Bij de aanvang van het nieuwe meerjarenplan 2026 tot en met 2031 moet het belastingtarief bepaald worden.
Grondwet, in het bijzonder artikel 41, 162 en 170.
Artikel 464 tot en met 470/2 van het Wetboek van Inkomstenbelasting 1992.
Wet van 24 juli 2008 ter bekrachtiging van de vestiging van sommige aanvullende gemeentebelastingen en de aanvullende agglomeratiebelasting op de personenbelasting voor elk van de aanslagjaren 2020 tot 2026 en tot wijziging, met ingang van het aanslagjaar 2020, van artikel 468 van het wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.Het gemeentebestuur opteert voorlopig voor een jaarlijkse vaststelling van de aanvullende belasting op de personenbelasting rekening houdende met de financiële ontwikkeling.
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, het laatst gewijzigd bij decreet van 3 mei 2024.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 6 december 2024 houdende een verbeterende akte als gevolg van een arrest dat de verkiezingsuitslag wijzigt.
Omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 van 18 juli 2025 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.
Omzendbrief BB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentelijke fiscaliteit.
Instructie van de Federale Overheidsdienst Financiën om het percentage van de aanvullende personenbelasting uiterlijk op 31 januari van het aanslagjaar te laten in werking te laten treden. De gemeenten maken aansluitend hun aanslagvoeten rechtstreeks over aan de FOD Financiën.
De financiële toestand van de gemeente.
Er wordt gekozen om de belasting voor zes jaar vast te leggen. Bij de jaarlijkse opmaak van het meerjarenplan is een herziening (verhoging of verlaging) van het tarief mogelijk.
De belastingvoet wordt verhoogd van 7,5% naar 7,9% om tegemoet te komen aan de evolutie in de kostenontwikkeling van het lokaal bestuur.
Toelichting door de heer De Marez, 1ste schepen.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026- 2031, actie 111, budgetrekening 0020-00/7301000.
niet van toepassing
niet van toepassing
Artikel 1.
Voor het aanslagjaar 2026 tot en met 2031 wordt een aanvullende belasting op de personenbelasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners, die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.
Artikel 2.
De belasting wordt vastgesteld op 7,9% van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaand jaar.
Artikel 3.
De vestiging en de inning van de aanvullende gemeentelijke belastingen worden toevertrouwd aan de administratie der directe belastingen, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.
Artikel 4.
Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2026.