De voorzitter opent de zitting op 02/06/2022 om 21:55.
De raad neemt kennis van de goedkeuring van de jaarrekening 2021 van politiezone Midow.
De jaarrekening 2021 van de gemeente moet vastgesteld worden.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 25 februari 2022 tot wijziging van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en het decreet van 3 mei 2019 houdende de havenkapiteindienst.
Besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale [en de provinciale] besturen, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse regering van 7 september 2018 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.
Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningen-stelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale [en de provinciale (ing. MB 12 september 2018, art. 1, I: 1 januari 2020)] besturen, het laatst gewijzigd bij ministerieel besluit van 12 september 2018 tot wijziging van diverse bepalingen van het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.
Het besluit van de gemeenteraad van 5 december 2019 betreffende meerjarenplan 2020-2025 van het deel gemeente: vaststellen.
Het besluit van de gemeenteraad van 5 december 2019 betreffende meerjarenplan 2020-2025 van het deel OCMW: goedkeuren.
Besluit van de gemeenteraad van 2 juli 2020 betreffende aanpassing meerjarenplan 1 2020-2025 van het deel gemeente: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 2 juli 2020 betreffende aanpassing meerjarenplan 1 2020-2025 van het deel OCMW: goedkeuren.
Besluit van de gemeenteraad van 3 december 2020 betreffende aanpassing meerjarenplan 2 2020 - 2025: Raad 03_12_2020(BP2020_2025-2) van het deel gemeente: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 3 december 2020 betreffende aanpassing meerjarenplan 2 2020 - 2025: Raad 03_12_2020(BP2020_2025-2) van het deel OCMW: goedkeuren.
Besluit van de gemeenteraad van 3 juni 2021 betreffende aanpassing meerjarenplan 3 2020 - 2025: Raad 03_06_2021 van het deel gemeente: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 3 juni 2021 betreffende aanpassing meerjarenplan 3 2020 - 2025: Raad 03_06_2021 van het deel OCMW: goedkeuren.
Besluit van de gemeenteraad van 2 december 2021 betreffende aanpassing meerjarenplan 4 2020 - 2025: Raad 02_12_2021 (BP2020_2025_4) van het deel gemeente: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 2 december 2021 betreffende aanpassing meerjarenplan 4 2020 - 2025: Raad 02_12_2021 (BP2020_2025_4) van het deel OCMW: goedkeuren.
Gunstig advies van het managementteam van 17 mei 2022.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur reikt oplossingen aan om een echt geïntegreerd lokaal sociaal beleid mogelijk te maken, met respect voor de verschillende rechtspersonen, die erbij betrokken zijn.
Daaruit volgt dat de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW) een gezamenlijke (geconsolideerde) jaarrekening opmaken, dat door beide raden wordt vastgesteld.
Op die manier kan een geïntegreerd lokaal sociaal beleid maximaal worden gerealiseerd: beide rechtspersonen hebben samen één doelstellingenboom, waarbij de doelstellingen van het OCMW en die van de gemeente vervlochten zijn.
De gemeente en haar OCMW vormen samen 1 rapporteringsentiteit en maken één geïntegreerde jaarrekening.
Daarin wordt de financiële toestand van die twee besturen als één geheel gepresenteerd en beoordeeld.
Omdat elke afzonderlijke rechtspersoon voor de eigen verplichtingen en verbintenissen blijft instaan, blijft in de geconsolideerd jaarrekening een duidelijk onderscheid bestaan tussen de kredieten van de gemeente en die van het OCMW.
Dat komt tot uiting in het schema met de realisatie van de kredieten (schema J3), waarin de kredieten voor de gemeente en het OCMW apart worden opgenomen.
De gemeentelijke bijdrage voor het OCMW is niet meer opgenomen in het meerjarenplan.
De gemeente moet wel zorgen dat het OCMW haar financiële verplichtingen kan nakomen.
Dit heeft als gevolg dat de tussenkomst van de gemeente in het kader van het thesauriebeheer van het OCMW niet gebudgetteerd wordt, maar wel jaarlijks geboekt wordt in de resultaatverwerking bij de jaarrekening.
De gemeente verleent een tussenkomst in het boekhoudkundig tekort van basis van het budgettair resultaat van het boekjaar van het OCMW.
De jaarrekening wordt vastgesteld voor 30 juni van het boekjaar volgend op het boekjaar waarop de rekening betrekking heeft.
Die besluitvorming kan het best als volgt verlopen:
Het ontwerp van geconsolideerde jaarrekening bevat volgende documenten:
Toelichting van de heer De Marez, schepen, en de heer Masschaele, financieel directeur.
niet van toepassing
niet van toepassing
niet van toepassing
Artikel 1
De jaarrekening voor het boekjaar 2021 van het deel van de wordt gemeente samen met de verplichte bijlagen vastgesteld.
De financiële toestand van de jaarrekening voor het boekjaar 2021 van het deel van de gemeente is als volgt:
Het budgettaire resultaat boekjaar van het deel van de gemeente bedraagt -1 440 636 euro.
Het gecumuleerde budgettaire resultaat van het vorig boekjaar van het deel van de gemeente bedraagt 9 493 962 euro.
Het gecumuleerde budgettaire resultaat van het deel de gemeente bedraagt 8 053 326 euro.
Er zijn geen onbeschikbare reserves bij het deel van de gemeente.
Het beschikbaar budgettair resultaat van het deel van de gemeente bedraagt 8 053 326 euro.
De autofinancieringsmarge van het deel van de gemeente bedraagt 2 944 319 euro.
De gecorrigeerde autofinancieringsmarge van het deel van de gemeente bedraagt 2 950 763 euro
Artikel 2
De financiële toestand van de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar 2021 is als volgt:
Het geconsolideerd budgettaire resultaat boekjaar bedraagt -2 265 808 euro.
Het geconsolideerd gecumuleerde budgettaire resultaat van het vorig boekjaar bedraagt 10 183 667 euro.
Het geconsolideerd gecumuleerde budgettaire resultaat bedraagt 7 917 859 euro.
Er zijn geen onbeschikbare reserves.
Het geconsolideerd beschikbaar budgettair resultaat bedraagt 7 917 859 euro.
De geconsolideerd autofinancieringsmarge bedraagt 2 351 183 euro.
De geconsolideerde gecorrigeerde autofinancieringsmarge bedraagt 2 101 148 euro.
Artikel 3
De geconsolideerde balans voor het boekjaar 2021 wordt vastgesteld.
Het geconsolideerde balanstotaal bedraagt 59 173 669 euro.
Artikel 4
De geconsolideerde staat van opbrengsten en kosten voor het boekjaar 2021 wordt vastgesteld.
Het operationeel overschot bedraagt 718 864 euro.
Het financieel overschot bedraagt 178 308 euro.
Het overschot van het boekjaar bedraagt 897 172 euro.
Artikel 5
De gemeente verleent een tussenkomst in het boekhoudkundig tekort van basis van het budgettair resultaat van het boekjaar van het OCMW, voor 2021 betekent dit: 825 172 euro.
De jaarrekening 2021 van het OCMW moet goedgekeurd worden.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 25 februari 2022 tot wijziging van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en het decreet van 3 mei 2019 houdende de havenkapiteindienst.
Besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale [en de provinciale] besturen, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse regering van 7 september 2018 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.
Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningen-stelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale [en de provinciale (ing. MB 12 september 2018, art. 1, I: 1 januari 2020)] besturen, het laatst gewijzigd bij ministerieel besluit van 12 september 2018 tot wijziging van diverse bepalingen van het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 5 december 2019 betreffende meerjarenplan 2020-2025 van het deel OCMW: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 5 december 2019 betreffende meerjarenplan 2020-2025 van het deel OCMW: goedkeuren.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 2 juli 2020 betreffende aanpassing meerjarenplan 1 2020-2025 van het deel OCMW: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 2 juli 2020 betreffende aanpassing meerjarenplan 1 2020-2025 van het deel OCMW goedkeuren.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 3 december 2020 betreffende aanpassing meerjarenplan 2 2020 - 2025: Raad 03_12_2020(BP2020_2025-2) van het deel OCMW: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 3 december 2020 betreffende aanpassing meerjarenplan 2 2020 - 2025: Raad 03_12_2020(BP2020_2025-2) van het deel OCMW: goedkeuren.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 3 juni 2021 betreffende meerjarenplanaanpassing 3 2020 - 2025: Raad 03_06_2021 van het deel OCMW: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 3 juni 2021 betreffende meerjarenplanaanpassing 3 2020 - 2025: Raad 03_06_2021 van het deel OCMW: goedkeuren.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 2 december 2021 betreffende meerjarenplanaanpassing 4 2020 - 2025: Raad 02_12_2021 van het deel OCMW: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 2 december 2021 betreffende meerjarenplanaanpassing 4 2020 - 2025: Raad 02_12_2021 van het deel OCMW: goedkeuren.
Gunstig advies van het managementteam van 17 mei 2022.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur reikt oplossingen aan om een echt geïntegreerd lokaal sociaal beleid mogelijk te maken, met respect voor de verschillende rechtspersonen, die erbij betrokken zijn.
Daaruit volgt dat de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW) een gezamenlijke (geconsolideerde) jaarrekening opmaken, dat door beide raden wordt vastgesteld.
Op die manier kan een geïntegreerd lokaal sociaal beleid maximaal worden gerealiseerd: beide rechtspersonen hebben samen één doelstellingenboom, waarbij de doelstellingen van het OCMW en die van de gemeente vervlochten zijn.
De gemeente en haar OCMW vormen samen 1 rapporteringsentiteit en maken één geïntegreerde jaarrekening.
Daarin wordt de financiële toestand van die twee besturen als één geheel gepresenteerd en beoordeeld.
Omdat elke afzonderlijke rechtspersoon voor de eigen verplichtingen en verbintenissen blijft instaan, blijft in de geconsolideerd jaarrekening een duidelijk onderscheid bestaan tussen de kredieten van de gemeente en die van het OCMW.
Dat komt tot uiting in het schema met de realisatie van de kredieten (schema J3), waarin de kredieten voor de gemeente en het OCMW apart worden opgenomen.
De gemeentelijke bijdrage voor het OCMW is niet meer opgenomen in het meerjarenplan.
De gemeente moet wel zorgen dat het OCMW haar financiële verplichtingen kan nakomen.
Dit heeft als gevolg dat de tussenkomst van de gemeente in het kader van het thesauriebeheer van het OCMW niet gebudgetteerd wordt, maar wel jaarlijks geboekt wordt in de resultaatverwerking bij de jaarrekening.
De gemeente verleent een tussenkomst in het boekhoudkundig tekort van basis van het budgettair resultaat van het boekjaar van het OCMW.
De jaarrekening wordt vastgesteld voor 30 juni van het boekjaar volgend op het boekjaar waarop de rekening betrekking heeft.
Die besluitvorming kan het best als volgt verlopen:
Het ontwerp van geconsolideerde jaarrekening bevat volgende documenten:
Toelichting van de heer De Marez, schepen, en de heer Masschaele, financieel directeur.
niet van toepassing
niet van toepassing
niet van toepassing
Besluit,
Artikel 1
De jaarrekening voor het boekjaar 2021 van het deel van het OCMW wordt samen met de verplichte bijlagen goedgekeurd.
De financiële toestand van de jaarrekening voor het boekjaar 2021 van het deel van het OCMW is als volgt:
Het budgettaire resultaat boekjaar van het deel van het OCMW bedraagt -825 172 euro.
Het gecumuleerde budgettaire resultaat van het vorig boekjaar van het deel van het OCMW bedraagt 689 705 euro.
Het gecumuleerde budgettaire resultaat van het deel van het OCMW bedraagt -135 467 euro.
Er zijn geen onbeschikbare reserves van het deel van het OCMW.
Het beschikbaar budgettair resultaat van het deel van het OCMW bedraagt -135 467 euro.
De autofinancieringsmarge van het deel van het OCMW bedraagt -593 136 euro.
De gecorrigeerde autofinancieringsmarge van het deel van het OCMW bedraagt -849 616 euro
Artikel 2
De financiële toestand van de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar 2021 is als volgt:
Het geconsolideerd budgettaire resultaat boekjaar bedraagt -2 265 808 euro.
Het geconsolideerd gecumuleerde budgettaire resultaat van het vorig boekjaar bedraagt 10 183 667 euro.
Het geconsolideerd gecumuleerde budgettaire resultaat bedraagt 7 917 859 euro.
Er zijn geen onbeschikbare reserves.
Het geconsolideerd beschikbaar budgettair resultaat bedraagt 7 917 859 euro.
De geconsolideerd autofinancieringsmarge bedraagt 2 351 183 euro.
De geconsolideerde gecorrigeerde autofinancieringsmarge bedraagt 2 101 148 euro.
Artikel 3
De geconsolideerde balans voor het boekjaar 2021 wordt vastgesteld.
Het geconsolideerde balanstotaal bedraagt 59 173 669 euro.
Artikel 4
De geconsolideerde staat van opbrengsten en kosten voor het boekjaar 2021 wordt vastgesteld.
Het operationeel overschot bedraagt 718 864 euro.
Het financieel overschot bedraagt 178 308 euro.
Het overschot van het boekjaar bedraagt 897 172 euro.
Artikel 5
De gemeente verleent een tussenkomst in het boekhoudkundig tekort van basis van het budgettair resultaat van het boekjaar van het OCMW, voor 2021 betekent dit: 825 172 euro.
De gemeenteraad stelt haar deel van meerjarenplanaanpassing 5 2020 - 2025: Raad 02_06_2022 (BP2020_2025_5) vast.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 25 februari 2022 tot wijziging van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en het decreet van 3 mei 2019 houdende de havenkapiteindienst.
Besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale [en de provinciale] besturen, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse regering van 7 september 2018 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.
Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningen-stelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale [en de provinciale (ing. MB 12 september 2018, art. 1, I: 1 januari 2020)] besturen, het laatst gewijzigd bij ministerieel besluit van 12 september 2018 tot wijziging van diverse bepalingen van het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.
Omzendbrief KBBJ/ABB-2020/3 van 18 september over de aanpassing van de meerjarenplannen 2020-2025 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.
Het besluit van de gemeenteraad van 5 december 2019 betreffende meerjarenplan 2020-2025 van het deel gemeente: vaststellen.
Het besluit van de gemeenteraad van 5 december 2019 betreffende meerjarenplan 2020-2025 van het deel OCMW: goedkeuren.
Besluit van de gemeenteraad van 2 juli 2020 betreffende aanpassing meerjarenplan 1 2020-2025 van het deel gemeente: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 2 juli 2020 betreffende aanpassing meerjarenplan 1 2020-2025 van het deel OCMW: goedkeuren.
Besluit van de gemeenteraad van 3 december 2020 betreffende aanpassing meerjarenplan 2 2020 - 2025: Raad 03_12_2020(BP2020_2025-2) van het deel gemeente: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 3 december 2020 betreffende aanpassing meerjarenplan 2 2020 - 2025: Raad 03_12_2020(BP2020_2025-2) van het deel OCMW: goedkeuren.
Besluit van de gemeenteraad van 3 juni 2021 betreffende aanpassing meerjarenplan 3 2020 - 2025: Raad 03_06_2021 van het deel gemeente: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 3 juni 2021 betreffende aanpassing meerjarenplan 3 2020 - 2025: Raad 03_06_2021 van het deel OCMW: goedkeuren.
Besluit van de gemeenteraad van 2 december 2021 betreffende aanpassing meerjarenplan 4 2020 - 2025: Raad 02_12_2021 (BP2020_2025_4) van het deel gemeente: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 2 december 2021 betreffende aanpassing meerjarenplan 4 2020 - 2025: Raad 02_12_2021 (BP2020_2025_4) van het deel OCMW: goedkeuren.
Gunstig advies van het managementteam van 17 mei 2022.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur reikt oplossingen aan om een echt geïntegreerd lokaal sociaal beleid mogelijk te maken, met respect voor de verschillende rechtspersonen, die erbij betrokken zijn.
Daaruit volgt dat de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW) een gezamenlijk meerjarenplan opstellen, dat door beide raden wordt vastgesteld.
Op die manier kan een geïntegreerd lokaal sociaal beleid maximaal worden gerealiseerd: beide rechtspersonen hebben samen één doelstellingenboom, waarbij de doelstellingen van het OCMW en die van de gemeente vervlochten zijn.
Ook het financiële evenwicht wordt beoordeeld voor de gemeente en het OCMW samen.
Omdat elke rechtspersoon voor de eigen verplichtingen en verbintenissen blijft instaan, blijft in het meerjarenplan een duidelijk onderscheid bestaan tussen de kredieten van de gemeente en die van het OCMW.
Dat komt tot uiting in het schema met het overzicht van de kredieten (schema M3), waarin de kredieten voor de gemeente en het OCMW apart worden opgenomen.
Minstens een keer per jaar wordt het meerjarenplan aangepast, waarbij in elk geval de kredieten voor het volgende boekjaar worden vastgesteld.
Als dat nodig is, kunnen daarbij ook de kredieten voor het lopende boekjaar worden aangepast.
Daarnaast kan het meerjarenplan, als dat nodig is, ook worden aangepast om alleen de kredieten voor het lopende boekjaar aan te passen.
Bij elke aanpassing van het meerjarenplan wordt het resultaat van de intussen vastgestelde jaarrekeningen verwerkt.
De goedkeuring van de gemeenteraad is nodig omdat de gemeente de financiële gevolgen moet dragen van de keuzes, die de raad voor maatschappelijk welzijn maakt.
Die besluitvorming kan het best als volgt verlopen:
• de raad voor maatschappelijk welzijn stelt eerst zijn deel van de aanpassing meerjarenplan vast;
• de gemeenteraad stelt vervolgens zijn deel van de aanpassing meerjarenplan vast;
• de gemeenteraad keurt ten slotte het deel goed dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld.
Het ontwerp van aanpassing meerjarenplan bevat volgende documenten:
niet van toepassing
niet van toepassing
niet van toepassing
Artikel 1
De meerjarenplanaanpassing 5 2020 - 2025: Raad 02_06_2022 (BP2020_2025-5) bestaande uit de strategische nota, het financieel doelstellingenplan (M1), de staat van het financieel evenwicht (M2), de staat van het financieel evenwicht: wijzigingsvariant (M2W) en het overzicht van de kredieten (M3) wordt vastgesteld.
Artikel 2
Het budgettair resultaat van het boekjaar van de gemeente in 2025 bedraagt: 941 686,00 euro.
Het gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar van de gemeente in 2025 bedraagt: 8 369 412,00 euro en het gecumuleerd budgettair resultaat 2025 bedraagt: 9 311 098,00 euro.
Het beschikbaar budgettair resultaat van de gemeente in 2025 bedraagt 9 311 098,00 euro
Er zijn geen onbeschikbare gelden.
De autofinancieringsmarge boekjaar van de gemeente in 2025 bedraagt: 1 386 488,00 euro en de gecorrigeerde autofinancieringsmarge bedraagt in 2025: 1 446 098,00 euro.
Artikel 3
Het budgettair resultaat van het boekjaar van de gemeente in 2022 bedraagt: -1 100 858,00 euro.
Het gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar van de gemeente in 2022 bedraagt: 8 053 326,00 euro en het gecumuleerd budgettair resultaat 2022 bedraagt: 6 952 468,00 euro.
Het beschikbaar budgettair resultaat van de gemeente in 2022 bedraagt 6 952 468,00 euro
Er zijn geen onbeschikbare gelden.
De autofinancieringsmarge boekjaar van de gemeente in 2022 bedraagt: 1 247 481,00 euro en de gecorrigeerde autofinancieringsmarge bedraagt in 2022: 1 322 811,00 euro.
De kredieten van de gemeente voor het boekjaar 2021 (M3) worden vastgesteld.
| Soort krediet |
Totaal bedrag voor 2022 |
| Totaal exploitatie-uitgaven |
8 846 765,00 |
| Totaal exploitatie-ontvangsten |
10 782 339,00 |
| Totaal investerings-uitgaven |
7 286 444,00 |
| Totaal investerings-ontvangsten |
2 812 524,00 |
| Totaal financierings-uitgaven |
711 504,00 |
| Totaal financierings-ontvangsten |
2 148 992,00 |
Artikel 4
Het geconsolideerd budgettair resultaat van het boekjaar in 2025 bedraagt: -378 518,00 euro.
Het geconsolideerd gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar in 2025 bedraagt: 3 851 183,00 euro en het geconsolideerd gecumuleerd budgettair resultaat 2025 bedraagt: 3 472 665,00 euro.
Er zijn geconsolideerd geen onbeschikbare gelden.
Het geconsolideerd beschikbaar budgettair resultaat in 2025 bedraagt: 3 472 665,00 euro.
De geconsolideerde autofinancieringsmarge boekjaar in 2025 bedraagt: 129 034,00 euro en de geconsolideerde gecorrigeerde autofinancieringsmarge in 2025 bedraagt: 5 607,00 euro.
De gemeenteraad keurt het deel van de meerjarenplanaanpassing 5 2020 - 2025: Raad 02_06_2022 van het OCMW goed.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 25 februari 2022 tot wijziging van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en het decreet van 3 mei 2019 houdende de havenkapiteindienst.
Besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale [en de provinciale] besturen, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse regering van 7 september 2018 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.
Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningen-stelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale [en de provinciale (ing. MB 12 september 2018, art. 1, I: 1 januari 2020)] besturen, het laatst gewijzigd bij ministerieel besluit van 12 september 2018 tot wijziging van diverse bepalingen van het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.
Omzendbrief KBBJ/ABB-2020/3 van 18 september 2020 over de aanpassing van de meerjarenplannen 2020-2025 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 5 december 2019 betreffende meerjarenplan 2020-2025 van het deel OCMW: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 5 december 2019 betreffende meerjarenplan 2020-2025 van het deel OCMW: goedkeuren.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 2 juli 2020 betreffende aanpassing meerjarenplan 1 2020-2025 van het deel OCMW: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 2 juli 2020 betreffende aanpassing meerjarenplan 1 2020-2025 van het deel OCMW goedkeuren.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 3 december 2020 betreffende aanpassing meerjarenplan 2 2020 - 2025: Raad 03_12_2020(BP2020_2025-2) van het deel OCMW: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 3 december 2020 betreffende aanpassing meerjarenplan 2 2020 - 2025: Raad 03_12_2020(BP2020_2025-2) van het deel OCMW: goedkeuren.
Besluit van de gemeenteraad van 3 juni 2021 betreffende aanpassing meerjarenplan 3 2020 - 2025: Raad 03_06_2021 van het deel gemeente: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 3 juni 2021 betreffende aanpassing meerjarenplan 3 2020 - 2025: Raad 03_06_2021 van het deel OCMW: goedkeuren.
Besluit van de gemeenteraad van 2 december 2021 betreffende aanpassing meerjarenplan 4 2020 - 2025: Raad 02_12_2021 (BP2020_2025_4) van het deel gemeente: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 2 december 2021 betreffende aanpassing meerjarenplan 4 2020 - 2025: Raad 02_12_2021 (BP2020_2025_4) van het deel OCMW: goedkeuren.
Gunstig advies van het managementteam van 17 mei 2022.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur reikt oplossingen aan om een echt geïntegreerd lokaal sociaal beleid mogelijk te maken, met respect voor de verschillende rechtspersonen, die erbij betrokken zijn.
Daaruit volgt dat de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW) een gezamenlijk meerjarenplan opstellen, dat door beide raden wordt vastgesteld.
Op die manier kan een geïntegreerd lokaal sociaal beleid maximaal worden gerealiseerd: beide rechtspersonen hebben samen één doelstellingenboom, waarbij de doelstellingen van het OCMW en die van de gemeente vervlochten zijn.
Ook het financiële evenwicht wordt beoordeeld voor de gemeente en het OCMW samen.
Omdat elke rechtspersoon voor de eigen verplichtingen en verbintenissen blijft instaan, blijft in het meerjarenplan een duidelijk onderscheid bestaan tussen de kredieten van de gemeente en die van het OCMW.
Dat komt tot uiting in het schema met het overzicht van de kredieten (schema M3), waarin de kredieten voor de gemeente en het OCMW apart worden opgenomen.
Minstens een keer per jaar wordt het meerjarenplan aangepast, waarbij in elk geval de kredieten voor het volgende boekjaar worden vastgesteld.
Als dat nodig is, kunnen daarbij ook de kredieten voor het lopende boekjaar worden aangepast.
Daarnaast kan het meerjarenplan, als dat nodig is, ook worden aangepast om alleen de kredieten voor het lopende boekjaar aan te passen.
Bij elke aanpassing van het meerjarenplan wordt het resultaat van de intussen vastgestelde jaarrekeningen verwerkt.
De gemeente en het OCMW hebben een geïntegreerd meerjarenplan maar hebben wel nog hun eigen bevoegdheid voor de vaststelling ervan.
Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moet eerst zijn eigen deel van het meerjarenplan vaststellen.
Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld.
De goedkeuring van de gemeenteraad is nodig omdat de gemeente de financiële gevolgen moet dragen van de keuzes, die de raad voor maatschappelijk welzijn maakt.
Die besluitvorming kan het best als volgt verlopen:
• de raad voor maatschappelijk welzijn stelt eerst zijn deel van de aanpassing meerjarenplan vast;
• de gemeenteraad stelt vervolgens zijn deel van de aanpassing meerjarenplan vast;
• de gemeenteraad keurt ten slotte het deel goed dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld.
Het ontwerp van aanpassing meerjarenplan 3 bevat volgende documenten:
niet van toepassing
niet van toepassing
niet van toepassing
Artikel 1
De meerjarenplanaanpassing 5 2020 - 2025: Raad 02_06_2022 van het OCMW, bestaande uit de strategische nota, het financieel doelstellingenplan (M1), de staat van het financieel evenwicht (M2), de staat van het financieel evenwicht: wijzigingsvariant (M2W) en het overzicht van de kredieten (M3) wordt goedgekeurd.
Artikel 2
Het budgettair resultaat van het boekjaar van het OCMW in 2025 bedraagt: -1 320 204,00 euro.
Het gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar van het OCMW in 2025 bedraagt: -4 518 229,00 euro en het gecumuleerd budgettair resultaat 2025 bedraagt: -5 838 433,00 euro.
Het beschikbaar budgettair resultaat van het OCMW in 2025 bedraagt -5 838 433,00 euro
Er zijn geen onbeschikbare gelden.
De autofinancieringsmarge boekjaar van het OCMW in 2025 bedraagt: -1 257 454,00 euro en de gecorrigeerde autofinancieringsmarge bedraagt in 2025: -1 440 491,00 euro.
Artikel 3
Het budgettair resultaat van het boekjaar van het OCMW in 2022 bedraagt: -1 645 418,00 euro.
Het gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar van het OCMW in 2022 bedraagt: -135 467,00euro en het gecumuleerd budgettair resultaat 2022 bedraagt: -1 780 885,00 euro.
Het beschikbaar budgettair resultaat van het OCMW in 2022 bedraagt -1 780 885,00 euro
Er zijn geen onbeschikbare gelden.
De autofinancieringsmarge boekjaar van het OCMW in 2022 bedraagt: -1 415 626,00 euro en de gecorrigeerde autofinancieringsmarge bedraagt in 2022: -1 653 885,00 euro.
De kredieten van het OCMW voor het boekjaar 2021 (M3) worden vastgesteld.
| Soort krediet |
Totaal bedrag voor 2022 |
| Totaal exploitatie-uitgaven |
7 110 348,00 |
| Totaal exploitatie-ontvangsten |
5 916 403,00 |
| Totaal investerings-uitgaven |
464 836,00 |
| Totaal investerings-ontvangsten |
235 044,00 |
| Totaal financierings-uitgaven |
221 681,00 |
| Totaal financierings-ontvangsten |
0,00 |
Artikel 4
Het geconsolideerd budgettair resultaat van het boekjaar in 2025 bedraagt: -378 518,00 euro.
Het geconsolideerd gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar in 2025 bedraagt: 3 851 183,00 euro en het geconsolideerd gecumuleerd budgettair resultaat 2025 bedraagt: 3 472 665,00 euro.
Er zijn geconsolideerd geen onbeschikbare gelden.
Het geconsolideerd beschikbaar budgettair resultaat in 2025 bedraagt: 3 472 665,00 euro.
De geconsolideerde autofinancieringsmarge boekjaar in 2025 bedraagt: 129 034,00 euro en de geconsolideerde gecorrigeerde autofinancieringsmarge in 2025 bedraagt: 5 607,00 euro.
De gemeenteraad is exclusief bevoegd om de nominatieve subsidies toe te kennen.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 25 februari 2022 tot wijziging van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en het decreet van 3 mei 2019 houdende de havenkapiteindienst.
Besluit van de gemeenteraad van 5 december 2019 betreffende meerjarenplan 2020-2025 van het deel gemeente: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 2 december 2021 betreffende aanpassing meerjarenplan 4 2020 - 2025: Raad 02_12_2022(BP2020_2025-4) van het deel gemeente: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 2 december 2021 betreffende nominatieve subsidies 2022: toekennen.
Beraad van het college van burgemeester en schepenen van 11 mei 2022 betreffende GR- Nominatieve subsidies 2022: toekennen.
Besluit van de gemeenteraad van 2 juni 2022 betreffende meerjarenplanaanpassing 5 2020 - 2025: Raad 02_06_2022(BP2020_2025-5) van het deel gemeente: vaststellen.
Artikel 41, tweede lid, 23° van het decreet over het lokaal bestuur, stelt dat de bevoegdheid om nominatieve subsidies toe te kennen een exclusieve bevoegdheid is van de gemeenteraad.
De nominatieve subsidies voor 2022, opgenomen in het vastgestelde aanpassing meerjarenplan 5 2020 - 2025: Raad 02_06_2022 worden toegekend.
Toelichting door de heer Van D'huynslager, schepen.
niet van toepassing
niet van toepassing
niet van toepassing
Artikel 1
De nominatieve subsidies 2022 worden toegekend:
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
E-mail van 17 maart 2022 van Zefier cvba betreffende uitnodiging tot de jaarvergadering van Zefier, donderdag 9 juni 2022 om 14 u.
Wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen, het laatst gewijzigd bij wet van 18 december 2016 houdende regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën, inzonderheid artikel 180.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 25 februari 2022 tot wijziging van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en het decreet van 3 mei 2019 houdende de havenkapiteindienst.
Besluit van de gemeenteraad van 7 februari 2019 betreffende aanduiden afgevaardigde Zefier cvba: algemene vergadering, waarbij de heer Luc Derudder, burgemeester, werd aangeduid als afgevaardigde op de algemene vergadering van Zefier cvba tot het einde van de legislatuur 2019-2024.
De gemeente ontving een e-mail op 17 maart 2022 van Zefier cvba betreffende uitnodiging tot de jaarvergadering op donderdag 10 juni 2021 om 14 u. met volgende agenda:
De gemeente Oostrozebeke is aangesloten bij Zefier cvba.
Ons bestuur mag zich in bovengenoemde vereniging laten vertegenwoordigen in de jaarvergadering.
Toelichting van de heer Derudder, burgemeester.
niet van toepassing
niet van toepassing
niet van toepassing
Artikel 1
Het schepencollege keurt de agenda van de jaarvergadering van Zefier cvba van 9 juni 2022 goed.
Artikel 2
De vertegenwoordiger van de gemeente, die zal deelnemen aan de jaarvergadering van Zefier cvba van 9 juni 2022, zal zijn stemgedrag afstemmen op dit besluit en de punten van de agenda van de jaarvergadering van Zefier cvba van 9 juni 2022, goedkeuren.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit wordt verzonden naar info@zefier.be.
Brief van 1 april 2022 van Gaselwest betreffende Gaselwest - algemene vergadering tevens jaarvergadering 28 juni 2022.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 25 februari 2022 tot wijziging van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en het decreet van 3 mei 2019 houdende de havenkapiteindienst.
Besluit van de gemeenteraad van 7 februari 2019 betreffende aanduiden afgevaardigde Gaselwest: algemene vergadering, waarbij de heer Luc Derudder, burgemeester, werd aangeduid als afgevaardigde op de algemene vergadering van Gaselwest tot het einde van de legislatuur 2019-2024.
De gemeente ontving het aangetekend schrijven op 1 april 2022 van de opdrachthoudende vereniging Gaselwest betreffende algemene vergadering tevens jaarvergadering 28 juni 2021 met alle bijhorende stukken en met volgende agenda:
De gemeente Oostrozebeke neemt voor de activiteit distributienetbeheer elektriciteit en/of gas deel aan de opdrachthoudende vereniging Gaselwest, Intercommunale Maatschappij voor Gas en Elektriciteit van het Westen.
Ons bestuur mag zich bij de opdrachthoudende vereniging Gaselwest laten vertegenwoordigen in de algemene vergadering tevens jaarvergadering.
Toelichting door de heer Derudder, burgemeester.
niet van toepassing
niet van toepassing
niet van toepassing
Artikel 1
De raad keurt de agenda van de algemene vergadering tevens jaarvergadering van de opdrachthoudende vereniging Gaselwest van 28 juni 2022 goed.
Artikel 2
De raad keurt de jaarrekening van Gaselwest afgesloten op 31 december 2021 goed.
Artikel 3
De vertegenwoordiger van de gemeente, die zal deelnemen aan de algemene vergadering tevens jaarvergadering van de opdrachthoudende vereniging Gaselwest van 28 juni 2022, zal zijn stemgedrag afstemmen op dit besluit en de punten van de agenda van de algemene vergadering tevens jaarvergadering van de opdrachthoudende vereniging Gaselwest van 28 juni 2022, goedkeuren.
Artikel 4
Een kopie van dit besluit wordt verzonden naar vennootschapssecretariaat@fluvius.be.
De e-mail van 28 april 2022 van de heer Cyriel Seys betreffende "ontslag RvB Mijn Huis".
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 25 februari 2022 tot wijziging van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en het decreet van 3 mei 2019 houdende de havenkapiteindienst.
Besluit van 7 februari 2019 van de gemeenteraad betreffende aanduiden afgevaardigde Mijn Huis cvba: raad van bestuur.
Bij besluit van de gemeenteraad van 7 februari 2019 betreffende aanduiden afgevaardigde Mijn Huis cvba: raad van bestuur, werd de heer Cyriel Seys aangeduid als afgevaardigde in de raad van bestuur van de sociale huisvestingsmaatschappij Mijn Huis cvba.
Met ingang van 1 juni 2022 neemt de heer Cyriel Seys, ontslag als afgevaardigde in de raad van bestuur van de sociale huisvestingsmaatschappij Mijn Huis cvba.
Om deze reden dient de gemeenteraad een nieuwe afgevaardigde aan te duiden.
INSPRAAK.nu stelt volgende persoon voor om af te vaardigen in de raad van bestuur van de sociale huisvestingsmaatschappij Mijn Huis cvba: Marijke Verbeke.
Oostrozebeke.nu stelt volgende persoon voor om af te vaardigen in de raad van bestuur van de sociale huisvestingsmaatschappij Mijn Huis cvba: Flore Vanluchene.
De raad beslist bij geheime stemming overeenkomstig artikel 34, 2de lid, 2° van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet tot wijziging van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en het decreet van 3 mei 2019 houdende de havenkapiteindienst.
niet van toepassing
niet van toepassing
niet van toepassing
De raad gaat over tot geheime stemming.
18 stembrieven worden in de bus gevonden:
10 ja-stemmen voor juffrouw Flore Vanluchene en 8 ja-stemmen en 2 neen-stemmen voor mevrouw Marijke Verbeke.
Juffrouw Flore Vanluchene heeft de volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen bekomen.
Artikel 1
De raad neemt akte van het ontslag van de heer Seys als afgevaardigde van de gemeente Oostrozebeke in de raad van bestuur van de sociale huisvestingsmaatschappij Mijn Huis cvba.
Artikel 2
De raad besluit om mevrouw Flore Vanluchene, wonende te 8780 Oostrozebeke, Sneppestraat 7, aan te duiden als afgevaardigde in de raad van bestuur van de sociale huisvestingsmaatschappij Mijn Huis cbva.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit wordt verzonden aan de sociale huisvestingsmaatschappij Mijn Huis cvba, Marktstraat 80 te 8530 Harelbeke.
E-mail van 21 april 2022 van de Dienstverlenende Vereniging Midwest, p.a. Saskia Verriest, Spanjestraat 141, 8800 Roeselare betreffende uitnodiging algemene vergadering DVV Midwest - 28 juni 2022 om 18 u.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 25 februari 2022 tot wijziging van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en het decreet van 3 mei 2019 houdende de havenkapiteindienst.
Besluit van de gemeenteraad van 7 december 2017 betreffende oprichting Dienstverlenende Vereniging (DVV) Midwest: goedkeuren.
Besluit van de gemeenteraad van 7 februari 2019 betreffende aanduiden afgevaardigde DVV Midwest: algemene vergadering, waarbij mevrouw Carine Geldhof, Dentergemstraat 97, 8780 Oostrozebeke, werd aangeduid als afgevaardigde in de algemene vergaderingen van DVV Midwest (Dienstverlenende vereniging Midwest) voor de legislatuur 2019-2024.
De gemeente ontving een e-mail op 21 april 2022 van de Dienstverlenende Vereniging Midwest betreffende algemene vergadering 28 juni 2022 om 18 u. in het streekhuis te Roeselare met alle bijhorende stukken en met volgende agenda:
De 16 besturen uit de regio Midden-West-Vlaanderen gingen via een gemeenteraadsbesluit akkoord met een doorgedreven samenwerking in functie van de versterking van de besturen.
Dit leidde tot de oprichting van de DVV Midwest op 22 december 2017.
Deze oprichting is gebaseerd op het vigerende decreet betreffende de intergemeentelijke samenwerking.
De gemeente Oostrozebeke is aangesloten bij de Dienstverlenende Vereniging Midwest.
Ons bestuur mag zich in de Dienstverlenende Vereniging Midwest laten vertegenwoordigen in de algemene vergadering.
Toelichting door mevrouw Geldhof, 1ste schepen.
niet van toepassing
niet van toepassing
niet van toepassing
Artikel 1
De raad keurt de agenda van de algemene vergadering van de Dienstverlenende Vereniging Midwest van 28 juni 2022 goed.
Artikel 2
De vertegenwoordiger van de gemeente, die zal deelnemen aan de algemene vergadering van de Dienstverlenende Vereniging Midwest van 28 juni 2022, zal haar stemgedrag afstemmen op dit besluit en de punten van de agenda van de algemene vergadering van de Dienstverlenende Vereniging Midwest van 28 juni 2022, goedkeuren.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit wordt verzonden naar de Dienstverlenende Vereniging Midwest, Spanjestraat 141, 8800 Roeselare.
E-mail van 9 mei 2022 van notariskantoor Jo Debyser & Mathieu Melis, Stationsstraat 69 te 8850 Ardooie betreffende GEMEENTE OOSTROZEBEKE-VK (D:2160017-05|307).
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 25 februari 2022 tot wijziging van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en het decreet van 3 mei 2019 houdende de havenkapiteindienst.
Besluit van de gemeenteraad van 2 december 2021 betreffende meerjarenplanaanpassing 4 2020 - 2025: Raad 02_12_2021 van het deel gemeente: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 24 februari 2022 betreffende aanvaarden van de aankoopoptie (compromis) van aankoop voor een woning, gelegen te 8780 Oostrozebeke, Kalbergstraat 5.
Aankoop van deze woning en bijhorende grond kadert in de verwezenlijking van het masterplan Dorpskernvernieuwing Oostrozebeke.
Dit plan anticipeert namelijk op een (gedeeltelijke) hertekening en herinrichting van de site Ateljee / Tjuf.
Gezien de woning ook aan de inrit van de begraafplaats paalt, zal dit kansen en opportuniteiten bieden naar toekomstige ontwikkelingen toe.
Het ontwerp van aankoopakte van een woning werd opgemaakt door de heer Mathieu Melis, notaris bij notariskantoor Jo Debyser & Mathieu Melis, Stationsstraat 69 te 8850 Ardooie.
Het betreft de aankoop van een woonhuis op en met grond en aanhorigheden, gelegen te Oostrozebeke, Kalbergstraat 5, ten kadaster bekend volgens vroegere titel sectie 3 nummers 139/C en 141/B, en thans ten kadaster bekend sectie E, nummer 139D P0000, voor een oppervlakte van acht are zesenveertig centiare (8a 46 ca), voor een bedrag van 272 500,00 euro jegens de verkopers, vertegenwoordigd ingevolge de volmacht verleden voor notaris Jo Debyser te Ardooie op 26 februari 2016 door: de verkopers.
De aankoop geschiedt om reden van algemeen nut.
Toelichting door de heer De Marez, schepen.
De uitgaven is voorzien in aanpassing meerjarenplan 5 2020 - 2025, op het investeringskrediet van 2022, actie 321, budgetrekening 0050-00/2610000/500, Investeringsprojectnummer 1.
Het gunstig visum met nummer VSM/2022/030 van 25 mei 2022 van de heer Masschaele, financieel directeur.
niet van toepassing
De heer Vandenbroucke en mevrouw Lefebre, raadsleden.
Artikel 1
De gemeenteraad aanvaardt het ontwerp van aankoopakte van een woning, opgemaakt door de heer Mathieu Melis, notaris bij notariskantoor Jo Debyser & Mathieu Melis, Stationsstraat 69 te 8850 Ardooie.
Artikel 2
In het ontwerp van aankoopakte verwerft het gemeentebestuur een woonhuis op en met grond en aanhorigheden, gelegen te Oostrozebeke, Kalbergstraat 5, ten kadaster bekend volgens vroegere titel sectie 3 nummers 139/C en 141/B, en thans ten kadaster bekend sectie E, nummer 139D P0000, voor een oppervlakte van acht are zesenveertig centiare (8a 46 ca) jegens de verkopers, vertegenwoordigd ingevolge de volmacht verleden voor notaris Jo Debyser te Ardooie op 26 februari 2016 door: de verkopers, voor een bedrag van 272 500,00 euro.
Wijziging richtlijnen Vlaamse regelgeving in verband met ondersteuning aan onthaalsouders en advies lokaal overleg kinderopvang.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 25 februari 2022 tot wijziging van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en het decreet van 3 mei 2019 houdende de havenkapiteindienst.
Decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby’s en peuters, het laatst gewijzigd bij decreet van 21 mei 2021 tot wijziging van diverse decreten over welzijn, volksgezondheid en gezin.
Besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2013 houdende het lokaal beleid kinderopvang, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten over welzijn, volksgezondheid en gezin naar aanleiding van de integratie van de agentschappen Kind en Gezin en Jongerenwelzijn in het kader van het geïntegreerd gezinsbeleid en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 maart 2013 wat betreft het opstellen van het verslag van de kandidaat-adoptanten, dienstig voor het herkomstland, vermeld in artikel 15 van het Haags Adoptieverdrag
Besluit van de gemeenteraad van 2 mei 2019 betreffende erkenningsbesluit gemeentelijke adviesraden: vaststellen, het laatst gewijzigd bij besluit van de gemeenteraad van 27 januari 2022 betreffende opstart gemeentelijk landbouwraad.
Besluit van de gemeenteraad van 3 juli 2014 betreffende subsidiereglement kinderopvanginitiatieven 0-3 jaar: vaststellen.
Besluit van de gemeenteraad van 4 juli 2019 betreffende meerjarenplan 2020-2025: doelstellingenboom: definitief vaststellen.
Vanaf 2021 mogen lokale overheden huisvuilzakken niet meer gratis aanbieden aan onthaalouders en kinderopvanginitiatieven.
Dit blijkt in strijd met het uitvoeringsplan huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval, volgens een besluit van de provinciegouverneur van West-Vlaanderen.
Een alternatief werd uitgewerkt om de onthaalouders alsnog verder te ondersteunen, namelijk Oostrobonnen van 10,00 euro, het aantal is bepalend van het aantal unieke plaatsen ze hebben volgens Kind en Gezin.
Met Oostrobonnen kunnen de onthaalouders en kinderopvanginitiatieven terecht bij lokale handelaars voor materiële goederen, die ze nodig hebben voor hun werking.
Sinds de start van het reglement in 2014 worden speelgoedboxen ter beschikking gesteld van onthaalouders.
Dit project was een matig succes in de beginjaren.
De voorbije jaren werd er geen gebruik meer van gemaakt.
Er werden verschillende bevragingen en overleggen met de doelgroep georganiseerd om de inhoud van de speelgoedbox zo goed mogelijk af te stemmen op de vraag, doch dit leverde niets op.
Dit aanbod wordt geschrapt uit het reglement.
Er werd voorwaardelijk gunstig advies verleend door het lokaal overleg kinderopvang op 22 februari 2022
Vanuit de vergadering werd een aanvullende wijziging voorgesteld: de vergadering brengt aan dat de kosten algemeen stijgen voor onthaalouders.
Het reglement dateert van 2014. Een verhoging van de subsidies per kind zou zeker welkom zijn.
Een voorstel werd uitgewerkt voor een aanpassing van het basisbedrag en daarna jaarlijks een indexering.
Het onderscheid tussen het aantal kinderen werd weggelaten, per kind hetzelfde bedrag.
Er is een jaarlijks budget voorzien van 2 300,00 euro.
In 2021 werd 1 850,00 euro uitbetaald aan subsidies.
Een verhoging en gelijkstelling van het bedrag per kind leidt tot een budgetverhoging tot 2 920,00 euro.
Daarbij komt dat de huisvuilzakken op een ander budget geboekt werden, de Oostrobonnen op deze boekhoudrekening zullen komen en bijgevolg een verhoging betekent van 520,00 euro.
Toelichting door mevrouw Geldhof, 1ste schepen.
De uitgave zal voorzien worden in de aanpassing meerjarenplan 2020-2025, op het exploitatie/investeringskrediet van het jaar 2022-2025: IP-geen, actie 1021, budgetrekening 0945-00/6491409.
niet van toepassing
Mevrouw Braeckevelt, Lefebre en Dejonckheere, en de heer Manhaeghe, raadsleden, en de heer Van D'huynslager, schepen.
Artikel 1
In het subsidiereglement kinderopvanginitiatieven 0-3 jaar wordt artikel 3 vervangen door volgende bepaling:
Het subsidiedossier bestaat uit:
Geen ander formulier dan datgene aangeleverd door het gemeentebestuur kan door het kinderopvanginitiatief gebruikt worden. Het invulformulier kan worden teruggevonden op de website van de gemeente of kan aangevraagd worden bij de dienst vrije tijd op het telefoonnummer 056 67 11 72 of via e-mail jeugd@oostrozebeke.be.
Artikel 2
In het subsidiereglement kinderopvanginitiatieven 0-3 jaar wordt artikel 4 vervangen door volgende bepaling:
De subsidieaanvraag moet ingediend worden vóór 1 november van het lopend werkjaar.
Artikel 3
In het subsidiereglement kinderopvanginitiatieven 0-3 jaar wordt artikel 6 vervangen door volgende bepaling
Het bedrag van de subsidies wordt bepaald op basis van het aantal voltijdse kindplaatsen: voor elk kind een toelage van 30,00 euro.
Per kinderopvanginitiatief wordt maximaal 500,00 euro uitgereikt.
Artikel 4
In het subsidiereglement kinderopvanginitiatieven 0-3 jaar wordt artikel 8 vervangen door volgende bepaling:
De opvanginitiatieven ontvangen jaarlijks Oostrobonnen ter waarde van 20,00 euro per beginnende schijf van vier voltijdse kindplaatsen.
Het aantal kinderen wordt bepaald op basis van de capaciteit bepaald door Kind & Gezin op 1 september van het vrijstellingsjaar.
De Oostrobonnen kunnen afgehaald worden in het gemeenschapscentrum “O.C. Mandelroos” in de loop van de maand oktober.
Artikel 5
In het subsidiereglement kinderopvanginitiatieven 0-3 jaar wordt artikel 10 geschrapt.
Artikel 6
Dit reglement is met terugwerkende kracht van toepassing vanaf 1 januari 2022.
Artikel 7
Deze beslissing wordt kenbaar gemaakt op de gemeentelijke website.
Eerste opstartvergadering van de landbouwraad op dinsdag 19 april 2022.
Wet van 16 juli 1973 waarbij de bescherming van de ideologische en filosofische strekkingen gewaarborgd wordt, het laatste gewijzigd bij de wet van 12 mei 2009 tot wijziging van de wet van 16 juli 1973 waarbij de bescherming van de ideologische en filosofische strekkingen gewaarborgd wordt.
Gewone wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen het laatst gewijzigd bij het decreet Franse gemeenschap van 11 maart 2021 betreffende bijzonder decreet tot wijziging van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen met het oog op een gewaarborgde evenwichtige aanwezigheid van vrouwen en mannen binnen de regering van de Franse Gemeenschap.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 25 februari 2022 tot wijziging van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en het decreet van 3 mei 2019 houdende de havenkapiteindienst.
Besluit van de gemeenteraad van 15 januari 2004 betreffende erkennen van de gemeentelijke culturele raad, de gemeentelijke sportraad, de gemeentelijke jeugdraad, de gemeentelijke seniorenraad, de gemeentelijke adviesraad veilig verkeer, de gemeentelijke adviesraad voor milieu en natuur en het lokaal overleg kinderopvang, gewijzigd bij besluit van de gemeenteraad van 2 mei 2019 betreffende erkennen van de gemeentelijke culturele raad, de gemeentelijke sportraad, de gemeentelijke jeugdraad, de gemeentelijke seniorenraad, de gemeentelijke adviesraad veilig verkeer en de gemeentelijke adviesraad voor milieu en natuur, het lokaal overleg kinderopvang en de gemeentelijke bibliotheekraad, gewijzigd in zitting van de gemeenteraad van 27 januari 2022: toevoeging van de landbouwraad, en het laatst gewijzigd in zitting van de gemeenteraad van 31 maart 2022: toevoeging van de lokale economische raad.
Om tegemoet te komen aan de vraag tot overleg en de nood aan coördinatie in de samenwerking tussen enerzijds de aangesloten verenigingen en anderzijds de inwoners werd een voorstel uitgewerkt om een nieuwe adviesraad in te richten, een landbouwraad.
De gemeenteraden kunnen bij reglement bepalingen opnemen over de samenstelling van de raden, de representativiteit in de raden en de werking van de raden.
Naar analogie met de bestaande adviesraden zal de landbouwraad na oprichting een huishoudelijk reglement opmaken waarin deze bepalingen vervat zitten.
De wet van 16 juli 1973 waarbij de bescherming van de ideologische en filosofische strekkingen gewaarborgd wordt, verplicht de gemeente om de gebruikersgroeperingen en de ideologische en filosofische strekkingen met medebeslissende of adviserende stem te betrekken bij het beheer van de culturele instellingen.
Men ziet de culturele instellingen heel ruim, hier vallen ook bibliotheek, jeugd – en sportinfrastructuur, adviesraad voor veilig verkeer, milieu en natuur, het lokaal overleg kinderopvang en de gemeentelijke bibliotheekraad onder.
Ook de landbouwraad zal hieronder vallen.
Tijdens de eerste vergadering van de landbouwraad van 19 april 2022 werd het huishoudelijk reglement vastgesteld en goedgekeurd door de stemgerechtigde leden.
De landbouwraad heeft mevrouw Caroline Desmet aangeduid als voorzitter.
Toelichting door mevrouw Geldhof, 1ste schepen.
De uitgave is voorzien in het meerjarenplan 2020-2025, op het exploitatiebudget van het jaar 2021, actie 621, budgetrekening 0530-00/6143008.
niet van toepassing
niet van toepassing
Het huishoudelijk reglement van de gemeentelijke landbouwraad wordt goedgekeurd.
Hoofdstuk I: doel
Artikel 1
Er wordt een gemeentelijke adviesraad voor landbouw opgericht, de landbouwraad genoemd.
De Landbouwraad heeft tot doel:
Hoofdstuk II: samenstelling en structuur
Artikel 2
De landbouwraad is samengesteld uit stemgerechtigde leden en waarnemers.
Artikel 3
Stemgerechtigde leden zijn:
Een stemgerechtigd lid mag geen politiek mandaat vervullen, noch belast zijn met een overheidsfunctie waarin toezicht over aangelegenheden voor milieu en natuur wordt uitgeoefend.
Artikel 4
Naast de stemgerechtigde leden zetelen in de landbouwraad eveneens waarnemende leden:
Artikel 5
Elke organisatie wijst, volledig vrij, één vertegenwoordiger aan.
Deze voldoen aan de volgende voorwaarden:
De gecoöpteerde leden moeten aan de volgende voorwaarden voldoen:
Artikel 6
Elke organisatie of individuele persoon die lid van de gemeentelijke adviesraad voor landbouw wenst te worden, richt een schriftelijke aanvraag aan de voorzitter van de landbouwraad.
Indien ze beantwoordt aan de gestelde normen van artikel 3 en 5 van onderhavig reglement, kan de organisatie of individuele persoon toetreden tot de landbouwraad.
De landbouwraad beslist met gewone meerderheid over het al dan niet erkennen van nieuwe leden.
Na aanvaarding wordt de organisatie of individuele persoon stemgerechtigd.
Artikel 7
De openbaarheid van de landbouwraad en documenten worden gewaarborgd door:
Artikel 8
De Landbouwraad is samengesteld uit tenminste 7 stemgerechtigde leden.
Artikel 9
De voorzitter van de landbouwraad wordt gekozen door de stemgerechtigde leden.
De voorzitter van de landbouwraad mag geen politiek mandaat bekleden.
Artikel 10
De duur van de mandaten bedraagt normaal zes jaar, behoudens herverkiezing.
De mandaten lopen tot de installatie van de nieuwe landbouwraad.
De nieuwe landbouwraad wordt verkozen binnen de vier maand na de installatie van de nieuwe gemeenteraad.
Wanneer een mandaat van een lid van de landbouwraad tussentijds vacant wordt, wijst de landbouwraad een opvolger aan, die het mandaat van zijn voorganger voltooit.
Bij vacatie van de functie van voorzitter wijst de landbouwraad een plaatsvervanger aan, die het mandaat van zijn voorganger voltooit.
Hoofdstuk III: Rekeningen
Artikel 11
De financiële ondersteuning voor het realiseren van het doel van landbouwraad zoals beschreven in hoofdstuk I zijn in het beheer van het gemeentebestuur en wordt toegekend volgens de bepalingen in artikel 10 van het erkenningsbesluit van de gemeentelijke adviesraden. De leden en hun eventuele rechtsopvolgers hebben geen recht in naam van de Landbouwraad rekeningen of financiële producten te beheren.
Artikel 12
De leden en hun eventuele rechtsopvolgers hebben geen deel in het vermogen van de landbouwraad, hebben geen recht op een aandeel in de behaalde winsten en kunnen geen opbrengsten halen uit de landbouwraad waardoor zij zich individueel verrijken.
Bij uittreding, uitsluiting of overlijden kunnen zij nooit teruggave of vergoeding vorderen voor gestorte bijdragen of gedane inbrengen.
Bij ontbinding van de landbouwraad, om welke reden ook, moet het vermogen van de landbouwraad worden bestemd tot een doel dat aansluit bij het doel van de landbouwraad en mag het niet worden uitgekeerd aan de leden.
Het doel waarvan hierboven sprake, wordt door de gemeenteraad aangewezen, op advies van de landbouwraad.
Hoofdstuk IV: erkenning
Artikel 13
De landbouwraad wordt erkend door de gemeenteraad en legt zijn huishoudelijk reglement, en de latere wijzigingen ervan, ter goedkeuring voor.
Artikel 14
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt:
Artikel 15
Artikel 15.1
Voor buitengewone activiteiten welke de landbouwraad zelf op touw zet, worden de nodige kredieten vooraf aan het college van burgemeester en schepenen aangevraagd.
Opdat de landbouwraad deze kredieten zou kunnen gebruik moet hij een omstandig dossier samenstellen waaruit blijkt:
Binnen een maand na deze activiteit moet alle bewijsmateriaal toegevoegd worden zoals: inzicht in de rekeningen en het vaststellen van de werken of de activiteit.
Artikel 15.2.
Voor gewone activiteiten welke behoren tot advies verlenende opdracht van de Landbouwraad en het stimuleren en garanderen van de representatie van de leden in de adviesraad wordt door het gemeentebestuur jaarlijks de nodige kredieten voorzien in het meerjarenplan.
Hoofdstuk V: reglement van inwendige orde
Artikel 16
In het reglement van inwendige orde wordt alles geregeld wat niet door het huishoudelijk reglement wordt bepaald.
Dit reglement en wijzigingen ervan worden opgemaakt en goedgekeurd door de landbouwraad bij gewone meerderheid van de aanwezige stemgerechtigde leden.
De goedkeuring van het reglement voor het collectief plaatsen van individuele behandelingsinstallaties voor afvalwater in gemeenteraad van 2 juni 2022.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 25 februari 2022 tot wijziging van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en het decreet van 3 mei 2019 houdende de havenkapiteindienst.
Besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning, het laatst gewijzigd bij besluit van 16 oktober 2015 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning, het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2005 betreffende de geografische indeling van watersystemen en de organisatie van het integraal waterbeleid in uitvoering van Titel I van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid en het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 2013 tot vaststelling van het geactualiseerde monitoringprogramma van de watertoestand ter uitvoering van artikel 67 en 69 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, wat betreft de omzetting van richtlijn 2013/39/EU en richtlijn 2009/90/EG.
Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het laatst gewijzigd bij besluit van 21 mei 2021 tot wijziging van het Mestdecreet van 22 december 2006, het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, het VLAREL en de VLAREME van 22 oktober 2016.
Besluit van de gemeenteraad van 11 december 2008 betreffende opheffen bestaand subsidiereglement voor de aanleg van individuele waterzuiveringsinstallaties en vaststellen van nieuw subsidiereglement voor de aanleg van individuele waterzuiveringsinstallaties.
Besluit van de gemeenteraad van 3 december 2015 betreffende subsidiereglement voor de aanleg van individuele waterzuiveringsinstallaties: wijzigen.
Het gemeentebestuur gaat over tot collectief plaatsen van IBA's in samenwerking met Aquafin, en dit via de Riopact overeenkomst.
Het reglement voor het collectief plaatsen van individuele behandelingsinstallaties voor afvalwater wordt in gemeenteraad van 2 juni 2022 goedgekeurd.
Huidig subsidiereglement voor aanleggen van een IBA wordt gewijzigd, zodat geen dubbele financiering kan bekomen worden door de aanvragers van een premie.
Huidig premiesysteem wordt afgebouwd en uitgedoofd eind 2022. Wie de aanleg van de IBA werd opgelegd in een vergunning (stedenbouwkundige vergunning of omgevingvergunning) in het verleden, kan op die manier tijdelijk nog een premie aanvragen voor de aanleg van de IBA en zich in regel stellen.
Eigenaars van woningen waarvoor vóór inwerkingtreding van onderhavig reglement een geldige stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning werd afgeleverd, waarin de aanleg van een IBA werd opgenomen in de vergunningsvoorwaarden, komen namelijk niet in aanmerking voor aanleg van een IBA via het collectief systeem.
Wie in het verleden een IBA werd opgelegd in een vergunning heeft in maart 2022 een brief ontvangen die hen hieraan herinnert.
Door aanleg van de IBA via het collectief systeem wordt de burger ontzorgd.
De burger staat wel zelf in voor de scheiding van de riolering op eigen perceel, evenals de navolgende verplichte keuring van het private rioleringsstelsel.
De aanleg van IBA's via een collectief systeem is opgenomen in het Rio-Pact takenpakket.
De uitgave hiervoor wordt voorzien tot en met 2024. In 2024 dienen alle IBA's te zijn aangelegd en aangesloten.
Toelichting door de heer De Marez, schepen.
De uitgave is voorzien in het exploitatiebudget 2022, actie 1411, budgetrekening 0349-00/6491405/500.
niet van toepassing
Mevrouw Lefebre en Verbeke, raadsleden.
Artikel 1.
Het subsidiereglement voor de aanleg van individuele waterzuiveringsinstallaties wordt gewijzigd en als volgt vastgesteld:
Art. 1. Definities:
Art. 2. Een gemeentelijke premie voor de bouw van particuliere waterzuivering wordt verleend onder volgende voorwaarden:
Art. 3. Teneinde een gemeentelijke premie te bekomen wordt volgende procedure in acht genomen:
Art. 4. De gemeentelijke premie is éénmalig en bedraagt maximaal 990 euro per installatie.
Art. 5. Bij weigering van de aanvraag heeft de particulier steeds de mogelijkheid aanpassingen uit te voeren om alsnog in aanmerking te komen voor de premie.
Artikel 2.
Aanvragen ingediend vóór 2 juni 2022 worden behandeld volgens het subsidiereglement van 3 december 2015.
Aanvragen ingediend vanaf 2 juni 2022 worden behandeld volgens het nieuwe subsidiereglement.
Artikel 3.
Aanvragen tot subsidie voor de aanleg van individuele waterzuiveringsinstallaties worden ten laatste per 31 december 2022 ingediend.
Artikel 4.
Onderhavig subsidiereglement wordt opgeheven per 1 januari 2023.
Opname van het collectief plaatsen van individuele behandelingsinstallaties voor afvalwater in het riopact takenpakket van 2022.
Besluit van de Vlaamse regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van zoneringsplannen.
Richtlijn 2000/60/EG van het Europees parlement en de raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (Europese Kaderrichtlijn Water).
Decreet van 30 november 2018 tot bekrachtiging van de coördinatie van de waterregelgeving in het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid en tot opheffing van de gecoördineerde regelgeving.
Besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2017 betreffende de subsidiëring van de werken, vermeld in artikel 2.6.1.3.1, § 1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, het laatst gewijzigd bij besluit van 10 mei 2019 houdende aanpassing van diverse besluiten van de Vlaamse Regering aan de terminologie van het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 25 februari 2022 tot wijziging van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en het decreet van 3 mei 2019 houdende de havenkapiteindienst.
Besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning, het laatst gewijzigd bij besluit van 16 oktober 2015 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning, het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2005 betreffende de geografische indeling van watersystemen en de organisatie van het integraal waterbeleid in uitvoering van Titel I van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid en het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 2013 tot vaststelling van het geactualiseerde monitoringprogramma van de watertoestand ter uitvoering van artikel 67 en 69 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, wat betreft de omzetting van richtlijn 2013/39/EU en richtlijn 2009/90/EG.
Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het laatst gewijzigd bij besluit van 21 mei 2021 tot wijziging van het Mestdecreet van 22 december 2006, het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, het VLAREL en de VLAREME van 22 oktober 2016.
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 16 december 2021 betreffende riopact: goedkeuren takenpakket 2022.
Het gemeentebestuur gaat over tot collectief plaatsen van IBA's in samenwerking met Aquafin en dit via de Riopact overeenkomst.
Het reglement voor het collectief plaatsen van individuele behandelingsinstallaties voor afvalwater wordt in gemeenteraad van 2 juni 2022 goedgekeurd.
Huidig subsidiereglement voor aanleggen van een IBA wordt gewijzigd, zodat geen dubbele financiering kan bekomen worden door de aanvragers van een premie. Huidig premiesysteem wordt afgebouwd en uitgedoofd eind 2022.
Wie de aanleg van de IBA werd opgelegd in een vergunning (stedenbouwkundige vergunning of omgevingvergunning) in het verleden, kan op die manier tijdelijk nog een premie aanvragen voor de aanleg van de IBA en zich in regel stellen.
Eigenaars van woningen waarvoor vóór inwerkingtreding van onderhavig reglement een geldige stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning werd afgeleverd waarin de aanleg van een IBA werd opgenomen in de vergunningsvoorwaarden, komen namelijk niet in aanmerking voor aanleg van een IBA via het collectief systeem.
Wie in het verleden een IBA werd opgelegd in een vergunning heeft in maart 2022 een brief ontvangen, die hen hieraan herinnert.
Door aanleg van de IBA via het collectief systeem wordt de burger ontzorgd.
De burger staat wel zelf in voor de scheiding van de riolering op eigen perceel, evenals de navolgende verplichte keuring van het private rioleringsstelsel.
De aanleg van IBA's via een collectief systeem is opgenomen in het Rio-Pact takenpakket.
De uitgave hiervoor wordt voorzien tot en met 2024.
In 2024 dienen alle IBA's te zijn aangelegd en aangesloten.
In kader van dit reglement wordt een standaard overeenkomst inzake de levering, plaatsing en het beheer van een individuele behandelingsinstallatie van afvalwater (iba) en de bijhorende afkoppeling van regen- en afvalwater opgemaakt (zie bijlage).
Dit is de overeenkomst die wordt afgesloten tussen gemeentebestuur en de (mede)eigenaar van het (woon)gebouw waar een IBA wordt geplaatst.
Toelichting door de heer De Marez, schepen.
De uitgave is voorzien in het exploitatiekrediet, actie 1411, budgetrekening 0310-00/6131001/600.
niet van toepassing
niet van toepassing
De gemeenteraad keurt het reglement voor het collectief plaatsen van individuele behandelingsinstallaties voor afvalwater en bijhorende overeenkomst inzake de levering, plaatsing en het beheer van een individuele behandelingsinstallatie van afvalwater (iba) en de bijhorende afkoppeling van regen- en afvalwater goed.
De tekst van het reglement is de volgende:
Artikel 1.
Het gemeentebestuur van Oostrozebeke voorziet voor de woningen in het individueel te optimaliseren buitengebied een systeem van collectieve levering, plaatsing en beheer van individuele behandelingsinstallaties voor huishoudelijk afvalwater (collectief beheerde IBA’s), in uitvoering van de Riopact-overeenkomst.
Artikel 2.
De kosten voor het leveren en plaatsen van de collectief beheerde IBA’s zijn ten laste van het gemeentebestuur.
Artikel 3.
De eigenaars die ingaan op dit aanbod betalen een financiële tussenkomst van 1 810,00 euro (excl. btw) voor het leveren, plaatsen en beheren van de IBA, met een maximum aansluiting van 5 inwonersequivalenten (I.E.).
De btw wordt aangerekend op basis van de ouderdom van de betrokken woning.
De meerkost voor het aansluiten van meer dan 5 IE wordt bijkomend verrekend aan de eigenaar.
Artikel 4.
De eigenaars van de woning sluiten een overeenkomst af met de rioolbeheerder. Deze overeenkomst zal minstens volgende omvatten:
Artikel 5.
De werken en kosten verbonden aan het scheiden van het afvalwater en het hemelwater evenals de navolgende keuring van het private rioleringsstelsel zijn niet inbegrepen in de plaatsing van de IBA en vallen volledig ten laste van de begunstigde.
Artikel 6.
Eigenaars van woningen, waarvoor vóór inwerkingtreding van dit reglement een geldige stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning werd afgeleverd waarin de aanleg van een IBA werd opgenomen in de vergunningsvoorwaarden, komen niet in aanmerking voor aanleg van een IBA via dit reglement.
Artikel 7.
Dit reglement treedt in werking op 2 juni 2022.
De noodzaak om een beroep te kunnen doen op uitzendkrachten voor de invulling van bepaalde tijdelijke functies.
Wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers, het laatst gewijzigd bij wet van 12 juni 2020 houdende diverse bepalingen inzake de detachering van werknemers.
Koninklijk besluit van 7 december 2018 inzake de definiëring van uitzonderlijk werk in uitvoering van artikel 1, §4 van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers.
Decreet van 10 december 2010 betreffende de private arbeidsbemiddeling, het laatst gewijzigd bij decreet van 29 maart 2019 betreffende de opleidingscheques voor werknemers, de invoering van een registratieverplichting voor sportmakelaars en tot wijziging van diverse andere bepalingen inzake het beleidsdomein Werk en Sociale Economie.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 25 februari 2022 tot wijziging van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en het decreet van 3 mei 2019 houdende de havenkapiteindienst.
Decreet van 27 april 2018 betreffende de uitzendarbeid in de Vlaamse overheidsdiensten en de lokale besturen.
Besluit van de gemeenteraad van 9 oktober 2008 betreffende toetreding tot Jobpunt Vlaanderen.
Het decreet van 27 april 2018 laat bepaalde vormen van uitzendarbeid toe.
Uitzendarbeid is maar mogelijk bij een lokaal bestuur nadat de raad heeft beslist in welke gevallen hij een beroep wil doen op uitzendarbeid binnen de krijtlijnen van het decreet.
De raad kan ervoor kiezen om één, meer of alle vormen van uitzendarbeid toe te laten bij het bestuur.
Er zijn 8 mogelijkheden:
Daarnaast kan de raad nadere regels vaststellen, waaronder praktische regels worden verstaan alsook eventuele bijkomende beperkingen, die het bestuur zichzelf oplegt.
De raad kan bepalen om enkel binnen bepaalde diensten een beroep te doen op uitzendarbeid.
De maximale duur van een bepaalde vorm van uitzendarbeid moet worden vastgelegd.
Die duur mag nooit langer zijn dan 12 maanden, verlengingen inclusief.
Een uitzendkracht kan verschillende uitzendopdrachten na elkaar vervullen als de reden voor de uitzendarbeid telkens verschillend is en met dien verstande dat voor elke reden de maximale duurtijd 12 maanden bedraagt.
Bij een nieuwe vorm of nieuwe vervanging begint de duurtijd opnieuw te lopen.
De raad moet ook regelen hoe en wanneer het bestuur:
Het is niet mogelijk uitzendkrachten in te zetten:
Het erkend uitzendkantoor waarop een beroep wordt gedaan, moet normalerwijze door het college van burgemeester en schepenen aangesteld worden conform de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten.
Omdat het gemeentebestuur toetrad tot Poolstok cvba (voorheen Jobpunt Vlaanderen) moet het zelf geen procedure voeren doch kan het als vennoot gebruik maken van de uitzendbureaus, waarmee Poolstok een raamovereenkomst afsloot.
Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd om uitzendkrachten in dienst te nemen binnen de mogelijkheden en regels die de raad heeft vastgesteld.
Deze bevoegdheid zal toevertrouwd worden aan de algemeen directeur.
Er is een gunstig advies van het managementteam van 19 april 2022.
Er is een protocol van akkoord van 9 mei 2022 van het bijzonder onderhandelingscomité van de plaatselijke overheidsdiensten.
De termijn van de onderhandelingen werd in onderling akkoord beperkt zodat de besluiten tijdig kunnen genomen worden.
Ons bestuur vindt het aangewezen om binnen de gemeentelijke diensten, onder strikte voorwaarden, een beroep te kunnen doen op uitzendarbeid:
Aangezien de normale aanwervingsprocedure de regel moet blijven, is het niet aangewezen om uitzendarbeid voor elk motief mogelijk te maken binnen ons bestuur.
De volgende vormen van uitzendarbeid zijn relevant om op te nemen:
Er kan pas een beroep gedaan worden op uitzendarbeid na het of volgende pistes mogelijk zijn:
Vanwege de kostprijs zal de maximale toegelaten termijn, inclusief verlengingen, worden vastgesteld op zes maand(en).
Toelichting door de heer Luc Derudder, burgemeester.
Voor de tewerkstelling van uitzendkrachten moet rekening worden gehouden met de coëfficiënt die het uitzendbureau aanrekent.
De coëfficiënt is gelijk aan een percentage van het brutoloon van de functie die met uitzendarbeid ingevuld wordt.
De uitzendbureau(s) waar Poolstok cvba mee werkt, rekenen een coëfficient aan die verschillend is volgens het niveau en het soort functie.
niet van toepassing
niet van toepassing
Artikel 1
Er kan binnen de gemeentelijke diensten een beroep worden gedaan op uitzendarbeid overeenkomstig de voorwaarden en modaliteiten opgenomen in dit besluit.
Artikel 2
Er kan in de volgende gevallen een beroep worden gedaan op uitzendarbeid overeenkomstig de voorwaarden en modaliteiten opgenomen in dit besluit:
Artikel 3
Er wordt voor een termijn van maximaal 6 maand(en) gebruik gemaakt van de uitzendarbeid.
Per vorm van uitzendarbeid kan er nooit langer dan zes maanden gebruik worden gemaakt van uitzendarbeid, en dit met inbegrip van eventuele verlengingen.
Artikel 4
Het is niet mogelijk uitzendkrachten in te zetten:
Artikel 5
Het gemeentebestuur brengt de vakorganisaties ervan op de hoogte dat een uitzendkracht aan de slag gaat bij het bestuur:
Artikel 6
In het eerste hoog overlegcomité van het kalenderjaar bezorgt de gemeente de globale informatie over de inzet van uitzendkrachten in het voorafgaande kalenderjaar.
Die informatie bevat minstens:
Artikel 7
De uitzendkrachten moeten voldoen aan de toelatings- en aanwervingsvoorwaarden zoals deze gelden voor de eigen personeelsleden.
De uitzendkrachten, die aan de slag gaan bij een lokaal bestuur, zijn onderworpen aan de Bestuurstaalwet (SWT) wat betreft hun taalgebruik (de door de SWT voorgeschreven bestuurstaal) en moeten daarom het Nederlands gebruiken in hun opdrachten, die ze voor de gemeente uitvoeren.
De deontologische code voor de eigen personeelsleden is eveneens van toepassing op de uitzendkrachten.
Artikel 8
De aanstelling van het uitzendbureau/de uitzendbureaus met wie de uitzendarbeid in uitvoering van onderhavig besluit wordt gesloten, wordt toevertrouwd aan Poolstok.
De brief van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed van 7 februari 2022 aan het college van burgemeester en schepenen om criteria voor te stellen voor de verdeling van de stemrechten over de lokale besturen, die deel uitmaken van het werkingsgebied van de nieuwe woonmaatschappij.
De brief van de sociale huisvestingsmaatschappijen CVBA Mijn Huis en CVBA Helpt Elkander van 6 september 2021 met de vraag een advies uit te brengen over het traject dat zij willen doorlopen om tegen uiterlijk 30 juni 2023 deel uit te maken van de woonmaatschappij die in het werkingsgebied, waar onze gemeente deel van uitmaakt, zal worden gevormd.
Artikel 40 en volgende van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 25 februari 2022 tot wijziging van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en het decreet van 3 mei 2019 houdende de havenkapiteindienst.
Het decreet van 9 juli 2021 houdende wijzigingen van diverse decreten met betrekking tot wonen, waarbij een regelgevend kader met betrekking tot de woonmaatschappijen wordt gecreëerd.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 2021 tot wijziging van verschillende besluiten over wonen.
De Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Besluit van de Vlaamse regering van 11 september 2020 tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Het college van burgemeester en schepenen ontving een brief van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed op 7 februari 2022 om criteria voor te stellen voor de verdeling van de stemrechten over de lokale besturen die deel uitmaken van het werkingsgebied van de nieuwe woonmaatschappij.
In de brief van 6 september 2021 die wij ontvingen van de sociale huisvestingsmaatschappijen CVBA Mijn Huis, met zetel te 8530 Harelbeke, Marktstraat 80 (0405.430.603) en de CVBA Helpt Elkander, met zetel te 8790 Waregem, Hazepad 1 (0405.419.913) wordt gevraagd om tegen uiterlijk 30 juni 2022 een advies uit te brengen over het traject dat zij willen doorlopen om tegen uiterlijk 30 juni 2023 deel uit te maken van de woonmaatschappij die in het werkingsgebied, waar onze gemeente deel van uitmaakt, zal worden gevormd.
De Vlaamse Regering moet bij de verdeling van de stemrechten in elk geval rekening houden met de volgende twee objectieve criteria: (1) de verhouding tussen het aantal sociale huurwoningen per gemeente; (2) de verhouding tussen het aantal huishoudens per gemeente, maar zij kan ook rekening houden met bijkomende criteria die door de gemeenten worden voorgesteld, evenals met het advies van de gemeenten over het gewicht dat aan elk criterium wordt gehecht.
In het traject naar het vormen van een eengemaakte woonmaatschappij voor het werkingsgebied tegen 1 januari 2023, kunnen sociale huisvestingsmaatschappijen, die er pas tegen 30 juni 2023 zullen in slagen om aan alle voorwaarden tot erkenning als woonmaatschappij te voldoen, ofwel door zich zelf om te vormen tot woonmaatschappij, ofwel door een herstructurering (fusie, splitsing…) door te voeren met een andere woonmaatschappij of met een sociale huisvestingsmaatschappij, die kan aantonen dat die zich kan omvormen tot woonmaatschappij, een verlenging van de hun erkenning als sociale huisvestingsmaatschappij tot 30 juni 2023 bekomen.
Daartoe moet zij een aanvraag indienen bij het agentschap Wonen-Vlaanderen.
Daarbij moet de aanvragende sociale huisvestingsmaatschappij aantonen dat ze zich uiterlijk op 30 juni 2023 zal kunnen omvormen tot woonmaatschappij, mede ondersteund door een stappenplan en een advies van de lokale besturen uit het werkingsgebied (art. 223, §2, 2de lid van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 2022 tot wijziging van verschillende besluiten over wonen).
niet van toepassing
niet van toepassing
Mevrouw Lefebre, raadslid.
Artikel 1
De gemeenteraad stelt voor om de stemrechten van de lokale besturen die deel uitmaken van het werkingsgebied in de algemene vergadering van de toekomstige woonmaatschappij te verdelen op basis van volgende criteria en met het hieronder bepaalde gewicht:
| Criterium |
Bron |
Gewicht |
| De verhouding tussen het aantal huishoudens per gemeente |
Statbel.fgov.be (meest recente datareeks) |
50% |
| De verhouding tussen het aantal sociale huurwoningen per gemeente |
VMSW en Wonen-Vlaanderen (meest recente datareeks) |
50% |
|
|
|
Totaal: 100% |
Zodoende wordt volgende berekening voor de onderlinge stemrechtverhouding voorgesteld, zij het dan met die nuance dat deze berekening op de gekende cijfers per 31 december 2020 werd gemaakt en dat deze berekening vóór de vorming van de woonmaatschappij op basis van de alsdan beschikbare cijfers per 31 december 2021 nog moet worden geactualiseerd, weliswaar met behoud van dezelfde criteria en het daaraan gekoppelde gewicht:
| steden en gemeenten binnen werkingsgebied |
# huishoudens |
# sociale huurwoningen |
onderlinge verhouding stemrechten |
||
| Anzegem |
6.184 |
11,44% |
241 |
7,55% |
9,49% |
| Deerlijk |
5.150 |
9,53% |
287 |
8,99% |
9,26% |
| Dentergem |
3.490 |
6,45% |
198 |
6,20% |
6,33% |
| Harelbeke |
12.587 |
23,28% |
693 |
21,71% |
22,50% |
| Lendelede |
2.446 |
4,52% |
83 |
2,60% |
3,56% |
| Oostrozebeke |
3.377 |
6,25% |
194 |
6,08% |
6,16% |
| Waregem |
16.825 |
31,12% |
1.147 |
35,93% |
33,53% |
| Wielsbeke |
4.009 |
7,41% |
349 |
10,93% |
9,17% |
| Totaal |
54.068 |
100,00% |
3.192 |
100,00% |
100,00% |
Artikel 2
De voormelde beslissing (artikel 1) wordt aan de provinciegouverneur bezorgd en aan de Vlaamse minister van wonen via het mailadres woonmaatschappij@vmsw.be.
Artikel 3
De gemeenteraad neemt kennis van de aanvraag tot verlenging van de erkenning van de sociale huisvestingsmaatschappijen CVBA Mijn Huis, met zetel te 8530 Harelbeke, Marktstraat 80 (0405.430.603) en de CVBA Helpt Elkander, met zetel te 8790 Waregem, Hazepad 1 (0405.419.913) tot en met 30 juni 2023.
Artikel 4
De gemeenteraad geeft als advies aan de Vlaamse Regering dat het bij voormelde aanvraag gevoegde stappenplan naar de woonmaatschappij voldoet aan de doelstellingen van de gemeente.
Artikel 5
De voormelde beslissingen (artikel 3 en 4) worden aan de aanvragers bezorgd.
De e-mail van raadslid Cyriel Seys van 22 mei 2022.
De e-mail van raadslid Marleen Lefebre van 1 juni 2022 namens de fractie INSPRAAK.nu.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 25 februari 2022 tot wijziging van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en het decreet van 3 mei 2019 houdende de havenkapiteindienst.
Besluit van de gemeenteraad van 7 maart 2019 betreffende huishoudelijk reglement van de gemeenteraad, het laatst gewijzigd bij besluit van de gemeenteraad van 27 januari 2022, inzonderheid artikel 12.
De vragen van de raadsleden Cyriel Seys, Annelies Braeckevelt, Koen Castelein en Marleen Lefebre.
De antwoorden van Olivier De Marez, schepen en de burgemeester.
niet van toepassing
niet van toepassing
niet van toepassing
Er wordt geen besluit genomen.
De voorzitter sluit de zitting op 02/06/2022 om 22:54.
Namens gemeenteraad,
Carl Vereecke
algemeen directeur
Anne-Sophie Verschoore
raadslid-voorzitter