Terug
Gepubliceerd op 28/10/2021

Besluit  college van burgemeester en schepenen

wo 20/10/2021 - 19:00

Reglement tot delegatie van bevoegdheden aan de gemeentelijke omgevingsambtenaar

Aanwezig: Luc Derudder, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Olivier De Marez, Jacques Goemaere, Carl Vereecke
aanleiding

De noodzaak om bepaalde taken te delegeren aan de gemeentelijke omgevingsambtenaar.

feiten, context en argumentatie

Op 10 november 2020 vertrouwde het college van burgemeester en schepenen de volgende bevoegdheid toe aan de gemeentelijke omgevingsambtenaar: de aktename, weigering van aktename of niet-aktename van meldingen, voor zover ze enkel betrekking hebben op de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van de derde klasse.

Deze delegatiebeslissing was gebaseerd op, en vormde een verduidelijking van, een wijziging die op 3 november 2021 werd ingevoegd in het Omgevingsvergunningsdecreet, met name

Artikel 107.

Het college van burgemeester en schepenen of zijn omgevingsambtenaar is bevoegd voor de aktename van meldingsplichtige handelingen en de meldingsplichtige exploitatie of de weigering ervan.

Tijdens het afgelopen jaar werd opgemerkt dat ook van veel meldingen voor stedenbouwkundige handelingen geen akte kan worden genomen, omdat ofwel de nodige dossierstukken ontbreken, ofwel de aangevraagde handelingen niet meldingsplichtig, maar vergunningsplichtig zijn of vrijgesteld zijn van vergunning.

Conform artikel 140 van het Omgevingsvergunningsbesluit dient de aanvrager hiervan binnen de 20 dagen (in geval van een ingedeelde inrichting of activiteit van de derde klasse) of 30 dagen (in geval van stedenbouwkundige handelingen) per beveiligde zending in kennis te worden gesteld.

De dienst geeft de aanvrager daarbij (of per aansluitende mail) ook steeds mee welke wijzigingen moeten gebeuren aan de plannen of aan de manier van indienen om tot een rechtsgeldige aanvraag te kunnen komen.

Indien een dergelijke beslissing (cf. voorbeeld in de bijlage voor een recent voorbeeld) moet genomen worden tijdens een zitting van het college van burgemeester en schepenen, verliest de indiener een extra week tijd en wordt de dienst bijkomend belast met de opmaak van een collegebesluit en het college van burgemeester en schepenen met het nazicht en de beoordeling ervan.

In dergelijk geval, waar de wettelijke context duidelijk is en er geen discretionaire bevoegdheid aanwezig is, kan een efficiëntiewinst bekomen worden door ook de weigering van aktename of niet-aktename van meldingen voor stedenbouwkundige handelingen te delegeren aan de gemeentelijke omgevingsambtenaar, zoals voorzien in het Omgevingsvergunningsdecreet.

In het reglement houdende de delegatie van bevoegdheden aan de gemeentelijke omgevingsambtenaar wordt bovendien nog verwezen naar de dienst vergunningen en ruimtelijk beleid.

Deze naam werd intussen gewijzigd naar 'afdeling omgeving'.

Deze wijziging wordt bijgevolg ook opgenomen in het reglement.

financiële impact

niet van toepassing

juridische overwegingen

Besluit van 11 september 2020 van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2016 houdende subsidiëring van de digitale behandeling van de omgevingsvergunning in het kader van wijzigingen aan de regelgeving over de omgevingsvergunning en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 november 2001 tot bepaling van de voorwaarden voor toekenning van subsidies aan gemeenten voor de opleiding van gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaren en voor de betaling van de gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaren in kleine gemeenten.

Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering op 11 september 2020.

Besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en uitvoeringsbesluiten.

besluit

Het reglement houdende de delegatie van bevoegdheden aan de gemeentelijke omgevingsambtenaar wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen vertrouwt de uitoefening van de volgende bevoegdheid toe aan de gemeentelijke omgevingsambtenaar: de aktename van meldingen, voor zover ze enkel betrekking hebben op de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van de derde klasse en de niet-aktename of weigering van aktename voor alle meldingen. 

Artikel 2

De aktename, weigering van aktename of niet-aktename wordt besproken op het wekelijks overleg van de afdeling omgeving met de burgemeester en de algemeen directeur en aan het college van burgemeester en schepenen ter kennisgeving voorgelegd, 

waardoor het reglement voortaan luidt als volgt:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen vertrouwt de uitoefening van de volgende bevoegdheid toe aan de gemeentelijke omgevingsambtenaar: de aktename van meldingen, voor zover ze enkel betrekking hebben op de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van de derde klasse en de niet-aktename of weigering van aktename voor alle meldingen.

Artikel 2

De aktename, weigering van aktename of niet-aktename wordt besproken op het wekelijks overleg van de afdeling Omgeving met de burgemeester en de algemeen directeur en aan het college van burgemeester en schepenen ter kennisgeving voorgelegd.

Artikel 3

Dit reglement treedt in werking vanaf 3 november 2020.