De voorzitter opent de zitting op 07/05/2026 om 19:12.
Voor het secretariaat van de raad voor maatschappelijk welzijn laat de algemeen directeur zich bijstaan door de waarnemend algemeen directeur als opleiding voor eventuele vervanging bij afwezigheid van de algemeen directeur.
De raad neemt kennis van:
Artikel 303, §3 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 24 oktober 2025 wat betreft een remediëringstraject na een forensische audit.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 24 oktober 2025 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een remediëringstraject na een forensische audit
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 21 mei 2014 betreffende woonzorgcentrum Rozenberg: bekrachtiging van het geactualiseerde kwaliteitshandboek.
Besluit van 3 april 2025 van de raad voor maatschappelijk welzijn betreffende het klachtenreglement gemeente en OCMW: aanpassing.
Het gunstig advies van 21 april 2026 van het managementteam.
Het artikel 302 van het decreet over het lokaal bestuur bepaalt dat zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn bij reglement een systeem van klachtenbehandeling moeten organiseren.
Het artikel 28 van het besluit van de Vlaamse regering betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers, bepaalt voor het woonzorgcentrum Rozenberg:
“§ 1.
Elke gebruiker, zijn vertegenwoordiger en mantelzorger wordt in de mogelijkheid gesteld om een klacht, suggestie, opmerking te uiten over de werking van het centrum.
Het centrum werkt daarvoor een klachtenprocedure uit en maakt die bekend op de website of in de onthaalbrochure. Het centrum wijst een klachtenbehandelaar aan.
De gebruiker of zijn vertegenwoordiger, een familielid of mantelzorger kan suggesties, opmerkingen of klachten rechtstreeks, zowel schriftelijk als mondeling, aan die persoon meedelen.
De klachtenbehandelaar verzamelt de ingediende suggesties, opmerkingen of klachten en anonimiseert deze gegevens.
Het agentschap kan daarvan inzage nemen. Het gevolg dat aan een klacht wordt gegeven, wordt rechtstreeks en binnen de termijn, zoals bepaald in de klachtenprocedure, aan de indiener ervan meegedeeld.
Indieners krijgen de garantie dat op hun klacht binnen een redelijke termijn feedback wordt gegeven.
De beheersinstantie zorgt voor periodieke informatie over de klachtenbehandeling aan alle gebruikers, hun vertegenwoordigers en mantelzorgers.
Op basis van de periodieke analyse van de klachten formuleert het centrum correctieve en preventieve maatregelen.
§ 2.
De gegevens over de Woonzorglijn worden op een zichtbare plaats opgehangen.”
De klachtenprocedure van het woonzorgcentrum Rozenberg is opgenomen in het kwaliteitshandboek dat bekrachtigd werd door de raad voor maatschappelijk welzijn van 21 mei 2014.
De klachtenprocedure voor het OCMW is opgenomen in het besluit van 3 april 2025 van de raad voor maatschappelijk welzijn betreffende het klachtenreglement gemeente en OCMW: aanpassing
Het artikel 303 § 3 van het decreet over het lokaal bestuur bepaalt dat de algemeen directeur jaarlijks rapporteert aan de gemeenteraad over de klachten ingediend tegen de gemeente en aan de raad voor maatschappelijk welzijn over de klachten ingediend tegen het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.
Het managementteam verleende op haar vergadering van 21 april 2026 gunstig advies aan het rapport van klachtenbehandeling 2025 voor het OCMW..
Toelichting door de heer Derudder, burgemeester.
niet van toepassing
niet van toepassing
De heer Vandenbroucke, raadslid.
Enig artikel
De raad voor maatschappij en welzijn neemt er akte van dat er in 2025 bij het OCMW volgende 1 klacht werd ingediend, die ontvankelijk was en gegrond.
| Datum van ontvangst van de klacht | Onderwerp/voorwerp van de klacht | Gevolg dat aan de klacht gegeven werd | Datum van afhandeling van de klacht |
| 19/02/2025 | Geurhinder op bewonerskamer | Afgetoetst met hoofdverpleegkundige, koffiegruis op schaaltje werkt enigszins, bestelling geur confuser + geurtjes | 19/02/2025 |
Volgens het artikel 219 van het decreet over het lokaal bestuur rapporteert de algemeen directeur jaarlijks aan het college van burgemeester en schepenen, de gemeenteraad, de raad voor maatschappelijk welzijn en het vast bureau over de organisatiebeheersing.
Die rapportering gebeurt jaarlijks uiterlijk vóór 30 juni van het daaropvolgende jaar.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 24 oktober 2025 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een remediëringstraject na een forensische audit.
Het gunstig advies van 21 april 2026 van het managementteam.
De rapportering organisatiebeheersing 2025 werd besproken worden op vergadering van 21 april 2026 van het managementteam.
De leden van het managementteam hebben elk voor hun departement, afdeling en/of diensten aanvullingen en aanpassingen ingebracht in het voorontwerp van rapport voor de organisatiebeheersing 2025.
De algemeen directeur heeft in het rapport 2025 ook de planning voor 2026 overlopen:
Alle geplande initiatieven voor 2026 zijn lopende en worden verder opgevolgd.
Het managementteam verleende op haar vergadering van 21 april 2026 gunstig advies aan het rapport 2025 organisatiebeheersing.
Toelichting door de heer Derudder, burgemeester, en mevrouw Annelies Mertens, afdelingshoofd interne zaken van het departement ondersteunende diensten.
niet van toepassing
niet van toepassing
De heer Vandenbroucke, raadslid.
De raad neemt kennis van het rapport over de organisatiebeheersing 2025.
De verplichting om de goedkeuring te vragen van het inhoudelijk eindverslag en financieel verslag lokaal activeringspact 2.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 24 oktober 2025 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een remediëringstraject na een forensische audit.
Besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2024 houdende de toekenning van een subsidie aan diverse projecten in hetkader van de oproep 'Lokaal Activeringspact 2'.
Het OCMW heeft ingetekend op de oproep lokaal activeringspact 2024-2025.
De aanvraag werd goedgekeurd en het OCMW kan een subsidie van 4 004,47 euro ontvangen.
Hiervoor moet een inhoudelijk eindverslag en financieel verslag goedgekeurd worden door de Raad voor Maatschappelijk Welzijn.
Uit de monitoring van de VDAB blijkt dat er op 31 maart 2026 in Oostrozebeke 29 personen gekend waren bij de VDAB. Bij 11 mensen was er een uitstroom naar werk.
Voor Oostrozebeke moest er over de periode 1/12/2024 – 30/11/2025 een uitstroom zijn van minimaal 6. Het beoogde doel werd bereikt.
Toelichting door mevrouw Vervaeck, schepen.
De uitgaven zijn voorzien in het meerjarenplan 2026-2031: actie 234, budgetrekening ACT-234/0904-00/6000500.
De inkomsten zijn voorzien in het meerjarenplan 2026-2031: actie 234, budgetrekening ACT-234/0904-00/7405150.
niet van toepassing
niet van toepassing
Artikel 1.
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt het inhoudelijk eindverslag en het financieel verslag van het lokaal activeringspact 2 goed als volgt:
Inleiding:
De Vlaamse regering heeft de ambitie om meer mensen aan de slag te krijgen en zet een werkzaamheidsgraad van 80% voorop.
Het activeren van mensen is een belangrijke hefboom in het gevoel te mogen deelnemen aan de maatschappij.
De tijd en middelen ontbreken vaak in kleinere OCMW’s om dit te combineren met andere opdrachten binnen de sociale dienst.
Om hieraan bij te dragen keurde de Vlaamse Regering in 2023 de eerste oproep voor een lokaal activeringspact goed.
Deze oproep had tot doel de lokale besturen die extra inspanningen leverden om (equivalent) leefloongerechtigden te activeren financieel te ondersteunen.
Na deze eerste oproep in 2023, volgde er nu een nieuwe oproep lokaal activeringspact 2024 – 2025.
Het OCMW heeft hierop ingetekend.
De subsidie bedraagt 4 000 euro.
Voor de gemeente Oostrozebeke waren in december 2023 15 (equivalent) leefloongerechtigden.
Op basis van deze informatie werd het Vlaams gemiddelde uitstroomengagement (20 %) voor de gemeente Oostrozebeke vastgelegd.
Om aanspraak te kunnen maken op een financiële tussenkomst dient de gemeente Oostrozebeke over de periode 1/12/2024 – 30/11/2025 minimaal 6 (equivalent).
Het lokaal bestuur van de gemeente Oostrozebeke heeft een plan van aanpak uitgewerkt met acties, die toewerken naar het vooropgestelde uitstroomengagement.
Deze acties vinden plaats tussen 1 december 2024 en 30 november 2025.
Binnen het OCMW werd sedert februari 2024 een maatschappelijk werker 0,10 FTE vrijgesteld voor de arbeidsbegeleiding.
Met ingang van september 2025 werd deze opdracht voor 1,5 dagen per week ingevuld.
Volgende doelstellingen werden bepaald en goedgekeurd:
Inhoudelijk eindverslag:
Doelstelling 1: persoonlijke begeleiding door trajectbegeleider van het OCMW
Van de 36 dossiers recht op maatschappelijke integratie (leefloon) waren er in 2025
9 dossiers die opgevolgd werden door de arbeidstrajectbegeleidster.
Er waren 4 tewerkstellingen in toepassing van artikel 60,§7 waarvan 1 vroegtijdig stopgezet werd door de cliênt en 1 door niet-medewerking van de cliënt.
Doelstelling 2 Toeleiding naar Jobroad
Dit hebben wij niet kunnen realiseren.
Na goedkeuring van de subsidie werd contact opgenomen met het OCMW van Roeselare, maar zij hadden beslist om andere gemeenten niet toe te voegen aan hun bestek.
Op 16 januari 2025 werden 3 organisaties (Jobroad, Mentor en Groep Intro) aangeschreven met de vraag of zij voor 31 januari 2025 een offerte konden indienen om een 3-tal dossiers te begeleiden (cfr. bestek van Roeselare).
Enkel Mentor heeft een voorstel gedaan, maar dit sloot niet aan bij onze vraag.
Daarna werd via mail aan een aantal andere besturen gevraagd of zij het zagen zitten om samen een offerte op te maken, maar niemand wenste hierop in te gaan (het was voor de meeste al te laat in het project).
Doelstelling 3: Ondersteuning op vlak van mobiliteit
Dit resulteerde in een aantal tussenkomsten in treintickets.
Tijdens de arbeidsbegeleiding is er altijd aandacht voor mobiliteit en wordt samen met de cliënten bekeken hoe zij kunnen solliciteren, naar het werk raken.
Ondertussen beschikt de gemeente ook over (elektrisch) deelfietsen.
Er werd geen gebruik gemaakt van de fietsen, die het OCMW ter beschikking heeft.
Conclusie:
Uit de monitoring van de VDAB blijkt dat er op 31 maart 2026 in Oostrozebeke 29 personen gekend waren bij de VDAB.
Bij 11 mensen was er een uitstroom naar werk.
Voor Oostrozebeke moest er over de periode 1/12/2024 – 30/11/2025 een uitstroom zijn van minimaal 6.
Het beoogde doel werd bereikt.
Het lokaal bestuur Oostrozebeke heeft binnen de subsidieperiode aanzienlijke inspanningen geleverd om de activering van leefloongerechtigden te versterken, ondanks enkele operationele beperkingen.
Met de gedeeltelijke vrijstelling van een maatschappelijk werker voor arbeidsbegeleiding kon een structurele opvolging worden verzekerd.
Negen dossiers werden actief begeleid en vier tewerkstellingen in het kader van artikel 60 §7 werden gerealiseerd, hoewel twee trajecten vroegtijdig beëindigd werden door respectievelijk de cliënt en wegens niet‑medewerking.
De toeleiding naar Jobroad kon niet uitgevoerd worden omdat geen enkele externe partner een passend aanbod kon leveren binnen de gestelde termijn.
Ondanks diverse pogingen om samenwerkingen op te zetten, bleek dit organisatorisch niet haalbaar.
Op het vlak van mobiliteit werd ondersteuning voorzien via tussenkomsten in vervoerskosten, en tijdens de begeleiding werd mobiliteit structureel opgenomen als gespreksthema.
Hoewel de beschikbare OCMW‑fietsen niet gebruikt werden, vormen de gemeentelijke (elektrische) deelfietsen een aanvullend ondersteuningsmiddel voor cliënten.
Hoewel niet alle doelstellingen volledig gerealiseerd konden worden, toont het geheel van acties aan dat het bestuur inzet op duurzame activering en persoonlijke begeleiding van cliënten.
De opgedane ervaring vormt een waardevolle basis om de trajectwerking verder te optimaliseren en toekomstige lokale activeringsinitiatieven te versterken.
Financieel verslag:
| Inkomsten |
- |
| Subsidie |
4 004,47 euro |
| Totaal inkomsten |
4 004,47 euro |
| Uitgaven |
|
| Totale loonkosten |
13 958 euro |
| Totale werkingskosten |
104 euro |
| Totaal uitgaven |
14 062 euro |
| Saldo (Inkomsten – uitgaven) |
10 057,53 euro |
Dit inhoudelijk eindverslag en dit financieel verslag werd goedgekeurd door de de raad voor maatschappelijk welzijn van 7 mei 2026.
Artikel 2
De raad voor maatschappelijk welzijn machtigt de heer Claerhout, raadslid-voorzitter, en de heer Vereecke, algemeen directeur om het inhoudelijk verslag en het financieel verslag van het lokaal activeringspact 2 te ondertekenen.
De e-mail van raadslid Inge Noyez van 4 mei 2026 namens de fractie Vlaams Belang Oostrozebeke.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 24 oktober 2025 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een remediëringstraject na een forensische audit.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 4 september 2025 betreffende huishoudelijk reglement van de raad voor maatschappelijk welzijn: intrekken bestaand en goedkeuren nieuw, inzonderheid artikel 13.
De vragen van de raadslid Inge Noyez.
De antwoorden van Ilse Vervaeck, schepen.
niet van toepassing
niet van toepassing
niet van toepassing
Er wordt geen besluit genomen.
De voorzitter sluit de zitting op 07/05/2026 om 20:49.
Namens raad voor maatschappelijk welzijn,
Carl Vereecke
algemeen directeur
Hans Claerhout
raadslid-voorzitter