Terug
Gepubliceerd op 07/10/2021

Besluit  college van burgemeester en schepenen

wo 29/09/2021 - 19:00

Rechtspositieregeling voor het personeel van de gemeente: wijzigen

Aanwezig: Luc Derudder, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Olivier De Marez, Jacques Goemaere, Carl Vereecke
aanleiding

Het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 19 mei 2021 betreffende gezamenlijk organogram van de diensten van de gemeente en van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn: vaststellen en het implementatieplan.

feiten, context en argumentatie

Een aantal bepalingen van de rechtspositieregeling van toepassing op het personeel van de gemeente worden geactualiseerd:

  • versoepelen van de bevorderingsprocedures;
  • correctie van een materiële fout;
  • actualiseren van de aanvullende aanwervingsvoorwaarden.
Huidig besluit is een voorafname op een meer grondige aanpassing van alle in het OCMW en de gemeente toepasselijke rechtspositieregelingen (o.a. aanpassing van het evaluatiesysteem, toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 12 maart 2021 en sectoraal akkoord van 9 juni 2021), omwille van de in het najaar geplande noodzakelijke invulling van een aantal vacatures in de gemeente.

Er is een gunstig advies van het managementteam van 24 augustus 2021.

Er is een protocol van akkoord van 20 september 2021 van het bijzonder onderhandelingscomité van de plaatselijke overheidsdiensten.

De termijn van de onderhandelingen werd in onderling akkoord beperkt zodat de rechtspositieregelingen tijdig goedgekeurd kunnen worden door het college van burgemeester en schepenen.

financiële impact

niet van toepassing

juridische overwegingen

Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreten van 16 juli 2021 tot wijziging van diverse decreten, wat betreft versterking van de lokale democratie en tot aanpassing van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat de delegatie van de bevoegdheid voor het ondertekenen van authentieke akten over onroerende verrichtingen betreft.

Besluit van de Vlaamse regering van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de ontvanger van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse regering van 12 maart 2021 houdende maatregelen ten gevolge van de pandemie veroorzaakt door COVID-19 en tot wijziging van de minimale voorwaarden voor de rechtspositieregeling van het personeel van de gemeenten, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de provincies.

Besluit van de Vlaamse regering van 12 november 2010 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie en het mandaatstelsel van het personeel van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en houdende de minimale voorwaarden voor sommige aspecten van de rechtspositieregeling van bepaalde personeelsgroepen van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, wat betreft verloven en afwezigheden, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse regering van 12 maart 2021 houdende maatregelen ten gevolge van de pandemie veroorzaakt door COVID-19 en tot wijziging van de minimale voorwaarden voor de rechtspositieregeling van het personeel van de gemeenten, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de provincies.

Besluit van de gemeenteraad van 5 november 2020 betreffende reglement tot delegatie van bevoegdheden aan het college van burgemeester en schepenen: (her-)vaststellen.

Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 16 december 2020 betreffende rechtspositieregeling voor het personeel van de gemeente: vaststellen.

Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 19 mei 2021 betreffende gezamenlijk organogram van de diensten van de gemeente en van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.

besluit

Artikel 1

Afdeling 2.12.4. De bevorderingsvoorwaarden per niveau en per rang, van het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 16 december 2020 betreffende rechtspositieregeling voor het personeel van de gemeente: vaststellen, wordt vervangen door wat volgt:

“Artikel 2.12.4.1.1.              

De voorwaarden voor bevordering naar of binnen niveau A zijn:

  • voor een graad van rang Ay, schalen A5a-A5b (tweede hogere graad, lijnfunctie, staffunctie of expertfunctie):
    °  titularis zijn van een graad van rang Ax of Av;
    °  ten minste twee jaar niveauanciënniteit hebben in niveau A;
    °  een diploma, getuigschrift of attest hebben dat toegang geeft tot niveau A of niveau B;
    °  een gunstig evaluatieresultaat gekregen hebben voor de laatste periodieke evaluatie;
    °  slagen voor de selectieprocedure.
  • voor een graad van rang Ax, schalen A4a-A4b (eerste hogere graad, lijnfunctie, staffunctie of expertfunctie):
    °  titularis zijn van rang Av, schalen A1a-A3a/A1a-A2b;
    °  ten minste twee jaar graadanciënniteit hebben in een graad van rang Av;
    °  een diploma, getuigschrift of attest hebben dat toegang geeft tot niveau A of niveau B;
    °  een gunstig evaluatieresultaat gekregen hebben voor de laatste periodieke evaluatie;
    °  slagen voor de selectieprocedure.
  • voor een graad van rang Av, schalen A1a-A3a/A1a-A2b; (basisgraad):
    °  titularis zijn van een graad van niveau B of niveau C;
    °  ten minste twee jaar graadanciënniteit hebben in een graad van niveau B of ten minste twee jaar graadanciënniteit hebben in een graad van niveau C of in beide niveaus samen;
    °  als de functie een beschermde titel behelst of een specialisatie die een diploma, getuigschrift of attest vereist, voldoen aan de diplomavereiste die geldt bij aanwerving voor de functie;
    °  een gunstig evaluatieresultaat gekregen hebben voor de laatste periodieke evaluatie;
    °  slagen voor de selectieprocedure.

Artikel 2.12.4.1.2.

De voorwaarden voor bevordering naar of binnen niveau B zijn:

  • voor een graad van rang Bx, schalen B4-B5 (hogere graad, lijnfunctie):
    °  ten minste twee jaar niveauanciënniteit hebben in een graad van minstens rang Bv, schalen B1-B3 en schalen BV1-BV3 of ten minste twee jaar niveauanciënniteit hebben in een graad van minstens rang Cx, schalen C4-C5;
    °  als de functie een beschermde titel betreft of een specialisatie die een diploma, getuigschrift of attest vereist, voldoen aan de diplomavereiste die geldt bij aanwerving voor de vacante functie;
    °  een gunstig evaluatieresultaat gekregen hebben voor de laatste periodieke evaluatie;
    °  slagen voor de selectieprocedure.
  • voor een graad van rang Bv, schalen B1-B3 (basisgraad):
    °  ten minste twee jaar niveauanciënniteit hebben in een graad van minstens rang Cv, schalen C1-C3 of ten minste twee jaar niveauanciënniteit hebben in een graad van ten minste rang Dv, of in beide samen;
    °  als de functie een beschermde titel betreft of een specialisatie die een diploma vereist, voldoen aan de diplomavereiste die geldt bij aanwerving voor de vacante functie;
    °  een gunstig evaluatieresultaat gekregen hebben voor de laatste periodieke evaluatie;
    °  slagen voor de selectieprocedure.

Artikel 2.12.4.1.3.

De voorwaarden voor bevordering naar of binnen niveau C zijn:

  • voor een graad van rang Cx, schalen C4-C5 (lijnfunctie, staffunctie of expertfunctie):
    °  ten minste twee jaar niveauanciënniteit hebben in een graad van rang Cv of ten minste twee jaar niveauanciënniteit hebben in een graad van Dx of Dv of in beide samen;
    °  als de functie een beschermde titel betreft of een specialisatie die een diploma, getuigschrift of attest vereist, voldoen aan de diplomavereiste die geldt bij aanwerving voor de vacante functie;
    °  een gunstig evaluatieresultaat gekregen hebben voor de laatste periodieke evaluatie;
    °  slagen voor de selectieprocedure.
  • voor een graad van rang Cv, schalen C1-C3:
    °  ten minste twee jaar niveauanciënniteit hebben in niveau D of niveau E;
    °  als de functie een beschermde titel betreft of een specialisatie die een diploma, getuigschrift of attest vereist, voldoen aan de diplomavereiste die geldt bij aanwerving voor de vacante functie;
    °  een gunstig evaluatieresultaat gekregen hebben voor de laatste periodieke evaluatie;
    °  slagen voor de selectieprocedure.

Artikel 2.12.4.1.4.

De voorwaarden voor bevordering naar of binnen niveau D zijn:

  • voor een graad van rang Dx, schaal D4-D5 (technische hogere rang):
    °  ten minste twee jaar niveauanciënniteit hebben in een graad van rang Dv;
    °  als de functie een beschermde titel betreft of een specialisatie die een diploma, getuigschrift of attest vereist, voldoen aan de diplomavereiste die geldt bij aanwerving voor de vacante functie;
    °  een gunstig evaluatieresultaat gekregen hebben voor de laatste periodieke evaluatie;
    °  slagen voor de selectieprocedure.
  • voor een graad van rang Dv, schalen D1-D3:
    °  ten minste twee jaar niveauanciënniteit hebben in een graad van rang Ev;
    °  als de functie een beschermde titel betreft of een specialisatie die een diploma, getuigschrift of attest vereist, voldoen aan de diplomavereiste die geldt bij aanwerving voor de vacante functie;
    °  een gunstig evaluatieresultaat gekregen hebben voor de laatste periodieke evaluatie;
    °  slagen voor de selectieprocedure.”

 Artikel 4.1.1.1.8. van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:

“Als er meerdere overtallige personeelsleden in aanmerking komen voor ambtshalve herplaatsing in een vacature gelden in volgorde de volgende criteria om de voorrang van de personeelsleden te bepalen:

  • het personeelslid dat het best beantwoordt aan de competentievereisten voor de vacante functie;
  • het personeelslid met de hoogste dienstanciënniteit;
  • het oudste personeelslid.”

Artikel 3

De kwalificatievereisten voor de functie Begeleid(st)er buitenschoolse kinderopvang in de bijlage III Aanvullende aanwervingsvoorwaarden van hetzelfde besluit worden vervangen door wat volgt:

"5. Begeleid(st)er buitenschoolse kinderopvang

  • voldoen aan het ministerieel besluit van 23 mei 2014 tot uitvoering van het Kwaliteitsbesluit Buitenschoolse Opvang van 16 mei 2014 en tot wijziging van artikel 5 van het ministerieel besluit van 27 februari 2014 ter uitvoering van artikel 8, 11, 40, 43 en 73, van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, wat betreft de kwalificatiebewijzen en attesten of bereid zijn om het kwalificerend traject te volgen en het kwalificatiebewijs behalen binnen de kortst mogelijke periode na indiensttreding."

Artikel 4

Dit besluit is van toepassing vanaf 1 oktober 2021.