voor commerciële doeleinden
Artikel 9.6.2.1
Commerciële activiteiten zijn activiteiten gebaseerd op het maken van winst voor personen of commerciële organisaties/verenigingen.
Artikel 9.6.2.2
| Er wordt een onderscheid gemaakt in tarief voor Oostrozebeekse inwoners en niet-Oostrozebekeekse inwoners. |
|
|
Hoofdstuk 10 - GEMEENTELIJKE OPENBARE BIBLIOTHEEK
Afdeling 10.1 Lidgeld
Artikel 10.1.1.1
Om lid te zijn van de gemeentelijke openbare bibliotheek wordt een lidmaatschap aangerekend.
Artikel 10.2.1.1
[...]
Afdeling 10.2 Leengeld
Per exemplaar wordt een leengeld betaald.
Artikel 10.2.1.5 Promotie
In het kader van de promotie van de bibliotheek kunnen bonnen uitgedeeld worden voor gratis uitleningen.
In het kader van de promotie van de boekenverkoop kunnen bonnen uitgedeeld worden voor gratis boeken uit de boekenverkoop.
Afdeling 10.6 Cursussen
Artikel 10.6.1.1 Cursusgeld
Cursussen georganiseerd door het gemeentebestuur van Oostrozebeke kunnen enkel gevolgd worden door inwoners van Oostrozebeke en door de medewerkers van de Dienstenwinkel Oostrozebeke.
In het cursusgeld is per les één koffie of frisdrank inbegrepen en de syllabus;
Artikel 10.6.1.2 Voorwaarden
Hoofdstuk 11 - GEMEENTELIJKE UITLEENDIENST
Artikel 11.1.1.1
Servies en bestek van het gemeenschapscentrum “O.C. Mandelroos” worden steeds afgenomen en betaald per bak.
Artikel 11.1.1.3
Voor de huurprijs van toestellen die aan slijtage onderworpen zijn, wordt volgend principe gehanteerd: 0,5 % van de aankoopprijs (21 % btw).
Artikel 11.1.1.4
| Bij laattijdig terugbrengen van het uitgeleende materiaal wordt een schadevergoeding gevraagd per dag per set: |
|
|
Artikel 11.1.1.5
Het OCMW Oostrozebeke, de gemeentelijke adviesraden en de Oostrozebeekse scholen zijn vrijgesteld van het betalen van zowel de huurprijs als de waarborg.
Erkende en niet-erkende verenigingen zijn vrijgesteld van het betalen van huurprijs voor bestek en vaatwerk voor gebruik van dit materiaal tijdens vergaderingen en repetities.
Erkende en niet-erkende verenigingen krijgen een korting van 50 % op de huurprijs van bestek en vaatwerk indien men minimum drie keer binnen het werkjaar van een vereniging een activiteit heeft, waarbij bestek en vaatwerk wordt gehuurd (vergaderingen en repetities tellen niet mee - gebruik in één keer aan te vragen).
De politieke fracties die deel uitmaken van de gemeenteraad beperkt tot de gesloten fractievergaderingen, die doorgaan in de culturele infrastructuur, zijn vrijgesteld van het betalen van de huurprijs en waarborg voor een dataprojector.
Artikel 11.1.1.6
Voor de ontlening van materialen, zowel binnen als buiten het gemeenschapscentrum “O.C. Mandelroos” moet geen waarborg betaald worden.
Artikel 11.1.1.7
Voor het vervoer voor erkende en niet erkende verenigingen wordt per rit een uurloon aangerekend. Erkende verenigingen betalen niet voor de ritten waarbij de vlaggenmasten en/of de luifeltent wordt vervoerd. Transport gebeurt enkel binnen de grenzen van de gemeente Oostrozebeke.
Dit artikel geldt niet voor het OCMW Oostrozebeke, de gemeentelijke adviesraden en de Oostrozebeekse scholen.
Artikel 11.1.1.8
Per activiteit moet leengeld betaald worden.
Voor nadars en verkeerssignalisatie is dit beperkt tot drie kalenderdagen, dag van ophalen en terugbrengen niet inbegrepen.
Hoofdstuk 14 - INITIATIEF VOOR BUITENSCHOOLSE OPVANG “DE WIEMKES”
Afdeling 14.1 Ouderbijdragen
Artikel 14.1.1.1
De financiële bijdrage van de gezinnen wordt bepaald volgens het besluit van de Vlaamse regering van 16 mei 2014 houdende de subsidievoorwaarden voor buitenschoolse gezinsopvang en groepsopvang, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 6 oktober 2017.
In deze tarieven zijn de verplichte tussendoortjes inbegrepen.
Voor de woensdagnamiddag geldt het voordeligste tarief (ofwel tarief halfuurbijdrage ofwel tarief schoolvrije dagen en vakantiedagen).
Als de minimum- en maximumbedragen uit de regelgeving na 1 januari 2020 geïndexeerd worden in toepassing van het besluit van de Vlaamse regering houdende de subsidievoorwaarden voor buitenschoolse gezinsopvang en groepsopvang, worden bovenstaande tarieven elk jaar op 1 januari verhoogd.
Dit gebeurt volgens deze formule: huidig tarief x gezondheidsindex van oktober van het huidig kalenderjaar/gezondheidsindex van oktober van het vorig kalenderjaar.
Artikel 14.1.1.2
Als de financiële situatie van de ouder(s) daartoe aanleiding geeft, kan een sociaal tarief gehanteerd worden. Indien een ouder denkt hiervoor in aanmerking te komen, neemt hij/zij contact op met de coördinator. Na een sociaal onderzoek door het OCMW beslist het college van burgemeester en schepenen of het sociaal tarief wordt toegestaan. Dit besluit wordt jaarlijks herzien.
Afdeling 14.2 Supplementaire bijdragen voor de kinderopvang
Artikel 14.2.1.1
Naast de ouderbijdragen moet supplementair betaald worden:
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Hoofdstuk 15 - VERLAGEN, VERLEGGEN EN VERBREDEN VAN OPRITTEN AAN BESTAANDE WEGEN
Artikel 15.1.1.1
Deze werken worden rechtstreeks door de aannemer, aangesteld door de gemeente, aan de aanvrager gefactureerd.
Hoofdstuk 17 - GEMEENTELIJKE WERKPLAATS
Artikel 17.1.1.1
| In de gemeentelijke werkplaats kan berging gehuurd worden door erkende verenigingen. |
|
|
E-mail van 8 juni 2022 van de afdeling vastgoedtransacties, Koningin Maria Hendrikaplein 70 bus 10 te 9000 Gent betreffende ontwerpakte grondafstand.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 25 februari 2022 tot wijziging van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en het decreet van 3 mei 2019 houdende de havenkapiteindienst.
Het opmetingsplan met referentie ORB3003/1/11-3-5.15/15, opgemaakt op 17 januari 2022 door Sweco Vdslandmeters, Engelse wandeling 70 te 8510 Kortrijk.
Besluit van de gemeenteraad van 2 juni 2022 betreffende meerjarenplanaanpassing 5 2020 - 2025: Raad 02_06_2022 van het deel gemeente: vaststellen.
In het kader van de aanleg van fietspaden en rioleringen langs de N305 en zijstraten moet er grond aangekocht worden.
De ontwerpakte van aankoop van een onroerend goed werd opgemaakt door de heer Timothy Van Belle, Vlaams commissaris bij de afdeling vastgoedtransacties.
Het betreft ontwerpakte van aankoop van grond, gelegen Gentstraat 63, met een oppervlakte van 1 are 52 ca te nemen uit een perceel, gekadastreerd volgens recent uittreksel uit de kadastrale legger als, sectie A nr. 143 M P0000 met een oppervlakte volgens kadaster van 48 a 32 ca met gereserveerd individueel perceelsidentificatienummer A 143 N P0000 voor een bedrag van 58 578,00 euro jegens de verkopers.
De verkoop geschiedt voor openbaar nut, meer in het bijzonder voor de aanleg van fietspaden langsheen de Gentstraat.
Toelichting door de heer De Marez, schepen.
De uitgave is voorzien in het meerjarenplan 2 2020-2025, op het investeringskrediet van 2022, investeringsproject 3, actie 421, budgetrekening 0200-00/2200900/500.
Het gunstig visum met nummer VSM/2022/034 van 15 juni 2022 van de heer Masschaele, financieel directeur.
niet van toepassing
niet van toepassing
Artikel 1
De gemeenteraad keurt de ontwerpakte van aankoop van onroerende goederen, opgemaakt door de heer Timothy Van Belle, Vlaams commissaris bij de afdeling vastgoedtransacties goed.
In de ontwerpakte verwerft het gemeentebestuur grond, gelegen Gentstraat 63, met een oppervlakte van 1 are 52 ca te nemen uit een perceel, gekadastreerd volgens recent uittreksel uit de kadastrale legger als, sectie A nr. 143 M P0000 met een oppervlakte volgens kadaster van 48 a 32 ca met gereserveerd individueel perceelsidentificatienummer A 143 N P0000 voor een bedrag van 58 578,00 euro jegens de verkopers.
Artikel 2
De verkoop geschiedt om reden van openbaar nut, meer in het bijzonder voor de aanleg van fietspaden langsheen de Gentstraat.
Artikel 3
Dit besluit zal worden overgemaakt aan de afdeling vastgoedtransacties voor de opmaak van de definitieve aankoopakte.
E-mail van 10 juni 2022 van de afdeling vastgoedtransacties, Koningin Maria Hendrikaplein 70 bus 10 te 9000 Gent betreffende Veldstraat - koopbelofte.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 25 februari 2022 tot wijziging van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en het decreet van 3 mei 2019 houdende de havenkapiteindienst.
Het opmetingsplan, opgemaakt op 14 december 2009 door landmetersbureau METIMO, H. Verrieststraat 101 te 8800 Roeselare.
Besluit van de gemeenteraad van 2 juni 2022 betreffende meerjarenplanaanpassing 5 2020 - 2025: Raad 02_06_2022 van het deel gemeente: vaststellen.
In het kader van wegen- en rioleringswerken in de Veldstraat te Oostrozebeke, dit vanaf de Wielsbekestraat tot en met het kruispunt Rozenbergstraat moet er grond aangekocht worden.
De verkoopbelofte van 9 juni 2022 voor de verkoop van grond, gelegen Wielsbekestraat (in werkelijkheid Veldstraat), gekadastreerd als bouwland en volgens recent uittreksel uit de kadastrale legger gekend als sectie E nr. 369 N 3 P0000, met een oppervlakte van 23 ca, werd ondertekend door de eigenaar voor een bedrag van 4 600,00 euro en onder de voorwaarden vermeldt in de verkoopbelofte.
De aankoop geschiedt voor openbaar nut, en meer in het bijzonder voor de aanleg van wegenis en riolering in de Veldstraat.
Toelichting door de heer De Marez, schepen.
De uitgave is voorzien in het meerjarenplan 2 2020 - 2025, op het investeringskrediet van 2022, investeringsproject 3, actie 438, budgetrekening 0200-00/2200900/500.
niet van toepassing
niet van toepassing
Artikel 1.
De gemeenteraad keurt de verkoopbelofte van 9 juni 2022 voor de verkoop van grond, gelegen Wielsbekestraat (in werkelijkheid Veldstraat), gekadastreerd als bouwland en volgens recent uittreksel uit de kadastrale legger gekend als sectie E nr. 369 N 3 P0000, met een oppervlakte van 23 ca, ondertekend door de eigenaar voor een bedrag van 4 600,00 euro en onder de voorwaarden vermeldt in de verkoopbelofte, goed.
Artikel 2.
De verkoop geschiedt voor openbaar nut, en meer in het bijzonder voor de aanleg van wegenis en riolering in de Veldstraat.
Artikel 3.
Dit besluit zal worden overgemaakt aan de afdeling vastgoedtransacties voor de opmaak van de definitieve verkoopakte.
Vraag van de landbouwraad om het advies betreffende het akkoord over de Programmatorische Aanpak Stikstof en de impact daarvan op de landbouwsector goed te laten keuren door de gemeenteraad.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 25 februari 2022 tot wijziging van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en het decreet van 3 mei 2019 houdende de havenkapiteindienst.
Het PAS-akkoord en de conceptnota van de Vlaamse regering van 23 februari 2022, waarbij er een definitief kader voor de programmatische aanpak stikstof wordt voorgesteld.
Het openbaar onderzoek dat gestart is op 19 april 2022 en het ontwerp-PAS en ontwerp plan-MER dat voorligt ter inspraak.
Het gegeven dat landbouwers erkennen inspanningen te moeten leveren om de stikstofemissies te laten dalen, doch rekening houdend met hun specifieke situatie en bepalende factoren zoals ligging, bedrijfsmodel, investeringsmogelijkheden etc.
Het advies van 31 mei 2022 van de landbouwraad.
1.
Het PAS-akkoord laat weinig ruimte aan de landbouwsector om op een sterke en duurzame wijze verder te ontwikkelen en landbouwers toekomstperspectieven ontneemt.
2.
Er werd geen rekening gehouden met het socio-economische impact, die dit voorstel met zich mee zal brengen, ondanks de belofte van de Vlaamse regering vorig jaar om een socio-economische impact analyse uit te voeren.
Bovendien is deze analyse niet enkel noodzakelijk voor landbouwers maar ook voor de ketenpartners, die eveneens getroffen zullen worden door de impact van het PAS-akkoord.
Zo dreigt 1 op de 3 jobs te verdwijnen in de dierlijke agrovoedingsketen.
Inzake de stopzetting van de ontheffing op nulbemesting in groene bestemmingen is de bijdrage aan het dalen van emissies verwaarloosbaar (0,5% van het totaal), terwijl de impact op de bedrijfsvoering van landbouwers wel zeer groot kan zijn.
Het is dus niet te verantwoorden dat men dit beleid versneld wenst stop te zetten, wetende dat deze ontheffing sowieso uitdovend is.
3.
Er wordt uitgegaan van reductiedoelstelling op bedrijfs- en stalniveau en beperkte technische toegelaten technieken.
Dit zorgt ervoor dat er een beperkt scala aan mogelijkheden overblijft voor landbouwers, waardoor ze in een bepaalde richting worden geduwd, en soms onvermijdelijk het aantal dieren op hun bedrijf moeten afbouwen, waardoor hun verdienmodel onderuit wordt gehaald.
Bovendien is er vandaag nog steeds geen wetenschappelijke comité, waardoor al minstens twee jaar lang geen nieuwe technieken erkend kunnen worden.n
4.
Bij gebrek aan sectordoelstellingen en het gegeven dat het aandeel van de stoppende landbouwers niet mee in rekening wordt genomen, zorgt ervoor dat zij geen ontwikkelingsruimte kunnen creëren voor de andere overblijvende bedrijven.
5.
Voor varkens en pluimvee is een reductie van 60% op stalniveau zeer moeilijk.
Varkens- en pluimveehouders worden zo geduwd richting slechts een aantal techniek (vb. luchtwasser) en deze zijn niet altijd op alle bestaande stallen te implementeren.
Voor rundvee wordt er wel een sectordoelstelling ingeschreven, maar ook een evaluatie in 2025, die als een zwaard van Damocles boven het hoofd van alle rundveebedrijven hangt.
Enkel bedrijven, die tegen dan een emissiereductie van 15% hebben gehaald, worden vrijgesteld, anderen riskeren een reductie van hun veestapel op bedrijfsniveau, indien de sectordoelstelling niet halverwege is.
Hierdoor wordt een extra tussentijdse doelstelling met een kortere timing opgelegd.
6.
De KDW (Kritische DepositieWaarden voor stikstof - https://natura2000.vlaanderen.be/begrippen/letter_k) een cruciale rol speelt in de vergunningverlening.
Kiezen voor een beleid, dat gebaseerd is op een zeer modelmatige benadering, en waarbij men een beleid voert tot 2 cijfers na de komma, stijgingen of dalingen in depositie in kaart brengt tot op gramniveau per hectare, is een risicovol pad.
Ook het Hof van Justitie beschouwt de kritische depositiewaarde als een grens, waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van de habitat significant wordt aangetast door de verzurende of vermestende invloed van stikstofdepositie.
Hieruit kan dus ook geen absolute noodzaak worden afgeleid om die grens te behalen.
7.
De emissies vanuit het buitenland worden onvoldoende mee in rekening genomen ondanks dat ze een aandeel van 58% vertegenwoordigen (is terug te vinden in de rapporten per deelgebied).
8.
Niet alle delen van de habitatgebieden zijn noodzakelijk voor de natuurdoelstellingen.
Dat men via managementplannen en natuurbeheersplannen bepaalde delen niet tot natuur zou laten ontwikkelen.
Dat hiervoor zogenaamde zoekzones zijn aangeduid.
Dat deze ook een aparte vermelding krijgen in de impactscore.
Lijkt het wezenlijk dat er een snelle beslissing m.b.t. deze zoekzones.
Niet noodzakelijke zoekzones dienen versneld uit het berekeningsmodel verwijderd te worden.
De natuurbeheersplan kunnen dan ook geconcentreerd uitgevoerd worden (kompasnaald_zoekzones_2018.pdf (natuurenbos.be)).
9.
Deze beleidskeuzes zullen voor vele bedrijven een gedwongen reconversie of transitie tot gevolg hebben, ook bij jonge en dynamische en moderne bedrijven.
De noodzaak aan ruimte, tijd en begeleiding in deze, verdient de nodige ondersteuning van de Vlaamse overheid.
10.
Deze uitdagingen zullen daarenboven wellicht een belangrijke ruimtelijke impact hebben op onze gemeente.
De ruimtelijke impact dient vanaf het begin opgenomen in het flankerend beleid.
Dit vereist naast een visie op leegstaande bedrijfsgebouwen en woningen ook een effectief flankerend beleid.
11.
Het akkoord gaat uit van een flankerend beleid voor bedrijven met een grote impact om nabijgelegen natuur.
Echter, het gaat vaak om meer dan cijfers.
Deze bedrijven zijn het resultaat van hard werk door hele families en gezinnen, vaak generaties lang.
Flankerend beleid is een noodzaak maar levenswerk is niet uit te drukken in geld.
12.
In de gemeente Oostrozebeke zullen heel wat landbouwers, maar ook ketenpartners getroffen worden door het PAS-akkoord.
Toelichting door mevrouw Geldhof, 1ste schepen.
niet van toepassing
niet van toepassing
Mevrouw Lefebre, raadslid.
De raad van Oostrozebeke vraagt met aandrang aan de Vlaamse Regering om:
Enkel wanneer aan bovenstaande vragen is voldaan kan de raad van Oostrozebeke zich akkoord verklaren met een definitieve PAS.
De raad beslist dat het advies van de gemeente in het kader van het openbaar onderzoek in dezelfde zin wordt geformuleerd.
De vaststelling dat het supplement voor niet-inwoners op de retributie voor een concessie of de retributie voor een niet-inwoner bij asverstrooiing of bijzetting in de columbariummuur zoals voorzien in het gecoördineerd retributiereglement die nu worden aangerekend voor elke niet-inwoner leidt tot niet-billijke situatie.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 25 februari 2022 tot wijziging van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en het decreet van 3 mei 2019 houdende de havenkapiteindienst.
Besluit van de gemeenteraad van 2 november 2017 betreffende algemeen politiereglement: algemeen; lokaal en zonaal gedeelte: hervaststellen, het laatst gewijzigd bij besluit van de gemeenteraad van 7 oktober 2021 betreffende aanvullende politieverordening inzake de vergunningsplicht voor clubhuizen van motorclubs.
Besluit van de gemeenteraad van 5 oktober 2017 betreffende invullen van het begrip dagelijks bestuur: hervaststellen.
De vaststelling is dat het supplement voor niet-inwoners op de retributie voor een concessie of de retributie voor een niet-inwoner bij asverstrooiing of bijzetting in de columbariummuur zoals voorzien in het gecoördineerd retributiereglement die nu worden aangerekend voor elke niet-inwoner leidt tot niet-billijke situaties bv. een gewezen inwoner, die om gezondheidsredenen moest verhuizen naar een woonzorgcentrum buiten de gemeente krijgt een hoger tarief.
Door het ruimer omschrijven van de categorieën van begunstigden en de vermelding hierbij dat deze categorieën niet onder het tarief niet-inwoners vallen zou dit opgelost moeten zijn.
Al deze categorieën hebben een duidelijke band met de gemeente.
De personen die dan wel onder de retributie voor niet-inwoners vallen kunnen geen rechtstreekse band met onze gemeente aantonen.
In de voorbije drie jaar werd het supplement 17 keer aangerekend.
Van deze 17 zouden er 11 families deze kost niet meer moeten betalen onder de voorgestelde nieuwe bepalingen in het politiereglement.
Toelichting van de heer Derudder, burgemeester.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2020-2025, op het exploitatiekrediet 2022, actie 227, budgetrekening 0990-00/020300/500.
niet van toepassing
De heer Castelein, raadslid, verlaat de zitting tijdens de bespreking van het agendapunt en vervoegt vóór de stemming terug de zitting tijdens de bespreking.
Mevrouw Lefebre, raadslid.
In het lokaal deel van het algemeen politiereglement wordt "hoofdstuk 3 begraafplaatsen", meer bepaald artikel 461, als volgt gewijzigd:
HOOFDSTUK 3. BEGRAAFPLAATSEN
Afdeling 3.1. Vaststelling van overlijden en lijkbezorging
Art. 455.
Wanneer de openbare gezondheid vergt dat de begrafenis vroeger plaats heeft, zal de burgemeester, na het advies van de dienst burgerlijke stand, te hebben ingewonnen datum en uur van de teraardebestelling bepalen.
Art. 456.
In geval van epidemie, of te allen tijde wanneer de openbare gezondheid dit vergt, zal de burgemeester, na het advies van de dienst burgerlijke stand, te hebben ingewonnen, bevelen het lijk te ontsmetten, en onmiddellijk in een waterdichte kist naar het dodenhuis te laten overbrengen.
Art. 457.
Het opbaren van een stoffelijk overschot ten huize van de overledene of op een andere plaats dan een vergund funerarium dient te gebeuren met in acht name van alle nodige schikkingen in verband met de openbare gezondheid, hygiëne en waardigheid naar de overledene toe. Bij niet naleven van deze maatregelen kan de burgemeester de nabestaanden ertoe verplichten het stoffelijk overschot onmiddellijk over te brengen naar een vergund funerarium of dodenhuisje.
Art. 458.
Het is verboden het stoffelijk overschot te vervoeren of te dragen anders dan in een gesloten kist. De as van een overledene wordt vervoerd in een urne.
Art. 459.
Het vervoer van de as naar de begraafplaats geschiedt door de persoon die bevoegd is om de begrafenisplechtigheid te regelen en die tevens in het bezit is van een toelating tot begraven.
Afdeling 3.2. Algemene bepalingen en ordemaatregelen
Onderafdeling 3.2.1. De begraafplaatsen
Art. 460.
De begrafenissen hebben plaats op:
Art. 461.
Mogen op het grondgebied van de gemeente begraven worden:
Art. 462.
Onder voorbehoud van wat voorzien is in dit hoofdstuk heeft elke teraardebestelling plaats in een afzonderlijk graf. Het is echter toegelaten de moeder samen met haar doodgeboren kind of doodgeborenen meerling in één en hetzelfde graf te begraven. De graven hebben een lengte van 1,50 m en een breedte van 0,80 m. De diepte zal minstens 1,50 m zijn en de afstand tussen de graven 0,15 m. De as, voortkomende van verassing van de lijken wordt op dezelfde wijze ter aarde besteld als de lijken. De graven mogen echter slechts 0,80 m diep zijn. De as kan eveneens bijgezet worden in een columbarium, een urnenkelder of uitgestrooid worden op de daartoe bestemde strooiweide.
In overeenstemming met de reglementaire bepalingen kan de as ook ter beschikking worden gesteld van de nabestaanden teneinde ze uit te strooien, te begraven of te bewaren op een andere plaats dan de gemeentelijke begraafplaatsen.
Art. 463.
De asurnen moeten begraven worden in afzonderlijke kuilen. Een concessie van een urnenkelder mag dienen voor de aanvrager, zijn echtgenoot, zijn bloed- of aanverwanten en voor de leden van één of meer religieuze gemeenschappen, evenals voor de personen die daartoe ieder hun wil te kennen geven bij het gemeentebestuur. De door de concessiehouder aangewezen derden kunnen daar ook worden bijgezet. Tevens mag de concessieaanvraag worden ingediend ten behoeve van een derde en diens familie.
Onderafdeling 3.2.2. Ordemaatregelen voor de begraafplaatsen
Art. 464.
De begraafplaatsen zijn toegankelijk voor het publiek:
Art. 465.
De bedienaars van de onderscheiden erediensten en de afgevaardigden van de volgens reglementaire bepalingen erkende organisaties die morele diensten verlenen op basis van een niet confessionele levensbeschouwing mogen vrijelijk overgaan tot de plechtigheden eigen aan hun godsdienst of hun filosofische en levensbeschouwelijke opvattingen. De aangestelde van het gemeentebestuur mag de plechtigheden echter onderbreken of doen inkorten, indien deze een volgende teraardebestelling zouden belemmeren.
Afdeling 3.3. De vergunningen
Art. 466.
De vergunning op de gemeentelijke begraafplaatsen worden toegestaan door het college van burgemeester en schepenen.
Zij behelzen:
De vergunningen worden uitgeschreven voor de duur van 35 jaar, te rekenen vanaf de laatste bijzetting. De rechten, binnen de reglementaire bepalingen, verworven voor eeuwige vergunningen die regelmatig werden verleend, worden gerespecteerd.
Art. 467.
Voor allen die volgens artikel 461 van hoofdstuk 3 van het lokaal gedeelte van het algemeen politiereglement in Oostrozebeke worden begraven, geldt de mogelijkheid om een vergunning aan te vragen.
Art. 468.
De prijzen van de vergunningen worden door de gemeenteraad vastgesteld in het gecoördineerd retributiereglement.
Art. 469.
De aanvragen tot vergunning behelzen vanwege de aanvragers de verbintenis:
Art. 470.
De gemeenschappelijke vergunningen op de begraafplaatsen worden toegestaan in overeenstemming met de reglementaire bepalingen. Een zelfde concessie mag slechts dienen als graf voor de aanvrager, zijn echtgenote, zijn bloed- of aanverwanten, of voor leden van één of meer religieuze gemeenschappen, evenals voor de personen die daartoe ieder hun wil te kennen geven bij het gemeentebestuur. Eveneens mag een vergunning worden aangevraagd ten behoeve van een derde en zijn familie.
De personen voor wie de vergunning bestemd is worden aangeduid, hetzij in de aanvraag tot het bekomen van een vergunning, hetzij bij schriftelijke verklaring van de concessiehouder. Is deze laatste overleden, dan hebben volgens het geval, zijn naaste familieleden of zijn erfgenamen ten algemene titel het recht, de personen aan te duiden voor wie de nog niet bezette of voorbehouden plaats bestemd is.
Het opgraven van een lijk dat definitief in de vergunning was bijgezet met het doel het op een andere plaats te begraven staat gelijk aan het verzaken van deze plaats. Deze plaats kan dan niet meer ingenomen worden.
Het onderste vak van de grafkelder moet steeds vol zijn alvorens de hoger gelegen vakken mogen gebruikt worden. De overplaatsing van een lijk van één vak naar een ander vak van de grafkelder wordt gelijkgesteld met een opgraving. Deze bepaling is eveneens van toepassing op de eeuwige vergunningen.
Art. 471.
De vergunningen zijn onafstaanbaar en onvervreemdbaar.
Art. 472.
De vergunningen worden toegestaan in de normale volgorde. Afwijkingen kunnen toegestaan worden door het college van burgemeester en schepenen.
Art. 473.
Wanneer een vergunning ongebruikt is gebleven of het wordt als gevolg van de overbrenging van de stoffelijke overblijfselen, kan de vergunning teniet worden gedaan door het college van burgemeester en schepenen. De gemeente is voor deze terugname slechts gehouden tot terugbetaling van een bedrag in verhouding tot de al verlopen termijn, en op basis van de bij toekenning betaald som. Het jaar waarin de concessie werd aangevraagd evenals het jaar waarin de concessie wordt teruggenomen blijven volledig verschuldigd.
Art. 474.
De vergunde grond mag te allen tijde worden teruggenomen indien het openbaar belang of noodwendigheid van de diensten dit vereisen. In dit geval wordt de concessiehouder een nieuwe plaats aangewezen.
Art. 475.
De vergunning wordt slechts toegestaan voor onmiddellijk gebruik. Ter gelegenheid van de aanvraag mogen echter niet meer dan twee samenballende percelen gekocht worden, mits de aanvraag tezelfdertijd gebeurt.
Art. 476.
De oppervlakte van de vergunningen is 2,20 m op 0,90 m.
Art. 477.
Bij elke grondvergunning worden de volgende voorwaarden gesteld:
Art. 478.
Het is toegestaan, naar mate de mogelijkheid, om de plaats te voorzien voor een gewone lijkkist aan te wenden voor de bijzetting van twee of meer asurnen, voor twee kinderlijkkisten of kleine kisten die de gebeenten van de opgegraven lijken bevatten.
Art. 479.
Vergunningen zijn hernieuwbaar na afloop van de concessietermijn, aan de voorwaarden en mits betaling van het tarief dat op het ogenblik in voege zal zijn. Eeuwige vergunningen echter worden kosteloos verlengd op aanvraag van een nabestaande.
Art. 480.
De gronden van de tijdelijke vergunningen van 35 jaar en de ruimten van de vergunningen in het columbarium, indien ze niet door de nabestaanden worden verlengd, worden teruggenomen op 31 december volgend op het verstrijken van het 35e jaar te rekenen vanaf de datum van de laatste bijzetting. De herneming van de eeuwige vergunningen zal geschieden volgens de bepalingen voorzien in de reglementaire bepalingen.
Art. 481.
Wanneer na de aanvraag om een vergunning en na aanmaning de concessieprijs niet wordt betaald, dan wordt er overgegaan tot de ontgraving om dienstredenen. De nabestaanden worden hiervan voorafgaandelijk gewaarschuwd. De stoffelijke overblijfselen worden overgebracht naar het perceel voorzien voor gewone graven op dezelfde begraafplaats.
Afdeling 3.4. Graftekens, bouwwerken en beplantingen
Onderafdeling 3.4.1. Schikkingen eigen aan gewone graven
Art. 482.
Iedereen heeft het recht op het graf van zijn bloed- of aanverwanten, vriend of vriendin een grafsteen of ander gedenkteken te plaatsen. In geval van betwisting wat dat betreft, zal behoudens andere wilsbeschikkingen van de overledene, de graad van verwantschap bepalend zijn voor de voorrang bij de beslissing.
Art. 483.
De gedenktekens, zerken, graftekens te plaatsen op gewone graven, mogen niet langer zijn dan 1,50 m en niet breder dan 0,80 m en dienen zonder metselwerken dienen uitgevoerd. Voor de fundering mag geen metselwerk of beton gebruikt worden, doch enkel losse blokken. De hoogte van de gedenktekens, zerken en graftekens is beperkt tot 1,25 m boven het peil van de weg.
Art. 484.
De kransdragers en steunpunten voor klimplanten mogen de afmetingen van de graven niet te buiten gaan en moeten degelijk in het voetstuk of in de lijst bevestigd worden. Het waterpas en de loodrechte stand dienen stipt in acht genomen te worden. Kruisen en andere graftekens die rechtop staan, moeten zo geplaatst worden dat ze niet overhellen in geval van grondverzakking.
Art. 485.
Elk grafteken dat dreigt in puin te vallen moet door de betrokken familie hersteld of weggeruimd worden. Indien na een schriftelijke waarschuwing aan minstens 2 nabestaanden, de belanghebbenden de werken niet uitgevoerd hebben, zal er op bevel van de burgemeester ambtshalve overgegaan worden tot het afbreken en wegruimen van de materialen. De materialen afkomstig van ambtshalve afgebroken graftekens en zerken worden eigendom van de gemeente.
Art. 486.
De grond voor de gewone graven en de ruimte voor de niet-vergunde bijzettingen in het columbarium kan worden teruggenomen vanaf 31 december van het 20e jaar, te rekenen vanaf de datum van teraardebestelling of bijzetting in het columbarium. De wegneming van de gedenktekens en zerken wordt minstens één jaar vooraf aangekondigd. Vanaf deze bekendmaking mogen de rechthebbenden, graftekens, zerken en andere voorwerpen terugnemen, die zij op de grafstede geplaatst hebben. De niet teruggenomen voorwerpen worden van ambtswege door de gemeente weggeruimd en worden haar eigendom. De gemeente is niet verantwoordelijk voor de weggeruimde voorwerpen en moet niet voor hun bewaring instaan.
Onderafdeling 3.4.2. Schikkingen eigen aan de vergunningen
Art. 487.
De gedenktekens, zerken, en graftekens te plaatsen op de vergunde graven mogen niet langer zijn dan 2 m en niet breder dan 0,90 m per perceel en niet hoger dan 1,25 m boven het peil van de weg. De uitsprongen van de zerken, enzovoort mogen niet uitsteken buiten de grenzen van de voor het graf bestemde grond.
Art. 488.
Wanneer de op te richten graftekens en monumenten of te bouwen grafkelder afwijken van de bij dit hoofdstuk vastgesteld normen, moet de concessiehouder het desbetreffende ontwerp in drie exemplaren indienen bij het gemeentebestuur.
Het in te dienen ontwerp behelst:
Het college van burgemeester en schepenen zal zijn goedkeuring verlenen of weigeren, naargelang het op te richten bouwwerk al dan niet aan alle vereisten van stevigheid of stabiliteit beantwoordt, of de aanleg van andere graven zou schaden
Art. 489.
De grafkelders moeten aan alle eisen van stevigheid en stabiliteit beantwoorden en dienen vervaardigd in baksteen of beton. De breedte van de gebruikte kelders mag niet meer dan 0,90 m bedragen en dienen langs boven opengaand te zijn. Indien de toestand van de grond het vereist moeten de kelders rusten op een fundering van brokstenen ten einde verzakkingen te vermijden.
Art. 490.
Voor iedere plaats in de grafkelder moet een volle vloer aangebracht worden uit betonplaten, zodat de onderliggende plaats volledig afgedekt is.
Art. 491.
Alle aanvullingen of verhogingen noodzakelijk voor het plaatsen van een zerk dienen vervaardigd uit steen.
Art. 492.
Elke wijziging aan een grafteken moet aan het bestuur aangegeven worden. De voorgenomen wijziging mag de waardigheid van het oorspronkelijk uitgevoerde ontwerp niet verminderen. Zo de wijziging aangevraagd wordt door de erfgenaam of opvolgers van de concessiehouder, zijn deze gehouden, het oorspronkelijk godsdienstig of filosofisch karakter, door de concessiehouder aan het gedenkteken gegeven, te eerbiedigen.
Art. 493.
Alvorens tot een bijzetting in een vergunning mag worden overgegaan, moet de concessiehouder, indien nodig, op zijn kosten het grafteken en eventueel de grondvesten doen afbreken, zo niet zal het lichaam in een gewoon graf ter aarde besteld worden. In geval het grafteken niet binnen de veertien dagen na de begrafenis teruggeplaatst is, behoudens uitzonderlijke weersomstandigheden, kan het werk ambtshalve uitgevoerd worden ten laste en op risico van de in gebreke blijvende concessiehouder.
Art. 494.
Behalve in geval van gerechtelijk onderzoek mogen de grafkelders slechts geopend worden voor een bijzetting. Voor andere gevallen moet van het college van burgemeester en schepenen een toelating bekomen worden. Binnen de 24 uur na de teraardebestelling of de voltooiing van de werken moeten zij opnieuw hermetisch gesloten worden.
Art. 495.
De grafzerken en gedenktekens op de vergunningen moeten voortdurend in een volmaakte staat van bewaring, onderhoud en reinheid worden gehouden door de belanghebbenden. Indien het graf doorlopend onzindelijk, door plantengroei overwoekerd, vervallen, ingestort of bouwvallig is, zal door de burgemeester of zijn gemachtigde een akte van verwaarlozing worden opgesteld. Die akte blijft een jaar lang bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats aangeplakt. In de mate van het mogelijke wordt zij tevens aan de gekende familieleden meegedeeld met verzoek de concessie in goede staat te brengen. Na het verstrijken van die termijn en bij niet herstelling wordt een einde gemaakt aan de concessie.
Onderafdeling 3.4.3. De columbaria
Art. 496.
De columbariummuur op de begraafplaatsen van de gemeente bestaan uit vierkante prefabblokken van 0,50 m op 0,50 m. De opening bevindt zich langs de voorkant van het element en wordt door de zorgen van het gemeentebestuur geopend en terug gesloten. Op de afdekplaats van de nissen wordt door toedoen van het gemeentebestuur de naam, het geboorte- en overlijdensjaar van de overledene en een filosofisch teken, in een voor allen uniform lettertype aangebracht. Op vraag van de nabestaanden kan een geëmailleerde foto worden aangebracht. De betegelde zone voor, en de groenzones naast het columbarium worden door de zorgen van het gemeentebestuur aangelegd en onderhouden. In deze strook mogen geen tekens, symbolen, afsluitingen en versieringen, noch door levende planten worden aangebracht. Voor zover deze met de aard van die inrichtingen en de reglementaire bepalingen ter zake verenigbaar zijn, er in dit hoofdstuk, in verband met de voorschriften voor de teraardebestelling, gewone begravingen en vergunningen, mutatis mutandis, van toepassing op het columbarium.
De columbariummonumenten op de begraafplaatsen van de gemeente bestaan uit apart geplaatste prefabblokken. waarin 8 gesloten nissen zijn voorzien. Deze nissen dienen telkens voor 2 asurnen. Op uitdrukkelijke vraag kan een derde asurn worden bijgezet. Ze worden geplaatst naargelang de behoeften en inzichten van het gemeentebestuur. De nissen worden afgesloten met een afdekplaat. Het gemeentebestuur stelt de naamplaat ter beschikking. Er is bij een nieuwe concessie één afdekplaat inbegrepen. Bij beschadiging kan een nieuwe afdekplaat aangekocht worden door de nabestaanden bij het gemeentebestuur. Voor een eventuele aanvulling van namen na een tweede bijzetting van een urn zal de gedenkplaat moeten vernieuwd worden. De ingriffing van de afdekplaat gebeurt door de nabestaanden. Hiervoor gelden volgende onderstaande voorschriften:
Voorschriften granieten afdekplaat columbariumkubus:
Naamplaat:
Letters:
Symbolen
Foto’s
Art. 497.
Bij het aflopen van de bezettingstermijn of het verstrijken van de vergunning wordt de as van de overledene verstrooid op de strooiweide, tenzij op deze datum een aanvraag tot of een verlenging van een vergunning werd toegestaan in overeenstemming met de bepalingen van hoofdstuk 3 van het lokaal gedeelte van het algemeen politiereglement.
Onderafdeling 3.4.4. De strooiweiden
Art. 498.
Op elke gemeentelijke begraafplaats is in overeenstemming met de reglementaire bepalingen een strooiweide voorzien. Indien het de laatste wilsbeschikking is van de overledene zal de as van de overledene worden verspreid over de strooiweide. De uitstrooiing gebeurt door de aangestelde van het gemeentebestuur.
Art. 499.
De aanleg, de beplanting en het onderhoud van de strooiweiden wordt door het gemeentebestuur ten laste genomen. Het is verboden om binnen de omheining van de strooiweide een grafteken of een ander gepersonaliseerd gedenkteken te plaatsen. De naam, het geboorte- en overlijdensjaar kan worden aangebracht op een gezamenlijke gedenkplaat. Dit gebeurt door toedoen van de gemeente en is niet verplichtend. De naam blijft 20 jaar op de gedenkplaat, hierna wordt deze weggenomen.
Onderafdeling 3.4.5. De urnenkelders
Art. 500.
De urnenkelders op de gemeentelijke begraafplaats worden geplaatst in een urnenveld, dit is een aparte plaats op de begraafplaats. Ze worden geplaatst naargelang de behoeften en inzichten van het gemeentebestuur. Op het lessenaardeksel van een urnenkelder wordt door toedoen van het gemeentebestuur de naam, het geboorte- en overlijdensjaar van de overledene in een voor allen uniform lettertype aangebracht en zo gewenst een filosofisch teken. Deze bepaling geldt tot einde voorraad van deze urnenkelders met lessenaarsdeksel. Pas na uitputting van de voorraad kunnen concessies voor de nieuwe urnenkelders (element met 4 kelders) aangevraagd en verleend worden.
De urnenkelders op de gemeentelijke begraafplaats worden geplaatst in een urnenveld, dit is een aparte plaats op de begraafplaats. Ze worden geplaatst naargelang de behoeften en inzichten van het gemeentebestuur. De urnenkelders worden afgesloten met een afdekplaat. Het gemeentebestuur stelt de naamplaat ter beschikking. Er is bij een nieuwe concessie één afdekplaat inbegrepen. Bij beschadiging kan een nieuwe afdekplaat aangekocht worden door de nabestaanden bij het gemeentebestuur. Voor een eventuele aanvulling van namen na een tweede bijzetting van een urn zal de gedenkplaat moeten vernieuwd worden. De ingriffing van de afdekplaat gebeurt door de nabestaanden. Hiervoor gelden volgende onderstaande voorschriften:
Voorschriften granieten afdekplaat urnenkelder (voor de elementen met 4 kelders):
Naamplaat:
Letters:
Symbolen
Foto’s
Art. 501.
Bij het aflopen van de bezettingstermijn of het verstrijken van de vergunning wordt de as van de overledene verstrooid op de strooiweide, tenzij op deze datum een aanvraag tot of een verlenging van een vergunning werd toegestaan in overeenstemming met de bepalingen van hoofdstuk 3 van het lokaal gedeelte van het algemeen politiereglement.
Onderafdeling 3.4.6. Algemene schikkingen
Art. 502.
De families, de concessiehouders of hun rechthebbenden of de aannemers, moeten bij de werken betreffende het plaatsen van graftekens of de bouw van grafkelders vooraf kennis geven aan het gemeentebestuur en zich houden aan de algemene onderrichtingen ter zake. Wederrechtelijk, of niet volgens de reglementaire bepalingen geplaatste graftekens, kunnen op kosten van de opdrachtgever door het gemeentebestuur worden verwijderd.
Art. 503.
Het is verboden, stenen, materialen of andere voorwerpen, die dienen tot het oprichten van graftekens of het bouwen van grafkelders, binnen de begraafplaats neer te leggen, tenzij voor onmiddellijk gebruik. Het bouwmateriaal moet worden aangebracht naargelang het werk vordert, het mag voorlopig in de nabijheid van de werkplaats worden neergelegd. Beton, cement of mortel moeten op platen, in bakken of in andere daartoe bestemde recipiënten worden geplaatst. Het is ten stelligste verboden om aanpalende graven of zerken te gebruiken als opslagplaats voor materialen of aarde tijdens het oprichten van de grafzerk. Evenmin mogen grafzerken of graftekens in de omgeving worden weggenomen, al is het maar tijdelijk, onder welk voorwendsel ook. De aannemers zijn verantwoordelijk voor de schade, berokkend door het binnenbrengen van zware materialen, aan wegen, wandelpaden, graftekens en beplantingen. Ingeval van danig verzuim kan de aannemer uit de begraafplaats worden geweerd. Bij niet herstelling van de aangerichte schade kan het gemeentebestuur de schade herstellen op kosten van de uitvoerende aannemer.
Art. 504.
De bouw- of herstellingswerken mogen, in geen geval de vrije doorgang in de wegen en wandelpaden belemmeren.
Art. 505.
In geval van overmacht kan de burgemeester bevel geven de bouwwerken te staken.
Art. 506.
Naargelang het werk vordert moeten de families, de concessiehouders of hun rechthebbenden, of de aannemers, alle materiaal, afval, puin, enzovoort weghalen, de omgeving van de gedenktekens reinigen en de plaats waar de werken uitgevoerd werden in de oorspronkelijke staat herstellen. Vuilnis, afval, puin evenals de aarde voortkomende van de graafwerken, moeten onmiddellijk worden afgevoerd, ofwel naar de plaats door de gemeente aangeduid, ofwel buiten het kerkhof. De afgevoerde aarde mag in geen geval beenderen of andere restanten van een overledene bevatten.
Het is onder geen enkel voorwendsel toegelaten om afval, aarde of puin aan de ingang van de begraafplaats, zelfs al is het tijdelijk, achter te laten. Indien de betrokkenen zich niet schikken naar onderhavige bepalingen zal de opruiming ambtshalve en zonder voorafgaandelijke verwittiging ten laste en op risico van de overtreder worden uitgevoerd.
Art. 507.
Alle bouwwerken, herstellingen en wijzigingen aan graftekens of -kelders geschieden onder de verantwoordelijkheid van de familie, concessiehouder of zijn rechthebbende, die alle voorzorgsmaatregelen moeten treffen om ongevallen en schade aan de nabijgelegen grafsteden te voorkomen. Zij blijven te allen tijde verantwoordelijk voor elk geval dat te wijten is aan hun nalatigheid of onvoorzichtigheid.
Art. 508.
De familie, de concessiehouder of hun rechthebbende, blijven te allen tijde verantwoordelijk tegenover derden, voor de schade die zou berokkend worden aan nabijgelegen grafkelders of gedenkstenen of voor de ongevallen waarvan de bezoekers of de bedienden van de begraafplaats het slachtoffer zouden worden, tengevolge van de slechte hoedanigheid van het aangewende materiaal, de gebrekkige uitvoering van de werken of het gebrek aan onderhoud. Iedere schade dient onmiddellijk door de betrokkene op zijn kosten hersteld of vergoed, volgens akkoord met de belanghebbende familie of concessiehouder.
Art. 509.
Het aanbrengen van vaste planten moet gebeuren binnen de perken toegewezen aan elk individueel graf, derwijze, dat zij niet uitbreiden boven de aanpalende graven. Zij moeten zo worden geschikt of onderhouden dat zij het toezicht en de doorgang niet belemmeren. Beplantingen die hier niet aan voldoen, zullen zonder verwittiging door de verantwoordelijke van de begraafplaats worden verwijderd, zonder dat de familie of hun rechthebbenden hiertegen verhaal kunnen uitoefenen. De verwijderde beplantingen worden eigendom van de gemeente.
Art. 510.
Bij afwijking van artikel 509, is het wel toegelaten om seizoenplanten aan te brengen buiten de ruimte toegewezen aan het graf, onder voorwaarde dat dit gedaan wordt in een bakje, en voor zoverre de afmetingen van de wandelpaden of wegen dit toelaten en zij niet hinderend zijn voor de aanpalende grafsteden. De seizoensplanten mogen niet ingegraven worden en moeten bij de columbariummonumenten en urnenkelders op de maairand geplaatst worden.
Art. 511.
Van 30 oktober tot en met 5 november van elk jaar is het verboden:
Enkel het verzorgen van de aanplantingen en niet hinderende onderhoudswerken aan de graven is toegestaan.
Art. 512.
De ter gelegenheid van Allerheiligen geplaatste bloemen kunnen terug afgehaald worden tussen 7 en 28 november.
Art. 513.
Behalve op bevel van de rechterlijke overheid mag tot geen ontgraving overgegaan worden zonder de machtiging van de burgemeester. Deze machtiging mag echter geweigerd worden indien de opgraving uitsluitend tot doel heeft, door de overplaatsing van gebeenten in een kleine kist, een plaats vrij te houden voor een bijkomende teraardebestelling in dezelfde vergunning. Bijzondere maatregelen kunnen worden voorgeschreven wanneer de persoon overleden is aan een epidemische ziekte. De aanvraag tot ontgraving moet schriftelijk worden gedaan door de naaste familieleden van de overledene.
Art. 514.
De ontgravingen hebben plaats op de datum en het uur in gemeen akkoord vastgesteld tussen het gemeentebestuur en de familie. Van 15 oktober tot en met 12 november worden geen ontgravingen toegestaan. Naast de aangestelde(n) van het gemeentebestuur mag een beperkte afvaardiging van de familieleden van op een welvoeglijke afstand bij de opgravingen aanwezig zijn.
Art. 515.
De opgraving van een lijk, op vraag van nabestaanden of belanghebbenden, met het oog op een lijkverbranding wordt slechts toegelaten, indien de formaliteiten in overeenstemming met de reglementaire bepalingen, vervuld zijn.
Art. 516.
De kosten die desgevallend voortvloeien uit de afbraak en de terugplaatsing van de naburige graftekens vallen ten laste van de aanvrager.
Art. 517.
Indien een opgegraven lijk naar een andere begraafplaats moet gevoerd worden, is het onontbeerlijk de eerste kist en/of haar restanten in een nieuwe gesloten kist te bergen. Deze bepaling is echter niet van toepassing wanneer het vervoer enkel gebeurt binnen de omheining van dezelfde begraafplaats.
Aanpassing van het gemeentelijk politiereglement voor het laten vastleggen van het gebruik van de Ginstezaal en de gebruiksvoorwaarden hiertoe.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 25 februari 2022 tot wijziging van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en het decreet van 3 mei 2019 houdende de havenkapiteindienst.
Besluit van de gemeenteraad van 2 november 2017 betreffende algemeen politiereglement: algemeen; lokaal en zonaal gedeelte: hervaststellen, het laatst gewijzigd bij besluit van de gemeenteraad van 7 oktober 2021 betreffende aanvullende politieverordening inzake de vergunningsplicht voor clubhuizen van motorclubs.
Besluit van de gemeenteraad van 2 mei 2019 betreffende erkenningsbesluit gemeentelijke adviesraden: vaststellen, het laatst gewijzigd bij besluit van de gemeenteraad van 31 maart 2022 betreffende opstart lokale economische raad.
Bij de overname van de Ginstezaal werden een aantal principes vastgelegd naar analogie met de andere culturele infrastructuur.
Deze principes werden tijdens een testperiode uitgeprobeerd en bijgestuurd waar nodig.
Door de coronacrisis was er weinig verhuur en duurde de testperiode langer dan voorzien.
De Ginstezaal werd nog niet toegevoegd aan het politiereglement, hoofdstuk 5: "Gebruik van de gemeentelijke culturele infrastructuur".
Vanuit de gebruikers komen er geen vragen, die een bijsturing nodig maken.
In het kader van de BTW mag er nergens nog gesproken worden over het verhuren van één of meerdere zalen en mag het gebruik niet als een verhuring gekwalificeerd kunnen worden.
De gemeente stelt overigens haar zalen ter beschikking van de gebruiker(s).
De tekst werd aangepast zodat het woord "huur" of "verhuring" nergens meer voorkomt, en dit om elk misverstand uit te sluiten.
Volgens het artikel 2 van het erkenningsbesluit gemeentelijke adviesraden moet het gemeentebestuur de erkende adviesraden betrekken bij de voorbereiding en de uitvoering van het gemeentelijk beleid.
Er werd gunstig advies verleend door de gemeentelijke culturele raad op op 10 mei 2022.
Toelichting door de heer Van D'huynslager, schepen.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2020-2025, op het exploitatiekrediet, actie 314, 0705-00/7050300.
niet van toepassing
De heer Castelein, raadslid.
Enig artikel
In het algemeen politiereglement wordt hoofdstuk 5 "Gebruik van de gemeentelijke culturele infrastructuur" met ingang van 8 juli 2022 vervangen door volgend hoofdstuk:
Afdeling 5.1. Algemene bepalingen
Art. 534.
Iedere aanvraag om in de culturele infrastructuur een bepaald lokaal te gebruiken, wordt via een formulier of online ingediend op de afdeling vrije tijd – gemeenschapscentrum.
De benaming “culturele infrastructuur” omvat gemeenschapscentrum “O.C. Mandelroos”, gemeenschapszaal “Tjuf” en de “Ginstezaal”.
Het formulier is te verkrijgen op de afdeling vrije tijd – gemeenschapscentrum of op de gemeentelijke website.
De aanvraag moet gebeuren:
De aanvrager legt zijn/haar identiteitskaart voor op eenvoudige vraag. De aanvragen worden volgens datum en uur van ontvangst toegekend.
Art. 535
De aanvrager krijgt hetzij door afgifte van een ontvangstbewijs van betaling hetzij door afgifte van een goedkeuring van de toelating tot gebruik.
Art. 536.
De gebruiker is ertoe gehouden:
de geldende regelgeving betreffende het verbod op het roken in openbare plaatsen te respecteren.
Art. 537.
Specifiek voor het gemeenschapscentrum “O.C. Mandelroos” zorgt de gebruiker ervoor dat:
Specifiek voor de gemeenschapszaal “Tjuf” zorgt de gebruiker ervoor dat:
Specifiek voor de “Ginstezaal” zorgt de gebruiker ervoor dat:
Art. 538.
Voor de betaling gelden hiernavolgende bepalingen:
Art. 539.
De afdeling vrije tijd - gemeenschapscentrum wordt tijdig in kennis gesteld van het niet-gebruik van een lokaal zijnde zeven dagen voor de ingebruikname van het lokaal.
De annuleringskosten bedragen:
met een minimumbedrag vastgesteld in het gecoördineerd retributiereglement. Wanneer de afdeling vrije tijd - gemeenschapscentrum niet in kennis wordt gesteld van het niet-gebruik van een lokaal is het bedrag toch verschuldigd.
Art. 540.
Er zijn geen annuleringskosten verschuldigd wanneer het niet in gebruik nemen van de lokalen het gevolg is van overmacht, dit zijn onvoorziene omstandigheden onafhankelijk van de wil van de huurder. Elk geval van overmacht wordt behandeld door het college van burgemeester en schepenen.
Art. 541.
Voor de annulering van repetities, vergaderingen of trainingen die periodiek (zoals wekelijks/maandelijks/om de veertien dagen) georganiseerd worden op eenzelfde dag en uur in de periode van 1 januari tot en met 31 december geldt een afwijkende regeling. Aan deze annuleringen zijn geen kosten verbonden. Indien minstens 24 uur voor de repetitie of de vergadering gewaarschuwd wordt dat het lokaal niet in gebruik zal genomen worden, dan kan de repetitie of vergadering ingehaald worden tijdens hetzelfde jaar. Indien de gebruiker zelf een repetitie annuleert en ze wordt niet ingehaald in het lopende kalenderjaar gaat ze verloren. Indien niet of laattijdig gewaarschuwd wordt dat de lokalen niet in gebruik zullen genomen worden, kan de repetitie of de vergadering niet ingehaald worden. Het bedrag van het lokaal is in dit geval verschuldigd.
Art. 542.
Indien de lokalen, in geval van overmacht, niet beschikbaar zijn tijdens de gebruiksperiode, krijgt de gebruiker het reeds betaalde bedrag terug. De gebruiker heeft geen recht op schadevergoeding.
Art. 543.
De afdeling vrije tijd – gemeenschapscentrum is bevoegd om een repetitielokaal onbeschikbaar te verklaren of te verplaatsen naar een ander lokaal, ingeval dit lokaal nodig is om een andere activiteit te laten doorgaan, met uitzondering van een repetitielokaal voor een algemene repetitie. Per activiteit is er slechts één algemene repetitie toegestaan. Ten laatste veertien dagen voor de repetitie die niet kan doorgaan, wordt de gebruiker in kennis gesteld van de onbeschikbaarheid van het repetitielokaal. Indien een vervanglokaal voorgesteld wordt door de afdeling vrije tijd - gemeenschapscentrum heeft de gebruiker tien dagen tijd om te verwittigen of ze al dan niet gebruik zullen maken van het lokaal. Indien de afdeling vrije tijd - gemeenschapscentrum een repetitie annuleert kan die ingehaald worden in de loop van het jaar. Kunnen deze repetities niet ingehaald worden, dan worden ze in mindering gebracht op de schuldvordering van het gebruik voor het volgende jaar.
Art. 544.
Elke publiciteit vermeldt duidelijk naam van de inrichter of inrichtende vereniging, gebruikt lokaal en het juiste aanvangsuur evenals volgende aanduiding, zoals ze hier geschreven is: gemeenschapscentrum “O.C. Mandelroos”, gemeenschapszaal “Tjuf” of “Ginstezaal”.
In de culturele infrastructuur kan enkel publiciteit gevoerd worden mits toestemming van de afdeling vrije tijd - gemeenschapscentrum.
Affiches of andere mededelingen bestemd om aan het affichebord in de inkom van het gemeenschapscentrum “O.C. Mandelroos” uit te hangen worden op de afdeling vrije tijd - gemeenschapscentrum afgegeven. Affiches of andere mededelingen, zelf aangebracht door verenigingen of particulieren, worden onmiddellijk verwijderd. In gemeenschapszaal “Tjuf” en “Ginstezaal” worden geen affiches uitgehangen.
Art. 545.
Het gemeentebestuur is niet verantwoordelijk voor gebeurlijke ongevallen. De burgerlijke aansprakelijkheid van de gebruiker ten aanzien van derden wordt niet gedekt door een verzekeringspolis van het gemeentebestuur.
Art. 546.
Een optie nemen is enkel mogelijk voor erkende verenigingen en wordt bevestigd door afdeling vrije tijd - gemeenschapscentrum. Indien er een andere aanvraag ingediend wordt, krijgt de aanvrager de kans de optie om te zetten in een reservering binnen de vijf kalenderdagen. Indien de aanvrager geen gebruik maakt van de omzetting vervalt de optie. De optie vervalt automatisch één maand na de aanvraag.
Art. 547.
Voor het gemeentebestuur, gemeentelijke adviesraden, OCMW en erkende verenigingen kan een voorlopige reservering opgemaakt worden voor jaarlijks, op een vast tijdstip, terugkerende activiteiten. Zes maanden voor de eigenlijke activiteit wordt de voorlopige reservering omgezet in een optie (deze omzetting gebeurt niet automatisch). Alle bepalingen betreffende de optie worden dan van toepassing.
Art. 548.
Het is niet toegestaan ramen, deuren, muren, panelen en vloeren te benagelen, te beplakken, te beschilderen of te beschrijven.
Art. 549.
Het in gereedheid brengen van de lokalen gebeurt tijdens de periode van gebruik, tenzij andersluidende afspraak en mits toestemming van de afdeling vrije tijd - gemeenschapscentrum. Het inrichten van het lokaal op de dagen die aan de activiteit voorafgaan, kan tenzij andersluidende afspraak en mits toestemming van de afdeling vrije tijd - gemeenschapscentrum. Het klaarzetten van de lokalen is gratis, tenzij een reservatie van een andere gebruiker moet wijken buiten het gemeenschapscentrum d.w.z. als er geen andere zaal kan aangeboden worden in de culturele infrastructuur. In dit laatste geval moet voor die dagperiode betaald worden. Het tarief niet-commercieel zonder publiek wordt aangerekend. Het ontruimen van de lokalen gebeurt in principe onmiddellijk na het beëindigen van de activiteit, tenzij andersluidende afspraak en mits toestemming van de afdeling vrije tijd - gemeenschapscentrum.
Art. 550.
De gebruiker duidt één of meerdere personen aan die gedurende het gebruik steeds aanwezig zijn in de culturele infrastructuur. De gebruiker geeft aan de aangestelde van het gemeentebestuur de namen door van deze personen.
Art. 554.
Gemeenschapscentrum “O.C. Mandelroos”:
De gereserveerde zalen worden geopend en gesloten door de aangestelde van het gemeentebestuur. Indien het vermoedelijke einduur van de activiteit na 22.45 u. is, zal de aangestelde van het gemeentebestuur de nodige sleutels ter beschikking stellen van de gebruiker. De gebruiker legt deze sleutels, samen met het blad van drankverbruik, na het beëindigen van de activiteit in de brievenbus van het gemeenschapscentrum "O.C. Mandelroos”.
Gemeenschapszaal “Tjuf”:
De gebruiker haalt op een vooraf afgesproken tijdstip de sleutels die hem toegang verlenen tot de gereserveerde zalen in gemeenschapszaal “Tjuf” af in het gemeenschapscentrum “O.C. Mandelroos”. Na het beëindigen van de activiteit legt de gebruiker deze sleutels, samen met het blad van drankverbruik in de brievenbus van het gemeenschapscentrum "O.C. Mandelroos”.
“Ginstezaal”:
De gebruiker haalt op een vooraf afgesproken tijdstip de sleutels die hem toegang verlenen tot de “Ginstezaal” af in het gemeenschapscentrum “O.C. Mandelroos”. Na het beëindigen van de activiteit legt de gebruiker deze sleutels samen met het blad van drankverbruik in de brievenbus van het gemeenschapscentrum "O.C. Mandelroos”.
Art. 555.
Voor de betaling van de drankfactuur gelden hiernavolgende bepalingen:
Art. 556.
Annulatiekosten worden aangerekend vanaf de zevende dag na ontvangst van de reservatie, ook al is er nog geen goedkeuring opgemaakt.
Art. 557.
Reservaties voor feesten in kleinere zalen worden niet goedgekeurd als er al een reservatie is voor een grotere activiteit als bijvoorbeeld Eenaemezaal en centrale ontmoetingsruimte al in gebruik zijn genomen voor muziekconcert, optreden, megaorganisatie, enzovoort.
Art. 558.
De keuken mag enkel door één gebruiker in gebruik genomen worden. De keuken moet wel toegankelijk blijven voor afwas, maken van koffie en opwarmen van drank door andere gebruikers.
Art. 559.
Bij het gebruik van de Ernest Brengierzaal krijgt een gemeentelijke organisatie in de mate van het mogelijke voorrang op andere organisaties d.w.z. afhankelijk van wat er eventueel al gereserveerd staat. Een vereniging die gratis gebruik maakt van de culturele infrastructuur kan een ander lokaal toegewezen worden. Een gebruiker die vast gereserveerd en betaald heeft, kan men niet meer verplaatsen tenzij er hierover onderling overeengekomen wordt.
Art. 560.
Een aanvraag van een erkende vereniging, zowel een repetitie als een activiteit, heeft prioriteit.
Art. 561.
Op de eerste verdieping van het gemeenschapscentrum “O.C. Mandelroos” is het verboden om activiteiten te laten doorgaan die de capaciteit van deze zalen overschrijdt evenals feesten en recepties.
Art. 562.
Het plaatsen van een mobiele frituur of iets gelijkaardigs achteraan het gemeenschapscentrum “O.C. Mandelroos”, achteraan gemeenschapszaal “Tjuf” of op de parking van de “Ginstezaal” is toegestaan. De plaatsing ervan mag eventuele andere gebruikers van het gemeenschapscentrum “O.C. Mandelroos” en sportcentrum “De Mandelmeersen” of de gemeenschapszaal “Tjuf” en “’t ateljee” of de speelweide bij de “Ginstezaal” niet hinderen.
Deze mobiele frituren of iets gelijkaardigs moeten op vier meter van een blinde muur of op zes meter van een muur met ramen en deuren geplaatst worden of op voldoende wijze zijn afgeschermd.
Art. 563.
De eigendommen van de huurder zijn niet verzekerd. De huurder wordt aangeraden zelf een brandpolis af te sluiten met afstand van verhaal ten opzichte van de gemeente, de huurder kiest zelf de verzekeringsmaatschappij.
Afdeling 5.2. Bijzondere bepalingen
Onderafdeling 5.2.1. Voorstellingen en uitvoeringen
Art. 564.
De gebruiker mag tijdens een activiteit niet meer personen toelaten dan het aantal beschikbare plaatsen. Het aantal beschikbare plaatsen is verschillend naargelang de deelnemers aan de activiteit zitten of staan:
Wanneer de aangestelde van het gemeentebestuur vaststelt dat er zich meer mensen bevinden dan toegelaten volgens dit artikel, moet de aangestelde van het gemeentebestuur de activiteit opschorten.
Art. 565.
De gebruiker moet zelf voor het onthaal, de verkoop van kaarten en de controle bij de ingangen instaan.
Art. 566.
Het gebruik van de geluid- en lichtinstallatie gebeurt steeds op aanwijzingen van het bevoegde personeel. Indien de gebruiker permanent over gemeentepersoneel wenst te beschikken voor het bedienen van de geluid- en de lichtinstallatie wordt dat schriftelijk aangevraagd aan het college van burgemeester en schepenen minstens één maand op voorhand. Het tarief wordt toegepast per uur en per personeelslid vastgesteld in het gecoördineerd retributiereglement.
Art. 567.
Een repetitie mag niet bijgewoond worden door publiek, zo niet geldt de huurprijs.
Art. 568.
Per voorstelling of uitvoering van een creatie van een erkende vereniging kan eenmaal een lokaal gereserveerd worden voor een algemene repetitie. De algemene repetitie wordt tijdig aangevraagd. Artikel 559 is voor dit repetitielokaal niet van toepassing.
Art. 569.
In de Eenaemezaal en de “Ginstezaal” wordt voor erkende verenigingen de podiumruimte achter het gordijn voorbehouden voor decorbouw maximum twee weken voor de eerste voorstelling. De voorbehouden periode vangt aan op een dinsdag. Het voorpodium, dit is de ruimte voor het gordijn, blijft ter beschikking van de gebruiker van de Eenaemezaal en/of de Ginstezaal.
Onderafdeling 5.2.2. Tentoonstellingen
Art. 570.
De organisator staat in voor:
Art. 571.
Commerciële tentoonstellingen en vakbeurzen kunnen plaatsvinden in de culturele infrastructuur mits naleving van de reglementaire bepalingen zoals de wet op de handelspraktijken.
Onderafdeling 5.2.3. Leskeuken
Art. 572.
In aanvulling met artikel 553 is elke gebruiker ertoe gehouden:
Art. 573.
In aanvulling met artikel 535 is elke gebruiker ertoe verplicht de keuken te reserveren voor activiteiten andere dan afwassen, koffiezetten en opwarmen drank.Art. 574.
Indien andere gebruikers de keuken gebruiken voor afwas, koffie maken en opwarmen drank, is de persoon, die de keuken heeft gereserveerd, verantwoordelijk, gedurende zijn of haar gebruik, voor het naleven van de bepaling betreffende het gebruik van de keuken door de andere gebruikers.
Art. 575.
Het materiaal aanwezig in de keuken van gemeenschapszaal “Tjuf” en Ginstezaal is inbegrepen bij het gebruik van de zaal.
Onderafdeling 5.2.4. Cafetaria
Art. 576.
In aanvulling met artikel 553 is elke gebruiker ertoe gehouden:
Onderafdeling 5.2.5. Fuiven
Art. 577.
Erkende verenigingen kunnen fuiven organiseren zonder behandeling van de aanvraag in het college van burgemeester en schepenen. In de gemeentelijke culturele infrastructuur kunnen noch fuiven door niet-erkende verenigingen, noch klasfuiven of privéfuiven georganiseerd worden.
Art. 578.
Een fuif kan enkel georganiseerd worden in de Eenaemezaal van het gemeenschapscentrum “O.C. Mandelroos”. In gemeenschapszaal “Tjuf” en de “Ginstezaal” zijn geen fuiven toegelaten (behalve deze waarvoor het gemeentebestuur expliciet toestemming geeft).
Art. 579.
Maandelijks kunnen er maximaal twee fuiven georganiseerd worden in de Eenaemezaal. Per kalenderjaar kan een erkende vereniging maximaal drie fuiven organiseren.
Afdeling 5.3. Waarborg
Art. 580.
De waarborgsom wordt betaald door storting op de gemeenterekening veertien dagen voor de ingebruikname. Veertien dagen voor de activiteit wordt een stortingsbewijs van de verzekering binnengebracht in het secretariaat van het gemeenschapscentrum “O.C. Mandelroos”.
De waarborgsom bedraagt voor fuiven voor erkende verenigingen die een toelage van de gemeente Oostrozebeke ontvangen:
Art. 581.
Bij niet-betaling van de waarborgsom tegen de vervaldatum wordt het aangevraagde gebruik niet toegestaan.
Alle onkosten in verband met de al gevoerde publiciteit, verkoop van toegangskaarten en dergelijke blijven ten laste van de gebruiker.
Art. 582.
Het college van burgemeester en schepenen beslist over de vrijstelling van de waarborgsom. Buitengewone schoonmaak, herstellingen, beschadigingen, verdwenen materiaal, niet betaalde drankfacturen worden afgehouden van de waarborgsom. Inbreuken op hoofdstuk 5 van het lokaal gedeelte van het algemeen politiereglement en/of de bepalingen van de goedkeuring kunnen leiden tot inhouding van een gedeelte of de volledige waarborgsom.
Afdeling 5.4. Dranken
Art. 583.
De gebruikers die sterke dranken verkopen, stellen zich in orde met alle reglementaire bepalingen.
Art. 584.
Alle bieren en frisdranken moeten van het gemeentebestuur afgenomen worden. Koffie, melk, suiker en koeken mogen door de gebruiker zelf meegebracht worden indien ze dit wensen. In het gemeenschapscentrum “O.C. Mandelroos” heeft men de mogelijkheid om eveneens koffie en koffiefilters af te nemen van het gemeentebestuur.
Art. 585.
De dranken zijn gestapeld in de bierbergingen. De gebruiker staat zelf in voor:
Art. 586.
Het drankverbruik wordt vastgesteld door de afdeling vrije tijd - gemeenschapscentrum. De schuldvordering van drankverbruik moet dertig dagen, te rekenen vanaf de verzendingsdatum, betaald worden (zie hoofdstuk 12 van het lokaal gedeelte van het algemeen politiereglement).
Art. 587.
De gebruiker brengt, ten laatste veertien dagen voor een activiteit waarbij de cafetaria of de mobiele bar worden gebruikt, de volledig ingevulde bestelbon binnen in het secretariaat van het gemeenschapscentrum “O.C. Mandelroos”. Bij niet naleving van de termijn kan de levering van de gevraagde materialen niet verzekerd worden.
Art. 588.
Als een vereniging buiten (op de speelweide, het Gemeenteplein) repeteert, mag er drank genuttigd worden van het gemeenschapscentrum “O.C. Mandelroos”. Als een vereniging repeteert op verplaatsing (vb. Groene Long) wordt geen drank afgenomen van het gemeenschapscentrum “O.C. Mandelroos”.
Afdeling 5.5. Openingstijden gemeentelijke culturele infrastructuur
Art. 589.
De aangestelde van het gemeentebestuur is aanwezig in het gemeenschapscentrum “O.C. Mandelroos” elke werkdag van 14.30 u. tot 20.30 u., op zaterdag en zondag van 9 u. tot 12 u. en van 14.30 u. tot 20.30 u.
Dit betekent dat het loket gesloten is buiten deze uren.
De culturele infrastructuur is open elke werkdag van 13.30 u. tot 22.45 u., op zaterdag van 8.30 u. tot 22.45 u., op zondag en wettelijke feestdagen van 8.30 u. tot 21 u. Gebruik van de infrastructuur buiten deze uren is mogelijks mits voorafgaande goedkeuring.
Het gemeenschapscentrum “O.C. Mandelroos” en de gemeenschapszaal “Tjuf” zijn gesloten:
Dit betekent dat er tijdens deze periodes geen reservaties mogelijk zijn en dat de gebouwen afgesloten zijn.
Art. 590.
Voor een erkende vereniging wordt een uitzondering gemaakt voor de periode van 26 december tot en met 30 december onder volgende voorwaarden:
Art. 591.
Voor aanvragen op weekdagen overdag in de week van 21 juli tot en met de week van 15 augustus kan de afdeling vrije tijd – gemeenschapscentrum een uitzondering maken.
E-mail van 17 mei 2022 van de heer Carl Decaluwé, gouverneur, met als onderwerp 'model protocol bestuurlijke handhaving'.
Gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994, het laatst gewijzigd bij wet van 17 maart 2021 betreffende herziening van de Grondwet teneinde in titel II van de Grondwet een artikel 22ter in te voegen dat het recht van personen met een handicap op volledige inclusie in de samenleving waarborgt – artikel 22.
Strafwetboek van 8 juni 1867, het laatst gewijzigd bij wet van 21 maart 2022 houdende wijzigingen aan het Strafwetboek met betrekking tot het seksueel strafrecht – artikel 458, 458bis en 458ter.
Gerechtelijk Wetboek van 10 oktober 1967, het laatst gewijzigd bij wet van 19 januari 2022 houdende boek 2, titel 3, “Relatievermogensrecht” en boek 4 “Nalatenschappen, schenkingen en testamenten” van het Burgerlijk Wetboek – artikel 1380.
Wetboek van Strafvordering van 17 november 1808, het laatst gewijzigd bij wet van 21 maart 2022 houdende wijzigingen aan het Strafwetboek met betrekking tot het seksueel strafrecht – artikel 21bis, 28quinquies en artikel 29.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 25 februari 2022 tot wijziging van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en het decreet van 3 mei 2019 houdende de havenkapiteindienst. – artikel 2.
Burgerlijk Wetboek van 21 maart 1804 BOEK III : Wijze van eigendomsverkrijging, het laatst gewijzigd bij wat van 19 januari 2022 houdende boek 2, titel 3, “Relatievermogensrecht” en boek 4 “Nalatenschappen, schenkingen en testamenten” van het Burgerlijk Wetboek – artikel 1382 en 1383.
Wet op het politieambt van 5 augustus 1992, het laatst gewijzigd bij wet van 31 juli 2020 tot regeling van de verwerking van operationele politionele informatie door het administratief en logistiek kader van de geïntegreerde politie – artikel 5, 5/1, 5/2, 13bis, 14, 40, 44/1 en 44.
Wet van 3 juli 1969 tot invoering van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, het laatst gewijzigd bij wet van 7 maart 2022 houdende diverse fiscale bepalingen en fraudebestrijding – artikel 93bis.
Koninklijk besluit van 10 april 1992 tot coördinatie van wettelijke bepalingen inzake inkomstenbelastingen [ WIB 1992 ] het laatst gewijzigd bij wet van 28 maart 2022 houdende verlaging van lasten op arbeid – artikel 337 en 337/1.
Decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit (citeeropschrift: "Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013"), het laatst gewijzigd bij decreet van 11 februari 2022 tot wijziging van het decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies en tot opheffing van het decreet van 18 juli 2003 betreffende de verblijven en verenigingen die een werking uitoefenen in het kader van "Toerisme voor Allen" – artikel 3.19.0.0.2.
Sociaal Strafwetboek van 6 juni 2010, het laatst gewijzigd bij wet van 1 april 2022 tot wijziging van afdeling 2/1 van het Sociaal Strafwetboek betreffende de bijzondere bevoegdheden van de sociaal inspecteurs op het vlak van de vaststellingen inzake discriminatie – artikel 54-56 en 58.
Algemene wet van 18 juli 1977 inzake douane en accijnzen, het laatst gewijzigd bij wet van 23 februari 2022 tot aanpassing van de algemene wet inzake douane en accijnzen aan het douanewetboek van de Unie en houdende diverse bepalingen – artikel 320.
Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid. (Aangehaald als : DABM), het laatst gewijzigd bij decreet van 26 februari 2021 tot wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen – artikel 16.3.24 en 16.7.1.
Gecodificeerd decreet van 15 mei 2009 betreffende Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening [citeeropschrift: "Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening", afgekort "VCRO"], het laatst gewijzigd bij decreet van 11 februari 2022 tot wijziging van het decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies en tot opheffing van het decreet van 18 juli 2003 betreffende de verblijven en verenigingen die een werking uitoefenen in het kader van "Toerisme voor Allen" – artikel 6.1.47 en 6.1.5., opgeheven bij artikel 24 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning.
Besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2000 betreffende de administratieve geldboete voor het overtreden van een stakingsbevel, laatst gewijzigd bij artikel 32 van het Besluit van de Vlaamse regering van 9 februari 2018 betreffende de handhaving van de ruimtelijke ordening en tot wijziging en opheffing van diverse besluiten.
Besluit van de Vlaamse regering van 9 februari 2018 betreffende de handhaving van de ruimtelijke ordening en tot wijziging en opheffing van diverse besluiten.
Wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, het laatst gewijzigd bij wet van 28 november 2021 om justitie menselijker, sneller en straffer te maken – artikel 9bis.
Gecodificeerd decreet van 17 juli 2020 over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020 (citeeropschrift: "Vlaamse Codex Wonen van 2021"), het laatst gewijzigd bij decreet van 23 december 2021 betreffende Programmadecreet bij de begroting 2022 – artikel 15, 17 en 20.
Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, het laatst gewijzigd bij wat van 5 maart 2021 tot harmonisering van de procedure inzake verkeersovertredingen binnen het toepassingsgebied van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties – artikel 3.
Wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten, het laatst gewijzigd bij wet van 18 juni 2020 betreffende wijziging wet 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten.
Wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, het laatst gewijzigd bij wet van 21 december 2021 houdende omzetting van het Europees Wetboek voor elektronische communicatie en wijziging van diverse bepalingen inzake elektronische communicatie – artikel 5 en 17.
Gecoördineerde Wet Nieuwe Gemeentewet van 24 juni 1988, het laatst gewijzigd bij wet van 8 juni 2018 houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing – artikel 119, 119bis,121, 130, 133, 134, 134ter, 134quater, 134quinquies, 134sexies, 134septies en 135.
Wetsbepalingen van 3 april 1953 inzake de slijterijen van gegiste dranken, samengeordend op 3 april 1953, het laatst gewijzigd bij wet van 27 april 2016 tot aanpassing van de bepalingen tot toekenning van titels en graden in de fiscale wetboeken en de wettelijke bepalingen met betrekking tot de douane.
Wet van 28 december 1983 betreffende de vergunning voor het verstrekken van sterke drank, het laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 04 april 2003 betreffende wijziging wet 12 juni 1991 op het consumentenkrediet, van de wet 20 december 2002 betr. de minnelijke invordering van schulden van de consument, van de wet 28 december 1983 betreffende het verstrekken van sterke drank en betreffende het vergunningsrecht en van de wet 07 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers – artikel 3 en 11.
Wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers [Kansspelwet], het laatst gewijzigd bij wet van 28 november 2021 om justitie menselijker, sneller en straffer te maken – artikel 31 en 34.
Wetboek van economisch recht van 28 februari 2013, het laatst gewijzigd bij wet van 1 april 2022 tot omzetting van Richtlijn (EU) 2019/789 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 tot vaststelling.
van voorschriften inzake de uitoefening van auteursrechten en naburige rechten die van toepassing zijn op bepaalde onlineuitzendingen van omroeporganisaties en doorgifte van televisie- en radioprogramma’s en tot wijziging van Richtlijn 93/83/EEG van de Raad – artikel III.38.
Wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens (ook "Wapenwet genoemd), het laatst gewijzigd bij wet van 28 november 2021 om justitie menselijker, sneller en straffer te maken – artikel 28.
Wet van 30 juli 1979 betreffende de preventie van brand en ontploffing en betreffende de verplichte verzekering van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid in dergelijke gevallen, het laatst gewijzigd bij wet van 15 juli 2018 houdende diverse bepalingen Binnenlandse Zaken - Veiligheid en Preventie – artikel 11.
Koninklijk besluit van 6 december 2015 betreffende de consulenten voor de veiligheid en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het platform voor de veiligheid en de bescherming van de gegevens.
Koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, het laatst gewijzigd bij ministerieel besluit van 8 december 2021 betreffende wijziging Europese bekendmakingsdrempels in meerdere KB tot uitvoering van de wet 17.06.2017 inzake overheidsopdrachten, de wet 17.06.2017 betr. de concessieovereenkomsten en de wet 13.08.2011 inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied – artikel 61 e.v.
Gemeenschappelijke richtlijn MFO-3 van 14 juni 2002 van de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken betreffende het informatiebeheer inzake gerechtelijke en bestuurlijke politie.
Omzendbrief van 23 juni 2021 betreffende overlast in recreatiegebieden en recreatiezones van de minister van Binnenlandse Zaken, Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing.
Omzendbrief van de procureur-generaal bij het Hof van Beroep te Gent n° 11/2017 van 13 oktober 2017 betreffende de deelname van het openbaar ministerie aan de bestuurlijke handhaving van criminaliteit en onveiligheidsfenomenen en de daarin vermelde rechtsgronden (hierna afgekort als “omzendbrief BH 11/2017”).
Omzendbrief COL 04/2018 van 15 maart 2018 van het College van procureurs-generaal betreffende het casusoverleg en het beroepsgeheim (zie ook wet van 6 juli 2017 houdende vereenvoudiging, harmonisering, informatisering en modernisering van bepalingen van burgerlijk recht en van burgerlijk procesrecht alsook van het notariaat, en houdende diverse bepalingen inzake justitie).
Kadernota Integrale Veiligheid 2016-2019 en het Nationaal Veiligheidsplan 2016-2019.
Het uitwisselen van informatie is noodzakelijk met het oog op de goede handhaving van de openbare orde, het voorkomen van het plegen van misdrijven en meer in het algemene integrale en geïntegreerde aanpak van criminaliteit en onveiligheid.
De onderhavige partners gaan het engagement aan om, binnen de perken van hun budgettaire en personeelsmatige mogelijkheden, maximaal inspanningen te leveren teneinde, binnen het bestaande juridische kader, op de meest ruime wijze informatie uit te wisselen in functie van de strafrechtelijke en/of bestuurlijke handhaving.
De gemeente Oostrozebeke binnen de lokale politie MIDOW heeft ernstige aanwijzingen van criminaliteit, al dan niet in georganiseerd verband, en/of overlast vastgesteld in bepaalde segmenten en/of domeinen van de samenleving.
Het lokaal bestuur en het openbaar ministerie hebben dan ook de specifieke doelstelling om te voorkomen dat criminelen en/of criminele organisaties door de overheid onbewust of ongewild, rechtstreeks dan wel onrechtstreeks worden gefaciliteerd in hun criminele doelstellingen en/of te voorkomen dat er een vermenging ontstaat tussen onder- en bovenwereld en de economische machtsposities te doorbreken, die zijn opgebouwd met behulp van illegaal vergaard kapitaal.
Het openbaar ministerie engageert zich, conform de omzendbrief BH 11/2017 en de daarin vermelde rechtsgronden, om deel te nemen aan voormelde bestuurlijke doelstelling en meer algemeen aan de bestuurlijke handhaving van criminaliteit en onveiligheidsfenomenen binnen de contouren van huidig protocolakkoord en binnen het bestaande juridisch kader.
Tussen:
wordt overeengekomen om een Protocolakkoord Bestuurlijke Handhaving van Criminaliteit en Onveiligheid (hierna afgekort “Protocolakkoord BH”) te sluiten waarvan de strekking en draagwijdte hierna wordt omschreven.
Toelichting door de heer Derudder, burgemeester.
niet van toepassing
niet van toepassing
niet van toepassing
Enig artikel
Het Protocolakkoord Bestuurlijke Handhaving van Criminaliteit en Onveiligheid (hierna afgekort “Protocolakkoord BH”), wordt goedgekeurd zoals volgt:
HOOFDSTUK I: MATERIEEL TOEPASSINGSGEBIED
1. De partners komen overeen dat het toepassingsgebied ratione materiae van dit protocolakkoord BH de hierna volgende criminaliteit– en onveiligheidsfenomenen en/of domeinen omvat:
De partners kunnen in gemeen overleg steeds andere of nieuwe prioriteiten stellen en derhalve wijzigingen aanbrengen in de aan te pakken fenomenen. Dit wordt dan als bijlage aan het huidige protocol gevoegd.
HOOFDSTUK II: DE OPERATIONALISERING
Afdeling 1. Organisatiestructuur
2. Een minimale organisatiestructuur voor de bestuurlijke aanpak omvat twee niveaus, met name een strategisch en een operationeel niveau:
Afdeling 2 : De informatie-uitwisseling
3. De partners engageren zich om elkaar maximaal zowel proactief/spontaan als reactief/op vraag informatie te bezorgen en uit te wisselen om de doelstelling van dit protocolakkoord te realiseren.
Onderafdeling 2.1. Spontane/proactieve informatie-uitwisseling
A. Door de lokale politie aan de burgemeester
1) Dagrapporten (structureel)
4. De lokale politie verstrekt aan de burgemeester via dagverslagen alle nuttige inlichtingen m.b.t. de openbare orde op het grondgebied van de stad. Het betreft informatie zoals bedoeld in de omzendbrief BH 11/2017 van de procureur-generaal (randnummer 6 tot en met 9). Daarnaast wordt tevens algemene informatie gedeeld tijdens gestructureerd overleg (zonale veiligheidsraad, politiecollege, …).
2) Verstrekken van adviezen en bestuurlijke informatieverslagen (operationeel)
5. Telkens wanneer de openbare orde (“Openbare orde” zoals begrepen in de randnummers 6 tot en met 9 van de omzendbrief BH 11/2017) zulks vereist, wordt door de lokale politie een bestuurlijk informatieverslag opgesteld met betrekking tot feiten die de openbare orde, veiligheid en rust betreffen.
3) Ad hoc inlichtingen (punctueel)
6. Ingeval van gewichtige feiten die de openbare rust, veiligheid of gezondheid (“Openbare orde” zoals begrepen in de randnummers 6 tot en met 9 van de omzendbrief BH 11/2017 die de componenten openbare rust, openbare veiligheid en openbare gezondheid omvatten) in de gemeente (kunnen) verstoren, wordt de burgemeester ad hoc ingelicht door de korpschef of de door hem aangewezen politieambtenaar. Al naargelang het geval wordt deze informatie-uitwisseling nog aangevuld met een bestuurlijk informatieverslag.
Daarnaast wordt de burgemeester door de korpschef of de door hem aangewezen politieambtenaar of dienst geïnformeerd over de initiatieven die de lokale politie overweegt te nemen op het grondgebied van de stad en die mogelijk een invloed hebben op het stedelijke veiligheidsbeleid.
Indien deze informatie ook betrekking heeft op een openstaand/lopend vooronderzoek in strafzaken, zal de lokale politie steeds voorafgaand de goedkeuring tot informatieverstrekking vragen aan het bevoegde openbaar ministerie. De lokale politie engageert zich ertoe hiervoor voorafgaandelijk alle bestaande politionele databanken te bevragen.
B. Door de gemeente aan de lokale politie en het openbaar ministerie
1) Overlastfenomenen (structureel)
7. De gemeente verstrekt aan de lokale politie alle nuttige inlichtingen m.b.t. duidelijke overlastfenomenen en tevens aan het openbaar ministerie indien deze worden veroorzaakt door misdrijven.
Deze overlastfenomenen kunnen te allen tijde in overleg met alle partners, aan het voorwerp van huidig Protocolakkoord BH worden toegevoegd.
2) Ad hoc inlichtingen (punctueel)
8. Indien de gemeente bij het uitvoeren van haar bestuurlijke taken tot de vaststelling komt dat er sprake is van (een) strafrechtelijk(e) feit(en), zal er vanuit het ambt van de burgemeester een melding gedaan worden aan de lokale politie die op de geëigende wijze het openbaar ministerie inlicht.
C. Door het openbaar ministerie aan de burgemeester
9. Het openbaar ministerie engageert zich om - lopende een opsporingsonderzoek, een gerechtelijk onderzoek of na eindbeslissing - informatie mede te delen aan de stad indien deze relevant is voor het nemen van een concrete bestuurlijke maatregel (steeds binnen het toepassingsgebied ratione materiae van dit protocolakkoord.), t.t.z. hetzij een administratieve sanctie, hetzij een bestuurlijke politiemaatregel, hetzij een gewone administratieve beslissing (cf. omzendbrief BH 11/2017, randnummer 6). Het openbaar ministerie beschikt hierbij steeds over een opportuniteitsbeoordeling en beoordeelt derhalve soeverein de noodzaak tot informatie-uitwisseling. De informatie zal schriftelijk worden overgemaakt aan de burgemeester en kan slechts worden aangewend voor de bestuurlijke handhaving (finaliteitsprincipe).
D. Door de lokale politie aan het openbaar ministerie
10. De lokale politie engageert zich om bij vaststelling van een misdrijf, naast de gebruikelijke handelswijze zoals het opmaken van een proces-verbaal, naast dat proces-verbaal, ook een kopie van het bestuurlijk verslag over te maken aan het openbaar ministerie, indien de feiten aanleiding kunnen geven tot het opleggen van een bestuurlijke maatregel door het bestuur.
De inhoud van het bestuurlijk verslag bevat enkel informatie waarvoor openbaarheid geen tegenindicatie vormt voor het vooronderzoek in strafzaken en/of voor het geheim van het onderzoek en/of voor de bescherming van de privacy van de betrokkenen of derden. Er wordt gehandeld conform de omzendbrief BH 11/2017.
Bij de geringste twijfel wordt voorafgaand overleg gepleegd met het openbaar ministerie.
Onderafdeling 2.2. Reactieve informatieverstrekking/op vraag
A. Op vraag van de gemeente aan de lokale politie
11. Indien de gemeente nood heeft aan informatie met het oog op het nemen van een beslissing omtrent het afleveren van een vergunning, het nemen van bestuurlijke maatregelen of het bestuurlijk handhaven in het algemeen, zal zij zich richten tot de lokale politie via de korpschef.
De lokale politie levert adviezen en bestuurlijke informatieverslagen af op vraag van de gemeente. Deze stukken worden voorafgaand voorgelegd aan de korpschef en door hem geviseerd.
Wanneer de informatie, die bestuurlijk van belang is, bekomen werd in het kader van de uitoefening van de opdrachten van gerechtelijke politie, dient de lokale politie vooraf de toelating te bekomen van het openbaar ministerie, onverminderd de maatregelen die noodzakelijk zijn in geval van een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de bescherming van personen en van de openbare veiligheid of gezondheid (zie ook randnummer 4 t/m 6). Die toelating zal ook slaan op de vraag of afschriften van processen-verbaal kunnen worden overgemaakt wat maximaal moet worden vermeden (cf. randnummer 24 omzendbrief BH 11/2017).
B. Op vraag van de gemeente aan het openbaar ministerie
12. De gemeente kan informatie vragen aan het openbaar ministerie met het oog op het opleggen van bestuurlijke maatregelen. Het openbaar ministerie zal de informatie die kan worden medegedeeld schriftelijk overmaken via een administratief rapport of brief.
Wanneer de gemeente als belanghebbende partij kan worden beschouwd, kan de gemeente een vraag tot inzage of tot het nemen van afschriften van een dossier in een opsporingsonderzoek of in een gerechtelijk onderzoek richten aan het openbaar ministerie dat hierop, in de mate van het mogelijke en rekening houdend met alle elementen van het dossier, maximaal zal op ingaan (zie ook randnummers 9 t/m 11 en 24 t/m 25 omzendbrief BH 10/2017 - 11/2017).
Onderafdeling 2.3. Uitbouw van een gedegen informatiepositie
13. De partners engageren zich tot het opbouwen van een specifieke en gedegen informatiepositie met de finaliteit van de bestuurlijke handhaving voor ogen.
De gemeente engageert zich om met behulp van de directeur-coördinator van de federale politie van het arrondissement West-Vlaanderen en de gouverneur van West-Vlaanderen tot de uitbouw van een informatie- en expertiseknooppunt inzake bestuurlijke handhaving. Doelstelling ervan is onder meer:
Onderafdeling 2.4. Databank
14. Het bewaren van de gegevens uit het lokaal overleg/GIEC en ter voorbereiding, uitvoering en opvolging van de gemeenschappelijke controleacties door het bestuur maakt een verwerking van persoonsgegevens uit die dient te voldoen aan de voorschriften van de Wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens (hierna afgekort als “WGB”) en aan de voorschriften van zowel de Algemene Verordening Gegevensbescherming 2016/679 (Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (hierna afgekort als “AVG” of “GDPR”die in werking trad op 24 mei 2018), als van de Richtlijn justitie-politie 2016/680 (Richtlijn 2016/680/EU van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad (hierna afgekort “RL Justipol”). De databank waarin deze gegevens worden bewaard zal dan ook worden aangegeven bij de Gegevensbeschermingsautoriteit door de stad en het voorwerp uitmaken van een register van verwerkingsactiviteiten (cf. art. 30 AVG en 24 RL Justipol).
De gemeente wordt beschouwd als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van voormelde rechtsinstrumenten met alle daaruit voortvloeiende verplichtingen en verantwoordelijkheden (zoals o.a. het recht op informatie, wissing of rectificatie in hoofde van de betrokkene).
15. Een essentiële component van het gegevensbeschermingsrecht/recht op privacy is bovendien een goede informatieveiligheid waarbij de persoonsgegevens van de betrokkene(n) goed beveiligd zijn. Dat is actueel zo met de huidige WGB (cf. art. 60 e.v.) en nog versterkt met de AVG en de RL Justipol. Zowel artikel 29 van de RL Justipol als art. 32 AVG beschrijven de noodzakelijke maatregelen en garanties inzake “controle op de toegang tot de apparatuur”, “controle op de gegevensdragers”, “opslagcontrole”, “gebruikerscontrole”, “controle op de toegang tot de gegevens”, “transmissiecontrole”, “invoercontrole”, “transportcontrole”, “herstel” en “betrouwbaarheid en integriteit” van de gegevens.
Dit protocol zal maar in werking treden (of minstens zal het openbaar ministerie er slechts dan aan deelnemen) indien bij ingebruikname van voormelde databank of eender welke andere vorm van gedeelde informatie en/of computersystemen of – toepassingen (type “sharepoints” e.a) de nodige randvoorwaarden inzake informatieveiligheid voorhanden zijn. Er wordt ook verwezen worden naar de basisdocumenten inzake informatieveiligheid zoals die op de website van de Gegevensbeschermingsautoriteit te raadplegen zijn (https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be).
16. De volgende aandachtspunten worden benadrukt:
Voor de werking van de bestuurlijke aanpak op de boven genoemde niveaus (GIEC, flexacties, databank) dient ten allen tijde de vertrouwelijkheid te worden gegarandeerd (= zorgvuldigheidsprincipe). Dit zal de vorm aannemen van de ondertekening van een vertrouwelijkheidsverklaring door elke nieuwe deelnemer, het expliciet vermelden van tuchtsancties t.a.v. ambtenaren, de vertrouwelijkheid van paswoorden en login-codes, enz …
Onderafdeling 2.5. Coördinaten aanspreekpunten
Elk van de partners wijzen een aanspreekpunt of SPOC (Single Point of Contact (of referentie-politieambtenaar BH of referentie gemeenteambtenaar BH), zie ook omzendbrief BH 11/2017, voetnoot 44) aan (die desgevallend kan doorverwijzen) waar ieder van de andere partners terecht kan voor elke moeilijkheid of vraag met betrekking tot de uitvoering van dit protocolakkoord. De coördinaten ervan zijn de volgende:
| Instantie |
Naam |
e-mailadres |
| Openbaar ministerie |
Eerste substituut-procureur des Konings Yves Segaert-Vanden Bussche |
yves.segaert-vandenbussche@just.fgov.be;
|
| Arbeidsauditoraat |
Arbeidsauditeur dhr. Filiep De Ketelaere |
filiep.deketelaere@just.fgov.be;
|
| Gemeente Oostrozebeke |
Burgemeester dhr. Luc Derudder Algemeen directeur dhr. Carl Vereecke |
carl.vereecke@oostrozebeke.be; |
| Lokale politie MIDOW |
Korpschef dhr. Ruben Depaepe |
|
| Federale Politie, Coördinatie- en steundirectie |
Adv. mevr. Astrid Claeys |
Astrid.claeys@police.belgium.eu
|
Afdeling 3. Bestuurlijke controleacties
17. Om bestuurlijke controles/flexacties of gemeenschappelijke controleacties te omkaderen is een organisatiestructuur noodzakelijk die moet waken over de selectie en opvolging van de casussen in het bijzonder en over de voortgang van het opzet in het algemeen.
Indien de gemeente wil overgaan tot het uitvoeren van een bestuurlijke controle ter plaatse, wordt steeds voorafgaandelijk contact opgenomen met het openbaar ministerie en de lokale politie. Het openbaar ministerie en de lokale politie zullen de mogelijke gerechtelijke en politionele tegenindicaties nagaan. Bij tegenindicaties en op vraag van het openbaar ministerie wordt de controleactie hetzij in de tijd uitgesteld, hetzij tot nader overleg afgeblazen. De lokale politie levert in overleg met de stad de nodige bestuurlijke bijstand tijdens de flexactie.
Een flexactie is een concrete controleactie op het terrein door flexibel samengestelde teams van gemeentelijke diensten, inspectiediensten en politie. Tijdens een operationeel overleg bepalen de partners in overleg welke locaties of gebeurtenissen in aanmerking komen voor een dergelijke controle.
De acties verlopen volgens een vast patroon dat wordt vastgelegd in het “werkproces flexacties”. Een belangrijk principe hierbij is dat het gaat om bestuurlijke controles, waarbij stad en inspectiediensten elk vanuit hun eigen bevoegdheden het pand betreden en hun vaststellingen doen. De politie maakt deel uit van de flexacties ter beveiliging van het controleteam en om de sterke arm te verlenen mocht dat nodig zijn. Bij vaststelling van misdrijven die binnen haar natuurlijk bevoegdheidsdomein vallen, speelt de politie niettemin haar wettelijke rol en zal zij dienovereenkomstig optreden.
In dat kader zullen de partners ook informatie uitwisselen nopens het gevolg dat aan de vaststellingen wordt gegeven. Gelet op het beginsel “non bis in idem” dat verhindert dat voor dezelfde feiten tegelijk een strafvervolging en een administratieve sanctieprocedure wordt gevoerd en/of tegelijk een strafrechtelijk sanctie en een administratieve sanctie wordt opgelegd zorgen de partners ervoor dat hun optreden geval per geval zorgvuldig op elkaar wordt afgestemd en afspraken worden gemaakt.
| Instantie
|
Handtekening |
| Procureur des Konings parket West-Vlaanderen Dhr. Filiep Jodts |
|
| Arbeidsauditeur West-Vlaanderen Dhr. Filiep De Ketelaere |
|
| De burgemeester van de gemeente Oostrozebeke Dhr. Luc Derudder |
|
| De korpschef van de PZ MIDOW HCP Ruben Depaepe |
|
| De directeur-coördinator van de Coördinatie- en Steundirectie van de federale politie van de provincie West-Vlaanderen HCP Alain De Laender |
|
| De gerechtelijk directeur van de Federale Gerechtelijke Politie van de federale politie van de provincie West-Vlaanderen HCP Kurt Desoete |
|
Er werden geen vragen ingediend.
De voorzitter sluit de zitting op 07/07/2022 om 22:02.
Namens gemeenteraad,
Carl Vereecke
algemeen directeur
Anne-Sophie Verschoore
raadslid-voorzitter