Terug
Gepubliceerd op 06/06/2023

Notulen  raad voor maatschappelijk welzijn

do 04/05/2023 - 20:30 raadszaal
Aanwezig: Anne-Sophie Verschoore, schepen-voorzitter
Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Olivier De Marez, schepenen
Marleen Lefebre, Stijn Manhaeghe, Annelies Braeckevelt, Koen Vandenbroucke, Koen Castelein, Greet Desmet, Marijke Verbeke, Davy Verhulst, Nadine Dejonckheere, Dirk De Keyzer, Flore Vanluchene, Wim Behaeghe, Cyriel Seys, Marleen Martin-Debacker, raadsleden
Carl Vereecke, algemeen directeur
Verontschuldigd: Luc Derudder, burgemeester

De voorzitter opent de zitting op 04/05/2023 om 20:42.

  • Openbaar

    • kennisname

      • Kennisnames verslag van 30 maart 2023 van het dagelijks bestuur Woondienst Regio Izegem agenda van 20 april 2023 van het dagelijks bestuur Woondienst Regio Izegem agenda van 26 april 2023 van het dagelijks bestuur Woondienst Regio Izegem

        Aanwezig: Anne-Sophie Verschoore, schepen-voorzitter
        Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Olivier De Marez, schepenen
        Marleen Lefebre, Stijn Manhaeghe, Annelies Braeckevelt, Koen Vandenbroucke, Koen Castelein, Greet Desmet, Marijke Verbeke, Davy Verhulst, Nadine Dejonckheere, Dirk De Keyzer, Flore Vanluchene, Wim Behaeghe, Cyriel Seys, Marleen Martin-Debacker, raadsleden
        Carl Vereecke, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Luc Derudder, burgemeester
        besluit

        De raad neemt kennis van:

        verslag van 30 maart 2023 van het dagelijks bestuur Woondienst Regio Izegem

        agenda van 20 april 2023 van het dagelijks bestuur Woondienst Regio Izegem

        agenda van 26 april 2023 van het dagelijks bestuur Woondienst Regio Izegem

    • algemeen beleid

      • Deontologische code van de raad voor maatschappelijk welzijn: (her-)vaststellen

        Aanwezig: Anne-Sophie Verschoore, schepen-voorzitter
        Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Olivier De Marez, schepenen
        Marleen Lefebre, Stijn Manhaeghe, Annelies Braeckevelt, Koen Vandenbroucke, Koen Castelein, Greet Desmet, Marijke Verbeke, Davy Verhulst, Nadine Dejonckheere, Dirk De Keyzer, Flore Vanluchene, Wim Behaeghe, Cyriel Seys, Marleen Martin-Debacker, raadsleden
        Carl Vereecke, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Luc Derudder, burgemeester
        aanleiding

        Decreet van 3 februari 2023 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft de oprichting van een deontologische commissie bij de gemeenteraad en de districtsraad.

        juridische overwegingen

        Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 17 februari 2023 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

        Decreet van 3 februari 2023 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft de oprichting van een deontologische commissie bij de gemeenteraad en de districtsraad.

        Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 4 april 2019 betreffende deontologische code van de raad voor maatschappelijk welzijn: vaststellen.

        Besluit van het vast bureau van 25 april 2019 betreffende deontologische code van het vast bureau: vaststellen.

        Besluit van het bijzonder comité voor de sociale dienst van 16 april 2019 betreffende deontologische code van het bijzonder comité voor de sociale dienst: vaststellen.

        feiten, context en argumentatie

        Ingevolge het decreet van 3 februari 2023 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft de oprichting van een deontologische commissie bij de gemeenteraad en de districtsraad, zijn alle lokale besturen in Vlaanderen verplicht om een deontologische commissie op te richten.

        De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn richten elk een eigen deontologische commissie in.

        De deontologische commissie voor de gemeenteraad is bevoegd voor:

        • de gemeenteraadsleden;
        • de voorzitter van de gemeenteraad;
        • de schepenen;
        • de burgemeester.

        De deontologische commissie voor de raad voor maatschappelijk welzijn is bevoegd voor:

        • de OCMW-raadsleden;
        • de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn;
        • de voorzitter en de leden van het vast bureau;
        • de voorzitter en de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst.

        De samenstelling van de deontologische commissie van de gemeenteraad kan gelijkaardig of identiek zijn aan de samenstelling van de deontologische commissie van de raad voor maatschappelijk welzijn.

        De deontologische code regelt de samenstelling, de werking en de bevoegdheid van de deontologische commissie.

        Toelichting door mevrouw Verschoore, voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn.

        financiële impact

        niet van toepassing

        amendement

        niet van toepassing

        tussenkomsten

        niet van toepassing

        Publieke stemming
        Aanwezig: Anne-Sophie Verschoore, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Olivier De Marez, Marleen Lefebre, Stijn Manhaeghe, Annelies Braeckevelt, Koen Vandenbroucke, Koen Castelein, Greet Desmet, Marijke Verbeke, Davy Verhulst, Nadine Dejonckheere, Dirk De Keyzer, Flore Vanluchene, Wim Behaeghe, Cyriel Seys, Marleen Martin-Debacker, Carl Vereecke
        Voorstanders: Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Olivier De Marez, Anne-Sophie Verschoore, Marleen Lefebre, Stijn Manhaeghe, Annelies Braeckevelt, Koen Vandenbroucke, Koen Castelein, Greet Desmet, Marijke Verbeke, Davy Verhulst, Nadine Dejonckheere, Dirk De Keyzer, Flore Vanluchene, Wim Behaeghe, Cyriel Seys, Marleen Martin-Debacker
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        besluit

        DEONTOLOGISCHE CODE

        Artikel 1

        De deontologische code van de raad voor maatschappelijk welzijn wordt vastgesteld als volgt:

        1. LOYALITEIT

        De leden van de raad voor maatschappelijk welzijn zijn loyaal aan het OCMW.

        Naar concrete werking omhelst dit volgend aspect:

        • rechtmatig en correct genomen beslissingen van de ambtenaren, worden door de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn verdedigd ten opzichte van derden.

        2. OBJECTIVITEIT

        Het is onontbeerlijk dat de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn neutraal, objectief en dus onpartijdig te werk gaan. Zo alleen kan het onderlinge vertrouwen met de ambtenaren verder groeien en wordt de meest solide basis voor een open en eerlijke communicatie gelegd.

        Naar concrete werking omhelst dit volgende aspecten:

        • de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn moeten aan de ambtenaren de ruimte geven hun opdrachten waar te maken. Hierbij moeten ze oog hebben voor de technische en inhoudelijke kennis van de ambtenaren en voor hun ervaring door het dagelijkse contact met het werkveld.
        • uit directe contacten met de burger kunnen vragen om informatie of dienstverlening voortvloeien, doch deze mogen niet leiden tot voorkeursbehandeling of onrechtmatige beslissingen. Het bespoedigen van het ene dossier houdt immers automatisch het vertragen van de behandeling van een ander dossier in.
        • de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn brengen de burger op de hoogte van de werking van het afgesproken klachtenbehandelingssysteem en geven de klacht door aan de bevoegde ambtenaar voor registratie en opvolging.

        3. SPREEKRECHT EN SPREEKPLICHT

        De leden van de raad voor maatschappelijk welzijn brengen respect op voor de standpunten van de ambtenaren en respecteren elkaars spreekrecht en spreekplicht. Feitelijke informatie moet daarbij steeds correct, volledig en objectief worden gepresenteerd.

        Naar concrete werking omhelst dit volgende aspecten:

        • de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn kunnen informatie van burgers ontvangen en dit aan het OCMW-bestuur doorgeven, of openbare informatie van en over het OCMW aan burgers verstrekken.
        • als lid van de raad voor maatschappelijk welzijn gaat men zorgvuldig en correct om met informatie waarover men beschikt vanuit het mandaat. Men verstrekt geen geheime of vertrouwelijke informatie aan externen.

        4. PROFESSIONALISME

        Van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn wordt professionalisme verwacht.

        Naar concrete werking omhelst dit volgend aspect:

        • van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn wordt verwacht dat zij voldoende langetermijndenken aan de dag zullen leggen en zich boven de kleine dagdagelijkse praktijk kunnen stellen om de noodzakelijke strategische visievorming tot stand te kunnen brengen.

        5. KLANTGERICHTHEID

        De leden van de raad voor maatschappelijk welzijn laten in hun handelen steeds het algemeen belang boven het particulier belang primeren. Het is immers het doel om een kwaliteitsvolle en burgergerichte organisatie na te streven, wars van individueel favoritisme.

        Naar concrete werking omhelst dit volgende aspecten:

        • bij hun optreden in en buiten het OCMW-bestuur en in hun contacten met individuen, groepen en instellingen geven de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn voorrang aan het algemeen belang boven het individueel belang en vermijden ze elke vorm van belangenvermenging.
        • men verwijst burgers met individuele dossiers door naar de bevoegde diensten.
        • men mengt zich in principe niet in individuele dossiers.
        • de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn kunnen burgers ondersteunen en begeleiden in hun relatie met de administratie: zij kunnen de burgers helpen om, via de daartoe geëigende kanalen en procedures, een aanvraag te richten tot de overheid, informatie te krijgen over de stand van zaken van een dossier, daarover verder uitleg en verantwoording te vragen en voorafgaande vragen te stellen over de administratieve behandeling van dossiers.

        6. WETTELIJKHEID/CORRECTHEID

        De leden van de raad voor maatschappelijk welzijn respecteren en leven de wettelijke, reglementaire regels en afspraken na.

        Naar concrete werking omhelst dit volgende aspecten:

        • de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn dienen altijd te handelen in overeenstemming met de wetten, decreten, reglementen, richtlijnen en verordeningen die van toepassing zijn.
        • de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn engageren zich ertoe om geen vragen tot dienstverlening aan ambtenaren te richten waarvan ze weten dat deze ingaan tegen de vastgestelde wetten, decreten, reglementen, richtlijnen en verordeningen.

        NALEVING EN HANDHAVING VAN DE DEONTOLOGISCHE CODE

        Artikel 2

        1. OPRICHTING EN SAMENSTELLING VAN DE DEONTOLOGISCHE COMMISSIE

        De raad voor maatschappelijk welzijn richt een deontologische commissie op.

        Het aantal leden van de deontologische commissie bedraagt 1 per fractie en evenveel als het aantal fracties in de gemeenteraad, aangevuld met de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn die toegevoegd wordt als voorzitter van de deontologische commissie. Onafhankelijke raadsleden vormen geen fractie en zijn niet vertegenwoordigd in de deontologische commissie.

        Elke fractie wijst het mandaat in de commissie toe met een voordracht per e-mail gericht aan het secretariaat. Bij deze voordracht wordt ook één plaatsvervanger aangeduid die het commissielid vervangt bij afwezigheid of wanneer die betrokken partij is. Een plaatsvervanger is een raadslid voorgedragen door dezelfde fractie, tenzij de fractie maar één lid telt. In dat geval kan ook een raadslid van een andere fractie voorgesteld worden. Een fractie kan tijdens de bestuursperiode steeds beslissen een ander lid aan te duiden en/of de plaatsvervanger te vervangen.
        Gaat het om een mogelijke schending van de deontologische code door de voorzitter van de commissie, dan wordt tijdens de hele procedure daarover de voorzitter vervangen conform artikel 7, § 5, derde lid van het decreet over het lokaal bestuur.
        Gaat het om een mogelijke schending van de deontologische code door een lid van de commissie, dan wordt tijdens de hele procedure daarover het lid vervangen door de plaatsvervanger.

        2. WERKING VAN DE DEONTOLOGISCHE COMMISSIE

        De voorzitter van de deontologische commissie is verantwoordelijk voor de oproeping en stelt de agenda op.

        De commissie wordt bijeengeroepen wanneer dat nodig is. De voorzitter is daarenboven gehouden de commissie bijeen te roepen op aanvraag van minstens een derde van haar leden.

        De oproepingen vermelden in elk geval de plaats, de dag, het tijdstip en de agenda van de vergadering en worden tenminste 8 dagen voor de vergadering aan de leden bezorgd. In geval van hoogdringendheid, te beoordelen door de voorzitter, wordt de bijeenroeping tenminste 3 dagen voor de vergadering bezorgd. De agendapunten moeten voldoende duidelijk omschreven zijn. Voor elk agendapunt wordt het dossier dat erop betrekking heeft, ter beschikking van de leden van de commissie vanaf de verzending van de agenda.
        De bezorging van de oproeping, de agenda en het dossier gebeurt op dezelfde wijze als dat gebeurt in de raad, met als verschil dat enkel de leden van de deontologische commissie deze oproep, agenda en dossiers ontvangen.
        De vergaderingen van de deontologische commissie zijn niet openbaar.
        De leden van de commissie werken volgens volgende principes:

        • de handhaving is onpartijdig;
        • men is terughoudend met publiciteit;
        • men gaat zorgvuldig om met de vermeende schender.

        3. BEVOEGDHEDEN VAN DE DEONTOLOGISCHE COMMISSIE

        De commissie is bevoegd voor:

        • het formuleren van een gemotiveerd advies aan de raad over het vermoeden van een schending van de toepasselijke deontologische code, door de raadsleden, de leden van het vast bureau en de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst;
        • op vraag van het bestuursorgaan, het geven van adviezen en aanbevelingen over de inhoud van de deontologische codes met het oog op het bijsturen ervan.

        De raad voor maatschappelijk welzijn ziet erop toe dat de fracties en de individuele lokale mandatarissen volgens de toepasselijke deontologische code handelen.

        4. PROCEDURE

        Er zijn verschillende fasen te onderscheiden die spelen bij het toezien op de naleving van de deontologische code, namelijk:

        • het voorkomen van mogelijke schendingen;
        • het signaleren van vermoedens van schendingen van de deontologische codes;
        • het eventueel onderzoeken van vermoedens van schendingen van de deontologische codes;
        • het eventueel zich uitspreken over schendingen van de deontologische codes.

        Het voorkomen van mogelijke schendingen

        Wanneer een lokale mandataris twijfelt of een handeling die hij/zij wil verrichten een overtreding van de deontologische code zou kunnen zijn, wint het lid hierover advies in bij de algemeen directeur of het personeelslid dat door de algemeen directeur daartoe werd aangewezen.

        Wanneer een lokale mandataris twijfelt over een nog niet uitgevoerde handeling van een andere lokale mandataris, dan waarschuwt hij/zij die persoon. De lokale mandataris verwoordt de twijfels en verwijst de betrokkene zo nodig door naar de algemeen directeur of het personeelslid dat door de algemeen directeur daartoe werd aangewezen.

        Het signaleren van vermoedens van schendingen

        Wanneer een lokale mandataris vermoedt dat een regel van de deontologische code is overtreden door een andere lokale mandataris, dan kan hij/zij dit aankaarten bij de algemeen directeur (of het personeelslid dat door de algemeen directeur daartoe werd aangewezen).

        Al dan niet na het gesprek met de algemeen directeur (of het personeelslid dat door de algemeen directeur daartoe werd aangewezen), wanneer het vermoeden van een schending blijft bestaan, meldt de lokale mandataris dit aan de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn en aan de algemeen directeur die samen een vooronderzoek doen onder mandaat van de deontologische commissie. De algemeen directeur kan een personeelslid aanwijzen om dat in zijn/haar plaats te doen.

        Het onderzoeken van vermoedens van schendingen

        Wanneer de raadsvoorzitter en de algemeen directeur (of het daartoe aangewezen personeelslid) besluiten dat de melding onontvankelijk is dan betekent dit meteen het einde van de procedure die gestart werd naar aanleiding van dit vermoeden. De commissieleden worden hierover wel geïnformeerd.
        Is de melding ontvankelijk dan onderzoekt de commissie de melding. De voorzitter van de deontologische commissie roept de commissie bijeen binnen de dertig dagen na de melding. De periode van dertig dagen wordt geschorst van 11 juli tot en met 15 augustus.

        De commissie onderzoekt de melding en geeft zowel de melder als de vermeende schender de kans zich te laten horen. Ook mogelijke getuigen kunnen gehoord worden. Niemand kan daartoe verplicht worden.
        Na het horen van betrokkenen bespreekt de commissie het vermoeden van schending en wordt een gemotiveerd advies overgemaakt aan de raad voor maatschappelijk welzijn.

        Het zich uitspreken over schendingen

        Enkel de raad voor maatschappelijk welzijn kan zich uitspreken of een mandataris van het OCMW een schending heeft begaan. Dat kan op basis van het gemotiveerd advies van de deontologische commissie. Als de raad beslist om af te wijken van het advies dan moet de vermeende schender de kans krijgen om door de raad zelf gehoord te worden vooraleer de raad ten gronde besluit.

        Wanneer de raad voor maatschappelijk welzijn vaststelt dat de toepasselijke deontologische code geschonden werd door een mandataris van het OCMW, dan kan de raad:

        • zich uitdrukkelijk distantiëren van het gedrag van de mandataris;
        • vragen dat de mandataris zich verontschuldigt;
        • beslissen een melding te doen bij het parket of Audit Vlaanderen;
        • bij een kennelijk wangedrag of grove nalatigheid van of door de voorzitter of een lid van het vast bureau, de voorzitter of een lid van het bijzonder comité of de raadsvoorzitter een dossier overmaken aan de Vlaamse regering zodat die een tuchtonderzoek kan instellen.

        5. EVALUEREN VAN DE DEONTOLOGISCHE CODE

        Minimaal één keer per bestuursperiode evalueert de raad de deontologische code. De raad vraagt daarvoor eerst advies aan de deontologische commissie. Daarbij wordt o.a. bekeken of de code nog actueel is, nog goed werkt en of ze nageleefd wordt.

        Artikel 3

        Het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 4 april 2019 betreffende deontologische code van de raad voor maatschappelijk welzijn: vaststellen, wordt opgeheven.

      • Aanduiden van de leden (en plaatsvervangers) van de deontologische commissie van het OCMW

        Aanwezig: Anne-Sophie Verschoore, schepen-voorzitter
        Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Olivier De Marez, schepenen
        Marleen Lefebre, Stijn Manhaeghe, Annelies Braeckevelt, Koen Vandenbroucke, Koen Castelein, Greet Desmet, Marijke Verbeke, Davy Verhulst, Nadine Dejonckheere, Dirk De Keyzer, Flore Vanluchene, Wim Behaeghe, Cyriel Seys, Marleen Martin-Debacker, raadsleden
        Carl Vereecke, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Luc Derudder, burgemeester
        aanleiding

        Decreet van 3 februari 2023 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft de oprichting van een deontologische commissie bij de gemeenteraad en de districtsraad.

        juridische overwegingen

        Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 17 februari 2023 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

        Decreet van 3 februari 2023 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft de oprichting van een deontologische commissie bij de gemeenteraad en de districtsraad.

        Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 4 mei 2023 betreffende deontologische code van de raad voor maatschappelijk welzijn: (her-)vaststellen.

        feiten, context en argumentatie

        Ingevolge het decreet van 3 februari 2023 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft de oprichting van een deontologische commissie bij de gemeenteraad en de districtsraad, zijn alle lokale besturen in Vlaanderen verplicht om een deontologische commissie op te richten.

        Bij besluit van 4 mei 2023 heeft de raad voor maatschappelijk welzijn de regels in verband met de samenstelling van de deontologische commissie van het OCMW vastgelegd:

        • het aantal leden van de deontologische commissie bedraagt 1 per fractie en evenveel als het aantal fracties in de gemeenteraad, aangevuld met de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn die toegevoegd wordt als voorzitter van de deontologische commissie;
        • elke fractie wijst het mandaat in de commissie toe met een voordracht per e-mail gericht aan het secretariaat;
        • bij deze voordracht wordt ook één plaatsvervanger aangeduid die het commissielid vervangt bij afwezigheid of wanneer die betrokken partij is.  

        De samenstelling van de deontologische commissie van de gemeenteraad kan gelijkaardig of identiek zijn aan de samenstelling van de deontologische commissie van de raad voor maatschappelijk welzijn.

        INSPRAAK.nu stelt volgende persoon voor als:

        • lid van de deontologische commissie: Annelies Braeckevelt.
        • haar plaatsvervanger: Marleen Lefebre.

        Oostrozebeke.nu stelt volgende persoon voor als:

        • lid van de deontologische commissie: Nadine Dejonckheere.
        • haar plaatsvervanger: Cyriel Seys.

        Toelichting door mevrouw Verschoore, voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn.

        financiële impact

        niet van toepassing

        amendement

        niet van toepassing

        tussenkomsten

        niet van toepassing

        Geheime stemming
        Aanwezig: Anne-Sophie Verschoore, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Olivier De Marez, Marleen Lefebre, Stijn Manhaeghe, Annelies Braeckevelt, Koen Vandenbroucke, Koen Castelein, Greet Desmet, Marijke Verbeke, Davy Verhulst, Nadine Dejonckheere, Dirk De Keyzer, Flore Vanluchene, Wim Behaeghe, Cyriel Seys, Marleen Martin-Debacker, Carl Vereecke
        Stemmen voor: 0
        Stemmen tegen: 0
        Onthoudingen: 0
        Resultaat:

        De raad voor maatschappelijk welzijn gaat over tot geheime stemming.

        18 stembrieven worden in de bus gevonden:

        Mevrouwen Dejonckheere, Lefebre en Braeckevelt en de heer Seys bekomen elk 18 ja-stemmen.

        Mevrouw Braeckevelt en mevrouw Dejonckheere hebben de volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen bekomen als lid van de deontologische commissie en mevrouw Lefebre en de heer Seys hebben de volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen bekomen als plaatsvervanger van de deontologische commissie.

        besluit

        De raad voor maatschappelijk welzijn gaat over tot geheime stemming.

        18 stembrieven worden in de bus gevonden:

        Mevrouwen Dejonckheere, Lefebre en Braeckevelt en de heer Seys bekomen elk 18 ja-stemmen.

        Mevrouw Braeckevelt en mevrouw Dejonckheere hebben de volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen bekomen als lid van de deontologische commissie en mevrouw Lefebre en de heer Seys hebben de volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen bekomen als plaatsvervanger van de deontologische commissie.

        Artikel 1

        Mevrouw Annelies Braeckevelt wordt aangeduid als lid van de deontologische commissie van het OCMW voor de fractie INSPRAAK.nu.

        Mevrouw Nadine Dejonckheere wordt aangeduid als lid van de deontologische commissie van het OCMW voor de fractie Oostrozebeke.nu.

        Artikel 2

        Mevrouw Marleen Lefebre wordt aangeduid als plaatsvervangend lid van de deontologische commissie van het OCMW voor de fractie INSPRAAK.nu.

        De heer Cyriel Seys wordt aangeduid als plaatsvervangend lid van de deontologische commissie van het OCMW voor de fractie Oostrozebeke.nu.

      • Dienstenwinkel Oostrozebeke vzw.: aanvaarden netto-actief na ontbinding vereniging: goedkeuren

        Aanwezig: Anne-Sophie Verschoore, schepen-voorzitter
        Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Olivier De Marez, schepenen
        Marleen Lefebre, Stijn Manhaeghe, Annelies Braeckevelt, Koen Vandenbroucke, Koen Castelein, Greet Desmet, Marijke Verbeke, Davy Verhulst, Nadine Dejonckheere, Dirk De Keyzer, Flore Vanluchene, Wim Behaeghe, Cyriel Seys, Marleen Martin-Debacker, raadsleden
        Carl Vereecke, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Luc Derudder, burgemeester
        aanleiding

        Het agendapunt is verdaagd naar een latere zitting.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Anne-Sophie Verschoore, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Olivier De Marez, Marleen Lefebre, Stijn Manhaeghe, Annelies Braeckevelt, Koen Vandenbroucke, Koen Castelein, Greet Desmet, Marijke Verbeke, Davy Verhulst, Nadine Dejonckheere, Dirk De Keyzer, Flore Vanluchene, Wim Behaeghe, Cyriel Seys, Marleen Martin-Debacker, Carl Vereecke
        Resultaat: Met 18 niet gestemd
    • sociale zaken

      • Sociale dienstverlening: Addendum aan samenwerkingsovereenkomst met Emino

        Aanwezig: Anne-Sophie Verschoore, schepen-voorzitter
        Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Olivier De Marez, schepenen
        Marleen Lefebre, Stijn Manhaeghe, Annelies Braeckevelt, Koen Vandenbroucke, Koen Castelein, Greet Desmet, Marijke Verbeke, Davy Verhulst, Nadine Dejonckheere, Dirk De Keyzer, Flore Vanluchene, Wim Behaeghe, Cyriel Seys, Marleen Martin-Debacker, raadsleden
        Carl Vereecke, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Luc Derudder, burgemeester
        aanleiding

        Een e-mail op 28 februari 2023 van Lore Denys van Emino.

        juridische overwegingen

        Organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, het laatst gewijzigd bij de wet van 26 november 2021 tot wijziging van artikel 98 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.

        Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 17 februari 2023 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

        Wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, het laatst gewijzigd bij decreet van 9 december 2016 betreffende de tijdelijke werkervaring, het regelen van stages en diverse bepalingen in het kader van de zesde staatshervorming.

        Wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, het laatst gewijzigd bij Koninklijk besluit nr. 43 van 26 juni 2020 betreffende wijziging wet van 26 mei  2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie met het oog op een tijdelijke verhoging van het terugbetalingspercentage van het leefloon door de Staat ten opzichte van de OCMW’s in het kader van COVID-19.

        Koninklijk besluit van 11 juli 2002 houdende het algemeen reglement betreffende het recht op maatschappelijke integratie, het laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 14 februari 2022 tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 juli 2002 houdende het algemeen reglement betreffende het recht op maatschappelijke integratie.

        Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 14 november 2019 betreffende sociale dienstverlening: afsluiten van een samenwerkingsovereenkomst met emino vzw.

        feiten, context en argumentatie

        Op 12 december 2019 werd een samenwerkingsovereenkomst afgesloten met Emino vzw.

        Emino vzw is de dienst, met wie het OCMW sedert 1 januari 2020 samenwerkt in het kader van arbeidstrajectbegeleiding.

        Op 28 februari 2023 heeft het OCMW een e-mail ontvangen van Lore Denys van Emino vzw. om omwille van de uitzonderlijk economische omstandigheden de oorspronkelijke uurprijs van 53,05 euro met een jaarlijkse indexering van 1,03 % te verhogen naar 62,63 euro (met andere woorden een wijziging van artikel 6 van de overeenkomst).

        Uit een toelichting aan de sociale dienst op 30 maart 2023 bleek dat dit bij de meeste besturen reeds is aanvaard via een addendum aan het lopend contract, zo niet zal Emino vzw. het huidig contract moeten opzeggen (met een opzeggingstermijn van 6 maanden) en een nieuw contract afsluiten met een verhoging van de uurprijs van 53,05 euro naar 62,63 euro.

        Het huidig voorziene budget in het meerjarenplan is 10 969,00 euro.

        Vorig jaar werd hiervan 65% opgenomen.

        De vraag van Emino vzw. werd besproken op het vast bureau van 12 april 2023.

        Toelichting door mevrouw Verschoore, schepen.

        financiële impact

        De uitgaven zijn voorzien in het meerjarenplan 2020-2025, actie 234, budgetrekening 0959-02/6494020.

        amendement

        niet van toepassing

        tussenkomsten

        Mevrouwen Braeckevelt en Lefebre, raadsleden, vroegen of het OCMW aan Emino vzw een vaste vergoeding moet betalen ingeval het OCMW geen opdrachten voor schuldbemiddeling noch enige andere opdracht zou hebben doorgegeven in een kalenderjaar. Deze vraag zal doorgestuurd worden aan de administratie en zal met een rondschrijven aan de raadsleden beantwoord worden.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Anne-Sophie Verschoore, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Olivier De Marez, Marleen Lefebre, Stijn Manhaeghe, Annelies Braeckevelt, Koen Vandenbroucke, Koen Castelein, Greet Desmet, Marijke Verbeke, Davy Verhulst, Nadine Dejonckheere, Dirk De Keyzer, Flore Vanluchene, Wim Behaeghe, Cyriel Seys, Marleen Martin-Debacker, Carl Vereecke
        Voorstanders: Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Olivier De Marez, Anne-Sophie Verschoore, Marleen Lefebre, Stijn Manhaeghe, Annelies Braeckevelt, Koen Vandenbroucke, Koen Castelein, Greet Desmet, Marijke Verbeke, Davy Verhulst, Nadine Dejonckheere, Dirk De Keyzer, Flore Vanluchene, Wim Behaeghe, Cyriel Seys, Marleen Martin-Debacker
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        besluit

        Artikel 1

        Er wordt een een addendum toegevoegd aan de samenwerkingsovereenkomst tussen OCMW Oostrozebeke en Emino vzw van 12 december 2019:

        1.1 Aanleiding

        In de oorspronkelijke overeenkomst van de samenwerkingsovereenkomst van 19 december 2019 is in artikel 6 een jaarlijkse indexering van de toelage van 3% voorzien.

        Door diverse loonindexaties, die vooral in het afgelopen jaar ook hun invloed hadden op de lonen van de medewerkers van Emino vzw, is de vraag om de toelage voor 2023 eenmalig met 8% in plaats van met 3 % te laten stijgen, en dit tot een uurtarief van 62,63 euro per uur.

        1.2 Gewijzigd artikel 6 ten gevolge van stijgende loonkosten door loonindexeringen

        Het OCMW van Oostrozebeke verklaart in het kader van deze overeenkomst een toelage te verlenen voor de uitvoering van het jaaractieplan door Emino vzw.

        Ingevolge de stijgende loonkosten door verschillende indexeringen wordt de toelage in 2023 eenmalig met 8% geïndexeerd in plaats van met 3%.

        Deze bijkomende indexering gaat in vanaf 1 juni 2023.

        Bijgevolg bedraagt het maximaal urencontingent van 2023 à rato 192 uur.

        Deze toelage wordt in 2023 dan ook berekend op basis van een raming van 530 uur/jaar à rato van 59,65 euro/uur voor uren gepresteerd in kwartaal 1 en 2 en 62,63 euro/uur voor uren gepresteerd in kwartaal 3 en 4.

        Vanaf 2024 is de prijs/uur terug onderworpen aan een jaarlijkse indexering van 3%, die steeds ingaat op 1 januari van het volgende jaar.

        Per kwartaal kan na elke bespreking en rapportering de afgesproken saldering van deze jaarlijkse betoelaging uitgevoerd worden, na voorlegging van een trimestriële schuldvordering van Emino vzw.

        Dit addendum aan de samenwerkingsovereenkomst wordt opgemaakt in tweevoud, één exemplaar voor elk van de partijen.

        Oostrozebeke, (datum)

        Voor het O.C.M.W van Oostrozebeke
        Carl Vereecke                                                                                      Anne-Sophie Verschoore
        Algemeen directeur                                                                              Voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn

        Voor Emino vzw
        Christel Witgeers
        Algemeen directeur.

        Artikel 2

        Dit addendum gaat in op 1 juni 2023.

  • Besloten

    • vragen

      • Vragen

        Aanwezig: Anne-Sophie Verschoore, schepen-voorzitter
        Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Olivier De Marez, schepenen
        Marleen Lefebre, Stijn Manhaeghe, Annelies Braeckevelt, Koen Vandenbroucke, Koen Castelein, Greet Desmet, Marijke Verbeke, Davy Verhulst, Nadine Dejonckheere, Dirk De Keyzer, Flore Vanluchene, Wim Behaeghe, Cyriel Seys, Marleen Martin-Debacker, raadsleden
        Carl Vereecke, algemeen directeur
        Verontschuldigd: Luc Derudder, burgemeester
        aanleiding

        De e-mail van raadslid Marleen Lefebre van 2 mei 2023 namens de fractie INSPRAAK.nu.

        juridische overwegingen

        Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 17 februari 2023 tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

        Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 7 maart 2019 betreffende huishoudelijk reglement van de OCMW-raad, hhet laatst gewijzigd bij besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 27 januari 2022, inzonderheid artikel 12.

        feiten, context en argumentatie

        De vragen van de raadsleden Marleen Lefebre en Annelies Braeckevelt.

        De antwoorden van Carine Geldhof, 1ste schepen.

        De vragen werden gesteld en beantwoord in besloten zitting.

        financiële impact

        niet van toepassing

        amendement

        niet van toepassing

        tussenkomsten

        niet van toepassing

        besluit

        Er wordt geen besluit genomen.

De voorzitter sluit de zitting op 04/05/2023 om 21:19.

Namens raad voor maatschappelijk welzijn,

Carl Vereecke
algemeen directeur

Anne-Sophie Verschoore
schepen-voorzitter