De voorzitter opent de zitting op 04/05/2023 om 20:42.
De raad neemt kennis van:
verslag van 30 maart 2023 van het dagelijks bestuur Woondienst Regio Izegem
agenda van 20 april 2023 van het dagelijks bestuur Woondienst Regio Izegem
agenda van 26 april 2023 van het dagelijks bestuur Woondienst Regio Izegem
Decreet van 3 februari 2023 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft de oprichting van een deontologische commissie bij de gemeenteraad en de districtsraad.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 17 februari 2023 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Decreet van 3 februari 2023 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft de oprichting van een deontologische commissie bij de gemeenteraad en de districtsraad.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 4 april 2019 betreffende deontologische code van de raad voor maatschappelijk welzijn: vaststellen.
Besluit van het vast bureau van 25 april 2019 betreffende deontologische code van het vast bureau: vaststellen.
Besluit van het bijzonder comité voor de sociale dienst van 16 april 2019 betreffende deontologische code van het bijzonder comité voor de sociale dienst: vaststellen.
Ingevolge het decreet van 3 februari 2023 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft de oprichting van een deontologische commissie bij de gemeenteraad en de districtsraad, zijn alle lokale besturen in Vlaanderen verplicht om een deontologische commissie op te richten.
De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn richten elk een eigen deontologische commissie in.
De deontologische commissie voor de gemeenteraad is bevoegd voor:
De deontologische commissie voor de raad voor maatschappelijk welzijn is bevoegd voor:
De samenstelling van de deontologische commissie van de gemeenteraad kan gelijkaardig of identiek zijn aan de samenstelling van de deontologische commissie van de raad voor maatschappelijk welzijn.
De deontologische code regelt de samenstelling, de werking en de bevoegdheid van de deontologische commissie.
Toelichting door mevrouw Verschoore, voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn.
niet van toepassing
niet van toepassing
niet van toepassing
DEONTOLOGISCHE CODE
Artikel 1
De deontologische code van de raad voor maatschappelijk welzijn wordt vastgesteld als volgt:
1. LOYALITEIT
De leden van de raad voor maatschappelijk welzijn zijn loyaal aan het OCMW.
Naar concrete werking omhelst dit volgend aspect:
2. OBJECTIVITEIT
Het is onontbeerlijk dat de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn neutraal, objectief en dus onpartijdig te werk gaan. Zo alleen kan het onderlinge vertrouwen met de ambtenaren verder groeien en wordt de meest solide basis voor een open en eerlijke communicatie gelegd.
Naar concrete werking omhelst dit volgende aspecten:
3. SPREEKRECHT EN SPREEKPLICHT
De leden van de raad voor maatschappelijk welzijn brengen respect op voor de standpunten van de ambtenaren en respecteren elkaars spreekrecht en spreekplicht. Feitelijke informatie moet daarbij steeds correct, volledig en objectief worden gepresenteerd.
Naar concrete werking omhelst dit volgende aspecten:
4. PROFESSIONALISME
Van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn wordt professionalisme verwacht.
Naar concrete werking omhelst dit volgend aspect:
5. KLANTGERICHTHEID
De leden van de raad voor maatschappelijk welzijn laten in hun handelen steeds het algemeen belang boven het particulier belang primeren. Het is immers het doel om een kwaliteitsvolle en burgergerichte organisatie na te streven, wars van individueel favoritisme.
Naar concrete werking omhelst dit volgende aspecten:
6. WETTELIJKHEID/CORRECTHEID
De leden van de raad voor maatschappelijk welzijn respecteren en leven de wettelijke, reglementaire regels en afspraken na.
Naar concrete werking omhelst dit volgende aspecten:
NALEVING EN HANDHAVING VAN DE DEONTOLOGISCHE CODE
Artikel 2
1. OPRICHTING EN SAMENSTELLING VAN DE DEONTOLOGISCHE COMMISSIE
De raad voor maatschappelijk welzijn richt een deontologische commissie op.
Het aantal leden van de deontologische commissie bedraagt 1 per fractie en evenveel als het aantal fracties in de gemeenteraad, aangevuld met de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn die toegevoegd wordt als voorzitter van de deontologische commissie. Onafhankelijke raadsleden vormen geen fractie en zijn niet vertegenwoordigd in de deontologische commissie.
Elke fractie wijst het mandaat in de commissie toe met een voordracht per e-mail gericht aan het secretariaat. Bij deze voordracht wordt ook één plaatsvervanger aangeduid die het commissielid vervangt bij afwezigheid of wanneer die betrokken partij is. Een plaatsvervanger is een raadslid voorgedragen door dezelfde fractie, tenzij de fractie maar één lid telt. In dat geval kan ook een raadslid van een andere fractie voorgesteld worden. Een fractie kan tijdens de bestuursperiode steeds beslissen een ander lid aan te duiden en/of de plaatsvervanger te vervangen.
Gaat het om een mogelijke schending van de deontologische code door de voorzitter van de commissie, dan wordt tijdens de hele procedure daarover de voorzitter vervangen conform artikel 7, § 5, derde lid van het decreet over het lokaal bestuur.
Gaat het om een mogelijke schending van de deontologische code door een lid van de commissie, dan wordt tijdens de hele procedure daarover het lid vervangen door de plaatsvervanger.
2. WERKING VAN DE DEONTOLOGISCHE COMMISSIE
De voorzitter van de deontologische commissie is verantwoordelijk voor de oproeping en stelt de agenda op.
De commissie wordt bijeengeroepen wanneer dat nodig is. De voorzitter is daarenboven gehouden de commissie bijeen te roepen op aanvraag van minstens een derde van haar leden.
De oproepingen vermelden in elk geval de plaats, de dag, het tijdstip en de agenda van de vergadering en worden tenminste 8 dagen voor de vergadering aan de leden bezorgd. In geval van hoogdringendheid, te beoordelen door de voorzitter, wordt de bijeenroeping tenminste 3 dagen voor de vergadering bezorgd. De agendapunten moeten voldoende duidelijk omschreven zijn. Voor elk agendapunt wordt het dossier dat erop betrekking heeft, ter beschikking van de leden van de commissie vanaf de verzending van de agenda.
De bezorging van de oproeping, de agenda en het dossier gebeurt op dezelfde wijze als dat gebeurt in de raad, met als verschil dat enkel de leden van de deontologische commissie deze oproep, agenda en dossiers ontvangen.
De vergaderingen van de deontologische commissie zijn niet openbaar.
De leden van de commissie werken volgens volgende principes:
3. BEVOEGDHEDEN VAN DE DEONTOLOGISCHE COMMISSIE
De commissie is bevoegd voor:
De raad voor maatschappelijk welzijn ziet erop toe dat de fracties en de individuele lokale mandatarissen volgens de toepasselijke deontologische code handelen.
4. PROCEDURE
Er zijn verschillende fasen te onderscheiden die spelen bij het toezien op de naleving van de deontologische code, namelijk:
Het voorkomen van mogelijke schendingen
Wanneer een lokale mandataris twijfelt of een handeling die hij/zij wil verrichten een overtreding van de deontologische code zou kunnen zijn, wint het lid hierover advies in bij de algemeen directeur of het personeelslid dat door de algemeen directeur daartoe werd aangewezen.
Wanneer een lokale mandataris twijfelt over een nog niet uitgevoerde handeling van een andere lokale mandataris, dan waarschuwt hij/zij die persoon. De lokale mandataris verwoordt de twijfels en verwijst de betrokkene zo nodig door naar de algemeen directeur of het personeelslid dat door de algemeen directeur daartoe werd aangewezen.
Het signaleren van vermoedens van schendingen
Wanneer een lokale mandataris vermoedt dat een regel van de deontologische code is overtreden door een andere lokale mandataris, dan kan hij/zij dit aankaarten bij de algemeen directeur (of het personeelslid dat door de algemeen directeur daartoe werd aangewezen).
Al dan niet na het gesprek met de algemeen directeur (of het personeelslid dat door de algemeen directeur daartoe werd aangewezen), wanneer het vermoeden van een schending blijft bestaan, meldt de lokale mandataris dit aan de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn en aan de algemeen directeur die samen een vooronderzoek doen onder mandaat van de deontologische commissie. De algemeen directeur kan een personeelslid aanwijzen om dat in zijn/haar plaats te doen.
Het onderzoeken van vermoedens van schendingen
Wanneer de raadsvoorzitter en de algemeen directeur (of het daartoe aangewezen personeelslid) besluiten dat de melding onontvankelijk is dan betekent dit meteen het einde van de procedure die gestart werd naar aanleiding van dit vermoeden. De commissieleden worden hierover wel geïnformeerd.
Is de melding ontvankelijk dan onderzoekt de commissie de melding. De voorzitter van de deontologische commissie roept de commissie bijeen binnen de dertig dagen na de melding. De periode van dertig dagen wordt geschorst van 11 juli tot en met 15 augustus.
De commissie onderzoekt de melding en geeft zowel de melder als de vermeende schender de kans zich te laten horen. Ook mogelijke getuigen kunnen gehoord worden. Niemand kan daartoe verplicht worden.
Na het horen van betrokkenen bespreekt de commissie het vermoeden van schending en wordt een gemotiveerd advies overgemaakt aan de raad voor maatschappelijk welzijn.
Het zich uitspreken over schendingen
Enkel de raad voor maatschappelijk welzijn kan zich uitspreken of een mandataris van het OCMW een schending heeft begaan. Dat kan op basis van het gemotiveerd advies van de deontologische commissie. Als de raad beslist om af te wijken van het advies dan moet de vermeende schender de kans krijgen om door de raad zelf gehoord te worden vooraleer de raad ten gronde besluit.
Wanneer de raad voor maatschappelijk welzijn vaststelt dat de toepasselijke deontologische code geschonden werd door een mandataris van het OCMW, dan kan de raad:
5. EVALUEREN VAN DE DEONTOLOGISCHE CODE
Minimaal één keer per bestuursperiode evalueert de raad de deontologische code. De raad vraagt daarvoor eerst advies aan de deontologische commissie. Daarbij wordt o.a. bekeken of de code nog actueel is, nog goed werkt en of ze nageleefd wordt.
Artikel 3
Het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 4 april 2019 betreffende deontologische code van de raad voor maatschappelijk welzijn: vaststellen, wordt opgeheven.
Decreet van 3 februari 2023 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft de oprichting van een deontologische commissie bij de gemeenteraad en de districtsraad.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 17 februari 2023 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Decreet van 3 februari 2023 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft de oprichting van een deontologische commissie bij de gemeenteraad en de districtsraad.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 4 mei 2023 betreffende deontologische code van de raad voor maatschappelijk welzijn: (her-)vaststellen.
Ingevolge het decreet van 3 februari 2023 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft de oprichting van een deontologische commissie bij de gemeenteraad en de districtsraad, zijn alle lokale besturen in Vlaanderen verplicht om een deontologische commissie op te richten.
Bij besluit van 4 mei 2023 heeft de raad voor maatschappelijk welzijn de regels in verband met de samenstelling van de deontologische commissie van het OCMW vastgelegd:
De samenstelling van de deontologische commissie van de gemeenteraad kan gelijkaardig of identiek zijn aan de samenstelling van de deontologische commissie van de raad voor maatschappelijk welzijn.
INSPRAAK.nu stelt volgende persoon voor als:
Oostrozebeke.nu stelt volgende persoon voor als:
Toelichting door mevrouw Verschoore, voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn.
niet van toepassing
niet van toepassing
niet van toepassing
De raad voor maatschappelijk welzijn gaat over tot geheime stemming.
18 stembrieven worden in de bus gevonden:
Mevrouwen Dejonckheere, Lefebre en Braeckevelt en de heer Seys bekomen elk 18 ja-stemmen.
Mevrouw Braeckevelt en mevrouw Dejonckheere hebben de volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen bekomen als lid van de deontologische commissie en mevrouw Lefebre en de heer Seys hebben de volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen bekomen als plaatsvervanger van de deontologische commissie.
De raad voor maatschappelijk welzijn gaat over tot geheime stemming.
18 stembrieven worden in de bus gevonden:
Mevrouwen Dejonckheere, Lefebre en Braeckevelt en de heer Seys bekomen elk 18 ja-stemmen.
Mevrouw Braeckevelt en mevrouw Dejonckheere hebben de volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen bekomen als lid van de deontologische commissie en mevrouw Lefebre en de heer Seys hebben de volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen bekomen als plaatsvervanger van de deontologische commissie.
Artikel 1
Mevrouw Annelies Braeckevelt wordt aangeduid als lid van de deontologische commissie van het OCMW voor de fractie INSPRAAK.nu.
Mevrouw Nadine Dejonckheere wordt aangeduid als lid van de deontologische commissie van het OCMW voor de fractie Oostrozebeke.nu.
Artikel 2
Mevrouw Marleen Lefebre wordt aangeduid als plaatsvervangend lid van de deontologische commissie van het OCMW voor de fractie INSPRAAK.nu.
De heer Cyriel Seys wordt aangeduid als plaatsvervangend lid van de deontologische commissie van het OCMW voor de fractie Oostrozebeke.nu.
Het agendapunt is verdaagd naar een latere zitting.
Een e-mail op 28 februari 2023 van Lore Denys van Emino.
Organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, het laatst gewijzigd bij de wet van 26 november 2021 tot wijziging van artikel 98 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 17 februari 2023 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, het laatst gewijzigd bij decreet van 9 december 2016 betreffende de tijdelijke werkervaring, het regelen van stages en diverse bepalingen in het kader van de zesde staatshervorming.
Wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, het laatst gewijzigd bij Koninklijk besluit nr. 43 van 26 juni 2020 betreffende wijziging wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie met het oog op een tijdelijke verhoging van het terugbetalingspercentage van het leefloon door de Staat ten opzichte van de OCMW’s in het kader van COVID-19.
Koninklijk besluit van 11 juli 2002 houdende het algemeen reglement betreffende het recht op maatschappelijke integratie, het laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 14 februari 2022 tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 juli 2002 houdende het algemeen reglement betreffende het recht op maatschappelijke integratie.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 14 november 2019 betreffende sociale dienstverlening: afsluiten van een samenwerkingsovereenkomst met emino vzw.
Op 12 december 2019 werd een samenwerkingsovereenkomst afgesloten met Emino vzw.
Emino vzw is de dienst, met wie het OCMW sedert 1 januari 2020 samenwerkt in het kader van arbeidstrajectbegeleiding.
Op 28 februari 2023 heeft het OCMW een e-mail ontvangen van Lore Denys van Emino vzw. om omwille van de uitzonderlijk economische omstandigheden de oorspronkelijke uurprijs van 53,05 euro met een jaarlijkse indexering van 1,03 % te verhogen naar 62,63 euro (met andere woorden een wijziging van artikel 6 van de overeenkomst).
Uit een toelichting aan de sociale dienst op 30 maart 2023 bleek dat dit bij de meeste besturen reeds is aanvaard via een addendum aan het lopend contract, zo niet zal Emino vzw. het huidig contract moeten opzeggen (met een opzeggingstermijn van 6 maanden) en een nieuw contract afsluiten met een verhoging van de uurprijs van 53,05 euro naar 62,63 euro.
Het huidig voorziene budget in het meerjarenplan is 10 969,00 euro.
Vorig jaar werd hiervan 65% opgenomen.
De vraag van Emino vzw. werd besproken op het vast bureau van 12 april 2023.
Toelichting door mevrouw Verschoore, schepen.
De uitgaven zijn voorzien in het meerjarenplan 2020-2025, actie 234, budgetrekening 0959-02/6494020.
niet van toepassing
Mevrouwen Braeckevelt en Lefebre, raadsleden, vroegen of het OCMW aan Emino vzw een vaste vergoeding moet betalen ingeval het OCMW geen opdrachten voor schuldbemiddeling noch enige andere opdracht zou hebben doorgegeven in een kalenderjaar. Deze vraag zal doorgestuurd worden aan de administratie en zal met een rondschrijven aan de raadsleden beantwoord worden.
Artikel 1
Er wordt een een addendum toegevoegd aan de samenwerkingsovereenkomst tussen OCMW Oostrozebeke en Emino vzw van 12 december 2019:
1.1 Aanleiding
In de oorspronkelijke overeenkomst van de samenwerkingsovereenkomst van 19 december 2019 is in artikel 6 een jaarlijkse indexering van de toelage van 3% voorzien.
Door diverse loonindexaties, die vooral in het afgelopen jaar ook hun invloed hadden op de lonen van de medewerkers van Emino vzw, is de vraag om de toelage voor 2023 eenmalig met 8% in plaats van met 3 % te laten stijgen, en dit tot een uurtarief van 62,63 euro per uur.
1.2 Gewijzigd artikel 6 ten gevolge van stijgende loonkosten door loonindexeringen
Het OCMW van Oostrozebeke verklaart in het kader van deze overeenkomst een toelage te verlenen voor de uitvoering van het jaaractieplan door Emino vzw.
Ingevolge de stijgende loonkosten door verschillende indexeringen wordt de toelage in 2023 eenmalig met 8% geïndexeerd in plaats van met 3%.
Deze bijkomende indexering gaat in vanaf 1 juni 2023.
Bijgevolg bedraagt het maximaal urencontingent van 2023 à rato 192 uur.
Deze toelage wordt in 2023 dan ook berekend op basis van een raming van 530 uur/jaar à rato van 59,65 euro/uur voor uren gepresteerd in kwartaal 1 en 2 en 62,63 euro/uur voor uren gepresteerd in kwartaal 3 en 4.
Vanaf 2024 is de prijs/uur terug onderworpen aan een jaarlijkse indexering van 3%, die steeds ingaat op 1 januari van het volgende jaar.
Per kwartaal kan na elke bespreking en rapportering de afgesproken saldering van deze jaarlijkse betoelaging uitgevoerd worden, na voorlegging van een trimestriële schuldvordering van Emino vzw.
Dit addendum aan de samenwerkingsovereenkomst wordt opgemaakt in tweevoud, één exemplaar voor elk van de partijen.
Oostrozebeke, (datum)
Voor het O.C.M.W van Oostrozebeke
Carl Vereecke Anne-Sophie Verschoore
Algemeen directeur Voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn
Voor Emino vzw
Christel Witgeers
Algemeen directeur.
Artikel 2
Dit addendum gaat in op 1 juni 2023.
De e-mail van raadslid Marleen Lefebre van 2 mei 2023 namens de fractie INSPRAAK.nu.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 17 februari 2023 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 7 maart 2019 betreffende huishoudelijk reglement van de OCMW-raad, hhet laatst gewijzigd bij besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 27 januari 2022, inzonderheid artikel 12.
De vragen van de raadsleden Marleen Lefebre en Annelies Braeckevelt.
De antwoorden van Carine Geldhof, 1ste schepen.
De vragen werden gesteld en beantwoord in besloten zitting.
niet van toepassing
niet van toepassing
niet van toepassing
Er wordt geen besluit genomen.
De voorzitter sluit de zitting op 04/05/2023 om 21:19.
Namens raad voor maatschappelijk welzijn,
Carl Vereecke
algemeen directeur
Anne-Sophie Verschoore
schepen-voorzitter