Terug
Gepubliceerd op 20/04/2022

Besluit  vast bureau

wo 06/04/2022 - 18:30

Tweede pensioenpijler: toetreding tot OFP Prolocus

Aanwezig: Luc Derudder, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Olivier De Marez, Jacques Goemaere, Carl Vereecke

Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 31 maart 2022 betreffende tweede pensioenpijler: toetreding tot OFP Prolocus.

Het bestuur wil de pensioenkloof tussen haar statutair personeel en contractueel personeel verkleinen en voorziet bijgevolg in een tweede pensioenpijler voor de totaliteit van haar contractueel personeel.

Sedert 2010 was het bestuur daarvoor aangesloten bij de groepsverzekering die na bemiddeling van de VVSG, aangeboden werd door Ethias en Belfius Insurance; deze verzekeraars hebben in juni 2021 de lopende groepsverzekeringsovereenkomst per 1 januari 2022 opgezegd en bijgevolg moest hiervoor een oplossing gezocht worden.

Na onderhandelingen met de VVSG werd OFP Prolocus (een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening met ondernemingsnummer 0809.537 155) ingericht, een pensioenfonds, waarbij alle lokale besturen van het Vlaamse Gewest kunnen toetreden.

Het aanbod van OFP Prolocus vereist, net zoals de groepsverzekering, die tot eind 2021 werd aangehouden bij Ethias en Belfius Insurance, geen werknemersbijdragen en voorziet in een overlijdensdekking en een kapitaalsuitkering;

De mogelijkheid van een zogeheten “steprate” bijdrage bestaat en het is dus mogelijk om op het gedeelte van het loon dat boven het maximumplafond voor de berekening van het wettelijke pensioen uitkomt, een hogere toezegging te doen om zo het verschil tussen een statutair pensioen en een wettelijk pensioen verder te verkleinen.

Er bestaan drie soorten pensioenplannen (defined benefit of vaste prestaties, cash balance en defined contribution of vaste bijdragen).

De voorgestelde formule is een vastebijdragenplan.

In dit plan belooft de werkgever een bepaalde bijdrage (een bijdrage uitgedrukt als een percentage van het aan de RSZ onderworpen brutoloon) te betalen zonder vastgesteld rendement.

De behaalde rendementen worden toegekend conform het kaderreglement.

Het bestuur moet minimum de vastgestelde bijdrage betalen.

Wanneer het wettelijk minimumrendement niet behaald wordt zal het bestuur bijkomende bijdragen moeten betalen.

In elk geval moet voor de aangeslotenen het wettelijk minimum rendement (momenteel 1,75% voor actieve aangeslotenen, 0% voor passieve aangeslotenen) behaald worden.

Het bestuur voorziet als bijkomende veiligheid de eerste vijf jaar, bovenop de middelen nodig voor de pensioentoezegging, in een extra prefinanciering van 5 % om zo de kans op het betalen van bijkomende bijdragen te verkleinen.

Deze prefinanciering blijft ter beschikking van het bestuur ter financiering van latere bijdragen.

De kosten voor de werking van OFP Prolocus voor 2022 worden forfaitair vastgelegd op 1 000 euro per jaar per werkgever en 10 euro per jaar per aangeslotene en deze bedragen worden jaarlijks geïndexeerd tot en met 2024.

Nadien zal een meer stabiel systeem van kostenvergoeding worden uitgebouwd, gebaseerd op de werkelijke kosten enerzijds en het werkelijke aantal aangesloten besturen en medewerkers anderzijds.

De op basis van het financieringsplan verschuldigde bijdragen en de kosten voor het functioneren van OFP Prolocus zullen ingehouden worden door de RSZ en daarna doorgestort worden aan OFP Prolocus.

Het bestuur kan met andere rechtspersonen waarmee ze nauwe banden heeft (AGB’s, OCMW) een MIPS-groep vormen.

Binnen een MIPS-groep is er interne mobiliteit voor het personeel zonder dat dit gevolgen heeft voor de pensioentoezegging van het personeelslid.

Binnen een MIPS-groep speelt er een onderlinge solidariteit.

Het kaderreglement en het bijzonder pensioenreglement werden als bijlage bij dit besluit opgeladen.

Het kaderreglement wordt afgesloten voor een periode van drie jaar en loopt uiterlijk af op 31 december 2024.

In de loop van 2024 wordt het kaderreglement geëvalueerd en desgevallend bijgestuurd.

De raad voor maatschappelijk welzijn besliste op 31 maart 2022 om voor wat betreft het aanvullend pensioen van de contractuele personeelsleden (tweede pensioenpijler) vanaf 1 januari 2022 toe te treden tot OFP (Organisatie voor de Financiering van Pensioenen) Prolocus.

Het OCMW vormt samen met het gemeentebestuur van Oostrozebeke een MIPS-groep.

Na bespreking in het college van burgemeester en schepenen werd voorgesteld:

  • om de pensioentoezegging van 3 % te behouden voor alle contractuele personeelsleden;
  • om een step rate van 4 % toe te passen en geen inhaaltoezegging en aanvullende toezegging te doen.

Er is een gunstig advies van het managementteam van 15 maart 2022.

Er is een protocol van niet-akkoord van 25 maart 2022 van het bijzonder onderhandelingscomité van de plaatselijke overheidsdiensten.

De termijn van de onderhandelingen werd in onderling akkoord beperkt zodat de besluiten tijdig kunnen genomen worden.

De uitgaven voor de pensioentoezegging van 3 %, de sociale zekerheidsbijdragen van 8,86 % op de pensioentoezegging en de kostenvergoeding van de RSZ van 0,2 % op de pensioentoezegging zijn voorzien in het meerjarenplan 2020-2025, op het exploitatiekrediet van het jaar 2022: IP-geen, actie 761, 

  • budgetrekening 0900-01/6223000 en 0900-01/6141009;
  • budgetrekening 0947-00/6223000 en 0947-00/6141009;
  • budgetrekening 0948-00/6223000 en 0948-00/6141009;
  • budgetrekening 0949-00/6223000 en 0949-00/6141009;
  • budgetrekening 0949-01/6223000 en 0949-01/6141009;
  • budgetrekening 0953-06/6223000 en 0953-06/6141009;
  • budgetrekening 0953-02/6223000 en 0953-02/6141009;
  • budgetrekening 0953-03/6223000 en 0953-03/6141009;
  • budgetrekening 0953-04/6223000 en 0953-04/6141009;
  • budgetrekening 0959-00/6223000 en 0959-00/6141009.

De uitgaven voor de steprate van 4 %, prefinanciering van 5 % op de pensioentoezegging, de sociale zekerheidsbijdragen van 8,86 % op de prefinanciering, de bijdrage in de kosten (administratie, personeel,…) en de kostenvergoeding van de RSZ van 0,2 % op de pensioentoezegging en op de bijdrage in de kosten, zullen worden voorzien in het meerjarenplan 2020-2025, op het exploitatiekrediet van het jaar 2022: IP-geen, actie 761, voormelde budgetrekeningnummers.

Het voorwaardelijk visum nummer VSM/2022/017 van 23 maart 2022 van de heer Masschaele, financieel directeur.

Wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid, het laatst gewijzigd bij (programma-)wet van 27 december 2021.

Wet van 30 maart 2018 met betrekking tot het niet in aanmerking nemen van diensten gepresteerd als niet vastbenoemd personeelslid voor een pensioen van de overheidssector, tot wijziging van de individuele responsabilisering van de provinciale en lokale overheden binnen het gesolidariseerde pensioenfonds, tot aanpassing van de reglementering inzake aanvullende pensioenen, tot wijziging van de modaliteiten van de financiering van het gesolidariseerde pensioenfonds van de provinciale en plaatselijke besturen en tot bijkomende financiering van het gesolidariseerde pensioenfonds van de provinciale en plaatselijke besturen.

Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreten van 16 juli 2021 tot wijziging van diverse decreten, wat betreft versterking van de lokale democratie en tot aanpassing van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat de delegatie van de bevoegdheid voor het ondertekenen van authentieke akten over onroerende verrichtingen betreft.

Sectoraal akkoord 2008-2013 voor het personeel van de lokale en provinciale besturen, afgesloten in het Vlaamse onderhandelingscomité C1 van 19 november 2008.

Vijfde Vlaams Intersectoraal Akkoord (VIA5-akkoord) van 8 juni 2018 voor de social/non profitsectoren voor de periode 2018-2020.

Sectoraal akkoord 2020 voor het personeel van de lokale en provinciale besturen, afgesloten in het Vlaamse onderhandelingscomité C1 van 8 april 2020.

Protocol afgesloten in het Vlaamse onderhandelingscomité C1 van 30 maart 2022.

Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 5 november 2020 betreffende reglement tot delegatie van bevoegdheden aan het vast bureau: (her-)vaststellen.

Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 31 maart 2022 betreffende tweede pensioenpijler: toetreding tot OFP Prolocus.

Besluit van het vast bureau van 14 oktober 2020 betreffende addendum tweede pensioenpijler: verhoging aanvullend pensioenstelsel voor de contractuele personeelsleden van het OCMW, exclusief woonzorgcentrum Rozenberg - intrekken en herzien van het besluit van het vast bureau van 26 maart 2020 ingevolge het sectoraal akkoord 2020.

Besluit van het vast bureau van 14 oktober 2020 betreffende addendum tweede pensioenpijler: invoering aanvullend pensioenstelsel voor de contractuele personeelsleden van het woonzorgcentrum Rozenberg - intrekken en herzien van het besluit van het vast bureau van 26 maart 2020 ingevolge het sectoraal akkoord 2020.

Artikel 1

Het vast bureau neemt kennis en stemt in met het kaderpensioenreglement en het bijzonder pensioenreglement voor de contractuele personeelsleden van het gemeentebestuur en OCMW van Oostrozebeke (Multi-Inrichters-Pensioenstelsel) van OFP Prolocus.

Artikel 2

Met ingang van 1 januari 2022 bedraagt de pensioentoezegging 3 % van het pensioengevend loon tot het plafond voor de berekening van het wettelijk pensioen en 4 % van het pensioengevend loon dat dit plafond overschrijdt.

Er wordt geen inhaaltoezegging en geen aanvullende toezegging gedaan.

Artikel 3

Voor de contractuele personeelsleden die reeds in dienst waren vóór de datum van inwerkingtreding van dit bijzonder pensioenreglement, en die nog steeds in dienst zijn op de datum van inwerkingtreding, geldt het volgende: deze contractuele personeelsleden worden, ongeacht de aard van de arbeidsovereenkomst, die aan de aansluitingsvoorwaarden vermeld in artikel 3 van het kaderpensioenreglement beantwoorden, worden verplicht aangesloten bij deze pensioentoezegging.