Terug
Gepubliceerd op 17/02/2026

Notulen  gemeenteraad

do 04/12/2025 - 20:30 gemeentehuis - raadszaal
Aanwezig: Hans Claerhout, raadslid-voorzitter
Luc Derudder, burgemeester
Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, schepenen
Ilse Vervaeck, voorzitter BCSD
Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, raadsleden
Carl Vereecke, algemeen directeur

De voorzitter opent de zitting op 04/12/2025 om 19:55.

  • Openbaar

    • kennisname

      • Kennisnames proces-verbaal van de buitengewone algemene vergadering I.V.I.O. 20 oktober 2025, opvolgingsrapportering 2025

        Aanwezig: Hans Claerhout, raadslid-voorzitter
        Luc Derudder, burgemeester
        Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, schepenen
        Ilse Vervaeck, voorzitter BCSD
        Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, raadsleden
        Carl Vereecke, algemeen directeur
        besluit

        De raad neemt kennis van:

        • proces-verbaal van de buitengewone algemene vergadering I.V.I.O. 20 oktober 2025
        • opvolgingsrapportering meerjarenplan 2020-2027: boekjaar 2025
    • budget en financiën

      • Aanvullende belasting op de personenbelasting voor het aanslagjaar 2026 tot en met 2031: vaststellen

        Aanwezig: Hans Claerhout, raadslid-voorzitter
        Luc Derudder, burgemeester
        Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, schepenen
        Ilse Vervaeck, voorzitter BCSD
        Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, raadsleden
        Carl Vereecke, algemeen directeur
        aanleiding

        Bij de aanvang van het nieuwe meerjarenplan 2026 tot en met 2031 moet het belastingtarief bepaald worden.

        juridische overwegingen

        Grondwet, in het bijzonder artikel 41, 162 en 170.

        Artikel 464 tot en met 470/2 van het Wetboek van Inkomstenbelasting 1992.

        Wet van 24 juli 2008 ter bekrachtiging van de vestiging van sommige aanvullende gemeentebelastingen en de aanvullende agglomeratiebelasting op de personenbelasting voor elk van de aanslagjaren 2020 tot 2026 en tot wijziging, met ingang van het aanslagjaar 2020, van artikel 468 van het wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.Het gemeentebestuur opteert voorlopig voor een jaarlijkse vaststelling van de aanvullende belasting op de personenbelasting rekening houdende met de financiële ontwikkeling.

        Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, het laatst gewijzigd bij decreet van 3 mei 2024. 

        Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 6 december 2024 houdende een verbeterende akte als gevolg van een arrest dat de verkiezingsuitslag wijzigt. 

        Omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 van 18 juli 2025 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.

        Omzendbrief BB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentelijke fiscaliteit.

        Instructie van de Federale Overheidsdienst Financiën om het percentage van de aanvullende personenbelasting uiterlijk op 31 januari van het aanslagjaar te laten in werking te laten treden. De gemeenten maken aansluitend hun aanslagvoeten rechtstreeks over aan de FOD Financiën.

        feiten, context, argumentatie

        De financiële toestand van de gemeente.

        Er wordt gekozen om de belasting voor zes jaar vast te leggen. Bij de jaarlijkse opmaak van het meerjarenplan is een herziening (verhoging of verlaging) van het tarief mogelijk.

        De belastingvoet wordt verhoogd van 7,5% naar 7,9% om tegemoet te komen aan de evolutie in de kostenontwikkeling van het lokaal bestuur.

        Toelichting door de heer De Marez, 1ste schepen.

        financiële impact

        De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026- 2031, actie 111, budgetrekening 0020-00/7301000.

        amendement

        niet van toepassing

        tussenkomsten

        niet van toepassing

        Publieke stemming
        Aanwezig: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, Carl Vereecke
        Voorstanders: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits
        Tegenstanders: Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez
        Resultaat: Met 12 stemmen voor, 7 stemmen tegen
        besluit

        Artikel 1.  

        Voor het aanslagjaar 2026 tot en met 2031 wordt een aanvullende belasting op de personenbelasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners, die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.

        Artikel 2.  

        De belasting wordt vastgesteld op 7,9% van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaand jaar

        Artikel 3.  

        De vestiging en de inning van de aanvullende gemeentelijke belastingen worden toevertrouwd aan de administratie der directe belastingen, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.

        Artikel 4.  

        Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2026.

      • Opcentiemen op de onroerende voorheffing voor het aanslagjaar 2026 tot en met 2031: vaststellen

        Aanwezig: Hans Claerhout, raadslid-voorzitter
        Luc Derudder, burgemeester
        Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, schepenen
        Ilse Vervaeck, voorzitter BCSD
        Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, raadsleden
        Carl Vereecke, algemeen directeur
        aanleiding

        Bij de aanvang van het nieuwe meerjarenplan 2026-2031 moet het belastingtarief bepaald worden.

        juridische overwegingen

        Grondwet, in het bijzonder artikel 41, 162 en 170.

        Artikel 464/1, 1°, van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992.

        Artikel 3.1.0.0.6 Besluit Vlaamse Codex Fiscaliteit.

        Artikel 2.1.4.0.2. en artikel 3.1.0.0.4 van het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit.

        Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, het laatst gewijzigd bij decreet van 3 mei 2024. 

        Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 6 december 2024 houdende een verbeterende akte als gevolg van een arrest dat de verkiezingsuitslag wijzigt. 

        Koninklijk besluit van 10 april 1992 tot coördinatie van wettelijke bepalingen inzake inkomstenbelastingen [WIB 1992].

        Omzendbrief BB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentelijke fiscaliteit.

        Omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 van 18 juli 2025 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.

        feiten, context, argumentatie

        De financiële toestand van de gemeente.

        Er wordt gekozen om de belasting voor zes jaar vast te leggen, maar bij de jaarlijkse opmaak van het meerjarenplan is een herziening (verhoging of verlaging) van het tarief mogelijk.

        Rekening houdend met de historische evolutie van de ontvangsten van de onroerende voorheffing.

        De belastingvoet wordt verhoogd van 1020 naar 1070 opcentiemen om tegemoet te komen aan de evolutie in de kostenontwikkeling van het lokaal bestuur.

        Toelichting door de heer De Marez, 1ste schepen.

        financiële impact

        De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie 111, budgetrekening 0020-00/7300000.

        amendement

        niet van toepassing

        tussenkomsten

        niet van toepassing

        Publieke stemming
        Aanwezig: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, Carl Vereecke
        Voorstanders: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits
        Tegenstanders: Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez
        Resultaat: Met 12 stemmen voor, 7 stemmen tegen
        besluit

        Artikel 1.  

        Voor het aanslagjaar 2026 tot en met 2031 wordt ten bate van de gemeente 1 070 opcentiemen op de onroerende voorheffing geheven.

        Artikel 2.  

        De invoering en de inning van deze opcentiemen zullen gebeuren door toedoen van de Vlaamse Belastingdienst.

        Artikel 3.  

        Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2026.

      • Meerjarenplanaanpassing 12 2020 - 2027: Raad 04_12_2025 van het deel OCMW: goedkeuren

        Aanwezig: Hans Claerhout, raadslid-voorzitter
        Luc Derudder, burgemeester
        Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, schepenen
        Ilse Vervaeck, voorzitter BCSD
        Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, raadsleden
        Carl Vereecke, algemeen directeur
        aanleiding

        De raad voor maatschappelijk welzijn keurt het deel van de meerjarenplanaanpassing 12 2020 - 2027: Raad 04_12_2025 (BP2020_2027-12) van het OCMW goed.

        juridische overwegingen

        Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 6 december 2024 houdende een verbeterende akte als gevolg van een arrest dat de verkiezingsuitslag wijzigt. 

        Besluit van 30 maart 2018 van de Vlaamse regering over de beleids- en beheerscyclus van de lokale [en de provinciale] besturen, het laatst gewijzigd bij besluit van 14 juli 2023 van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen.

        Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningen-stelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale [en de provinciale (ing. MB 12 september 2018, art. 1, I: 1 januari 2020)] besturen, het laatst gewijzigd bij ministerieel besluit van 8 december 2023 tot wijziging van het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen.

        Omzendbrief KB/ABB 2019/4 van 3 mei 2019 over de strategische meerjarenplannen 2020-2025 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.

        Besluit van van 5 december 2019 van de raad voor maatschappelijk welzijn betreffende meerjarenplan 2020-2025 van het deel OCMW: vaststellen.

        Besluit van 5 december 2019 van de gemeenteraad betreffende meerjarenplan 2020-2025 van het deel OCMW: goedkeuren.

        Besluit van 2 juli 2020 van de raad voor maatschappelijk welzijn betreffende aanpassing meerjarenplan 1 2020-2025 van het deel OCMW: vaststellen.

        Besluit van 2 juli 2020 van de gemeenteraad betreffende aanpassing meerjarenplan 1 2020-2025 van het deel OCMW goedkeuren.

        Besluit van 3 december 2020 van de raad voor maatschappelijk welzijn betreffende aanpassing meerjarenplan 2 2020 - 2025:  Raad 03_12_2020(BP2020_2025-2) van het deel OCMW: vaststellen.

        Besluit van 3 december 2020 van de gemeenteraad betreffende aanpassing meerjarenplan 2 2020 - 2025:  Raad 03_12_2020(BP2020_2025-2) van het deel OCMW: goedkeuren.

        Besluit van 3 juni 2021 van de raad voor maatschappelijk welzijn betreffende meerjarenplanaanpassing 3 2020 - 2025: Raad 03_06_2021 van het deel OCMW: vaststellen.

        Besluit van 3 juni 2021 van de gemeenteraad betreffende meerjarenplanaanpassing 3 2020 - 2025: Raad 03_06_2021 van het deel OCMW: goedkeuren.

        Besluit van 2 december 2021 van de raad voor maatschappelijk welzijn betreffende meerjarenplanaanpassing 4 2020 - 2025: Raad 02_12_2021 van het deel OCMW: vaststellen.

        Besluit van 2 december 2021 van de gemeenteraad betreffende meerjarenplanaanpassing 4 2020 - 2025: Raad 02_12_2021 van het deel OCMW: goedkeuren.

        Besluit van 2 juni 2022 van de raad voor maatschappelijk welzijn betreffende meerjarenplanaanpassing 5 2020 - 2025: Raad 02_06_2022 van het deel OCMW: vaststellen.

        Besluit van 2 juni 2022 van de gemeenteraad betreffende meerjarenplanaanpassing 5 2020 - 2025: Raad 02_06_2022 van het deel OCMW: goedkeuren.

        Besluit van 8 december 2022 van de raad voor maatschappelijk welzijn betreffende meerjarenplanaanpassing 6 2020 - 2025: Raad 08_12_2022 van het deel OCMW: vaststellen.

        Besluit van 8 december 2022 van de gemeenteraad betreffende meerjarenplanaanpassing 6 2020 - 2025: Raad 08_12_2022 van het deel OCMW: goedkeuren.

        Besluit van 6 juli 2023 van de raad voor maatschappelijk welzijn betreffende meerjarenplanaanpassing 7 2020 - 2025: Raad 06_07_2023 van het deel OCMW: vaststellen.

        Besluit van 6 juli 2023 van de gemeenteraad betreffende meerjarenplanaanpassing 7 2020 - 2025: Raad 06_07_2023 van het deel OCMW: goedkeuren.

        Besluit van 7 december 2023 van de raad voor maatschappelijk welzijn betreffende meerjarenplanaanpassing 8 2020 - 2026: Raad 07_12_2023 van het deel OCMW: vaststellen.

        Besluit van 7 december 2023 van de gemeenteraad betreffende meerjarenplanaanpassing 8 2020 - 2026: Raad 07_12_2023 van het deel OCMW: goedkeuren.

        Besluit van 6 juni 2024 van de raad voor maatschappelijk welzijn betreffende meerjarenplanaanpassing 9 2020 - 2026: Raad 06_06_2024 van het deel OCMW: vaststellen.

        Besluit van 6 juni 2024 van de gemeenteraad betreffende meerjarenplanaanpassing 9 2020 - 2026: Raad 06_06_2024 van het deel OCMW: goedkeuren.

        Besluit van 7 november 2024 van de raad voor maatschappelijk welzijn betreffende meerjarenplanaanpassing 10 2020 - 2027: Raad 07_11_2024 van het deel OCMW: vaststellen.

        Besluit van 7 november 2024 van de gemeenteraad betreffende meerjarenplanaanpassing 10 2020 - 2027: Raad 07_11_2024 van het deel OCMW: goedkeuren.

        Besluit van 3 juli 2025 van de raad voor maatschappelijk welzijn betreffende meerjarenplanaanpassing 11 2020 - 2027: Raad 03_07_2025 van het deel OCMW: vaststellen

        Besluit van 3 juli 2025 van de gemeenteraad betreffende meerjarenplanaanpassing 11 2020 - 2027: Raad 03_07_2025 van het deel OCMW: goedkeuren

        Besluit van 4 december 2025 van de raad voor maatschappelijk welzijn betreffende meerjarenplanaanpassing 12 2020 - 2027: Raad 04_12_2025 van het deel OCMW: vaststellen

        Gunstig visum met nummer VSM/2025/032 van 10 juni 2025 van de heer Masschaele, financieel directeur.

        Gunstig advies van het managementteam van 21 oktober 2025.

        feiten, context, argumentatie

        Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur reikt oplossingen aan om een echt geïntegreerd lokaal sociaal beleid mogelijk te maken, met respect voor de verschillende rechtspersonen, die erbij betrokken zijn.

        Daaruit volgt dat de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW) een gezamenlijk meerjarenplan opstellen, dat door beide raden wordt vastgesteld.

        Op die manier kan een geïntegreerd lokaal sociaal beleid maximaal worden gerealiseerd: beide rechtspersonen hebben samen één doelstellingenboom, waarbij de doelstellingen van het OCMW en die van de gemeente vervlochten zijn.

        Omdat de gemeente en het OCMW een geïntegreerd meerjarenplan maken, wordt het financiële evenwicht voor die twee besturen als één geheel gepresenteerd en beoordeeld.

        Omdat elke rechtspersoon voor de eigen verplichtingen en verbintenissen blijft instaan, blijft in het meerjarenplan een duidelijk onderscheid bestaan tussen de kredieten van de gemeente en die van het OCMW.

        Dat komt tot uiting in het schema met het overzicht van de kredieten (schema M3), waarin de kredieten voor de gemeente en het OCMW apart worden opgenomen.

        Minstens een keer per jaar wordt het meerjarenplan aangepast, waarbij in elk geval de kredieten voor het volgende boekjaar worden vastgesteld.

        Als dat nodig is, kunnen daarbij ook de kredieten voor het lopende boekjaar worden aangepast.

        Daarnaast kan het meerjarenplan, als dat nodig is, ook worden aangepast om alleen de kredieten voor het lopende boekjaar aan te passen.

        Bij elke aanpassing van het meerjarenplan wordt het resultaat van de intussen vastgestelde jaarrekeningen verwerkt.

        De goedkeuring van de gemeenteraad is nodig omdat de gemeente de financiële gevolgen moet dragen van de keuzes, die de raad voor maatschappelijk welzijn maakt.

        Die besluitvorming kan het best als volgt verlopen:

        • de raad voor maatschappelijk welzijn stelt eerst zijn deel van de aanpassing meerjarenplan vast;
        • de gemeenteraad stelt vervolgens zijn deel van de aanpassing meerjarenplan vast;
        • de gemeenteraad keurt ten slotte het deel goed dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld.

        Het ontwerp van aanpassing meerjarenplan bevat volgende documenten:

        • Strategische nota;
        • Financiële nota:
          • Het financiële doelstellingenplan (M1);
          • De staat van het financieel evenwicht (M2);
          • De staat van het financieel evenwicht: wijzigingsvariant (M2W)
          • Het overzicht van de kredieten (M3).
        • Toelichting:
          • Het overzicht ontvangsten en uitgaven naar functionele aard (T1);
          • Het overzicht ontvangsten en uitgaven naar economische aard (T2);
          • Het overzicht ontvangsten en uitgaven naar economische aard: wijzigingsvariant (T2W);
          • Investeringsprojecten - per prioritaire actie (T3);
          • Het overzicht van de evolutie van de financiële schulden (T4);
          • Overzicht van de financiële risico's
          • Beschrijving grondslagen en assumpties
          • Overzicht lijst investeringen;
          • Motivering van de wijzigingen;
          • Verwijzing naar de plaats waar bijkomende documentatie beschikbaar is.
        Toelichting van de heer De Marez, 1ste schepen, en de heer Masschaele, financieel directeur.
        financiële impact

        niet van toepassing

        amendement

        niet van toepassing

        tussenkomsten

        niet van toepassing

        Publieke stemming
        Aanwezig: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, Carl Vereecke
        Voorstanders: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits
        Tegenstanders: Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez
        Resultaat: Met 12 stemmen voor, 7 stemmen tegen
        besluit

        Artikel 1 

        De meerjarenplanaanpassing 12 2020 - 2027: Raad 04_12_2025 (BP2020_2027-12) van het deel OCMW, bestaande uit de strategische nota, het financieel doelstellingenplan (M1), de staat van het financieel evenwicht (M2), de staat van het financieel evenwicht: wijzigingsvariant (M2W) en het overzicht van de kredieten (M3) wordt goedgekeurd.

        Artikel 2

        Het budgettair resultaat van het boekjaar van het OCMW in 2025 bedraagt: -1.529.159,00 euro.

        Het gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar van het OCMW in 2025 bedraagt: -398.319,00 euro en het gecumuleerd budgettair resultaat 2025 bedraagt: - 1.927.478,00 euro.

        Het beschikbaar budgettair resultaat van het OCMW in 2025 bedraagt -1.927.478,00 euro.

        Er zijn geen onbeschikbare gelden.

        De autofinancieringsmarge boekjaar van het OCMW in 2025 bedraagt:  - 1.127.205,00 euro.

        De kredieten van het OCMW voor het boekjaar 2025 worden vastgesteld.

        Soort krediet

        Totaal bedrag voor 2025

        Totaal exploitatie-uitgaven 

        7.590.710,00 euro

        Totaal exploitatie-ontvangsten

        6.688.715,00 euro 

        Totaal investeringsuitgaven

        401.954,00 euro

        Totaal investeringsontvangsten

        0,00 euro

        Totaal financieringsuitgaven

        225.210,00 euro

        Totaal financieringsontvangsten

        0,00 euro

        Artikel 3

        Het geconsolideerd budgettair resultaat van het boekjaar in 2025 bedraagt: -2.179.918,00 euro.

        Het geconsolideerd gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar in 2025 bedraagt: 8.564.221,00 euro en het geconsolideerd gecumuleerd budgettair resultaat 2025 bedraagt: 6.384.304,00 euro.

        Er zijn geconsolideerd geen onbeschikbare gelden.

        De geconsolideerde autofinancieringsmarge boekjaar in 2025 bedraagt: 1.055.706,00 euro en de geconsolideerde gecorrigeerde autofinancieringsmarge in 2025 bedraagt: 956.553,00 euro.

        Artikel 4

        Het geconsolideerd beschikbaar budgettair resultaat in 2025 bedraagt: 6.384.304,00 euro.

        De geconsolideerde autofinancieringsmarge boekjaar in 2025 bedraagt: 1.055.706,00 euro en de geconsolideerde gecorrigeerde autofinancieringsmarge in 2025 bedraagt: 956.553,00 euro.

      • Meerjarenplanaanpassing 12 2020 - 2027: Raad 04_12_2025 van het deel gemeente: vaststellen

        Aanwezig: Hans Claerhout, raadslid-voorzitter
        Luc Derudder, burgemeester
        Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, schepenen
        Ilse Vervaeck, voorzitter BCSD
        Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, raadsleden
        Carl Vereecke, algemeen directeur
        aanleiding

        De gemeenteraad stelt haar deel van meerjarenplanaanpassing 12 2020 - 2027: Raad 04_12_2025 (BP2020_2027-12) vast.

        juridische overwegingen

        Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 6 december 2024 houdende een verbeterende akte als gevolg van een arrest dat de verkiezingsuitslag wijzigt. 

        Besluit van 30 maart 2018 van de Vlaamse regering over de beleids- en beheerscyclus van de lokale [en de provinciale] besturen, het laatst gewijzigd bij besluit van 14 juli 2023 van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen.

        Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningen-stelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale [en de provinciale (ing. MB 12 september 2018, art. 1, I: 1 januari 2020)] besturen, het laatst gewijzigd bij ministerieel besluit van 8 december 2023 tot wijziging van het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen.

        Omzendbrief KB/ABB 2019/4 van 3 mei 2019 over de strategische meerjarenplannen 2020-2025 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.

        Besluit van 5 december 2019 van de raad voor maatschappelijk welzijn betreffende meerjarenplan 2020-2025 van het deel OCMW: vaststellen.

        Besluit van 5 december 2019 van de gemeenteraad betreffende meerjarenplan 2020-2025 van het deel OCMW: vaststellen.

        Besluit van 5 december 2019 van de gemeenteraad betreffende meerjarenplan 2020-2025 van het deel OCMW: goedkeuren.

        Besluit van 2 juli 2020 van de gemeenteraad betreffende aanpassing meerjarenplan 1 2020-2025 van het deel OCMW: vaststellen.

        Besluit van 2 juli 2020 van de gemeenteraad betreffende aanpassing meerjarenplan 1 2020-2025 van het deel OCMW goedkeuren.

        Besluit van 3 december 2020 van de gemeenteraad betreffende aanpassing meerjarenplan 2 2020 - 2025:  Raad 03_12_2020(BP2020_2025-2) van het deel OCMW: vaststellen.

        Besluit van 3 december 2020 van de gemeenteraad betreffende aanpassing meerjarenplan 2 2020 - 2025:  Raad 03_12_2020(BP2020_2025-2) van het deel OCMW: goedkeuren.

        Besluit van 3 juni 2021 van de gemeenteraad betreffende meerjarenplanaanpassing 3 2020 - 2025: Raad 03_06_2021 van het deel OCMW: vaststellen.

        Besluit van 3 juni 2021 van de gemeenteraad betreffende meerjarenplanaanpassing 3 2020 - 2025: Raad 03_06_2021 van het deel OCMW: goedkeuren.

        Besluit van 2 december 2021 van de gemeenteraad betreffende aanpassing meerjarenplan 4 2020 - 2025: Raad 02_12_2021 (BP2020_2025_4) van het deel gemeente: vaststellen.

        Besluit van 2 december 2021 van de gemeenteraad betreffende aanpassing meerjarenplan 4 2020 - 2025: Raad 02_12_2021 (BP2020_2025_4) van het deel OCMW: goedkeuren.

        Besluit van 2 juni 2022 van de gemeenteraad betreffende meerjarenplanaanpassing 5 2020 - 2025: Raad 02_06_2022 van het deel OCMW: vaststellen.

        Besluit van 2 juni 2022 van de gemeenteraad betreffende meerjarenplanaanpassing 5 2020 - 2025: Raad 02_06_2022 van het deel OCMW: goedkeuren.

        Besluit van 8 december 2022 van de gemeenteraad betreffende aanpassing meerjarenplan 6 2020 - 2025: Raad 08_12_2022 (BP2020_2025_6) van het deel gemeente: vaststellen.

        Besluit van 8 december 2022 van de gemeenteraad betreffende aanpassing meerjarenplan 6 2020 - 2025: Raad 08_12_2022 (BP2020_2025_6) van het deel OCMW: goedkeuren.

        Besluit van 6 juli 2023 van de gemeenteraad betreffende aanpassing meerjarenplan 7 2020 - 2025: Raad 06_07_2023 van het deel OCMW: vaststellen.

        Besluit van 6 juli 2023 van de gemeenteraad betreffende meerjarenplanaanpassing 7 2020 - 2025: Raad 06_07_2023 van het deel OCMW: goedkeuren.

        Besluit van 7 december 2023 van de gemeenteraad betreffende meerjarenplanaanpassing 8 2020 - 2026: Raad 07_12_2023 van het deel OCMW: vaststellen.

        Besluit van 7 december 2023 van de gemeenteraad betreffende meerjarenplanaanpassing 8 2020 - 2026: Raad 07_12_2023 van het deel OCMW: goedkeuren.

        Besluit van 6 juni 2024 van de gemeenteraad betreffende meerjarenplanaanpassing 9 2020 - 2026: Raad 06_06_2024 van het deel OCMW: vaststellen.

        Besluit van 6 juni 2024 van de gemeenteraad betreffende meerjarenplanaanpassing 9 2020 - 2026: Raad 06_06_2024 van het deel OCMW: goedkeuren.

        Besluit van 7 november 2024 van gemeenteraad betreffende meerjarenplanaanpassing 10 2020 - 2027: Raad 07_11_2024 van het deel OCMW: goedkeuren.

        Besluit van 7 november 2024 van de gemeenteraad betreffende meerjarenplanaanpassing 10 2020 - 2027: Raad 07_11_2024 van het deel gemeente: vaststellen.

        Besluit van 3 juli 2025 van de gemeenteraad betreffende meerjarenplanaanpassing 11 2020 - 2027: Raad 03_07_2025 van het deel gemeente: vaststellen

        Besluit van 3 juli 2025 van de gemeenteraad betreffende meerjarenplanaanpassing 11 2020 - 2027: Raad 03_07_2025 van het deel OCMW: goedkeuren

        Gunstig visum nummer VSM/2025/045 van 13 november 2025 van de heer Masschaele, financieel directeur.

        Gunstig advies van het managementteam van 21 oktober 2025.

        feiten, context, argumentatie

        Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur reikt oplossingen aan om een echt geïntegreerd lokaal sociaal beleid mogelijk te maken, met respect voor de verschillende rechtspersonen, die erbij betrokken zijn.

        Daaruit volgt dat de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW) een gezamenlijk meerjarenplan opstellen, dat door beide raden wordt vastgesteld.

        Op die manier kan een geïntegreerd lokaal sociaal beleid maximaal worden gerealiseerd: beide rechtspersonen hebben samen één doelstellingenboom, waarbij de doelstellingen van het OCMW en die van de gemeente vervlochten zijn.

        Ook het financiële evenwicht wordt beoordeeld voor de gemeente en het OCMW samen.

        Omdat elke rechtspersoon voor de eigen verplichtingen en verbintenissen blijft instaan, blijft in het meerjarenplan een duidelijk onderscheid bestaan tussen de kredieten van de gemeente en die van het OCMW.

        Dat komt tot uiting in het schema met het overzicht van de kredieten (schema M3), waarin de kredieten voor de gemeente en het OCMW apart worden opgenomen.

        Minstens een keer per jaar wordt het meerjarenplan aangepast, waarbij in elk geval de kredieten voor het volgende boekjaar worden vastgesteld.

        Als dat nodig is, kunnen daarbij ook de kredieten voor het lopende boekjaar worden aangepast.

        Daarnaast kan het meerjarenplan, als dat nodig is, ook worden aangepast om alleen de kredieten voor het lopende boekjaar aan te passen.

        Bij elke aanpassing van het meerjarenplan wordt het resultaat van de intussen vastgestelde jaarrekeningen verwerkt.

        De goedkeuring van de gemeenteraad is nodig omdat de gemeente de financiële gevolgen moet dragen van de keuzes, die de raad voor maatschappelijk welzijn maakt.

        Die besluitvorming kan het best als volgt verlopen:

        • de raad voor maatschappelijk welzijn stelt eerst zijn deel van de aanpassing meerjarenplan vast;
        • de gemeenteraad stelt vervolgens zijn deel van de aanpassing meerjarenplan vast;
        • de gemeenteraad keurt ten slotte het deel goed dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld.

        Het ontwerp van aanpassing meerjarenplan bevat volgende documenten:

        • Strategische nota;
        • Financiële nota:
          • Het financiële doelstellingenplan (M1);
          • De staat van het financieel evenwicht (M2);
          • De staat van het financieel evenwicht: wijzigingsvariant (M2W)
          • Het overzicht van de kredieten (M3).
        • Toelichting:
          • Het overzicht ontvangsten en uitgaven naar functionele aard (T1);
          • Het overzicht ontvangsten en uitgaven naar economische aard (T2);
          • Het overzicht ontvangsten en uitgaven naar economische aard: wijzigingsvariant (T2W);
          • Investeringsprojecten - per prioritaire actie (T3);
          • Het overzicht van de evolutie van de financiële schulden (T4);
          • Overzicht van de financiële risico's;
          • Beschrijving grondslagen en assumpties;
          • Overzicht lijst investeringen;
          • Motivering van de wijzigingen;
          • Verwijzing naar de plaats waar bijkomende documentatie beschikbaar is.
        Toelichting van de heer De Marez, 1ste schepen en heer Masschaele, financieel directeur.
        financiële impact

        niet van toepassing

        amendement

        niet van toepassing

        tussenkomsten

        niet van toepassing

        Publieke stemming
        Aanwezig: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, Carl Vereecke
        Voorstanders: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits
        Tegenstanders: Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez
        Resultaat: Met 12 stemmen voor, 7 stemmen tegen
        besluit

        Artikel 1 

        De meerjarenplanaanpassing 12 2020 - 2027: Raad 04_12_2025 (BP2020_2027-12) bestaande uit de strategische nota, het financieel doelstellingenplan (M1), de staat van het financieel evenwicht (M2), de staat van het financieel evenwicht: wijzigingsvariant (M2W) en het overzicht van de kredieten (M3) wordt vastgesteld.

        Artikel 2

        Het budgettair resultaat van het boekjaar van de gemeente in 2025 bedraagt: -650.759,00 euro.

        Het gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar van de gemeente in 2025 bedraagt: 8.962.540,00 euro en het gecumuleerd budgettair resultaat 2025 bedraagt: 8.311.781,00 euro.

        Het beschikbaar budgettair resultaat van de gemeente in 2025 bedraagt 8.311.781,00 euro.

        Er zijn geen onbeschikbare gelden.

        De autofinancieringsmarge boekjaar van de gemeente in 2025 bedraagt: 2.182.911,00 euro.

        Soort krediet

        Totaal bedrag voor 2025

        Totaal exploitatie-uitgaven 

        10.591.482,00 euro

        Totaal exploitatie-ontvangsten

        13.485.843,00 euro 

        Totaal investerings-uitgaven

        4.282.009,00 euro

        Totaal investerings-ontvangsten

        1.378.277,00 euro

        Totaal financierings-uitgaven

        844.861,00 euro

        Totaal financierings-ontvangsten

        203.473,00 euro

        Artikel 3

        Het geconsolideerd budgettair resultaat van het boekjaar in 2025 bedraagt: - 2.179.918,00 euro.

        Het geconsolideerd gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar in 2025 bedraagt: 8 564 221,00 euro en het geconsolideerd gecumuleerd budgettair resultaat 2025 bedraagt: 6.384.304,00 euro.

        Er zijn geconsolideerd geen onbeschikbare gelden.

        De geconsolideerde autofinancieringsmarge boekjaar in 2025 bedraagt: 1.055.706,00 euro en de geconsolideerde gecorrigeerde autofinancieringsmarge in 2025 bedraagt: 956.553,00 euro.

        Artikel 4

        Het geconsolideerd beschikbaar budgettair resultaat in 2025 bedraagt: 6.384.304,00 euro.

        De geconsolideerde autofinancieringsmarge boekjaar in 2025 bedraagt: 1.055.706,00 euro en de geconsolideerde gecorrigeerde autofinancieringsmarge in 2025 bedraagt: 956.553,00 euro.

      • Meerjarenplan 2026 - 2031: Raad 04_12_2025 van het deel OCMW: goedkeuren

        Aanwezig: Hans Claerhout, raadslid-voorzitter
        Luc Derudder, burgemeester
        Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, schepenen
        Ilse Vervaeck, voorzitter BCSD
        Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, raadsleden
        Carl Vereecke, algemeen directeur
        aanleiding

        De gemeenteraad keurt het deel van meerjarenplan 2026 - 2031: Raad 04_12_2025 van het OCMW goed.

        juridische overwegingen

        Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 6 december 2024 houdende een verbeterende akte als gevolg van een arrest dat de verkiezingsuitslag wijzigt. 

        Besluit van 30 maart 2018 van de Vlaamse regering over de beleids- en beheerscyclus van de lokale [en de provinciale] besturen, het laatst gewijzigd bij besluit van 14 juli 2023.

        Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningen-stelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale [en de provinciale (ing. MB 12 september 2018, art. 1, I: 1 januari 2020)] besturen, het laatst gewijzigd bij ministerieel besluit van 8 december 2023 tot wijziging van het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen.

        Omzendbrief KBB/abb-2025/1 van 18 juli 2025 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheercyclus.

        Het gunstig visum VSM/2025/064 van 13 november 2025 van Siegfried Masschaele, financieel directeur.

        Gunstig advies van het managementteam van 21 oktober 2025.

        feiten, context, argumentatie

        Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur reikt oplossingen aan om een echt geïntegreerd lokaal sociaal beleid mogelijk te maken, met respect voor de verschillende rechtspersonen, die erbij betrokken zijn.

        Daaruit volgt dat de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW) een gezamenlijk meerjarenplan opstellen, dat door beide raden wordt vastgesteld.

        Op die manier kan een geïntegreerd lokaal sociaal beleid maximaal worden gerealiseerd: beide rechtspersonen hebben samen één doelstellingenboom, waarbij de doelstellingen van het OCMW en die van de gemeente vervlochten zijn.

        Ook het financiële evenwicht wordt beoordeeld voor de gemeente en het OCMW samen.

        Omdat elke rechtspersoon voor de eigen verplichtingen en verbintenissen blijft instaan, blijft in het meerjarenplan een duidelijk onderscheid bestaan tussen de kredieten van de gemeente en die van het OCMW.

        Dat komt tot uiting in het schema met het overzicht van de kredieten (schema M3), waarin de kredieten voor de gemeente en het OCMW apart worden opgenomen.

        Minstens een keer per jaar wordt het meerjarenplan aangepast, waarbij in elk geval de kredieten voor het volgende boekjaar worden vastgesteld.

        Als dat nodig is, kunnen daarbij ook de kredieten voor het lopende boekjaar worden aangepast.

        Daarnaast kan het meerjarenplan, als dat nodig is, ook worden aangepast om alleen de kredieten voor het lopende boekjaar aan te passen.

        Bij elke aanpassing van het meerjarenplan wordt het resultaat van de intussen vastgestelde jaarrekeningen verwerkt.

        De gemeente en het OCMW hebben een geïntegreerd meerjarenplan maar hebben wel nog hun eigen bevoegdheid voor de vaststelling ervan.

        Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moet eerst zijn eigen deel van het meerjarenplan vaststellen.

        Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld.

        De goedkeuring van de gemeenteraad is nodig omdat de gemeente de financiële gevolgen moet dragen van de keuzes, die de raad voor maatschappelijk welzijn maakt.

        Die besluitvorming kan het best als volgt verlopen:

        • de raad voor maatschappelijk welzijn stelt eerst zijn deel van de aanpassing meerjarenplan vast;
        • de gemeenteraad stelt vervolgens zijn deel van de aanpassing meerjarenplan vast;
        • de gemeenteraad keurt ten slotte het deel goed dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld.

        Het ontwerp van aanpassing meerjarenplan 3 bevat volgende documenten:

        • Strategische nota;
          • Beleidsverklaring 
          • Strategische nota - detail
        • Financiële nota:
          • Het financiële doelstellingenplan (M1);
          • De staat van het financieel evenwicht (M2);
          • Het overzicht van de kredieten (M3).
        • Toelichting:
          • Het overzicht ontvangsten en uitgaven volgens de beleisdomeinen(T1);
          • Het overzicht ontvangsten en uitgaven volgens de economische indeling ervan (T2);
          • Evolutie van de financiële schulden(T3);
          • Overzicht van de investeringen;
          • Beschrijving van de financiële risico's;
          • Overzicht van de personeelsinzet;
          • Beschrijving van de grondslagen en assumpties;
          • Verwijzing naar de plaats waar bijkomende documentatie beschikbaar is.
        Toelichting van de heer De Marez, 1ste schepen, en de heer Masschaele, financieel directeur.
        financiële impact

        niet van toepassing

        amendement

        niet van toepassing

        tussenkomsten

        niet van toepassing

        Publieke stemming
        Aanwezig: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, Carl Vereecke
        Voorstanders: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits
        Tegenstanders: Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez
        Resultaat: Met 12 stemmen voor, 7 stemmen tegen
        besluit

        Artikel 1 

        Het meerjarenplan 2026 - 2031: raad 04_12_2025 deel OCMW wordt goedgekeurd.

        Artikel 2

        Het budgettair resultaat van het boekjaar van het OCMW in 2026 bedraagt: - 1 467 854,00 euro.

        Het gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar van het OCMW in 2026 bedraagt: -1 927 478,00 euro en het gecumuleerd budgettair resultaat 2026 bedraagt: - 3 395 332,00 euro.

        Het beschikbaar budgettair resultaat van het OCMW in 2026  bedraagt - 3 395 3320 euro.

        Er zijn geen onbeschikbare gelden.

        De autofinancieringsmarge boekjaar van het OCMW in 2026 bedraagt:  - 1 098 845,00 euro.

        De kredieten van het OCMW voor het boekjaar 2026 worden vastgesteld.

        Soort krediet

        Totaal bedrag voor 2026

        Totaal exploitatie-uitgaven 

        7 733 303,00 euro

        Totaal exploitatie-ontvangsten

        6 868 785,00 euro

        Totaal investerings-uitgaven

        369 009,00 euro

        Totaal investerings-ontvangsten

        0,00 euro

        Totaal financierings-uitgaven

        234 327,00 euro

        Totaal financierings-ontvangsten

        0,00 euro

        Artikel 3

        Het geconsolideerd budgettair resultaat van het boekjaar in 2026 bedraagt: -1 631 464,00 euro.

        Het geconsolideerd gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar in 2026 bedraagt: 6 384 303,00 euro en het geconsolideerd gecumuleerd budgettair resultaat 2026 bedraagt: 4 752 839,00 euro.

        Er zijn geconsolideerd geen onbeschikbare gelden.

        De geconsolideerde autofinancieringsmarge boekjaar in 2026 bedraagt: 718 674,00 euro en de geconsolideerde gecorrigeerde autofinancieringsmarge in 2026 bedraagt: 639 870,00 euro.

        Artikel 4

        Het geconsolideerd beschikbaar budgettair resultaat in 2031 bedraagt: 3 356 189,00 euro.

        De geconsolideerde autofinancieringsmarge boekjaar in 2031 bedraagt: 729 220,00 euro en de geconsolideerde gecorrigeerde autofinancieringsmarge in 2031 bedraagt: 858 248,00 euro.

      • Meerjarenplan 2026 - 2031: Raad 04_12_2025 van het deel gemeente: vaststellen

        Aanwezig: Hans Claerhout, raadslid-voorzitter
        Luc Derudder, burgemeester
        Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, schepenen
        Ilse Vervaeck, voorzitter BCSD
        Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, raadsleden
        Carl Vereecke, algemeen directeur
        aanleiding

        De gemeenteraad stelt het deel van meerjarenplan 2026 - 2031: Raad 04_12_2025 van de gemeente vast.

        juridische overwegingen

        Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 6 december 2024 houdende een verbeterende akte als gevolg van een arrest dat de verkiezingsuitslag wijzigt. 

        Besluit van 30 maart 2018 van de Vlaamse regering over de beleids- en beheerscyclus van de lokale [en de provinciale] besturen, het laatst gewijzigd bij besluit van 14 juli 2023.

        Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningen-stelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale [en de provinciale (ing. MB 12 september 2018, art. 1, I: 1 januari 2020)] besturen, het laatst gewijzigd bij ministerieel besluit van 8 december 2023 tot wijziging van het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen.

        Omzendbrief KBB/abb-2025/1 van 18 juli 2025 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheercyclus.

        Gunstig visum met nummer VSM/2025/043 van 13 november 2025 van de heer Masschaele, financieel directeur.

        Gunstig advies van het managementteam van 21 oktober 2025.

        feiten, context, argumentatie

        Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur reikt oplossingen aan om een echt geïntegreerd lokaal sociaal beleid mogelijk te maken, met respect voor de verschillende rechtspersonen, die erbij betrokken zijn.

        Daaruit volgt dat de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW) een gezamenlijk meerjarenplan opstellen, dat door beide raden wordt vastgesteld.

        Op die manier kan een geïntegreerd lokaal sociaal beleid maximaal worden gerealiseerd: beide rechtspersonen hebben samen één doelstellingenboom, waarbij de doelstellingen van het OCMW en die van de gemeente vervlochten zijn.

        Ook het financiële evenwicht wordt beoordeeld voor de gemeente en het OCMW samen.

        Omdat elke rechtspersoon voor de eigen verplichtingen en verbintenissen blijft instaan, blijft in het meerjarenplan een duidelijk onderscheid bestaan tussen de kredieten van de gemeente en die van het OCMW.

        Dat komt tot uiting in het schema met het overzicht van de kredieten (schema M3), waarin de kredieten voor de gemeente en het OCMW apart worden opgenomen.

        Minstens een keer per jaar wordt het meerjarenplan aangepast, waarbij in elk geval de kredieten voor het volgende boekjaar worden vastgesteld.

        Als dat nodig is, kunnen daarbij ook de kredieten voor het lopende boekjaar worden aangepast.

        Daarnaast kan het meerjarenplan, als dat nodig is, ook worden aangepast om alleen de kredieten voor het lopende boekjaar aan te passen.

        Bij elke aanpassing van het meerjarenplan wordt het resultaat van de intussen vastgestelde jaarrekeningen verwerkt.

        De gemeente en het OCMW hebben een geïntegreerd meerjarenplan maar hebben wel nog hun eigen bevoegdheid voor de vaststelling ervan.

        Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moet eerst zijn eigen deel van het meerjarenplan vaststellen.

        Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld.

        De goedkeuring van de gemeenteraad is nodig omdat de gemeente de financiële gevolgen moet dragen van de keuzes, die de raad voor maatschappelijk welzijn maakt.

        Die besluitvorming kan het best als volgt verlopen:

        • de raad voor maatschappelijk welzijn stelt eerst zijn deel van de aanpassing meerjarenplan vast;
        • de gemeenteraad stelt vervolgens zijn deel van de aanpassing meerjarenplan vast;
        • de gemeenteraad keurt ten slotte het deel goed dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld.

        Het ontwerp van aanpassing meerjarenplan 3 bevat volgende documenten:

        • Strategische nota;
          • Beleidsverklaring
          • Strategische nota - detail
        • Financiële nota:
          • Het financiële doelstellingenplan (M1);
          • De staat van het financieel evenwicht (M2);
          • Het overzicht van de kredieten (M3).
        • Toelichting:
          • Het overzicht ontvangsten en uitgaven volgens de beleisdomeinen(T1);
          • Het overzicht ontvangsten en uitgaven volgens de economische indeling ervan (T2);
          • Evolutie van de financiële schulden(T3);
          • Overzicht van de investeringen;
          • Beschrijving van de financiële risico's;
          • Overzicht van de personeelsinzet;
          • Beschrijving van de grondslagen en assumpties;
          • Verwijzing naar de plaats waar bijkomende documentatie beschikbaar is.
        Toelichting van de heer De Marez, 1ste schepen, en de heer Masschaele, financieel directeur.
        financiële impact

        niet van toepassing

        amendement

        niet van toepassing

        tussenkomsten

        niet van toepassing

        Publieke stemming
        Aanwezig: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, Carl Vereecke
        Voorstanders: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits
        Tegenstanders: Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez
        Resultaat: Met 12 stemmen voor, 7 stemmen tegen
        besluit

        Artikel 1 

        Het meerjarenplan 2026 - 2031: raad 04_12_2025 deel gemeente wordt vastgesteld.

        Artikel 2

        Het budgettair resultaat van het boekjaar van gemeente in 2026 bedraagt:-163 610 euro.

        Het gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar van gemeente in 2026 bedraagt: 8 311 781euro en het gecumuleerd budgettair resultaat 2026 bedraagt: 8 148 171,00 euro.

        Het beschikbaar budgettair resultaat van gemeente in 2026  bedraagt 8 148 171,00 euro.

        Er zijn geen onbeschikbare gelden.

        De autofinancieringsmarge boekjaar van gemeente in 2026 bedraagt: 1 817 519,00 euro.

        De kredieten van gemeente voor het boekjaar 2026 worden vastgesteld.

        Soort krediet

        Totaal bedrag voor 2026

        Totaal exploitatie-uitgaven 

        11 225 546 euro

        Totaal exploitatie-ontvangsten

        13 688 942,00 euro

        Totaal investeringsuitgaven

        4 944 125,00 euro

        Totaal investeringsontvangsten

        2 768 468,00 euro

        Totaal financieringsuitgaven

        669 288,00 euro

        Totaal financieringsontvangsten

        217 939,00 euro

        Artikel 3

        Het geconsolideerd budgettair resultaat van het boekjaar in 2026 bedraagt: -1 631 464,00 euro.

        Het geconsolideerd gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar in 2026 bedraagt: 6 384 303,00 euro en het geconsolideerd gecumuleerd budgettair resultaat 2026 bedraagt: 4 752 839,00 euro.

        Er zijn geconsolideerd geen onbeschikbare gelden.

        De geconsolideerde autofinancieringsmarge boekjaar in 2026 bedraagt: 718 674,00 euro en de geconsolideerde gecorrigeerde autofinancieringsmarge in 2026 bedraagt: 639 870,00 euro.

        Artikel 4

        Het geconsolideerd beschikbaar budgettair resultaat in 2031 bedraagt: 3 356 189,00 euro.

        De geconsolideerde autofinancieringsmarge boekjaar in 2031 bedraagt:729 220,00 euro en de geconsolideerde gecorrigeerde autofinancieringsmarge in 2031 bedraagt: 858 248,00 euro.

      • Belastingreglement op woningen, die beschouwd worden als verwaarloosd of bouwvallig: vaststellen

        Aanwezig: Hans Claerhout, raadslid-voorzitter
        Luc Derudder, burgemeester
        Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, schepenen
        Ilse Vervaeck, voorzitter BCSD
        Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, raadsleden
        Carl Vereecke, algemeen directeur
        aanleiding

        Het besluit van de gemeenteraad van 19 december 2019 betreffende "belastingreglement op woningen, die beschouwd worden als verwaarloosd of bouwvallig: vaststellen" wordt opgeheven per 1 januari 2026.

        E-mailbericht van 12 september 2025 van de Woondienst Regio Izegem betreffende de heffingsreglementen leegstand, verwaarlozing, onbewoonbaar en ongeschikt en betreffende het conformiteitsattest.

        E-mailbericht van 22 oktober 2025 van de Woondienst Regio Izegem betreffende geannoteerde reglementen wonen.

        juridische overwegingen

        Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 6 december 2024 tot wijziging van artikel 6 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een verbeterende akte als gevolg van een arrest dat de verkiezingsuitslag wijzigt.

        Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, het laatst gewijzigd bij decreet van 3 mei 2024 tot wijziging van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

        Gecodificeerd decreet over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020 (citeeropschrift: "Vlaamse Codex Wonen van 2021"), laatst gewiijzigd bij decreet van 20 december 2024 houdende het programmadecreet bij de begroting 2025, meer bepaald Boek 1, deel 2, titel 4.

        Decreet  van 29 maart 2019 tot wijziging van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996, het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse decreten en besluiten van de Vlaamse Regering naar aanleiding van de codificatie van de decreten betreffende het Vlaamse woonbeleid.

        Decreet van 23 december 2016 houdende diverse fiscale bepalingen en bepalingen omtrent de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen.

        Koninklijk besluit van 10 april 1992 tot coördinatie van wettelijke bepalingen inzake inkomstenbelastingen [WIB 1992], het laatst gewijzigd bij decreet van 20 december 2024 houdende programmadecreet bij de begroting 2025.

        Koninklijk besluit van 27 augustus 1993 tot uitvoering van het wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, afgekort als “KB/WIB92”, het laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 17 juli 2023 houdende diverse bepalingen tot wijziging van het KB/WIB 92.

        Besluit van de gemeenteraad van 5 december 2019 betreffende belastingreglement op woningen, die beschouwd worden als verwaarloosd of bouwvallig: vaststellen.

        Lokaal WoonOverleg Oostrozebeke van 16 oktober 2025.

        feiten, context, argumentatie

        De gemeenteraad keurt het belastingreglement op verwaarlozing goed om verkrotting van woningen tegen te gaan en de kwaliteit van de woningvoorraad te verbeteren.

        De belasting stimuleert eigenaars om verwaarloosde panden op te knappen, wat leidt tot een mooier straatbeeld, een verhoogde woonkwaliteit, en het voorkomen van verloedering van de omgeving.

        Steden en gemeenten kunnen zelf de regels opstellen, zoals de tarieven en mogelijke vrijstellingen, die initiatief willen nemen of hebben genomen tot verbetering van de woonkwaliteit van hun woning, doch hiervoor meer tijd willen bekomen. 

        In de gemeente Oostrozebeke is er al meerdere jaren een belastingreglement van kracht op woningen, die beschouwd worden als verwaarloosd of bouwvallig.

        Doordat er vele tekstuele wijzigingen zijn wordt het bestaande reglement (van 5 december 2019) opgeheven en een nieuw reglement vastgesteld.

        Het nieuwe belastingsreglement werd op 16 oktober 2025 besproken op het lokaal woonoverleg Oostrozebeke.

        Toelichting door mevrouw Vervaeck, schepen.

        financiële impact

        De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie 111, budgetrekening 7375000.

        amendement

        niet van toepassing

        tussenkomsten

        niet van toepassing

        Publieke stemming
        Aanwezig: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, Carl Vereecke
        Voorstanders: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits
        Onthouders: Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez
        Resultaat: Met 12 stemmen voor, 7 onthoudingen
        besluit

        Artikel 1

        Voor een termijn vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een belasting geheven op woningen, die beschouwd worden als verwaarloosd of bouwvallig.

        Artikel 2

        Het belastingreglement op woningen, die beschouwd worden als verwaarloosd of bouwvallig wordt als volgt vastgesteld:

        INHOUDSTAFEL

        Artikel 1: Algemene bepalingen
        1.1. Definities
        1.2. Belastbare grondslag
        Artikel 2: Belastingplichtige
        2.1. Belastingplichtige
        2.2. Overdracht van zakelijk recht
        Artikel 3: Register
        3.1. Register
        3.2. Registratiedatum
        3.3. Wijze van registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen
        3.4. Betwisting van registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen
        3.5. Schrapping uit het register
        3.6. Betwisting weigering schrapping uit het register
        Artikel 4: Berekening van de belasting
        Artikel 5: Vrijstellingen
        Artikel 6: Inkohiering
        Artikel 7: Bezwaar tegen de belasting

        Artikel 1. ALGEMENE BEPALINGEN

        1.1.  Definities

        De volgende begrippen worden gebruikt:

        1. Administratie:

          De gemeentelijke administratieve eenheid en/of intergemeentelijke administratieve eenheid  die door het gemeentebestuur wordt belast met het beheer van het register bedoeld in art. 3.1.§1.

        2. Gebouw:

          Elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, dat niet beantwoordt aan de definitie van woning zoals bedoeld onder 6 en niet valt onder de toepassing van het decreet van 19 april 1995 en latere wijzigingen, houdende de maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.

          Een gebouw dat of een woning die in aanmerking komt voor inventarisatie in de zin van hoofdstuk II van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt nooit als een verwaarloosd gebouw of als een verwaarloosde woning beschouwd.

          De bedrijfsruimten die op grond van artikel 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten worden uitgesloten van de toepassing van voormeld decreet, worden onder de aldaar vermelde voorwaarden evenmin als verwaarloosde gebouwen of woningen in de zin van deze onderafdeling beschouwd.

        3. Registratiedatum:

          De datum, waarop het gebouw en/of woning voor de eerste maal in het register wordt opgenomen

        4. Renovatienota:

          Een nota die bestaat uit

          1. een overzicht van welke stedenbouwkundig niet vergunningsplichtige werken worden uitgevoerd met het oog op het wegwerken van de vastgestelde gebreken;
          2. een gedetailleerd tijdschema waarin wordt aangegeven binnen welke periode de werken zullen worden uitgevoerd;
          3. een kopie van de offertes of facturen waaruit blijkt dat de werken uitgevoerd zijn of uitgevoerd zullen worden;
          4. plan of schets en enkele foto’s van de bestaande toestand van het te renoveren gedeelte.
        5. Verwaarlozing/bouwvalligheid:

          • Een woning of gebouw wordt als geheel of gedeeltelijk verwaarloosd beschouwd wanneer de woning of het gebouw aan de structuur uitgesproken gebreken van algemene of beperkte omvang vertoont;
          • Dit houdt gebreken in aan private buitenruimten aan de woning of het gebouw of aan onder andere buitenmuren, voegwerk, schoorstenen, dakbedekking, dakgebinte, buiten-schrijnwerk, kroonlijst, dakgoten of glas;
          • Uitgesproken gebreken zijn algemeen, indien ze zich voordoen over meer dan de helft van de oppervlakte, de lengte of de breedte van de woning of het gebouw;
          • Gebreken zijn beperkt van omvang, indien ze zich voordoen over minder dan de helft van de oppervlakte, de lengte of de breedte van de woning of het gebouw;
          • Om als verwaarloosd te worden gekwalificeerd, moet er minstens sprake zijn van twee beperkte gebreken of één algemeen gebrek;
          • Er is echter steeds sprake van verwaarlozing wanneer het gebreken betreft die de stabiliteit of veiligheid van de woning of het gebouw in gevaar brengen of wanneer het woningen of gebouwen betreft die aangetast zijn door vochtindringing;
          • De verwaarlozing wordt vastgesteld in een technisch verslag.
        6. Woning:

          Elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.

        1.2.  Belastbare grondslag

        Er wordt voor de aanslagjaren 2026-2031 een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op woningen en gebouwen, die als verwaarloosd of bouwvallig beschouwd worden.

        Het register van verwaarloosde en bouwvallige gebouwen wordt opgemaakt en bijgehouden overeenkomstig de toepasselijke wettelijke, decretale en reglementaire bepalingen.

        Artikel 2. BELASTINGSPLICHTIGE

        2.1. Belastingplichtige

        §1.

        Als belastingplichtige wordt beschouwd de houder van één van de hierna vermelde zakelijke rechten met betrekking tot een gebouw en/of woning op het ogenblik van de opname in de in artikel 3.1. bedoelde register:

          • de volle eigendom;
          • het recht van opstal of van erfpacht;
          • het vruchtgebruik;
          • het recht van bewoning.

        In geval van overdracht onder levenden, wordt de hoedanigheid van eigenaar beoordeeld op de datum van de authentieke akte van de overdracht.

        Indien er een erfpacht of opstalrecht bestaat, is de belasting verschuldigd door de erfpachter of opstalhouder. In geval van vruchtgebruik, is de vruchtgebruiker belastingplichtig.

        In geval van recht van bewoning is de rechthebbende belastingplichtig.

        §2

        Zolang het gebouw, de woning en/of het perceel niet is geschrapt uit een gemeentelijke register, wordt de houder van een zakelijk recht, bedoeld in §1, op het ogenblik dat een nieuwe termijn van 12 maanden verstrijkt als belastingplichtige van de nieuwe belasting beschouwd.

        §3

        Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

        Ingeval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht, zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld

        2.2. Overdracht van zakelijk recht

        §1

        Degene die een zakelijk recht, zoals bedoeld in artikel 2.1., §1, overdraagt, moet de verkrijger ervan uiterlijk op het ogenblik van de overdracht van het zakelijk recht via een aangetekend schrijven en/of tegen ontvangstbewijs in kennis stellen van de opname van het gebouw, de woning en/of het perceel in het gemeentelijk register.

        §2

        Degene die het zakelijk recht overdraagt bezorgt binnen de maand na het verlijden van de notariële akte aan de administratie een kopie van de authentieke akte.

        Artikel 3. REGISTER

        3.1.    Register

        De administratie maakt een gemeentelijke register van verwaarloosde en bouwvallige gebouwen en/of woningen.

        3.2.    Registratiedatum

        §1

        De registratie van verwaarloosde en bouwvallige gebouwen en/of woningen gebeurt op de datum van de opmaak van de administratieve akte tot vaststelling van de verwaarlozing of bouwvalligheid.

        §2

        De registratie van gebouwen en/of woningen op percelen die door de Federale Overheidsdienst Financiën - Patrimoniumdocumentatie, gekwalificeerd worden als puin of krotwoning gebeurt op de datum van de opmaak van de administratieve akte tot vaststelling van de woning als puin of krotwoning.

        Deze gebouwen en/of woningen worden toegevoegd aan de lijst van verwaarloosde gebouwen en/of woningen.

        §3

        De administratie geeft de houder van het zakelijk recht bij aangetekend schrijven kennis van opname op de lijst van verwaarloosde of bouwvallige woningen of gebouwen.

        3.3. Wijze van registratie van verwaarloosde en bouwvallige woningen en gebouwen

        §1

        De ambtenaren van de administratie zijn bevoegd om de verwaarlozing of bouwvalligheid van een gebouw en/of woning op te sporen en vast te stellen aan de hand van het technisch verslag bijgevoegd als bijlage bij de brief met vermelding van de vaststelling.

        §2

        De houder van het zakelijk recht wordt bij aangetekend schrijven in kennis gesteld van deze vaststelling.

        §3 

        De houder van het zakelijk recht kan de vaststelling binnen 4 maanden na de kennisgeving betwisten en/of binnen dezelfde termijn aantonen dat het gebouw en /of woning niet (meer) verwaarloosd/bouwvallig is of het puin verwijderd is.

        §4 

        Wanneer de vaststelling niet werd betwist of de houder van het zakelijk recht er niet in slaagt de gebreken weg te werken, of het tegenbewijs te leveren, maakt de administratie een administratieve akte op van verwaarlozing/bouwvalligheid.

        Deze akte wordt aangetekend verstuurd aan de houder van het zakelijk recht.

        3.4. Betwisting van de vaststelling van verwaarlozing of bouwvalligheid

        §1

        De houder van het zakelijk recht kan de vaststelling van verwaarloosde of bouwvallige gebouwen en/of woningen binnen vier maanden na het ontvangen van de vaststelling van verwaarlozing of bouwvalligheid bij de administratie via aangetekende brief, tegen ontvangstbewijs of met een elektronisch aangetekende zending betwisten en met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, met uitzondering van de eed, het bewijs leveren dat een verwaarloosd of bouwvallig gebouw en/of de woning niet meer verwaarloosd is.

        Het beroepschrift wordt gedagtekend en ondertekend en bevat minimaal de volgende gegevens:

        1°/ de identiteit en het adres van de indiener;

        2°/ de aanwijzing van de administratieve akte en van het gebouw of de woning waarop het beroepschrift betrekking heeft;

        3°/ een of meer bewijsstukken die de vaststelling van verwaarlozing betwisten.

        §2

        De administratie registreert elk inkomend beroepschrift in het register en meldt de ontvangst ervan aan de indiener van het beroepschrift.

        De administratie toetst de ontvankelijkheid van het beroepschrift. Het beroepschrift is alleen onontvankelijk in één van de volgende gevallen:

        1°/   het beroepschrift is te laat ingediend of niet ingediend overeenkomstig de bepalingen in artikel 3.4.,§1;

        2°/   het beroepschrift gaat niet uit van een zakelijk gerechtigde of zijn vertegenwoordiger die houder is van de volle eigendom; het recht van opstal of van erfpacht; het vruchtgebruik;

        3°/   het beroepschrift is niet ondertekend.

        Als de administratie vaststelt dat het beroepschrift onontvankelijk is, deelt ze dat binnen een termijn van één maand na ontvangst van het beroepsschrift mee aan de indiener met vermelding dat de procedure als afgehandeld beschouwd wordt.

        §3

        De administratie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor de directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het een feitenonderzoek.

        3.5. Schrapping uit het register

        §1

        Gebouwen en/of woningen, die voorkomen op de lijst van verwaarloosde gebouwen en/of woningen worden geschrapt na opmaak van een controleverslag door de administratie dat bevestigt dat de opgelegde  werken uitgevoerd zijn.

        §2

        De percelen, die door de Federale Overheidsdienst Financiën - Patrimoniumdocumentatie, gekwalificeerd worden als puin of krotwoning worden geschrapt uit het register zodra het puin verwijderd is of de krotwoning gesloopt is.

        3.6. Betwisting weigering schrapping uit het register

        §1

        De houder van het zakelijk recht kan de weigering van schrapping uit het register van verwaarloosde en bouwvallige gebouwen en/of woningen binnen één maand na het ontvangen van de weigering bij de administratie via aangetekende brief, tegen ontvangstbewijs of met een elektronisch aangetekende zending betwisten en met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, met uitzondering van de eed, het bewijs leveren dat de weigering van schrapping onterecht is.

        Het beroepschrift wordt gedagtekend  en ondertekend en bevat minimaal de volgende gegevens:

        1°/ de identiteit en het adres van de indiener;

        2°/ de aanwijzing van de administratieve akte en van het gebouw of de woning, waarop het beroepschrift betrekking heeft;

        3°/ de motieven, waarop men zich beroept om de weigering tot schrapping aan te vechten en de bewijskrachtige documenten ter staving van die motieven

        §2

        De administratie registreert elk inkomend beroepschrift in het register van verwaarloosde gebouwen en/of woningen en meldt de ontvangst ervan aan de indiener van het beroepschrift.

        De administratie toetst de ontvankelijkheid van het beroepschrift. Het beroepschrift is alleen onontvankelijk in één van de volgende gevallen:

        1°/ het beroepschrift is te laat ingediend of  niet ingediend overeenkomstig de bepalingen in artikel 3.4.,§1;

        2°/ het beroepschrift gaat niet uit van een zakelijk gerechtigde of zijn vertegenwoordiger, die houder is van de volle eigendom, van het recht van opstal of van erfpacht of  van vruchtgebruik;

        3°/ het beroepschrift is niet ondertekend.

        Als de administratie vaststelt dat het beroepschrift onontvankelijk is, deelt ze die beslissing mee aan de indiener met vermelding dat de procedure als afgehandeld beschouwd wordt.

        §3

        De administratie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor de directe, eenvoudige vaststelling, of met een feitenonderzoek.

        Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek. 

        Artikel 4. BEREKENING VAN DE BELASTING

        De belasting wordt berekend als volgt :

        opname in het register : 

        825 euro

        eerste verjaardag van de registratiedatum:

        1.650 euro

        tweede verjaardag van de registratiedatum:

        2.475 euro

        derde verjaardag van de registratiedatum:

        3.300 euro

        vierde verjaardag van de registratiedatum:

        4.125 euro

        vijfde verjaardag van de registratiedatum:

        4.950 euro

         

        Op elke nieuwe verjaardag van de registratiedatum wordt de heffing verhoogd met 825 euro.

        De jaarlijkse belasting kan evenwel niet hoger zijn dan 20.625 euro.

        De belasting is ondeelbaar verschuldigd per registratiejaar.

        Artikel 5. VRIJSTELLINGEN

        De houder van een zakelijk recht, bedoeld in artikel 2, wordt vrijgesteld van belasting:

        Indien de woning of het gebouw  minder dan twee jaar in zijn bezit is, gedurende een periode van twee opeenvolgende jaren, volgend op de datum van de feitelijke eigendomsoverdracht (geregeld via authentieke akte of desgevallend via een verkoopovereenkomst, die meteen de volledige eigendomsoverdracht regelt).

        Deze vrijstelling geldt niet voor:

          • overdrachten aan vennootschappen die door de overdrager rechtstreeks of onrechtstreeks in rechten of feiten gecontroleerd worden;
          • als gevolg van een fusie, splitsing of andere overgang ten algemene titel.

        Er wordt in een periode van 10 jaar aan de belastingplichtige eenmalig een vrijstelling van maximaal 4 opeenvolgende jaren verleend voor de renovatie van een woning of gebouw.

        De renovatiewerken dienen aangetoond te worden aan de hand van ofwel een niet-vervallen omgevingsvergunning (in geval van vergunningsplichtige werken), ofwel een renovatienota.

        Zowel omgevingsvergunning als renovatienota dienen aangevuld te worden met een gedetailleerd tijdschema, waarin de fasering der werken wordt toegelicht.

        Uit die documenten moet duidelijk blijken dat de problematische toestand van de woning/het gebouw ten gronde zal worden aangepakt.

        De vrijstelling wordt verleend in schijven van één jaar op voorwaarde dat de werken ook effectief worden uitgevoerd.

        De eerste schijf van één jaar vangt aan op datum van ontvangst van de aanvraag van de vrijstelling. Indien de niet-vervallen omgevingsvergunning dateert van vóór de registratiedatum, zal de eerste éénjarige periode van vrijstelling aanvangen op de registratiedatum.

        De aanvraag van de tweede, derde en vierde  schijf dient via een schriftelijk en gemotiveerd verzoek aan de administratie te gebeuren, met opgave van een gedetailleerde stand van zaken der werkzaamheden, onder meer gestaafd aan de hand van foto’s.

        De aanvraag moet door de administratie ontvangen worden minstens 2 maanden vóór het verstrijken van de lopende vrijstelling.

        De administratie doet uitspraak over de een mogelijke verlenging van de vrijstelling binnen een termijn van 3 maanden na ontvangst van het vrijstellingsverzoek

        De administratie kan een plaatsbezoek eisen alvorens te beslissen.

        Indien dit plaatsbezoek geweigerd of verhinderd wordt of indien aan de administratie geen toegang tot het pand wordt verleend, zal de aanvraag geweigerd worden.

        Er wordt een éénmalige vrijstelling van 2 jaar verleend voor de sloop van een woning of gebouw.

        De voorgenomen sloop dient aangetoond te worden aan de hand van een niet-vervallen vergunning of voor niet-vergunningsplichtige sloopwerken aan de hand van een verklaring van de houder van het zakelijk recht.  

        Indien de niet-vervallen (sloop)vergunning  dateert van vóór de registratiedatum, dan zal de tweejarige periode van vrijstelling aanvangen op de registratiedatum.

        In het andere geval is de aanvangsdatum die van de stedenbouwkundige (sloop)vergunning of de datum van de verklaring van de houder van het zakelijk recht.

        Dossiers, die op 31 december 2025 een lopende vrijstelling van één jaar hebben op basis van dit artikel, krijgen een automatische verlenging van één jaar.

        Indien:

          1. de gebouwen en/of woningen binnen de grenzen liggen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan of waarvoor geen omgevingsvergunning meer wordt afgeleverd omdat een onteigeningsplan wordt voorbereid;
          2. de gebouwen en/of woningen, die krachtens het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads - en dorpsgezichten zijn beschermd als monument en waarvoor bij de bevoegde overheid een ontvankelijk verklaard restauratiepremiedossier is ingediend, gedurende de termijn van behandeling;
          3. de gebouwen en/of woningen, die getroffen zijn door een ramp en die zich heeft voorgedaan buiten de wil van de belastingsplichtige, gedurende een periode van 2 jaar volgend op de datum van de ramp;
          4. de gebouwen en/of woningendie onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kunnen worden omwille van een verzegeling of betredingsverbod in het kader van een strafrechterlijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure, waar de oorzaak buiten de wil ligt van de belastingplichtige, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt tot één jaar na het aflopen van de verzegeling of het betredingsverbod.

        Er wordt een vrijstelling van maximaal 5 opeenvolgende jaren verleend aan sociale woonmaatschappijen op voorwaarde dat ze aantonen dat ze een volledig renovatiedossier voor de geïnventariseerde woningen hebben ingediend bij de VMSW.

        Artikel 6. INKOHIERING

        §1.

        De aanslag gebeurt op basis van de gegevens waarover het College van burgemeester en schepenen beschikt.

        §2.

        De belasting wordt ingevorderd bij wijze van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het College van burgemeester en schepenen.

        §3.

        De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.

        Artikel 7: BEZWAAR TEGEN DE BELASTING

        §1.

        De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen tegen de belasting.  Het bezwaarschrift wordt behandeld in overeenstemming met het decreet van 30 mei2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

        §2.

        Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, gemotiveerd  en ondertekend.

        §3

        De indiening van het bezwaarschrift moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

        Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag volgend op de datum van verzending ervan.

        §4

        Het bezwaarschrift kan als volgt worden ingediend :

          • via e-mail : belastingen@oostrozebeke.be;
          • per post : college van burgemeester en schepenen, t.a.v. de dienst gemeentebelastingen, Ernest Brengierstraat, 6 te 8780 Oostrozebeke.

        Artikel 3

        De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.

        Het bezwaar moet schriftelijk bij het college van burgemeester en schepenen of via e-mail op het e-mailadres belastingen@oostrozebeke.be worden ingediend, ondertekend zijn en worden gemotiveerd.

        De indiening van het bezwaar moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.

        Het wordt gedagtekend en ondertekend door de eiser of zijn vertegenwoordiger en vermeldt:

        • de naam, hoedanigheid, het adres of zetel van de belastingschuldige;
        • het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en de middelen.

         

        De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden moet dit uitdrukkelijk vermelden in zijn bezwaar.

        Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding verzonden, binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening ervan naar enerzijds de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds de financieel directeur.

        Artikel 4

        Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn de bepalingen van titel VII, hoofdstukken 1, 3, 4, 6 tot en met 9bis van het wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit wetboek (betreft onder meer de verjaring en de vervolgingen) van toepassing, voor zover zij met name niet de belastingen op de inkomsten betreffen.

        Artikel 5

        Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2026.
      • Belastingsreglement op woningen, die beschouwd worden als ongeschikt of onbewoonbaar: vaststellen

        Aanwezig: Hans Claerhout, raadslid-voorzitter
        Luc Derudder, burgemeester
        Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, schepenen
        Ilse Vervaeck, voorzitter BCSD
        Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, raadsleden
        Carl Vereecke, algemeen directeur
        aanleiding

        Het besluit van de gemeenteraad van 19 december 2019 betreffende "Belastingsreglement op woningen die beschouwd worden als ongeschikt of onbewoonbaar: vaststellen", zoals gewijzigd bij besluit van de gemeenteraad van 4 februari 2021 betreffende "Belastingsreglement op woningen die beschouwd worden als ongeschikt of onbewoonbaar: hervaststellen" worden opgeheven per 1 januari 2026.

        E-mailbericht van 12 september 2025 van de Woondienst Regio Izegem betreffende de heffingsreglementen leegstand, verwaarlozing, onbewoonbaar en ongeschikt en betreffende het conformiteitsattest.

        E-mailbericht van 22 oktober 2025 van de Woondienst Regio Izegem betreffende geannoteerde reglementen wonen.

        juridische overwegingen

        Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 6 december 2024 tot wijziging van artikel 6 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een verbeterende akte als gevolg van een arrest dat de verkiezingsuitslag wijzigt, inzonderheid artikel 40, 285 tot 289 en 330.

        De gecoördineerde Grondwet, het laatst gewijzigd bij Grondwetwijziging van 12 juni 2025 betreffende de herziening van artikel 151, § 6, van de Grondwet teneinde de evaluatie van korpschefs in de magistratuur mogelijk te maken.

        Gecodificeerd decreet over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020 (citeeropschrift: "Vlaamse Codex Wonen van 2021"), laatst gewiijzigd bij decreet van 20 december 2024 houdende het programmadecreet bij de begroting 2025, meer bepaald Boek 1, deel 2, titel 4.

        Decreet  van 29 maart 2019 tot wijziging van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996, het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse decreten en besluiten van de Vlaamse Regering naar aanleiding van de codificatie van de decreten betreffende het Vlaamse woonbeleid.

        Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, het laatst gewijzigd bij decreet van 3 mei 2024 tot wijziging van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

        Decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit, laatst gewijzigd bij decreet van 20 december 2024 betreffende het programmadecreet bij de begroting 2025, meer bepaald artikel 2.5.1.0.1.

        Decreet van 23 december 2016 houdende fiscale bepalingen en bepalingen omtrent de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen, inzonderheid de hoofdstukken 6 en 8.

        Besluit van de gemeenteraad van 5 december 2019 betreffende het belastingreglement op woningen, die beschouwd worden als ongeschikt of onbewoonbaar: vaststellen, laatst gewijzigd bij besluit van 4 februari 2021 van de gemeenteraad betreffende het belastingsreglement op woningen die beschouwd worden als ongeschikt of onbewoonbaar: hervaststellen.

        Lokaal WoonOverleg Oostrozebeke van 16 oktober 2025.

        feiten, context, argumentatie

        De Vlaamse Codex Wonen van 2021 bundelt de regelgeving over het Vlaamse woonbeleid.

        De gemeenteraad keurt het belastingreglement op ongeschiktheid of onbewoonbaarheid goed om leegstand en verkrotting van woningen tegen te gaan en de kwaliteit van de woningvoorraad te verbeteren.

        De belasting stimuleert eigenaars om ongeschikte of onbewoonbare panden op te knappen, wat leidt tot een verhoogde woonkwaliteit, en het voorkomen van verloedering van de omgeving.

        Steden en gemeenten kunnen zelf de regels opstellen, zoals de tarieven en mogelijke vrijstellingen, die initiatief willen nemen of hebben genomen tot verbetering van de woonkwaliteit van hun woning, doch hiervoor meer tijd willen bekomen. 

        In de gemeente Oostrozebeke is er al meerdere jaren een belastingreglement van kracht op woningen, die beschouwd worden als ongeschikt of onbewoonbaar.

        Doordat er vele tekstuele wijzigingen zijn wordt het bestaande reglement (van 5 december 2019) opgeheven en een nieuw reglement vastgesteld.

        Het nieuwe belastingsreglement werd op 16 oktober 2025 besproken op het lokaal woonoverleg Oostrozebeke.

        Toelichting door mevrouw Vervaeck, schepen.

        financiële impact

        De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie 111, budgetrekening 0020-00/737 5000.

        amendement

        niet van toepassing

        tussenkomsten

        niet van toepassing

        Publieke stemming
        Aanwezig: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, Carl Vereecke
        Voorstanders: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits
        Onthouders: Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez
        Resultaat: Met 12 stemmen voor, 7 onthoudingen
        besluit

        Artikel 1

        Besluit van de gemeenteraad van 5 december 2019 betreffende het belastingreglement op woningen, die beschouwd worden als ongeschikt of onbewoonbaar: vaststellen, laatst gewijzigd bij besluit van 4 februari 2021 van de gemeenteraad betreffende het belastingsreglement op woningen die beschouwd worden als ongeschikt of onbewoonbaar: hervaststellen, wordt opgeheven.

        Artikel 2

        Het belastingreglement op woningen, die beschouwd worden als ongeschikt of onbewoonbaar wordt als volgt opnieuw vastgesteld:

        INHOUDSTAFEL

        Artikel 1: Algemene bepalingen
        1.1. Definities
        1.2. Belastbare grondslag
        Artikel 2: Belastingplichtige
        2.1. Belastingplichtige
        2.2. Overdracht van zakelijk recht
        Artikel 3: Berekening van de belasting
        Artikel 4: Vrijstellingen
        Artikel 5: Inkohiering
        Artikel 6: Bezwaar tegen de belasting

        Artikel 1. ALGEMENE BEPALINGEN

        1.1.  Definities

        De volgende begrippen worden gebruikt:

        1. Administratie:
          De gemeentelijke administratieve eenheid en/of intergemeentelijke administratieve eenheid,  die door het gemeentebestuur wordt belast met de uitvoering van dit reglement.
        2. Gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen:
          De inventaris vermeld in de Vlaamse Codex Wonen van 2021, in de artikelen 3.19. tot en met 3.23.
          Gebreken, die worden vastgesteld tijdens een woningonderzoek worden volgens de Vlaamse Codex Wonen onderverdeeld in volgende categorieën:
          • Categorie I :kleine gebreken die de levensomstandigheden van de bewoners negatief beïnvloeden of die potentieel kunnen uitgroeien tot ernstige gebreken.
            Wanneer 7 gebreken van categorie I worden vastgesteld, wordt een gebrek van categorie II toegekend, omdat een aanzienlijk aantal kleine gebreken de woningkwaliteit toch ernstig kunnen aantasten. Dit gebrek van categorie II komt bovenop de gebreken van categorie I;
          • Categorie II ernstige gebreken die de levensomstandigheden van de bewoners negatief beïnvloeden maar die geen direct gevaar vormen voor hun veiligheid of gezondheid, waardoor de woning niet in aanmerking zou komen voor bewoning;
          • Categorie III ernstige gebreken die mensonwaardige levensomstandigheden veroorzaken of die een direct gevaar vormen voor de veiligheid of de gezondheid van de bewoners, waardoor de woning niet in aanmerking komt voor bewoning.
        3. Inventarisatiedatum:
          De datum waarop het gebouw en/of woning voor de eerste maal in de inventaris wordt opgenomen.
        4. Ongeschikte woning: een woning, die niet beantwoordt aan de veiligheid-, gezondheid- of kwaliteitsnormen, zoals vermeld in artikel 1.3.§1, 35° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
        5. Onbewoonbare woning: een woning, die niet beantwoordt aan de veiligheid-, gezondheid- of kwaliteitsnormen, zoals vermeld in artikel 1.3.§1, 33° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
        6. Renovatienota:
          Een nota, die bestaat uit
          1. een overzicht van welke niet vergunningsplichtige werken worden uitgevoerd met het oog op het wegwerken van de vastgestelde gebreken;
          2. een gedetailleerd tijdschema, waarin wordt aangegeven binnen welke periode de werken zullen worden uitgevoerd;
          3. een kopie van de offertes of facturen, waaruit blijkt dat de werken uitgevoerd zijn of uitgevoerd zullen worden;
          4. plan of schets en enkele foto’s van de bestaande toestand van het te renoveren gedeelte.
        7. Woning:
          Elk onroerend goed of deel ervan, dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande, zoals vermeld in artikel 1.3.§1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

        1.2.  Belastbare grondslag

        Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op ongeschikte en onbewoonbare woningen, die voorkomen op de Gewestelijke inventaris.

        Artikel 2. BELASTINGSPLICHTIGE

        2.1. Belastingplichtige

        §1.

        Als belastingplichtige wordt beschouwd de houder van één van de hierna vermelde zakelijke rechten met betrekking tot een woning op het ogenblik van de opname in de gewestelijke inventaris:

        • de volle eigendom;
        • het recht van opstal of van erfpacht;
        • het vruchtgebruik.
        • Het recht van bewoning

        In geval van overdracht onder levenden wordt de hoedanigheid van eigenaar beoordeeld op de datum van de authentieke akte van de overdracht.

        Indien er een erfpacht of opstalrecht bestaat, is de belasting verschuldigd door de erfpachter of opstalhouder. In geval van vruchtgebruik is de vruchtgebruiker belastingplichtige. In geval van recht van bewoning is de rechthebbende belastingplichtige.

        §2

        Zolang de woning niet is geschrapt uit de gewestelijke inventaris, wordt de houder van een zakelijk recht, bedoeld in §1, op het ogenblik dat een nieuwe termijn van 12 maanden verstrijkt als belastingplichtige van de nieuwe belasting beschouwd.

        §3

        Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingsschuld.

        Ingeval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht, zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingsschuld.

        2.2. Overdracht van zakelijk recht

        §1

        Degene, die een zakelijk recht, zoals bedoeld in 2.1., §1, overdraagt, moet de verkrijger ervan uiterlijk op het ogenblik van de overdracht van het zakelijk recht via een aangetekend schrijven en/of tegen ontvangstbewijs in kennis stellen van de opname van het de woning in de gewestelijke inventaris.

        §2

        Degene, die het zakelijk recht overdraagt bezorgt binnen de maand na het verlijden van de notariële akte aan de administratie een kopie van de authentieke akte of een ingevuld en ondertekend formulier “Kennisgeving van de overdracht van het zakelijk recht op een geïnventariseerd pand”.

        Artikel 3. BEREKENING VAN DE BELASTING

        De belasting wordt berekend als volgt :

        opname in de inventaris : 

        1.650 euro

        eerste verjaardag van de inventarisatiedatum:

        2.475 euro

        tweede verjaardag van de inventarisatiedatum:

        3.300 euro

        derde verjaardag van de inventarisatiedatum:

        4.125 euro

        vierde verjaardag van de inventarisatiedatum:

        4.950 euro

        vijfde verjaardag van de inventarisatiedatum:

        5.775 euro

         

        Op elke nieuwe verjaardag van de registratiedatum wordt de heffing verhoogd met 825 euro.

        De jaarlijkse belasting kan evenwel niet hoger zijn dan 20.625 euro.

        De belasting is ondeelbaar verschuldigd per registratiejaar.

        Artikel 4. VRIJSTELLINGEN

        De houder van een zakelijk recht, bedoeld in artikel 2, wordt vrijgesteld van belasting:

        Indien hij de woning volledig en uitsluitend gebruikt als zijn hoofdverblijfplaats en hij over geen andere woning beschikt.

        Deze vrijstelling geldt gedurende twee opeenvolgende jaren, op voorwaarde dat er geen gebrek van categorie III en er geen acuut gevaar is voor de bewoner en omwonenden/omgeving, en dat die enige eigendom ook door de eigenaar zelf effectief wordt bewoond.

        Deze vrijstelling gaat in op de inventarisatiedatum.

        Indien de woning minder dan twee jaar in zijn bezit is, gedurende een periode van twee opeenvolgende jaren volgend op de datum van de feitelijke eigendomsoverdracht (geregeld via authentieke akte of desgevallend via een verkoopsovereenkomst die meteen de volledige eigendomsoverdracht regelt).

        Deze vrijstelling geldt niet 

        • voor overdrachten aan vennootschappen die door de overdrager rechtstreeks of onrechtstreeks in rechten of feiten gecontroleerd worden
        • als gevolg van een fusie, splitsing of andere overgang ten algemene titel

        Er wordt  in een periode van 10 jaar aan de belastingplichtige eenmalig een vrijstelling van maximaal 4 opeenvolgende jaren verleend voor de renovatie van een woning.

        De renovatiewerken dienen aangetoond te worden aan de hand van ofwel een niet-vervallen omgevingsvergunning (in geval van vergunningsplichtige werken), ofwel een renovatienota.

        Zowel omgevingsvergunning als renovatienota dienen aangevuld te worden met een gedetailleerd tijdschema, waarin de fasering der werken wordt toegelicht.

        Uit die documenten moet duidelijk blijken dat de problematische toestand van de woning ten gronde zal worden aangepakt.

        De vrijstelling wordt verleend in schijven van één jaar op voorwaarde dat de werken ook effectief worden uitgevoerd.

        De eerste schijf van één jaar vangt aan op datum van ontvangst van de aanvraag van de vrijstelling.

        Indien de niet-vervallen omgevingsvergunning dateert van voor de inventarisatiedatum, zal de eerste éénjarige periode van vrijstelling aanvangen op de inventarisatiedatum.

        De aanvraag van de tweede, derde en vierde schijf dient via een schriftelijk en gemotiveerd verzoek aan de administratie te gebeuren met opgave van een gedetailleerde stand van zaken der werkzaamheden, onder meer gestaafd aan de hand van foto’s. De aanvraag moet door de administratie ontvangen worden minstens 2 maanden voor het verstrijkende van de lopende vrijstelling.

        De administratie doet uitspraak over de een mogelijke verlenging van de vrijstelling binnen een termijn van 3 maanden na ontvangst van het vrijstellingsverzoek

        De administratie kan een plaatsbezoek eisen alvorens te beslissen. Indien dit plaatsbezoek geweigerd of verhinderd wordt of indien aan de administratie geen toegang tot het pand wordt verleend, zal de aanvraag geweigerd worden.

        Er wordt een éénmalige vrijstelling van 2 jaar verleend voor de sloop van een woning.

        De voorgenomen sloop dient aangetoond te worden aan de hand van een niet-vervallen vergunning, of voor niet-vergunningsplichtige sloopwerken aan de hand van een verklaring van de houder van het zakelijk recht.

        Indien de niet-vervallen (sloop)vergunning  dateert van voor de inventarisatiedatum, dan zal de éénjarige tweejarige periode van vrijstelling aanvangen op de inventarisatiedatum.

        In het andere geval is de aanvangsdatum, die van de (sloop)vergunning of de datum van de verklaring van de houder van het zakelijk recht.

        Dossiers die op 31 december 2025 een lopende vrijstelling van één jaar hebben op basis van dit artikel krijgen een automatische verlenging van één jaar.

        Indien:

        1. de woningen binnen de grenzen liggen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan of waarvoor geen omgevingsvergunning meer wordt afgeleverd omdat een onteigeningsplan wordt voorbereid;
        2. de woningen, die krachtens het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads - en dorpsgezichten zijn beschermd als monument en waarvoor bij de bevoegde overheid een ontvankelijk verklaard restauratiepremiedossier is ingediend, gedurende de termijn van behandeling;
        3. de gebouwen en/of woningen, die getroffen zijn door een ramp en die zich heeft voorgedaan buiten de wil van de belastingsplichtige, gedurende een periode van 2 jaar volgend op de datum van de ramp;
        4. de gebouwen en/of woningen, die onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kunnen worden omwille van een verzegeling of betredingsverbod in het kader van een strafrechterlijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure, waar de oorzaak buiten de wil ligt van de belastingplichtige, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt tot één jaar na het aflopen van de verzegeling of het betredingsverbod.

        Er wordt een vrijstelling van maximaal 5 opeenvolgende jaren verleend aan sociale woonmaatschappijen op voorwaarde dat ze aantonen dat ze een volledig renovatiedossier voor de geïnventariseerde woningen hebben ingediend bij de VMSW.

        Voor woningen die vóór 1/1/2020 opgenomen werden op de gewestelijke inventaris gaat deze vrijstelling in op de eerstvolgende verjaardag van de inventarisatiedatum.

        Artikel 5. INKOHIERING

        §1.

        De aanslag gebeurt op basis van de gegevens waarover het college van burgemeester en schepenen beschikt.

        §2.

        De belasting wordt ingevorderd bij wijze van een kohier, dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

        §3.

        De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.

        Artikel 6. BEZWAAR TEGEN DE BELASTING

        §1.

        De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen tegen de belasting.  Het bezwaarschrift wordt behandeld in overeenstemming met het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

        §2.

        Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, gemotiveerd en ondertekend.

        §3

        De indiening van het bezwaarschrift moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

        Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag volgend op de datum van verzending ervan.

        §4

        Het bezwaarschrift kan als volgt worden ingediend :

        • via e-mail : belastingen@oostrozebeke.be;
        • per post : college van burgemeester en schepenen, t.a.v. de dienst gemeentebelastingen, Ernest Brengierstraat, 6 te 8780 Oostrozebeke.

        Artikel 3

        De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.

        Het bezwaar moet schriftelijk bij het college van burgemeester en schepenen of via e-mail op het e-mailadres belastingen@oostrozebeke.be worden ingediend, ondertekend zijn en worden gemotiveerd.

        De indiening van het bezwaar moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.

        Het wordt gedagtekend en ondertekend door de eiser of zijn vertegenwoordiger en vermeldt:

        • de naam, hoedanigheid, het adres of zetel van de belastingschuldige;
        • het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en de middelen.

        De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger, die wenst gehoord te worden moet dit uitdrukkelijk vermelden in zijn bezwaar;

        Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding verzonden, binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening ervan naar enerzijds de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds de financieel directeur.

        Artikel 4

        Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2026.

      • Belastingreglement op woningen, die beschouwd worden als leegstaand of onafgewerkt: vaststellen

        Aanwezig: Hans Claerhout, raadslid-voorzitter
        Luc Derudder, burgemeester
        Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, schepenen
        Ilse Vervaeck, voorzitter BCSD
        Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, raadsleden
        Carl Vereecke, algemeen directeur
        aanleiding

        Het besluit van de gemeenteraad van 5 december 2019 betreffende belastingreglement op woningen die beschouwd worden als leegstaand of onafgewerkt: vaststellen wordt opgeheven per 1 januari 2026.

        E-mailbericht van 12 september 2025 van de Woondienst Regio Izegem betreffende de heffingsreglementen leegstand, verwaarlozing, onbewoonbaar en ongeschikt en betreffende het conformiteitsattest.

        E-mailbericht van 22 oktober 2025 van de Woondienst Regio Izegem betreffende geannoteerde reglementen wonen.

        juridische overwegingen

        Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 6 december 2024 tot wijziging van artikel 6 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een verbeterende akte als gevolg van een arrest dat de verkiezingsuitslag wijzigt, inzonderheid artikel 40, 285 tot 289 en 330.

        Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, het laatst gewijzigd bij decreet van 3 mei 2024 tot wijziging van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

        Gecodificeerd decreet over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020 (citeeropschrift: "Vlaamse Codex Wonen van 2021"), laatst gewiijzigd bij decreet van 20 december 2024 houdende het programmadecreet bij de begroting 2025, meer bepaald Boek 1, deel 2, titel 4.

        Decreet van 23 december 2016 houdende diverse fiscale bepalingen en bepalingen omtrent de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen.

        Decreet  van 29 maart 2019 tot wijziging van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996, het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse decreten en besluiten van de Vlaamse Regering naar aanleiding van de codificatie van de decreten betreffende het Vlaamse woonbeleid.

        Koninklijk besluit van 10 april 1992 tot coördinatie van wettelijke bepalingen inzake inkomstenbelastingen [WIB 1992], het laatst gewijzigd bij decreet van 20 december 2024 houdende programmadecreet bij de begroting 2025.

        Koninklijk besluit van 27 augustus 1993 tot uitvoering van het wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, afgekort als “KB/WIB92”, het laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 17 juli 2023 houdende diverse bepalingen tot wijziging van het KB/WIB 92.

        Besluit van de gemeenteraad van 5 december 2019 betreffende belastingreglement op woningen, die beschouwd worden als leegstaand of onafgewerkt: vaststellen.

        Lokaal WoonOverleg Oostrozebeke van 16 oktober 2025.

        feiten, context, argumentatie

        De gemeenteraad keurt het belastingreglement op leegstand goed om leegstand van woningen of niet afgewerkte woningen tegen te gaan en om de woningvoorraad zoveel als mogelijk te laten benutten.

        De belasting stimuleert eigenaars om hun panden te verhuren of te verkopen of af te werken, hetgeen leidt tot een mooier straatbeeld en het voorkomen van verloedering van de omgeving.

        Steden en gemeenten kunnen zelf de regels opstellen, zoals de tarieven en mogelijke vrijstellingen, die initiatief willen nemen of hebben genomen om leegstand van hun woning te vermijden, doch hiervoor meer tijd willen bekomen. 

        In de gemeente Oostrozebeke is er al meerdere jaren een belastingreglement van kracht op woningen en gebouwen, die beschouwd worden als leegstaand.

        Doordat er vele tekstuele wijzigingen zijn wordt het bestaande reglement (van 5 december 2019) opgeheven en een nieuw reglement vastgesteld.

        Het nieuwe belastingsreglement werd op 16 oktober 2025 besproken op het lokaal woonoverleg Oostrozebeke.

        Toelichting door mevrouw Vervaeck, schepen.

        financiële impact

        De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie 111, budgetrekening 7374000.

        amendement

        niet van toepassing

        tussenkomsten

        niet van toepassing

        Publieke stemming
        Aanwezig: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, Carl Vereecke
        Voorstanders: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits
        Onthouders: Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez
        Resultaat: Met 12 stemmen voor, 7 onthoudingen
        besluit

        Artikel 1

        Voor een termijn vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een belasting geheven op woningen, die beschouwd worden als leegstaand of onafgewerkt.

        Artikel 2

        Het belastingreglement op woningen die beschouwd worden als leegstaand of onafgewerkt wordt als volgt vastgesteld:

        INHOUDSTAFEL

        Artikel 1: Algemene bepalingen
        1.1. Definities
        1.2. Belastbare grondslag
        Artikel 2: Belastingplichtige
        2.1. Belastingplichtige
        2.2. Overdracht van zakelijk recht
        Artikel 3. Register
        3.1. Register
        3.2. Registratiedatum
        3.3. Wijze van registratie van leegstaande en onafgewerkte woningen en gebouwen
        3.4. Betwistingen registratie leegstand en onafgewerktheid
        3.5. Schrapping uit het register
        3.6. Betwisting weigering schrapping uit het register
        Artikel 4: Berekening van de belasting
        Artikel 5: Vrijstellingen
        Artikel 6: Inkohiering
        Artikel 7: Bezwaar tegen de belasting

        Artikel 1. ALGEMENE BEPALINGEN

        1.1.  Definities

        De volgende begrippen worden gebruikt:

        1. Administratie:
          De gemeentelijke administratieve eenheid en/of intergemeentelijke administratieve eenheid  die door het gemeentebestuur wordt belast met het beheer van het register bedoeld in art. 3.1.§1
        2. Gebouw:
          Elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
        3. Registratiedatum:
          De datum waarop het gebouw en/of woning voor de eerste maal in het register wordt opgenomen
        4. Leegstaand gebouw:
          • een gebouw dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Daarbij wordt geen rekening gehouden met de woningen, die deel uitmaken van het gebouw. De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij een gebouw, waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is, of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
          • een gebouw, dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, zoals bedoeld in artikel 2 van het decreet van 19 april 1995 en latere wijzigingen houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is.
            Een gebouw dat of een woning die in aanmerking komt voor inventarisatie in de zin van hoofdstuk II van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt nooit als een leegstaand gebouw of als een leegstaande woning beschouwd.
            De bedrijfsruimten die op grond van artikel 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten worden uitgesloten van de toepassing van voormeld decreet, worden onder de aldaar vermelde voorwaarden evenmin als leegstaande gebouwen of woningen in de zin van deze afdeling beschouwd.
        5. Leegstaande woning:
          Een woning wordt als leegstaand beschouwd wanneer zij gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met:
          1. hetzij de woonfunctie, die blijkt uit een omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, die voor die woning is uitgereikt. Bij een woning waarvoor er geen vergunning of melding is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt de functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning dat voorafging aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden;
          2. hetzij elke andere bij gemeentelijke verordening omschreven functie die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich mee brengt.
        6. Onafgewerkte woning of gebouw:
          Conform artikel 2.10., §3 van de VCW (Vlaamse Codex Wonen) wordt een nieuw gebouw of een nieuwe woning als onafgewerkt/leegstaand beschouwd binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning.
        7. Renovatienota:
          Een nota die bestaat uit
          1. een overzicht van de niet vergunningsplichtige werken, die worden uitgevoerd met het oog op het wegwerken van de vastgestelde gebreken;
          2. een gedetailleerd tijdschema, waarin wordt aangegeven binnen welke periode de werken zullen worden uitgevoerd;
          3. een kopie van de offertes of facturen, waaruit blijkt dat de werken uitgevoerd zijn of uitgevoerd zullen worden;
          4. plan of schets en enkele foto’s van de bestaande toestand van het te renoveren gedeelte.
        8. Woning:
          Elk onroerend goed of deel ervan, dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.

        1.1.  Belastbare grondslag

        Er wordt voor de aanslagjaren 2026 – 2031 een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op woningen en gebouwen, die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het leegstandsregister. Het leegstandsregister wordt opgemaakt en bijgehouden overeenkomstig de toepasselijke wettelijke, decretale en reglementaire bepalingen. 

        Artikel 2. BELASTINGPLICHTIGE

        2.1. Belastingplichtige

        §1.

        Als belastingplichtige wordt beschouwd de houder van één van de hierna vermelde zakelijke rechten met betrekking tot een gebouw en/of woning op het ogenblik van de opname in het in art. 3.1.§1 bedoeld register:

        • de volle eigendom;
        • het recht van opstal of van erfpacht;
        • het vruchtgebruik;
        • het recht van bewoning.

        In geval van overdracht onder levenden wordt de hoedanigheid van eigenaar beoordeeld op de datum van de authentieke akte van overdracht.

        Indien er een erfpacht of opstalrecht bestaat, is de belasting verschuldigd door de erfpachter of opstalhouder. In geval van vruchtgebruik, is de vruchtgebruiker belastingplichtige. In geval van recht van bewoning is de rechthebbende belastingplichtige.

        §2

        Zolang het gebouw en/of de woning niet is geschrapt uit het gemeentelijk register, wordt de houder van een zakelijk recht, bedoeld in §1, op het ogenblik dat een nieuwe termijn van 12 maanden verstrijkt als belastingplichtige van de nieuwe belasting beschouwd.

        §3

        Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

        Ingeval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht, zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

        2.2. Overdracht van zakelijk recht

        §1

        Degene, die een zakelijk recht zoals bedoeld in artikel 2.1. §1, overdraagt, moet de verkrijger ervan uiterlijk op het ogenblik van de overdracht van het zakelijk recht via een aangetekend schrijven en/of tegen ontvangstbewijs in kennis stellen van de opname van het gebouw de woning in het gemeentelijk register.

        §2

        Degene, die het zakelijk recht overdraagt, bezorgt binnen de maand na het verlijden van de notariële akte aan de administratie een kopie van de authentieke akte.

        Artikel 3.  REGISTER

        3.1. Register

        § 1

        De administratie maakt een gemeentelijk register van leegstaande of onafgewerkte gebouwen en/of woningen.

        §2

        Een woning of gebouw, die al voorkomt op de gewestelijke inventaris van ongeschikte en/of onbewoonbaar verklaarde gebouwen en/of woningen kan niet worden opgenomen op het register zoals bedoeld onder artikel 3.1.§1

        3.2. Registratiedatum

        De registratie van de leegstaande of onafgewerkte woningen, de geheel of gedeeltelijk leegstaande of onafgewerkte gebouwen of entiteiten in gebouwen voor economische doeleinden,  alsook  de leegstaande woningen in gebouwen gebeurt op de datum van de opmaak van de administratieve akte tot vaststelling van de leegstand of onafgewerktheid.

        3.3. Wijze van registratie van leegstaande en onafgewerkte woningen en gebouwen

        §1

        Het vermoeden van leegstand of onafgewerktheid van de leegstaande woningen, de geheel of gedeeltelijk leegstaande gebouwen of entiteiten in gebouwen voor economische doeleinden alsook de leegstaande woningen in gebouwen gebeurt niet limitatief op basis van:

        • het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister;
        • de onmogelijkheid om het gebouw te betreden, bvb. door een geblokkeerde toegang;
        • het ontbreken van een aangifte als tweede verblijf;
        • het langdurig aanbieden van het gebouw of de woning als “te huur” of “te koop”;
        • het ontbreken van aansluitingen op nutsvoorzieningen;
        • het vermoeden van een dermate laag verbruik van de nutsvoorzieningen dat een gebruik overeenkomstig de woonfunctie of het normale gebruik van het gebouw kan worden uitgesloten;
        • het vermoeden van het gebruik van een woonentiteit enkel als domicilieadres;
        • getuigenissen;
        • het ontbreken van een vestiging-/ondernemingsnummer in de Kruispuntbank van Ondernemingen, dit geldt enkel voor leegstaande gebouwen;
        • het ontbreken van een neergelegde jaarrekening x-1 in het jaar x van de feitelijke opname van de onderneming die gevestigd is op het adres van het te inventariseren pand, dit geldt enkel voor leegstaande gebouwen;
        • het vaststellen van een dermate lage economische activiteit voor de handelsfunctie van het gebouw;
        • het ontbreken van aangeduide openingsuren die duidelijk maken aan de consument wanneer er klanten terecht kunnen.

        Alle elementen die de leegstand of onafgewerktheid  staven worden opgenomen in het verslag  tot vaststelling van de leegstand en onafgewerktheid bijgevoegd als bijlage bij de administratieve akte vermeld onder §2 van dit artikel.

        §2

        De administratie is bevoegd om leegstand van een gebouw en/of woning op te sporen en in een administratieve akte vast te stellen, aan de hand van het verslag vermeld in §1 van dit artikel.  De door het college van burgemeester en schepenen of het beslissingsorgaan van de intergemeentelijke administratieve eenheid met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

        §3

        De houder van het zakelijk recht wordt bij aangetekend schrijven in kennis gesteld van de opname op de lijst van leegstaande of onafgewerkte gebouwen en/of woningen middels een administratieve akte.

        3.4. Betwistingen registratie leegstand en onafgewerktheid

        §1

        De houder van het zakelijk recht kan de vaststelling van leegstand of onafgewerktheid binnen één maand na het ontvangen van de administratieve akte van leegstand of onafgewerktheid bij de administratie via aangetekende brief , tegen ontvangstbewijs of met een elektronisch aangetekende zending betwisten en met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, met uitzondering van de eed, het bewijs leveren dat een leegstaand gebouw en/of de woning effectief gebruikt wordt.

        Het beroepschrift wordt gedagtekend en ondertekend en bevat minimaal de volgende gegevens:

        1. de identiteit en het adres van de indiener;
        2. de aanwijzing van de administratieve akte en van het gebouw of de woning waarop het beroepschrift betrekking heeft;
        3. een of meer bewijsstukken die de vaststelling van leegstand of onafgewerktheid betwisten.

        §2

        De administratie registreert elk inkomend beroepschrift in het leegstandsregister en meldt de ontvangst ervan aan de indiener van het beroepschrift.

        De administratie toetst de ontvankelijkheid van het beroepschrift.

        Het beroepschrift is alleen onontvankelijk in één van de volgende gevallen:

        1. het beroepschrift is te laat ingediend of niet ingediend overeenkomstig de bepalingen in artikel 3.4.§1;
        2. het beroepschrift gaat niet uit van een zakelijk gerechtigde of zijn vertegenwoordiger, die houder is van de volle eigendom, het recht van opstal of van erfpacht, het vruchtgebruik;
        3. het beroepschrift is niet ondertekend.

        Als de administratie vaststelt dat het beroepschrift onontvankelijk is, deelt ze dat binnen een termijn van één maand na ontvangst van het beroepsschrift mee aan de indiener met vermelding dat de procedure als afgehandeld beschouwd wordt.

        §3

        De administratie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor de directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor een feitenonderzoek.

        §4

        Wanneer de vaststelling niet werd betwist of het beroepschrift onontvankelijk of ongegrond is, neemt de administratie het gebouw en/of de woning op in het gemeentelijk register op de datum van de administratieve akte.

        3.5. Schrapping uit het register

        §1

        Een woning of gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een zakelijk gerechtigde bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden,

        te rekenen van datum van bewoning of ingebruikname.

        De schrapping vindt plaats op datum van :

        • effectieve bewoning van de woning;
        • na in gebruik name van het gebouw;
        • na een definitief geworden en uitgevoerde functiewijziging van het gebouw;
        • of na beëindiging van de onafgewerktheid;
        • de totale sloop van de woning of het gebouw en verwijdering van alle (bouw)afval op het perceel.

        §2

        Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de zakelijk gerechtigde een gemotiveerd verzoek aan de administratie op de wijze vermeld in artikel 3.4., §1.

        3.6. Betwisting weigering schrapping uit het register

        §1

        De houder van het zakelijk recht kan de weigering van schrapping uit het register van leegstand of onafgewerktheid binnen één maand na het ontvangen van de weigering bij de administratie via aangetekende brief, tegen ontvangstbewijs of met een elektronisch aangetekende zending betwisten en met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, met uitzondering van de eed, het bewijs leveren dat de weigering van schrapping onterecht is.

        Het beroepschrift wordt gedagtekend en ondertekend en bevat minimaal de volgende gegevens:

        1. de identiteit en het adres van de indiener;
        2. de aanwijzing van de administratieve akte en van het gebouw of de woning waarop het beroepschrift betrekking heeft;
        3. de motieven waarop men zich beroept om de weigering tot schrapping aan te vechten en de bewijskrachtige documenten ter staving van die motieven

        §2  

        De administratie registreert elk inkomend beroepschrift in het leegstandsregister en meldt de ontvangst ervan aan de indiener van het beroepschrift.

        Het college van burgemeester en schepenen toetst de ontvankelijkheid van het beroepschrift. Het beroepschrift is alleen onontvankelijk in één van de volgende gevallen:

        1. het beroepschrift is te laat ingediend of  niet ingediend overeenkomstig de bepalingen in artikel 3.4§1;
        2. het beroepschrift gaat niet uit van een zakelijk gerechtigde of zijn vertegenwoordiger, die houder is van de volle eigendom, van het recht van opstal of ,van het recht van erfpacht of van het het vruchtgebruik;
        3. het beroepschrift is niet ondertekend.

        Als het college van burgemeester en schepenen vaststelt dat het beroepschrift onontvankelijk is, deelt ze die beslissing mee aan de indiener met vermelding dat de procedure als afgehandeld beschouwd wordt.

        §3

        De administratie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor de directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

        §4

        Wanneer de weigering niet werd betwist, of het beroepschrift onontvankelijk of ongegrond, is blijft de woning en/of gebouw opgenomen in het gemeentelijk register.

        Artikel 4. BEREKENING VAN DE BELASTING

        §1

        Op datum van de registratie is er geen belasting verschuldigd voor leegstaande en onafgewerkte woningen en gebouwen.  De eerste heffing voor leegstaande en onafgewerkte woningen en gebouwen is verschuldigd vanaf de eerste verjaardag van de registratiedatum. Behoudens eventuele vrijstelling zijn volgende heffingen van toepassing:

        eerste verjaardag van de inventarisatiedatum:

        1.650 euro

        tweede verjaardag van de inventarisatiedatum:

        2.475 euro

        derde verjaardag van de inventarisatiedatum:

        3.300 euro

        vierde verjaardag van de inventarisatiedatum:

        4.125 euro

        vijfde verjaardag van de inventarisatiedatum:

        4.950 euro

         

        Op elke nieuwe verjaardag van de registratiedatum wordt de heffing verhoogd met 825 euro.

        De jaarlijkse belasting kan evenwel niet hoger zijn dan 20.625 euro.

        De belasting is ondeelbaar verschuldigd per registratiejaar.

        Artikel 5. VRIJSTELLINGEN

        De houder van een zakelijk recht, bedoeld in artikel 2, wordt vrijgesteld van belasting:

        Indien de natuurlijke persoon, die (mede) eigenaar en laatste bewoner is van de geïnventariseerde  woning

        • in een erkende ouderenvoorziening verblijft.
        • voor een langdurig verblijf werd opgenomen in een zorginstelling;
        • of zich in een vergelijkbare situatie bevindt waarbij overmacht kan worden bewezen.

        Deze vrijstelling geldt voor een periode van 3 2 opeenvolgende jaren vanaf de registratiedatum.

        Dossiers, die op 31 december 2025 een lopende vrijstelling hebben op basis van dit artikel, behouden hun vrijstelling tot het einde van de eerder aangegeven 3-jarige periode.

        Indien de woning of het gebouw minder dan twee jaar in zijn bezit is, gedurende een periode van 2 opeenvolgende jaren volgend op de datum van de eigendomsoverdracht (geregeld via authentieke akte of desgevallend via een verkoopsovereenkomst die meteen de volledige eigendomsoverdracht regelt).

        Deze vrijstelling geldt niet voor overdrachten

        • aan vennootschappen die door de overdrager rechtstreeks of onrechtstreeks in rechten of feiten gecontroleerd worden
        • als gevolg van een fusie, splitsing of andere overgang ten algemene titel

        Er wordt in een periode van 10 jaar aan de belastingplichtige één keer een vrijstelling van maximaal 4 opeenvolgende jaren verleend voor de renovatie van een woning of gebouw.

        De renovatiewerken dienen aangetoond te worden aan de hand van ofwel een niet-vervallen omgevingsvergunning ( in geval van vergunningsplichtige werken ), ofwel een renovatienota.

        Zowel omgevingsvergunning als renovatienota dienen aangevuld te worden met een gedetailleerd tijdschema waarin de fasering der werken wordt toegelicht.

        Uit die documenten moet duidelijk blijken dat de problematische toestand van de woning/het gebouw ten gronde zal worden aangepakt.

        De vrijstelling wordt verleend in schijven van één jaar, op voorwaarde dat de werken ook effectief worden uitgevoerd.

        De eerste schijf van één jaar vangt aan op datum van ontvangst van de aanvraag van de vrijstelling. Indien de niet-vervallen omgevingsvergunning dateert van voor de registratiedatum, zal de eerste éénjarige periode van vrijstelling aanvangen op de registratiedatum.

        De aanvraag van de tweede, derde en vierde schijf dient via een schriftelijk en gemotiveerd verzoek aan de administratie te gebeuren met opgave van een gedetailleerde stand van zaken der werkzaamheden, onder meer gestaafd aan de hand van foto’s . De aanvraag moet door de administratie ontvangen worden minstens 2 maanden vóór het verstrijkende van de lopende vrijstelling.

        De administratie doet uitspraak over de een mogelijke verlenging van de vrijstelling binnen een termijn van 3 maanden na ontvangst van het vrijstellingsverzoek.

        De administratie kan een plaatsbezoek eisen alvorens te beslissen. Indien dit plaatsbezoek geweigerd of verhinderd wordt of indien aan de administratie geen toegang tot het pand wordt verleend, zal de aanvraag geweigerd worden.

        Er wordt een éénmalige vrijstelling van 2 jaar verleend voor de sloop van een woning of gebouw.

        De voorgenomen sloop dient aangetoond te worden aan de hand van een niet-vervallen vergunning, of voor niet-vergunningsplichtige sloopwerken aan de hand van een verklaring van de houder van het zakelijk recht. 

        Indien de niet-vervallen (sloop)vergunning dateert van voor de registratiedatum, dan zal de tweejarige periode van vrijstelling aanvangen op de registratiedatum.

        In het andere geval is de aanvangsdatum, die van de (sloop)vergunning of de datum van de verklaring van de houder van het zakelijk recht.

        Dossiers, die op 31/12/2025 een lopende vrijstelling van één jaar hebben op basis van dit artikel, krijgen een automatische verlenging van één jaar.

        Indien:

        1. de gebouwen en/of woningen binnen de grenzen liggen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan of waarvoor geen omgevingsvergunning meer wordt afgeleverd omdat een onteigeningsplan wordt voorbereid;
        2. de gebouwen en/of woningen, die krachtens het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten zijn beschermd als monument en waarvoor bij de bevoegde overheid een ontvankelijk verklaard restauratiepremiedossier is ingediend, gedurende de termijn van behandeling,
        3. de gebouwen en/of woningen, die getroffen zijn door een ramp en die zich heeft voorgedaan buiten de wil van de belastingsplichtige, gedurende een periode van 2 jaar volgend op de datum van de ramp;
        4. de gebouwen en/of woningen, die onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kunnen worden omwille van een verzegeling of betredingsverbod in het kader van een strafrechterlijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure, waar de oorzaak buiten de wil ligt van de belastingplichtige, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt tot één jaar na het aflopen van de verzegeling of het betredingsverbod.

        Er wordt een vrijstelling van maximaal 5 opeenvolgende jaren verleend aan sociale woonmaatschappijen op voorwaarde dat ze aantonen dat ze een volledig renovatiedossier voor de geïnventariseerde woningen hebben ingediend bij de VMSW.

        Artikel 6. INKOHIERING

        §1.

        De aanslag gebeurt op basis van de gegevens waarover het college van burgemeester en schepenen beschikt.

        §2.

        De belasting wordt ingevorderd bij wijze van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

        §3.

        De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.

        Artikel 7. BEZWAAR TEGEN DE BELASTING

        §1.

        De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen tegen de belasting.  Het bezwaarschrift wordt behandeld in overeenstemming met het decreet van 30 mei2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

        §2.

        Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, gemotiveerd  en ondertekend.

        §3

        De indiening van het bezwaarschrift moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

        Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag volgend op de datum van verzending ervan.

        §4

        Het bezwaarschrift kan als volgt worden ingediend :

        • via e-mail : belastingen@oostrozebeke.be;
        • per post : college van burgemeester en schepenen, t.a.v. de dienst gemeentebelastingen, Ernest Brengierstraat, 6 te 8780 Oostrozebeke

        Artikel 3

        De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.

        Het bezwaar moet schriftelijk bij het college van burgemeester en schepenen of via e-mail op het e-mailadres belastingen@oostrozebeke.be worden ingediend, ondertekend zijn en worden gemotiveerd.

        De indiening van het bezwaar moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.

        Het wordt gedagtekend en ondertekend door de eiser of zijn vertegenwoordiger en vermeldt:

        • de naam, hoedanigheid, het adres of zetel van de belastingschuldige;
        • het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en de middelen.

        De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden moet dit uitdrukkelijk vermelden in zijn bezwaar.

        Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding verzonden, binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening ervan naar enerzijds de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds de financieel directeur.

        Artikel 4

        Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn de bepalingen van titel VII, hoofdstukken 1, 3, 4, 6 tot en met 9bis van het wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit wetboek (betreft onder meer de verjaring en de vervolgingen) van toepassing, voor zover zij met name niet de belastingen op de inkomsten betreffen.

        Artikel 5

        Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2026.
      • Overheidsopdrachten 2026: delegatie van bevoegdheden aan het college van burgemeester en schepenen_Meerjarenplan 2026-2031

        Aanwezig: Hans Claerhout, raadslid-voorzitter
        Luc Derudder, burgemeester
        Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, schepenen
        Ilse Vervaeck, voorzitter BCSD
        Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, raadsleden
        Carl Vereecke, algemeen directeur
        aanleiding

        De noodzaak om bepaalde bevoegdheden toe te vertrouwen aan het college van burgemeester en schepenen.

        juridische overwegingen

        Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 6 december 2024 houdende een verbeterende akte als gevolg van een arrest dat de verkiezingsuitslag wijzigt.

        Besluit van de gemeenteraad van 4 december 2025 betreffende Meerjarenplan 2026- 2031: Raad 04_12_2025 van het deel gemeente: vaststellen.

        feiten, context, argumentatie

        Artikel 41, tweede lid, 10° van het decreet over het lokaal bestuur bepaalt dat de gemeenteraad de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van overheidsopdrachten vastlegt, tenzij:

        1. de opdracht past binnen het begrip `dagelijks bestuur', vermeld in punt 8°, waarvoor het college van burgemeester en schepenen bevoegd is;
        2. de raad de plaatsingsprocedure en het vaststellen van de voorwaarden voor die overheidsopdracht nominatief aan het college van burgemeester en schepenen heeft toevertrouwd.

        De plaatsingsprocedure en het vaststellen van de voorwaarden van overheidsopdrachten die niet passen binnen het begrip 'dagelijks bestuur', worden voor het boekjaar 2025 nominatief toevertrouwd aan het college van burgemeester en schepenen.

        Toelichting door de heer De Marez, 1ste schepen.

        financiële impact

        niet van toepassing

        amendement

        niet van toepassing

        tussenkomsten

        De heer Vande Maele, raadslid.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, Carl Vereecke
        Voorstanders: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits
        Tegenstanders: Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke
        Onthouders: Glenn Coppens, Inge Noyez
        Resultaat: Met 12 stemmen voor, 5 stemmen tegen, 2 onthoudingen
        besluit

        Enig artikel

        De plaatsingsprocedure en het vaststellen van de voorwaarden van de overheidsopdrachten 2025 worden nominatief toevertrouwd aan het college van burgemeester en schepenen en wordt als volgt geactualiseerd:

        Lijst van overheidsopdrachten

        Planningsrapport: Meerjarenplanaanpassing 0 2026- 2031: Raad 04_12_2025 

        1. BP2026_2031-0/2026/319/0190-01/2210107/GEMEENTE/CBS/0/IP-15/U

        Gebouwen - administratieve gebouwen - gemeenschapsgoederen - - Activa in aanbouw

        319_0190 Ontwerp en bouw van een nieuw administratief centrum (cf. masterplan)

        Voorwaarden:

        Het betreft het ontwerp van een nieuw administratief centrum met aansluitend bouwwerken.

        Wijze van toekenning:

        openbare procedure;

        2. BP2026_2031-0/2026/423/0200-00/2240207/GEMEENTE/CBS/0/IP-4/U

        Wegen - grondwerken, verharding, toebehoren van wegen - aans - Activa in aanbouw

        423_0200 aanleg fietspaden en aanleggen gescheiden rioleringsstelsel Wielsbekestraat tussen de Dalakkerstraat en grens Wielsbeke

        Voorwaarden:

        Het betreft de volledige heraanleg van de Wielsbekestraat tussen Dalakkerstraat en de grens met Wielsbeke. Er wordt een gescheiden rioleringsstelsel aangelegd. De rijweg wordt vernieuwd, een parkeerstrook en nieuwe fietspaden worden voorzien.

        Wijze van toekenning:

        openbare procedure;

        3. BP2026_2031-0/2026/428/0200-00/2240207/GEMEENTE/CBS/0/IP-18/U

        Wegen - grondwerken, verharding, toebehoren van wegen - aans - Activa in aanbouw

        428_0200 Ondergrondse brengen netten Kalbergstraat en Dentergemstraat en heraanleg zijstroken Kalbergstraat

        Voorwaarden:

        Ondergronds brengen netten Kalbergstraat en gedeelte Dentergemstraat + Heraanleg zijstroken Kalbergstraat tussen Merelstraat en Dentergemstraat.

        Wijze van toekenning:

        openbare procedure;

        4. BP2026_2031-0/2026/425/0200-00/2240207/GEMEENTE/CBS/0/IP-19/U

        Wegen - grondwerken, verharding, toebehoren van wegen - aans - Activa in aanbouw

        425_0200 GUP 37010 (0219-021-022-0207) Ter Priemstraat - Nieuwstraat, inclusief aanleg fietspaden

        Voorwaarden:

        Het betreft een totaalrenovatie van de Nieuwstraat door het aanleggen van een gescheiden rioleringsstelsel, het vernieuwen van de rijweg en het aanleggen van (vrij liggende) fietspaden.

        Wijze van toekenning:

        openbare procedure;

        5. BP2026_2031-0/2026/423/0310-00/2270007/GEMEENTE/CBS/0/IP-4/U

        Riolering - aanschaffingswaarde - Activa in aanbouw

        423_0310 aanleg fietspaden en aanleggen gescheiden rioleringsstelsel Wielsbekestraat tussen de Dalakkerstraat en grens Wielsbeke

        Voorwaarden:

        Het betreft de volledige heraanleg van de Wielsbekestraat tussen Dalakkerstraat en de grens met Wielsbeke. Er wordt een gescheiden rioleringsstelsel aangelegd. De rijweg wordt vernieuwd, een parkeerstrook en nieuwe fietspaden worden voorzien.

        Wijze van toekenning:

        openbare procedure;

        6. BP2026_2031-0/2026/439/0310-00/2270007/GEMEENTE/CBS/0/IP-21/U

        Riolering - aanschaffingswaarde - Activa in aanbouw

        439_0310 Rioleringsproject Grote Molstenstraat (Wielsbeke)

        Voorwaarden:

        Het betreft het uitvoering van rioleringswerken en afkoppelingswerken in de Stationsstraat (gedeelte deelweg met Wielsbeke), en de aansluiting op het stelsel in de Stationsstraat. Het wegdek wordt hersteld in de oorspronkelijke toestand. Deze werken vormen een beperkt onderdeel van ruimere rioleringswerken op het grondgebied Wielsbeke (Grote Molstenstraat, Verbindingsstraat, Nijverheidstraat en omgeving). Wielsbeke collecteert het afvalwater richting Oostrozebeke en sluit aan op het stelsel van de Stationsstraat (Oostrozebeke). De woningen op grondgebied Oostrozebeke langsheen het traject worden afgekoppeld.

        Wijze van toekenning:

        openbare procedure;

        7. BP2026_2031-0/2026/425/0310-00/2270007/GEMEENTE/CBS/0/IP-19/U

        Riolering - aanschaffingswaarde - Activa in aanbouw

        425_0310 GUP 37010 (0219-021-022-0207) Ter Priemstraat - Nieuwstraat, inclusief aanleg fietspaden

        Voorwaarden:

        Het betreft een totaalrenovatie van de Nieuwstraat door het aanleggen van een gescheiden rioleringsstelsel, het vernieuwen van de rijweg en het aanleggen van (vrij liggende) fietspaden.

        Wijze van toekenning:

        openbare procedure;

        8. BP2026_2031-0/2026/3111/0742-00/2200500/GEMEENTE/CBS/410/IP-22/U

        Onbeb. terreinen - sport- en speelpleinen, parken - gemeenschapsgoederen - AW

        3111_0742 Voetbalterrein 1: aanleg kunstgras

        Voorwaarden:

        Het betreft het ontwerp en aanleg van het kunstgras voetbalterrein voor de KSCOR en samenwerking met de gemeente Wielsbeke.

        Wijze van toekenning:

        openbare procedure.

      • Overheidsopdrachten 2025: delegatie van bevoegdheden aan het college van burgemeester en schepenen_meerjarenplanaanpassing 12

        Aanwezig: Hans Claerhout, raadslid-voorzitter
        Luc Derudder, burgemeester
        Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, schepenen
        Ilse Vervaeck, voorzitter BCSD
        Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, raadsleden
        Carl Vereecke, algemeen directeur
        aanleiding

        De noodzaak om bepaalde bevoegdheden toe te vertrouwen aan het college van burgemeester en schepenen.

        juridische overwegingen

        Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 6 december 2024 houdende een verbeterende akte als gevolg van een arrest dat de verkiezingsuitslag wijzigt. 

        Besluit van de gemeenteraad van 4 december 2025 betreffende Meerjarenplanaanpassing 12 2020 - 2027: Raad 04_12_2025 van het deel gemeente: vaststellen.

        feiten, context, argumentatie

        Artikel 41, tweede lid, 10° van het decreet over het lokaal bestuur bepaalt dat de gemeenteraad de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van overheidsopdrachten vastlegt, tenzij:

        1. de opdracht past binnen het begrip `dagelijks bestuur', vermeld in punt 8°, waarvoor het college van burgemeester en schepenen bevoegd is;
        2. de raad de plaatsingsprocedure en het vaststellen van de voorwaarden voor die overheidsopdracht nominatief aan het college van burgemeester en schepenen heeft toevertrouwd.

        De plaatsingsprocedure en het vaststellen van de voorwaarden van overheidsopdrachten die niet passen binnen het begrip 'dagelijks bestuur', worden voor het boekjaar 2025 nominatief toevertrouwd aan het college van burgemeester en schepenen.

        Toelichting door de heer De Marez, 1ste schepen.

        financiële impact

        niet van toepassing

        amendement

        niet van toepassing

        tussenkomsten

        niet van toepassing

        Publieke stemming
        Aanwezig: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, Carl Vereecke
        Voorstanders: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits
        Tegenstanders: Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke
        Onthouders: Glenn Coppens, Inge Noyez
        Resultaat: Met 12 stemmen voor, 5 stemmen tegen, 2 onthoudingen
        besluit

        Enig artikel

        De plaatsingsprocedure en het vaststellen van de voorwaarden van de overheidsopdrachten 2025 worden nominatief toevertrouwd aan het college van burgemeester en schepenen en wordt als volgt geactualiseerd:

        Lijst van overheidsopdrachten:

        Planningsrapport: Meerjarenplanaanpassing 12 2020 - 2027: Raad 04_12_2025 (BP2020_2027-12) - Periode: 2025

        1. BP2020_2027-12/2025/423/0200-00/2240207/GEMEENTE/CBS/0/IP-4/U

        Wegen - grondwerken, verharding, toebehoren van wegen - aans - Activa in aanbouw

        423_0200 aanleg fietspaden en aanleggen gescheiden rioleringsstelsel Wielsbekestraat tussen de Dalakkerstraat en grens Wielsbeke

        Voorwaarden:

        Het betreft de volledige heraanleg van de Wielsbekestraat tussen Dalakkerstraat en de grens met Wielsbeke. Er wordt een gescheiden rioleringsstelsel aangelegd. De rijweg wordt vernieuwd, een parkeerstrook en nieuwe fietspaden worden voorzien.

        Wijze van toekenning:

        openbare procedure;

        2. BP2020_2027-12/2025/423/0310-00/2270007/GEMEENTE/CBS/0/IP-4/U

        Riolering - aanschaffingswaarde - Activa in aanbouw

        423_0310 aanleg fietspaden en aanleggen gescheiden rioleringsstelsel Wielsbekestraat tussen de Dalakkerstraat en grens Wielsbeke

        Voorwaarden:

        Het betreft de volledige heraanleg van de Wielsbekestraat tussen Dalakkerstraat en de grens met Wielsbeke. Er wordt een gescheiden rioleringsstelsel aangelegd. De rijweg wordt vernieuwd, een parkeerstrook en nieuwe fietspaden worden voorzien.

        Wijze van toekenning:

        openbare procedure;

        3. BP2020_2027-12/2025/428/0310-00/2270007/GEMEENTE/CBS/0/IP-3/U

        Riolering - aanschaffingswaarde - Activa in aanbouw

        428_0310 diverse herstellingen rioleringen

        Voorwaarden:

        Het betreft diverse herstellingen van de rioleringen die noodzakelijk zijn op het grondgebied Oostrozebeke, gebleken uit de camera inspectie die reeds plaats gevonden heeft.

        Wijze van toekenning:

        vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.

      • Nominatieve subsidies 2025: toekennen

        Aanwezig: Hans Claerhout, raadslid-voorzitter
        Luc Derudder, burgemeester
        Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, schepenen
        Ilse Vervaeck, voorzitter BCSD
        Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, raadsleden
        Carl Vereecke, algemeen directeur
        aanleiding

        De gemeenteraad is exclusief bevoegd om de nominatieve subsidies toe te kennen.

        juridische overwegingen

        Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 6 december 2024 tot wijziging van artikel 6 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een verbeterende akte als gevolg van een arrest dat de verkiezingsuitslag wijzigt.

        Beraad van het college van burgemeester en schepenen van 15 oktober 2025 betreffende bespreking aanpassing meerjarenplan december 2025: cijfers.

        Besluit van de gemeenteraad van 4 december 2025 betreffende Meerjarenplanaanpassing 12 2020 - 2027: Raad 04_12_2025 van het deel gemeente: vaststellen.

        feiten, context, argumentatie

        Artikel 41, tweede lid, 23° van het decreet over het lokaal bestuur, stelt dat de bevoegdheid om nominatieve subsidies toe te kennen een exclusieve bevoegdheid is van de gemeenteraad.

        De nominatieve subsidies voor 2025, opgenomen in het vastgestelde en door de gemeenteraad goedgekeurde Meerjarenplanaanpassing 12 2020 - 2027: Raad 04_12_2025 BP2020_2025-12 worden toegekend.

        De toelichting door de heer Van D'huynslager, schepen.

        financiële impact

        niet van toepassing

        amendement

        niet van toepassing

        tussenkomsten

        niet van toepassing

        Publieke stemming
        Aanwezig: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, Carl Vereecke
        Voorstanders: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        besluit

        Enig artikel

        De nominatieve subsidies 2025 worden toegekend:

        1. BP2020_2027-12/2025/113/0150-00/6493401/GEMEENTE/CBS/600/IP-GEEN/U
          Algemene werkingssubsidies mayors for peace
          Begunstigde: Mayors for peace
          Bedrag: 50,00
        2. BP2020_2027-12/2025/2212/0171-00/6494506/GEMEENTE/CBS/440/IP-GEEN/U
          Algemene werkingssubsidies aan ILV Associatie Midwest / DVV Midwest
          Begunstigde: DVV Midwest (dienstv.)
          Bedrag: 15.457,00
        3. BP2020_2027-12/2025/513/0349-00/6494513/GEMEENTE/CBS/800/IP-GEEN/U
          Algemene werkingssubsidies aan Stad-Land-schap 't West-Vlaamse hart
          Begunstigde: Stad-Land-schap 't West-Vlaamse hart
          Bedrag: 2.042,00
        4. BP2020_2027-12/2025/113/0349-00/6494514/GEMEENTE/CBS/800/IP-GEEN/U
          Algemene werkingssubsidies aan Wildbeheereenheid - De Mandelvallei vzw
          Begunstigde: WBE De Mandelvallei vzw
          Bedrag: 150,00
        5. BP2020_2027-12/2025/215/0400-00/6640502/GEMEENTE/CBS/460/IP-GEEN/U
          Toegestane investeringssubsidies aan de politiezone
          Begunstigde: MIDOW (pz)
          Bedrag: 43.205,00
        6. BP2020_2027-12/2025/215/0400-00/6494502/GEMEENTE/CBS/460/IP-GEEN/U
          Algemene werkingssubsidies aan de politiezone
          Begunstigde: MIDOW (pz)
          Bedrag: 830.970,00
        7. BP2020_2027-12/2025/213/0410-00/6640506/GEMEENTE/CBS/470/IP-GEEN/U
          Toegestane investeringssubsidies brandweer / hulpverleningszone
          Begunstigde: ZONE MIDWEST (hvz)
          Bedrag: 43.817,00
        8. BP2020_2027-12/2025/213/0410-00/6494505/GEMEENTE/CBS/470/IP-GEEN/U
          Algemene werkingssubsidies aan de hulpverleningszone
          Begunstigde: ZONE MIDWEST (hvz)
          Bedrag: 199.009,00
        9. BP2020_2027-12/2025/113/0430-00/6493002/GEMEENTE/CBS/500/IP-GEEN/U
          Algemene werkingssubsidies aan de vriendenkring van de civiele bescherming
          Begunstigde: Civiele Bescherming (fv)
          Bedrag: 250,00
        10. BP2020_2027-12/2025/113/0440-00/6494509/GEMEENTE/CBS/800/IP-GEEN/U
          Algemene werkingssubsidies aan de M.U.G.
          Begunstigde: Sint-Andriesziekenhuis vzw + M.U.G.
          Bedrag: 2.635,00
        11. BP2020_2027-12/2025/113/0440-00/6494519/GEMEENTE/CBS/800/IP-GEEN/U
          Algemene werkingssubsidie aan De Mantel
          Begunstigde: De Mantel vzw
          Bedrag: 900,00
        12. BP2020_2027-12/2025/1131/0709-00/6493200/GEMEENTE/CBS/500/IP-GEEN/U
          Algemene werkingssubsidies aan cultuurverenigingen
          Begunstigde: Rode Kruis Oostrozebeke (fv)
          Bedrag: 610,00
          Begunstigde: Samana Oostrozebeke (fv)
          Bedrag: 610,00
        13. BP2020_2027-12/2025/113/0709-00/6493201/GEMEENTE/CBS/500/IP-GEEN/U
          Algemene werkingssubsidies aan vaderlandslievende verenigingen
          Begunstigde: NSB 40-45 (fv)
          Bedrag: 298,00
        14. BP2020_2027-12/2025/1131/0741-00/6493100/GEMEENTE/CBS/800/IP-GEEN/U
          Algemene werkingssubsidies aan sportverenigingen
          Begunstigde: Duivenclub Onze Belangen (fv)
          Bedrag: 50,00
          Begunstigde: Koninklijke Vinkeniersmaatschappij De Verenigde Vrienden vzw
          Bedrag: 125,00
          Begunstigde: Vrij Polen Manillers (fv)
          Bedrag: 50,00
        15. BP2020_2027-12/2025/1131/0741-00/6493102/GEMEENTE/CBS/800/IP-GEEN/U
          Algemene werkingssubsidies aan Harddraversmaatschappij De Mandel vzw
          Begunstigde: Harddraversmaatschappij De Mandel
          Bedrag: 7.900,00
        16. BP2020_2027-12/2025/1131/0741-00/6493103/GEMEENTE/CBS/800/IP-GEEN/U
          Algemene werkingssubsidies aan Midwest Cycling
          Begunstigde: Midwest Cycling
          Bedrag: 5.000,00
        17. BP2020_2027-12/2025/1131/0741-00/6493101/GEMEENTE/CBS/800/IP-GEEN/U
          Algemene werkingssubsidies aan herfstcriterium Oostrozebeke vzw
          Begunstigde: vzw Herfstcriterium Oostrozebeke
          Bedrag: 16.000,00
        18. BP2020_2027-12/2025/962/0750-00/6493301/GEMEENTE/CBS/800/IP-GEEN/U
          Algemene werkingssubsidies jeugdhuis 't Ipperste
          Begunstigde: Jeugdhuis 't Ipperste
          Bedrag: 1.240,00
        19. BP2020_2027-12/2025/221/0790-00/6494503/GEMEENTE/CBS/480/IP-GEEN/U
          Algemene werkingssubsidies aan de kerkfabriek Sint-Amand
          Begunstigde: Kerkfabriek Sint-Amandus (VL - Oostrozebeke)
          Bedrag: 60.193,00
        20. BP2020_2027-12/2025/221/0790-00/6494510/GEMEENTE/CBS/480/IP-GEEN/U
          Algemene werkingssubsidies aan kerkfabriek Sint-Jozef
          Begunstigde: Kerkfabriek Sint-Jozef te De Ginste (VL - Oostrozebeke)
          Bedrag: 17.717,00
        21. BP2020_2027-12/2025/221/0790-00/6640504/GEMEENTE/CBS/480/IP-GEEN/U
          Toegestane investeringssubsidies aan de kerkfabriek Sint-Jozef
          Begunstigde: Kerkfabriek Sint-Jozef te De Ginste (VL - Oostrozebeke)
          Bedrag: 41.665,00
        22. BP2020_2027-12/2025/221/0790-00/6640503/GEMEENTE/CBS/480/IP-GEEN/U
          Toegestane investeringssubsidies aan de kerkfabriek Sint-Amandus
          Begunstigde: Kerkfabriek Sint-Amandus
          Bedrag: 15.000,00
        23. BP2020_2027-12/2025/1341/0909-00/6493020/GEMEENTE/CBS/800/IP-GEEN/U
          Algemene werkingssubsidies aan Dynamica
          Begunstigde: Dynamica Meulebeke vzw
          Bedrag: 500,00
        24. BP2020_2027-12/2025/113/0911-00/6492501/GEMEENTE/CBS/800/IP-GEEN/U
          Algemene werkingssubsidies aan Mivalti vzw
          Begunstigde: Mivalti vzw
          Bedrag: 1.131,00
        25. BP2020_2027-12/2025/113/0930-00/6493010/GEMEENTE/CBS/800/IP-GEEN/U
          Algemene werkingssubsidies aan CAW
          Begunstigde: CAW
          Bedrag: 321,00
        26. BP2020_2027-12/2025/113/0945-00/6493512/GEMEENTE/CBS/500/IP-GEEN/U
          Algemene werkingssubsidies aan Kind en Preventie
          Begunstigde: Kind en Preventie Afdeling Oostrozebeke (fv)
          Bedrag: 130,00.
      • Nominatieve subsidies 2026: toekennen

        Aanwezig: Hans Claerhout, raadslid-voorzitter
        Luc Derudder, burgemeester
        Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, schepenen
        Ilse Vervaeck, voorzitter BCSD
        Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, raadsleden
        Carl Vereecke, algemeen directeur
        aanleiding

        De gemeenteraad is exclusief bevoegd om de nominatieve subsidies toe te kennen.

        juridische overwegingen

        Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 6 december 2024 tot wijziging van artikel 6 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een verbeterende akte als gevolg van een arrest dat de verkiezingsuitslag wijzigt.

        Beraad van het college van burgemeester en schepenen van 15 oktober 2025 betreffende bespreking meerjarenplan 2026-2031: cijfers.

        Besluit van de gemeenteraad van 4 december 2025 betreffende Meerjarenplan 2026 - 2031: Raad 04_12_2025 van het deel gemeente: vaststellen

        feiten, context, argumentatie

        Artikel 41, tweede lid, 23° van het decreet over het lokaal bestuur, stelt dat de bevoegdheid om nominatieve subsidies toe te kennen een exclusieve bevoegdheid is van de gemeenteraad.

        De nominatieve subsidies voor 2026-2031, opgenomen in het vastgestelde en door de gemeenteraad goedgekeurde Meerjarenplan 2026 - 2031: Raad 04_12_2025 BP2026_2031 worden toegekend.

        De toelichting zal gegeven worden door schepen Van D'huynslager Jonas.

        financiële impact

        niet van toepassing

        amendement

        niet van toepassing

        tussenkomsten

        niet van toepassing

        Publieke stemming
        Aanwezig: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, Carl Vereecke
        Voorstanders: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        besluit

        Enig artikel

        De nominatieve subsidies 2026-2031 worden toegekend:

        1. BP2026_2031-0/2026/113/0150-00/6493401/GEMEENTE/CBS/600/IP-GEEN/U
          Algemene werkingssubsidies mayors for peace
          Begunstigde: Mayors for peace
          Bedrag: 50,00
        2. BP2026_2031-0/2026/2212/0171-00/6494506/GEMEENTE/CBS/440/IP-GEEN/U
          Algemene werkingssubsidies aan ILV Associatie Midwest / DVV Midwest
          Begunstigde: DVV Midwest (dienstverlening)
          Bedrag: 35.329,00
        3. BP2026_2031-0/2026/113/0349-00/6494514/GEMEENTE/CBS/800/IP-GEEN/U
          Algemene werkingssubsidies aan Wildbeheereenheid - De Mandelvallei vzw
          Begunstigde: Wildbeheereenheid- De Mandelvallei vzw
          Bedrag: 150,00
        4. BP2026_2031-0/2026/513/0349-00/6494513/GEMEENTE/CBS/800/IP-GEEN/U
          Algemene werkingssubsidies aan Stad-Land-schap 't West-Vlaamse hart
          Begunstigde: Stad-Land-schap 't West-Vlaamse hart
          Bedrag: 2.083,00
        5. BP2026_2031-0/2026/215/0400-00/6494502/GEMEENTE/CBS/460/IP-GEEN/U
          Algemene werkingssubsidies aan de politiezone
          Begunstigde: PZ MIDOW
          Bedrag: 997.164,00
        6. BP2026_2031-0/2026/215/0400-00/6640502/GEMEENTE/CBS/460/IP-GEEN/U
          Toegestane investeringssubsidies aan de politiezone
          Begunstigde: PZ MIDOW
          Bedrag: 56.594,00
        7. BP2026_2031-0/2026/213/0410-00/6494505/GEMEENTE/CBS/470/IP-GEEN/U
          Algemene werkingssubsidies aan de hulpverleningszone
          Begunstigde: Hulpverleningszone Midwest
          Bedrag: 213.490,00
        8. BP2026_2031-0/2026/213/0410-00/6640506/GEMEENTE/CBS/470/IP-GEEN/U
          Toegestane investeringssubsidies hulpverleningszone
          Begunstigde: Hulpverleningszone Midwest
          Bedrag: 54.783,00
        9. BP2026_2031-0/2026/113/0430-00/6493002/GEMEENTE/CBS/500/IP-GEEN/U
          Algemene werkingssubsidies aan de vriendenkring van de civiele bescherming
          Begunstigde: Civiel Bescherming (fv)
          Bedrag: 250,00
        10. BP2026_2031-0/2026/113/0440-00/6494509/GEMEENTE/CBS/800/IP-GEEN/U
          Algemene werkingssubsidies aan de M.U.G.
          Begunstigde: Sint-Andreasziekenhuis vzw +M.U.G.
          Bedrag: 3.893,00
        11. BP2026_2031-0/2026/113/0440-00/6494519/GEMEENTE/CBS/800/IP-GEEN/U
          Algemene werkingssubsidie aan De Mantel
          Begunstigde: De Mantel vzw
          Bedrag: 1.000,00
        12. BP2026_2031-0/2026/113/0709-00/6493201/GEMEENTE/CBS/500/IP-GEEN/U
          Algemene werkingssubsidies aan vaderlandslievende verenigingen
          Begunstigde: NSB 40-45 (fv)
          Bedrag: 298,00
        13. BP2026_2031-0/2026/1131/0709-00/6493200/GEMEENTE/CBS/500/IP-GEEN/U
          Algemene werkingssubsidies aan cultuurverenigingen
          Begunstigde: Rode Kruis Oostrozebeke (fv)
          Bedrag: 610,00
          Begunstigde: Samana Oostrozebeke (fv)
          Bedrag: 610,00
        14. BP2026_2031-0/2026/1131/0741-00/6493100/GEMEENTE/CBS/800/IP-GEEN/U
          Algemene werkingssubsidies aan sportverenigingen
          Begunstigde: Koninklijke Duivenclub Onze Belangen (fv)
          Bedrag: 125,00
          Begunstigde: Koninklijke Vinkeniersmaatschappij De Verenigde Vrienden vzw
          Bedrag: 125,00
          Begunstigde: Vrij Polen Manillers (fv)
          Bedrag: 50,00
        15. BP2026_2031-0/2026/1131/0741-00/6493101/GEMEENTE/CBS/800/IP-GEEN/U
          Algemene werkingssubsidies aan herfstcriterium Oostrozebeke vzw
          Begunstigde: Herfstcriterium Oostrozebeke vzw
          Bedrag: 16.000,00
        16. BP2026_2031-0/2026/1131/0741-00/6493102/GEMEENTE/CBS/800/IP-GEEN/U
          Algemene werkingssubsidies aan Harddraversmaatschappij De Mandel vzw
          Begunstigde: Harddraversmaatschappij De Mandel
          Bedrag: 7.900,00
        17. BP2026_2031-0/2026/1131/0741-00/6493103/GEMEENTE/CBS/800/IP-GEEN/U
          Algemene werkingssubsidies aan Midwest Cycling
          Begunstigde: Midwest Cycling Classic
          Bedrag: 5.000,00
        18. BP2026_2031-0/2026/962/0750-00/6493301/GEMEENTE/CBS/800/IP-GEEN/U
          Algemene werkingssubsidies jeugdhuis 't Ipperste
          Begunstigde: Jeugdhuis 't Ipperste
          Bedrag: 1.240,00
        19. BP2026_2031-0/2026/221/0790-00/6494503/GEMEENTE/CBS/480/IP-GEEN/U
          Algemene werkingssubsidies aan de kerkfabriek Sint-Amand
          Begunstigde: Kerkfabriek Sint-Amandus (VL-Oostrozebeke)
          Bedrag: 50.000,00
        20. BP2026_2031-0/2026/221/0790-00/6494510/GEMEENTE/CBS/480/IP-GEEN/U
          Algemene werkingssubsidies aan kerkfabriek Sint-Jozef
          Begunstigde: Kerkfabriek Sint-Jozef De Ginste (VL-Oostrozebeke)
          Bedrag: 20.000,00
        21. BP2026_2031-0/2026/221/0790-00/6640503/GEMEENTE/CBS/480/IP-GEEN/U
          Toegestane investeringssubsidies aan de kerkfabriek Sint-Amandus
          Begunstigde: Kerkfabriek Sint-Amandus (VL-Oostrozebeke)
          Bedrag: 25.000,00
        22. BP2026_2031-0/2026/221/0790-00/6640504/GEMEENTE/CBS/480/IP-GEEN/U
          Toegestane investeringssubsidies aan de kerkfabriek Sint-Jozef
          Begunstigde: Kerkfabriek Sint-Jozef De Ginste (VL-Oostrozebeke)
          Bedrag: 25.000,00
        23. BP2026_2031-0/2026/1341/0909-00/6493020/GEMEENTE/CBS/800/IP-GEEN/U
          Algemene werkingssubsidies aan Dynamica
          Begunstigde: Dynamica Meulebeke vzw
          Bedrag: 500,00
        24. BP2026_2031-0/2026/113/0911-00/6492501/GEMEENTE/CBS/800/IP-GEEN/U
          Algemene werkingssubsidies aan Mivalti vzw
          Begunstigde: Mivalti vzw
          Bedrag: 1.131,00
        25. BP2026_2031-0/2026/113/0930-00/6493010/GEMEENTE/CBS/800/IP-GEEN/U
          Algemene werkingssubsidies aan CAW
          Begunstigde: CAW
          Bedrag: 350,00
        26. BP2026_2031-0/2026/113/0945-01/6493512/GEMEENTE/CBS/500/IP-GEEN/U
          Algemene werkingssubsidies aan Kind en Preventie
          Begunstigde: Kind en Preventie Afdeling Oostrozebeke (fv)
          Bedrag: 130,00
    • intercommunales

      • Intergemeentelijke vereniging voor duurzaam milieubeheer voor Izegem en Ommeland (I.V.I.O.) - buitengewone algemene vergadering - 15 december 2025: goedkeuren agenda en vaststellen van het mandaat van de vertegenwoordiger van de gemeente

        Aanwezig: Hans Claerhout, raadslid-voorzitter
        Luc Derudder, burgemeester
        Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, schepenen
        Ilse Vervaeck, voorzitter BCSD
        Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, raadsleden
        Carl Vereecke, algemeen directeur
        aanleiding

        De aangetekende brief van 12 september 2025 van I.V.I.O. betreffende de uitnodiging buitengewone algemene vergadering I.V.I.O. op maandag 15 december 2025 om 18 uur.

        juridische overwegingen

        Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 6 december 2024 tot wijziging van artikel 6 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een verbeterende akte als gevolg van een arrest dat de verkiezingsuitslag wijzigt.

        Besluit van de gemeenteraad van 19 oktober 2023 van de gemeente Ruiselede en van 23 oktober 2023 van de gemeente Wingene betreffende de definitieve beslissing tot vrijwillige samenvoeging van de gemeente Ruiselede en van de gemeente Wingene.

        Besluit van de gemeenteraad van Ruiselede van 21 december 2023 omvattende de intentieverklaring voor de uitwerking van het afvalbeleid en keuze van intergemeentelijke samenwerking voor Mirom.

        Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Oostrozebeke van 6 februari 2025 betreffende Intergemeentelijke vereniging voor duurzaam milieubeheer voor Izegem en Ommeland (I.V.I.O.) - algemene vergadering: aanduiden van vertegenwoordiger, waarbij mevrouw Geldhof, schepen, aangeduid werd als vertegenwoordiger van de gemeente Oostrozebeke in de algemene vergadering van I.V.I.O. (Intergemeentelijke vereniging voor duurzaam milieubeheer voor Izegem en Ommeland), en de heer Coorevits, raadslid, aangeduid werd als plaatsvervanger in de algemene vergadering van I.V.I.O. (Intergemeentelijke vereniging voor duurzaam milieubeheer voor Izegem en Ommeland), voor de legislatuur 2025-2030.

        Besluit van de Raad van Bestuur van I.V.I.O. van 19 mei 2025 tot principiële aanvaarding van de uittreding van de gemeente Wingene per 31 december 2025.

        feiten, context, argumentatie

        De gemeente Oostrozebeke is aangesloten bij I.V.I.O.

        De duurtijd van I.V.I.O loopt tot 31 december 2037, periode binnen dewelke gemeenten-deelnemers verplicht zijn tot het nakomen van hun verbintenissen.

        Artikel 454 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 houdende de dienstverlenende en opdrachthoudende verenigingen, waarbij bepaald wordt dat minstens één buitengewone algemene vergadering belegd wordt in de loop van het laatste trimester van elk jaar om de te ontwikkelen activiteiten en de te volgen strategie voor het volgend boekjaar te bespreken en waarbij een door de raad van bestuur opgestelde begroting op de agenda van deze vergadering staat vermeld.

        Het gemeentebestuur heeft het aangetekend schrijven van 12 september 2025 van I.V.I.O. ontvangen met de uitnodiging tot de buitengewone algemene vergadering van 15 december 2025 om 18 uur die plaats vindt in de vergaderzaal van I.V.I.O, Lodewijk de Raetlaan 12 te Izegem inzake de statutenwijziging (conform de decretale termijn van 90 dagen), met alle bijhorende stukken en met volgende agenda:

        1. goedkeuring statutenwijziging;
        2. goedkeuring aanvraag tot definitieve afwijking van het Regiodecreet;
        3. goedkeuring evaluatierapport 2019-2024;
        4. goedkeuring ondernemingsplan 2025-2030;
        5. kennisname van de te ontwikkelen activiteiten en de te volgen strategie in 2026;
        6. goedkeuring budget 2026;
        7. varia.

        De nuttige documenten voor de buitengewone algemene vergadering van maandag 15 december 2025 werden bij het aangetekend schrijven van 12 september 2025 toegevoegd:

        1. De uitnodigingsbrief met agenda en volmacht;
        2. Bijlage 1: ontwerp gemeenteraadsbeslissing;
        3. Bijlage 2: statuten corrigerende vergelijkende tabel na advies ABB;
        4. Bijlage 3: statuten gecoördineerde tekst.

        Overeenkomstig de statuten en conform de decretale termijn van 90 dagen worden de statuten reeds overgemaakt.

        De overige documenten (o.m. evaluatierapport 2019-2024, ondernemingsplan 2025-2030, krachtlijnen 2026 en budget 2026) worden, na goedkeuring raad van bestuur en uiterlijk 30 dagen voor de algemene vergadering, nagestuurd.

        De aangeduide vertegenwoordiger dient in het bezit te zijn van een ondertekende volmacht waarvan het model werd bijgevoegd.

        De agenda van de buitengewone algemene vergadering van I.V.I.O. van 15 december 2025 en de bijhorende stukken werden besproken.

        Toelichting door mevrouw Geldhof, schepen.

        financiële impact

        niet van toepassing

        amendement

        niet van toepassing

        tussenkomsten

        niet van toepassing

        Publieke stemming
        Aanwezig: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, Carl Vereecke
        Voorstanders: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        besluit

        Artikel 1

        De gemeenteraad verleent haar goedkeuring aan de agenda van de buitengewone algemene vergadering van 15 december 2025 van I.V.I.O.:

        1. goedkeuring statutenwijziging;
        2. goedkeuring aanvraag tot definitieve afwijking van het Regiodecreet;
        3. goedkeuring evaluatierapport 2019-2024;
        4. goedkeuring ondernemingsplan 2025-2030;
        5. kennisname van de te ontwikkelen activiteiten en de te volgen strategie in 2026;
        6. goedkeuring budget 2026;
        7. varia.

        Artikel 2

        De gemeenteraad verleent haar goedkeuring aan de voorgestelde statutenwijziging van de opdrachthoudende vereniging IVIO, de aanvraag tot definitieve afwijking van het Regiodecreet, het evaluatierapport 2019-2024, het ondernemingsplan 2025-2030 en het budget 2026.

        Artikel 3

        De vertegenwoordiger van de gemeente die zal deelnemen aan de buitengewone algemene vergadering van 15 december 2025 zal zijn stemgedrag afstemmen op de beslissing genomen in onderhavig gemeenteraadsbesluit en de punten van de agenda van de buitengewone algemene vergadering van 15 december 2025 goedkeuren.

        Artikel 4

        Deze beslissing over te maken aan I.V.I.O. Lodewijk de Raetlaan, 12 te 8870 Izegem, e-mail: martine.spriet@ivio.be.

      • CREAT Services dv - buitengewone algemene vergadering van dinsdag 16 december 2025: goedkeuren agenda

        Aanwezig: Hans Claerhout, raadslid-voorzitter
        Luc Derudder, burgemeester
        Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, schepenen
        Ilse Vervaeck, voorzitter BCSD
        Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, raadsleden
        Carl Vereecke, algemeen directeur
        aanleiding

        Het aangetekend schrijven van CREAT Services dv van 13 oktober 2025 betreffende buitengewone algemene vergadering van dinsdag 16 december 2025 om 14u30.

        juridische overwegingen

        Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 6 december 2024 tot wijziging van artikel 6 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een verbeterende akte als gevolg van een arrest dat de verkiezingsuitslag wijzigt.

        Besluit van de gemeenteraad van 6 februari 2025 betreffende CREAT aankoopcentrale (TMVS) - algemene vergadering: aanduiden van een vertegenwoordiger en van een plaatsvervanger, waarbij de heer De Marez, 1ste schepen, werd aangeduid als vertegenwoordiger voor de Gemeente Oostrozebeke, en de heer Derudder, burgemeester, als plaatsvervangend vertegenwoordiger, voor de algemene vergadering van CREAT tot het einde van de legislatuur 2025-2030.

        feiten, context, argumentatie

        Oostrozebeke is aangesloten bij de opdrachthoudende vereniging CREAT Services dv.

        De gemeente Oostrozebeke ontving op 13 oktober een aangetekend schrijven van CREAT Services dv om deel te nemen aan de buitengewone algemene vergadering, die op dinsdag 16 december plaatsvindt in Flanders Expo, Maaltekouter 1, 9051 Gent met volgende agenda:

        1. Wijziging van vermogen;
        2. Actualisering van bijlagen 1 en 2 aan de statuten ingevolge wijziging van vermogen;
        3. Evaluatieverslag met betrekking tot de werking van de dienstverlenende vereniging, het ondernemingsplan 2025-2030, de te ontwikkelen activiteiten en de te volgen strategie 2026 (overeenkomstig art. 432 en 459 Decreet over het Lokaal Bestuur);
        4. Begroting 2026 (overeenkomstig artikel 432 Decreet over het Lokaal Bestuur);
        5. Statutaire benoemingen;
        6. Varia.

        De nuttige documenten voor de buitengewone algemene vergadering van 16 december 2025 werden bij het aangetekend schrijven van 13 oktober 2025 gevoegd:

        Agenda

          • Bijlage bij agendapunt 2:
            • Bijlage 1 aan de statuten
            • Bijlage 2 aan de statuten
          • Bijlage bij punt Evaluatieverslag:
            • Ondernemingsplan (synthese)
          • Ontwerp raadsbesluit agenda

        Vertegenwoordigers algemene vergadering 

          • tabel aantal aan te duiden vertegenwoordigers
          • ontwerp raadsbesluit aanduiding vertegenwoordigers

        Toelichting door de heer De Marez, 1ste schepen.

        financiële impact

        niet van toepassing

        amendement

        niet van toepassing

        tussenkomsten

        niet van toepassing

        Publieke stemming
        Aanwezig: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, Carl Vereecke
        Voorstanders: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        besluit

        Artikel 1

        De raad keurt de agenda van de buitengewone algemene vergadering van CREAT Services dv van 16 december 2025 goed:

        1. Wijziging van vermogen;
        2. Actualisering van bijlagen 1 en 2 aan de statuten ingevolge wijziging van vermogen;
        3. Evaluatieverslag met betrekking tot de werking van de dienstverlenende vereniging, het ondernemingsplan 2025-2030, de te ontwikkelen activiteiten en de te volgen strategie 2026 (overeenkomstig art. 432 en 459 Decreet over het Lokaal Bestuur);
        4. Begroting 2026 (overeenkomstig artikel 432 Decreet over het Lokaal Bestuur);
        5. Statutaire benoemingen;
        6. Varia.

        Artikel 2

        De vertegenwoordiger van de gemeente, die zal deelnemen aan de buitengewone algemene vergadering van 16 december 2025, zal zijn stemgedrag afstemmen op de beslissing genomen in onderhavig besluit en de punten van de agenda van de buitengewone algemene vergadering van 16 december 2025 goedkeuren.

        Artikel 3

        Een kopie van dit besluit wordt verzonden naar avcreatservices@creat.be.

      • West-Vlaamse Intercommunale - dienstverlenende vereniging (WVI): buitengewone algemene vergadering van woensdag 10 december 2025 om 18u30: goedkeuren agenda en vaststellen van het mandaat van de vertegenwoordiger van de gemeente

        Aanwezig: Hans Claerhout, raadslid-voorzitter
        Luc Derudder, burgemeester
        Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, schepenen
        Ilse Vervaeck, voorzitter BCSD
        Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, raadsleden
        Carl Vereecke, algemeen directeur
        aanleiding

        Aangetekend schrijven van 22 oktober 2025 van West-Vlaamse Intercommunale - dienstverlenende vereniging, afgekort WVI, betreffende de buitengewone algemene vergadering van woensdag 10 december 2025 om 18.30 u.

        juridische overwegingen

        Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 6 december 2024 tot wijziging van artikel 6 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een verbeterende akte als gevolg van een arrest dat de verkiezingsuitslag wijzigt.

        Besluit van de gemeenteraad van 6 februari 2025 betreffende West-Vlaamse Intercommunale (WVI) - algemene vergadering: aanduiden van vertegenwoordiger en plaatsvervanger, waarbij de heer De Marez, 1ste schepen, aangeduid werd als vertegenwoordiger van de gemeente Oostrozebeke in de algemene vergadering van W.V.I., en mevrouw Geldhof, schepen, als plaatsvervanger in de algemene vergadering van W.V.I., voor de legislatuur 2025-2030.

        feiten, context, argumentatie

        De gemeente Oostrozebeke is aangesloten bij de West-Vlaamse Intercommunale (WVI).

        Het gemeentebestuur van Oostrozebeke mag zich in WVI laten vertegenwoordigen in de buitengewone algemene vergadering.

        Artikel 447 van het Decreet Lokaal Bestuur meldt de onverenigbaarheid tussen het mandaat van vertegenwoordiger op de algemene vergadering en dat van lid van een van de andere organen en de onverenigbaarheden van artikel 436 van het decreet lokaal bestuur.

        De gemeente ontving een aangetekend schrijven van 22 oktober 2025 van WVI betreffende de buitengewone algemene vergadering van woensdag 10 december 2025 om 18.30 u. met volgende agenda:

        1. Goedkeuring verslag van de algemene vergadering van 11 juni 2025;
        2. Begroting 2026;
        3. Strategisch plan 2025-2030;
        4. Kennisneming nieuwe bestuurder met raadgevende stem;
        5. Mededelingen.

        De buitengewone algemene vergadering zal plaats vinden in De Klokkenput, Bruggestraat 104, 8480 Ichtegem.

        De nuttige documenten voor de buitengewone algemene vergadering van woensdag 10 december 2025 werden bij het aangetekend schrijven van 22 oktober 2025 toegevoegd:

        1. De uitnodigingsbrief met agenda;
        2. De volmacht;
        3. Verslag algemene vergadering van 11 juni 2025;
        4. Begroting 2026;
        5. a Strategisch plan 2025 - 2030;
          b Nota strategisch plan - financiële middelen 2025 - 2030.

        Toelichting van de heer De Marez, 1ste schepen.

        financiële impact

        niet van toepassing

        amendement

        niet van toepassing

        tussenkomsten

        niet van toepassing

        Publieke stemming
        Aanwezig: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, Carl Vereecke
        Voorstanders: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        besluit

        Artikel 1

        De raad keurt de agenda met alle bijhorende stukken van de buitengewone algemene vergadering van de WVI van woensdag 10 december 2025 om 18.30 u. goed:

        1. Goedkeuring verslag van de algemene vergadering van 11 juni 2025;
        2. Begroting 2026;
        3. Strategisch plan 2025-2030;
        4. Kennisneming nieuwe bestuurder met raadgevende stem;
        5. Mededelingen.

        Artikel 2

        De vertegenwoordiger van de gemeente Oostrozebeke, die zal deelnemen aan de buitengewone algemene vergadering van de WVI op woensdag 10 december 2025, zal zijn stemgedrag afstemmen op dit besluit en de punten van de agenda van de buitengewone algemene vergadering van de WVI van woensdag 10 december 2025, goedkeuren.

        Artikel 3

        Een kopie van dit besluit wordt verzonden naar WVI, Koning Albert I-laan 122, 8200 Brugge, e-mail: r.calleeuw@wvi.be.

    • afvalbeleid en reiniging

      • Algemeen politiereglement: lokaal gedeelte: hoofdstuk 18: huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen: goedkeuren en deel 2: straf- en slotbepalingen: wijzigen

        Aanwezig: Hans Claerhout, raadslid-voorzitter
        Luc Derudder, burgemeester
        Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, schepenen
        Ilse Vervaeck, voorzitter BCSD
        Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, raadsleden
        Carl Vereecke, algemeen directeur
        aanleiding

        Wijzigen op vlak van afvalophaling voor huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen vanaf januari 2026.

        juridische overwegingen

        Nieuwe Gemeentewet, laatst gewijzigd bij wet van 15 januari 2024 betreffende de gemeentelijke bestuurlijke handhaving, de instelling van een gemeentelijk integriteitsonderzoek en houdende oprichting van een Directie Integriteitsbeoordeling voor Openbare Besturen, meer bepaald de artikelen 119, 119bis en 135, §2;

        Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, het laatst gewijzigd bij wet van 15 januari 2024 betreffende de gemeentelijke bestuurlijke handhaving, de instelling van een gemeentelijk integriteitsonderzoek en houdende oprichting van een Directie Integriteitsbeoordeling voor Openbare Besturen.

        Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties van 24 juni 2013, laatst gewijzigd bij wet van 15 januari 2024 betreffende de gemeentelijke bestuurlijke handhaving, de instelling van een gemeentelijk integriteitsonderzoek en houdende oprichting van een Directie Integriteitsbeoordeling voor Openbare Besturen.

        Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 6 december 2024 tot wijziging van artikel 6 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een verbeterende akte als gevolg van een arrest dat de verkiezingsuitslag wijzigt, meer bepaald de artikelen 2, 40 en 41.

        Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (hierna het materialendecreet genoemd), inzonderheid afdeling 3 van hoofdstuk 3 huishoudelijke afvalstoffen, laatst gewijzigd bij decreet van 20 december 2024 betreffende het programmadecreet bij de begroting 2025, meer bepaald de artikelen 26 tot en met 28.

        Besluit van 17 februari 2012 van de Vlaamse Regering tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen (hierna het VLAREMA), laatst gewijzigd bij Besluit van 2 mei 2055 van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het VLAREBO-besluit van 14 december 2007, het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen.

        Besluit van de Interregionale verpakkingscommissie van 02 februari 2024 tot erkenning van de vzw Fost Plus als organisme voor verpakkingsafval voor de periode 01 januari 2024 tot 31 december 2028.

        Besluit van 1 september 2022 van de gemeenteraad betreffende het algemeen gemeentelijk politiereglement: lokaal gedeelte, laatst gewijzigd bij besluit van 8 mei 2025 van de gemeenteraad betreffende algemeen politiereglement: lokaal gedeelte gedeelte: hoofdstuk 5 Gebruik van de gemeentelijke culturele infrastructuur en hoofdstuk 7 Gebruik van de sportinfrastructuur: wijzigen.

        Samenwerkingsakkoord van 4 november 2008 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval (hierna het interregionaal Samenwerkingsakkoord Verpakkingsafval genoemd).

        Lokaal Materialenplan 2023–2030 door de Vlaamse Regering op 26 mei 2023, B.S., 30 juni 2023.

        Beheersoverdracht die de gemeente heeft verleend aan het intergemeentelijk samenwerkingsverband I.V.I.O.

        feiten, context, argumentatie

        1.

        Door de invoering van DIFTAR-inzameling en GFT-inzameling en daaraan gelinkt de uitfasering van de inzameling van huishoudelijk restafval en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen in de gele restafvalzakken in de IVIO-regio, dient het politiereglement aangepast te worden.

        De teksten werden voorbereid in samenspraak met de andere gemeenten uit de IVIO-regio en meer bepaald met de gemeenten uit de IDOW-regio, zijnde: Ingelmunster en Dentergem.

        Er is een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid bestaat voor afvalstoffen, zoals gedefinieerd in het VLAREMA, meer bepaald artikel 3.1.1.

        Er is een terugnameplicht voor huishoudelijk verpakkingsafval; dat minstens papier en karton, hol glas en plastic flessen en flacons, metalen verpakkingen, drankkartons en restplastics van verpakkingen van huishoudelijke oorsprong selectief moeten worden ingezameld.

        Ter bescherming van het leefmilieu is het noodzakelijk het huishoudelijk afval en het vergelijkbaar bedrijfsafval tot een minimum te beperken en het afval maximaal selectief in te zamelen conform artikel 4.3.1 van Vlarema.

        Prioriteit moet verleend worden aan afvalvoorkoming en hergebruik van afvalstoffen.

        In tweede instantie dienen het huishoudelijk afval en het vergelijkbaar bedrijfsafval maximaal selectief ingezameld te worden met het oog op optimale verwerking.

        Binnen de regio willen de lokale besturen de inzameling van het huishoudelijk afval en het vergelijkbaar bedrijfsafval in de gemeenten zo optimaal mogelijk op elkaar afstemmen.

        De tarificatie wordt voorgesteld door I.V.I.O., in overleg met en na voorafgaandelijk goedkeuring van de gemeente.

        De gemeente wil, in overeenstemming met haar gemeentelijke zorgplicht zoals bepaald in artikel 26 van het Materialendecreet, het niet aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via de gemeentelijke inzamelkanalen en bijgevolg ontwijkgedrag (zoals sluikstorten, sluikstoken, afvaltoerisme naar buurgemeenten, afvaltoerisme naar de werkgever,…) maximaal voorkomen.

        Om hoger genoemde redenen en met het oog op de rechtszekerheid is het gepast het algemeen gemeentelijk politiereglement, lokaal gedeelte, met betrekking tot het ophalen van huishoudelijke afvalstoffen opnieuw vast te stellen en de bestaande regeling in het algemeen gemeentelijk politiereglement, zonaal deel (de artikelen * tot en met *) op te heffen.

        2.

        In ons huidige APR staat het volgende opgenomen:

        Artikel 20.2.

        Voor zover bij wetten, decreten, besluiten, algemene of provinciale verordeningen geen straffen of sancties zijn voorzien, kunnen de inbreuken op de bepalingen van deze politieverordening gestraft worden met:

          1. Een administratieve geldboete van maximum driehonderdvijftig euro;
          2. Een administratieve schorsing van een afgeleverde toelating of vergunning;
          3. Een administratieve intrekking van een afgeleverde toelating of vergunning;
          4. Een tijdelijke of definitieve sluiting van een instelling.

        Indien de dader een minderjarige is, die de volle leeftijd van veertien jaar heeft bereikt op het tijdstip van de feiten, bedraagt het maximum van de administratieve geldboete honderdvijfenzeventig euro.

        De in het eerste lid bedoelde schorsing, intrekking of sluiting worden opgelegd door het college van burgemeester en schepenen.

        De administratieve geldboete wordt opgelegd door de sanctionerende ambtenaar.

        Echter bij bemiddeling staat het volgende:

        Artikel 22.4.

        Het bemiddelingsaanbod is verplicht van toepassing voor minderjarige overtreders, die op het ogenblik van de feiten de volle leeftijd van zestien jaar hebben bereikt.

        Voor meerderjarige overtreders is de toepassing van de bemiddelingsprocedure facultatief.

        De sanctionerende ambtenaar beoordeelt hierbij of het opstarten van de bemiddelingsprocedure wenselijk en nuttig is.

        De overtreder dient echter in te stemmen met de bemiddeling en het slachtoffer moet geïdentificeerd zijn.

        De betrokken partijen worden gestimuleerd tot actieve deelname aan het bemiddelingsproces.

        De sanctionerende ambtenaar stelt het welslagen van de bemiddeling vast en kan geen administratieve geldboete meer opleggen wanneer deze bemiddeling geslaagd is.

        In geval van weigering van het aanbod of falen van de bemiddeling kan de sanctionerende ambtenaar ofwel een gemeenschapsdienst voorstellen ofwel een administratieve geldboete opleggen.

        Het artikel 348 dient derhalve aangepast te worden.

        3.

        Meteen wordt dit algemeen politiereglement, lokaal deel, gecoördineerd ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.

        Toelichting door mevrouw Vervaeck, schepen.

        financiële impact

        niet van toepassing

        amendement

        niet van toepassing

        tussenkomsten

        niet van toepassing

        Publieke stemming
        Aanwezig: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, Carl Vereecke
        Voorstanders: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        besluit

        Artikel 1

        De raad keurt de bepalingen van hoofdstuk 18 "Huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen" in het algemeen politiereglement: lokaal gedeelte goed: 

        Inhoudstafel

        Hoofdstuk 18: Beheer van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen

        afdeling I – Algemene bepalingen: artikelen 18.1. tot en met 18.13;
        afdeling II – Inzameling van restafval en vergelijkbaar bedrijfsafval: artikelen 18.17 tot en met 18.19;
        afdeling III – Inzameling van grofvuil: artikelen 18.20. tot en met 18.22.;
        afdeling IV – Selectieve inzameling van holglas: artikelen 18.23. tot en met 18.26;
        afdeling V – Selectieve inzameling van papier en karton: artikelen 18.27 tot en met 18.29.;
        afdeling VI – Selectieve inzameling van klein gevaarlijk afval: artikelen 18.30. tot en met 18.33.;
        afdeling VII – Selectieve inzameling aan huis van tuinafval: artikelen 18.34. tot en met 18.35;
        afdeling VIII – Selectieve inzameling van plastic flessen en flacons, metalen verpakkingen, drankkartons en restplastics van verpakkingen van huishoudelijke oorsprong (PMD): artikelen 18.36. tot en met 18.38.;
        afdeling IX - Selectieve inzameling van Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparatuur (AEEA): artikelen 18.39. tot en met 18.41.;
        afdeling X – Selectieve inzameling van metalen gemengd: artikelen 18.42. tot en met 18.44;
        afdeling XI – Selectieve inzameling van textiel: artikelen 18.45. tot en met 18.47.;
        afdeling XII – Selectieve inzameling van asbest: artikelen 18.48. tot en met 18.50;
        afdeling XIII – Selectieve inzameling van groente-, fruit- en tuinafval (GFT): artikelen 18.51. tot en met 18.53.;
        afdeling XIV – Gebruik van een gehuurde afzetcontainer: artikelen 18.54. tot en met 18.56.

        Afdeling 18.I – Algemene bepalingen

        Onderafdeling 1 – Definities

        Artikel 18.1.

        De definities opgenomen in het Materialendecreet, het VLAREMA en de bijhorende uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing op deze politieverordening.

        Onderafdeling 2 – Algemene bepalingen

        Artikel 18.2.

        Deze politieverordening is van toepassing op de inzameling en het beheer van alle huishoudelijke afvalstoffen.

        Deze politieverordening is tevens van toepassing op de inzameling en het beheer van alle met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen die via een gemeentelijke inzameling worden opgehaald, ingezameld of aangeboden.

        Onverminderd de bepalingen opgenomen in artikel 12 § 1 van het Materialendecreet is het verboden huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen achter te laten, op te slaan, aan te bieden, in te zamelen, te storten, te verbranden, te verwerken, te beheren in strijd met de bepalingen opgenomen in deze politieverordening.

        Onverminderd de bepalingen opgenomen in artikel 12 §1 van het Materialendecreet is het verboden voor de aanbieders van met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen om deze bedrijfsafvalstoffen op een andere manier aan te bieden bij de gemeentelijke inzameling in strijd met de bepalingen opgenomen in deze politieverordening.

        Artikel 18.3.

        § 1.

        De volgende afvalstoffen mogen niet worden aangeboden bij om het even welke selectieve huis-aan-huis inzameling en wijkinzameling:

          • restafval;
          • grofvuil;
          • gashouders en/of andere ontplofbare voorwerpen;
          • krengen van dieren en slachtafval;
          • oude en vervallen geneesmiddelen;
          • bedrijfsafvalstoffen, andere dan de met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen;
          • afvalstoffen afkomstig uit gemeenten, die geen deel uitmaken van de opdrachthoudende vereniging I.V.I.O.

        § 2. De volgende afvalstoffen mogen niet worden aangeboden op het recyclagepark:

          • groente- en fruitafval, al dan niet gemengd met tuinafval;
          • gashouders  en/of andere ontplofbare voorwerpen;
          • krengen van dieren en slachtafval;
          • oude en vervallen geneesmiddelen;
          • aarde/graszoden/stabilisé/zavel/zand;
          • airbags;
          • asfalt/roofing (grote hoeveelheden);
          • autobanden;
          • nog bruikbare elektrische apparaten;
          • treinbilzen;
          • uitwerpselen van dieren;
          • zonnepanelen;
          • bedrijfsafvalstoffen, andere dan de met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen;
          • afvalstoffen afkomstig uit gemeenten, die geen deel uitmaken van de opdrachthoudende vereniging I.V.I.O.

        Artikel 18.4.

        § 1.

        Alleen de geregistreerde vervoerders of de geregistreerde inzamelaars, afvalstoffenhandelaars en -makelaars, daartoe aangewezen bij deze verordening of door de intergemeentelijke vereniging I.V.I.O. zijn gerechtigd om huishoudelijke afvalstoffen te aanvaarden of in te zamelen. Behoudens in de gevallen die uitdrukkelijk bepaald zijn door de Vlaamse Regering of in een goedgekeurde milieubeleidsovereenkomst.

        §2.

        Het is voor iedereen verboden om het even welke huishoudelijke afvalstof af te geven of voor inzameling aan te bieden aan andere geregistreerde vervoerders of de geregistreerde inzamelaars, afvalstoffenhandelaars en -makelaars dan deze daartoe aangewezen bij dit reglement of door de intergemeentelijke vereniging I.V.I.O. Behoudens in de gevallen die uitdrukkelijk bepaald zijn door de Vlaamse Regering of in een goedgekeurde milieubeleidsovereenkomst.

        §3.

        Aanvullend mogen metalen door de afvalproducent aangeboden worden rechtstreeks aan de vergunde inrichtingen van verwerkers, inzamelaars, afvalstoffenhandelaars of -makelaars op voorwaarde dat de sorteerverplichting opgenomen in artikel 4.3.1 van het VLAREMA wordt nageleefd en dat de desbetreffende inrichting hoeveelheden rapporteert aan de gemeente. Metalen verpakkingen moeten ingezameld worden conform artikel 18.37 van dit reglement.

        §4.

        Voor afvalstoffen, die onder een aanvaardingsplicht of vrijwillige terugname vallen, wordt verwezen naar de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.

        §5.

        Elke inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar die op het grondgebied van de gemeente huishoudelijke afvalstoffen op eigen initiatief wenst in te zamelen moet vooraf een toelating vragen bij de gemeente of haar intergemeentelijk samenwerkingsverband. De aanvraag bevat minstens volgende gegevens :

          • identificatie van de organisator van de inzameling;
          • identificatie van de betrokken inzamelaar(s), afvalstoffenhandelaar(s) of –makelaar(s) en de betrokken vervoerder(s);
          • aard van de afvalstoffen;
          • inzamelwijze en alle inzamelmodaliteiten, zoals sorteerboodschap, inzamelfrequentie, afvoerfrequentie,…;
          • indien van toepassing, de locaties waar inzamelrecipiënten geplaatst worden en de maatregelen die genomen worden om de locaties te beheren overeenkomstig de geldende verplichtingen;
          • duurtijd van de inzameling;
          • afvoermodaliteiten van de afvalstoffen;
          • wijze van registratie van de ingezamelde, afgevoerde en verwerkte afvalstoffen.

        De gemeente of haar intergemeentelijk samenwerkingsverband kan schriftelijk toelating geven aan de organisator van de inzameling op voorwaarde dat de organisator per kwartaal en ten laatste anderhalve maand na het verstrijken van het betreffende kwartaal de gegevens met betrekking tot de op het gemeentelijk grondgebied ingezamelde huishoudelijke hoeveelheden tijdens het voorbije kwartaal rapporteert aan de gemeente.

        De gemeente kan deze toelating eventueel beperken in de tijd.

        Wanneer vastgesteld wordt dat de organisator de geldende wettelijke bepalingen en/of de voorwaarden gekoppeld aan de gemeentelijke toelating schendt, kan de gemeente haar toelating opheffen.

        § 6.

        In afwijking van §5 kunnen scholen en verenigingen die gevestigd zijn in de gemeente zonder toelating van de gemeente of haar intergemeentelijk samenwerkingsverband per kalenderjaar maximum twee verschillende afvalstromen selectief inzamelen mits cumulatief voldaan aan de volgende voorwaarden:

          • Voor elke stroom die ingezameld wordt, is er uitgebreide sensibilisering over preventie, hergebruik en selectieve inzameling.
          • Uitgezonderd voor batterijen en afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) is de inzameling beperkt tot selectieve fracties waarvan de inzameling niet is georganiseerd op het recyclagepark of bij de huis aan huis inzameling.
          • De inzameling is beperkt tot maximaal twee verschillende stromen per jaar.
          • Kleine volumes kunnen permanent ingezameld worden, maar inzameling via containers wordt beperkt tot maximaal twee weken per jaar.
          • De inzameling en opslag moet gebeuren op een aangepaste locatie, in aangepaste verpakkingen en/of afvalcontainers. Daarbij moet de hinder voor het milieu, de omgeving en omwonenden tot een aanvaardbaar niveau worden beperkt.
          • De afvalstoffen moeten regelmatig worden afgevoerd voor verwerking met respect voor de verwerkingshiërarchie.
          • De initiatiefnemers moeten samenwerken met een geregistreerde inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of – makelaar.
          • De inzamelcijfers moeten doorstromen naar het lokale bestuur. Het lokale bestuur moet op haar beurt voldoen aan alle registratie- en rapporteringsverplichtingen rond deze cijfers.

        Onderafdeling 2 – Verbranden en sluikstorten van afvalstoffen

        Artikel 18.5.

        § 1.

        Onverminderd de toepassing van andere wettelijke bepalingen is het verboden om afvalstoffen te verbranden, zowel in open lucht als in gebouwen.

        Artikel 18.6.

        § 1.

        Onverminderd de toepassing van andere wettelijke bepalingen is het verboden om het even welke afvalstof te sluikstorten.

        Onder sluikstorten wordt verstaan het achterlaten, opslaan of storten van om het even welke afvalstof op niet-reglementaire plaatsen, op niet-reglementaire tijdstippen of in niet-reglementaire recipiënten en elke handeling strijdig met deze politieverordening en andere toepasselijke wettelijke bepalingen.

        § 2.

        Het is verboden modder, zand of afvalstoffen die zich voor of nabij de woning bevinden op de straten, in de greppels of in de rioolputten te vegen.

        Het is tevens verboden via de rioolputten of op enige andere wijze om het even welke afvalstoffen in de riolering te deponeren.

        § 3.

        Met het oog op kringlooptuinieren is het voor particulieren toegestaan op eigen privéterrein een stapelplaats aan te leggen voor het composteren van eigen groente-, fruit- en tuinafval. Deze composteerruimte, niet zichtbaar van op straat, mag geen hinder veroorzaken voor de buurtbewoners.

        Onderafdeling 3 – Aanbieding van afvalstoffen

        Artikel 18.7.

        § 1.

        De huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen dienen aangeboden te worden zoals voorzien in deze verordening.

        Afvalstoffen die worden aangeboden op een wijze die niet voldoet aan de voorwaarden van deze verordening worden niet aanvaard.

        Bij huis-aan-huis inzameling dient de aanbieder de niet-aanvaarde afvalstoffen dezelfde dag nog terug te nemen.

        De niet terugname conform dit reglement wordt beschouwd als sluikstorten zoals vermeld in artikel 18.6.

        § 2.

        Het toezicht op de aanbieding van afvalstoffen wordt uitgevoerd door de geregistreerde vervoerders of de geregistreerde inzamelaars, afvalstoffenhandelaars en -makelaars die van de intergemeentelijke vereniging I.V.I.O. de toelating kregen afvalstoffen in te zamelen en door de parkwachter in geval van inzameling via het recyclagepark.

        Deze geregistreerde inzamelaars, afvalstoffenhandelaars en -makelaars en de parkwachter mogen de aangeboden afvalstoffen controleren en de aanbieders wijzen op de foutieve aanbieding en de nodige richtlijnen verstrekken.

        §3.  

        Behoudens schriftelijke toelating van het college van burgemeester en schepenen is het voor iedereen verboden inzamelingen te organiseren en om het even welke aangeboden afvalstof mee te nemen.

        Alleen de ophalers, daartoe aangewezen door het intergemeentelijk samenwerkingsverband I.V.I.O., zijn gerechtigd om afvalstoffen in te zamelen.

        Artikel 18.8.

        § 1.

        De afvalstoffen mogen slechts na 18 u. van de dag voorafgaand aan de dag waarop de ophaling van de huishoudelijke afvalstoffen plaats zal vinden en ten laatste om 6 u. op de dag van de ophaling zelf, op de stoep voor eigen woning worden geplaatst.

        In uitzonderlijke gevallen kan het uur van de ophaling wijzigen of kan de ophaling ook op zon- en feestdagen gebeuren (bv. bij extreme warmte).

        § 2.

        De voorgeschreven recipiënten moeten door de inwoners aangeboden worden aan de rand van de openbare weg en voor het betrokken perceel, zonder evenwel het verkeer van voertuigen, fietsers en voetgangers te hinderen.

        De inwoners van wegen, plaatsen of stegen waar de wagens van de ophaaldienst niet door kunnen, of van woningen die afgelegen zijn van de openbare weg, moeten de voorgeschreven recipiënten neerzetten op de dichtst bij hun woning gelegen straathoek, die wel bereikbaar is.

        § 3.

        De inwoners die de recipiënten buitenzetten zijn verantwoordelijk voor het eventueel zwerfvuil dat hiervan afkomstig is en staan zelf in voor het opruimen ervan.

        § 4.

        Het is verboden de langs de openbare weg staande recipiënten te openen, geheel of gedeeltelijk te ledigen en/of te doorzoeken, met uitzondering van het bevoegde personeel in de uitoefening van hun functie.

        In aanvulling wordt het toevoegen van eigen afval aan het recipiënt van een andere aanbieder gelijkgesteld aan sluikstorten, waarop artikel 18.6 van toepassing is.

        § 5.

        De geledigde recipiënten dienen door de aanbieder op de dag van de lediging terug te worden verwijderd van de openbare weg, tenzij anders afgesproken met de gemeente.

        § 6.

        Gashouders of andere ontplofbare voorwerpen (munitie, vuurwerk, enz.) mogen niet worden aangeboden, noch bij om het even welke andere selectieve inzameling.

        § 7.

        Woonsites met ondergrondse afvalcontainers.

        In woonsites waar ondergrondse afvalcontainers voor specifieke afvalfracties staan, is het verplicht deze afvalfracties van huishoudelijk afval of hiermee gelijkgestelde bedrijfsafvalstoffen aan te bieden in de ondergrondse afvalcontainers.

        De aanbieding gebeurt op volgende wijze: - in de daarvoor voorziene fractierecipiënten (de bovengrondse inwerpzuil) - met een daartoe bestemde persoonlijke badge of via eID.

        § 8.

        Fracties waarvoor geen recipiënten voorzien zijn op de woonsite, worden aangeboden zoals voorzien in de artikels met betrekking op selectieve inzameling.

        Onderafdeling 4 – Afval op standplaatsen

        Artikel 18.9.

        De uitbater van een inrichting, zowel permanent (horeca, take away, winkels,…), als tijdelijk (bv. markten, kermissen, braderijen,…), die tabaksproducten, voedingsmiddelen of dranken verkoopt of aanbiedt die buiten de inrichting onmiddellijk kunnen worden verbruikt, moet op een behoorlijke wijze, voldoende duidelijk zichtbare en goed bereikbare selectieve inzamelrecipiënten voorzien en instaan voor een correcte inzameling, verwijdering en verwerking van het afval.

        Artikel 18.10.

        De afvalstoffen dienen selectief te worden ingezameld in hun respectievelijke inzamelrecipiënten.

        Deze inzamelrecipiënten dienen voorzien te zijn van een duidelijk leesbaar opschrift dat aangeeft welke afvalstoffen erin gedeponeerd mogen worden.

        De nodige maatregelen moeten worden genomen zodat de ingezamelde afvalstoffen maximaal worden hergebruikt of gerecycleerd.

        Artikel 18.11.

        De locatie waar de inzamelrecipiënten geplaatst worden en het aantal inzamelrecipiënten, alsook de aard van de in te zamelen afvalstoffen kunnen door de gemeente bepaald worden.

        Artikel 18.12.

        De uitbater moet de inzamelrecipiënten zelf tijdig ledigen en het inzamelrecipiënt, de standplaats en de onmiddellijke omgeving van de inrichting rein houden.

        De uitbater ruimt minstens elke openingsdag alle afvalstoffen op die afkomstig zijn van de producten die hij verkocht heeft en dit in een straal van 25 meter vanaf de grens van de inrichting.

        Onderafdeling 5 – Afval van huisdieren

        Artikel 18.13.

        De eigenaars en houders van huisdieren zijn verplicht te beletten dat de voetpaden en aanpalende huizen, bermen tussen voetpad en rijweg, begraafplaatsen, openbare parken, bossen, tuinen, speelpleinen en andere voor het publiek toegankelijke zones en de fiets- en rijwegen bevuild worden door hun dieren.

        Kleine huisdieren mogen zich enkel op de voorziene locaties ontlasten.

        Indien uitwerpselen terecht komen op de voornoemde plaatsen, is de eigenaar of houder van het dier verplicht deze uitwerpselen te verwijderen en te deponeren in een straatvuilbak of in een speciaal daarvoor voorzien inzamelrecipiënt of moeten de uitwerpselen voldoende verpakt meegegeven worden met de gemeentelijke inzameling van huisvuil.

        De voormelde verplichtingen ontslaan de aangelanden echter niet van hun eigen verplichtingen om de openbare weg rein te houden.

        De begeleiders van kleine huisdieren zijn verplicht steeds een zakje voor het verwijderen van de uitwerpselen van hun dier in bezit te hebben.

        Het zakje dient op het verzoek van de toezichthouder getoond te worden.

        De bepalingen van artikel 18.13, lid 1 tot en met 4 zijn niet van toepassing op blindengeleide- en assistentiehonden.

        Eigenaars en houders van grote huisdieren zijn verplicht om de uitwerpselen van hun dieren die publiek toegankelijke zones bevuilen, te verwijderen.

        Afdeling 18.II – Inzameling van restafval en vergelijkbaar bedrijfsafval

        Onderafdeling 1 - Definitie

        Artikel 18.14.

        Voor de toepassing van deze verordening wordt onder restafval en vergelijkbaar bedrijfsafval verstaan: alle afvalstoffen, ontstaan door respectievelijk de normale werking van een particuliere huishouding en een vergelijkbare bedrijfsactiviteit, die in de voorgeschreven restafvalcontainer voor de restafvalophaling kunnen geborgen worden, met uitzondering van papier en karton, textiel, glas, klein gevaarlijk afval, gft-afval, plastic flessen en flacons, metalen verpakkingen en drankkartons (PMD), herbruikbaar materiaal en andere verplicht in te zamelen selectieve afvalstoffen.

        Onderafdeling 2 - Inzameling

        Artikel 18.15.

        § 1.

        Het restafval en het vergelijkbaar bedrijfsafval worden minstens tweewekelijks huis-aan-huis opgehaald langs de voor de geregistreerde vervoerders of de geregistreerde inzamelaars, afvalstoffenhandelaars en -makelaars toegankelijke straten, wegen en pleinen, op de door I.V.I.O. bepaalde dagen.

        § 2.

        Het restafval en het vergelijkbaar bedrijfsafval mogen niet worden meegegeven met een inzameling andere dan deze van het restafval en vergelijkbaar bedrijfsafval.

        § 3.

        Vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen zijn “bedrijfsafvalstoffen van vergelijkbare aard, samenstelling en hoeveelheid als huishoudelijke afvalstoffen, die ontstaan ten gevolge van activiteiten die van dezelfde aard zijn als activiteiten van de normale werking van een particuliere huishouding”.

        Voor dit vergelijkbaar bedrijfsafval geldt een concrete gewichtsbeperking voor een container van 22,5 kg per tweewekelijkse ophaling.

        Onderafdeling 3 - Wijze van aanbieding

        Artikel 18.16.

        § 1.

        Het restafval en het vergelijkbaar bedrijfsafval dienen gescheiden aangeboden te worden in een restafvalcontainer, die door I.V.I.O. ter beschikking gesteld wordt.

        Deze container draagt het logo van de Intergemeentelijke Vereniging I.V.I.O. en is voorzien van een ingebouwde elektronische gegevensdrager die in opdracht van de gemeente ter beschikking gesteld wordt.

        Deze chip controleert de betalingsstatus en wordt niet geledigd wanneer een saldo zich onder de drempelwaarde bevindt (vastgelegd door I.V.I.O.), conform dit reglement wordt artikel 18.7 aangesproken en dient de aanbieder de niet-aanvaarde afvalstoffen terug binnen te nemen.

        De restafvalcontainer met chip wordt in opdracht van de gemeente ter beschikking gesteld en blijft eigendom van de opdrachtnemer I.V.I.O.

        Alle inwoners in de gemeente die als dusdanig ingeschreven zijn in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister zijn voor de inzameling van hun restafval verplicht gebruik te maken van deze restafvalcontainer met chip.

        De restafvalcontainer wordt aan huis afgeleverd en kan niet worden geweigerd.

        § 2.

        Het gewicht per aangeboden restafvalcontainer mag niet groter zijn dan:

          • 15 kg voor een container van 40 liter;
          • 60 kg voor een container van 120 liter;
          • 110 kg voor een container van 240 liter.

        § 3.

        De restafvalcontainer moet volledig gesloten aangeboden worden en mag noch scheuren, barsten of lekken vertonen.

        De restafvalcontainer moet met de handgrepen naar de straatzijde geplaatst worden.

        De gebruikers zijn verantwoordelijk voor het deugdelijk gebruik en onderhoud van de container.

        Onder deugdelijk gebruik wordt verstaan dat de restafvalcontainer zuiver moet gehouden worden, degelijk onderhouden moet worden en uitsluitend mag aangewend worden voor de opslag van restafval.

        § 4.

        In geval van beschadiging of verlies/diefstal van de toegewezen restafvalcontainer dient de gebruiker I.V.I.O. hiervan onverwijld, via de infolijn of via het burgerportaal, in kennis te stellen met het oog op de herstelling of vervanging door een nieuwe container. In geval van oneigenlijk gebruik kunnen de kosten van herstelling of vervanging verhaald worden op de gebruiker.

        In geval van diefstal dient de gebruiker onverwijld een proces-verbaal te laten opmaken door de politie en dit voor te leggen.

        § 5.

        De container dient verbonden te blijven aan het adres waar hij is geleverd.

        In geval van verhuizing is het de gebruiker niet toegestaan om de container (en optioneel slot) mee te nemen naar zijn nieuw adres.

        De container moet leeg en gereinigd worden en op het oorspronkelijke adres achtergelaten worden.

        § 6.

        De Intergemeentelijke Vereniging I.V.I.O. verleent de mogelijkheid om te allen tijde tegen betaling (of zonder vergoeding tegen bepaalde voorwaarden) een omruiling te doen van de restafvalcontainer en dit via de infolijn of het burgerportaal dat door I.V.I.O. wordt opengesteld.

        § 7.

        Inwoners, die ten gevolge van een verhuis binnen of naar de gemeente niet over een restafvalcontainer beschikken of een ander volume wensen, dienen hiervoor contact op te nemen via de infolijn of het burgerportaal dat door I.V.I.O. wordt opengesteld.

        § 8.

        Voor inwoners die occasioneel meer restafval wensen mee te geven met de huis-aan-huis-ophaling is het aanbieden van extra restafval in zakken met een inhoud die in de restafvalcontainer past toegestaan.

        Deze restafvalzakken zijn te voorzien door de inwoners zelf.

        Per gezin mogen er maximaal 3 keer per kalenderjaar 4 zakken met extra restafval aangeboden worden.

        Deze zakken worden in de container geplaatst en gewogen, dus de zak mag niet groter zijn dan 60L.

        De inwoner dient dit minstens 4 dagen voor de ophaling te melden via de infolijn of het burgerportaal dat door I.V.I.O. opengesteld wordt.

        Het extra restafval wordt in een zak aangebodenn die naast de restafvalcontainer aangeboden wordt.

        Deze zak moet in de restafvalcontainer geplaatst kunnen worden door de ophaler zodat deze mee gewogen en aangerekend wordt met het afval dat al in de container werd aangeboden.

        § 9.

        Het restafval en vergelijkbaar bedrijfsafval dienen aangeboden te worden in een toestand die geen risico inhoudt voor de veiligheid en/of gezondheid van de ophaler.

        Voorwerpen met risico tot ontploffing of ontbranding zijn verboden in de restafvalcontainer.

        Scherpe voorwerpen dienen zodanig verpakt te worden dat ze geen gevaar kunnen opleveren voor de ophalers én verwerkers van het restafval en het vergelijkbaar bedrijfsafval.

        Daarnaast is het niet toegestaan om het restafval zodanig aan te drukken dat de automatische lediging door de ophaalwagen onmogelijk wordt.

        Indien de gemeente dit opteert kan de inzameling van restafval vervangen worden door wijkinzameling onder vorm van een sorteerstraat.

        De voorwaarden zijn opgenomen in een procedure.

        De gemeente geeft in dit geval aan welke bewoners de toegang verleend moet worden.

        Het ledigen en verwerken van huishoudelijk afval ingezameld via ondergrondse inzamelsystemen binnen het I.V.I.O. werkingsgebied mag enkel door I.V.I.O. of een door I.V.I.O. aangestelde inzamelaar gebeuren.

        Afdeling 18.III – Inzameling van groot selectief afval en grofvuil

        Onderafdeling 1 – Definitie

        Artikel 18.17.

        § 1.

        Voor de toepassing van deze verordening wordt onder groot selectief afval en grofvuil verstaan: alle afvalstoffen, die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en de gelijkgestelde afvalstoffen, die omwille van de omvang, de aard en/of het gewicht niet in de recipiënten voor de huisvuilophaling kunnen geborgen worden.

        Het betreft dus grote stukken brandbaar materiaal, zoals meubels, vervuilde matrassen, tapijten etc. die te groot zijn om de restafvalcontainer te passen en niet bij een specifieke selectieve inzameling horen.

        Verder mag de burger met deze inzameling ook afvalstoffen meegeven die via het recyclagepark selectief ingezameld worden, maar die hij omwille van hun omvang of gewicht niet zelf kan brengen.

        Die laatste groep, het groot selectief afval, wordt achteraf nog uitgesorteerd en naar recyclage afgevoerd.

        Onderafdeling 2 - Inzameling

        Artikel 18.18.

        § 1.

        Het groot selectief afval en grofvuil wordt minstens tweemaal per jaar op afroep tegen betaling huis-aan-huis opgehaald langs de straten, wegen en pleinen waar de ophaling is ingericht, op de door I.V.I.O. bepaalde dagen.

        Het groot selectief afval en grofvuil wordt ook ingezameld op het recyclagepark.

        Herbruikbare goederen kunnen gratis worden aangeboden op het recyclagepark of bij het kringloopcentrum waarmee de intergemeentelijke vereniging I.V.I.O. een overeenkomst heeft afgesloten.

        § 2.

        Voor de ophaling op afroep moet vooraf een afspraak gemaakt worden met vermelding van de op te halen materialen.

        Praktische afspraken worden gemaakt over de manier van aanbieding.

        Meer informatie en reservatie via de I.V.I.O. website.

        § 3.

        Het groot selectief afval en grofvuil mag niet worden meegegeven met het restafval en het vergelijkbaar bedrijfsafval of een inzameling, andere dan deze van het groot selectief afval en grofvuil.

        Zowel selectieve fracties als brandbaar afval kunnen wel steeds worden aangeboden op het recyclagepark.

        Onderafdeling 3 - Wijze van aanbieding

        Artikel 18.19.

        § 1.

        Groot selectief afval en grofvuil moet – indien nodig – stevig samengebonden worden zodat het niet kan uiteenvallen.

        Het mag niet in afvalzakken, kartonnen dozen of papieren zakken worden aangeboden.

        § 2. Het gewicht van één afzonderlijk voorwerp of samengebonden bundel mag niet meer bedragen dan 30 kg.

        Het grofvuil mag niet langer zijn dan 2 meter, 2 meter op 1 meter of groter dan 1 m³.

        § 3.

        Scherpe voorwerpen moeten op een veilige wijze worden verpakt alvorens te worden meegegeven met het grofvuil.

        § 4.

        Groot selectief afval en grofvuil dat wordt aangeboden op een wijze die niet voldoet aan deze voorwaarden wordt niet meegenomen.

        De aanbieder dient dit afval nog dezelfde dag te verwijderen.

        § 5.

        De inwoners van wegen, plaatsen en stegen waar de wagens van de ophaaldienst niet door kunnen, of van woningen, die afgelegen zijn van de openbare weg, moeten hun afvalstoffen neerzetten op de dichtst bij hun woning gelegen straathoek die wel bereikbaar is.

        § 6.

        De inwoners, die groot selectief afval en grofvuil buiten zetten zijn verantwoordelijk voor het eventueel uitspreiden van de inhoud ervan en staan zelf in voor het opruimen.

        § 7.

        Groot selectief afval en grofvuil dat om welke reden dan ook niet werd meegenomen, moet nog dezelfde dag terug binnengehaald worden, conform de regeling die werd opgenomen in artikel 18.7.

        § 8.

        Het is verboden groot selectief afval en grofvuil te doorzoeken, tenzij door de politionele diensten, medewerkers van de ophaaldienst en beëdigde ambtenaren in het kader van de uitvoering van hun functie.

        Afdeling 18.IV – Selectieve inzameling van holglas

        Onderafdeling 1 - Definitie

        Artikel 18.20.

        § 1.

        Voor de toepassing van deze verordening wordt onder holglas verstaan: hol glas, ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en een vergelijkbare bedrijfsactiviteit zoals: alle lege glazen flessen en bokalen van dranken, fruit en groenten, voedingswaren, confituren, sausen met uitzondering van vuurvaste voorwerpen, kristal, opaal glas, plexiglas, e.d.

        Onderafdeling 2 - Inzameling

        Artikel 18.21.

        § 1.

        Hol glas wordt ingezameld op de openbare weg in glascontainers die verspreid staan opgesteld in de gemeente.

        Het gebruik van de containers is uitsluitend voorbehouden aan de inwoners van de Intergemeentelijke vereniging I.V.I.O.

        § 2.

        Hol glas mag niet worden meegegeven met het restafval en het vergelijkbaar bedrijfsafval, of een selectieve inzameling, andere dan deze van glas.

        Onderafdeling 3 - Wijze van aanbieding

        Artikel 18.22.

        § 1.

        Hol glas dat naar de glascontainer gebracht wordt, dient afhankelijk van de kleur, in de daartoe voorziene glascontainers te worden gedeponeerd.

        Hol glas dient leeg en voldoende gereinigd te zijn.

        Plastieken omhulsels dienen verwijderd te worden en selectief ingezameld te worden met het PMD.

        Artikel 18.23.

        § 1.

        Het deponeren in glascontainers van andere afvalstoffen dan hol glas is verboden.

        Het is verboden om naast de glascontainers glas of andere afvalstoffen achter te laten.

        Dit wordt beschouwd als sluikstorten.

        § 2.

        Het is verboden glas te deponeren in de glascontainers tussen 22.00 uur en 08.00 uur.

        § 3.

        I.V.I.O. past handhaving toe doormiddel van mobiele camera’s op sluikstortgevoelige plaatsen.

        Afdeling 18.V – Selectieve inzameling van papier en karton

        Onderafdeling 1 - Definitie

        Artikel 18.24. 

        § 1.

        Voor de toepassing van deze verordening wordt onder papier en karton verstaan: alle dag-, week- en maandbladen, tijdschriften en periodieken, reclamedrukwerk en ander drukwerk, publicaties, telefoon- en faxgidsen, schrijfpapier, kopieerpapier, computerpapier, boeken en papieren of kartonnen verpakkingen, ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en een vergelijkbare bedrijfsactiviteit, met uitzondering van geolied papier of karton, papier met waslaag, carbonpapier, gelaagd papier, vervuild papier, vervuilde papieren en kartonnen verpakkingen, papieren voorwerpen waar kunststof of andere materialen in verwerkt zijn, kaarten met magneetbanden, behangpapier, cement-, meststof- en sproeistofzakken, e.d.

        Onderafdeling 2 - Inzameling

        Artikel 18.25.

        § 1.

        De dienstregeling voor de papier- en kartonophaling wordt in samenspraak met I.V.I.O. vastgelegd en minstens jaarlijks via een huis-aan-huis bedeelde ophaalkalender aan de inwoners van de gemeente bekendgemaakt.

        De ophaalkalender is tevens online consulteerbaar of via de Recycleapp.

        Papier en karton wordt ook ingezameld op het recyclagepark.

        § 2.

        Papier en karton mag niet worden meegegeven met het restafval en het vergelijkbaar bedrijfsafval, het grofvuil of een selectieve inzameling, andere dan deze van papier en karton.

        § 3.

        Het papier en karton van ambachtelijke en handelsactiviteiten kan slechts worden meegegeven met de ophalingen van het papier en karton indien hun wijze van aanbieding beantwoordt aan de bepalingen van dit hoofdstuk.

        Indien de gemeente dit opteert kan de inzameling van papier en karton vervangen worden door wijkinzameling onder vorm van een sorteerstraat.

        De voorwaarden zijn opgenomen in een procedure.

        De gemeente geeft in dit geval aan welke bewoners de toegang verleend moet worden.

        Het ledigen en verwerken van huishoudelijk afval ingezameld via ondergrondse inzamelsystemen binnen het I.V.I.O. werkingsbied mag enkel door I.V.I.O. gebeuren.

        Onderafdeling 3 - Wijze van aanbieding

        Artikel 18.26.

        § 1.

        Het papier en karton mag niet los aangeboden worden: kartonnen dozen dienen in elkaar gevouwen of gescheurd te zijn.

        Het papier en/of karton moet vervolgens verpakt zijn in een andere kartonnen doos of samengebonden met natuurtouw.

        § 2.

        Het gewicht van de recipiënt mag niet groter zijn dan 15kg.

        § 3.

        Per aansluitpunt en per vierwekelijkse ophaling mag max. 1 m³ aangeboden worden.

        Afdeling 18.VI – Selectieve inzameling van klein gevaarlijk afval

        Onderafdeling 1 - Definitie

        Artikel 18.27.

        § 1.

        Voor de toepassing van deze verordening wordt onder Klein Gevaarlijk Afval, hierna KGA genoemd, verstaan, de afvalstoffen zoals opgesomd in artikel 5.2.2.1 van het VLAREMA.

        Onderafdeling 2 - Inzameling

        Artikel 18.28.

        § 1.

        KGA wordt ingezameld op het recyclagepark.

        § 2.

        KGA mag niet worden meegegeven met het restafval en het vergelijkbaar bedrijfsafval, het grofvuil of een selectieve inzameling, andere dan deze van KGA.

        Onderafdeling 3 - Wijze van aanbieding

        Artikel 18.29.

        § 1.

        Het KGA moet, afzonderlijk van andere afvalstoffen, aangeboden worden in een daartoe geschikt recipiënt, tenzij het fysisch onmogelijk is.

        Het aangeboden KGA wordt zoveel mogelijk in de oorspronkelijke verpakking, inclusief buitenverpakking, aangeboden om de identificatie te vereenvoudigen.

        Indien nodig brengt de voortbrenger zelf de aanduiding(en) over de aard, de samenstelling en de eventuele gevaren van het KGA op de verpakking aan.

        Producten van verschillende aard mogen niet worden samengevoegd.

        De aanbieder dient alle nodige voorzorgsmaatregelen te treffen om het lekken en andere ongewenste effecten van het KGA te voorkomen.

        § 2.

        Injectienaalden moeten worden aangeboden op het recyclagepark of bij de apotheker in een naaldcontainer, die voldoet aan de ADR- reglementering.

        Artikel 18.30.

        § 1.

        Het KGA aangeboden op het recyclagepark wordt door het bevoegde personeel in de inrichting aansluitend bij het recyclagepark gedeponeerd.

        De aanbieder van het KGA mag dit niet zelf doen, tenzij dit voor bepaalde productgroepen specifiek wordt aangegeven.

        Afdeling 18.VII – Selectieve inzameling aan huis van tuinafval

        Onderafdeling 1 - Definitie

        Artikel 18.31. 

        § 1.

        Voor de toepassing van deze verordening wordt onder tuinafval verstaan: organisch composteerbaar afval zoals snoeihout, plantenresten, haagscheersel, bladeren, boomstronken, gazonmaaisel en kerstbomen, ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en een vergelijkbare bedrijfsactiviteit.

        Onder snoeihout worden enkel takken met een diameter van minder dan 10 cm verstaan.

        Onderafdeling 2 - Inzameling

        Artikel 18.32.

        § 1.

        De dienstregeling voor tuinafval wordt in samenspraak met I.V.I.O. en jaarlijks via een huis-aan-huis bedeelde ophaalkalender aan de inwoners van de gemeente bekendgemaakt.

        § 2.

        Het tuinafval wordt aangeboden in tuincontainers tegen betaling.

        Kerstbomen, snoeihout, wortelstronken en het overige tuinafval kunnen ook steeds aangeboden worden op het intergemeentelijk recyclagepark van I.V.I.O.

        Afdelingk 18.VIII – Selectieve inzameling van plastic flessen en flacons, metalen verpakkingen, drankkartons en restplastics van verpakkingen van huishoudelijke oorsprong (PMD)

        Onderafdeling 1 - Definitie

        Artikel 18.33. 

        § 1.

        Voor de toepassing van deze verordening wordt onder PMD verstaan:

          • Plastieken verpakkingen van diverse aard (inclusief folies en zakjes);
          • Metalen verpakkingen zoals drank- en conservenblikjes, aluminium schotels/schaaltjes en bakjes, schroefdoppen, deksels van flessen en bokalen, kroonkurken, dozen en bussen van sigaren, koekjes, chocolade, olie e.d., spuitbussen/aërosols van voedingsmiddelen en cosmetica, e.d.;
          • Drankkartons: elke laminaatverpakking (type brik) die vloeibare producten heeft bevat e.d. met uitzondering van papieren, kartonnen of glazen verpakkingen en elke andere selectief ingezamelde afvalstoffen.

        § 2.

        De aangeboden PMD mogen geen KGA, glas, etensresten of andere afvalstoffen bevatten.

        Onderafdeling 2 – Inzameling

        Artikel 18.34.

        § 1.

        De dienstregeling voor de PMD inzameling wordt door I.V.I.O. vastgelegd en minstens jaarlijks via een huis-aan-huis bedeelde ophaalkalender aan de inwoners van de gemeente bekendgemaakt.

        De ophaalkalender is eveneens online consulteerbaar of via de recycle app.

        § 2.

        Plastic flessen en flacons, metalen verpakkingen, drankkartons en restplastics van verpakkingen van huishoudelijke oorsprong mogen niet worden meegegeven met het restafval en het vergelijkbaar bedrijfsafval, of een andere selectieve inzameling, andere dan deze van de plastic flessen en flacons, metalen verpakkingen, drankkartons en restplastics van verpakkingen van huishoudelijke oorsprong.

        § 3.

        Metalen verpakkingen die via de PMD-inzameling opgehaald worden zijn niet toegelaten bij de fractie metalen gemengd.

        § 4.

        Indien de gemeente dit opteert kan de inzameling van PMD vervangen worden door wijkinzameling onder vorm van een sorteerstraat.

        De voorwaarden zijn opgenomen in een procedure.

        De gemeente geeft in dat geval aan welke bewoners de toegang verleend moet worden.

        Het ledigen en verwerken van huishoudelijk afval ingezameld via ondergrondse inzamelsystemen binnen het I.V.I.O. werkingsgebied mag enkel door I.V.I.O. gebeuren.

        Onderafdeling 3 - Wijze van aanbieding

        Artikel 18.35.

        § 1.

        Plastic flessen en flacons, metalen verpakkingen, drankkartons, plastiekfolies en zakjes, kunststofverpakkingen zoals bakjes, schaaltjes, vlootjes, potjes, tubes dienen aangeboden te worden in PMD-zakken van I.V.I.O.

        § 2.

        De verschillende fracties van plastic flessen en flacons, metalen verpakkingen, drankkartons, plastiekfolies en zakjes, kunststofverpakkingen zoals bakjes, schaaltjes, vlootjes, potjes, tubes mogen gemengd in de voorgeschreven PMD-zak van 60 of 90 liter worden aangeboden.

        Een 120l PMD-zak mag enkel gebruikt worden door officiële onderwijsinstanties.

        § 3.

        De aangeboden PMD-zak mag geen KGA, glas, etensresten of andere afvalstoffen bevatten, noch op enige wijze verontreinigd zijn.

        § 4.

        De verpakkingen in de blauwe zak mogen een volume hebben van maximaal 8 liter.

        § 5.

        Er mogen geen verpakkingen aan de buitenkant van de zak worden vastgemaakt.

        § 6.

        Per aansluitpunt mogen per tweewekelijkse ophaling maximum 3 zakken van 90 liter aangeboden worden.

        Afdeling 18.IX - Selectieve inzameling van Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparatuur (AEEA)

        Onderafdeling 1. Definitie

        Artikel 18.36.

        § 1.

        Voor de toepassing van deze verordening wordt onder AEEA verstaan: de afvalstoffen zoals gedefinieerd in artikel 1.2.1§2.23° van het VLAREMA.

        Onderafdeling 2. Inzameling

        Artikel 18.37.

        § 1.

        De AEEA worden ingezameld op het recyclagepark.

        AEEA kan ook gebracht worden naar of meegegeven worden met de eindverkoper als een gelijkaardig product wordt aangekocht.

        Herbruikbaar AEEA kan worden ingezameld door een erkend kringloopcentrum waarmee I.V.I.O. een overeenkomst heeft afgesloten.

        Voor heel klein AEEA (afgedankte elektrische en elektronische apparatuur zonder buitenafmetingen van meer dan 25 cm) kunnen, indien voldaan wordt aan de toepasselijke voorwaarden van VLAREM en VLAREMA, specifieke inzamelacties opgezet worden, onverminderd gemeentelijke bepalingen aangaande gebruik of inname van het openbaar domein.

        § 2.

        Rookdetectoren en gasontladingslampen moeten naar het recyclagepark gebracht worden en onbeschadigd in de daartoe geschikt recipiënt gedeponeerd worden.

        § 3.

        Afgedankte zaklampen worden samen en op dezelfde wijze als afgedankte batterijen ingezameld.

        Onderafdeling 3. Wijze van aanbieding

        Artikel 18.38.

        § 1.

        De AEEA moet volledig worden aangeboden zonder ontbrekende onderdelen.

        § 2.

        Ze mag geen afvalstoffen bevatten die vreemd zijn aan het afgedankte product.

        § 3.

        Alle AEEA moet zodanig worden aangeboden dat ze geen gevaar opleveren voor de geregistreerde inzamelaars, afvalstoffenhandelaars en -makelaars van de afvalstoffen.

        Afdeling 18.X – Selectieve inzameling van metalen gemengd

        Onderafdeling 1 - Definitie

        Artikel 18.39.

        § 1.

        Voor de toepassing van deze verordening wordt onder metalen gemengd verstaan: alle door de normale werking van een particuliere huishouding en een vergelijkbare bedrijfsactiviteit ontstane soorten van metalen voorwerpen, waarvan de grootte sterk kan verschillen, met uitzondering van KGA, metalen verpakkingen die met de PMD-fractie ingezameld worden en afgedankte elektrische en elektronische apparatuur.

        Onderafdeling 2 - Inzameling

        Artikel 18.40.

        § 1.

        De metalen gemengd worden ingezameld via het recyclagepark.

        Deze fractie kan ook meegeven worden met de grofvuilophaling op afroep.

        § 2.

        Metalen gemengd mogen niet worden meegegeven met het restafval en het vergelijkbaar bedrijfsafval of een selectieve inzameling, andere dan deze van metalen gemengd.

        Onderafdeling 3 - Wijze van aanbieding

        Artikel 18.41.

        § 1.

        Oude metalen kunnen enkel worden aangeboden aan huis bij grofvuil op afroep.

        § 2.

        Oude metalen moeten – indien nodig – stevig samengebonden worden zodat zij niet kunnen uiteenvallen.

        Ze mogen niet in afvalzakken, kartonnen dozen of papieren zakken worden aangeboden.

        § 3.

        Het gewicht van één afzonderlijk voorwerp of samengebonden bundel mag niet meer bedragen dan 30 kg.

        De oude metalen mogen niet langer zijn dan 2 meter, 2 meter op 1 meter of groter dan 1m³.

        § 4.

        Scherpe voorwerpen moeten op voldoende wijze worden verpakt alvorens te worden meegegeven met de oude metalen.

        § 5.

        Oude metalen mogen slechts na 20.00 uur van de dag voorafgaand aan de dag, waarop de ophaling van de oude metalen plaats zal vinden en ten laatste om 6.00 uur op de dag van de ophaling zelf, aan de rand van de weg worden geplaatst.

        § 6.

        Oude metalen moeten door de inwoners geplaatst worden aan de rand van de openbare weg en voor het betrokken perceel, zonder evenwel het verkeer van voertuigen, fietsers en voetgangers te hinderen.

        De inwoners van wegen, plaatsen of stegen waar de wagens van de ophaaldienst niet door kunnen, of van woningen die afgelegen zijn van de openbare weg, moeten hun oude metalen neerzetten op de dichtst bij hun woning gelegen straathoek die wel bereikbaar is.

        § 7.

        Oude metalen die om welke reden dan ook niet werden meegenomen, moeten nog dezelfde dag terug binnengehaald worden, conform de regeling die werd opgenomen in artikel 18.7.

        § 8.

        Het is verboden oude metalen te doorzoeken, tenzij door de politiebeambten, de medewerkers van de Opdrachthoudende Vereniging of de door laatst genoemde gevolmachtigde personen en de leden van de technische uitvoeringsdienst van de gemeente/stad, in het kader van de uitvoering van hun opdrachten.

        § 9.

        Alle voorwerpen moeten zodanig aangeboden worden dat ze geen gevaar opleveren voor de geregistreerde inzamelaars, afvalstoffenhandelaars en -makelaars van de afvalstoffen.

        Afdeling 18.XI – Selectieve inzameling van textiel

        Onderafdeling 1 – Definitie

        Artikel 18.42.

        § 1.

        Voor de toepassing van deze verordening wordt onder textielafval verstaan: alle afgedankte niet verontreinigde kledij (textiel en lederwaren), schoeisel, handtassen, beddengoed, woningtextiel (gordijnen, overgordijnen, tafelkleden, servetten…), lompen, e.d., die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding (en een vergelijkbare bedrijfsactiviteit).

        Onderafdeling 2 - Inzameling

        Artikel 18.43.

        § 1.

        Het inzamelen van textielafval wordt uitsluitend georganiseerd door “de Opdrachthoudende vereniging I.V.I.O.” of door de haar aangewezen instellingen.

        Deze instellingen worden door I.V.I.O. bekend gemaakt via de website en middels de algemene milieucommunicatie en gemeentelijkeinformatiebladen.

        § 2.

        De inzameling geschiedt uitsluitend in de door I.V.I.O. opgestelde of toegelaten textielcontainers opgesteld in de gemeente, in de door I.V.I.O. uitgebate recyclageparken en in de inzamelcentra van de door haar aangewezen instellingen.

        §3.

        Het is verboden om textielafval aan te bieden met het restafval of enige andere huis-aan-huis inzameling van selectief ingezamelde afvalstoffen.

        De locaties van de textielbrengpunten zijn online consulteerbaar.

        Illegaal geplaatste inzamelcontainers zullen verwijderd worden en gerapporteerd aan OVAM.

        Onderafdeling 3 - Wijze van aanbieding

        Artikel 18.44.

        § 1.

        Het textiel dient bij het deponeren in een container in een degelijke en goed gesloten zak verpakt te zijn.

        Het aangeboden textiel mag niet nat, bevuild of totaal versleten zijn.

        §2.

        Het is verboden om naast de textielcontainers lege of volle dozen, kratten, zakken of andere voorwerpen achter te laten, ook al is de container volledig gevuld.

        Afdeling 18.XII – Selectieve inzameling van asbest

        Onderafdeling 1 – Definitie

        Artikel 18.45. 

        § 1.

        Voor de toepassing van deze verordening wordt onder asbest verstaan het hechtgebonden asbest zoals eterniet, golfplaten, asbestleien, dak- en gevelleien, gas-, water- en rioleringsleidingen, bloembakken, e.d., die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding (en een vergelijkbare bedrijfsactiviteit).

        Onderafdeling 2 - Inzameling

        Artikel 18.46.

        § 1.

        Hechtgebonden asbest moet verpakt aangeleverd worden op de recyclageparken.

        De zakken zijn specifiek bestemd voor dit afval en kunnen aangekocht worden op alle recyclageparken van I.V.I.O.

        Het gebruik van andere zakken wordt niet toegestaan, alsook het verpakken van asbest op openbaar domein.

        Het deponeren van asbest onverpakt in de asbest of andere container op het recyclagepark wordt beschouwd als sluikstort.

        § 2.

        Hechtgebonden asbest wordt eveneens op afroep aan huis opgehaald (via aankoop plaatzakken of huur asbestcontainer).

        Dit overeenkomstig de modaliteiten zoals vastgelegd door I.V.I.O.

        § 3.

        Asbest mag niet worden meegegeven met het restafval of een selectieve inzameling, andere dan deze van asbest.

        Reservatie via website I.V.I.O.

        Onderafdeling 3 – Wijze van aanbieden

        Artikel 18.47.

        § 1.

        Hecht gebonden asbesthoudend materiaal mag enkel worden getransporteerd in open voertuigen of aanhangwagens indien het materiaal volledig verpakt is.

        De bestuurder van een voertuig dient alle maatregelen in acht te nemen om te vermijden dat asbesthoudend materiaal of stof in de omgeving terecht komt.

        De gevulde en goed afgesloten I.V.I.O. asbestzakken kunnen op een veilige manier in de respectievelijke container op het recyclagepark van Ingelmunster, Ledegem, Oostrozebeke en Tielt gedeponeerd worden.

        § 2.

        Voor de ophaling aan huis wordt voor het tijdstip van ophaling een afspraak gemaakt met I.V.I.O.

        De aanbieder is verantwoordelijk voor het vullen en correct sluiten van de plaatzakken of de inliner in de container.

        In de container mag het afval niet over de rand uitsteken en hoger dan de rand van de container komen.

        § 3.

        Bij de ophaling worden de gevulde plaatzakken/container aangeboden aan de rand (of op) de openbare weg.

        De aanbieder moet in het desbetreffende geval een inname openbaar domein aanvragen.

        Afdeling 18.XIII – Selectieve inzameling van groente-, fruit- en tuinafval (GFT)

        Onderafdeling 1 – Definitie

        Artikel 18.48. 

        § 1.

        Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder GFT-afval verstaan: groente-, fruit- en tuinafval en niet-recycleerbaar papier ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en een vergelijkbare bedrijfsactiviteit.

        Het gaat hier om organisch composteerbaar afval zoals schillen en resten van fruit, groenten en aardappelen, plantaardig en dierlijk keukenafval en etensresten, vlees- en visresten, vaste zuivelproducten, broodresten, koffiedik, theebladeren, eieren, eierschalen, doppen van noten, pitten van vruchten, fijn tuin- en snoeiafval (bv. gras, bladeren, onkruid, haagscheersel, kamerplanten, snijbloemen), niet-recycleerbaar papier (bv. broodzakken, papieren koffiefilter, keukenrolpapier), schaafkrullen en zaagmeel van onbehandeld hout.

        § 2.

        Andere afvalstoffen zoals grof ongesnipperd snoeihout, dikke takken, beenderen en dierlijk (slacht-)afval (bv. visgraten en botjes van vlees), schelpen van bv. mosselen en oesters, kattenbakvulling, vogelkooizand, mest van dieren, dierenkrengen, plastiek, glas, metalen, batterijen, houtskool en asresten van kachel, barbecue of asbak, aarde, zand, stenen, stof uit de stofzuiger, wegwerpluiers en ander hygiëne-afval, sauzen, vet of olie, vloeistoffen (bv. soep, melk of koffie), behandeld hout e.d. worden niet als gft beschouwd.

        Onderafdeling 2 - Inzameling

        Artikel 18.49.

        § 1.

        Het GFT wordt huis-aan-huis opgehaald langs de straten, wegen en pleinen waar de ophaling is ingericht.

        § 2.

        GFT mag niet meegegeven worden met het huisvuil, het grofvuil of een selectieve inzameling, andere dan deze van GFT.

        § 3.

        Verontreinigd GFT wordt niet aanvaard bij de selectieve inzameling.

        Onderafdeling 3 – Wijze van aanbieden

        Artikel 18.50.

        § 1.

        Het GFT dient gescheiden aangeboden te worden in GFT-containers voorzien van het I.V.I.O.-logo en van een ingebouwde elektronische gegevensdrager, die in opdracht van de gemeente ter beschikking gesteld worden.

        De GFT-container met chip blijft eigendom van I.V.I.O.

        Het gebruik van een ander recipiënt is verboden.

        § 2.

        Het gewicht per aangeboden container mag niet groter zijn dan: 

          • 15 kg voor een container van 40 L;
          • 60 kg voor een container van 120 L. 

        § 3.

        De GFT-container moet volledig gesloten aangeboden worden en mag noch scheuren, barsten of lekken vertonen.

        De GFT-container moet met de handgrepen naar de straatzijde geplaatst worden.

        De gebruikers zijn verantwoordelijk voor het deugdelijk gebruik en onderhoud van de container.

        Onder deugdelijk gebruik wordt verstaan dat de GFT-container zuiver moet gehouden worden, degelijk onderhouden moet worden en uitsluitend mag aangewend worden voor de opslag van GFT.

        § 4.

        In geval van beschadiging of verlies/diefstal van de toegewezen GFT-container dient de gebruiker I.V.I.O. hiervan onverwijld, via de infolijn of via het burgerportaal, in kennis te stellen met het oog op de herstelling of vervanging door een nieuwe container.

        In geval van oneigenlijk gebruik kunnen de kosten van herstelling of vervanging verhaald worden op de gebruiker.

        In geval van diefstal dient de gebruiker onverwijld een proces-verbaal te laten opmaken door de politie en dit voor te leggen.

        § 5.

        De container dient verbonden te blijven aan het adres waar hij is geleverd.

        In geval van verhuizing is het de gebruiker niet toegestaan om de container (en optioneel slot) mee te nemen naar zijn nieuw adres.

        De container moet leeg en gereinigd worden en op het oorspronkelijke adres achtergelaten worden.

        § 6.

        De Intergemeentelijke Vereniging I.V.I.O. verleent de mogelijkheid om ten allen tijde tegen betaling (of zonder vergoeding tegen bepaalde voorwaarden) een omruiling te doen van de restafvalcontainer en dit via de infolijn of het burgerportaal dat door I.V.I.O. wordt opengesteld.

        § 7.

        Inwoners, die ten gevolge van een verhuis binnen of naar de gemeente niet over een huisvuilcontainer beschikken of een ander volume wensen, dienen hiervoor contact op te nemen via de infolijn of het burgerportaal dat door I.V.I.O. wordt opengesteld.

        Afdeling 18.XIV – Gebruik van een gehuurde afzetcontainer

        Artikel 18.51. 

        De inwoners en bedrijven die naast de reguliere inzameling zich willen ontdoen van afvalstoffen via een afzetcontainer, dient hiervoor steeds toelating te vragen aan het college van burgemeester en schepenen.

        Het is de inwoner zelf die deze toelating moet aanvragen.

        Deze aanvraag kan niet overgedragen worden aan de containerfirma die de container plaatst.

        De toelating kan gepaard gaan met een tijdelijk parkeerverbod.

        Artikel 18.52. 

        Indien de afzetcontainer op de openbare weg geplaatst wordt, moet de betrokken container voorzien zijn van rode en witte strepen aan de voor- en achterkant en dit over minstens 1 vierkante meter per kant.

        Een verkeersbord met symbool D1 moet voorzien worden boven de container en een oranjegeel knipperlicht dient aangebracht te worden boven dit verkeersbord.

        Artikel 18.53. 

        De toelating moet toegekend zijn, alvorens de afzetcontainer door de containerfirma mag geleverd worden.

        De termijnen (begin- en einddatum) van deze toelating moeten gerespecteerd worden.

        Indien de container niet is verwijderd tegen de dag zoals bepaald in de toelatingsbeslissing dan zal de gemeente de inwoner die de aanvraag heeft ingediend hiervoor aansprakelijk stellen.

        Artikel 2

        De raad keurt de bepalingen van deel 2. "Straf- en slotbepalingen, Titel 2. Bemiddelingsprocedure", in het algemeen politiereglement: lokaal gedeelte goed:

        DEEL 2. STRAF – EN SLOTBEPALINGEN

        TITEL 2. BEMIDDELINGSPROCEDURE

        Het artikel 22.4. van het algemeen politiereglement, algemeen en zonaal deel, dient als volgt te worden aangepast:

        Artikel 22.4.

        Het bemiddelingsaanbod is verplicht van toepassing voor minderjarige overtreders.

        Voor meerderjarige overtreders is de toepassing van de bemiddelingsprocedure facultatief.

        De sanctionerende ambtenaar beoordeelt hierbij of het opstarten van de bemiddelingsprocedure wenselijk en nuttig is.

        De overtreder dient echter in te stemmen met de bemiddeling en het slachtoffer moet geïdentificeerd zijn.

        De betrokken partijen worden gestimuleerd tot actieve deelname aan het bemiddelingsproces.

        De sanctionerende ambtenaar stelt het welslagen van de bemiddeling vast en kan geen administratieve geldboete meer opleggen wanneer deze bemiddeling geslaagd is.

        In geval van weigering van het aanbod of falen van de bemiddeling kan de sanctionerende ambtenaar ofwel een gemeenschapsdienst voorstellen ofwel een administratieve geldboete opleggen.

        Artikel 3

        De raad keurt de bepalingen van deel 2. "Straf- en slotbepalingen, Titel 3. Strafbepalingen bij hoofdstuk 18" in het algemeen politiereglement: lokaal gedeelte goed:

        DEEL 2. STRAF – EN SLOTBEPALINGEN

        TITEL 3. STRAFBEPALINGEN BIJ HOOFDSTUK 18

        Artikel 23.1.

        Volgende afval-gerelateerde kleine vormen van overlast worden bestraft met een gemeentelijke administratieve sanctie overeenkomstig artikel 119bis van de Gemeentewet, voor zover de wetten, besluiten, decreten, algemene en provinciale reglementen of verordeningen niet in andere straffen voorzien:

          • het niet verwijderen van de huisvuil- of GFT-recipiënt van de openbare weg zoals bepaald in artikel 18.8.§ 5.;
          • het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen in strijd met het politiereglement;
          • het achterlaten van zwerfvuil (o.a. sigarettenpeuken, kauwgom, blikjes, wikkels en andere lege verpakkingen);
          • het achterlaten, opslaan of storten van afvalstoffen op niet-reglementaire plaatsen, op niet- reglementaire tijdstippen of in niet-reglementaire recipiënten;
          • het aanbieden van afvalstoffen bij een gemeentelijke inzameling op een wijze, die niet overeenstemt met de bepalingen van deze politieverordening;
          • het niet naleven van het verbod om reclamedrukwerk en regionale pers te bedelen in leegstaande panden of brievenbussen met een ja/neen- of neen/neen-sticker of op het openbaar domein. Het achterlaten van autokaartjes op geparkeerde voertuigen;
          • het niet plaatsen van de nodige inzamelrecipiënten door verkooppunten voor tabaksproducten, drank en voeding bestemd voor onmiddellijke consumptie;
          • het plaatsen van inzamelrecipiënten voor selectieve inzameling zonder bekomen goedkeuring door de gemeente en I.V.I.O.;
          • het niet opruimen, minstens elke openingsdag, van alle afvalstoffen die afkomstig zijn van de producten die de uitbater verkocht heeft en dit in een straal van 25 meter vanaf de grens van de inrichting;
          • het niet opruimen van hondenpoep of uitwerpselen van dieren;
          • het niet bijhebben, door de begeleiders van kleine huisdieren, van een zakje voor het verwijderen van de uitwerpselen van hun dier.

        Artikel 23.2.

        § 1.

        Alle andere overtredingen op de bepalingen van deze politieverordening worden bestraft met politiestraffen, voor zover wetten, decreten, algemene of provinciale verordeningen op dit vlak geen andere straffen voorzien.

        § 2.

        Wanneer afvalstoffen worden achtergelaten op een wijze of op een plaats in strijd met deze verordening kan de burgemeester jegens de overtreder de onmiddellijke opruiming van de in artikel 5§1 bedoelde afvalstoffen bevelen.

        Dit bevel wordt per aangetekend schrijven aan de overtreder bezorgd.

        De overtreder beschikt over een termijn van maximum één week, te rekenen vanaf de ontvangst van het bevel van de burgemeester.

        Indien de overtreder weigert de afvalstoffen binnen de door de burgemeester vastgestelde termijn te verwijderen, is de gemeente gemachtigd ambtshalve en op kosten van de overtreder, de betrokken afvalstoffen op te ruimen of te laten opruimen.

        § 3.

        Indien geen overtreder kan aangeduid worden, kan de burgemeester jegens de eigenaar van het perceel waarop afvalstoffen werden achtergelaten in strijd met deze verordening de onmiddellijke verwijdering van de in artikel 5§1 bedoelde afvalstoffen bevelen.

        Dit bevel wordt per aangetekend schrijven aan de eigenaar bezorgd.

        De eigenaar beschikt over een termijn van maximum één week, te rekenen vanaf de ontvangst van het bevel van de burgemeester.

        Indien de eigenaar weigert de afvalstoffen binnen de door de burgemeester vastgestelde termijn te verwijderen, is de gemeente gemachtigd ambtshalve en op kosten van de eigenaar, de betrokken afvalstoffen op te ruimen of te laten opruimen.

        § 4.

        Indien alsnog een overtreder wordt vastgelegd, kan de in artikel 18.7, §3 bedoelde eigenaar de kosten van de verwijdering van de in artikel 18.5, § 1. bedoelde afvalstoffen verhalen op de overtreder.

        § 5. Ongeacht artikel 18.7, §2 en §3 is de gemeente gemachtigd ambtshalve en op kosten van de overtreder, de betrokken afvalstoffen op te ruimen of te laten opruimen, wanneer de afvalstoffen worden achtergelaten op een wijze of een plaats in strijd met deze politieverordening of met andere wettelijke bepalingen.

        § 6.

        aar aanleiding van een ambtshalve verwijdering, overeenkomstig artikel 18.7, §2, §3 en §5, kan de burgemeester gemeentelijke ambtenaren de opdracht geven het afval grondig te onderzoeken teneinde de identiteit van de overtreder te achterhalen.

        § 7.

        Wanneer een overtreding van een bepaling is begaan met een motorvoertuig wordt bij afwezigheid van de bestuurder de administratieve geldboete ten laste gelegd van de houder van de kentekenplaat van het voertuig.

        De houder van de kentekenplaat mag met alle middelen aantonen wie op het ogenblik van de feiten met het voertuig reed.

        Zo de door de houder van de kentekenplaat aangeduide persoon de inbreuk niet weerlegt of ontkent, wordt de administratieve geldboete hem ten laste gelegd.

        Artikel 4

        Deze verordening zal bekend gemaakt worden overeenkomstig de artikels 286, 287 en 288 van het Decreet Lokaal Bestuur.

        Artikel 5

        Een afschrift van dit besluit wordt conform artikel 119 van de Nieuwe Gemeentewet toegezonden aan de deputatie van de provincie West-Vlaanderen, aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg van West-Vlaanderen en aan die van de politierechtbank van West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk.

        Een afschrift van dit besluit wordt ter kennisgeving verstuurd aan de OVAM.

        Artikel 6

        Voornoemde bepalingen treden in werking op 1 januari 2026.

      • Algemeen politiereglement: algemeen en zonaal gedeelte: wijzigen

        Aanwezig: Hans Claerhout, raadslid-voorzitter
        Luc Derudder, burgemeester
        Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, schepenen
        Ilse Vervaeck, voorzitter BCSD
        Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, raadsleden
        Carl Vereecke, algemeen directeur
        aanleiding

        Wijzigen op vlak van afvalophaling voor huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen vanaf januari 2026 en het aanpassen van het algemeen politiereglement:  lokaal gedeelte.

        juridische overwegingen

        Nieuwe Gemeentewet, laatst gewijzigd bij wet van 15 januari 2024 betreffende de gemeentelijke bestuurlijke handhaving, de instelling van een gemeentelijk integriteitsonderzoek en houdende oprichting van een Directie Integriteitsbeoordeling voor Openbare Besturen, meer bepaald de artikelen 119, 119bis en 135, §2;

        Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, het laatst gewijzigd bij wet van 15 januari 2024 betreffende de gemeentelijke bestuurlijke handhaving, de instelling van een gemeentelijk integriteitsonderzoek en houdende oprichting van een Directie Integriteitsbeoordeling voor Openbare Besturen.

        Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties van 24 juni 2013, laatst gewijzigd bij wet van 15 januari 2024 betreffende de gemeentelijke bestuurlijke handhaving, de instelling van een gemeentelijk integriteitsonderzoek en houdende oprichting van een Directie Integriteitsbeoordeling voor Openbare Besturen.

        Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 6 december 2024 tot wijziging van artikel 6 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een verbeterende akte als gevolg van een arrest dat de verkiezingsuitslag wijzigt, meer bepaald de artikelen 2, 40 en 41.

        Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (hierna het materialendecreet genoemd), inzonderheid afdeling 3 van hoofdstuk 3 huishoudelijke afvalstoffen, laatst gewijzigd bij decreet van 20 december 2024 betreffende het programmadecreet bij de begroting 2025, meer bepaald de artikelen 26 tot en met 28.

        Besluit van 17 februari 2012 van de Vlaamse Regering tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen (hierna het VLAREMA), laatst gewijzigd bij Besluit van 2 mei 2055 van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het VLAREBO-besluit van 14 december 2007, het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen.

        Besluit van de Interregionale verpakkingscommissie van 02 februari 2024 tot erkenning van de vzw Fost Plus als organisme voor verpakkingsafval voor de periode 01 januari 2024 tot 31 december 2028.

        Besluit van 1 september 2022 van de gemeenteraad betreffende het algemeen gemeentelijk politiereglement: algemeen en zonaal gedeelte: hervaststellen, laatst gewijzigd bij besluit van 3 oktober 2024 van de gemeenteraad betreffende algemeen politiereglement: algemeen en zonaal gedeelte: wijzigen.

        Samenwerkingsakkoord van 4 november 2008 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval (hierna het interregionaal Samenwerkingsakkoord Verpakkingsafval genoemd).

        Lokaal Materialenplan 2023–2030 door de Vlaamse Regering op 26 mei 2023, B.S., 30 juni 2023.

        Beheersoverdracht die de gemeente heeft verleend aan het intergemeentelijk samenwerkingsverband I.V.I.O.

        feiten, context, argumentatie

        1.

        Door de invoering van DIFTAR-inzameling en GFT-inzameling en daaraan gelinkt de uitfasering van de inzameling van huishoudelijk restafval en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen in de gele restafvalzakken in de IVIO-regio, dient het politiereglement aangepast te worden.

        De teksten werden voorbereid in samenspraak met de andere gemeenten uit de IVIO-regio en meer bepaald met de gemeenten uit de IDOW-regio, zijnde: Ingelmunster en Dentergem.

        De bepalingen met betrekking tot de afvalophaling voor huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen zullen worden opgenomen in het lokaal gedeelte van het algemeen politiereglement.

        De artikelen artikelen 232 t.e.m. 246quater en artikels 249 t.e.m. 250 uit het algemeen politiereglement, algemeen en zonaal deel, komen daardoor te vervallen.

        2.

        In ons huidige APR staat het volgende opgenomen:

        Artikel 331

        Voor zover bij wetten, decreten, besluiten, algemene of provinciale verordeningen geen straffen of sancties zijn voorzien, kunnen de inbreuken op de bepalingen van deze politieverordening gestraft worden met:

          1. Een administratieve geldboete van maximum driehonderdvijftig euro;
          2. Een administratieve schorsing van een afgeleverde toelating of vergunning;
          3. Een administratieve intrekking van een afgeleverde toelating of vergunning;
          4. Een tijdelijke of definitieve sluiting van een instelling.

        Indien de dader een minderjarige is, die de volle leeftijd van veertien jaar heeft bereikt op het tijdstip van de feiten, bedraagt het maximum van de administratieve geldboete honderdvijfenzeventig euro.

        De in het eerste lid bedoelde schorsing, intrekking of sluiting worden opgelegd door het college van burgemeester en schepenen. De administratieve geldboete wordt opgelegd door de sanctionerende ambtenaar.

        Echter bij bemiddeling staat het volgende:

        Artikel 348

        Het bemiddelingsaanbod is verplicht van toepassing voor minderjarige overtreders, die op het ogenblik van de feiten de volle leeftijd van zestien jaar hebben bereikt.

        Voor meerderjarige overtreders is de toepassing van de bemiddelingsprocedure facultatief.

        De sanctionerende ambtenaar beoordeelt hierbij of het opstarten van de bemiddelingsprocedure wenselijk en nuttig is.

        De overtreder dient echter in te stemmen met de bemiddeling en het slachtoffer moet geïdentificeerd zijn.

        De betrokken partijen worden gestimuleerd tot actieve deelname aan het bemiddelingsproces.

        De sanctionerende ambtenaar stelt het welslagen van de bemiddeling vast en kan geen administratieve geldboete meer opleggen wanneer deze bemiddeling geslaagd is.

        In geval van weigering van het aanbod of falen van de bemiddeling kan de sanctionerende ambtenaar ofwel een gemeenschapsdienst voorstellen ofwel een administratieve geldboete opleggen.

        Het artikel 348 dient derhalve aangepast te worden.

        Meteen wordt dit algemeen politiereglement, algemeen en zonaal deel, voor de deelnemende gemeenten van de PZ Midow gecoördineerd ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.

        Toelichting door mevrouw Ilse Vervaeck, schepen.

        financiële impact

        niet van toepassing

        amendement

        niet van toepassing

        tussenkomsten

        niet van toepassing

        Publieke stemming
        Aanwezig: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, Carl Vereecke
        Voorstanders: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        besluit

        Artikel 1

        In het algemeen politiereglement, algemeen deel, worden artikelen 232 t.e.m. 246quater en artikels 249 t.e.m. 250 verwijderd. 

        Artikel 2

        Het artikel 348 van het algemeen politiereglement, algemeen en zonaal deel, dient als volgt te worden aangepast:

        Artikel 348

        Het bemiddelingsaanbod is verplicht van toepassing voor minderjarige overtreders.

        Voor meerderjarige overtreders is de toepassing van de bemiddelingsprocedure facultatief.

        De sanctionerende ambtenaar beoordeelt hierbij of het opstarten van de bemiddelingsprocedure wenselijk en nuttig is.

        De overtreder dient echter in te stemmen met de bemiddeling en het slachtoffer moet geïdentificeerd zijn.

        De betrokken partijen worden gestimuleerd tot actieve deelname aan het bemiddelingsproces.

        De sanctionerende ambtenaar stelt het welslagen van de bemiddeling vast en kan geen administratieve geldboete meer opleggen wanneer deze bemiddeling geslaagd is.

        In geval van weigering van het aanbod of falen van de bemiddeling kan de sanctionerende ambtenaar ofwel een gemeenschapsdienst voorstellen ofwel een administratieve geldboete opleggen.

        Artikel 3

        Een gecoördineerde versie van het reglement wordt opgesteld en als bijlage gevoegd bij deze beslissing.

        Artikel 4

        Deze verordening zal bekend gemaakt worden overeenkomstig de artikels 286, 287 en 288 van het Decreet Lokaal Bestuur.

        Artikel 5

        Een afschrift van dit besluit wordt conform artikel 119 van de Nieuwe Gemeentewet toegezonden aan de deputatie van de provincie West-Vlaanderen, aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg van West-Vlaanderen en aan die van de politierechtbank van West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk.

        Een afschrift van dit besluit wordt ter kennisgeving verstuurd aan de OVAM.

        Artikel 6

        Het algemeen politiereglement, algemeen en zonaal deel, na aanpassing, treedt in werking op 1 januari 2026.

      • Gecoördineerd retributiereglement: voorwaarden: aanvullen en wijzigen

        Aanwezig: Hans Claerhout, raadslid-voorzitter
        Luc Derudder, burgemeester
        Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, schepenen
        Ilse Vervaeck, voorzitter BCSD
        Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, raadsleden
        Carl Vereecke, algemeen directeur
        aanleiding

        Invoering van DIFTAR en GFT-ophaling in de IVIO-regio vanaf 2026.

        juridische overwegingen

        Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 6 december 2024 tot wijziging van artikel 6 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een verbeterende akte als gevolg van een arrest dat de verkiezingsuitslag wijzigt.

        Wet van 4 mei 2023 houdende invoeging van boek XIX "Schulden van de consument" in het Wetboek van economisch recht, het laatst gewijzigd bij wet van 5 november 2023 houdende diverse bepalingen inzake economie. 

        Besluit van de gemeenteraad van 5 oktober 2017 betreffende invullen van het begrip dagelijks bestuur: hervaststellen. 

        Besluit van de gemeenteraad van 2 juni 2016 betreffende gecoördineerd retributiereglement: hervaststellen, het laatst gewijzigd bij besluit van de gemeenteraad van 5 september 2024 betreffende gecoördineerd retributiereglement: voorwaarden: aanvullen en wijzigen.

        Besluit van de gemeenteraad van 5 september 2024 betreffende gecoördineerd retributiereglement: voorwaarden: aanvullen en wijzigen.

        feiten, context, argumentatie

        Aanpassing hoofdstuk 5:

        De ophaling van het restafval en GFT in bakken start in 2026.

        De gele restafvalzakken worden in 2026 uitgefaseerd.

        Bepalingen met betrekking tot de ophaling van zowel de bakken als de uit te faseren zakken dienen in die zin opgenomen en aangepast te worden in het reglement. 

        De compostmaterialen zijn volledig uitverkocht en zullen niet verder meer worden aangeboden via het gemeentebestuur.

        Deze bepalingen dienen te worden geschrapt. 

        De bepalingen omtrent de grofvuilophaling dienen te worden geschrapt uit het retributiereglement. 

        De grofvuilophaling huis-aan-huis, die twee maal per jaar doorgaat, wordt gezien als comfortdienst van IVIO en geleverde prestaties worden gefactureerd inclusief BTW (idem als bij abonnementenservice voor ophaling tuinafval huis aan huis).

        Verwijzing naar de grofvuilophaling in het retributiereglement dient dus geschrapt te worden.

        Deze wijzigingen gaan in vanaf januari 2026. 

        Toelichting door mevrouw Vervaeck, schepen.

        financiële impact

        Inkomsten zijn voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.

        amendement

        niet van toepassing

        tussenkomsten

        niet van toepassing

        Publieke stemming
        Aanwezig: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, Carl Vereecke
        Voorstanders: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        besluit

        Artikel 1

        Het gecoördineerd retributiereglement wordt als volgt vastgesteld:

        Hoofdstuk 1 - INLEIDENDE BEPALINGEN

        Artikel 1.1.1.1      

        Ons besluit van 19 december 2013 betreffende gecoördineerd retributiereglement: vaststellen en de latere wijzigingen (gemeenteraad van 4 september 2014, 5 maart 2015, 4 juni 2015, 3 september 2015, 4 februari 2016, 2 juni 2016) worden opgeheven per 1 juli 2016.

        De voorwaarden voor de retributies worden vastgelegd door de gemeenteraad.

        Artikel 1.1.1.2      

        Een vereniging wordt erkend als een erkende vereniging indien de vereniging:

          • ofwel lid is van een Oostrozebeekse gemeentelijke adviesraad;
          • ofwel jaarlijks gesubsidieerd wordt door het gemeentebestuur van Oostrozebeke;
          • ofwel op basis van een gemotiveerde aanvraag, zich door het college heeft laten erkennen als erkende vereniging. De erkenning geldt voor één legislatuur. De criteria om erkend te worden, staan opgelijst in de diverse subsidiereglementen.

        Alle andere verenigingen worden als niet erkende vereniging beschouwd.

        Artikel 1.1.1.3      

        Onder een dagperiode wordt verstaan:

          • dagperiode 1: voormiddag van 8.30 u. tot uiterlijk 12.30 u.;
          • dagperiode 2: namiddag van 13.00 u. tot uiterlijk 18.30 u.;
          • dagperiode 3: de avond van 19.00 u. tot uiterlijk 24 u.;
          • een periode met maximumduur van 5 u. (opeenvolgende uren).

        Artikel 1.1.1.4      

        Indien de deelnameprijs gebaseerd wordt op een berekening wordt het bekomen bedrag als volgt afgerond:

          • < 50 eurocent: naar de vorige eenheid;
          • ≥ 50 eurocent: naar de volgende eenheid.

        Artikel 1.1.1.5    

        Jaarlijks worden de prijzen voor het gebruik van lokalen, terreinen of bergingen aangepast aan de index van de consumptieprijzen. Het betreft de onderafdeling 8.3.1, 8.3.2.1 en 8.3.3, de afdeling 8.4,de afdelingen 9.4, 9.5 (met uitzondering van de artikels 9.5.1.2 en 9.5.1.3), afdeling 9.6, afdeling 9.7 en artikel 17.1.1.1.

        Jaarlijks worden de deelnameprijzen voor activiteiten aangepast aan de index van de consumptieprijzen. Het betreft hoofdstuk 12.

        Zesjaarlijks wordt bij aanvang van het schooljaar de prijs van de zwembeurten aangepast aan de gezondheidsindex. Het betreft onderafdeling 12.4.

        De aangepaste prijzen zijn van toepassing vanaf 1 september.

        De formule is de volgende:

        Basisprijs x indexcijfer der consumptieprijzen van de maand januari van het jaar/indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand juni 2019.

        Voor onderafdeling 12.4: prijs van toepassing schooljaar voor ingebruikname x gezondheidsindex augustus kalenderjaar aanpassing / gezondheidsindex augustus jaar datum van ingebruikname.

        De prijs wordt afgerond op 50 eurocent.

          • < 50 eurocent: naar 0,50;
          • ≥ 50 eurocent: naar de volgende eenheid.

        De tarieven die van toepassing zijn, staan op de website of worden opgenomen in de communicatie van het gemeentebestuur.

        Het tarief van toepassing op het ogenblik van de opmaak van de factuur of eindfactuur wordt toegepast.

        Het ter beschikking stellen van zalen met drankafname in de culturele infrastructuur in onderhevig aan btw.

        De prijzen voor het gebruik van zalen in de culturele infrastructuur zijn steeds inclusief btw.

        Bij gebruik van een zaal zonder drankafname wordt standaard een forfait voor drank aangerekend.

        Deze forfait van 5% zit vervat in de prijs.

        Artikel 1.1.1.6      

        Overgangsbepaling: De vorderingen of contracten, welke opgemaakt werden, op basis van het bestaande retributiereglement blijven behouden en worden niet aangepast aan het gewijzigd tarief.

        Hoofdstuk 2 - ALGEMENE ZAKEN

        Voor het afleveren van administratieve prestaties wordt een retributie aangerekend. 

        Hoofdstuk 3 - FOTOKOPIEDIENST

        Artikel 3.1.1.1      

        De vermelde prijzen zijn de prijs per blad.

        Artikel 3.1.1.2      

        De kopieën genomen in het kader van het decreet op de openbaarheid worden aangerekend aan het tarief van de verenigingen. Dit geldt ook voor de afschriften van de akten en stukken betreffende het bestuur van de gemeente in toepassing van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad. In uitzonderlijke gevallen wordt door het schepencollege de kostprijs bepaald.

        Afdeling 3.2     Verenigingen

        Artikel 3.2.1.1      

        Deze tarieven zijn enkel van toepassing voor erkende verenigingen bij aanvragen via de fotokopiedienst.

        De tarieven voor particulieren zijn van toepassing, indien geen gebruik gemaakt wordt van de fotokopiedienst.

        Hoofstuk 4 - BEGRAAFPLAATSEN

        [...]

        Hoofdstuk 5 - AFVAL

        Artikel 5.1.1.1

        Met ingang van 1 januari 2026 is een retributie verschuldigd voor het ophalen en verwerken van huishoudelijk en met huishoudelijk vergelijkbare afvalstoffen.

        De afvalstoffen worden aangeboden in de door IVIO voorziene afvalbakken of zakken, of aangebracht naar een IVIO-inzamelcontainer waarbij een retributie wordt betaald, die minstens gelijk is aan de prijs per kilogram voor de toegepaste diftar restafval en gft en de prijs voor de reguliere afvalzak voor het PMD.

        Artikel 5.1.1.2

        De retributietarieven, conform bijlage 5.1.4 van Vlarema, worden, net zoals de minimum-maximum tarieven vastgesteld door OVAM, jaarlijks geïndexeerd.

        Artikel 5.1.1.4      

        De scholen worden vrijgesteld van betaling van PMD zak 120 liter (blauw). Deze vrijstelling gebeurt door het leveren van PMD-zakken door het gemeentebestuur in de loop van de maand juni.

        Artikel 5.1.1.5      

        De gemeente geeft opdracht aan de intergemeentelijke vereniging IVIO te zorgen voor de verdeling van de afvalzakken en -bakken in het IVIO-werkingsgebied.

        De burgers bevoorraden zich bij de verdeelpunten voor PMD-zakken, aangeduid door de gemeente in overleg met de intergemeentelijke vereniging IVIO.

        De containers worden bekomen via het hoofdkantoor van IVIO of na afspraak via het recyclagepark.

        Thuislevering is mogelijk mits het betalen van een leveringskost. Er kunnen kosten gerekend worden voor herstellingen, vervangingen en wissel. 

        Ook deze kosten, zoals opgelijst als bijlage aan de gebruikersvoorwaarden, worden jaarlijks geïndexeerd.

        Artikel 5.1.1.6      

        De gemeente machtigt de opdrachthoudende vereniging IVIO om de retributie-inkomsten, verschuldigd voor het ophalen en verwerken van huishoudelijk afval, in haar naam te innen.

        Artikel 5.1.1.7      

        De retributie wordt contant ingevorderd tegen afgifte van de betreffende zakken voor wat betreft PMD.

        Voor restafval en gft laden de burgers een saldo op de diftarrekening, via het digitaal portaal of via onze recyclageparken.

        Per ophaling wordt het omgerekend bedrag in euro/kg afgetrokken van het opgeladen saldo.

        De totaal betaalde retributie komt de gemeenten toe en wordt verrekend op hun jaarlijkse bijdrage.

        Artikel 5.1.1.8      

        [...]

        Artikel 5.1.1.9                

        [...]

        Artikel 5.1.1.10 overgangsmaatregel

        Na omschakeling naar restafval en GFT in bakken kunnen gele restafvalzakken met opschrift IVIO de eerstvolgende twee ophaalbeurten nog aangeboden worden via de reguliere huis aan huis inzameling.

        Tot één juni 2026 mogen de restafvalzakken met het opschrift IVIO verder aangeboden worden op het recyclagepark zonder meerprijs.

        Daarna kan men nog terecht met de zak op het recyclagepark mits betaling van een opleg ten bedrage van het verschil tussen de aankoopprijs van de zak en het verrekend diftartarief.

        Hoofdstuk 6 - HUWELIJKSPLECHTIGHEDEN

        Artikel 6.1.1.2      

        De huwelijken, volgens tarief 1, zijn deze die plaatsvinden op de vastgestelde dagen en uren, namelijk op donderdag en vrijdag tussen 16.30 u. en 18.30 u.

        Artikel 6.1.1.3      

        De huwelijken, volgens tarief 2, zijn deze die plaatsvinden

          • op maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag tussen 9 u. en 16.30 u.
          • zaterdag van 9 u. tot en met 14.30 u.

        Op zaterdag na 14.30 u. en op zondag worden geen huwelijken voltrokken.

        Artikel 6.1.1.4      

        De verschillende retributies zullen door de toekomstige echtgenoten bij het opmaken van het dossier betaald worden. In geval het huwelijk door onvoorziene omstandigheden niet kan plaatsvinden, zal de retributie worden terugbetaald. 

        Hoofdstuk 7 - KERMISSEN

        Afdeling 7.1     Standplaats op de kermis

        Onderafdeling 7.1.1   Standplaats op de kermis – abonnementen

        [...]

        Onderafdeling 7.1.2   Standplaats op de kermis – losse plaatsen

        [...]

        Artikel 7.1.2.1      

        Het standgeld wordt berekend op basis van de ingenomen oppervlakte van de attractie: (btw niet van toepassing)

        Hoofdstuk 8 - CULTURELE INFRASTRUCTUUR

        Artikel 8.1.1.1      

        De culturele infrastructuur omvat het gemeenschapscentrum “O.C. Mandelroos”, gemeenschapszaal “Tjuf”en de “Ginstezaal”.

        [...]

        Afdeling 8.2     Algemeen

        Artikel 8.2.1.1         

        Het gebruik van de culturele infrastructuur is gratis voor activiteiten, vergaderingen of opleidingen georganiseerd door:

          • het gemeentebestuur van Oostrozebeke;
          • het OCMW van Oostrozebeke;
          • de erkende Oostrozebeekse gemeentelijke adviesraden;
          • de Oostrozebeekse scholen, zo het om activiteiten gaat door en/of voor de kinderen;
          • het Rode Kruis afdeling Oostrozebeke beperkt tot bloedinzamelingen;
            • de politiezone MIDOW beperkt tot vergaderingen en opleidingen en de oppensioenstelling van een personeelslid of als het organisaties zijn in het belang van het politiepersoneel of de Oostrozebeekse bevolking of de bevolking van de politiezone;
            • de brandweerzone MIDWEST beperkt tot vergaderingen en opleidingen of als het organisaties zijn in het belang van het brandweerpersoneel of de Oostrozebeekse bevolking of de bevolking van de brandweerzone;
            • intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, waarbij de gemeente Oostrozebeke en/of OCMW Oostrozebeke zijn aangesloten of deel van uitmaken beperkt tot vergaderingen en opleidingen;
            • de politieke fracties, die deel uitmaken van de gemeenteraad beperkt tot de gesloten fractievergaderingen.

        Voor reservatieaanvragen, die niet vallen onder de hoger vermelde punten, vallen:

          • de politieke fracties van Oostrozebeke onder de prijsgroep niet erkende vereniging;
            • instanties gelokaliseerd in het sociaal huis en instanties met een toelage van de gemeente onder de prijsgroep erkende vereniging;
            • de kerkelijke federatie Oostrozebeke-Wielsbeke onder de prijsgroep erkende vereniging;
            • instanties die lessenreeksen organiseren voor de inwoners van Oostrozebeke onder de prijsgroep particulier.

        Artikel 8.2.1.2    

        Op de tarieven van de volledige Eenaemezaal met of zonder podium wordt een vermindering van 50 % toegestaan voor erkende en niet erkende verenigingen indien deze zaal minimum drie keer ter beschikking gesteld wordt binnen het werkjaar van de vereniging (activiteiten in één keer aan te vragen).

        De geplande activiteiten moeten voor eigen leden zijn of voor een ruimer publiek. Vergaderingen, repetities, klaarzetten of opruimen komen niet in aanmerking.

        De geplande activiteiten moeten ook effectief doorgaan.

        Een annulatie telt niet mee als activiteit.

        In geval van een annulatie wordt de factuur herberekend.

        De vermindering wordt niet toegestaan voor fuiven.

        Artikel 8.2.1.3      

        Straatcomités, klasjaren en wijkfeesten van Oostrozebeke (geen persoonlijk initiatief) en politieke fracties die deel uitmaken van de gemeenteraad mogen eenmaal per jaar de culturele infrastructuur huren aan tarief erkende vereniging.

        Er mogen geen fuiven georganiseerd worden door straatcomités, klasjaren en wijkfeesten.

        Wordt beschouwd als een wijkfeest of straatcomité:

          • minstens drie organisatoren, woonachtig in de betreffende wijk of straat;
          • enkel voor de mensen van de wijk of straat;
          • alle inwoners van de betreffende wijk of straat moeten uitgenodigd zijn.

        Wordt beschouwd als een klasjaar:

          • voor de viering van een reünie per veelvoud van vijf (bv. 5 – 10 – 15 – 20 - … jaar)

        Artikel 8.2.1.4      

        Organisaties ten voordele van een goed doel mogen éénmaal per jaar de culturele infrastructuur huren aan tarief erkende vereniging. Er moet een budget bezorgd worden bij de aanvraag (ten laatste drie maanden voor de Eenaemezaal en ten laatste één maand voor de andere zalen) en een afrekening uiterlijk twee maanden na de activiteit.

        Hoofdstuk 9 - GEMEENTELIJK SPORTCENTRUM “DE MANDELMEERSEN”

        Afdeling 9.1     Sportactiviteiten ingericht door de gemeente

        [...]

        Afdeling 9.2     Recreatiesportkoffers

        Artikel 9.2.1.1      

        Recreatiesportkoffers kunnen gehuurd worden door

        • erkende verenigingen;
        • instellingen en diensten en niet erkende verenigingen met een werking in  Oostrozebeke.
        • Oostrozebeekse scholen, OCMW Oostrozebeke en RSO

         

         

        Afdeling 9.3     Volksspelen

        Artikel 9.3.1.1      

        Volkspelen kunnen gehuurd worden door:

        • erkende verenigingen;
        • instellingen en diensten van Oostrozebeke, inwoners van Oostrozebeke en gemeentebesturen;
        • niet-erkende verenigingen, instellingen, diensten en privé-personen;
        • Oostrozebeekse scholen, OCMW Oostrozebeke en RSO

         

         

        Afdeling 9.4     Huur sportinfrastructuur voor sportactiviteiten

        Artikel 9.4.1.2      

        Het college van burgemeester en schepenen kan, in afwijking van de tarieven vastgesteld voor de huur van de sporthallen, zaal met parketvloer, vergaderzaal, voetbalvelden, tennisvelden, douches en kleedkamers, aan individuen die voldoen aan de voorwaarden van de huurovereenkomsten een voordeliger tarief toekennen. De toegestane vermindering mag maximum 50 % bedragen.

        Artikel 9.4.1.3      

        Een voordeliger tarief wordt toegekend aan de Oostrozebeekse schoolgaande jeugd, jonger dan 20 jaar die tijdens de weekdagen van de schoolvakanties de vrije uren van de sportinfrastructuur huren

         

         

        Afdeling 9.5     Huurovereenkomsten

        Artikel 9.5.1.1      

        De huurprijzen van de huurovereenkomsten voor erkende en niet-erkende verenigingen worden bepaald op een percentage van de werkelijke huurprijs volgens schalen:

        Artikel 9.5.1.4      

        Er wordt een minimum huurprijs van een huurcontract bepaald.

         

         

        Artikel 9.5.1.5      

        KSCOR betaalt een vaste huurprijs/maand voor gebruik van de voetbalvelden voor trainingen en wedstrijden met uitzondering van tornooien.

        Bij onbespeelbaarheid van de voetbalvelden door weersomstandigheden of door overmacht kan KSCOR tijdens de vrije uren van de sporthal binnen trainen.

         

         

         

        Artikel 9.5.1.6      

        KSCOR-jeugd betaalt een vaste huurprijs/maand voor gebruik van de voetbalvelden voor trainingen en wedstrijden met uitzondering van tornooien.

        Bij onbespeelbaarheid van de voetbalvelden door weersomstandigheden of door overmacht kan KSCOR-jeugd en KSCOR tijdens de vrije uren van de sporthal binnen trainen.

         

         

        Artikel 9.5.1.7      

        Tennisclub Oostrozebeke betaalt een vaste huurprijs voor de periode van 1 april tot 31 oktober voor het gebruik van de buitentennisvelden met uitzondering van tornooien

         

         

        Afdeling 9.6     Gebruik sportinfrastructuur voor andere dan sportactiviteiten

        Onderafdeling 9.6.1   Huur binnensportinfrastructuur en van de speelweide voor andere dan sportactiviteiten

        De binnensportinfrastructuur en de speelweide kan door erkende verenigingen gehuurd worden voor andere dan sportactiviteiten.

        Onderafdeling 9.6.2   Gebruik van de sportinfrastructuur voor commerciële doeleinden

        Artikel 9.6.2.1      

        Commerciële activiteiten zijn activiteiten gebaseerd op het maken van winst voor personen of commerciële organisaties/verenigingen.

        Artikel 9.6.2.2      

        Er wordt een onderscheid gemaakt in tarief voor Oostrozebeekse inwoners en niet-Oostrozebekeekse inwoners.

         

         

        Hoofdstuk 10 - GEMEENTELIJKE OPENBARE BIBLIOTHEEK

        Afdeling 10.1   Lidgeld

        Artikel 10.1.1.1   

        Om lid te zijn van de gemeentelijke openbare bibliotheek wordt een lidmaatschap aangerekend.

        Artikel 10.2.1.1

        [...]

        Afdeling 10.2   Leengeld

        Per exemplaar wordt een leengeld betaald.

        Artikel 10.2.1.5  Promotie

        In het kader van de promotie van de bibliotheek kunnen bonnen uitgedeeld worden voor gratis uitleningen.

        In het kader van de promotie van de boekenverkoop kunnen bonnen uitgedeeld worden voor gratis boeken uit de boekenverkoop. 

        Afdeling 10.6   Cursussen

        Artikel 10.6.1.1  Cursusgeld

        Cursussen georganiseerd door het gemeentebestuur van Oostrozebeke kunnen enkel gevolgd worden door inwoners van Oostrozebeke en door de medewerkers van de Dienstenwinkel Oostrozebeke.

        In het cursusgeld is per les één koffie of frisdrank inbegrepen en de syllabus;

        Artikel 10.6.1.2  Voorwaarden

          • de cursist betaalt het volledige bedrag van de lessenreeks als inschrijvingsgeld;
          • dit inschrijvingsgeld wordt niet terugbetaald behoudens overmacht;

        Hoofdstuk 11 - GEMEENTELIJKE UITLEENDIENST

        Artikel 11.1.1.1   

        Servies en bestek van het gemeenschapscentrum “O.C. Mandelroos” worden steeds afgenomen en betaald per bak.

        Artikel 11.1.1.3   

        Voor de huurprijs van toestellen die aan slijtage onderworpen zijn, wordt volgend principe gehanteerd: 0,5 % van de aankoopprijs (21 % btw).

        Artikel 11.1.1.4   

        Bij laattijdig terugbrengen van het uitgeleende materiaal wordt een schadevergoeding gevraagd per dag per set:

         

         

        Artikel 11.1.1.5   

        Het OCMW Oostrozebeke, de gemeentelijke adviesraden en de Oostrozebeekse scholen zijn vrijgesteld van het betalen van zowel de huurprijs als de waarborg.

        Erkende en niet-erkende verenigingen zijn vrijgesteld van het betalen van huurprijs voor bestek en vaatwerk voor gebruik van dit materiaal tijdens vergaderingen en repetities.

        Erkende en niet-erkende verenigingen krijgen een korting van 50 % op de huurprijs van bestek en vaatwerk indien men minimum drie keer binnen het werkjaar van een vereniging een activiteit heeft, waarbij bestek en vaatwerk wordt gehuurd (vergaderingen en repetities tellen niet mee - gebruik in één keer aan te vragen).

        De politieke fracties die deel uitmaken van de gemeenteraad beperkt tot de gesloten fractievergaderingen, die doorgaan in de culturele infrastructuur, zijn vrijgesteld van het betalen van de huurprijs en waarborg voor een dataprojector.

        Artikel 11.1.1.6   

        Voor de ontlening van materialen, zowel binnen als buiten het gemeenschapscentrum “O.C. Mandelroos” moet geen waarborg betaald worden.

        Artikel 11.1.1.7   

        Voor het vervoer voor erkende en niet erkende verenigingen wordt per rit een uurloon aangerekend. Erkende verenigingen betalen niet voor de ritten waarbij de vlaggenmasten en/of de luifeltent wordt vervoerd. Transport gebeurt enkel binnen de grenzen van de gemeente Oostrozebeke.

        Dit artikel geldt niet voor het OCMW Oostrozebeke, de gemeentelijke adviesraden en de Oostrozebeekse scholen.

        Artikel 11.1.1.8   

        Per activiteit moet leengeld betaald worden.

        Voor nadars en verkeerssignalisatie is dit beperkt tot drie kalenderdagen, dag van ophalen en terugbrengen niet inbegrepen.

        Artikel 11.1.1.9

        Het gemeentebestuur van Oostrozebeke stelt 1600 herbruikbare bekers gratis ter beschikking voor activiteiten van verenigingen en particulieren binnen de culturele infrastructuur. Erkende verenigingen mogen de 1600 herbruikbare bekers gratis gebruiken voor activiteiten en evenementen buiten de culturele infrastructuur. De organisatie van wijkfeesten valt onder de noemer "erkende vereniging". Buurt- en straatfeesten vallen onder de noemer "particulier".
        De aanvraag van de herbruikbare bekers kan via de website van Oostrozebeke of aan het loket van "O.C. Mandelroos".
        De herbruikbare bekers worden per box aangeboden. Een box bevat 200 herbruikbare bekers.

        De aanvraag kan ten vroegste één jaar en ten laatste één maand voor de activiteit worden aangevraagd. De eerste aanvrager geniet de voorkeur.
        De herbruikbare bekers worden ten vroegste twee werkdagen voor de activiteit afgehaald, ten laatste één dag na de activiteit worden de herbruikbare bekers teruggebracht. De ontlener zorgt ervoor dat alle herbruikbare bekers afgewassen en afgedroogd terug in de bakken worden geplaatst.

        Waarborg gebruik herbruikbare bekers: cash te betalen bij afhalen

                                                                 

        Kost per verloren of beschadigde beker

           

        Kost per opbergbox in geval niet proper inleveren van herbruikbare bekers

           

        Schade aan opbergbox herbruikbare beker

           

        Boete bij laattijdig inleveren (per opbergbox)

           

        De gebruiker verbindt zich er toe het ontleende materiaal in geen geval aan derden uit te lenen of te verhuren.

        Hoofdstuk 14 - BUITENSCHOOLSE KINDEROPVANG “DE WIEMKES”

        Afdeling 14.1   Ouderbijdragen

        Artikel 14.1.1.1   

        In de ouderbijdragen zijn de verplichte tussendoortjes inbegrepen.

        Voor de woensdagnamiddag geldt het voordeligste tarief (ofwel tarief halfuurbijdrage ofwel tarief schoolvrije dagen en vakantiedagen).

        De ouderbijdragen verhogen elk jaar op 1 januari met de procentuele stijging van het gezondheidsindexcijfer. Dit gebeurt volgens deze formule: huidig tarief x gezondheidsindex van oktober van het huidig kalenderjaar / gezondheidsindex van oktober van het vorig kalenderjaar. 

        Artikel 14.1.1.2   

        Als de financiële situatie van de ouder(s) daartoe aanleiding geeft, kan een sociaal tarief gehanteerd worden. Indien een ouder denkt hiervoor in aanmerking te komen, neemt hij/zij contact op met de coördinator. Na een sociaal onderzoek door het OCMW beslist het college van burgemeester en schepenen of het sociaal tarief wordt toegestaan. Dit besluit wordt jaarlijks herzien.

        Afdeling 14.2   Supplementaire bijdragen voor de kinderopvang

        Artikel 14.2.1.1   

        Naast de ouderbijdragen moet supplementair betaald worden:

        • voor de verplichte soep op woensdagmiddag

         

         

        • voor het verplicht warm middagmaal

         

         

        • voor speciale activiteiten:

         

         

        • per begonnen kwartier en per kind voor de tijd dat het kind of kinderen niet afgehaald is of zijn na de normale eindduur

         

         

        Hoofdstuk 15 - VERLAGEN, VERLEGGEN EN VERBREDEN VAN OPRITTEN AAN BESTAANDE WEGEN

        Artikel 15.1.1.1   

        Deze werken worden rechtstreeks door de aannemer, aangesteld door de gemeente, aan de aanvrager gefactureerd. 

        Hoofdstuk 17 - GEMEENTELIJKE WERKPLAATS

        Artikel 17.1.1.1   

        In de gemeentelijke werkplaats kan berging gehuurd worden door erkende verenigingen.  

         

         

        Hoofdstuk 18 - OMGEVING

        Artikel 18.1.1.1 

        Voor de behandeling van een vraag tot stedenbouwkundig uittreksel wordt een retributie aangerekend.

        Artikel 2

        De gemeenteraad keurt de bijlage met de kosten voor de comfortdiensten containers rest/gft, horende bij artikel 5.1.1.5. van dit reglement goed.

        Artikel 3

        Dit reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026.

      • Intergemeentelijke vereniging voor duurzaam milieubeheer voor Izegem en Ommeland (IVIO): Subsidiereglement compostvaten, compostbakken en wormenbakken: vaststellen

        Aanwezig: Hans Claerhout, raadslid-voorzitter
        Luc Derudder, burgemeester
        Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, schepenen
        Ilse Vervaeck, voorzitter BCSD
        Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, raadsleden
        Carl Vereecke, algemeen directeur
        aanleiding

        Brief van IVIO van 10 oktober 2025 betreffende compostsubsidie. 

        juridische overwegingen

        Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 6 december 2024 tot wijziging van artikel 6 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een verbeterende akte als gevolg van een arrest dat de verkiezingsuitslag wijzigt.

        Besluit van de Vlaamse regering van 26 mei 2023 betreffende vaststelling Lokaal Materialenplan 2023-2030. 

        Besluit van de gemeenteraad van 6 februari 2025 betreffende Intergemeentelijke vereniging voor duurzaam milieubeheer voor Izegem en Ommeland (I.V.I.O.) - algemene vergadering: aanduiden van vertegenwoordiger en plaatsvervanger.

        Besluit van de gemeenteraad van 6 februari 2025 betreffende Intergemeentelijke vereniging voor duurzaam milieubeheer voor Izegem en Ommeland (I.V.I.O.) - raad van bestuur: aanduiden van vertegenwoordiger.

        feiten, context, argumentatie

        De gemeente wil composteren aanmoedigen, want wat gecomposteerd kan worden hoeft niet in de restafvalzak en de compost kan nog lokaal gebruikt worden.

        In het verleden bood OVAM geregeld subsidies aan voor groepsaankopen, waardoor er via de  Intergemeentelijke vereniging voor duurzaam milieubeleid in Izegem en Ommeland IVIO, hierna afgekort “IVIO”, relatief goedkoop compostvaten en -bakken verdeeld konden worden.

        Deze subsidie wordt echter niet meer aangeboden door OVAM, waardoor de gemeente in samenspraak met IVIO een alternatief heeft gezocht.

        Bij brief van 10 oktober 2025 vraagt IVIO of de gemeente bereid is om ter promotie van de thuisverwerking van GFT in een tegemoetkoming voor haar inwoners te voorzien.

        De burger kan zelf een compostvat, compostbak of wormenbak naar keuze aankopen.

        De gemeente subsidieert deze aankoop na voorlegging van een betalingsbewijs en de vermelding van het type en volume van het compostvat, compostbak of wormenbak en belast IVIO met de uitvoering van het subsidiereglement.

        Het gebruik van een compostvat, compostbak of wormenbak leidt tot een vermindering van het gewicht in de restafvalzak. Dit is één van de doelstellingen in het Lokaal Materialenplan van OVAM.

        Aan de gemeenteraad wordt gevraagd dit subsidiereglement m.b.t. compostvaten, -bakken of wormenbakken goed te keuren.

        Toelichting door mevrouw Vervaeck, schepen.

        financiële impact

        De uitgave is voorzien onder het algemeen dotatiestelsel tot het verrekenen van de gemeentelijke bijdrage aan IVIO onder budgetsleutel ACT-1422/0300-00-6494504.

        amendement

        niet van toepassing

        tussenkomsten

        niet van toepassing

        Publieke stemming
        Aanwezig: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, Carl Vereecke
        Voorstanders: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        besluit

        Enig artikel

        De gemeenteraad stelt onderstaand subsidiereglement m.b.t. compostvaten, compostbakken en wormenbakken vast:

        Subsidiereglement compostvaten, compostbakken en wormenbakken

        Artikel 1. Doel

        De gemeente verleent een subsidie voor de aankoop van compostvaten, compostbakken en wormenbakken om thuiscompostering te stimuleren en het gewicht van de restafvalzak te doen dalen. Dit is één van de doelen opgenomen in het Lokaal Materialenplan 2023-2030 van de Vlaamse Overheid. 

        Artikel 2. Doelgroep

        Voor de subsidie komen in aanmerking: alle natuurlijke personen (eigenaars, huurders en gebruikers), scholen, bedrijven en verenigingen in de gemeente Oostrozebeke.

        Artikel 3. Voorwaarden

        De gemeente verleent de subsidie onder volgende voorwaarden:

        1) De subsidie betreft de terugbetaling van een deel van de werkelijke kosten gemaakt voor de aankoop van compostvaten , compostbakken en wormenbakken. De kosten voor andere composteerbenodigdheden, zoals bijvoorbeeld beluchtingsstok, compostversneller of compostverbeteraar komen niet in aanmerking voor deze subsidie;

        3) De subsidie voor deze compostvaten, compostbakken en wormenbakken mag niet gecumuleerd worden met enige andere vorm van financiële tegemoetkoming door de gemeente of overheid voor de aankoop van deze compostvaten, compostbakken en wormenbakken;

        4) Enkel nieuwe compostvaten, compostbakken en wormenbakken komen in aanmerking;

        5) De subsidieaanvraag is éénmalig en dient uiterlijk 2 maanden na de aankoop (datum van het kassaticket of factuur) ingediend worden;

        6) Er kan een subsidie worden aangevraagd voor compostvaten, compostbakken of wormenbakken met een maximum van 1 per adres;

        7) Men kan slechts één maal de subsidie voor een composteringseenheid bekomen, de burger kan dus, bij verlies of vernietiging van het composteringsvat, open compostbak, of wormenbak, niet opnieuw beroep doen op deze subsidie.

        Artikel 4. Bedragen

        Het bedrag van de subsidie wordt vastgesteld op 20,00 euro inclusief btw per compostvat, compostbak of wormenbak. 

        Artikel 5. Procedure

        §1. De aanvraag:

        De subsidie dient aangevraagd te worden via het door de Opdrachthoudende Vereniging IVIO op haar website terbeschikking gesteld aanvraagformulier: https://www.ivio.be/compostsubsidie

        De aanvraag is slechts ontvankelijk zodra deze volledig en conform de voorwaarden van dit subsidiereglement werd ingediend.

        §2. Beoordeling

        Binnen een termijn van maximaal 3 maanden na het indienen van de aanvraag, controleert IVIO of deze voldoet aan de gestelde voorwaarden.

        Deze termijn is een richtdatum. 

        §3. Beslissing en uitbetaling

        Als het dossier volledig is keurt het management van IVIO deze aanvraag goed en zorgt zij voor de uitbetaling van de subsidie door overschrijving op de financiële rekening van de aanvrager en dit uiterlijk binnen de drie maanden na goedkeuring van het dossier.

        De aanvrager wordt van de beslissing schriftelijk in kennis gesteld.

        Deze termijn is een richtdatum.

        Artikel 6. Controle

        Indien nodig kan IVIO contact opnemen met de aanvrager om bijkomende informatie aan te leveren, bijvoorbeeld foto's van de aangekochte compostvaten, compostbakken of wormenbakken.

        IVIO heeft het recht om ter plaatse de aanwending van de verleende subsidie te controleren.

        In geval de aanvrager zich verzet tegen de uitoefening van de controle, is hij/zij gehouden tot terugbetaling van de subsidie.

        Artikel 7. Sancties

        De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend en het gebruik ervan dient gerechtvaardigd. Zo niet, dient de subsidie terugbetaald te worden.

        In geval van fraude of valse verklaringen in hoofde van de aanvrager, kan de gemeente beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.

        Artikel 8. Bezwaar 

        Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente.

        Bezwaren moeten schriftelijk (via aangetekend schrijven, brief, e-mail, afgifte tegen ontvangstbewijs, …) gericht worden aan het college van burgemeester en schepenen en dit uiterlijk binnen één maand na kennisgeving van de beslissing. De aanvrager dient zijn redenen te motiveren.

        De postdatum of datum op het ontvangstbewijs geldt als bewijs.

        Artikel 9. Verrekening van de verstrekte subsidies

        Jaarlijks bij het vaststellen van de afrekening van de gemeentelijke dotatie  voor het werkingsjaar waarin de subsidies werden toegekend zal een verrekening gebeuren met de gemeente van de door IVIO krachtens dit  reglement toegekende subsidies.

        Artikel 10. Inwerkingtreding en bekendmaking

        Dit subsidiereglement werd vastgesteld door de gemeenteraad van Oostrozebeke.

        Het wordt binnen de 10 dagen na goedkeuring bekendgemaakt via de gemeentelijke website overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en treedt in werking op de vijfde dag na bekendmaking.

        Dit reglement wordt geëvalueerd telkens de nood zich voordoet.

      • Reglement geboorte- en luierpremies: wijzigen

        Aanwezig: Hans Claerhout, raadslid-voorzitter
        Luc Derudder, burgemeester
        Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, schepenen
        Ilse Vervaeck, voorzitter BCSD
        Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, raadsleden
        Carl Vereecke, algemeen directeur
        aanleiding

        Vanaf 1 januari 2026 schakelt de gemeente Oostrozebeke over op een gewogen Diftar-systeem voor de huis-aan-huisinzameling van restafval.

        Deze wijziging heeft een directe impact op gezinnen met jonge kinderen aangezien het gewicht van luiers aanzienlijk bijdraagt aan de afvalkost.

        juridische overwegingen

        Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, het laatst gewijzigd bij decreet van 6 december 2024 tot wijziging van artikel 6 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een verbeterende akte als gevolg van een arrest dat de verkiezingsuitslag wijzigt.

        Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, het laatst gewijzigd bij decreet van 20 december 2024 betreffende programmadecreet bij de begroting 2025.

        Besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het VLAREBO-besluit van 14 december 2007, het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen.

        Besluit van de gemeenteraad van 8 december 2022 betreffende reglement geboorte- en luierpremies: wijzigen.

        feiten, context, argumentatie

        Bij een geboorte ontvangen de ouders nu Oostrobonnen ter waarde van 30,00 euro als blijk van felicitaties vanuit het gemeentebestuur.

        Met de invoering van het gewogen Diftar-systeem voor restafval vanaf 01 januari 2026, waarbij afvalcontainers per ophaalbeurt gewogen worden, ontstaat een bijkomende financiële druk voor gezinnen met baby’s en jonge kinderen.

        Luiers vormen een substantieel deel van het restafval en zijn bijzonder zwaar, wat leidt tot een hogere afvalfactuur voor deze doelgroep.

        Het is dan ook aangewezen om een gerichte compensatie te voorzien.

        Door bij de geboorte, de eerste en de tweede verjaardag van een kind telkens 20,00 euro te storten op de Diftar-rekening van het betrokken gezin, wordt op een rechtvaardige en doelgerichte manier tegemoetgekomen aan deze bijkomende kosten.

        De maatregel is financieel beheersbaar, administratief eenvoudig te implementeren en draagt bij aan een breed maatschappelijk draagvlak voor het Diftar-systeem.

        Zo bevestigt de gemeente Oostrozebeke haar engagement als zorgzame gemeente die haar beleid afstemt op de leefrealiteit van haar inwoners.

        Toelichting door mevrouw Vervaeck, schepen.

        financiële impact

        De uitgave wordt geraamd op 4 200,00 euro per jaar en is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 actie 1141, budgetrekening ACT-1141/0909-00/6491401.

        amendement

        niet van toepassing

        tussenkomsten

        niet van toepassing

        Publieke stemming
        Aanwezig: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, Carl Vereecke
        Voorstanders: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        besluit

        Artikel 1

        Het besluit van de gemeenteraad van 8 december 2022 betreffende reglement geboorte- en luierpremies: wijzigen, wordt opgeheven vanaf 01 januari 2026.

        Artikel 2

        Voor elk kind dat op het moment van geboorte, de eerste verjaardag of tweede verjaardag is ingeschreven in het bevolkings- of vreemdelingenregister van de gemeente Oostrozebeke, wordt automatisch een bedrag van 20,00 euro gestort op de Diftar-rekening van het adres van het gezin waar het kind deel van uitmaakt. 

        Artikel 3

        Dit besluit treedt in werking op 01 januari 2026.

    • brandweer

      • Brandbeveiliging - bijdrage in de kosten: financiële verdeelsleutel hulpverleningszone Midwest 2026

        Aanwezig: Hans Claerhout, raadslid-voorzitter
        Luc Derudder, burgemeester
        Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, schepenen
        Ilse Vervaeck, voorzitter BCSD
        Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, raadsleden
        Carl Vereecke, algemeen directeur
        aanleiding

        E-mails van 14 oktober 2025 en 26 oktober 2025 van de zonesecretaris van de hulpverleningszone Midwest, de heer Lieven Rijckaert, betreffende Zone Midwest / begroting 2026 / verslag infovergadering begroting.

        juridische overwegingen

        Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 6 december 2024 tot wijziging van artikel 6 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een verbeterende akte als gevolg van een arrest dat de verkiezingsuitslag wijzigt.

        Wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid, het laatst gewijzigd bij wet van 2 mei 2019, en meer bepaald artikel 68 § 1, dat bepaalt dat de gemeentelijke dotatie wordt ingeschreven in de uitgaven van elke gemeentebegroting, en artikel 68 § 2 dat bepaalt:

        'De dotaties van de gemeenten van de zone worden jaarlijks vastgelegd door de raad op basis van een akkoord, bereikt tussen de verschillende betrokken gemeenteraden.
        Het akkoord wordt bereikt ten laatste op 1 november van het jaar voorafgaand aan het jaar, waarvoor de dotatie bestemd is.'

        feiten, context, argumentatie

        Conform het koninklijk besluit van 2 februari 2009 tot vaststelling van de territoriale afbakening van de hulpverleningszones, wordt Oostrozebeke ingedeeld in hulpverleningszone 2 West-Vlaanderen (verder zone Midwest genoemd).

        Zone Midwest heeft in zitting van de zoneraad van 24 juni 2025 een akkoord bereikt met betrekking tot de meerjarenbegroting 2026-2031 inclusief de financiële verdeelsleutel die de dotatie voor brandweer en ambulance aan de Zone Midwest bepaalt van elke gemeente.

        De pré-begroting werd besproken in zitting van het zonecollege van 26 augustus 2025.

        De begrotingscommissie van Zone Midwest verleende op 16 september 2025 een positief advies.

        Het zonecollege van de Zone Midwest keurde in zitting van 26 september 2025 de ontwerpbegroting goed.

        De financiële verdeelsleutel en de meerjarenbegroting 2026-2031 werden opnieuw bevestigd door de zoneraad in de zitting van 26 september 2025.

        De financiële verdeelsleutel werd opnieuw bevestigd door de zoneraad in zitting van 26 september 2025 met betrekking tot de opmaak van de meerjarenbegroting 2026-2031.

        Een informatievergadering voor de gemeentebesturen vond plaats op 2 oktober 2025.

        De begroting voor het financieel dienstjaar 2026 werd goedgekeurd door de zoneraad in zitting van 24 oktober 2025.

        De totale exploitatietoelage van de gemeenten voor 2026 voor brandweer bedraagt 7.611.414,00 euro en voor ziekenwagendiensten 231.723,00 euro.

        De totale investeringstoelage van de gemeenten voor 2026 voor brandweer bedraagt 1.910.000,00 euro en voor ziekenwagendiensten 200.000,00 euro.

        De totale gezamenlijke gemeentelijke toelagen bedraagt 9.953.137,00 euro.

        De exploitatietoelage van de gemeente Oostrozebeke wordt vastgesteld op 210.431,00 euro voor de brandweer en 3.059,00 euro voor de ziekenwagendiensten.

        De investeringstoelage van de gemeente Oostrozebeke wordt vastgesteld op 52.143,00 euro voor de brandweer en 2.640,00 euro voor de ziekenwagendiensten.

        Deze kredieten werden voor het jaar 2026 in het meerjarenplan 2026-2031 ingeschreven.

        De financieel directeur heeft voor de ingeschreven toelagen van de Zone Midwest een gunstig visum verleend op 13 november 2025.

        Toelichting door de heer Derudder, burgemeester.

        financiële impact

        De uitgave is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, op het exploitatiekrediet van het jaar 2026: actie 213, budgetrekening 0410-00/6494505/470.

        De uitgave is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, op het investeringskrediet van het jaar 2026: actie 213, budgetrekening 0410-00/6640506/470.

        Het gunstig visum met nummer VSM/2025/047 van 13 november 2025 van Siegfried Masschaele, financieel directeur.

        amendement

        niet van toepassing

        tussenkomsten

        niet van toepassing

        Publieke stemming
        Aanwezig: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, Carl Vereecke
        Voorstanders: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        besluit

        Artikel 1

        De gemeenteraad neemt akte van de financiële verdeelsleutel die de jaarlijkse bijdrage van elke gemeente aan de Zone Midwest vastlegt en die door de zoneraad in zitting van 24 oktober 2025 voor de begroting 2026 werd herbevestigd.

        Artikel 2

        De gemeenteraad gaat akkoord met de exploitatietoelage aan de Zone Midwest voor 2026 die in de onderstaande tabel wordt weergegeven:

         

        brandweer

        ziekenwagen

        Ardooie

        € 278.969,00

        € 12.745,00

        Dentergem

        € 217.085,00

        € 788,00

        Hooglede

        € 301.960,00

        € 10.520,00

        Ingelmunster

        € 306.518,00

        € 7.577,00

        Izegem

        € 762.105,00

        € 33.275,00

        Lichtervelde

        € 231.844,00

        € 10.034,00

        Moorslede

        € 287.452,00

        € 8.273,00

        Oostrozebeke

        € 210.431,00

        € 3.059,00

        Pittem

        € 220.646,00

        € 7.948,00

        Roeselare

        € 2.961.862,00

        € 103.395,00

        Staden

        € 314.420,00

        € 11.123,00

        Tielt

        € 971.681,00

        € 15.479,00

        Wingene

        € 546.441,00

        € 7.507,00

         

        € 7.611.414,00

        € 231.723,00

        Artikel 3

        De gemeenteraad gaat akkoord met de investeringstoelage aan de Zone Midwest voor 2026 die in de onderstaande tabel wordt weergegeven:

         

        brandweer

        ziekenwagen

        Ardooie

        € 75.445,00

        € 11.000,00

        Dentergem

        € 53.671,00

        € 680,00

        Hooglede

        € 81.557,00

        € 9.080,00

        Ingelmunster

        € 81.557,00

        € 6.540,00

        Izegem

        € 219.077,00

        € 28.720,00

        Lichtervelde

        € 63.030,00

        € 8.660,00

        Moorslede

        € 77.164,00

        € 7.140,00

        Oostrozebeke

        € 52.143,00

        € 2.640,00

        Pittem

        € 59.210,00

        € 6.860,00

        Roeselare

        € 654.175,00

        € 89.240,00

        Staden

        € 84.995,00

        € 9.600,00

        Tielt

        € 260.906,00

        € 13.360,00

        Wingene

        € 147.070,00

        € 6.480,00

         

        € 1.910.000,00

        € 200.000,00

        Artikel 4

        Een afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan de voorzitter van de zoneraad van Zone Midwest, Kwadestraat, 159 te 8800 Roeselare en aan de zonesecretaris van Zone Midwest.

        Artikel 5

        Deze beslissing wordt bekendgemaakt in toepassing van de artikelen 286 en 287 van het decreet van het lokaal bestuur.

    • omgeving

      • Oprichten van een gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening

        Aanwezig: Hans Claerhout, raadslid-voorzitter
        Luc Derudder, burgemeester
        Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, schepenen
        Ilse Vervaeck, voorzitter BCSD
        Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, raadsleden
        Carl Vereecke, algemeen directeur
        aanleiding

        Aan het begin van een nieuwe legislatuur moet de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening opnieuw vastgesteld worden.

        juridische overwegingen

        Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, laatst gewijzigd bij decreet van 17 mei 2024 tot wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en diverse andere decreten, wat betreft de milieueffectrapportage, inzonderheid de artikelen 1.3.3. en 1.3.4.

        Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 6 december 2024 houdende een verbeterende akte als gevolg van een arrest dat de verkiezingsuitslag wijzigt, inzonderheid het artikel 304, § 3, tweede lid, en het artikel 332.

        Besluit van de Vlaamse regering van 19 mei 2000 tot vaststelling van nadere regels voor de samenstelling, de organisatie en de werkwijze van de provinciale, intergemeentelijke en gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening, laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.

        Besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2007 tot vaststelling van een deontologische code voor de leden van de provinciale en gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 tot bepaling van nadere regels voor de opmaak, de vaststelling en de herziening van ruimtelijke beleidsplannen en tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering in het kader van de regeling van de ruimtelijke beleidsplanning.

        Besluit van de gemeenteraad van 7 februari 2019 betreffende oprichten van een gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening.

        Besluit van de gemeenteraad van 1 oktober 2020 betreffende gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening: wijzigen, benoemen van de voorzitter, van de deskundigen en hun plaatsvervanger, van de vertegenwoordigers van de maatschappelijke geledingen en hun plaatsvervanger en van de vaste secretaris

        Besluit van de gemeenteraad van 5 november 2020 betreffende gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening: hernemen wijzigen, benoemen van de voorzitter, van de deskundigen en hun plaatsvervanger, van de vertegenwoordigers van de maatschappelijke geledingen en hun plaatsvervanger en van de vaste secretaris.

        Besluit van de gemeenteraad van 3 december 2020 betreffende huishoudelijk reglement gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening: goedkeuren.

        Besluit van de gemeenteraad van 7 oktober 2021 betreffende gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening: goedkeuren wijziging samenstelling.

        feiten, context, argumentatie

        De gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (GeCoRo) speelt een belangrijke rol in het gemeentelijk ruimtelijk beleid, onder meer omdat ze een decretaal omschreven adviesrol opneemt bij de opmaak van beleidsinstrumenten zoals (herzieningen van) het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan, gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen, en stedenbouwkundige verordeningen.

        Daarnaast kan ze advies geven, opmerkingen maken of voorstellen doen over alle aangelegenheden met betrekking tot de gemeentelijke ruimtelijke ordening, op eigen initiatief of op verzoek van het college van burgemeester en schepenen of de gemeenteraad.

        Een gemeente met minder dan 10 000 inwoners moet beschikken over een GeCoRo met minimum 7 en maximum 9 leden, waarvan er 1/4 (waaronder de voorzitter) deskundigen inzake ruimtelijke ordening zijn.

        De overige leden zijn vertegenwoordigers van de voornaamste maatschappelijke geledingen binnen de gemeente.

        Ieder lid, met uitzondering van de voorzitter, heeft een plaatsvervanger.

        Leden van de gemeenteraad of het schepencollege kunnen geen lid van de adviescommissie zijn.

        Diezelfde gemeente kan evenwel een gemotiveerd verzoek richten tot de Vlaamse regering om vrijgesteld te worden van de verplichting om een GeCoRo op te richten (met als gevolg dat de gewestelijk omgevingsambtenaar deze rol opneemt), of kan, net zoals gemeenten met meer inwoners, ervoor opteren om, via een intergemeentelijk samenwerkingsverband, een intergemeentelijke GeCoRo op te richten.

        De leden van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening worden benoemd voor zes jaar.

        Hun benoeming is hernieuwbaar.

        Na de installatie van een nieuwe gemeenteraad wordt overgegaan tot de benoeming van een nieuwe commissie.

        De nieuwe commissie treedt pas aan nadat de gemeenteraad de leden ervan heeft benoemd en nadat de toezichttermijn, vermeld in artikel 332 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, is verstreken.

        De oude commissie blijft zolang aan.

        Het lid dat voortijdig zijn mandaat stopzet, wordt vervangen door zijn plaatsvervanger tot een nieuw lid is benoemd. 

        De regelingen inzake evenwichtige vertegenwoordiging van vrouwen en mannen, vermeld in artikel 304, § 3, tweede lid, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, zijn van overeenkomstige toepassing op de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening.

        De gemeenteraad beslist over volgende zaken:

        • de maatschappelijke geledingen die worden opgeroepen, het vaststellen van de presentiegelden, reis- en verblijfsvergoedingen, het vaststellen van het permanent secretariaat en de nodige werkingsmiddelen;
        • de benoeming van de voorzitter, de leden, de plaatsvervangers en de vaste secretaris;
        • de goedkeuring van het huishoudelijk reglement (en eventuele wijzigingen), na opmaak van dit reglement door de nieuw samengestelde GeCoRo.

        Hiervoor wordt in de eerste plaats gesteund op de vorm en werking van de huidige GeCoRo.

        Toelichting door mevrouw Geldhof, schepen.

        financiële impact

        niet van toepassing

        amendement

        niet van toepassing

        tussenkomsten

        niet van toepassing

        Publieke stemming
        Aanwezig: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, Carl Vereecke
        Voorstanders: Hans Claerhout, Luc Derudder, Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, Ilse Vervaeck, Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        besluit

        Artikel 1

        Er wordt een gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening opgericht samengesteld uit 8 leden (6 voor de maatschappelijke geledingen en 2 deskundigen), de voorzitter inbegrepen.

        Ieder lid behalve de voorzitter heeft een plaatsvervanger.

        Artikel 2

        Volgende maatschappelijke geledingen worden aangeduid om deel uit te maken van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening, met volgende vertegenwoordiging (effectieve leden):

        • vereniging van landbouwers: 1 lid;
        • milieu- en natuurverenigingen: 1 lid;
        • vereniging van werknemers: 1 lid;
        • verenigingen van zelfstandigen of werkgevers, met uitsluiting van landbouwers: 3 leden.

        Er worden daarnaast twee (effectieve) deskundigen aangeduid, waaronder de voorzitter.

        Artikel 3

        De voorzitter wordt een presentiegeld toegekend per bijgewoonde vergadering, gelijk aan de zitpenning toegekend aan een gemeenteraadslid.

        Aan de andere deskundige wordt een presentiegeld per bijgewoonde vergadering toegekend, gelijk aan de helft van de zitpenning toegekend aan een gemeenteraadslid.

        Aan de deskundigen wordt eveneens een reisvergoeding toegekend gelijk aan deze van het gemeentepersoneel.

        Artikel 4

        De afdeling Omgeving wordt aangeduid om het permanent secretariaat van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening waar te nemen.

        Artikel 5

        Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit.

    • vragen

      • Vragen

        Aanwezig: Hans Claerhout, raadslid-voorzitter
        Luc Derudder, burgemeester
        Olivier De Marez, Carine Geldhof, Jonas Van D'huynslager, schepenen
        Ilse Vervaeck, voorzitter BCSD
        Michiel Beils, Dirk Rogge, Annelies Gevaert, Dirk De Keyzer, Veerle Holsbeke, Robbe Coorevits, Jean Pierre Vande Maele, Koen De Mets, Wim Behaeghe, Dary Cnockaert, Koen Vandenbroucke, Glenn Coppens, Inge Noyez, raadsleden
        Carl Vereecke, algemeen directeur
        aanleiding

        De e-mail van raadslid Jean Pierre Vande Maele van 28 november 2025 namens de fractie INSPRAAK.nu.

        De e-mail van raadslid Inge Noyez van 1 december 2025 namens de fractie Vlaams Belang Oostrozebeke.

        juridische overwegingen

        Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij decreet van 6 december 2024 tot wijziging van artikel 6 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft een verbeterende akte als gevolg van een arrest dat de verkiezingsuitslag wijzigt.

        Besluit van de gemeenteraad van 4 september 2025 betreffende huishoudelijk reglement van de gemeenteraad: intrekken bestaand en goedkeuren nieuw, inzonderheid artikel 13.

        feiten, context, argumentatie

        De vragen van de raadsleden Jean Pierre Vande Maele, Dary Cnockaert en Inge Noyez.

        De antwoorden van Olivier De Marez, Ilse Vervaeck en Jonas Van D'huynslager, schepenen en de burgemeester.

        financiële impact

        niet van toepassing

        amendement

        niet van toepassing

        tussenkomsten

        niet van toepassing

        besluit

        Er wordt geen besluit genomen.

De voorzitter sluit de zitting op 04/12/2025 om 22:53.

Namens gemeenteraad,

Carl Vereecke
algemeen directeur

Hans Claerhout
raadslid-voorzitter